Columns Archives - Perswijn

Columns

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Toevoeging of hulpstof?

Geen discussie zo oud als die over de etikettering van wijn. Waar op bijna alle producten alle ingrediënten moeten worden vermeld, is wijn daarop een uitzondering. En weer een uitzondering dáárop zijn –uiteraard- het alcoholgehalte en sulfiet. Dat sulfiet moet worden vermeld is logisch, omdat het bij mensen die daar gevoelig voor zijn, (ernstige) allergische reacties kan veroorzaken. Overigens is sulfiet een conserveermiddel dat in talloze voedingsmiddelen wordt gebruikt, dat lijkt wel eens te worden vergeten. Wellicht ontsnapt dat aan de aandacht als het op een andere manier wordt vermeld. Op de verpakking kan bijvoorbeeld staan ‘conserveermiddel: E 221’. E-nummers van 220 t/m 228 vallen allemaal in deze groep. Maar dit terzijde.

Het is interessant om te zien dat de E.U. door nieuwe regelgeving lijkt voor te sorteren op een mogelijk verplichte vermelding van alle ingrediënten op het wijnetiket. Ooit zal het misschien toch gaan gebeuren. In de nieuwe regelgeving die is uitgevaardigd, worden niet alleen nieuwe producten toegelaten, of andere verboden, maar wordt ook een onderscheid gemaakt in additieven (toevoegingen) en hulpstoffen. Additieven blijven (deels) in de wijn aanwezig na botteling, en hulpstoffen niet, zo is de gedachte. Een belangrijk onderscheid. Additieven zouden dan eventueel op het etiket moeten worden vermeld, en hulpstoffen uiteindelijk niet.

Een voorbeeld. Bij het toevoegen van gisten voor de alcoholische gisting of bacteriën voor de malolactische gisting spreken we van hulpstoffen. In het eindproduct vinden we die niet terug. Toevoeging van (bijvoorbeeld) tartaarzuur, een van de meest gebruikte stoffen om wijn aan te zuren, geldt wel als een additief, want dat wordt wel in het eindproduct teruggevonden. Voor wijnboeren is het belangrijk te weten hoe een stof wordt geklasseerd, met het oog op een eventuele verplichting toevoegingen op het etiket te vermelden. Het kan ook de keuze beïnvloeden tussen wat wel wordt gebruikt en wat niet.

Een van de achtergronden van deze regels is -behalve het scheppen van duidelijkheid- de regelgeving van de E.U. in lijn te brengen met die van het O.I.V, de internationale organisatie van de druivenstok en de wijn. Maar wie zich in dit soort regelgeving verdiept, raakt gemakkelijk de weg kwijt. Gelukkig zijn er doorgewinterde oenologen die het allemaal kunnen begrijpen. Nou ja, allemaal? Wat te denken van het volgende? Als je (industrieel geproduceerde) tannine toevoegt om de wijn te klaren (helder te maken), is het een hulpstof. Maar… als je het gebruikt om de wijn te stabiliseren, dan is het een additief. Gooi het maar in mijn pet.

Invoering van een juiste etikettering zal niet eenvoudig zijn. En ongetwijfeld op veel weerstand stuiten.

De verordening kunt u hier lezen. 

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Klimaatverandering – de ongemakkelijke waarheid

Afgelopen week was ik op uitnodiging van Prowein op een conferentie over klimaatverandering op de universiteit van Geisenheim. Prowein timmert graag aan de weg met dit soort evenementen om groepen internationale journalisten bij de beurs te betrekken -alsof die niet al succesvol genoeg is. Maar dat terzijde. Ik was op de uitnodiging ingegaan omdat het onderwerp me sterk interesseert. Het raakt direct aan ons vak en aan de veranderingen die op dit moment in de wijngaarden plaatsvinden door de enorme temperatuurstijgingen in combinatie met extreem weer. Iedere keer als je een streek bezoekt, hoor je er over. Onlangs in Alto Adige bijvoorbeeld, waar de wijngaarden inmiddels worden aangeplant tot op 1150 meter hoogte. Of in Bordeaux, waar wijnen van boven de 15% alcohol al lang geen uitzondering meer zijn.

