Columns Archives - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen op maandag: Klem

Kortgeleden startte het derde seizoen van de TV-serie Klem, begreep ik. Ik had nog niet de rust ernaar te kijken, maar ik hoorde dat het minder spannend zou zijn dan het eerste seizoen -die was inderdaad spannend. Maar de titel sprak me wel aan. Want de huidige tijd voelt alsof iedereen flink ‘klem’ zit. Wij in elk geval wel. Even niet naar Frankrijk, hoewel dat eigenlijk wel was gepland. Je kunt er over twisten of het een ‘noodzakelijke’ reis is, met ons proefwerk daar ter plekke. Maar in deze situatie voelt het niet goed, zelfs al verplaats je je met de auto.

Overigens heb ik tot nu toe veel geluk gehad. We –Lars Daniëls en ik- zijn begin september nog net op reis geweest naar Oostenrijk, om te kunnen schrijven over proeverijen en wijngebieden daar. En van de zomer kon ik nog naar Castillon voordat het departement Gironde oranje kleurde. Het is en blijft puzzelen en werken met de juiste timing, omdat we nu eenmaal ook in de wijngaarden moeten staan en met producenten willen praten -en niet alleen via Zoom, want dat is niet hetzelfde.

Toch was het schrappen van deze laatste trip van het jaar hier aan de Middenweg nog wel even onderwerp van discussie. Want in de covid-regels zit ook iets paradoxaals, zoals de afgelopen tijd steeds meer blijkt. Als we van Amsterdam naar Saint-Chinian rijden, dan komen we terecht op een plek waar nauwelijks besmettingen zijn. En zeker veel minder dan in Amsterdam. Toch legt Frankrijk de reizigers geen beperkingen op, anders dan Duitsland. Maar bij terugkomst naar het vuurrood gekleurde Amsterdam zouden we dan tien dagen in quarantaine moeten gaan. Dat voelt eerlijk gezegd nogal krom. In feite de omgekeerde wereld.

Ik kan me dan ook goed voorstellen dat de horeca, en met name restaurants, niet vrolijk wordt van het laatste pakket maatregelen. Natuurlijk voel ik me ook verbonden met de horeca, dus misschien ben ik bevooroordeeld. Maar als je leest -zoals De Volkskrant afgelopen zaterdag schreef- dat de GGD’s de afgelopen week 959 besmettingen rapporteerden die waren gerelateerd aan de werkvloer, tegen slechts 130 in de horeca, dan gaat er toch iets fout. Zelfs de sportclubs scoorden hoger, met 237 gevallen. Maar die mogen open blijven -dank u, Arie Boomsma, goed gelobbyd. En dan mogen hotels hun restaurants wél openhouden. Hoe is dit uit te leggen? Natuurlijk begrijp ik dat het moeilijk is om de juiste maatregelen te nemen, en ik begrijp dat er iets moet gebeuren. Ik ben niet van de virusontkenning. Maar het nemen van de juiste maatregelen lijkt me belangrijk voor het creëren van draagvlak.

En laten we eerlijk zijn, veel restaurants hebben zich enorm ingespannen om aan alle regels te voldoen. En dan dit. Nogal wat bedrijven staat het water al aan de lippen, dus het zal voor velen waarschijnlijk niet goed aflopen. Nee, als er een sector klem zit, dan is het wel de horeca, naast natuurlijk de culturele sector. Ik benijd de restaurants niet. Ik hoop dat ze snel weer open kunnen.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Never a dull moment

