Columns Archives - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen op maandag: Big deal

Afgelopen week was ik even ‘ontsnapt’ naar Chablis. Uiteindelijk moet er toch geproefd en geschreven worden. En via zoom werkt wel, maar toch gemankeerd. En, het moet gezegd, in Frankrijk zijn ze wat covid betreft niet van de Franse slag. Ik zat in mijn eentje in een hotel en kreeg ’s avonds een dinerplateau om in m’n eentje op te eten. Een soort van quarantaine in Frankrijk – dat overigens van Nederlanders geen quarantaine eist. De proeverij deed ik in een apart kamertje, waar een vriendelijke dame met mondkapje af en toe een trolley met proefflessen naar binnen rolde. Op reis gaan is op die manier te doen, maar wel ontdaan van elke vorm van romantiek.

Ik had één avond vrijaf voor een diner in l’Obédiencerie met Laroche-wijnmaker Grégory Viennois en Thierry Bellicaud, de ‘baas’ van Laroche en het Bourgognehuis Champy, beide eigendom van Advini. Zo’n avond zie je goed wat de meerwaarde is van een persoonlijke ontmoeting. Je kunt het even over allerhande zaken hebben die in een zoom-meeting niet aan de orde komen.

Een onvermijdelijk gespreksonderwerp is – uiteraard – de covid-crisis. Een bedrijf als dit, de combinatie van Laroche en Champy, heeft enorm te lijden van de crisis. De wijnen gaan bijna allemaal naar de horeca, en die is wereldwijd gesloten of heeft op zijn minst sterk te lijden van de crisis. De verkopen via internet kunnen dat lang niet compenseren. Wat voor dit soort bedrijven meespeelt, is dat de uitvoer naar de belangrijke Amerikaanse markt sinds vorig jaar is belast met 25% strafheffing voor de subsidies aan Airbus.

Naar aanleiding daarvan volgde een mooie anekdote over deze Amerikaanse importheffingen. Ik heb natuurlijk al vaker over dit fenomeen geschreven. En als wijnjournalist schrijf je dan keurig op dat champagne en cognac van deze heffing zijn uitgezonderd. Maar waarom is dat eigenlijk zo? Daarvoor werd hier aan het diner een mooie verklaring gegeven. Het blijkt dat Bernard Arnault, de baas van LVMH en Donald Trump goede bekenden van elkaar zijn. In de periode dat de heffingen werden opgelegd hebben de mannen elkaar ook ontmoet. Om precies te zijn op 17 oktober kwam Donald Trump een atelier van Louis Vuitton-tasjes openen dat LVMH in Texas heeft neergezet. Arnault, een van de rijkste mensen ter wereld en CEO en groot-aandeelhouder van LVMH, kent Trump al sinds de jaren tachtig, toen hij enige tijd in de V.S. woonde omdat Frankrijk ‘te socialistisch’ werd. De opening van dit atelier paste perfect in het streven van Trump om ‘banen terug te halen’ naar de V.S. Een streven waaraan LVMH zich ook had gecommitteerd. De CEO van Louis Vuiton, Burke, benadrukte overigens dat het alleen om het creëren van banen ging, en niet om een ‘politiek statement’. Destijds was er al kritiek om deze samenwerking, en nu is het allemaal in een nog lastiger daglicht komen te staan.

Maar het verklaart achteraf waarschijnlijk inderdaad dat cognac en champagne niet onder de heffingen vielen. LVMH is hier met zijn champagnemerken -Moët, Veuve Clicquot, Ruinart, etc. – en zijn cognac -Hennessy – zeer bij gebaat. Ook Franse fashion-producten werden, ondanks eerdere plannen, uitgezonderd van de heffingen als vergelding van de invoering van Franse wetgeving om grote techbedrijven te belasten.  Zo is goed te zien dat relaties tussen belangrijke zakenmannen een grotere rol kunnen spelen in de internationale politiek dan menigeen denkt. Toch nog verrassend, wat mij betreft.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Duurzaam op weg naar de toekomst

