Columns Archives - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen op maandag: Andere tijden

Een van de weinige pleziertjes in deze tijd die een mens nog heeft, is de mogelijkheid vrienden te ontvangen en samen lekker te eten en mooie wijnen te drinken. Je mag zelfs weer drie mensen ontvangen, dus twee is helemaal prima. Wel aan een lange tafel natuurlijk, op anderhalve meter afstand. Heel keurig dus.

Het is fijn om even in de kelder te duiken om bijzondere flessen te zoeken. Goede wijn komt tegenwoordig van overal, maar op zo’n avond is het verleidelijk wat ‘klassieks’ op te diepen. We begonnen met een oude Champagne uit 1996, ooit een topjaar en wonderbaarlijk genoeg nog steeds goed drinkbaar. Dit soort oude champagnes heeft niet veel ‘prik’ meer, het wordt meer een bedaagde witte wijn met een tinteling. Maar als je het kunt waarderen, is het ook echt bijzonder.

Op zo’n avond moeten we toch concluderen dat de frisheid van een jonge rode Bordeaux of een fijne Barolo moeilijk te evenaren blijft. Vreemd eigenlijk. Je zou denken dat de klimaatopwarming zou leiden tot ‘warmere’ en minder spannende wijnen. Toch lijkt dat niet automatisch te gebeuren. De gedachten gaan nog even terug naar de jaren negentig, naar aanleiding van de oude champagne. De klimaatopwarming was nog maar nét begonnen en het aantal goede jaren in de klassieke wijnstreken was op één hand te tellen. Voor de champagne was 1996 na 1990 met 1995 de eerste goede jaargang van het decennium. Ook in Bordeaux waren ’95 en ’96 vrij goede jaren, maar naast ’98 en ’99 voor sommige wijnen was het geen groots decennium. In ’97 werden veel wijnen geplaagd door dat typische ‘paprika’-geurtje, veroorzaakt door pyrazine, de geur van onrijpe druiven. Dat zijn we sindsdien niet meer in die mate tegengekomen.

De realiteit is dat de warmere decennia daarna gewoon betere jaren en betere wijnen hebben opgeleverd. Voor de klassieke streken was het in het verleden vaak knokken om rijpe druiven te oogsten, en nu is het misschien knokken om geen overrijpe druiven te oogsten. Maar dat lukt meestal prima. Een belangrijke verandering is misschien vooral dat -anders dan vroeger-  de warmste jaren niet meer de beste jaren zijn. Hete jaargangen als 2000, 2003 of 2009 zijn de ‘mindere’ jaren van tegenwoordig. Eigenlijk de omgekeerde wereld. Je moet er even aan wennen, dat wel. Maar de paar absolute topjaren – in Bordeaux 2010 en 2016 – liegen niet. Waarmee ik overigens helemaal niet wil zeggen dat klimaatverandering niet bedreigend zou zijn – want dat is het op lange termijn zeker wel.

Maar op de korte termijn is het effect op de wijnen in niet te warme jaren positief. Onze Barolo uit 2015 was misschien niet zo getypeerd, wat voller en rijker dan we gewend waren. Maar het betekent ook dat dit soort Barolo’s – en ook jonge Bordeaux – veel jonger kunnen worden gedronken. Leve de ongeduldigen – inclusief wijzelf. Een vreemde, en eigenlijk nogal ongemakkelijke waarheid.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Vooroordelen

Lastige tijd, deze COVID-periode. Zelfs ‘gewoon’ je verjaardag vieren is er niet bij. Nou ja, je mag twee personen per keer ontvangen, dus als je een beetje familie en kinderen hebt, en nog wat vrienden, dan ben je behoorlijk lang bezig met vieren. Maar ach, we ploeteren voort, en blijven vooral ook voorzichtig, want het gaat niet alleen om regels, maar ook om je gezondheid. Maar je wilt toch wel ook iedereen graag even zien.