Zo, dat was het laatste weekend voor de deadline van #7. Even de puntjes op de i zetten, de laatste pagina’s vullen en zorgen dat alles weer klopt. Genoeg te doen, altijd weer. Echt rustig is het nooit, maar er is ook geen stress. En er is ook altijd weer tijd voor iets onverwachts. Zaterdag komt er een mailtje van Kariem Hamed, van Le Vineur, een enthousiaste importeur die zelf ook gewoon een echte liefhebber is. ‘Hi Ronald, volgens mij ben jij wel een fan van witte Bordeaux toch? Ik heb vanmiddag een online tasting met 6 witte Carbonnieux uit 6 verschillende decennia.’ De aanhef is niet helemaal goed. Ik krijg niet zo graag het etiket ‘fan van witte Bordeaux’ opgeplakt. In de eerste plaats heb ik al vaker geschreven dat witte Bordeaux vaak prijzig is en zich eigenlijk maar zelden kan meten met witte topwijnen uit de Bourgogne. Bovendien weet ik misschien bovengemiddeld veel van Bordeaux, omdat ik er vaak kom voor m’n werk, maar ik ben toch vooral fan van goede wijnen van overal. En als ik al fan ben van goede Bordeaux, dan toch vooral van rode Bordeaux.

Maar dat was natuurlijk allemaal geen reden om de uitnodiging te weigeren. Domweg omdat het interessant is oude Bordeaux (of andere wijnen) te proeven en te kijken hoe de wijnen zich hebben ontwikkeld.  En een serie witte Carbonnieux met de jaargangen 2010, 2007, 1990, 1982, 1971 en 1966 is natuurlijk altijd interessant.

We wisten niet welk monster welke jaargang was. Altijd leuk, en lastig te raden, mede door mogelijke flesvariatie. Uiteindelijk bleek van de drie jongste jaren de 2007 op dit moment het meest aantrekkelijk. Nog altijd jeugdig, expressief en geurig, met diepgang en goede zuren. In dit soort jaren lijdt wit altijd onder de reputatie van rood, en voor rode Bordeaux was 2007 een minder jaar -vandaar de slecht naam. Ik schreef na de primeurproeverij in 2008 in Bordeaux al het volgende: ‘Wat voor rood een nadeel was, bleek –zoals vaker- een zegen voor wit. Koel weer en ongelijke rijping van de druiven leverde aromatische druiven op met de nodige frisheid en zuren. Een groot voordeel voor zowel droog als zoet. Droog is dan ook zonder meer van hoog niveau: fris, krachtig en aromatisch.’ 2010 is het omgekeerde. Heel goed voor rood, maar niet direct top voor wit. Een jaar waarin de alcoholgehaltes hoog waren, en voor wit is dat lastig. De 2010 toonde zich nu gesloten, maar ik denk toch dat hij zuren genoeg heeft voor een verdere rijping. 1990 was juist heel goed en verrassend mooi gerijpt, een fraaie witte wijn. Van de oudere wijnen was 1971 een openbaring, nog altijd prachtig in conditie. De 1966 was erg ver gerijpt en niet zo interessant meer. De 1982 was goed, ondanks een vleugje maderisatie.

De –niet zo verrassende- conclusie is dat Bordeaux wit van niveau beter is in de koelere jaren en minder in de warme jaren, die vanwege de rode wijnen een grote naam hebben. Een tweede conclusie is dat dit soort witte wijnen lang kunnen rijpen, veel langer dan menigeen denkt. Met dank aan de sémillon, onderdeel van de blend. Vorig jaar proefde ik ook al een paar witte Pessac-Leógnan uit 1990, en ook die waren fraai, ondanks hun dertig jaar. Kijk, en daar is witte Bourgogne nu weer niet zo goed in -uitzonderingen daargelaten. Ik heb heel wat geoxideerde witte Bourgognes geproefd. Een interessante proeverij, ook voor degenen die geen fan zijn van witte Bordeaux…

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Ik geloof niet in feiten

Als je de praatprogramma’s een beetje volgt, dan is er veel om je te vermaken. Of om je druk over te maken -het is maar hoe je het bekijkt. Zo werd onlangs in Op1 een korte video vertoond van iemand die boudweg zei ‘Ik geloof niet in feiten’. Nu zal deze persoon niet de enige zijn, maar voor velen zijn er dan nog altijd ‘alternatieve’ feiten om in te geloven. Voor deze persoon blijkbaar niet.

