Columns Archives - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Pieter Nijdam, afscheid van een eigenwijze levensgenieter

Een berichtje, anderhalve week geleden. ‘Ik drink een onbekende wijn, uit een fantastisch jaar.’ Het was mijn geboortejaar, 1953. Dan: ‘Het ga jullie goed. Pieter.’ Hoezo? ‘1 dagje nog, en morgenavond met champagne voorgoed slapen.’ Een aangekondigd einde. Typisch Pieter Nijdam. Altijd de regie houden. Zelfs de rouwkaarten waren voorbereid, de week er voor al. Even slikken, als zulke berichtjes binnenkomen. Ik weet het, iedereen gaat anders om met de dood. De een praat erover, de ander zwijgt. Pieter zweeg niet. Een paar weken geleden zei hij het al. ‘De artsen zeggen dat ik uitbehandeld ben. Het is afgelopen’. Hoe moet je reageren? Even de juiste woorden vinden. Op een gepaste manier afscheid nemen. Het is moeilijk, confronterend. Toch is het veel beter dan zwijgen. Een paar korte woorden. Vragen of je iets voor elkaar kunt doen. Even elkaar danken voor de aandacht en de kameraadschap. Dat is mooi.

Pieter was een wijnmaatje sinds tientallen jaren, al vanaf eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Hij was in de beginjaren een gepassioneerd lid van ons proefpanel. Soms zagen we elkaar vaker, soms wat minder vaak. Als journalist voor De Telegraaf was hij op een gegeven moment gewoon weg, met correspondentschappen in Parijs en New York, niet de minste plekken. Zeker in Frankrijk kon hij zijn liefde voor wijn goed kwijt. We hielden contact – wijn als gedeelde passie. Hij was trots dat hij al vroeg een artikel schreef voor Perswijn dat de oogst van 1990 helemaal niet zo goed was als de producenten in Bordeaux wilden doen geloven, omdat het behoorlijk had geregend voor het binnenhalen van de druiven. Het feit dat ze daar in Bordeaux behoorlijk kwaad over waren, sterkte zijn trots alleen maar.

De bijzondere band, die was er altijd. En die was sterk. Vertrouwd vooral. Twee mensen met dezelfde passie, die in het leven een ander paadje lopen, maar de paadjes kruisen elkaar op mooie momenten altijd weer. Hij was scherpzinnig en goed geïnformeerd, een echte journalist. Maar ook – excuseer me – een bijzonder eigenwijze figuur. Tja, dan moet je mij hebben… Ooit hadden we, ik herinner het me nog goed, een felle discussie over zijn rubriek over wijn in de krant. Het was in Marlborough, bij Villa Maria. Hij noemde het een column, ik vond het een wijnrubriek. Sorry Pieter, het was toch echt een wijnrubriek –hij kan me niet meer tegenspreken. Tja. Twee mannen die geen van beiden van wijken wilden weten. Het zei voldoende over onze vriendschap. Alleen als je heel vertrouwd bent met elkaar, kun je dit soort felle momenten ook weer in goede harmonie achter je laten. We maakten samen bijzondere reizen, niet alleen naar Nieuw-Zeeland, maar ook naar Californië en Zuid-Afrika. Altijd weer inspirerend.

Een laatste berichtje, met een foto van een paar mooie champagnes. Nog één moment van genieten. Met als laatste tekst ‘bye’. De telefoon gaat uit. Niet meer ‘making memories’. Maar de mooie herinneringen blijven.

Afgelopen vrijdag was het afscheid. Een kleine, intieme kapel, mooie woorden, fijne, zorgvuldig uitgekozen muziek. We gooiden kurken op de kist, in plaats van aarde of zand. Eigenzinnig tot in het graf. Dank, Pieter, voor de mooie herinneringen.

Ronald de Groot

Ik ga met vakantie, even ontspannen. Bij leven en welzijn ben ik weer terug op deze plek op 15 augustus.

 

Columns

Overpeinzingen: De armoede van Sauternes

Persberichten. Het blijft een bijzonder fenomeen. Wat wil men eigenlijk met een persbericht? Nou ja, heel simpel, zo op het eerste gezicht. Je wilt iets wereldkundig maken, en dat doen door het aan de pers te vertellen. Zo zal het ooit ook zijn begonnen. Maar met het oprukken van voorlichters, marketeers en andere spindoctors is de kunst van het schrijven van een persbericht verheven tot het vertellen van een verhaal. Of tot het naar buiten brengen van iets, een mooie tekst, zonder het échte verhaal te vertellen.

