Columns

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Globalisering

Vorige week plaatsten we een oproep bij de 101e overpeinzing een oproep met de vraag of u als lezer onderwerpen wilden aanvragen. Dat leverde een paar mooie reacties op, met zonder meer interessante vragen en leuke onderwerpen. Ik begin vandaag met de eerste vraag, meteen een die je aan het denken zet. Hij is afkomstig van Gerard van de Berg. ‘Ik zou graag uw mening willen weten over het feit dat zoveel wijnen tegenwoordig hetzelfde lijken te smaken. Zowel van binnen als buiten Europa. Bent u niet bang dat we door de globalisering en het overnemen van elkaars wijnmethoden juist de kenmerkende verschillen kwijtraken of biedt het ook kansen?’

Ik denk dat dit een vraag is die veel liefhebbers, inclusief mezelf, erg bezighoudt. Onlangs was ik in Piemonte op reis, met wijnen van Barbera uit Asti als onderwerp. Er waren ook een paar Scandinavische journalisten mee. Naar aanleiding van een Barbera op basis van (licht) gedroogde druiven, kreeg ik te horen dat de Zweedse markt de afgelopen jaren volledig is overspoeld door Italiaanse rode wijnen met restzoet. Ze komen van overal. Uit Valpolicella, uit Puglia, van Sicilië. Ik mag het niet zeggen, maar het is een plaag. De Zweed sprak van een ‘Coca-Cola-cultuur’. Als we daar naar kijken, dan moet de vrees van de vragensteller gegrond worden genoemd.

Daar komt inderdaad bij dat het overnemen van wijnmethoden wereldwijd heeft geleid tot het perfectioneren van het wijnmaken. Voor veel goedkope wijnen is dat wellicht toch wel een zegen. We komen op een betaalbaar niveau, tot zelfs heel goedkoop, vrijwel geen ‘slechte’ wijnen meer tegen, technisch gezien dan. Zonder een oordeel te geven of ze lekker zijn of niet. Dat geldt zeker voor ‘industriële’ wijnen. Of we dat erg moeten vinden, weet ik niet. Iedereen die graag een soort standaard-Merlot of –Chardonnay uit Chili of de Languedoc wil drinken, kan zijn hart ophalen. Je weet wat je krijgt –geen avontuur in elk geval. Maar lang niet iedereen zit op avontuur te wachten, dus dat hoeft ook niet. En laten we constateren dat ook op een prijsniveau van een tientje of daaromtrent de kwaliteit veel beter is geworden. En daar doen we allemaal ons voordeel mee.

Dat het ook kansen biedt, is gelukkig dan ook helemaal waar, en daar kunnen we ons aan optrekken, lijkt me. Want door de betere techniek van wijnmaken, beter wijngaardbeheer en de zoektocht van echte liefhebbers naar bijzondere wijnen, ook van eigenzinnige druiven, zie je die ook veel meer bijzonders op de markt. We moeten niet vergeten dat in de ‘Parker-tijd’ veel goede wijnen waren overgoten met een houtsausje. Ik heb niets tegen houtrijping, maar zoals het nu gebeurt, veel subtieler en veel slimmer, dat is een grote vooruitgang. Zo wordt er ook gewerkt met korter schilcontact, met name bij druiven als grenache of pinot noir, of carignan, met als resultaat wijnen met een lichte kleur en veel subtiliteit. Dat zouden boeren vroeger nooit hebben gedurfd. Rode wijn ‘moest’ donker van kleur zijn. Een grote verbetering.
Kijk naar een streek als de Champagne. Daar ritselt het van de kleine producenten, die vaak bijzondere wijnen maken. Vroeger leverden ze al hun druiven aan de grote merken, en nu durven ze (een deel van) de druiven zelf te houden en zelf mooie champagne te maken. In de wetenschap dat ze deze voor een goede prijs kunnen verkopen, omdat liefhebbers bereid zijn die te betalen.
Dus we moeten constateren dat veel wijnen tegenwoordig inderdaad hetzelfde smaken. Maar voor de échte liefhebber is het aanbod zo breed en zijn er zoveel eigenzinnige wijnen op de markt, dat we er per saldo waarschijnlijk niet op achteruit zijn gegaan.