Het was daarom juist goed alles eens goed op een rijtje te zetten. Heel confronterend zelfs. De feiten liegen er niet om. De Rheingau zelf, waar Geisenheim zich bevindt, is een sprekend voorbeeld. Bij een bezoek aan Kloster Eberbach, een wijngoed dat eigendom is van de deelstaat Hessen, kregen we te horen dat in de warmere wijngaarden inmiddels is overgestapt naar de aanplant van cabernet sauvignon. En dat in een streek die befaamd is om zijn grote Rieslings. Een deel van de steile wijngaarden wordt omgebouwd tot terraswijngaarden omdat de erosie tijdens heftige regenbuien anders niet te beteugelen valt. Op een deel van de wijngaarden is irrigatie aangebracht omdat de druiven in de zomer anders te veel waterstress ondervinden. Dit jaar waren er maar liefst vier dagen met temperaturen boven de veertig graden, een nog nooit vertoond fenomeen. Een van de manieren om de warmte in een wijnstreek weer te geven is de Huglin index. Deze is gebaseerd op de gemiddelde temperaturen en de maximale temperaturen tijdens het groeiseizoen. Voor Barossa Valley, een van de warmste wijnstreken ter wereld, bedroeg deze index eind vorige eeuw gemiddeld 2342. In de Rheingau lag deze index voor de jaargang 2018 boven de 2300, dus bijna net zo warm. 2018 was extreem. Maar de trend is dat meer extremen zullen volgen.

De realiteit is hard. Dit soort wijngebieden kunnen we feitelijk niet meer als ‘koele wijngebieden’  beschouwen. De consequentie is simpel. We hebben altijd geleerd dat de mooiste wijnen worden gemaakt met druiven die op een plek staan waar ze nét rijp worden. Daar krijgen ze aroma en mooie zuren door de koude najaarsnachten. Nee dus. In 2018 begon de oogst in de Rheingau al rond midden augustus, net als op Sicilië. Dat is de ongemakkelijke waarheid van de huidige klimaatopwarming. Er staan ons nog veel veranderingen te wachten. Wen er maar aan.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Zucht naar Salon

Eerder schreef ik dat champagne pas champagne is, als er ook echt ‘Champagne’ op staat. Voor sommigen gaat dat nog een stapje verder. Voor hen is champagne pas champagne als er ‘Salon’ op staat. Voor degenen die even de aansluiting missen: het champagnehuis Salon, onderdeel van Laurent-Perrier is maker van een van de meest exclusieve champagnes die op de markt is. Onlangs kwam de 2008 uit, uitsluitend in magnums, waarvan er maar 8000 zijn gemaakt. En die magnums zijn alleen te koop in combinatie met zes flessen van andere jaargangen: twee uit 2007, twee uit 2006 en twee uit 2004. U begrijpt het al, het ultieme collector’s item, waar je duizenden euro’s voor neer moet leggen, als je hem al kunt krijgen.

Voor sommigen is het een bijna ondraaglijk idee, dat je die champagne misschien niet te proeven zou kunnen krijgen. Collega Gert Crum bijvoorbeeld kon zijn teleurstelling hierover onlangs maar moeilijk verbergen. Het heerlijke is dat je dat tegenwoordig op sociale media op de voet kunt volgen. Sterker nog, je komt zomaar terecht in een spannend, tranentrekkend verhaal, bezaaid met cliffhangers.

Het niet proeven van de Salon 2008 begon bij een bezoek van Gert aan importeur Kwast Wijnkopers. Eerst een woord van dank: ‘Martijn Kwast had me uitgenodigd – hij weet hoe belangrijk het voor mij is in verband met het up-to-date houden van de e-book editie van mijn ‘Champagne – The Future Uncorked’ om nieuwe champagnes, nieuwe jaargangen, etc. te proeven. Dank dus Martijn.’

Maar toen volgde de teleurstelling -en ook de onze natuurlijk.We –het proefpanel en ik- leefden mee. ‘Martijn liet me – jammer genoeg – niet de net op de markt gekomen Salon 2008 proeven.’ Wat jammer! Wat een kruideniers daar in Nieuw-Vennep dat ze niet even zo’n magnum 2008 uit zon luxe kist halen en opentrekken! Maar gelukkig was er een herkansing in zicht: ‘Overigens ben ik vrijdag a.s. bij Delamotte-Salon en dus heel benieuwd of ik de Salon 2008 alsnog mag en kan proeven… Het is immers zó belangrijk voor mijn boek. ‘ Oef. Spannend.