Maar ik heb slecht nieuws: om sommige feiten kunnen we maar moeilijk heen. Zo zijn er mensen die niet geloven in klimaatverandering. Maar de feiten, sorry, wijzen toch in die richting. In onze artikelen schrijven we er vaak over, want het heeft voor de wijnbouw grote consequenties. Meestal speelt dit op langere termijn. Maar soms is de dreiging heel acuut, zoals bij de bosbranden, ‘wildfires’, zoals de Amerikanen die noemen, aan de Amerikaanse westkust.

Deze wildfires vormen een directe bedreiging voor de wijngaarden. Al meerdere bedrijven langs de Silverado Trail in Napa Valley en op Spring Moutain zagen hun stokken in vlammen opgaan. Maar dat is niet het enige effect van de vuurzee. De voortdurende branden en de rookontwikkeling zorgen voor een doordringende rookgeur, die door veel druiven wordt opgenomen, zeker in de periode dat ze bijna rijp zijn. Dus de voortdurende branden hebben als consequentie dat ook producenten die niet direct door het vuur worden getroffen, voor de vraag komen te staan of ze (een deel van de) druiven moeten weggooien. Zeker als je wijn wilt maken waarin het fruit voorop staat, kun je zo’n brandlucht niet gebruiken. Vaak proef je het niet aan de druiven, maar als ze worden getest, blijken er toch stoffen uit de rook in de druiven te zitten, waardoor ze onbruikbaar worden. Zeker gevoelige druiven als pinot noir.

Nu is het zo dat de bosbranden tot op zeker hoogte ‘normaal’ zijn. Verschil met vroeger is niet alleen dat ze groter zijn, maar vooral dat ze eerder beginnen. Dus op een moment dat de druiven nog moeten worden geoogst, waardoor ze deze geur kunnen opnemen. Een probleem dat waarschijnlijk alleen maar groter zal worden als het klimaat verder opwarmt.

Het laat ons ook weer zien hoe gemakkelijk wijn en druiven geurstoffen van buitenaf opnemen. Dat kunnen kruiden zijn bij de wijngaard, eucalyptusbomen, maar ook foute geuren, zoals van schilderwerk in de wijnkelder. Een kleine hoeveelheid TCA, trichlooranisol, zeg maar kurkgeur, kan alle drinkplezier vergallen.

Als we dan ook berichten krijgen dat tijdens de hittegolf van juli druiven zijn ‘verbrand’ in wijngaarden in de champagne, zoals in het beroemde Clos des Goisses van Phillipponnat, dan moeten we concluderen dat het ‘feit’ van de klimaatopwarming, en het effect op de wijnbouw, moeilijk valt te ontkennen. Zelfs voor degenen die niet in feiten geloven.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Help! Er komt weer een oogst binnen

2020 zal ongetwijfeld de boeken ingaan als een van de meest vreemde (wijn)jaren ooit. Het jaar waarin gemaskerde mannen/vrouwen de druiven moesten binnenhalen, om zich tegen rondwarende virussen te beschermen. En het jaar waarin sommige streken veel moeite hadden hun wijnen te verkopen. Een van de beste voorbeelden is de Champagne. De crisis heeft deze streek meer getroffen dan andere (Franse) wijnstreken. Niet onlogisch. De horeca heeft overal plat gelegen en je gaat niet voor de gezelligheid een fles Champagne ontkurken als je in je eentje thuis in je ‘bubbel’ zit. Met al die onverkochte flessen en nu druiven die al vanaf half augustus moesten worden geoogst, gaf dit -om het mild uit te drukken- een sterk gevoel van urgentie. Zo van, help! Er komt weer een oogst binnen.