Ronald de Groot

Columns

Gamay is niet het zwakke broertje van Pinot Noir

Voor alle duidelijkheid:  gamay is niet de broer van pinot noir maar wel de zoon. De moeder is gouais blanc. Gouais werd in Frankrijk als een zure druif verfoeid en verbannen. Maar haar historisch belang is enorm: ze zorgde bijvoorbeeld voor topdruiven als chardonnay en riesling. Gamay deelde in Bourgogne hetzelfde lot als zijn moeder: Filips de Stoute vaardigde in 1395 een edict uit waarin de Bourgondische wijnbouwers werd opgedragen alle Gaamez binnen de vijf maanden eruit te trekken. Het argument: gamay is een slechte, onbetrouwbare plant die zorgt voor verschrikkelijk bittere wijn. In het edict staat ook te lezen dat mensen van gamay ernstige ziektes kunnen krijgen. Pinot noir kreeg alleen maar lof toegezwaaid. Gamay werd dus gedeporteerd naar Beaujolais. Slobberwijntjes voor het simpele volk. Dat lot werd eeuwen later verzegeld bij de uitvinding van Beaujolais Nouveau als commercieel niemendalletje.

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Overpeinzing 101

Vorige week schreef ik mijn aan René van Heusden opgedragen 100ste ‘overpeinzing’. Toen ik hier twee jaar geleden mee begon, had ik eerlijk gezegd niet gedacht dat het me zou lukken om het zo lang vol te houden. Ik heb me vanaf het begin dat ik Perswijn ging maken eigenlijk altijd een ‘schrijvende proever’ gevoeld. Maar geleidelijk aan ben ik in het schrijven steeds meer liefhebberij gaan krijgen. En dat maakt het schrijven over veel onderwerpen ook weer gemakkelijker.

Op de een of andere manier blijven de onderwerpen zich echter aandienen. Het fijne is ook dat het geen echte column is. Een column legt meer beperkingen op, en vraagt ook om in feite altijd scherp te zijn, en daar heb ik niet altijd behoefte aan. Alleen als ik het nodig vind, zoals de vaste lezers ongetwijfeld zullen hebben gemerkt. Dus uit de weg ga ik het ook niet. Helaas gaat het dan vaak niet meer over de inhoud, maar ga je al snel op de persoon spelen, en dan wordt het al snel een stuk minder interessant. Gelukkig is de wijn ook niet politiek, zodat er geen noodzaak is te polariseren. Sterker nog, wijn is een gedeelde passie, en dat merk je in vrijwel alle contacten die je in de wijnwereld hebt, of het nu met importeurs, collega’s of met sommeliers.

René van Heusden, die ik als schrijver bewonderde, en die het idee had om elke maandag een stuk op de website te zetten, was een scherpere schrijver dan ik. Wel deed hij dat meestal met de nodige humor, tongue-in-cheek, zoals de Engelsen dat noemen. Gelukkig maar. Soms ook kreeg het iets verbetens en kon hij het niet laten op de man te spelen. Maar wie anderen de maat neemt, wordt zelf ook de maat genomen. Wie kaatst, kan de bal verwachten. Hij merkte zelf ook dat hij op een gegeven moment geen inspiratie meer had voor zijn columns in Perswijn. Hij was daar ook niet voor niets mee opgehouden. Je kunt nu eenmaal niet scherp zijn in de overtreffende trap, en de lezers verwachten dat wel. Ik denk dat de lezers die zijn columns missen -en die zijn er nog steeds- dat ook voor ogen moeten houden. Hij was er ook al ruim voor zijn overlijden mee opgehouden. Dat wordt nog wel eens vergeten. Maar ik hoop er op deze plek nog een tijdje mee door te gaan. Het bevalt me eigenlijk prima, moet ik zeggen. Ik hoop u ook.