Heerlijk om even bij te praten, over van alles en nog wat. Over wijn natuurlijk, maar niet alleen maar over wijn, uiteraard. Toch is er altijd wel die kleine neiging om het allemaal nog even uit te leggen. Bijvoorbeeld als er wijn uit de kelder komt waar een, laten we zeggen, klein vooroordeel tegen bestaat. Dat gebeurde onlangs met Chardonnay. ‘Hm’, was de reactie. ‘Ik houd niet zo van Chardonnay, en zeker niet van houtgerijpte Chardonnay.’ Dat vraagt om een vriendelijk commentaar, laten we maar zeggen. Ondertussen schonk ik een glas Blanc de Blancs champagne in. ‘Lekker, heerlijk zo’n fijn glas champagne.’ Ik was het er roerend mee eens. En een leuk inkoppertje. ‘Zo zie je maar. 100% chardonnay, een basiswijn die op hout werd gerijpt, en toch heel lekker.’ Ach, het is een uitvloeisel van het idee dat vaak wordt gedacht dat alle ‘Merlot’, ‘Chardonnay’ of wat voor wijn van welke druif dan ook zo’n beetje hetzelfde karakter heeft. Het is allemaal niet zo erg, het is gewoon dat op zo’n moment die onverbeterlijke betweter in mij weer even de kop opsteekt.

Maar uiteindelijk zette het commentaar me wel aan het denken. Vooral ook omdat ik het niet voor de eerste keer hoorde. Als groot liefhebber van mooie witte Bourgognes kon ik het ook niet helemaal vatten. Toevallig zat ik van de week te genieten van een glas Jordan Nine Yards Chardonnay uit Stellenbosch. Een geweldige wijn, een van de wijnen die goed scoorden bij de proeverijen van onze komende koopgids. Maar ook het prototype van zo’n vette en houtgerijpte Chardonnay dat in sommige kringen zo’n afschuw oproept.

Maar wie kan mij nu eens uitleggen wat er mis is met dit ‘ouderwetse’ type houtgerijpte Chardonnay? Waarom moeten dit soort wijnen toch altijd aan modetrends onderhevig zijn? Elke wijnmaker die je het vraagt, verzekert je dat chardonnay en hout dikke vrienden zijn. In balans, uiteraard, want een dunne Chardonnay met veel hout is zinloos.  Nu zijn er wijnmakers in streken als Stellenbosch en in koele streken van Australië die krampachtig proberen om lichte, frisse ‘unwooded’ Chardonnays te maken om maar aan deze vloek te ontsnappen. Of die in arren moede hun chardonnay maar rooien, omdat hippe sommeliers hun vette Chardonnays niet blieven.  Mag ik even op de reset-knop drukken? Leve de rijke en krachtige, houtgerijpte Chardonnay. Ik hoop nog lang van je te genieten.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Droom verder Corpinnat

Het eind van het jaar betekent hier altijd het proeven van veel mousserende wijnen. Nu ben ik een groot liefhebber van mooie mousserende wijnen, maar het blijft natuurlijk toch ‘werk’. De notities zijn bestemd voor nummer 8 van Perswijn, en daarnaast voor onze jaarlijkse koopgids.

Na het proeven volgt het schrijven van de bijbehorende teksten, zoals die voor de winnaars van de koopgids, die bij nummer 8 zal verschijnen. Nu was het me bij het proeven al opgevallen dat we een Cava proefden met daarop groot aangegeven de aanduiding ‘Corpinnat’. Aanvankelijk dacht ik dat het de naam van de cuvée was -excuses voor mijn onwetendheid. Op het moment dat ik later een andere Cava met dezelfde aanduiding zag, viel het kwartje. Dus even opzoeken. Onze redacteur Magda van der Rijst had het vorig jaar zelfs al uitgebreid uitgelegd.  Het gaat hier om een merknaam van een clubje uitgetreden Cava-huizen. Dus het was dus ook helemaal geen Cava, wat ik proefde, maar ‘Vino Espumoso de Calidad’. Het clubje van een tiental boze boeren had Cava met slaande deuren verlaten, vanwege de matige kwaliteit van de concurrentie. Tja. En is ‘Vino Espumoso de Calidad’ dan de aanduiding die wél kwaliteit garandeert? Nou, ik dacht het niet. Dat hoeft niet eens met een tweede gisting op fles te worden gemaakt.