Tegelijkertijd is de champagne een wijnstreek waar de wetten van de zwaartekracht geen vat op lijken te hebben. Het is hier vooral ook heel ánders dan elders. Zo proberen de producenten van Champagne hun opbrengsten ‘bij te sturen’ als de marktomstandigheden daarom vragen. Na enige gekibbel werd dit jaar afgesproken te werken met een basisrendement van 8000 kg per hectare, goed voor zo’n 230 miljoen flessen. In 2019 werden bijna 300 miljoen flessen verkocht, maar dit jaar zal dat een stuk minder zijn. Dus is het goed -en uniek- dat men daar in de Champagne op vooruit loopt. Dat zie ik in een streek als de Bordeaux niet gebeuren. Bovendien moet Champagne na botteling nog een tweede gisting en rijping op fles ondergaan, die anderhalf jaar kan duren (minimaal 15 maanden), maar ook drie jaar of nog veel langer, zodat de wijn pas veel later op de markt komt. Ook kan een deel van de wijn apart worden gehouden als reservewijn, in grote houten vaten of tanks, en pas veel later voor een blend worden gebruikt. Zo kunnen de champenois hun oogst over meerdere jaren ‘uitsmeren’, zolang ze maar kapitaalkrachtig genoeg zijn om hun voorraden te financieren. Of dat door een bank te laten doen, meestal de Crédit Agricole.

Dat is dus nog eens wat anders dan de productie van rosé, een wijn die voor een groot deel het jaar na de oogst gedronken moet worden. Champagne is een wijn voor de lange termijn. Terwijl 2020 wordt binnengehaald, brengen goede huizen nu hun 2012 uit, acht jaar na de oogst. Sommigen werken zelfs nog met hun 2008, een absoluut topjaar. Dat maakt de streek bijzonder. En dan is er ook weer plaats voor optimisme. Ondanks de hittegolf en hier en daar verbrande druiven, is 2020 ‘het derde goede jaar op rij’. Dat brengt weer een beetje kleur op het gezicht, in alle negatieve berichten. En voor ons een geruststellend idee dat de beste wijnen zo in 2027, 2028 als millésimé op de markt zullen komen. Dan moet de crisis toch écht wel voorbij zijn, lijkt me. Ik neem er nu al vast een glas op. Champagne wel te verstaan.

Ronald de Groot

 

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Smaken verschillen

Dit weekend zat ik te werken aan een van mijn artikelen voor het volgende nummer van Perswijn, #7 alweer in dit vreemde jaar. Het artikel gaat over de DAC Neusiedlersee. De DAC, Districtus Austriae Controllatus (waarom in het Latijn?) is in Oostenrijk in opkomst. De regels zijn heel strak gedefinieerd. In het geval van Neusiedlersee DAC gaat het om wijnen op basis van uitsluitend zweigelt. Fruitig en soepel, en in het geval van DAC Neusiedlersee Reserve krachtig en steviger. Bij het schrijven vroeg ik me steeds af of deze strikte definitie nu een goed idee is of niet. Er staan aan de oostkant van het meer, tegen de Hongaarse grens, immers ook veel andere druiven aangeplant, die dus niet voor de DAC in aanmerking komen. Tijdens het werk las ik hierover een interessante column van Robert Joseph, die zichzelf op twitter de ‘winethinker’ noemt. Hij betoogde dat het goed is dat een appellation of een DAC, of wat voor herkomstbenaming dan ook, duidelijk gedefinieerd is. Met als argument dat dit voor de consument, en dan vooral de gewone wijndrinker -en dat zijn verreweg de meesten- het duidelijkst is. Als je een fles Chablis koopt, dan weet je dat het een droge wijn is van chardonnay, gemaakt op een bepaalde manier. Met fruit en/of wat hout. Punt. Duidelijk. Kijk maar wat het de Elzas aan problemen oplevert dat je als wijndrinker niet weet of een wijn (licht) zoet is of helemaal droog.