In deze laatste categorie valt waarschijnlijk het persbericht dat van de week binnenkwam over Château Climens. ‘Sale of majority stake by Ms. Bérénice Lurton of Château Climens’, zo was de boodschap. Vrij vertaald – mijn interpretatie – ‘noodlijdende premier cru in de Sauternes opgekocht door vastgoedtycoon’. Het begin van de tekst is vreemd. Want het is, als je het leest, geen persbericht ván eigenaresse Bérénice Lurton, maar óver Bérénice Lurton. ‘Mr. Jean-Hubert Moitry en zijn familie hebben het genoegen een partnerschap aan te kondigen met Ms. Bérénice Lurton in Château Climens, Premier Cru van de officiële Classificatie van 1855 van Bordeaux.’ Zou dat genoegen, neergeschreven op briefpapier van Château Climens, eigenlijk wel wederzijds zijn? Daarover rept het persbericht niet.

Je kunt heel wat af fantaseren over zo’n overname, want dat is het natuurlijk. Maar verrassend kan het eigenlijk niet zijn. Zeker na de ‘oogst’ van 2021: nul flessen Château Climens, na een vernietigende vorst op 16 april. De relatief koude kleigronden van Barsac leveren zoete wijnen op met prachtige zuren, maar ze zijn ook heel gevoelig voor vorst. In 2017 kon wegens de vorst ook al geen ‘grand vin’ worden gemaakt, alleen een kleine hoeveelheid tweede wijn en wat flessen droge wijn. Dat is op de lange duur lastig vol te houden.

Want in tussenliggende ‘goede’ jaren liggen de rendementen eigenlijk nooit boven de 20 hectoliter per hectare. Uiteindelijk is het de botrytis die zorgt voor complexiteit, maar botrytis laat de druiven ook schrompelen door het verdampen van water. Tot er nog maar weinig overblijft. Daar komt bij dat zoete wijnen niet populair zijn, dus niet voor erg hoge prijzen worden verkocht. En dan komt er een goed jaar, zoals 2013, en dan laten veel wijndrinkers de wijn links liggen omdat het een slecht jaar is voor rood. Waardoor weinig mensen in de gaten hebben dat het voor zoet juist prachtig was. Gelukkig was ik er op tijd bij om er wat van te kopen, een actie waar ik geen spijt van heb.

In een interview dat ik ooit met haar maakte, zei Bérénice dat ze als jongste van de kinderen geen keus meer had uit de châteaux die haar vader Lucien naliet – elk van de zeven kinderen één. Haar lot was Climens, en dat lot droeg ze dertig jaar met verve. Ze wist de reputatie van Climens perfect neer te zetten. Eerlijk gezegd mopperde ik wel als ze in het voorjaar liet weten dat haar wijn alleen op het château kon worden geproefd, en nooit in de algemene primeurproeverijen. Als ik niet kwam, kreeg ik steevast een mailtje van haar dat ze me had gemist. Maar ja, je kunt niet altijd overal zijn. Maar het werkte wel, de journalisten kwamen bij haar langs, en ze kon haar verhaal kwijt. Maar ja, als je geen wijn hebt, dan heb je geen verhaal.

Aan het persbericht is ook een verklaring van Bérénice zelf toegevoegd. ‘Hoewel ik mezelf wilde bevrijden van mijn werk als manager, zal ik mijn nieuwe partners met passie vergezellen in dit avontuur, om de continuïteit van de reputatie van Climens te versterken.’ Prachtig, natuurlijk maar je weet nooit wat het échte verhaal is, ik zei het al. Op de een of andere manier stemt dit persbericht me om meerdere redenen toch een beetje verdrietig. Weer een klassiek familiechâteau minder.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Hang naar romantiek

Misschien is het de tijdgeest. In een periode dat technologie ons leven meer en meer bepaalt, hebben we op de een of andere manier ook behoefte aan romantiek. Bij wijn is dat gevoel misschien wel extra sterk. Wellicht ook omdat veel wijnproducenten er alles aan doen het beeld van romantiek in stand te houden. Zo kun je in de Champagnestreek in kelders vaak pupitres aantreffen, waarin de flessen met de hand worden gedraaid en geschud om het bezinksel richting kurk te bewegen, waarna het kan worden verwijderd door de gistprop te bevriezen. Bij de meeste huizen is dat grotendeels voor de show. Je moet er ook niet aan denken dat al die honderden miljoenen flessen met de hand worden geschud. Daar is het personeel niet voor, en bovendien is het een werkje dat arbotechnisch gezien ook niet echt aan de moderne normen voldoet. En de grote draaiende kooien met flessen, gyropalettes, doen het werkje net zo goed.

