Columns

Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Franse mythes over rosé

Onlangs schreef ik op deze plek over de mediahype rond het door de Nederlandse media overgenomen bericht over een tekort aan rosé, dat ten onrechte werd toegeschreven aan een veronderstelde matige oogst in de Provence in 2017. Dat stond ook helemaal niet in het oorspronkelijke artikel in les Echos. Daarin werd gemeld dat de vraag heel erg was gestegen.

Het is leuk om je nog wat meer te verdiepen in het rosé verhaal, want dat heeft veel verrassende kantjes. Zo hoorde ik tot mijn verbazing op het domein van de Comtes de Lorgeril, in Cabardès, dat op de Franse markt tegenwoordig meer rosé wordt verkocht dan witte wijn. Het scheelt niet heel veel, en het ligt allebei zo rond de 30% van de markt. Dus een enorme hoeveelheid. Dat is een veel belangrijkere oorzaak voor het rosé-tekort dan de iets lagere oogst. In Nederland loopt de markt voor rosé zelfs licht terug.

Met een Franse collega, die ik afgelopen week ontmoette op reis op Sardinië, probeerde ik de oorzaak te raden van deze ontwikkeling. ‘Het klinkt vreemd, maar het is voor veel Fransen een soort compromis. In een gezelschap wil de één wit drinken en de ander rood. De keuze valt dan op rosé.’ Fransen zijn tegenwoordig meer compromisbereid dan voorheen. Hoewel de voortdurende stakingen nog altijd getuigen van weinig neiging tot het zoeken naar een compromis –maar dat terzijde.

‘Dat de kleur steeds lichter is geworden, heeft te maken met het vreemde idee dat lichtere rosé minder alcohol zou bevatten. Dat is helemaal niet zo, maar deze mythe is heel hardnekkig.’ Omdat er meer interesse is in wijn met minder alcohol, zet deze trend lekker door –al is er geen grond voor. Heel apart.

Nou ja, iedereen heeft zo zijn eigen ‘geloof’ in mythes. Een paar dagen geleden meldde de directeur research en ontwikkeling van de bekende kurkfabrikant Amorim, Dr. Miguel Cabral, doodleuk dat het helemaal geen zin heeft om flessen liggend te bewaren. Doe ik daarvoor zo mijn best? Hij vertelde dat de vochtigheidsgraad tussen de kurk en de wijn bij een staande fles ruimschoots voldoende is om de kurk vochtig genoeg te houden. En liggend vergaat de kurk wellicht eerder. Weer wat geleerd. Alleen is het voor mij handiger mijn flessen te laten liggen. Dus dat laat ik maar even zo. Mythe of niet.

Ronald de Groot

Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Van ruilen komt huilen?

Nu twee weken geleden hadden we de eer een proeverij te mogen organiseren voor de appellation Saint-Joseph, een gebied in de noordelijke Rhône waar fijne wijnen worden gemaakt. We doen dit wel vaker, zoiets organiseren, maar dit keer hadden we duidelijk te maken met echte ‘boeren’. Niets ten nadele hoor, maar er was toch wel sprake van enig gebrek aan ervaring met dit soort evenementen. Belangrijkste probleem was dat ze niet genoeg wijn hadden meegenomen om te laten proeven. En dat kun je de vrijdag er voor ook niet meer corrigeren. Gevolg was dat we –tot onze grote ergernis- late bezoekers van de proeverij tandenknarsend ‘nee’ moesten verkopen.

Wel leuk was de lunch, waarbij de boeren aanschoven voor een gesprek. Dat leidde wel weer tot een gebrek aan schenkers, maar het leverde ook weer goede informatie op. Een verhaal dat ik niet kende, was dat wijnboeren tegenwoordig op papier stukjes wijngaard tegen elkaar uitruilen. Bijna alle actieve boeren doen wel aan het kopen van wijnen of druiven naast hun domeinwijnen, omdat importeurs liever zaken doen met bedrijven die meer appellations in hun portfolio hebben. Dus niet alleen Saint-Joseph, maar ook Crozes-Hermitage, Hermitage, Condrieu en/of Côte-Rôtie, om maar wat te noemen. Maar op het etiket staat het toch leuker als je kunt zeggen dat de wijn van een echt ‘domaine’ komt, en dus geen handelswijn is. Om dat voor elkaar te krijgen, worden stukjes wijngaard in verschillende appellations op papier uitgeruild. ‘Heb jij voor mij een stukje Condrieu? Dan heb ik voor jou een wijngaardje in de Hermitage.’ Zoiets. Is de ene wijn drie keer zo duur als de andere? Geen nood. Dan krijgt degene in de goedkope appellation maar eenderde van het oppervlak in de duurdere appellation, om het verschil recht te trekken. Buitengewoon inventief, moet ik zeggen. Zo kun je je domein lekker uitbreiden over meerdere appellations, en toch domeinwijn blijven maken. Zo bezien is ruilen soms ook lachen.