Nu snap ik best wel dat de garantie van de kwaliteit besloten ligt in het merk ‘Corpinnat’, dat volgens de leden op hun website een ‘collectief Europees merk’ is om ‘mousserende wijnen van grote klasse, gemaakt in het hart van de Penedès’ op de kaart te zetten. Tjonge jonge, wat moet een mens hier mee? Het doet me sterk denken aan het streven van Catalunya om zich af te scheiden van Spanje, waarna een schitterende toekomst wacht als onafhankelijk land. Dream on, zou ik zeggen.

Het gaat om allemaal topproducenten die hun wijn toch wel verkopen, wat voor herkomstbenaming er ook op de fles staat. Hun eigen merk staat als een huis. En wat ‘Corpinnat’ betekent, zal de koper verder een worst wezen, lijkt me zo, als ik het oneerbiedig mag zeggen. Ondertussen probeert de consejo van de Cava D.O. de weglopers te lijmen met nieuwe wetgeving, met onder andere de invoering van de aanduiding ‘Cava de Guarda Superior’. Hé, deze categorie moet minimaal 18 maanden op fles rijpen, toevallig net zo lang als de minimale flesrijping voor Corpinnat. En ook wordt de mogelijkheid gegeven specifieke herkomstbenamingen te koppelen aan de D.O. Cava, zoals Valls d’Anoia-Foix, Serra de Mar, Conca del Gaià, Serra de Prades en Pla de Ponent. Deze wetgeving moet in 2021 van kracht worden. Zo zou je echte ‘terroir’-Cava kunnen maken. Zouden wijndrinkers hier echt op zitten te wachten? Zullen de uitgetreden producenten weer terugkeren op het Cava-honk? Ik waag het te betwijfelen. Wat rest, is zinloze onenigheid en opperste verwarring.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Politiek doorkruist wereldwijnhandel

Deze overpeinzingen zijn voor mij geen plek om over politiek te discussiëren. Bovendien zijn er al zat columnisten die graag over politiek schrijven en zich vol overgave in allerlei polemieken over politiek storten. Dat is ook heel verleidelijk. Ik moet toegeven dat ook door mij met spanning wordt uitgekeken naar de Amerikaanse verkiezingen deze week. Niet alleen vanwege uitslag, maar vooral ook met verbazing over het gehanteerde systeem. Je kunt daar vijf procent minder stemmen halen en toch zomaar de verkiezingen winnen, laten we maar zeggen. In mijn ogen een tikje bizar. Gelukkig leef ik in Nederland.

Uiteindelijk gaat op deze plek natuurlijk altijd over de wijn. Maar vreemd genoeg -en daarom schrijf ik er hier over- lijkt het er op dat wijn en andere landbouwproducten de afgelopen jaren steeds meer in politiek vaarwater terecht zijn gekomen. Wijn is bij uitstek een product dat decennialang heeft geprofiteerd van een relatief vrije wereldhandel. En het lijkt er op dat het tij inmiddels is gekeerd. En dat het beschermen van de ‘eigen’ markt meer en meer oprukt.

In die zin ben ik ook niet zo optimistisch over de Amerikaanse situatie. Wie er ook wint, Biden of Trump, ik denk niet dat je kunt verwachten dat de V.S. weer helemaal terugkeren naar vrijhandel. Ook een president Biden zal onder druk staan om handelsbarrières te laten bestaan om de eigen landbouw te beschermen, zo lijkt me. Zoals vroeger zal het niet gauw meer worden.