Ter ere van de 101ste overpeinzing geven we een jaarabonnement of twee entréetickets voor het consumentengedeelte van onze Perswijn proeverij Le Tour de Champagne (maandag 2 september a.s.) cadeau voor het beste onderwerp voor een volgende column.

Geef uw suggestie in een reactie hieronder!

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Bacchanalen

Behalve dat ik met plezier Perswijn maakt, ben ik ook gewoon wijnliefhebber. Misschien moet ik het zelfs wel omdraaien. Ik ben vooral wijnliefhebber, en daarom is het heerlijk om ook een wijnblad te maken. Daardoor ben ik ook in de gelukkige omstandigheid mijn liefhebberij helemaal uit te leven. Af en toe word ik daar bij ‘geholpen’ door andere liefhebbers. Nederland telt namelijk talloze proefclubs, die gezamenlijk wijnen proeven, en daar liefst nog lekker bij eten ook. Afgelopen week was ik te gast bij twee van deze proefclubs. Een aanslag op de gezondheid, maar ook een feest. Wat de beide avonden heel bijzonder maakte, was de inzet van de aanwezigen. Letterlijk iedereen aan tafel had zich ingezet om een prachtige fles, of meerdere prachtige flessen op tafel te zetten. We waren het er over eens dat dit de hoeksteen is van dit soort avonden. Voor mensen die er kwalitatief de kantjes vanaf lopen, is aan tafel domweg geen plaats. En aan tafel was ook iedereen het er over eens dat het zo werkt. Sterker nog, iedereen aan tafel heeft bijzondere flessen liggen, die hij of zij nooit zelf zou openmaken om te drinken. Zo’n groot gezelschap van liefhebbers is in dat geval ideaal. Je laat het maximale aantal liefhebbers delen in je bijzondere fles. Tegelijk krijg je daar een glas, of liever gezegd een aantal glazen, van andere bijzondere wijnen voor terug.

Wel was de ene avond totaal anders dan de andere. Op donderdag was gekozen voor een baanbrekend thema. In plaats van te kiezen voor bekende Europese wijnen, was besloten wijnen uit Zuid-Amerika –in de praktijk Chili en Argentinië- op tafel te zetten. Gedurfd, omdat veel proevers die niet zien als ‘klassieke’ topwijnen en bewaarwijnen. De proeverij liet zien dat dat beeld niet terecht is. De kwaliteit is met sprongen gestegen, en het was leerzaam dat te zien. Oudere wijnen, zoals de Altaïr 2004 en Seña 2005 stonden er nog helemaal. Ook onbekende wijnen maakten indruk, zoals Las Tres Marias Cabernet sauvignon 2013 van Viña Gandolini, het toppunt van finesse in Cabernet. Of de fraaie País ‘Matorral’ 2016 van Viña Gonzalez Bastias, een bijzondere cultwijn.