Als producenten in een appellation een wijn willen maken die heel anders is, bijvoorbeeld een oranje wijn -met schilcontact en oxidatie- of een natuurwijn, dan moeten ze die volgens hem maar Vin de France noemen -in het geval van Franse producenten. Daarin is uiteindelijk ruimte voor alle spielerei die je maar kunt verzinnen. Zijn redenering sprak me erg aan. Ik proefde onlangs Beaujolais, ook voor #7, en daar zitten nogal wat producenten die houden van spielerei. Vooral wijnen zonder sulfiet, natuurwijnen, zijn daar populair. Mij zette dat op het verkeerde been. Ik vind Beaujolais die niet naar fruit ruikt -wat hout is ook best- maar die naar een stal geurt geen aangename verrassing. Ik ben van mening -met Robert Joseph- dat dit ten koste gaat van mijn verwachtingspatroon, omdat de wijn niet de typiciteit heeft die je er van verwacht. En dat volkomen los van het feit of je de betreffende wijn graag drinkt en/of lekker vindt. Daar ga ik niet over.

Wat ik wel weet, is dat ik eind vorig jaar een tafelgenoot had die zich in een restaurant een glas natuurwijn aan had laten praten, en daar lovend over sprak toen ik aanschoof. Maar op het moment dat ik beleefd om een glas ‘gewone’ rode wijn vroeg, en hij deze proefde, wist hij niet hoe gauw hij ook zo’n glas moest bestellen… Maar over smaak valt niet te twisten.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Image building

Ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn bezoeken aan de lokale supermarkt sinds het uitbreken van de COVID crisis op een laag pitje heb gezet, om het risico zo veel mogelijk te beperken. Maar op de zondagochtend is het gelukkig rustig genoeg, en bovendien zijn veiligheidsmaatregelen, zoals verplichte winkelwagentjes en voldoende ontsmettingmiddelen al weer een stap in de goede richting. Snel naar binnen, en snel er weer uit, dat is het parool. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Bij het groentenschap staat een bak met een wijnaanbieding. Snel even kijken. ‘Les Hauts de Chamboustin’ Merlot, in een literfles, voor € 3,99. Een klassiek etiket met een poortje dat in de verte een beetje lijkt op dat op het etiket van Léoville-las-Cases. Hoe dan ook, in uitstraling is het Franser dan Frans. Ik pak de fles op, en constateer tot mijn verrassing dat het een petfles is. Niks mis mee, waarom zou wijn altijd in glas moeten zitten? Ook het achteretiket is Frans, met daarop de tekst ‘rond et fruité’. Dat moet waarschijnlijk Pays d’Oc zijn. Maar de herkomst is een verrassing voor me. ‘Vin d’Espagne’, mis en bouteille par Marquis de Chamboustin te Petersbach, hartje Elzas. Petje af. Superslim. Je koop wijn of druiven in Spanje, waar het spotgoedkoop is. Goedkoper dan in de Languedoc, tegenwoordig. Maar met het etiket suggereer je dat het een Franse wijn is. Zo profiteer je van het imago dat Franse wijn nog altijd heeft.

Let wel, hier is helemaal niets fouts of illegaals aan, alle informatie die je wilt hebben over de wijn staat keurig op het (achter)etiket. Het zegt eigenlijk meer over de consument dan over de producent van deze wijn. Degene die zo’n fles koopt, let waarschijnlijk vooral op de druif –merlot blijft populair- en waarschijnlijk wordt de Franse uitstraling als betrouwbaar ervaren. Zo werkt marketing. Grote wijnhuizen profiteren daar van, ze weten exact hoe het werkt. Australische giganten kopen wijn in Zuid-Afrika om onder eigen merk uit te brengen. Waarschijnlijk merkt de wijndrinker dat (ook) niet eens. Voor grote Franse bedrijven is Spanje naast de deur. Het land is ook aantrekkelijk voor de aankoop van betaalbare biologische wijnen, omdat het klimaat op de hoogvlakte een lage ziektedruk geeft, zodat er weinig hoeft te worden gespoten.