Zo zien we landen zich meer en meer ‘terugtrekken’ van internationale handel en samenwerking. Brexit is ook zo’n voorbeeld. Met het naderen van de deadlines, of liever het overschrijden daarvan, wordt een no-deal-Brexit steeds waarschijnlijker. Voor de Australische wijnbouw maakt het al niet meer uit. Engeland bottelt al jaren grote hoeveelheden Australische bulkwijn en deze wijn is per schip al onderweg naar zijn bestemming. En 80% van de Australische bulkwijn die naar Engeland gaat, wordt vervolgens doorverkocht naar Europa. De open markt is dood -leve de open markt. Tot nu toe konden deze wijnen met exact hetzelfde label worden verkocht in het V.K. als in Europa. Maar vanaf 1 januari mag dat niet meer. Bij wijn van buiten Europa dient het etiket een EU-importeur te vermelden. Omgekeerd geldt dat straks ook voor Europese wijn die naar Engeland wordt geëxporteerd. Al wordt verwacht dat de Britse regering in dat geval nog wel uitstel zal verlenen. Dat is in het eigen belang. Maar van de EU hoeft dat niet te worden verwacht. En tot op de dag van vandaag is niet duidelijk of een deal, waarin de zaken netjes geregeld zullen worden, er komt of niet. Zo wordt de vrije handel de nek omgedraaid.

En zo stapelen de handelsbelemmeringen zich op. Als Erdoğan boos is op Macron, dan roept hij op om Franse producten te boycotten. Als China vindt dat Australië niet mag vragen om een onderzoek naar de herkomst van COVID, dan legt het de Australische wijnproducenten importbeperkingen op. Enzovoort. Een land als Australië, dat veel van zijn wijn exporteert en probeert met iedereen vrijhandelsverdragen te sluiten, is een van de grote slachtoffers. Tel de COVID-crises daar bij op, en we moeten constateren dat de wereldwijnmarkt er de afgelopen tijd niet vrolijker op is geworden. Mede door de politiek -helaas.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: De oogst in binnen… wat nu?

Spanje aan de telefoon. De oogst is binnen, zo’n week geleden de laatste druiven geplukt. De hoeveelheden zijn helemaal goed. De kwaliteit ook. Nou ja, dat geldt in elk geval voor de regio waar ik over spreek, in dit geval Cariñena, waar Louis Geirnaerdt (Axialvinos) een van zijn bodega’s heeft. Maar ook de omliggende gebieden hebben dit jaar goed geboerd. Meer hierover in het overzicht van de nieuwe oogst van 2020 in #8 van dit jaar.

Columns

Overpeinzingen op maandag: Klem

Kortgeleden startte het derde seizoen van de TV-serie Klem, begreep ik. Ik had nog niet de rust ernaar te kijken, maar ik hoorde dat het minder spannend zou zijn dan het eerste seizoen -die was inderdaad spannend. Maar de titel sprak me wel aan. Want de huidige tijd voelt alsof iedereen flink ‘klem’ zit. Wij in elk geval wel. Even niet naar Frankrijk, hoewel dat eigenlijk wel was gepland. Je kunt er over twisten of het een ‘noodzakelijke’ reis is, met ons proefwerk daar ter plekke. Maar in deze situatie voelt het niet goed, zelfs al verplaats je je met de auto.

Overigens heb ik tot nu toe veel geluk gehad. We –Lars Daniëls en ik- zijn begin september nog net op reis geweest naar Oostenrijk, om te kunnen schrijven over proeverijen en wijngebieden daar. En van de zomer kon ik nog naar Castillon voordat het departement Gironde oranje kleurde. Het is en blijft puzzelen en werken met de juiste timing, omdat we nu eenmaal ook in de wijngaarden moeten staan en met producenten willen praten -en niet alleen via Zoom, want dat is niet hetzelfde.