Vrijdag zaten we aan het scherm gekluisterd. Hoe zou dit aflopen? Maar, er werd in de facebookpost met geen woord gerept over de Salon 2008. Alleen dit kryptische zinnetje: ‘…daarna snel door naar Delamotte en Salon in Le Mesnil-sur-Oger.’ En een foto van de 2007. Nou ja, iedereen wilde toch écht weten hoe dat nu zat. Ons panellid Udo Göebel, die het op de voet volgde, móest het vragen, want we zaten al dagen in spanning! Het antwoord was een teleurstelling, wederom: ‘Nee, ze maakten die magnum niet open. Het was een fles 2007. Maar wees gerust: over 11 dagen krijg ik de kans Salon 2008 te proeven.’ Pfff. Ondraaglijk. We zitten met zijn allen te duimen dat het gaat lukken. Het is een soort jacht op de heilige graal. Zó belangrijk.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Jean Gautreau (92) overleden

Net toen mijn stukje vorige week op de website werd gezet, bereikte mij het bericht dat Jean Gautreau op 92-jarige leeftijd was overleden. Toch is er reden genoeg om een week later nog aandacht aan dit overlijden te schenken. Want Jean Gautreau, eigenaar van Château Sociando-Mallet, was een bijzondere persoonlijkheid, zeker naar de maatstaven van Bordeaux, waar de meesten de neiging hebben om in de pas te lopen. Jean Gautreau bepaald niet.

Jean Gautreau, eigenaar van Château Sociando-Mallet

Want Bordeaux, de geboortestreek van mijn wijnliefde, kent goedbeschouwd maar weinig écht markante persoonlijkheden. Dat heeft wellicht ook te maken met de heel Franse mentaliteit van deze wijnstreek, zeker van de Médoc, een streek met een eigen sfeer en karakter. Je zegt dingen omfloerst, beleefd, en zeker niet recht voor zijn raap. Gautreau was een uitzondering op deze regel. Er was niets mooiers dan tijdens de week van de primeurs bij hem aan te schuiven op Sociando-Mallet. Je kon daar altijd even lunchen. Jammer dat het in Saint-Seurin de Cadourne ligt, erg ver naar het noorden. Jean Gautreau zat daar dan op zijn ‘praatstoel’, een kruk aan zijn eigen wijnbar, bij de proefglazen. Lekker mopperen op alles wat naar zijn mening ‘fout’ was. En dat was nogal wat.

Zijn belangrijkste klacht gold de classificatie van 1855. Hij vond dat Sociando-Mallet het ‘recht’ had om Grand Cru Classé te zijn. En hij vond ook dat de classificatie aan deze realiteit zou moeten worden aangepast. De heuvel waar dit château op ligt, is inderdaad een voortzetting van de heuvels van Saint-Estèphe. Inclusief uitzicht op de Gironde, zoals alle topchâteaux van de streek. In de tijd van de classificatie van 1855 was dit deel van de Médoc, ver van Bordeaux, nog niet ontwikkeld, en dat is historisch gezien waarschijnlijk de reden dat het château niet werd geklasseerd. Maar dit soort fouten ‘rechtzetten’ is tegenwoordig politiek lastig haalbaar. Gautreau wenste in elk geval geen deel uit te maken van de Crus Bourgeois. Dat was hem te min.

In de tijd dat ik lid was van de Grand Jury Européen toonde de wijn zijn klasse door met zijn 1990 te scoren als beste wijn. Een unieke prestatie, hoewel natuurlijk altijd een momentopname. Kees van Leeuwen, werkzaam bij Cheval Blanc, kon moeilijk geloven dat Sociando 1990 beter scoorde dan Cheval Blanc 1990. We besloten de twee wijnen tijdens een lunch op Cheval Blanc naast elkaar te zetten en we moesten concluderen dat de Sociando 1990 wel degelijk geweldig was, ook toen weer.

Dat is nog opmerkelijker voor wie weet dat ook op het vlak van rendementen Gautreau zich niet graag iets van de regels aantrok. Hij zat in goede jaren altijd aan de limiet van wat geoogst mocht worden, en ging er zelfs overheen. Dat werd gedreigd met het intrekken van de appellation, interesseerde hem niets. Hij vond dat zijn eigen wijn, en hij vond zijn wijn goed genoeg. Hij verkocht hem ook altijd voor goede prijzen, niet veel lager dan sommige goede Grands Crus Classés. Dat deed hem goed.