We schrijven in Perswijn graag artikelen over bijzondere wijnen uit streken met unieke terroirs en eigenzinnige druiven. Maar de realiteit van de supermarkt is dat hier vrijwel alleen het merk en druif en misschien ook nog het etiket bepalen of een wijn het schap verlaat of niet. Maar gelukkig drinkt degene die de fles koopt wel een glas wijn…

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Leedvermaak

Al weer flink wat jaren geleden had Australië in Nederland een eigen bureau om zijn wijnen aan de man te brengen. Geen onsuccesvolle organisatie. Australië wist met zijn wijnen een aardige positie te verwerven op de Nederlandse markt. Niet in de laatste plaats omdat de wijnen met hun tijd meegingen en appelleerden aan wat de moderne consument graag in het glas kreeg. Niet de herkomstbenaming speelde de hoofdrol, maar drinkbaarheid en smaaktype, met eendruifswijnen in de voorhoede als scorende centrumspitsen.

Maar Australië besliste op een gegeven moment dat het wel genoeg was met die promotie. Het zegt genoeg dat degene die tot 2008 verantwoordelijk was voor de marketing van Australische wijn, Marco Tiggelman, tegenwoordig werkt voor California Wines. Kennelijk zien ze daar het belang van de Nederlandse markt nog wel in. Niet vreemd. Nederland is best interessant als exportmarkt voor wijn. Nederland staat in de ranglijst van wijnimporterende landen op de zevende plek, goed voor 3,7% van alle wijnimport (in 2019). Boven Zwitserland, Rusland, Hong Kong, Frankrijk, om er een paar te noemen.

Australië besloot echter al zijn kaarten te zetten op de Aziatische markt. Want daar zat de groei. Dat de import in traditionele markten als Nederland en Engeland zou stagneren, werd kennelijk voor lief genomen. Uiteindelijk is het met de daling in Nederland allemaal best meegevallen. Kennelijk weten grote bedrijven zoals Jacob’s Creek, Hardy’s en Lindemans hun positie redelijk goed vast te houden. Waarschijnlijk vooral door verkopen in de supermarkt. En de strategie richting Azië had succes. De uitvoer naar China groeide jaar op jaar. Overigens geholpen door een vrijhandelsverdrag dat China en Australië in 2015 sloten. Ongetwijfeld mede omdat de Australische delfstoffen erg interessant zijn voor China. Vorig jaar importeerde China voor het eerst meer Australische wijn dan Franse.

Maar inmiddels hebben de Australiërs ontdekt dat werken met China een prijs heeft. Je dient het land niet te kritiseren. Toen Australië zich dit jaar aansloot bij de V.S. bij de eis naar een onafhankelijk onderzoek naar de oorsprong van Covid-19 in China, waren de rapen gaar. Eerst werd er een anti-dumping-onderzoek aangekondigd naar Australische wijn. En kortgeleden, twee weken later, werd een onderzoek aangekondigd naar ‘ongeoorloofde subsidies’ bij de verkoop van Australische wijn. Dat kan leiden tot een invoerheffing van 200%, nu 0. Dat leidde tot grote paniek bij de Australische wijnproducenten. Tja. Hoe noemen we zo’n politiek van Australië? Je moet niet al je eieren in één mandje leggen. Zeker niet in een wereld waarin wijn steeds meer terechtkomt in een politiek steekspel. Helaas. Maar de een zijn dood is de ander zijn brood. In Franse berichten over deze kwestie proef je dan ook een ondertoon van leedvermaak… een klein beetje maar, hoor.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Destilleren of niet?

Onlangs kreeg ik van een lezer van deze stukjes een uitbrander dat ik zo negatief zou schrijven over Bordeaux. En dat terwijl ik zo’n liefhebber en kenner van de wijnen van deze streek zou zijn. Dat moge wellicht zo zijn -ik ken overigens nog veel meer wijnen waar ik liefhebber van ben- maar het is nu eenmaal niet mijn taak als journalist om positief te schrijven over Bordeaux als daar geen reden voor is. Ik kom hierop, omdat ik tijdens mijn vakantie een gezellig samenzijn had met François Lurton. Een tikje decadent, ik geef het eerlijk toe. Met zijn boot over het Bassin d’Arcachon varen, om aan te leggen op een grote zandbank tegenover het Dune de Pilat – het hoogste duin van Europa- en daar dan lekker te zwemmen en te barbecueën. Nou ja, de boog kan niet altijd gespannen zijn, laten we maar zeggen. Maar tegelijk doe je weer informatie op.