De vrijdagavond was er voor de ‘klassiekers’. Grote Franse wijnen, werkelijk uit alle topgebieden, met fraaie gerechten gecombineerd. Van prachtige Champagnes tot bijzondere Rhônewijnen, grote Bourgognes en grote oude Bordeaux, afgesloten met Vin de Paille en grote Sauternes. Wat een avond! Grote namen, en groots genieten, helemaal volgens hetzelfde principe, met een gezelschap van pure liefhebbers. Te veel op om te noemen, eigenlijk. Alleen al een serie van Roussanne Vieilles vignes 2009 van Beaucastel naast een witte Hermitage van Chave (2007) en een Condrieu Coteau de Vernon 2012 van George Vernay was uniek. Drie grote, maar totaal verschillende witte wijnen. En weer leerzaam. De Roussanne was frisser van stijl dan ik gewend ben. De Chave toonde zich in eerste instantie lastig. Een zeer krachtige wijn, die veel lucht nodig heeft. Bordeaux blijft uniek in hoe de wijnen kunnen ouderen, zoals de prachtige Ducru-Beaucaillou 1970 liet zien. Of de witte Domaine de Chevalier 1995. Grote Bourgogne is magistraal, zoals de geweldige Chambolle-Musigny 2002 van Comtes de Vogue, gemaakt van jonge stokken uit de Grand Cru Musigny. Of de ongelooflijke Montrachet 2005 van Marc Colin. Maar je leert ook van teleurstellingen, zoals de licht gemaderiseerde Domaine de la Mordorée ‘Plume de Peintre’ 2005, een wijn die van Parker ooit 99 punten kreeg. Das war einmal. Ook de Hommage à Jacques Perrin 1995, weer Beaucastel, kwam niet helemaal uit de verf. Yquem 1990 was fris en uitgebalanceerd, mooier dan het verder gerijpte jaar 1995, dat er naast stond. Botrytis blijft essentieel, zelfs voor d’Yquem. Wat een geweld. Dank dat ik er bij mocht zijn. Ik werd wel een beetje schuin aangekeken dat ik niet alle glazen leegdronk. Sorry, heren.

Dit is welgeteld de 100ste overpeinzing. Hij is opgedragen aan de twee jaar geleden overleden René van Heusden, die graag een serie columns op de maandag wilde beginnen, met zijn scherpe pen. De man met de zeis voorkwam dit helaas. We denken nog altijd aan je, René.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Pfffff… heet is het hier

Het blijft een apart fenomeen, om in de derde week van juni een heuse hittegolf voorgeschoteld te krijgen. Je checkt af en toe even je weer-app, en ziet dan een paar dagen temperaturen voorspeld worden van boven de dertig graden. Gelukkig is de voorspelling een tikje afgezwakt, dus het valt misschien mee. Omdat ik gisteren, zondag, naar Piemonte ben afgereisd, zat ik ondertussen te hopen dat het daar iets minder warm zou zijn. Afgelopen jaar was het weer in Zuid-Europa met enige regelmaat niet zo mooi en warm als in Nederland. Ik herinner me nog dat ik vorig jaar mei in Palermo veel minder mooi weer had dan in Amsterdam. Helaas, het mocht niet zo zijn. De weer-app gaf aan dat woensdag aanstaande in Asti temperaturen tot 37 graden worden verwacht. De dagen daarna wordt het veertig graden. Arme druivenstokken. Ik ben te gast op een bijeenkomst over barbera. Een druif die gedijt op ‘koelere’ plekken dan de nebbiolo. Tja. Waar vind je die koelere plekken eigenlijk nog? Feit is dat de klimaatverandering op dit moment een concreter gezicht krijgt. In Amsterdam zijn de afgeknapte bomen die je nog overal ziet daar eveneens de stille getuigen van.

Een bevriende wijnschrijver, André Dominé, vertelde me onlangs dat het aan de voet van de Pyreneeën, waar hij woont, vroeger een paar dagen achter elkaar boven de dertig graden kon zijn. Nu is dat zomaar een paar weken. Een grote verandering.

Voor de wijnproducenten betekent het dat aanpassingen onvermijdelijk zijn. Wijngaarden plant je voor decennia. Een lastige zaak. Misschien moet je wel heel andere druiven aanplanten dan te doen gebruikelijk in een bepaalde streek. Toen we afgelopen dinsdag met het panel een serie wijnen met de herkomstbenaming ‘Vin de France’ proefden, kwam dat ook ter sprake. Vin de France geeft de producenten enorm veel vrijheid om de druiven aan te planten die ze willen en wijn te maken zoals ze dat graag willen. Zo was er verbazing over het feit dat Vincent Mongeard van Domaine Mongeard-Mugneretin Vosne Romanée malbec heeft geplant. ‘Ze zullen wel voor gek worden verklaard. Voor pinot noir krijg je veel meer geld.’ Dat moge zo zijn, maar zo gek is het misschien wel niet. Wellicht zullen degenen die nu worden uitgelachen om hun vreemde keuzes, in de toekomst als visionair worden beschouwd. Want wie in de wijngaard écht voorbereid wil zijn op klimaatverandering, zal heel ver vooruit moeten kijken. Het probleem is bepaald niet eenvoudig op te lossen.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Sponsoring?