En, laten we eerlijk zijn, het is steeds moeilijker om personeel te krijgen voor dit werk. In Nederland kijken we aan tegen een tekort aan arbeidskrachten voor zowat elke klus, behalve misschien consultants. In Frankrijk is het al niet anders. Misschien nog wel erger, met een 35-urige werkweek en een pensioenleeftijd van 62 jaar. Opmerkelijk genoeg is die in Italië overigens tegenwoordig 67 jaar. In Frankrijk moest onlangs zelfs een ziekenhuis volledig worden gesloten door een gebrek aan personeel. Dus je vraagt je af wie het werk in de wijngaarden moet doen. Bij mijn verblijf onlangs hoorde ik dat iemand die op een tractor rijdt tegenwoordig al met een meer dan modaal salaris naar huis gaat, door de enorme schaarste aan personeel.

Dus ook het romantische idee van het werk in de wijngaard moet op de helling. Sterker nog, in de toekomst zullen robots dat deels gaan overnemen. Dat kan zijn voor het bijhouden van de bladgroei, een betrekkelijk eenvoudige klus. Maar er wordt ook hard gewerkt aan robots die onkruid bij de stokken kunnen weghalen. Want er is – terecht – veel kritiek op onkruidverdelgers, met glyfosaat als ergste voorbeeld. Een robot die dat kan, zou een bijzonder positieve ontwikkeling zijn. Helaas zijn robots duur en verdelgers (te) goedkoop, dus de keuze is lastig. Er zullen ook robots komen die het druivenblad gedurende nacht bestralen met UV-straling om kiemen van meeldauw te doden. Dat lijkt mij ook een mooie verbetering, hoe onromantisch ook. Zeker is dat er een groep wijnboeren is die niet graag gebruik gemaakt van robots. Maar op termijn zijn ze voor grotere producenten ongetwijfeld te verleidelijk om ze te negeren.

Een ontwikkeling die al dateert van jaren is het gebruik van oogstmachines. Een bron van voortdurende discussie. Degenen die ze gebruiken zijn er laaiend enthousiast over. Feit is dat ze in de afgelopen decennia technisch enorm verbeterd zijn. En de argumenten spreken voor zich. Door de klimaatopwarming valt de oogst steeds eerder, en komen de druiven steeds warmer binnen. Met een oogstmachine kun je alles binnenhalen in de koelte van de nacht. Ook vergt het maken van goede wijnen steeds meer precisie, ook in het oogstmoment. Als je meer druiven moet oogsten, dan kan het tegenwoordig regelmatig voorkomen dat je de oogst een tijdje moet ‘pauzeren’. Als je dan een equipe met plukkers hebt, zitten die te niksen. Je staat onder druk om verder te gaan met oogsten. Dat is met een machine niet zo. Gaat het morgen regenen? Dan trek je gauw nog de oogstmachine tevoorschijn.

Natuurlijk, dat beroemde châteaux zich dat niet kunnen permitteren, spreekt een beetje voor zich. Dat zou ongetwijfeld reputatieschade opleveren. En die hebben geld genoeg voor een grote equipe, die ook snel en flexibel kan plukken. Maar ik vermoed dat ook de romantiek van het plukken meer en meer gaat verdwijnen.

Rest ons de romantiek van het drinken van een mooie fles. Heerlijk. Even wegdromen, en niet denken aan dit soort verhalen. Goede wijn is als een mooi boek. Je kunt er je eigen wereld omheen fantaseren. Dat is een fijne troost.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Help! Inflatie!

De Europese Bank heeft jarenlang wanhopig geprobeerd de inflatie omhoog te krijgen. Het wilde maar niet lukken. En dan, plotseling, giert de inflatie omhoog. Zo hard, dat het overal tot grote paniek leidt. Gelukkig ben ik geen bankier of politicus, want het is een lastig op te lossen situatie. De inflatie weer beteugelen op het moment dat de economie wordt geraakt door een oorlog met een onvoorspelbare duur is een lastige puzzel.