Ronald de Groot

Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Ouwe meuk

Afgelopen vrijdag was ik te gast op een chique partijtje, een 40-jarig jubileum, dat in stijl werd gevierd. Sterrenchefs, (oude) mannen in pak, een bedrijfsvideo, toespraken van allerlei toon en snit, van geestig tot saai, en natuurlijk veel wijn, van hoog niveau. Dat zien we graag, zou onze overleden redacteur René van Heusden hebben gezegd. Die wist in zijn rubriek ‘wine society’ wel raad met de verslaggeving van dit soort evenementen. Tongue in cheek, vleiend als hij daar zin in had, scherp waar nodig. Met de toespraak van een collega-wijnschrijver had hij wel raad geweten.

Maar mijn overpeinzing gaat vooral over de wijnen. Uiteraard. Het hart van mijn Franse buurvrouw, even oud als het jubileum, sprong open. ‘Kijk, wijnen uit mijn geboortejaar op het menu!’ Natuurlijk is het ook heel passend om 40 jaar oude wijnen te schenken op zo’n jubileum. Zoals een heel zachte en elegante Beaune Clos des Ursules, mooi gerijpt, maar oud, met koffie, leer en tabak, zachte tannine, en niet te veel oude zuren. Mooier nog vonden we de Lynch-Bages 1978, geserveerd van Jeroboam. Maar tegelijk moesten we constateren dat het vleugje paprika tegenwoordig bij velen niet meer door de beugel zou kunnen. Wij vonden het niet erg, en de wijn was elegant en stond er nog helemaal. Maar we constateerden tegelijk, dat er veel kennis over het drinken van oude wijnen verloren is gegaan, omdat door de mindere bewaarmogelijkheden en de hogere consumptiesnelheid niet zoveel oude wijnen meer voorhanden zijn. Zodat het voor velen ook niet mogelijk is te ‘leren’ oude wijnen te drinken. Want je moet wel door de oude geuren en smaken heen kunnen proeven om de wijnen te kunnen waarderen. En daar is een zekere ervaring voor nodig. Belangrijk dus dat deze kennis er blijft. Anders zou je dit soort wijnen gemakkelijk af kunnen doen als ‘ouwe meuk’. En dat zou toch jammer zijn. En onterecht.

Ronald de Groot

Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Mediahype

Hé, heb je het al gehoord? Er dreigt een groot tekort aan rosé door de slechte oogst in de Provence! Huh? Dat de oogst in 2017 en Europa heel klein is uitgevallen, weten we toch al meer dan een half jaar? Waarom is dit plotseling tot nieuwsbericht gebombardeerd? Warempel. Je komt het overal tegen. Op Nos.nl, op ad.nl, iedereen leeft plotseling in het besef dat er een levensbedreigend tekort aan rosé uit de Provence dreigt, dat onze levens deze zomer ernstig gaat ontwrichten.

Het is verbazingwekkend, hoe een enkel berichtje kan leiden tot een storm aan twitterberichten en andere verontruste reacties. In feite is het één grote mediahype, een nakakelcircus van allemaal media die het oorspronkelijke bericht waarschijnlijk nooit gelezen hebben. Sterker, wat was eigenlijk het oorspronkelijke bericht? Want in de realiteit was dit écht oud nieuws. En een andere realiteit is dat de Provence in 2017 ten opzichte van de andere Franse wijnstreken, en laat staan de Italiaanse, helemaal niet zo’n slechte oogst had, met een min van 12% ten opzichte van het jaar ervoor. En dat op een moment dat de productie de afgelopen jaren sterk is gestegen. Bordeaux noteerde een min van meer dan 40%, en daarover circuleerden geen paniekerige berichten.

De bron van het bericht, het Franse Les Echos, is dan ook veel genuanceerder. In een uitgebreid artikel wordt gesteld dat Frankrijk, en met name de Provence, ten onder dreigt te gaan aan zijn eigen rosé-succes. De verkopen zijn de afgelopen jaren explosief gestegen, vooral in de V.S. in combinatie met de wat kleinere oogst leidt dit tot prijsstijgingen van de bulkwijnen per hectoliter van zo’n 20 tot 30%. Dat de Nederlandse media worden getriggerd door een mogelijke prijsstijging, is wellicht te begrijpen. Maar zo’n hype over non-nieuws blijft toch een tikje overdreven.