Hoewel de huidige covid-crisis ons allemaal in de greep heeft, moeten we toch ook weer vooruit kijken naar een covid-vrije toekomst. Laten we hopen dat die ooit weer komt, en dat het niet al te lang gaat duren. Als ik het zo mag inschatten, is duurzaamheid een van de belangrijkste kwesties van de komende jaren. Ik sprak afgelopen week (onder andere) hierover met Jacques Lurton – via Zoom uiteraard. Sinds het overlijden van zijn vader André in 2019, is hij verantwoordelijk voor de wijnzaken van Vignobles André Lurton in Bordeaux. Hij stelt dat de moderne wijndrinker niet meer wordt aangesproken door het ‘romantische’ van een fles wijn. Nee, men wil tegenwoordig juist alles weten, en met name hoe de wijn is geproduceerd, en of dat wel duurzaam genoeg is. Nu zullen niet alle wijndrinkers daarmee bezig zijn, maar een trend is het zeker wel.

Een bedrijf als dat van de familie Lurton moet het doen binnen de klassieke kaders, zoals met de druiven die in Bordeaux zijn toegestaan. Elders in Frankrijk is meer ruimte voor experimenteren. Op een lijst van de twintig meest inspirerende Franse wijnpersoonlijkheden van de website vitisphere.fr vinden we bijvoorbeeld een producent van wijnen bij Montauban, in de buurt van Toulouse: Mickaël Raynal. Deze heeft veel succes met een wijn op basis van souvignier gris. Deze hybride druif, een kruising van cabernet sauvignon en bonner – geen vitis vinifera dus – is pas sinds 2017 in Frankrijk toegelaten, omdat dat land zich lang tegen het gebruik van hybride druiven heeft verzet. Maar het feit dat zulke druiven resistent zijn tegen meeldauw en oïdium, en dus veel minder vaak behandeld hoeven te worden, heeft kennelijk toch de doorslag gegeven. Inmiddels mag Mikaël Raynal hem zelfs gebruiken voor de IGP Comté Tolosan van zijn Domaine de Revel – voor Frankrijk een ware revolutie.

Voor Nederland is de souvignier gris een stuk minder revolutionair. Deze roze druif wordt hier enige tijd gebruikt voor het maken van witte wijnen. Wij werden er in het verleden vaak van verdacht tegen het gebruik van hybride druiven te zijn, maar dat is toch echt een misverstand. We zijn gewoon tegen wijnen die niet lekker zijn. En het valt moeilijk te ontkennen dat in het verleden met hybride druiven gewoon geen lekkere wijnen werden gemaakt, zoals gortdroge wijnen op basis van regent. De naarste wijn van hybriden proefde ik overigens ooit in Brazilië. Absoluut ondrinkbaar, voor onze smaak althans.

Bij onze meest recente proeverij van Nederlandse wijnen, eind 2019, beoordeelden we een aantal wijnen van souvignier gris, maar ook van johanniter en solaris zonder meer positief. Het is natuurlijk ook zo dat wijnmakers steeds meer bijleren over de verzorging en de vinificatie van hybriden. En het lijkt er ook op dat steeds weer nieuwe rassen worden ontwikkeld die in smaak nog beter aansluiten bij wat we gewend zijn van ‘klassieke’ rassen. En wellicht komen er straks ook niet-hybride druiven op de markt met een betere resistentie tegen bijvoorbeeld meeldauw. Hoe dan ook, dit soort ontwikkelingen zijn veelbelovend, en van groot belang voor meer duurzaamheid in de wijnbouw, een tak van landbouw waar monocultuur en veel spuiten toch een beetje op hun eind zouden moeten lopen.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Vooruitzichten

De jaarwisseling is een moment van terugblikken en vooruitkijken.  En van goede voornemens. Nou ja, ik zal het maar eerlijk opbiechten: dry January is niets voor mij en roken heb ik al nooit gedaan. Ik denk dat ik het op mijn leeftijd met een paar glazen wijn per dag ook nog wel een tijdje kan volhouden, zonder een maand over te slaan.

Terugblikken was dit keer niet zo aantrekkelijk. 2020 was een gedenkwaardig jaar – maar niet omdat het zo positief was. Des te meer is het een moment van vooruitblikken, van nieuwe hoop, terugkeer naar ‘normaal’. Maar hoe dat ‘normaal’ er uit zal zien, en wanneer het komt, tja, dat is nog knap lastig te voorspellen.