Columns

Overpeinzingen: Misverstanden rond natuurwijn

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het maar een lastig verhaal vindt, dat fenomeen ‘natuurwijn’. Onlangs las ik een interessant artikel over dit fenomeen in de NRC, waarin goed te lezen viel dat natuurwijn naadloos past bij een bepaalde ‘subcultuur’. In feite is het een soort statement om natuurwijn te drinken. Daar is in feite niks mis mee. Zo werd je in het Amsterdam van de jaren zestig geacht op een Kreidler-brommer te rijden. Ook een statement.

Columns

Overpeinzingen: Bordeaux 2021: los van de realiteit

In het volgende nummer van Perswijn vindt u een uitgebreid verslag van de nieuwe jaargang in Bordeaux, 2021. De wijnen komen op dit moment op de markt, zoals dat heet ‘en primeur’. Je koopt de wijnen nu, terwijl ze op vat liggen, en de flessen worden over twee jaar geleverd. Nogal een investering. Om het verslag te maken was ik eind april in Bordeaux. Eindelijk, na twee jaar proeven van primeurwijnen hier in Amsterdam. Toch veel fijner, dat moet ik zeggen. Je krijgt er ook meer ‘gevoel’ bij.

Wat me opviel was het zelfvertrouwen in de kwaliteit dat veel wijnmakers uitstraalden. En dat na een lastige jaargang, met voorjaarsvorst en enorme problemen met meeldauw door overvloedige regen, vooral in de maand juni. Toch hadden ze geen ongelijk. De wijnen waren achteraf verrassend goed, wat ik ook heb geschreven. Weliswaar slanker en strenger dan we de afgelopen jaren gewend waren, met name door lagere alcoholgehaltes. Maar dankzij durf om laat te plukken en goed weer tot in oktober zijn de meeste wijnen niet onrijp.

Niettemin kun je verwachten dat wijnliefhebbers niet staan te trappelen de wijnen te kopen, zeker niet ‘en primeur’. Amerikaanse al helemaal niet, want die houden meer van soepele, volle, afgeronde wijnen, zoals die zijn gemaakt in de afgelopen jaargangen, zowel in ’18, ’19 als ’20. De wijnen passen beter in de ‘Europese’ smaak. Maar Europeanen zijn van nature al wat zuiniger met het besteden van hun geld, dus dat kan een probleem zijn.

Als je dat eind april ter sprake bracht, werd daar wat afwerend op gereageerd. Tja, met die lage opbrengsten door die vorstschade en meeldauwproblemen, kon je toch moeilijk verwachten dat de prijzen omlaag zouden gaan? Waarom eigenlijk niet? Wat deert het de wijndrinker dat de opbrengsten zo laag zijn? Die kijkt gewoon naar de prijs en naar de kwaliteit. Dat valt lastig uit te
leggen. Ik moet denken aan een discussie die ik al dertig jaar geleden voerde met Bruno Prats, tijdens een lunch op Château Cos d’Estournel, waar hij destijds mede-eigenaar was. Ik zei hem dat hij in een ivoren toren leefde, en geen contact had met consumenten. Zijn antwoord: ‘Als ik mijn wijn aan de handelaren in Bordeaux heb verkocht, is het voor mij klaar. Verder zien ze maar.’ Ik was stomverbaasd.

Maar het lijkt er op dat dit gevoel in Bordeaux nog steeds bestaat. De primeurmarkt komt nu op gang, en de prijzen dalen niet. Ik hoor dan ook dat alleen de toppers goed verkopers, maar dat het voor de rest nogal stroef verloopt. Een fenomeen dat je hoort uit alle markten, ook de Franse en Amerikaanse. Logisch toch? De wijndrinkers hebben de afgelopen jaren goede wijnen kunnen kopen, waarom zouden ze nu voor een lichter jaar niet wat minder mogen betalen. Alleen bij prijzen lager dan 2019 maakt zo’n campagne kans. Maar kennelijk wordt de urgentie niet gevoeld. Heel onverstandig. Het lijkt of de tijd in Bordeaux stil staat en de Bordelais weigeren hun ivoren torens te verlaten. Kennelijk hebben ze daar niet in de gaten dat de wereld toch écht verandert.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Oei! Krapte!