Toch was het schrappen van deze laatste trip van het jaar hier aan de Middenweg nog wel even onderwerp van discussie. Want in de covid-regels zit ook iets paradoxaals, zoals de afgelopen tijd steeds meer blijkt. Als we van Amsterdam naar Saint-Chinian rijden, dan komen we terecht op een plek waar nauwelijks besmettingen zijn. En zeker veel minder dan in Amsterdam. Toch legt Frankrijk de reizigers geen beperkingen op, anders dan Duitsland. Maar bij terugkomst naar het vuurrood gekleurde Amsterdam zouden we dan tien dagen in quarantaine moeten gaan. Dat voelt eerlijk gezegd nogal krom. In feite de omgekeerde wereld.

Ik kan me dan ook goed voorstellen dat de horeca, en met name restaurants, niet vrolijk wordt van het laatste pakket maatregelen. Natuurlijk voel ik me ook verbonden met de horeca, dus misschien ben ik bevooroordeeld. Maar als je leest -zoals De Volkskrant afgelopen zaterdag schreef- dat de GGD’s de afgelopen week 959 besmettingen rapporteerden die waren gerelateerd aan de werkvloer, tegen slechts 130 in de horeca, dan gaat er toch iets fout. Zelfs de sportclubs scoorden hoger, met 237 gevallen. Maar die mogen open blijven -dank u, Arie Boomsma, goed gelobbyd. En dan mogen hotels hun restaurants wél openhouden. Hoe is dit uit te leggen? Natuurlijk begrijp ik dat het moeilijk is om de juiste maatregelen te nemen, en ik begrijp dat er iets moet gebeuren. Ik ben niet van de virusontkenning. Maar het nemen van de juiste maatregelen lijkt me belangrijk voor het creëren van draagvlak.

En laten we eerlijk zijn, veel restaurants hebben zich enorm ingespannen om aan alle regels te voldoen. En dan dit. Nogal wat bedrijven staat het water al aan de lippen, dus het zal voor velen waarschijnlijk niet goed aflopen. Nee, als er een sector klem zit, dan is het wel de horeca, naast natuurlijk de culturele sector. Ik benijd de restaurants niet. Ik hoop dat ze snel weer open kunnen.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Never a dull moment

Zo, dat was het laatste weekend voor de deadline van #7. Even de puntjes op de i zetten, de laatste pagina’s vullen en zorgen dat alles weer klopt. Genoeg te doen, altijd weer. Echt rustig is het nooit, maar er is ook geen stress. En er is ook altijd weer tijd voor iets onverwachts. Zaterdag komt er een mailtje van Kariem Hamed, van Le Vineur, een enthousiaste importeur die zelf ook gewoon een echte liefhebber is. ‘Hi Ronald, volgens mij ben jij wel een fan van witte Bordeaux toch? Ik heb vanmiddag een online tasting met 6 witte Carbonnieux uit 6 verschillende decennia.’ De aanhef is niet helemaal goed. Ik krijg niet zo graag het etiket ‘fan van witte Bordeaux’ opgeplakt. In de eerste plaats heb ik al vaker geschreven dat witte Bordeaux vaak prijzig is en zich eigenlijk maar zelden kan meten met witte topwijnen uit de Bourgogne. Bovendien weet ik misschien bovengemiddeld veel van Bordeaux, omdat ik er vaak kom voor m’n werk, maar ik ben toch vooral fan van goede wijnen van overal. En als ik al fan ben van goede Bordeaux, dan toch vooral van rode Bordeaux.

Maar dat was natuurlijk allemaal geen reden om de uitnodiging te weigeren. Domweg omdat het interessant is oude Bordeaux (of andere wijnen) te proeven en te kijken hoe de wijnen zich hebben ontwikkeld.  En een serie witte Carbonnieux met de jaargangen 2010, 2007, 1990, 1982, 1971 en 1966 is natuurlijk altijd interessant.