Mijn lagere school was nog een echte dorpsschool. Gedegen klassikaal onderwijs, en de leraren waren streng doch rechtvaardig. Ik leerde er perfect hoofdrekenen en foutloos spellen. Nou ja, foutloos, taal is moeilijk en een foutje is zo gemaakt. Mijn kleinkinderen leren ook nog om goed te lezen, natuurlijk. Maar je ziet dat ‘beeld’ en ‘filmpjes’ een belangrijke plek hebben ingenomen. Dat is niet iets om moeilijk of nostalgisch over te doen. Elke tijd is anders. En gelukkig maar.

Wij spelen zelf ook in op de ‘ontlezing’ door video’s te maken over onze proeverijen en concoursen. En daar wordt ook goed naar gekeken, getuige de -meestal- positieve reacties. Het wordt als prettig ervaren informatie in deze vorm te krijgen. Even kijken, luisteren naar het verhaal, het is ook een prima vorm van communicatie.

Maar we houden ook van print, en onze lezers ook nog altijd. Even het blad doorbladeren, op je gemak kijken wat je wilt lezen. Prima. Alleen moet je wel goed lezen, natuurlijk. En de juiste conclusies trekken. Over de Koopgids Italië kregen we van een enkeling het commentaar dat het zou zijn ‘gesponsord’, omdat er drie advertenties van één importeur in stonden. Terwijl, als je goed leest en kijkt, kunt zien dat er ook prijzen zijn gewonnen door andere en ook kleine importeurs. Wel hebben grote importeurs die meer (goede) flessen inzenden, meer kans om te winnen, maar dat is logisch. Het is allemaal simpel te zien. Waarom toch dat wantrouwen? Want dat is het eigenlijk gewoon. We hebben al vaak uitgelegd hoe het werkt. Eerst worden de winnaars gekozen. Als het panel in een blinde proeverij de winnaars heeft aangewezen, dan worden deze benaderd door degene die de advertenties werft. Er kan worden geadverteerd, en dat op basis van het behaalde resultaat. En dus niet andersom. Net als bij een krant.

Uiteindelijk kunnen we alleen doorgaan met ons werk als we genoeg verdienen, en advertenties dragen daaraan bij. Het is niet anders. Dat noemen we geen sponsoring, dat noemen we adverteren. Onze acquisiteur vroeg me zelfs of ik het geen probleem vond, drie advertenties van dezelfde importeur. Ik vond van niet, omdat we een eerlijk verhaal hebben, en daar ook open over zijn. Ik kan u zeggen dat het bij de koopgids van dit najaar, die we nu gaan maken, precies hetzelfde zal gaan. Nou ja, ik heb natuurlijk liever nog meer advertenties van heel veel verschillende importeurs. Maar daar heb ik geen invloed op. Zo simpel is het.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op dinsdag: Mag ik effe vangen?

Afgelopen week werden we opgeschrikt door de beelden van een op hol geslagen cruiseschip in Venetië. Ondanks de talloze waarschuwingen dat deze stad niet geschikt is voor zulke grote schepen, blijven ze maar komen. Venetië is verworden tot een soort openluchtmuseum, die niet meer zonder massatoerisme kan, zo lijkt het. Het is vreemd eigenlijk, want de toerist, dat is altijd iemand anders. Terwijl ik zelf ook meerdere malen met plezier naar deze bijzondere stad ben gegaan. Dus die (massa)toerist, dat zijn wij zelf ook, ook al gaan we niet bij de McDonalds eten en kopen we geen afzichtelijke snuisterijen.