Bij mijn trip naar Oostenrijk, afgelopen week, had ik geluk. Ik was op tijd naar Schiphol gekomen, maar ik kon gewoon doorlopen, alsof er niets aan de hand was. Heel verbazingwekkend, gezien alle verhalen. Ik zag ook nergens lange rijen. Kennelijk was ik er op de juiste dag, op het juiste moment.

Niettemin, dat er veel krapte is, met name in personeel, is overal duidelijk. Ook in de horeca ritselt het van de personeelsproblemen. En we worden niet alleen maar getroffen door personeelsproblemen. Ook grondstoffen zijn vaak niet of in mindere mate voorhanden. En energie is ook niet te geef, op dit moment.

Het lijkt me onvermijdelijk dat dit ook zijn weerslag zal hebben op de wijnindustrie. In feite moet je concluderen dat alles duurder wordt. Alleen al de diesel die je gebruikt om je tractoren en andere machines te gebruiken tikt flink aan. Maar dat is lang niet het enige.

Flessen zijn een goed voorbeeld. Zelfs vóór deze crisis waren er al problemen met de toelevering van glas. Met de oorlog in Oekraïne is dat probleem niet minder geworden – integendeel. Een sector waar dat op dit moment sterk wordt gevoeld is die van de productie van rosé. Rosé is booming, zeker in bepaalde markten, zoals die in Frankrijk en ook in de V.S. Het is niet aan te slepen. Dat maakt dat er een schaarste is ontstaan in ongekleurde flessen. Omdat veel producenten graag willen laten zien hoe licht hun rosé tegenwoordig van kleur is, is dat zo’n beetje een existentieel probleem. Zie het maar eens op te lossen.

De prijs voor de meest inventieve oplossing gaat wat mij betreft naar LVMH, tegenwoordig ook actief in Provence rosé, na de overname van Château Galoupet en d’Esclans. Voor de wijnen van Galoupet heeft LVMH als marketing-gimmick een platte plastic fles gelanceerd, onder motto dat het beter is voor de planeet. De ‘Galoupet Nomade’ zit in de platte fles, gemaakt van hergebruikt plastic volgens het programma Prevented Ocean Plastic. Hij is 87% lichter dan een klassieke glazen fles. Dat scheelt ook lekker in de transportkosten. En daar mag de wijndrinker dan wel wat voor over hebben, toch? In elk geval komt zo’n hippe fles op het toch best aanzienlijke bedrag van € 25.

Voor de gewone rosé cuvée, de Grand Cru Classé van Galoupet is een al even ingenieuze oplossing bedacht. Daarvoor worden gekleurde flessen gebruikt die zijn gemaakt van hergebruikt glas, die maar 500 gram wegen, in plaats van ‘normaal’ zo’n 770 gram. Je bespaart zo op het glas en hebt geen ongekleurde flessen nodig. Double whammy. Deze cru classé mag je in je winkelwagentje leggen voor € 55. Petje af voor deze combinatie van probleemoplossend vermogen en fantastische marketing. Dat kunnen ze toch alleen maar bij LVMH. Waar anders zouden ze het tekort zo op kunnen lossen, ondertussen helpen de planeet te redden en een vette winst maken? Diep respect.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Proefnotities, hoe ze te interpreteren?

Altijd mooi om mails te krijgen van lezers, zeker als het gaat om interessante, opbouwende kritiek. Zo kregen we onlangs een bericht van Roel Klinkers, die zich afvroeg of proefnotities misschien ánders zouden kunnen. Ik citeer: ‘Veel notities zijn van totaal verschillende wijnen maar toch bijna naadloos uitwisselbaar. Ik ben nu drieënzestig jaar oud en proef al wijn sinds mijn veertiende. Mijn vader had een mooie wijnkelder en deze traditie heb ik met plezier van hem overgenomen. Ik wil mijzelf geen kenner noemen maar geheel onwetend ben ik zeker niet. Toch kan ik mij vaak geen enkele voorstelling maken van wat ik van een wijn kan verwachten als ik een proefnotitie lees.’