François is de oudste zoon van de inmiddels overleden André Lurton, die een hele trits châteaux in de Bordeaux zijn eigendom mag noemen. François maakt veel wijn, maar geen Bordeaux. Zo is hij met zijn Fumées Blanches tegenwoordig de grootste producent van Sauvignon blanc van Frankrijk. Hij koopt de sauvignon voor deze wijn overal: in de Loire, de Languedoc, in de Gers en ten noorden van Toulouse, om de belangrijkste plekken te noemen. Dat zorgt er voor dat hij een wijn kan maken die veelzijdig is. De ene streek geeft volume en kracht, de andere frisheid en spanning. Dat is het voordeel van de herkomstbenaming Vin de France, die duidelijk succesvol is.

Terug naar Bordeaux. Naar het zeggen van François betaalt hij in de Languedoc meer voor een kilo druiven dan de boeren in de simpele appellation Bordeaux van de coöperatie krijgen. In Bordeaux krijg je tegenwoordig voor eenvoudige Bordeaux AOC niet veel meer dan € 0,60 per liter, waar de kosten van de vinificatie nog af moeten, zodat niet meer dan zo’n € 0,45 resteert. Daar maak je verlies op, dat is onvermijdelijk. Hij stelt dat de wijnbouw in Bordeaux is gered door de crisisdistillatie van dit jaar, waarbij per liter zo’n € 0,80 per liter kon worden ‘gevangen’. Maar hij verwacht dat in de nabije toekomt zo rond de een derde van de wijngaarden in Bordeaux moet worden gerooid om vraag en aanbod weer in balans te brengen.

Het is de tragiek van Bordeaux. De streek brengt wijnen voort die tot de beste en duurste ter wereld behoren. Het geeft de streek -onterecht- een duur imago, waar de kleintjes onder lijden. En zij krijgen hun wijnen niet verkocht. Het zal nog even duren voor deze negatieve spiraal doorbroken zal zijn.

Ronald de Groot

Columns

Belgische vin naturel van interspecifieke druivenrassen: de schitterende wijnen van het Lijsternest

Tijdens de zomervakantie bleven we met het gezin gezellig in België. In juli doorkruisten we ons kleine landje van het Heuvelland in de noordwestelijke Westhoek, niet ver van de zee, naar het meest zuidelijke Belgische dorp Torgny in de Luxemburgse Gaume. Ik deed ontdekkingen in Belgische wijn die ik in de verste verten niet verwacht had. Het meest bijzondere bezoek was dat aan wijndomein Lijsternest, producent van vin naturel in het afgelegen West-Vlaamse Otegem.

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Covid-paniek Zuid-Afrika dreigt wijnindustrie te vernietigen

Bericht van NRC, gisteren: ‘Het aantal besmettingen door het coronavirus in Zuid-Afrika is op zaterdag de half miljoen gepasseerd. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van de John Hopkins Universiteit. Na de Verenigde Staten, Brazilië, Rusland en India heeft het Afrikaanse land nu wereldwijd de meeste vastgestelde besmettingen. Er zijn meer dan achtduizend doden door de gevolgen van Covid-19 gemeld. Vorige week bleek echter uit onderzoek van experts in Zuid-Afrika dat het daadwerkelijke dodental in het Afrikaanse land een stuk hoger ligt.’