Het is zoals Ilja Leonard Pfeiffer schreef in zijn ‘Grand Hotel Europa’. Het continent wordt overspoeld door toeristen die op zoek zijn naar een ‘authentieke’ ervaring. En dat is vooral het Europese verleden. Italië is wel een van de beste voorbeelden. Het land worstelt met zijn begroting en zijn productiviteit. Maar het staat vol met monumenten die getuigen van een groots verleden. Als je in Florence een van de oude musea of paleizen wilt bezoeken, moet je veel geduld hebben om binnen te komen. Een soort nostalgie naar een lang voorbij verleden, dat is wat je vooral voelt.

Eerlijk gezegd was ik me er niet van bewust dat het massatoerisme ook begint door te dringen tot de wijnbedrijven van Toscane. Een tikje naïef. Toen mijn onvolprezen online marketeer, Eelco Keuris, me mailde of ik nog een leuk wijndomein in de buurt van Lucca wist om te bezoeken, ging ik nietsvermoedend bladeren door mijn oude foto’s en notities. Ah. Tenuta di Valgiano, dat moest interessant zijn. Ik was daar ooit eens geweest, een mooi wijngoed dat biodynamisch werkt en dat fijne wijnen maakt.

Helaas. Hij kwam van een koude kermis thuis. ‘We mochten ons aansluiten bij een groep Russen, die voor € 40 per persoon een proeverij kregen. Anders waren we niet welkom. ’ Dat is de realiteit van vandaag. Ook wijngoederen in de omgeving van Florence worden toeristische attracties, met bijbehorende prijzen. Waar rijke toeristen zich kunnen laven aan het ‘authentieke’ Toscane. Of wat daar nog van over is. De romantiek van een spontaan bezoek aan een mooi wijndomein is daarmee ver weg. Daar word ik dan zelf weer nostalgisch van.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Wijn als concept

Toen ik vorige week op reis was door Oostenrijk, moest ik met enige regelmaat terugdenken aan een bezoek aan Australië, vrij kort na de eeuwisseling. Met een paar collega’s gingen we naar Palandri, in Margaret River, met in onze achterzak –figuurlijk dan- het laatste rapport van de Rabobank over de wijnwereld. Rabo was destijds een grootmacht in de financiering van wijnbedrijven. Nu wellicht ook nog, maar daar heb ik niet zo’n kijk op. Destijds was de bank zijn tijd met dit soort rapporten zonder meer vooruit. Voor een bank met de focus op het boerenbedrijf is wijn natuurlijk gewoon business –er is weinig romantisch aan, laten we maar zeggen.

Het rapport vertelde precies hoe wijnbedrijven hun productie moesten structureren. Dat ging volgens een pyramide. Je moest om succes te hebben op de markt beschikken over een icoonwijn, aan de top, in kleine hoeveelheden. Dan daaronder een middensegmant, en dan goedkoop –noem het betaalbare, dat klinkt beter- entrylevel wijnen aan de onderkant van de pyramide. Tja. Een kind kan de was doen.

Dit soort rapporten is overal goed gelezen. Ik moest er aan denken omdat er in 2013 een commissie in het leven was geroepen om de Oostenrijkse Sekt een nieuwe structuur te geven. U raadt het al, op het scherm bij de powerpoint verscheen een pyramide. Sekt komt in het vervolg op de markt met drie kwaliteitstreden: Sekt Classic, Sekt Reserve en Sekt Grosse Reserve. Appeltje eitje. Origineel zijn is voor dit soort commissies natuurlijk ook geen eis. Denken in Rabobank-concepten is ook niet verboden. Alleen heb je daar geen commissie voor nodig, maar in dat opzicht is Oostenrijk kennelijk net Nederland.