Het zijn heerlijke herinneringen aan een flamboyante Médocain.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Wijn meer en meer speelbal van politiek

Kent u die grap van het land dat uit de Europese Unie wilde stappen? Het is november, en na jaren van getouwtrek en geruzie is er nog niets gebeurd. Ik heb daar verder overigens geen oordeel over, ik begrijp heel goed hoe moeilijk dit allemaal is. Maar voor wijnboeren is het politieke gekrakeel een stuk lastiger, want het kan ze direct in de portemonnee raken. Als voorbeeld kunnen we denken aan de Champagne die het V.K. als exportmarkt nummer 1 heeft met een afzet van bijna 27 miljoen flessen per jaar. Dan moeten we beseffen dat een harde Brexit, met onmiddellijke invoering van importheffingen, grote consequenties kan hebben. Het goede nieuws is dat de Engelsen niet alleen door moeten gaan met ademhalen, maar ook met wijndrinken. En dat –voor zover ik weet- geen discriminatie plaatsvindt tussen landen en streken. Sterker nog, waarschijnlijk zullen de Engelse autoriteiten de effecten van dit soort situaties proberen te verzachten. Ook consumenten hebben last van invoerheffingen, en consumenten zijn ook kiezers. Gelukkig is een harde Brexit afgewend, en wellicht vallen de importheffingen, als er uiteindelijk een akkoord komt, nog mee.

Anders ligt het bij de Amerikaanse markt. Daar zijn de maatregelen en heffingen een stuk ‘politieker’. Onlangs heeft de wereldhandelsorganisatie de V.S. toegestaan importtarieven op te leggen aan Europese producten vanwege de subsidies aan Airbus. Dit maakte de weg vrij voor importtarieven op veel producten. De V.S. kozen voor het opleggen van een heffing van 25% op onder andere landbouwproducten, vooral, maar niet alleen uit landen waar de Airbus wordt gemaakt. Belangrijke ‘slachtoffers’ zijn Franse wijnen en whiskey. Maar ook Italiaanse kaas, zoals de beroemde Parmezaanse kaas. Gezegd wordt dat gekozen is voor deze producten om het Amerikaanse landbouwers gemakkelijker te maken deze producten te beconcurreren met hun eigen ‘namaak’. Met vliegtuigen hebben deze producten in elk geval niets te maken. Op hun beurt hebben de Amerikanen weer last van de Chinese maatregelen tegen Amerikaanse landbouwproducten. Tja. Wat schieten we hier mee op? Voor Franse wijnboeren is het een hard gelag. Ondertussen rekenen de Italianen zich rijk. Ze verwachten een daling van de export van kaas en sterke drank met 150 miljoen dollar en een stijging van de wijnexport naar de V.S. met 320 miljoen dollar. Een netto groei van 170 miljoen dollar. De een zijn dood, is de ander zijn brood. Maar de wijnsector als geheel schiet weinig op met dit soort handelsbarrières, lijkt me zo. Kijken hoe het straks met de primeurverkopen gaat…

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Wie zoet is krijgt lekkers

Dit weekend kwam het nieuwe artikel binnen van onze trouwe medewerker Kees van Leeuwen, professor te Bordeaux. Altijd bijzonder lezenswaardig. Hij schrijft voor nummer 8 over de oogst van 2019 in Bordeaux. Interessant is de constatering dat de praktijk van chaptaliseren, het toevoegen van suiker aan de most, radicaal is veranderd. ‘Moest er tot 30 jaar geleden flink gechaptaliseerd worden om een decent alcoholpercentage te halen (12 à 12,5%), nu is 14 of zelfs 14,5% alcohol in de wijn heel gewoon.’ Ook constateert hij dat het voor de boeren niet altijd gemakkelijk is zich aan de nieuwe situatie aan te passen.

Dat moeite met aanpassen geldt misschien nog wel meer voor de makers van zoete wijnen in Bordeaux. Het heeft me eigenlijk altijd verbaasd dat het voor makers van zoete wijnen in de streek, met Sauternes voorop, toegestaan was de wijnen te chaptaliseren. Je maakt goede zoete wijn in Bordeaux door concentratie van de druiven door edele rotting. Natuurlijk, je hebt mindere jaren met te veel regen en verdunning. Of te veel droogte waardoor er weinig edele rotting optreedt. Het is natuurlijk moeilijk een lichtere of mindere wijn te maken, zodat ook bij zoete wijnen in het verleden op sommige momenten naar hartenlust werd gechaptaliseerd. Natuurlijk onder het motto de wijnen ‘in evenwicht’ te brengen met een voldoende hoog alcoholgehalte. Maar het klinkt wat vreemd, zoet toevoegen bij zoet, zodat het zoet (en rijk) genoeg wordt. Nou ja, misschien is er ook wel iets voor te zeggen.