Het is niet zo moeilijk uit te rekenen dat het niet voor de zomer zal zijn dat we weer wat rustiger kunnen ademhalen, gezien het tempo waarin de vaccinaties zullen gaan plaatsvinden. Een optimist zal vinden dat die paar maanden er ook nog wel bij kunnen. Zelf ben ik eerlijk gezegd een tikje ongeduldig, maar dat zit in mijn karakter. Maar natuurlijk ook in mijn werk. Al die onzekerheden. Hoe moet het met de proeverij van de UGCB op 8 maart? Kan ik mijn primeurproeverijen van de oogst 2020 in Bordeaux van begin april gaan plannen of niet? Natuurlijk niet van levensbelang allemaal, dat snap ik. En het belangrijkste is gezond blijven – dat voor alles.

En hoe gaan we ons straks weer gedragen als de beperkingen zijn opgeheven? Daar is al veel over gezegd en geschreven, en ook dat lijkt me lastig te voorspellen. Dat thuiswerken bijvoorbeeld de ‘norm’ wordt, dat geloof ik niet. Je kunt aan de verplaatsingscijfers van Google zien dat zelfs tijdens de huidige strenge lockdown meer mensen naar kantoor gaan dan in de eerste lockdown. De mens is een sociaal dier, en hoewel veel gemopperd wordt om ‘het kantoor’, wordt het gesprek bij de koffie-automaat met die betweterige collega toch ook gemist. En dat los van het feit dat bij veel beroepen je fysieke aanwezigheid gewoonweg noodzakelijk is.

Toch zou ik me kunnen voorstellen dat we met zijn allen ook hebben geroken aan nieuwe mogelijkheden. Misschien dat er een nieuwe balans komt tussen werken thuis en op kantoor. Voor ons meer interviews op afstand, met de flessen keurig op kantoor. Wie weet. Het werkte wel.

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een interessant artikel over het nieuwe zelfbewustzijn van restaurants. Flink wat restaurateurs hebben geïnvesteerd in een eigen webshop voor bezorgen en afhalen, zo vertelt software-ontwikkelaar Raymond Wilders van Formitable. Het bestellen van maaltijden zal ongetwijfeld weer afnemen, maar deels ook een blijvertje zijn, is het idee. Met een webshop kun je als restaurant op meer verschillende manieren je geld verdienen. Bovendien kun je uit de greep blijven van platforms die commissie vragen, zoals The Fork, Deliveroo en UberEats. Dat is naar mijn idee ook gunstig voor de klant zelf, want die commissie moet ergens van betaald worden. The Fork (voorheen Iens) bijvoorbeeld is op het eerste gezicht een website waarop consumenten gezellig restaurants beoordelen, zodat anderen daar hun voordeel mee kunnen doen. Maar het verdienmodel zit in de reserveringen. Doe je als restaurant niet mee? Dan vertelt The Fork je dat je ook kunt kiezen voor een ‘alternatief’ restaurant, dat wél via het platform kan worden gereserveerd. Een slinkse manier om toch commissie op te kunnen strijken.

Ook hebben restaurants gemerkt dat gasten bereid zijn hun maaltijden zelf op te halen, waardoor ze het gebruik van bezorgdiensten kunnen indammen. Als dit het effect is van de lockdown is, dan komt er toch nog iets goeds uit voort.

Ik wens u een goed en vooral gezond 2021, en vooral weer de vrijheid om van goede restaurants te genieten op de manier die u het fijnst vindt. Dan kan ik dat ook.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Nakomertjes

Het leven van de wijnschrijver in covid-tijd speelt zich vooral af in de eigen proefkelder. Of aan de proeftafel in de keuken, en in de zomer buiten – de fijnste plek. Reizen is er de afgelopen maanden ook niet meer bij.