In Burgenland kwamen we een andere uitwerking tegen van het Rabo-concept: de icoonwijn. Bij het Weingut Scheiblofer, aan de oostkant van de Neusiedlersee, kregen we van magnum een rode wijn ingeschonken met de naam ‘Batonnage’. Een project van vijf vrienden: Markus Altenburger, Florian Gayer, Gerhard Kracher, Erich Scheiblhofer en Christian Tschida. Ons werd ingefluisterd dat dit de eerste Oostenrijkse rode wijn was die van Falstaff, het Oostenrijkse wijnmagazine, 100 punten had gekregen. Dat was uiteraard ook de bedoeling. De vijf vrienden –ze begonnen dit project in 2000- wilden een wijn maken van ongekende kracht. Dat was het. Ook moest hij ongekend veel hout krijgen. Hij rijpt twee keer op nieuwe vaten. Dus twaalf maanden op een nieuw vat, en dan weer twaalf maanden op weer een nieuw vat. Tja. Ik sta er bij ons panel om bekend dat ik niets tegen houtrijping heb, maar dit was zelfs mij te veel. De wijn was heel warm, je rook alleen maar hout en een vleugje groenigheid van merlot uit een te warme wijngaard. Ook een concept. Maar een dat hopeloos verouderd is. We liepen terug naar de bus. Een Amerikaanse collega vroeg wat ik van de wijn vond. ‘Eigenlijk niet lekker’, zei ik. Hij gaf me een boks. ‘Ik ook niet’.

Ronald de Groot

 

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Busje komt zo – maar gaat niet

Als ik zeg dat ik een paar dagen op wijnreis ga, zijn er mensen die zeggen: ‘goede vakantie’. Mijn naaste medewerkers durven dat natuurlijk niet. Ze weten dat zo’n opmerking niet wordt gewaardeerd. Wijnreizen zijn geen vakanties. Ze worden gekenmerkt door strakke programma’s die altijd uitlopen, vroeg opstaan en het doorstaan van bezoeken aan wijnkelders die allemaal hetzelfde zijn. Maar het kan allemaal nog erger.

De afgelopen week was ik naar Oostenrijk, en het was weer goed raak. De baas van het Austrian Wine Marketing Bureau, Willi Klinger, wilde in het jaar van zijn vertrek nog één keer iets ‘groots’. Hij wilde -letterlijk- de grenzen opzoeken. In drie dagen joeg hij ons langs de grenzen van de Oostenrijkse wijnbouwgebieden met de verschillende buurlanden. Schijnbaar om te laten zien dat Oostenrijk vroeger een groot imperium was, met grenzen die na de Eerste Wereldoorlog lukraak door de wijnstreken waren getrokken, op last van de overwinnaars. En dat ze, na het opruimen van de machinegeweren en de wachttorens, nog altijd een beetje Oostenrijks waren. Dus moesten we naar de grens met achtereenvolgens Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Slovenië. Voelt u hem al? Dat betekende héél lang in de bus zitten. En héél vroeg opstaan. Een kwelling voor een avondmens als ik. Ik heb gelukkig nooit met Eurolines naar Zuid-Europa hoeven te reizen, maar dit was ongeveer zoiets. In drie dagen hebben we zo’n 15 uur in de bus doorgebracht. Gemiddeld vijf uur per dag. Langer dan bij de wijnbedrijven die we bezochten. De meeste wijnen moesten uit tijdnood worden geproefd tijdens de lunch. Nu ben ik gewend tijdens grotere proeverijen mijn notities direct in de laptop te zetten, maar met een vork en mes in de hand en een bord voor je neus is dat knap lastig. Zeker als je ruim een uur hebt om te eten en om veertig wijnen te proeven. Tijdens de ‘proeverij’ van de tweede dag was er ook nog een barbecue georganiseerd. Nou ja, als je een gasvlam met een bak er boven waarin droge stukken kip worden gebraden een barbecue kunt noemen. De kerriegeur van de kip was zo doordringend, dat je van de wijnen niets meer kon ruiken. Tijdens de laatste lunchproeverij waren sommige flessen leeg, en kon de wijn niet meer worden geproefd. Hoe kun je als organisatie alle grondregels van een serieuze proeverij zo met voeten treden? Willi Klinger wordt bedankt. Letterlijk.