Aan deze praktijk kwam een einde toen Frankrijk de regels met ingang van de jaargang 2015 in lijn bracht met de Europese regels, die chaptalisatie van zoete wijnen verbood door toevoeging van suiker of geconcentreerde most. Iets toevoegen om meer zoet/alcohol te krijgen, was voortaan uit den boze. Toch was er nog ruimte om de wijnen te ‘verrijken’, namelijk door ‘méthodes soustractives’, met andere woorden, door water uit de wijn te halen met een daarvoor speciaal gemaakt apparaat, door middel van een vorm van osmose. Dat heeft als voordeel dat je niets hoeft toe te voegen, dus dat lijkt sympathiek.

Toch zijn bepaalde producenten hier helemaal niet blij mee. Als je daar goed over nadenkt, niet helemaal zonder reden. Daniel Sanfourche, president van het syndicat viticole de Loupiac, verwoordt het zo: ‘Machines om water uit de most te halen zijn duur en voor kleine producenten onbetaalbaar. Zeker als je bedenkt dat je ze in goede jaren niet nodig hebt.’ Bovendien, zo is het argument, ‘Je concentreert niet alleen suiker, maar ook afwijkende geurtjes of smaakjes.’ En: ‘Het kan tot gevolg hebben dat producenten niet meer wachten op goede botrytis, maar eerder gaan plukken, dan concentreren, zodat het karakter van edele rotting naar de achtergrond verdwijnt.’ Geen gek argument, welbeschouwd.

Reden voor Loupiac, gesteund door Monbazillac, de zoete wijn uit de Dordogne, de Franse Raad van State (Conseil d’État) te verzoeken chaptalisatie weer toe te staan. Inmiddels is hierover een uitspraak gedaan: de Europese regels laten niet toe om zoete (witte) wijnen te chaptaliseren. Het mag niet zo zijn. Niet zo erg, denk ik. Laten de producenten van botrytiswijnen in Bordeaux maar teruggaan naar de essentie: wijnen maken zoals de wijngaard ze brengt, dus zonder enige vorm van toevoeging van suiker of concentratie. Er is een club van wijnboeren, de association Sapros, die stelt dat dit de enige manier is om het terroir te laten spreken. Zo krijg je authentiek zoet. Dat die het ene jaar lichter is dan het andere: het zij zo. Laat de wijndrinker er maar aan wennen.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Cava is geen Champagne

Een van mijn favoriete televisieprogramma’s is de Rijdende rechter. Heerlijk, al die ruzies en conflicten, die dan uiteindelijk op de televisie door een heuse rechter beslecht worden. Met soms verrassende uitspraken. Onlangs zag ik een uitzending voorbijkomen waarin een sluwe begrafenisondernemer consumenten die zochten op de zoekterm ‘Dela’ naar een webadvertentie van zijn begrafenisbedrijf sluisde. Hij betaalde de firma Google zo’n € 50.000 tot € 60.000 (!) per maand voor deze doorlink. De klacht was dat de consument het idee kreeg met Dela zaken te doen, maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Omdat bij de naam van de onderneming of bij het verdere contact geen gebruik werd gemaakt van de naam Dela, achtte de rijdende rechter dit geoorloofd, en dus niet misleidend.

Ik moest hieraan denken toen er een mailtje in mijn brievenbus viel van de dames Astrid en Thérèse. ‘We schreven onlangs al dat we onze etiketten aan het opfrissen zijn. We zijn net terug uit Penedès in Spanje, waar we bij de wijnboer het vernieuwde etiket van onze Cava zagen! (…) Wij vinden de fles weer helemaal 2019 en uiteraard is de inhoud ongewijzigd heerlijk. Als wij hem op een proeverij schenken, denkt iedereen dat het Champagne is. We zijn er dan ook erg trots op en we willen je graag mee laten genieten. Daarom mag je dit weekend onze  ‘Spaanse Champagne’ bestellen voor maar €8,95 per fles i.p.v. €9,95. Proef de mooie zachte mousse en de volle smaak van fris en rijp fruit zoals appel, banaan en meloen. Helemaal de kwaliteit van Champagne, maar dan natuurlijk stukken voordeliger.’ Tja. Het mag allemaal vast wel, maar waarom moet je je Cava toch zo nodig met Champagne vergelijken? De druiven, macabeo, parellada en xarel.lo, en ook het klimaat, zijn volledig anders. Ach, ik hoef het u niet uit te leggen. Champagne is alleen Champagne als er Champagne op staat.