Ronald de Groot

Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Volg de mode – of doe maar niet

Ooit, toen ik met wijn startte, dacht ik dat wijnen gemaakt werden door producenten die hun hart en ziel in hun product legden, en daarna hoopten dat hun wijn goed genoeg was om verkocht te kunnen worden. Maar tegenwoordig is het wel anders. Voor meer en meer wijnmakers is de laatste mode leidend. Daar werd ik de afgelopen tijd ook meerdere keren mee geconfronteerd. Zo kreeg ik op Sicilië –of all places- de afgelopen week rosé in het glas die zo bleek van kleur was, dat het bijna onwerkelijk overkwam. Het lijkt wel of werkelijk iedereen van de hype rond Provence-rosé wil profiteren. Alsof er geen rosé meer bestaat met een eigen karakter en identiteit.

Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Blend of monovarietal?

Mijn zondag in Palermo was gewijd aan het proeven van Siciliaanse wijnen. Een beetje jammer, eigenlijk. Buiten lonkte het zonnetje en een bijzondere stad, vol met straatleven en historische gebouwen, hier neergezet in de loop van een bewogen geschiedenis, met invasies van overal. Noormannen, Grieken, Moren, Romeinen, noem maar op, ze lieten hier allemaal hun sporen na. Misschien is er vandaag wat tijd om de stad in te lopen…

Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Volg de mode – of toch niet?

Ook dit jaar mocht ik me in Bordeaux weer verbazen. Never a dull moment, zullen we maar zeggen. Bordeaux is een streek met vele gezichten. Maar wie denkt dat ze daar vastgeroest zitten –nou, vergeet het maar. De wereld is hun markt, zeker als het de grote wijnen betreft. De brochures in het Chinees over de oogst van 2017 spreken hier boekdelen. In dat opzicht is de streek net een kameleon. Net als je denkt dat Sauternes een machtige en intens-zoete wijn is, wordt de stijl aangepast aan de tijd, en verschijnen er lichtere en ‘frissere’ Sauternes in het glas. Een tikje verwarrend. Dat Vin de Pays wordt aangepast aan de smaak van de Chinese markt, dat is wel te begrijpen. Maar dat een klassieke Bordeaux hetzelfde lot treft, vind ik maar moeilijk uit te leggen.

Nu is het weer de nieuwste mode –althans voor een aantal châteaux, vooral in Saint-Emilion- om de druiven zo vroeg mogelijk te plukken. Liefst ostentatief vroeger dan iedereen. En opvallend genoeg zijn het dan juist degenen die de druiven voorheen zo lang mogelijk lieten hangen om wijnen te maken met de opperste concentratie. Van het type Troplong-Mondot bijvoorbeeld, dat met Michel Rolland als consulent in voorbije jaren wijnen maakte met meer dan 15% alcohol. Maar dat nu is omgeschakeld naar een wijn met een flinke portie vroeg geoogste druiven. Je kunt ook overdrijven, laten we maar zeggen. Het is van het ene uiterste naar het andere.

Op die manier weet de wijndrinker toch ook totaal niet meer wat hij van een top-Bordeaux kan verwachten? Juist in consistentie schuilt de kracht van de streek. Gelukkig zijn er ook velen die aan dit soort hypes weigeren mee te doen. Want de mode volgen, dat zouden ze in de Bordeaux toch echt aan anderen over moeten laten. Maar één ding is zeker als je ziet wat er hier gebeurt: het tijdperk van Parker, met zijn alcoholische, machtige houtwijnen, is definitief voorbij. Robert Parker, waar ben je?

Ronald de Groot

 

Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: What’s in a name…

Weet u het nog? Dat we een interieurverzorger/ster vroeger een werker/werkster noemden? Het is de inflatie van de naamgeving die hier toeslaat. Een verkoper werd een accountmanager. Want zonder ‘managers’ zou onze maatschappij niet kunnen functioneren. Écht niet. Of toch wel. Nou ja, iedereen weet inmiddels wel dat bedrijfstakken als zorg en onderwijs te gronde gaan aan managers. Een tandje minder mag dus ook wel. In de keuken kennen we natuurlijk de kok. En hoogste kok in de keuken is dan de chef-kok. Logisch toch? Blijkbaar niet, want tegenwoordig heb je dan ook nog de ‘executive chef’. Iemand die de baas is, maar geen pollepel meer aanraakt. Zoiets? Ook de benaming van degene die u of mij een glaasje wijn inschenkt, is in de loop der jaren flink veranderd. Vroeger was dat de waard of de kastelein. Die deden niet moeilijk, die schonken gewoon een simpel glaasje in, aan de toog. Maar dat was natuurlijk een al te eenvoudige benaming, dat kan zomaar niet. Dit kwam ter sprake omdat Johan Kragtwijk van Karel V door zijn gasten wel eens denigrerend wordt aangesproken als ‘obertje’. Niet aardig. Maar inderdaad, ober-kelner is dan weer zo’n ouderwetse benaming voor wijninschenker die we bijkans al weer vergeten zijn. Daarvoor in de plaats kwam de sommelier. Een chiquere naam voor degene die ons van wijn mag voorzien. Keurig netjes, toch? Maar ook dat is volgens sommigen nog niet genoeg. In navolging van Ronald Opten (La Rive) is er tegenwoordig ook de ‘wine director’. Blijkbaar is de aanduiding sommelier niet altijd goed genoeg. Nou ja, misschien is dat ook wel zo. Sommeliers die alleen wijntjes inschenken en
weinig te vertellen hebben over de inkoop zijn toch eigenlijk niet meer dan een soort van nep-sommeliers. Nee, dan de wine director, die heeft er écht iets over te zeggen…

Ronald de Groot

Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Arrogantie?

Een weekje in Bordeaux  –ik was daar afgelopen week om primeurwijnen te proeven– blijft een bijzondere ervaring. Ik doe dit nu inmiddels zo’n dertig jaar –confronterend, zeker. In die tijd is er van alles veranderd, maar ook veel hetzelfde gebleven.

Dat Bordeaux je op het niveau van zijn topchâteaux altijd het gevoel geeft dat ze daar in hun eigen bubbel leven, is een van de dingen die hetzelfde is gebleven. Als journalist kom je om zo snel mogelijk zoveel mogelijk wijnen te proeven, en zo een goed beeld te krijgen van de nieuwe jaargang. Dus (goed) georganiseerde overzichtsproeverijen, zoals van de UGCB, de Crus Bourgeois of van de Cercle de Bordeaux, zijn daarbij cruciaal. Je kunt rustig je werk doen en achter elkaar een groot aantal wijnen proeven, soms nog keurig geserveerd door een sommelier. Maar oeps, het vakje van Léoville-Poyferré op onze proeftafel blijft leeg. Tja, eigenaar Didier Cuvelier heeft in zijn oneindige wijsheid besloten dat zijn wijn alleen op het château kan worden geproefd. Zijn buurman Léoville-las-Cases hanteert deze formule al jaren. De lijst wordt elk jaar langer. Haut-Bailly, Figeac, Conseillante, noem maar op. Waarmee schaamteloos wordt geparasiteerd op de inspanningen van de UGCB om al die handelaren en journalisten naar Bordeaux te krijgen. By far het meest pathetisch was ons bezoek aan Château Pavie. Bij de deur werden we –ik doe de proeverijen samen met Peter Moser, hoofdredacteur van Falstaff– streng toegesproken dat we toch écht een afspraak hadden moeten maken. Maar we mochten toch naar binnen. Om terecht te komen in een proefruimte zo groot als een balzaal, waarin wij zo’n beetje de enige proevers waren. Zo, dat was even dringen, zonder afspraak…

Wat wel verandert, is het publiek om ons heen. De Amerikanen die ooit in groten getale kwamen, zijn vervangen door Aziaten, vooral veel Chinezen. Ze hebben een iets minder professionele uitstraling. In het gezelschap van hun jonge kroost en met strooien hoedjes op laten ze zich portretteren met Château Cheval Blanc of Château Lafite-Rothschild op de achtergrond. Zo wordt het tijdens de primeurproeverijen toch nog gezellig. Of ze veel van de wijnen gaan kopen, is ondertussen wel de vraag.

Ook gebleven is de eeuwige discussie over de primeurprijzen. Dat 2017 een minder goed jaar is, en dus veel goedkoper moet zijn dan de voorgaande jaren, gaat er maar moeilijk in. Want er is toch wel zo’n 40% van de oogst door vorst verloren gegaan, dus dat kan niet zomaar. Dat de consument daar geen boodschap aan heeft, tja, dat laat iedereen hier koud. De vraag is of ze zelfs wel weten dat er een consument bestaat. Alleen telt of de négoce de wijn koopt.

Dat is genoeg. De slagzin van Baron Philippe de Rothschild bij de promotie van zijn Mouton-Rothschild van Second Cru naar Premier Grand Cru Classé in 1973 zou zo op de Bordeaux als geheel kunnen slaan: ‘Premier je suis, second je fus. Mouton ne change.’ Sommige dingen veranderen nooit.

 

Ronald de Groot

 

1 2 3 47
Page 1 of 47