De trip werd gisteren afgesloten met een conferentie. Tijdens de afsluitende voordracht over de geschiedenis van de Oostenrijkse wijn, viel de zaal zo’n beetje collectief in slaap. Dat krijg je van al dat vroege opstaan.

Enfin. Op reis zijn voor de wijn is leuk, maar ik ben blij dat ik weer thuis ben. Ik kan weer lekker mijn kelder induiken met mijn laptop, en de wijnen in alle rust proeven onder de juiste omstandigheden.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Primeur or no primeur, that is the question…

Afgelopen weekend heb ik hard zitten werken aan de proefnotities van de Bordeaux-jaargang 2018. Een flinke klus, met ruwweg zo’n 500 geproefde wijnen. Het artikel verschijnt in het komende nummer, inclusief de notities. Maar omdat de primeurcampagne inmiddels in volle gang is, zetten we de notities ook op de website. Gewoon om even mee te kijken welke wijnen interessant kunnen zijn.

Of je ze in primeur moet kopen, de toppers van 2018, moet iedereen voor zichzelf uitmaken. De overwegingen zijn voor iedereen anders. Ik zit zelf al tegen een flinke berg wijnen aan te kijken, en de tijd die ik nog heb om die berg weg te werken, wordt ook korter. Ook heb ik geen excuus in de vorm van een geboortejaar van een kleinkind, zoals bij de fraaie jaargangen 2016 en 2010. ‘Koop jij nog wijn?’ ‘Ja, dat doe ik voor de kleinkinderen.’ Handig antwoord.

Daar staat tegenover dat 2018 aan de top werkelijk meesterlijke wijnen heeft voortgebracht. Hoewel heel rijk en krachtig, met veel alcohol, komen ze niet zwaar over en hebben ze perfecte tannine. Iedereen wil perfect rijpe wijnen, want de markt wil geen ouderwetse wijnen meer, waar je jarenlang op moet wachten. Bordeaux past zich naadloos aan. En dat gemopper op veel alcohol kennen we wel. Stiekem vinden veel mensen dat geen probleem. Dus het argument dat je de wijnen lang moet wegleggen om er van te kunnen genieten, gaat meteen niet op. Dat zou een argument kunnen zijn ze toch te kopen, al is het maar met het idee dat het later niet meer mogelijk is. Of dat zo is, valt gewoon niet te voorspellen. Ook niet door mij.

Duidelijk is wel dat de écht mooie wijnen duur tot onbetaalbaar zijn. Blijkbaar zijn deze wereldwijd zo gevraagd, dat er een sterk element van speculatie in de prijzen zit. Dus als u mee wilt speculeren, dan is dat zeker een optie. Een wijn als Château Palmer, waar maar 10 hectoliter per hectare werd geoogst, zie ik op dit moment aangeboden worden voor € 336 per fles. Tja.

Daar staat tegenover dat bij ‘normaal’ geprijsde wijnen niet kan worden gezegd of je daar een goede koop aan hebt of niet. Bij zeker 50% van de oogstjaren komen de wijnen voor een lagere prijs op de markt dan waarvoor ze in primeur werden aangeboden. Dat schiet niet op. Ik loste dat ‘probleem’ de afgelopen jaren zelf op door het kopen van magnums. Die zijn goed te bewaren, en in primeur kun je net zoveel magnums bestellen als je wilt, omdat de wijn nog niet is gebotteld. Wijnen als Potensac of Sociando-Mallet kunnen geschikt zijn voor deze benadering, ook dit jaar.

Zelf weet ik het nog niet helemaal zeker. Maar ja, twijfel is menselijk. De verleiding in zo’n mooi jaar is groot, dat moet ik wel toegeven. Een mens is niet altijd rationeel.

Het artikel over de jaargang Bordeaux 2018 verschijnt in Perswijn #4.

Ronald de Groot

1 2 3 53
Page 1 of 53