De dames zijn schatplichtig aan de aloude Wijnbeurs. Al zo’n veertig jaar geleden stuurde dat bedrijf mailings rond waarin zijn ordinaire Côtes du Rhône werd aangeprezen als Châteauneuf-du-Pape. Of een wijn uit de Languedoc als een soort Grand Cru Classé uit de Bordeaux. Ach, dat waren nog eens tijden. Ik word er acuut nostalgisch van.

Nou ja, als ik eerlijk ben vind ik het jammer dat wijn moet worden aangeprezen door gebruik te maken van een beroemde wijn waar hij in de verte misschien op lijkt. Wijn moet staan voor de eigen regio en de eigen druiven. En de tijd dat Cava nog Champaña mocht worden genoemd, ligt inmiddels ver achter ons.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Albert Heijn – wijnmarkt is nog geen foire au vin

Sinds jaar en dag stunten Franse supermarkten in het najaar met bijzondere wijnen op hun foires aux vins. Maar met het verbod op prijsverlagingen met meer dan een derde en het matige vertrouwen van de Fransen in hun economie, blijven de verkopen dit jaar zo’n 15-20% achter. Maar de omstandigheden om uit te pakken met grote wijnen zijn hier minder gunstig. Toch zijn er op de wijnmarkt van Albert Heijn, die het fenomeen sinds een jaar of tien ook in Nederland op de kaart te zette, een aantal leuke wijnen te vinden.

Met een paar collega-wijnjournalisten kregen we onlangs een voorproefje van de wijnen die tijdens de inmiddels begonnen herfstwijnmarkt worden aangeboden. En we kregen te horen waarom het fenomeen wijnmarkt hier zoveel kleinschaliger is dan in Frankrijk. Eerlijk gezegd vond ik het vrij schokkend dat een van de redenen is dat chiquere wijnen heel gevoelig zijn voor diefstal. Vooral duurdere Bordeaux en Champagnes worden blijkbaar graag onbetaald mee de winkel uit genomen. Deze gevoeligheid voor diefstal zorgt er voor dat duurdere Bordeaux alleen nog online te koop zijn. Bizar eigenlijk.

Maar wellicht de belangrijkste reden blijft waarschijnlijk toch wel dat we dure wijnen hier wel willen stelen, maar er niet graag veel voor willen betalen. Albert Heijn ziet grofweg twee typen wijnkopers. ‘Prijskopers’ die een wijn zoeken tot € 4 en ‘kwaliteitskopers’, die bereid zijn meer dan € 5 per fles uit te geven. ‘Je moet qua prijs met beide benen op de grond blijven staan. Een gezin van vier personen geeft voor een dagelijkse maaltijd € 7,80 uit. Dus minder dan € 2 per persoon. Dan kun je niet verwachten dat daar een dure fles wijn naast wordt gezet. De kunst is voor ons om de pareltjes in het assortiment, de mooiere wijnen, onder de aandacht van de wijndrinker te brengen. Dat blijft een uitdaging’, aldus het inkoopteam.

Maar dan nog ligt de grens in de winkel op zo’n € 12 tot € 13, tot maximaal € 15. Daar sluit deze wijnmarkt uiteraard naadloos op aan. Het team ging bij bestaande leveranciers op zoek naar leuke vondsten, omdat een nieuwe leverancier alleen voor de wijnmarkt een beetje lastig is. Met in het achterhoofd dat het om flessen gaat waar de consumenten blij worden als ze er een van kopen op de wijnmarkt.

Wat opvalt in de proeverij is dat de wijndrinker vooral moet worden ‘gelokt’ met bekende namen. Dat kan een druif zijn, zoals sauvignon blanc of chardonnay. Maar ook een bekend wijngebied kan een troef zijn, wat dan groot op het etiket staat, zoals Chablis of Pouilly-Fumé. In dat geval is de naam van de producent van weinig belang, en die staat ook met heel kleine lettertjes vermeld.