We wisten niet welk monster welke jaargang was. Altijd leuk, en lastig te raden, mede door mogelijke flesvariatie. Uiteindelijk bleek van de drie jongste jaren de 2007 op dit moment het meest aantrekkelijk. Nog altijd jeugdig, expressief en geurig, met diepgang en goede zuren. In dit soort jaren lijdt wit altijd onder de reputatie van rood, en voor rode Bordeaux was 2007 een minder jaar -vandaar de slecht naam. Ik schreef na de primeurproeverij in 2008 in Bordeaux al het volgende: ‘Wat voor rood een nadeel was, bleek –zoals vaker- een zegen voor wit. Koel weer en ongelijke rijping van de druiven leverde aromatische druiven op met de nodige frisheid en zuren. Een groot voordeel voor zowel droog als zoet. Droog is dan ook zonder meer van hoog niveau: fris, krachtig en aromatisch.’ 2010 is het omgekeerde. Heel goed voor rood, maar niet direct top voor wit. Een jaar waarin de alcoholgehaltes hoog waren, en voor wit is dat lastig. De 2010 toonde zich nu gesloten, maar ik denk toch dat hij zuren genoeg heeft voor een verdere rijping. 1990 was juist heel goed en verrassend mooi gerijpt, een fraaie witte wijn. Van de oudere wijnen was 1971 een openbaring, nog altijd prachtig in conditie. De 1966 was erg ver gerijpt en niet zo interessant meer. De 1982 was goed, ondanks een vleugje maderisatie.

De –niet zo verrassende- conclusie is dat Bordeaux wit van niveau beter is in de koelere jaren en minder in de warme jaren, die vanwege de rode wijnen een grote naam hebben. Een tweede conclusie is dat dit soort witte wijnen lang kunnen rijpen, veel langer dan menigeen denkt. Met dank aan de sémillon, onderdeel van de blend. Vorig jaar proefde ik ook al een paar witte Pessac-Leógnan uit 1990, en ook die waren fraai, ondanks hun dertig jaar. Kijk, en daar is witte Bourgogne nu weer niet zo goed in -uitzonderingen daargelaten. Ik heb heel wat geoxideerde witte Bourgognes geproefd. Een interessante proeverij, ook voor degenen die geen fan zijn van witte Bordeaux…

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Ik geloof niet in feiten

Als je de praatprogramma’s een beetje volgt, dan is er veel om je te vermaken. Of om je druk over te maken -het is maar hoe je het bekijkt. Zo werd onlangs in Op1 een korte video vertoond van iemand die boudweg zei ‘Ik geloof niet in feiten’. Nu zal deze persoon niet de enige zijn, maar voor velen zijn er dan nog altijd ‘alternatieve’ feiten om in te geloven. Voor deze persoon blijkbaar niet.

Maar ik heb slecht nieuws: om sommige feiten kunnen we maar moeilijk heen. Zo zijn er mensen die niet geloven in klimaatverandering. Maar de feiten, sorry, wijzen toch in die richting. In onze artikelen schrijven we er vaak over, want het heeft voor de wijnbouw grote consequenties. Meestal speelt dit op langere termijn. Maar soms is de dreiging heel acuut, zoals bij de bosbranden, ‘wildfires’, zoals de Amerikanen die noemen, aan de Amerikaanse westkust.

Deze wildfires vormen een directe bedreiging voor de wijngaarden. Al meerdere bedrijven langs de Silverado Trail in Napa Valley en op Spring Moutain zagen hun stokken in vlammen opgaan. Maar dat is niet het enige effect van de vuurzee. De voortdurende branden en de rookontwikkeling zorgen voor een doordringende rookgeur, die door veel druiven wordt opgenomen, zeker in de periode dat ze bijna rijp zijn. Dus de voortdurende branden hebben als consequentie dat ook producenten die niet direct door het vuur worden getroffen, voor de vraag komen te staan of ze (een deel van de) druiven moeten weggooien. Zeker als je wijn wilt maken waarin het fruit voorop staat, kun je zo’n brandlucht niet gebruiken. Vaak proef je het niet aan de druiven, maar als ze worden getest, blijken er toch stoffen uit de rook in de druiven te zitten, waardoor ze onbruikbaar worden. Zeker gevoelige druiven als pinot noir.