Ik ben jaloers op iemand die al wijn proeft vanaf zijn veertiende – maar dat terzijde. Als reactie op deze opmerking moet ik zeggen dat het schrijven van proefnotities er in de loop der jaren niet gemakkelijker op is geworden. In vroeger jaren was de variatie tussen de wijnen domweg veel groter dan nu. Niet alleen is de kwaliteit van veel wijnen sterk gestegen, maar ook de eenvormigheid is toegenomen. Kleine foutjes zijn verdwenen, die een wijn soms charmant kunnen maken. Door gebruik van dezelfde klonen, bepaalde gisten en enzymen zie je bepaalde wijnen wereldwijd opduiken met geuren en smaken die sterk op elkaar lijken. Zo werd Sauvignon blanc uit Nieuw-Zeeland op een gegeven moment erg populair. Kenmerkend is een soort groenige, grassige geur. Producenten elders roken hun kans, en pikten graag een graantje mee. Zo kun je dit type Sauvignon nu ook tegenkomen in bijvoorbeeld Chili, Zuid-Afrika en zelfs in de Loire. Ooit maakte ik een proeverij mee in Blenheim, hartje Marlborough, met bijna een honderdtal van dit soort wijnen. Een bijna traumatische ervaring, en een nachtmerrie om te beschrijven.

In Italië heeft het succes van Ripasso geleid tot een stortvloed aan wijnen met eenzelfde karakter. Zwoel, zoetig, vaak met wat restzoet, gelikt, fruitig. Ook een voorbeeld van eenvormigheid die zich soms lastig laat vangen in sterk verschillende proefnotities. We doen enorm ons best de wijnen zo divers mogelijk te beschrijven. Hoe lastig ook.

Roel vervolgt: ‘Elk jaar ga ik met een aantal goede vrienden naar de 24 uur van Le Mans. We zijn allemaal wijnliefhebbers en tijdens dat lange weekend wordt menig flesje leeggeschonken. Nou wil ik niet mijn mooie gerijpte Bordeaux en Bourgognes voorzetten aan dat stelletje schooiers dus ik liet mij door een zeer lovende proefnotitie uit de folder van een van mijn leveranciers overhalen om vierentwintig flessen Chileense rode wijn te kopen. (…) Toen ik een fles openmaakte om te proeven bleek het om een wijn te gaan met een voor mijn gevoel enorme hoeveelheid restzoet. U had waarschijnlijk al begrepen dat ik klassieke wijndrinker ben en wijnen met restzoet vind ik ondrinkbaar. Dus wat ik mij afvraag is het volgende: Waarom kan een proefnotitie niet beginnen met een aanduiding van de hoeveelheid restzoet en de zuurgraad? Iedere producent kan deze informatie moeiteloos verstrekken en het kost hoogstens een half regeltje in de proefnotitie. Dit is objectieve informatie. Dit is een kans voor Perswijn om baanbrekend en vernieuwend te zijn.’

Dat is een charmant voorstel, maar helaas niet zo realistisch. We proeven voor elk nummer zo’n 400 tot 500 wijnen. Ik hoop dat Roel kan begrijpen dat het opvragen van deze informatie bij producenten een echt monnikenwerk zou zijn, als we al beschikken over de contactgegevens. Bovendien moet dit dan handmatig bij elke notitie worden gezet. Dit is een enorme klus. Niet te doen. Trouwens, zo objectief is die informatie niet. Restzoet zegt lang niet alles. Het gaat om de balans. Niet voor niets is de aanduiding ‘trocken’ in Duitse wijngebieden gebonden aan de verhouding tussen zuren en restsuiker. Als technische informatie voldoende objectief zou zijn, is proeven overbodig. En dat is het nu ook weer niet. We proberen juist bij onze proefnotities altijd op te schrijven of een wijn zoet of zoetig overkomt, dus afgaande op de smaak. Wij vinden dat de beste informatie. Dus gaan we nog even door met proeven. Tot computers en techniek het helemaal overbodig maken. Maar dat zal nog wel even duren.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Bio is niet de heilige graal voor duurzaamheid

Het is zaterdagmiddag, prachtig weer. We zitten in de zon boven een prachtige wijngaard, nét over de grens met België, van Pietershof. Een zonnige zuidhelling. Het is warm in de zon. Ik spreek met eigenaar Albert Meijer voor een artikel in Perswijn, dat de komende tijd zal verschijnen. Het is ook een mooi moment om even te filosoferen. Albert Meijer is van oorsprong cardioloog. ‘Er zijn wel overeenkomsten tussen het medische vak en het werk in de wijngaard. Je kunt niet alles begrijpen. Ook al zou je dat willen. Dat is in beide gevallen zo. Je kunt niet alles verklaren.’