Voor dit soort bekende appellations betaal je vaak extra. De Pouilly-Fumé is braaf en keurig, maar voor € 12,99 wat mij betreft nog te duur. Dat geldt niet voor de Chablis 2017 van de lokale coöperatie. Voor € 9,99 heb je daar een prima glas Chardonnay voor, rijp en zacht, mooi mild. Vooral met minder bekende wijnen ben je eigenlijk goed af, omdat ze meer het resultaat zijn van het speurwerk naar iets leuks. Zoals de rode en de witte Vent del Mar uit Terra Alta, Spanje. Met name de Garnacha blanca 2018 voor € 6,99 is verrassend. Ook een prima vondst is de eenvoudige Sauvignon blanc uit de Côtes de Gascogne van Claire Patelin, voor € 4,99. Lekker ongecompliceerd. Een goede Amarone verkopen voor € 12,99 is dan weer een brug te ver. Dat gaat kennelijk niet voor die prijs. De Barbera d’Asti Duca di Aleramo uit 2018 is dan gewoon een leukere wijn. Maar hét koopje is voor mij toch wel de Marqués de Casa Concha Chardonnay 2017 van Concha y Toro uit Limarí, een koel gebied met kalkhoudende ondergronden aan de Pacific. Je moet niets tegen Chardonnay op hout hebben, maar dit is voor € 9,99 een heerlijk glas, met toast en boter, maar ook goede zuren. Dan wordt die herfstwijnmarkt op zijn Hollands toch weer leuk.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Nederland spreekt een woordje mee

Afgelopen maandag, 30 september, overleed Ben Pon op 82-jarige leeftijd. Hij werd, met de Formule 1 op Zandvoort in aantocht, door vele media herdacht als autocoureur en Porsche-importeur. Maar voor wijnliefhebbers was Ben Pon de eigenaar van Bernardus Winery, een wijnbedrijf in Carmel Valley, landinwaarts bij het Californische stadje Monterey. Carmel Valley is als AVA ook een onderdeel van Monterey County. Het overlijden van zo’n markante persoon brengt ook allerlei mooie herinneringen naar boven. Ik ontmoette Ben Pon ooit bij een proeverij in Nederland, en sprak af dat ik zijn bedrijf een keer zou bezoeken. Dat deed ik uiteindelijk eind 2002, en dat was een bijzondere belevenis. Zeker het verblijf in de prachtige Bernardus Lodge zal ik niet snel vergeten.

Ben Pon was een aimabele persoonlijkheid, en in feite een visionair als Nederlandse wijnbouwer. Hij was de auto’s gewoon zat en begon met zijn winery in 1988. In dat opzicht mag je hem dus een voorloper noemen. Destijds waren er nog niet zoveel Nederlanders in het buitenland actief met een eigen wijnbedrijf. Ook in andere opzichten had hij een vooruitziende blik. Hij snapte dat een mooi hotel en een goed restaurant een ideale aanvulling zouden zijn op een wijnbedrijf. Daarmee trok hij rijke Amerikanen uit het nabijgelegen Silicon Valley naar zijn wijnbedrijf. Tegenwoordig is dit gemeengoed bij veel Californische wijnbedrijven. Hij begon met het maken van succesvolle Chardonnay, maar toen Sauvignon blanc populair werd, kwam er ook meer Sauvignon blanc. En natuurlijk Pinot noir, nog altijd de favoriete druif van veel Amerikanen, die het hier uitstekend doet, door de koele invloed van de Pacific.

Dit verhaal sluit ook mooi aan bij een vraag die ik van een lezer kreeg over Nederlandse en Belgische wijnboeren in den vreemde. ‘Welke Nederlanders en Belgen hebben een wijngaard in het buitenland en zijn de moeite waard om te bezoeken?’ In alle eerlijkheid is deze vraag niet zo goed te beantwoorden. In navolging van Ben Pon zijn tegenwoordig overal ter wereld wijnmakers uit de Lage Landen te vinden. Eigenlijk gewoon te veel om op te noemen. Ooit speelden we met de gedachte om er een serie van te maken, en er een aantal te bezoeken, maar dat was in de praktijk lastig uitvoerbaar. Je reist niet zomaar even naar het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland om het bedrijf van Staete Landt van de familie Maasdam te bezoeken.