Nu is het zo dat de bosbranden tot op zeker hoogte ‘normaal’ zijn. Verschil met vroeger is niet alleen dat ze groter zijn, maar vooral dat ze eerder beginnen. Dus op een moment dat de druiven nog moeten worden geoogst, waardoor ze deze geur kunnen opnemen. Een probleem dat waarschijnlijk alleen maar groter zal worden als het klimaat verder opwarmt.

Het laat ons ook weer zien hoe gemakkelijk wijn en druiven geurstoffen van buitenaf opnemen. Dat kunnen kruiden zijn bij de wijngaard, eucalyptusbomen, maar ook foute geuren, zoals van schilderwerk in de wijnkelder. Een kleine hoeveelheid TCA, trichlooranisol, zeg maar kurkgeur, kan alle drinkplezier vergallen.

Als we dan ook berichten krijgen dat tijdens de hittegolf van juli druiven zijn ‘verbrand’ in wijngaarden in de champagne, zoals in het beroemde Clos des Goisses van Phillipponnat, dan moeten we concluderen dat het ‘feit’ van de klimaatopwarming, en het effect op de wijnbouw, moeilijk valt te ontkennen. Zelfs voor degenen die niet in feiten geloven.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Help! Er komt weer een oogst binnen

2020 zal ongetwijfeld de boeken ingaan als een van de meest vreemde (wijn)jaren ooit. Het jaar waarin gemaskerde mannen/vrouwen de druiven moesten binnenhalen, om zich tegen rondwarende virussen te beschermen. En het jaar waarin sommige streken veel moeite hadden hun wijnen te verkopen. Een van de beste voorbeelden is de Champagne. De crisis heeft deze streek meer getroffen dan andere (Franse) wijnstreken. Niet onlogisch. De horeca heeft overal plat gelegen en je gaat niet voor de gezelligheid een fles Champagne ontkurken als je in je eentje thuis in je ‘bubbel’ zit. Met al die onverkochte flessen en nu druiven die al vanaf half augustus moesten worden geoogst, gaf dit -om het mild uit te drukken- een sterk gevoel van urgentie. Zo van, help! Er komt weer een oogst binnen.

Tegelijkertijd is de champagne een wijnstreek waar de wetten van de zwaartekracht geen vat op lijken te hebben. Het is hier vooral ook heel ánders dan elders. Zo proberen de producenten van Champagne hun opbrengsten ‘bij te sturen’ als de marktomstandigheden daarom vragen. Na enige gekibbel werd dit jaar afgesproken te werken met een basisrendement van 8000 kg per hectare, goed voor zo’n 230 miljoen flessen. In 2019 werden bijna 300 miljoen flessen verkocht, maar dit jaar zal dat een stuk minder zijn. Dus is het goed -en uniek- dat men daar in de Champagne op vooruit loopt. Dat zie ik in een streek als de Bordeaux niet gebeuren. Bovendien moet Champagne na botteling nog een tweede gisting en rijping op fles ondergaan, die anderhalf jaar kan duren (minimaal 15 maanden), maar ook drie jaar of nog veel langer, zodat de wijn pas veel later op de markt komt. Ook kan een deel van de wijn apart worden gehouden als reservewijn, in grote houten vaten of tanks, en pas veel later voor een blend worden gebruikt. Zo kunnen de champenois hun oogst over meerdere jaren ‘uitsmeren’, zolang ze maar kapitaalkrachtig genoeg zijn om hun voorraden te financieren. Of dat door een bank te laten doen, meestal de Crédit Agricole.