Columns

Overpeinzingen op maandag: Kurk doet er toe

Afgelopen week kwam hier een eerste zending binnen uit Bordeaux van wijnen uit de jaargang 2010. Te laat helaas om ze nog dit jaar te kunnen publiceren. Met dank aan het confinement – Fransen zullen nooit Engelse woorden als lockdown overnemen. In elk geval vanuit Frans oogpunt een onvermijdelijke vertraging. De wijnen uit de Médoc moeten zelfs nog komen. Onder normale omstandigheden zou ik in oktober naar Bordeaux zijn afgereisd voor de proeverij, maar dat kon dit jaar uiteraard niet. Ondanks de vertraging, die er voor zorgt dat de wijnen pas in nummer 1 aan bod komen, is het feit op zich dat ik ze hier in alle rust kan proeven ook een soort luxe. Fijn op het gemak de wijnen vergelijken en proeven, aan de keukentafel. Het heeft wel wat.

Bij de eerste zending, van de wijnen uit Pessac-Leógnan, zaten een paar witte wijnen met een schroefdop. Onder andere grand cru classé Couhins-Lurton. Het deed me onmiddellijk terugdenken aan een discussie bij mijn laatste bezoek aan dit château met Christine Lurton van Vignobles André Lurton. Ze vertelde dat ze inmiddels waren teruggekeerd naar de klassieke kurk, omdat ‘de markt’ een schroefdop op een grand cru classé domweg niet accepteerde. Wat mij betreft jammer. Als je de 2010 nu proeft, dan zie je onmiddellijk het voordeel van de schroefdop: deze witte wijn is nog zo fris als een hoentje. Vreemd eigenlijk, van die schroefdop, want vrijwel alle topwijnen van een streek als de Wachau zijn met een schroefdop gebotteld, en kennelijk vindt niemand dat erg. Dat zegt blijkbaar iets over het type publiek dat de ene wijn of de andere koopt. Bij een grand cru classé uit de Graves is dat dan toch conservatiever, zo lijkt het.

Maar de ene kurk is de andere niet. Want dit schroefdopeffect kun je ook bereiken met een kurk, zo legde haar broer Jacques Lurton me later uit. Rond het overlijden van zijn vader André heeft hij de verantwoordelijkheid voor het wijnmaken van de châteaux van Vignobles Lurton weer op zich genomen, na een jarenlang verblijf als wijnmaker op Kangaroo Island, aan de Australische zuidkust. In zijn jonge jaren maakte hij de ’90 Couhins-Lurton, en ook deze wijn was opmerkelijk jeugdig bij een proeverij op Domaine de Chevalier. ‘We gebruikten destijds kurken met een speciale coating, waardoor ze heel dicht waren en heel strak in de fles zaten. Sommeliers vervloekten ons, want hij was bijna niet uit de fles te krijgen. Maar het effect op de wijn was vrijwel hetzelfde als dat van een schroefdop.’ Waarvan akte.

Een bekend bezwaar tegen dit effect van schroefdoppen is dat de wijnen daardoor minder ‘rijpingsaroma’s’ krijgen, die wijnen met een kurk, door de kurk zelf of door een geleidelijke oxidatie, wel krijgen. Mijn ervaring is dat het daarmee wel meevalt. Bovendien heb ik al te veel vroeg oxidatieve wijnen met een kurk geproefd om daar behoorlijk genoeg van te hebben.

Behalve dat een schroefdop ervoor zorgt dat de wijn jeugdig blijft, zorgt hij dat de wijn geen ‘kurk’ krijgt. Hoewel ‘kurk’ tegenwoordig veel minder vaak voorkomt dan vroeger, blijft het een naar probleem, dat zelfs bij lage concentraties TCA (trichlooranisol), het stofje dat die nare, muffe geur en – smaak veroorzaakt. Je neemt het waar boven de 5 nanogram/l, en het bederft een wijn volledig.

Dus, hoe weinig romantisch ook, ik ben blij met een goede schroefdop.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Een fles Merlot graag

Het gebruik – en misbruik – van sociale media is een van dé discussiepunten van de laatste tijd. Maar als we alle complottheorieën en politieke boodschappen even laten voor wat ze zijn, dan blijft er een bijzonder, volledig ‘nieuw’ en leuk medium over. Vooral een bron van vele nieuwe mogelijkheden. En dan bedoel ik niet alleen de mogelijkheid om tegenwoordig te videobellen met de kleinkinderen, iets wat ik me decennia geleden nooit had kunnen voorstellen. Prachtig hoor.