Maar tegelijk heeft hij de wil om te luisteren. Want misschien kan hij er uiteindelijk wel iets mee, ook al begrijpt hij het niet. Biologische wijnbouw, bijvoorbeeld, of biodynamisch wijngaardbeheer. ‘Het is een vorm van religie, eigenlijk. Zeker biodynamisch boeren, met het uitstrooien van micro-organismen over de wijngaard, hoe werkt dat?’ Er zijn producenten die het hocus pocus noemen, die er niets van willen weten. Maar als je het niet begrijpt, kan het wellicht toch werken. ‘Als er iets is van biodynamische wijnbouw dat nuttig is, dan wil ik het ook wel toepassen, zelfs al begrijp ik het niet.’ Albert Meijer vindt biodiversiteit een speerpunt voor zijn wijngaard, dus hij zal alles doen om die te bevorderen.

Ik moet denken aan het bezoek onlangs, in Margaux, aan Lucien Guillemet, eigenaar van Pouget en Boyd-Cantenac. Zonder dat we er om vragen begon Guillemet over biologisch boeren. ‘2021 leed aan een gebrek aan zon en een gebrek aan warmte. Mei was de op twee na regenachtigste maand gemeten. In juni viel twee keer zoveel regen als normaal. Als koper je enige behandeling was van meeldauw, omdat het geen ‘chemisch product’ is, moest je tijdens de regen wel tot drie keer per week behandelen. Er zijn chemische middelen, zoals fosfonaten, die beschermen je wijngaard twee weken tegen meeldauw. Dan versterk je de weerstand van de stokken en hoef je veel minder te behandelen. Het is een sekte, je mag niet meer nadenken. Bedenk dat zelfs feromonen, lokstoffen om insecten te verwarren, tot voor kort verboden waren in bio -want chemisch. Flavescence dorée, een ziekte die heel besmettelijk is en waarbij bestrijding verplicht is, levert grote problemen op. Bij bio is er maar één insecticide beschikbaar, dat matig werkt en ook veel ander leven doodt. Sommigen weigeren daarom te behandelen, feitelijk terecht. Maar dat levert grote problemen op en leidt tot klachten van anderen, omdat ze zo iedereen besmetten. Denk toch na.’

Deze stelligheid zul je van Albert Meijer niet horen, zeker niet. Maar zijn verhaal wijkt er in de praktijk niet van af. ‘Koper gebruik ik niet. Het wordt niet afgebroken en hoopt zich op in de bodem, het doodt het bodemleven. Ik gebruik alleen organische producten, zoals fosfonaten. In de biologische wijnbouw wordt dit een chemisch product genoemd, alleen omdat het uit een fabriek komt. Maar omdat het organisch is, wordt het volledig afgebroken. Met zwavel, wat in biologische wijnbouw mag, dood je roofmijten. Ik gebruik geen producten die roofmijten doden of die schadelijk zijn voor bijen. Als je roofmijten doodt, komen er schadelijke insecten, die je met heel nare producten moet bestrijden, ook al zijn ze biologisch. Dus ik zie niet in wat hier goed aan is. Laten we niet vergeten dat de Europese Unie koper al lang had willen verbieden. In Nederland is het al verboden.’

Het is een blijft een lastig probleem. De bedoeling achter biologisch wijnboeren is natuurlijk goed. Dat is ongetwijfeld ook het gevoel bij consumenten. Maar biologisch boeren met als argument dat consumenten er om vragen, lijkt me geen juist argument. Je kunt van consumenten niet verwachten dat ze de boven beschreven nadelen kennen. Maar als je over deze nadelen schrijft, zoals nu, word je snel weggezet als een tegenstander van biologisch of biodynamisch boeren. Maar waarom zou ik dat zijn? Biologisch boeren heeft zeker positieve effecten, maar misschien zijn er wegen om het nóg beter te doen. Ik laat me graag overtuigen, maar dan met goede argumenten. De manier waarop Albert Meijer er over praat, is heel mooi, goed beschouwd. Je moet altijd iets willen leren, iets van de ander op willen steken. Het zou zo mooi zijn als dat wederzijds zou zijn.

Ronald de Groot

1 2 3 68
Page 1 of 68