Dit is een enorme tragedie, die velen al zagen aankomen.  Het probleem is natuurlijk dat maatregelen om afstand te houden in arme en stedelijke gebieden lastig kunnen worden nageleefd. Voor hun inkomsten zijn veel arme inwoners ook afhankelijk van wat ze op de dag zelf kunnen verdienen. Ze kunnen het zich niet permitteren thuis te werken. En het feit dat op 1 juni veel versoepelingen werden doorgevoerd om de economie nog enigszins te redden, heeft geen positief effect gehad, integendeel.

Maar het is zuur dat de wijnboeren –en uiteraard producenten van andere alcoholische dranken- nu moeten ‘boeten’ voor de gevolgen van deze enorme uitbraak, nu op 13 juli alle verkoop van alcoholische dranken werd verboden. Het komt er op neer dat het ene kwaad met het andere wordt bestreden. Volgens de autoriteiten overlijden er in Zuid-Afrika op jaarbasis 62.000 Zuid-Afrikanen aan alcohol-gerelateerde problemen, met name auto-ongevallen en geweldsmisdrijven.  Dit is ook het argument alcohol voor de tweede keer (eerste keer was tussen eind maart  en 1 juni) te verbieden. Volgens president Ramaphosa zorgt het verbod er voor dat de druk op ziekenhuizen sterk afneemt, zodat er meer capaciteit is voor de behandeling van covid-patiënten.

Voor de Zuid-Afrikaanse wijnboeren betekent dit een desastreuze ontwikkeling. De thuismarkt is –zeker voor de grotere producenten- van levensbelang, zowel voor de wijnverkoop als voor het wijntoerisme. Je vraagt je af of het niet mogelijk is wat meer gerichte maatregelen te treffen. Ik zou me kunnen voorstellen dat wijntoerisme nu niet bepaald tot zoveel problemen leidt. Dat is ook wat Rico Basson zegt, de directeur van Vinpro, de Zuid-Afrikaanse vereniging van wijnproducenten, met 2500 leden. Hij stelt dat de organisatie steeds in gesprek is geweest met de regering, en dat de wijnindustrie zich juist hard inspant om alcoholmisbruik te voorkomen en matig drinken te stimuleren. Er zouden andere wegen bewandeld moeten worden om de wijnindustrie van de ondergang te redden, door alcoholverkoop niet helemaal uit te bannen. Tot nu toe hebben deze gesprekken weinig opgeleverd.

Het probleem is dat veel producenten door de droogte van de afgelopen jaren al moeite hadden het hoofd boven water te houden –sorry voor deze vreemde beeldspraak. Deze crisis komt er nu nog bovenop. Vinpro verwacht dat als het zo doorgaat, 90% van de wijnproducenten in Zuid-Afrika het loodje zal leggen. SAA, de nationale luchtvaartmaatschappij wordt wel gesteund, maar de wijnboeren niet, terwijl het om meer dan tien keer zoveel banen gaat. Een rampzalige ontwikkeling, ook voor de Nederlandse wijnliefhebber. Nederland is een van de belangrijkste markten voor Zuid-Afrikaanse wijn.

Want tot overmaat van ramp komt ook de export in de knel. Alhoewel de producenten nog mogen exporteren, en nu meer dan ooit van deze inkomsten afhankelijk zijn, zijn er problemen in de haven, waardoor niet alle orders op tijd wegkomen. Dat betekent dat supermarkten hier promoties van Zuid-Afrikaanse wijnen schrappen, omdat er geen garantie kan worden gegeven dat de wijn op tijd kan worden geleverd. De Nielsen cijfers van week 24 geven aan dat Chili inmiddels Zuid-Afrika voorbij is in marktaandeel en het is waarschijnlijk dat dit verschil op deze manier verder kan oplopen. Ik heb niets tegen Chileense wijn, zeker niet, maar gezien wat voor moois Zuid-Afrika tegenwoordig produceert, is dit voor onze markt een ernstige aderlating. Het wordt tijd dat de Zuid-Afrikaanse regering tot bezinning komt.

Ronald de Groot

 

1 2 3 60
Page 1 of 60