Nee, een van de grappigste fenomenen van de sociale media is de levendige handel die het oplevert. Het is nu elke dag Koningsdag, zeg maar. Iedereen wil van alles kwijt, en kan op die manier iemand vinden die hem of haar verlost van iets overbodigs. Het leukste vind ik zelf de ruilhandel. Je staat er versteld van wat je allemaal kunt ruilen tegen een fles wijn, of een paar flessen – daar zijn er hier in de kelder gelukkig voldoende van. We ruilen op die manier van alles, van keukengerei tot iets eetbaars, zoals kastanjes of zelfs truffels. En als we iets gaan ruilen voor een fles, is mijn eerste vraag natuurlijk: ‘wat wil je graag hebben?’  Het antwoord wisselt, maar ligt wel vaak in dezelfde lijn. ‘Een fles Sauvignon blanc graag.’ ‘Doe ons maar een fles Merlot’. ‘Ik heb liefst een Tempranillo.’ Die laatste is de meest avontuurlijke, maar de rode draad is dat iedereen vraagt om eendruifswijnen. Als ik er over nadenk, is dat een ontwikkeling die snel is gegaan. De tijd dat iemand je vroeg om een Bordeaux, een Beaujolais, een Rioja of een Chianti is blijkbaar definitief voorbij.

De ‘ouderwetse’ liefhebber die ik toch een beetje ben, vindt dat jammer. Tegelijk wil ik benadrukken dat ik het ook wel begrijp, want het lijkt een soort duidelijkheid te geven. In mijn ogen een soort schijnduidelijkheid, want de ene Merlot is de andere niet – om maar een voorbeeld te noemen. Wat geldt voor al deze wijnen op basis van één druif.

Bij zulke wijnen wordt zodanig de nadruk op de druif gelegd, dat de herkomst niet van belang lijkt. Merlot moet zacht en rond zijn. Sauvignon blanc exotisch en een beetje grassig. Cabernet sauvignon stevig en een beetje stoer. In feite karikaturen. Een Sauvignon blanc uit Bordeaux smaakt heel anders dan een uit Sancerre of Steiermark. Bij Chardonnay zijn de verschillen nog veel groter. Nogal een verschil of hij uit de Chablis komt of de binnenlanden van Californië.

Juist de relatie tussen wijn en terroir maakt wijn zo interessant, of de combinatie van verschillende druiven in één wijn, zoals merlot met cabernet of sauvignon blanc met sémillon. Maar hoe is dat toch uit te leggen? Je moet tot de conclusie komen dat wijn een prachtig product is, maar ook heel ingewikkeld. En dat het kopen van iets vertrouwds en bekends domweg het meest voor de hand ligt en ook iets geruststellends heeft. Daar is ook helemaal niets tegen. Het belangrijkste is dat er wijn wordt gedronken, en dat iedereen er van geniet op zijn eigen manier.

En die Merlot? Tja, die had ik zo gauw niet bij de hand. Maar de fles rode Rhône die ik er voor in de plaats gaf, viel ook prima in de smaak. Als wijn maar lekker is, dan is het altijd goed. Daar gaat het uiteindelijk om.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Andere tijden

Een van de weinige pleziertjes in deze tijd die een mens nog heeft, is de mogelijkheid vrienden te ontvangen en samen lekker te eten en mooie wijnen te drinken. Je mag zelfs weer drie mensen ontvangen, dus twee is helemaal prima. Wel aan een lange tafel natuurlijk, op anderhalve meter afstand. Heel keurig dus.

Het is fijn om even in de kelder te duiken om bijzondere flessen te zoeken. Goede wijn komt tegenwoordig van overal, maar op zo’n avond is het verleidelijk wat ‘klassieks’ op te diepen. We begonnen met een oude Champagne uit 1996, ooit een topjaar en wonderbaarlijk genoeg nog steeds goed drinkbaar. Dit soort oude champagnes heeft niet veel ‘prik’ meer, het wordt meer een bedaagde witte wijn met een tinteling. Maar als je het kunt waarderen, is het ook echt bijzonder.