Het gemakkelijkst te bezoeken zijn de vele Nederlanders met een wijngaard in Frankrijk. Overigens is het meestal nodig eerst een afspraak te maken. Onderstaand een paar voorbeelden; het is maar een greep. Het is ook goed om eens van een landgenoot te horen dat wijnboeren niet alleen maar romantisch is…

  • Domaine de la Marotte in de Ventoux, met gîtes, van de familie Van Dijkman
  • Domaine de l’Amaurigue in de Provence, van de familie De Groot (leuk, een naamgenoot)
  • Terre des Dames in de Languedoc, van Lidewij van Wilgen
  • Château Rives Blanque in de Limoux, van Jan Panman
  • Château du Tertre in Margaux, familie Albada Jelgersma, heeft zelfs een bed & breakfast.

Nog leuke suggesties? Laat het weten.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Ingrediënten vermelden of niet

Het is natuurlijk mooi om vragen van lezers te krijgen voor het schrijven van mijn overpeinzingen op de maandagochtend. Soms is het antwoord lastig, of niet eenduidig. Of gewoon nogal ingewikkeld. Dat geldt voor de volgende vraag, waar ik al een tijdje tegenaan zat te kijken: ‘Als biologische wijndrinker zou ik graag uw mening willen over een ingrediëntenlijst achterop het wijnlabel.’ Waarschijnlijk gaat het om een vragensteller die biologische wijnen drinkt. Ik kan me overigens voorstellen dat degenen die geen biologische wijnen drinken, ook best nieuwsgierig zijn naar de ingrediënten. En nog meer kan ik me voorstellen dat veganisten graag willen weten of er dierlijke ingrediënten aan de wijn te pas zijn gekomen. Helaas voor alle nieuwsgierigen: wijn is van deze verplichting vooralsnog vrijgesteld. Voor zover ik kan nagaan zelfs alle alcoholische producten met meer dan 1,2% alcohol. Ik heb in een verleden al eens gepleit voor deze verplichting, maar tegelijk begrijp ik dat het lastig is. Op dit moment moeten alleen allergenen worden vermeld, zodat we alleen op het etiket zien staan dat een wijn ‘sulfieten’ bevat. Sulfiet kan bij daarvoor gevoelige personen ernstige reacties veroorzaken, vandaar.

Het is goed te beseffen dat bij het maken van wijn gauw zo’n zestigtal stoffen mag worden toegevoegd. Waarbij het overigens vaak gaat om stoffen die van nature ook al in wijn zitten, zoals tannine, suikers, allerlei zuren, gisten en enzymen. Wat overigens niet wil zeggen dat al deze stoffen nog in het eindproduct zitten. Zuren en tannine uiteraard wel, maar gisten bijvoorbeeld niet. De (dode) gistcellen worden met de klaring van de wijn er weer uit ‘gefilterd’. Ook voor de klaring mogen weer allerlei stoffen worden gebruikt, zoals eiwit van ei, gelatine, bentoniet (een soort klei) enzovoort. Ook mogen wijnen ontkleurd worden met actieve koolstoffen, om ze mooi ‘wit’ te krijgen. Om de wijn te ontzuren, mogen ook allerlei stoffen worden gebruikt. Ook mogen bacteriën worden toegevoegd om de appelmelkzure gisting tot stand te brengen. Maar ook deze zijn niet in de uiteindelijke wijn terug te vinden.

Ik kan nog wel even doorgaan. De conclusie moet zijn dat het erg complex is. En dat alles wat is toegevoegd, niet per definitie in de fles terug te vinden is. Gezien de heftige reacties die sulfiet bij deze en gene oproept -ook bij degenen die er niet allergisch voor zijn- mag je vermoeden dat vermelding van alle ingrediënten tot nog veel meer verwarring zal leiden. Dus dat het niet hoeft te worden vermeld, valt ergens wel te billijken. Voor veganisten ligt het overigens nog complexer. Want die mogen zelfs bepaalde biodynamische wijnen niet drinken, omdat de wijngaard door een paard is geploegd. En dat hoeft écht nooit op het etiket te worden vermeld…

Op- of aanmerkingen? Laat het weten.

Ronald de Groot

 

Aanvulling Jules Nijst:

Niet “omdat de wijngaard door een paard is geploegd”, de regels van de biodynamie schrijven dat niet voor.
Maar wél omdat er verplicht (…) dierlijke preparaten worden uitgebracht in de wijngaard, zoals een thee van eikenschors dat eerst heeft liggen rotten in een koeienschedel of extract van kamillebloemen die overwinterden in de dunne darm van een koe. Tja.

1 2 3 55
Page 1 of 55