Dat is dus nog eens wat anders dan de productie van rosé, een wijn die voor een groot deel het jaar na de oogst gedronken moet worden. Champagne is een wijn voor de lange termijn. Terwijl 2020 wordt binnengehaald, brengen goede huizen nu hun 2012 uit, acht jaar na de oogst. Sommigen werken zelfs nog met hun 2008, een absoluut topjaar. Dat maakt de streek bijzonder. En dan is er ook weer plaats voor optimisme. Ondanks de hittegolf en hier en daar verbrande druiven, is 2020 ‘het derde goede jaar op rij’. Dat brengt weer een beetje kleur op het gezicht, in alle negatieve berichten. En voor ons een geruststellend idee dat de beste wijnen zo in 2027, 2028 als millésimé op de markt zullen komen. Dan moet de crisis toch écht wel voorbij zijn, lijkt me. Ik neem er nu al vast een glas op. Champagne wel te verstaan.

Ronald de Groot

 

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Smaken verschillen

Dit weekend zat ik te werken aan een van mijn artikelen voor het volgende nummer van Perswijn, #7 alweer in dit vreemde jaar. Het artikel gaat over de DAC Neusiedlersee. De DAC, Districtus Austriae Controllatus (waarom in het Latijn?) is in Oostenrijk in opkomst. De regels zijn heel strak gedefinieerd. In het geval van Neusiedlersee DAC gaat het om wijnen op basis van uitsluitend zweigelt. Fruitig en soepel, en in het geval van DAC Neusiedlersee Reserve krachtig en steviger. Bij het schrijven vroeg ik me steeds af of deze strikte definitie nu een goed idee is of niet. Er staan aan de oostkant van het meer, tegen de Hongaarse grens, immers ook veel andere druiven aangeplant, die dus niet voor de DAC in aanmerking komen. Tijdens het werk las ik hierover een interessante column van Robert Joseph, die zichzelf op twitter de ‘winethinker’ noemt. Hij betoogde dat het goed is dat een appellation of een DAC, of wat voor herkomstbenaming dan ook, duidelijk gedefinieerd is. Met als argument dat dit voor de consument, en dan vooral de gewone wijndrinker -en dat zijn verreweg de meesten- het duidelijkst is. Als je een fles Chablis koopt, dan weet je dat het een droge wijn is van chardonnay, gemaakt op een bepaalde manier. Met fruit en/of wat hout. Punt. Duidelijk. Kijk maar wat het de Elzas aan problemen oplevert dat je als wijndrinker niet weet of een wijn (licht) zoet is of helemaal droog.

Als producenten in een appellation een wijn willen maken die heel anders is, bijvoorbeeld een oranje wijn -met schilcontact en oxidatie- of een natuurwijn, dan moeten ze die volgens hem maar Vin de France noemen -in het geval van Franse producenten. Daarin is uiteindelijk ruimte voor alle spielerei die je maar kunt verzinnen. Zijn redenering sprak me erg aan. Ik proefde onlangs Beaujolais, ook voor #7, en daar zitten nogal wat producenten die houden van spielerei. Vooral wijnen zonder sulfiet, natuurwijnen, zijn daar populair. Mij zette dat op het verkeerde been. Ik vind Beaujolais die niet naar fruit ruikt -wat hout is ook best- maar die naar een stal geurt geen aangename verrassing. Ik ben van mening -met Robert Joseph- dat dit ten koste gaat van mijn verwachtingspatroon, omdat de wijn niet de typiciteit heeft die je er van verwacht. En dat volkomen los van het feit of je de betreffende wijn graag drinkt en/of lekker vindt. Daar ga ik niet over.

Wat ik wel weet, is dat ik eind vorig jaar een tafelgenoot had die zich in een restaurant een glas natuurwijn aan had laten praten, en daar lovend over sprak toen ik aanschoof. Maar op het moment dat ik beleefd om een glas ‘gewone’ rode wijn vroeg, en hij deze proefde, wist hij niet hoe gauw hij ook zo’n glas moest bestellen… Maar over smaak valt niet te twisten.

Ronald de Groot

1 2 3 60
Page 1 of 60