Op zo’n avond moeten we toch concluderen dat de frisheid van een jonge rode Bordeaux of een fijne Barolo moeilijk te evenaren blijft. Vreemd eigenlijk. Je zou denken dat de klimaatopwarming zou leiden tot ‘warmere’ en minder spannende wijnen. Toch lijkt dat niet automatisch te gebeuren. De gedachten gaan nog even terug naar de jaren negentig, naar aanleiding van de oude champagne. De klimaatopwarming was nog maar nét begonnen en het aantal goede jaren in de klassieke wijnstreken was op één hand te tellen. Voor de champagne was 1996 na 1990 met 1995 de eerste goede jaargang van het decennium. Ook in Bordeaux waren ’95 en ’96 vrij goede jaren, maar naast ’98 en ’99 voor sommige wijnen was het geen groots decennium. In ’97 werden veel wijnen geplaagd door dat typische ‘paprika’-geurtje, veroorzaakt door pyrazine, de geur van onrijpe druiven. Dat zijn we sindsdien niet meer in die mate tegengekomen.

De realiteit is dat de warmere decennia daarna gewoon betere jaren en betere wijnen hebben opgeleverd. Voor de klassieke streken was het in het verleden vaak knokken om rijpe druiven te oogsten, en nu is het misschien knokken om geen overrijpe druiven te oogsten. Maar dat lukt meestal prima. Een belangrijke verandering is misschien vooral dat -anders dan vroeger-  de warmste jaren niet meer de beste jaren zijn. Hete jaargangen als 2000, 2003 of 2009 zijn de ‘mindere’ jaren van tegenwoordig. Eigenlijk de omgekeerde wereld. Je moet er even aan wennen, dat wel. Maar de paar absolute topjaren – in Bordeaux 2010 en 2016 – liegen niet. Waarmee ik overigens helemaal niet wil zeggen dat klimaatverandering niet bedreigend zou zijn – want dat is het op lange termijn zeker wel.

Maar op de korte termijn is het effect op de wijnen in niet te warme jaren positief. Onze Barolo uit 2015 was misschien niet zo getypeerd, wat voller en rijker dan we gewend waren. Maar het betekent ook dat dit soort Barolo’s – en ook jonge Bordeaux – veel jonger kunnen worden gedronken. Leve de ongeduldigen – inclusief wijzelf. Een vreemde, en eigenlijk nogal ongemakkelijke waarheid.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Vooroordelen

Lastige tijd, deze COVID-periode. Zelfs ‘gewoon’ je verjaardag vieren is er niet bij. Nou ja, je mag twee personen per keer ontvangen, dus als je een beetje familie en kinderen hebt, en nog wat vrienden, dan ben je behoorlijk lang bezig met vieren. Maar ach, we ploeteren voort, en blijven vooral ook voorzichtig, want het gaat niet alleen om regels, maar ook om je gezondheid. Maar je wilt toch wel ook iedereen graag even zien.

Heerlijk om even bij te praten, over van alles en nog wat. Over wijn natuurlijk, maar niet alleen maar over wijn, uiteraard. Toch is er altijd wel die kleine neiging om het allemaal nog even uit te leggen. Bijvoorbeeld als er wijn uit de kelder komt waar een, laten we zeggen, klein vooroordeel tegen bestaat. Dat gebeurde onlangs met Chardonnay. ‘Hm’, was de reactie. ‘Ik houd niet zo van Chardonnay, en zeker niet van houtgerijpte Chardonnay.’ Dat vraagt om een vriendelijk commentaar, laten we maar zeggen. Ondertussen schonk ik een glas Blanc de Blancs champagne in. ‘Lekker, heerlijk zo’n fijn glas champagne.’ Ik was het er roerend mee eens. En een leuk inkoppertje. ‘Zo zie je maar. 100% chardonnay, een basiswijn die op hout werd gerijpt, en toch heel lekker.’ Ach, het is een uitvloeisel van het idee dat vaak wordt gedacht dat alle ‘Merlot’, ‘Chardonnay’ of wat voor wijn van welke druif dan ook zo’n beetje hetzelfde karakter heeft. Het is allemaal niet zo erg, het is gewoon dat op zo’n moment die onverbeterlijke betweter in mij weer even de kop opsteekt.

Maar uiteindelijk zette het commentaar me wel aan het denken. Vooral ook omdat ik het niet voor de eerste keer hoorde. Als groot liefhebber van mooie witte Bourgognes kon ik het ook niet helemaal vatten. Toevallig zat ik van de week te genieten van een glas Jordan Nine Yards Chardonnay uit Stellenbosch. Een geweldige wijn, een van de wijnen die goed scoorden bij de proeverijen van onze komende koopgids. Maar ook het prototype van zo’n vette en houtgerijpte Chardonnay dat in sommige kringen zo’n afschuw oproept.

Maar wie kan mij nu eens uitleggen wat er mis is met dit ‘ouderwetse’ type houtgerijpte Chardonnay? Waarom moeten dit soort wijnen toch altijd aan modetrends onderhevig zijn? Elke wijnmaker die je het vraagt, verzekert je dat chardonnay en hout dikke vrienden zijn. In balans, uiteraard, want een dunne Chardonnay met veel hout is zinloos.  Nu zijn er wijnmakers in streken als Stellenbosch en in koele streken van Australië die krampachtig proberen om lichte, frisse ‘unwooded’ Chardonnays te maken om maar aan deze vloek te ontsnappen. Of die in arren moede hun chardonnay maar rooien, omdat hippe sommeliers hun vette Chardonnays niet blieven.  Mag ik even op de reset-knop drukken? Leve de rijke en krachtige, houtgerijpte Chardonnay. Ik hoop nog lang van je te genieten.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Droom verder Corpinnat

Het eind van het jaar betekent hier altijd het proeven van veel mousserende wijnen. Nu ben ik een groot liefhebber van mooie mousserende wijnen, maar het blijft natuurlijk toch ‘werk’. De notities zijn bestemd voor nummer 8 van Perswijn, en daarnaast voor onze jaarlijkse koopgids.

Na het proeven volgt het schrijven van de bijbehorende teksten, zoals die voor de winnaars van de koopgids, die bij nummer 8 zal verschijnen. Nu was het me bij het proeven al opgevallen dat we een Cava proefden met daarop groot aangegeven de aanduiding ‘Corpinnat’. Aanvankelijk dacht ik dat het de naam van de cuvée was -excuses voor mijn onwetendheid. Op het moment dat ik later een andere Cava met dezelfde aanduiding zag, viel het kwartje. Dus even opzoeken. Onze redacteur Magda van der Rijst had het vorig jaar zelfs al uitgebreid uitgelegd.  Het gaat hier om een merknaam van een clubje uitgetreden Cava-huizen. Dus het was dus ook helemaal geen Cava, wat ik proefde, maar ‘Vino Espumoso de Calidad’. Het clubje van een tiental boze boeren had Cava met slaande deuren verlaten, vanwege de matige kwaliteit van de concurrentie. Tja. En is ‘Vino Espumoso de Calidad’ dan de aanduiding die wél kwaliteit garandeert? Nou, ik dacht het niet. Dat hoeft niet eens met een tweede gisting op fles te worden gemaakt.

Nu snap ik best wel dat de garantie van de kwaliteit besloten ligt in het merk ‘Corpinnat’, dat volgens de leden op hun website een ‘collectief Europees merk’ is om ‘mousserende wijnen van grote klasse, gemaakt in het hart van de Penedès’ op de kaart te zetten. Tjonge jonge, wat moet een mens hier mee? Het doet me sterk denken aan het streven van Catalunya om zich af te scheiden van Spanje, waarna een schitterende toekomst wacht als onafhankelijk land. Dream on, zou ik zeggen.

Het gaat om allemaal topproducenten die hun wijn toch wel verkopen, wat voor herkomstbenaming er ook op de fles staat. Hun eigen merk staat als een huis. En wat ‘Corpinnat’ betekent, zal de koper verder een worst wezen, lijkt me zo, als ik het oneerbiedig mag zeggen. Ondertussen probeert de consejo van de Cava D.O. de weglopers te lijmen met nieuwe wetgeving, met onder andere de invoering van de aanduiding ‘Cava de Guarda Superior’. Hé, deze categorie moet minimaal 18 maanden op fles rijpen, toevallig net zo lang als de minimale flesrijping voor Corpinnat. En ook wordt de mogelijkheid gegeven specifieke herkomstbenamingen te koppelen aan de D.O. Cava, zoals Valls d’Anoia-Foix, Serra de Mar, Conca del Gaià, Serra de Prades en Pla de Ponent. Deze wetgeving moet in 2021 van kracht worden. Zo zou je echte ‘terroir’-Cava kunnen maken. Zouden wijndrinkers hier echt op zitten te wachten? Zullen de uitgetreden producenten weer terugkeren op het Cava-honk? Ik waag het te betwijfelen. Wat rest, is zinloze onenigheid en opperste verwarring.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Politiek doorkruist wereldwijnhandel

Deze overpeinzingen zijn voor mij geen plek om over politiek te discussiëren. Bovendien zijn er al zat columnisten die graag over politiek schrijven en zich vol overgave in allerlei polemieken over politiek storten. Dat is ook heel verleidelijk. Ik moet toegeven dat ook door mij met spanning wordt uitgekeken naar de Amerikaanse verkiezingen deze week. Niet alleen vanwege uitslag, maar vooral ook met verbazing over het gehanteerde systeem. Je kunt daar vijf procent minder stemmen halen en toch zomaar de verkiezingen winnen, laten we maar zeggen. In mijn ogen een tikje bizar. Gelukkig leef ik in Nederland.

Uiteindelijk gaat op deze plek natuurlijk altijd over de wijn. Maar vreemd genoeg -en daarom schrijf ik er hier over- lijkt het er op dat wijn en andere landbouwproducten de afgelopen jaren steeds meer in politiek vaarwater terecht zijn gekomen. Wijn is bij uitstek een product dat decennialang heeft geprofiteerd van een relatief vrije wereldhandel. En het lijkt er op dat het tij inmiddels is gekeerd. En dat het beschermen van de ‘eigen’ markt meer en meer oprukt.

In die zin ben ik ook niet zo optimistisch over de Amerikaanse situatie. Wie er ook wint, Biden of Trump, ik denk niet dat je kunt verwachten dat de V.S. weer helemaal terugkeren naar vrijhandel. Ook een president Biden zal onder druk staan om handelsbarrières te laten bestaan om de eigen landbouw te beschermen, zo lijkt me. Zoals vroeger zal het niet gauw meer worden.

Zo zien we landen zich meer en meer ‘terugtrekken’ van internationale handel en samenwerking. Brexit is ook zo’n voorbeeld. Met het naderen van de deadlines, of liever het overschrijden daarvan, wordt een no-deal-Brexit steeds waarschijnlijker. Voor de Australische wijnbouw maakt het al niet meer uit. Engeland bottelt al jaren grote hoeveelheden Australische bulkwijn en deze wijn is per schip al onderweg naar zijn bestemming. En 80% van de Australische bulkwijn die naar Engeland gaat, wordt vervolgens doorverkocht naar Europa. De open markt is dood -leve de open markt. Tot nu toe konden deze wijnen met exact hetzelfde label worden verkocht in het V.K. als in Europa. Maar vanaf 1 januari mag dat niet meer. Bij wijn van buiten Europa dient het etiket een EU-importeur te vermelden. Omgekeerd geldt dat straks ook voor Europese wijn die naar Engeland wordt geëxporteerd. Al wordt verwacht dat de Britse regering in dat geval nog wel uitstel zal verlenen. Dat is in het eigen belang. Maar van de EU hoeft dat niet te worden verwacht. En tot op de dag van vandaag is niet duidelijk of een deal, waarin de zaken netjes geregeld zullen worden, er komt of niet. Zo wordt de vrije handel de nek omgedraaid.

En zo stapelen de handelsbelemmeringen zich op. Als Erdoğan boos is op Macron, dan roept hij op om Franse producten te boycotten. Als China vindt dat Australië niet mag vragen om een onderzoek naar de herkomst van COVID, dan legt het de Australische wijnproducenten importbeperkingen op. Enzovoort. Een land als Australië, dat veel van zijn wijn exporteert en probeert met iedereen vrijhandelsverdragen te sluiten, is een van de grote slachtoffers. Tel de COVID-crises daar bij op, en we moeten constateren dat de wereldwijnmarkt er de afgelopen tijd niet vrolijker op is geworden. Mede door de politiek -helaas.

Ronald de Groot

1 2 3 61
Page 1 of 61