Columns Archives - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Proefnotities, hoe ze te interpreteren?

Altijd mooi om mails te krijgen van lezers, zeker als het gaat om interessante, opbouwende kritiek. Zo kregen we onlangs een bericht van Roel Klinkers, die zich afvroeg of proefnotities misschien ánders zouden kunnen. Ik citeer: ‘Veel notities zijn van totaal verschillende wijnen maar toch bijna naadloos uitwisselbaar. Ik ben nu drieënzestig jaar oud en proef al wijn sinds mijn veertiende. Mijn vader had een mooie wijnkelder en deze traditie heb ik met plezier van hem overgenomen. Ik wil mijzelf geen kenner noemen maar geheel onwetend ben ik zeker niet. Toch kan ik mij vaak geen enkele voorstelling maken van wat ik van een wijn kan verwachten als ik een proefnotitie lees.’

Ik ben jaloers op iemand die al wijn proeft vanaf zijn veertiende – maar dat terzijde. Als reactie op deze opmerking moet ik zeggen dat het schrijven van proefnotities er in de loop der jaren niet gemakkelijker op is geworden. In vroeger jaren was de variatie tussen de wijnen domweg veel groter dan nu. Niet alleen is de kwaliteit van veel wijnen sterk gestegen, maar ook de eenvormigheid is toegenomen. Kleine foutjes zijn verdwenen, die een wijn soms charmant kunnen maken. Door gebruik van dezelfde klonen, bepaalde gisten en enzymen zie je bepaalde wijnen wereldwijd opduiken met geuren en smaken die sterk op elkaar lijken. Zo werd Sauvignon blanc uit Nieuw-Zeeland op een gegeven moment erg populair. Kenmerkend is een soort groenige, grassige geur. Producenten elders roken hun kans, en pikten graag een graantje mee. Zo kun je dit type Sauvignon nu ook tegenkomen in bijvoorbeeld Chili, Zuid-Afrika en zelfs in de Loire. Ooit maakte ik een proeverij mee in Blenheim, hartje Marlborough, met bijna een honderdtal van dit soort wijnen. Een bijna traumatische ervaring, en een nachtmerrie om te beschrijven.

In Italië heeft het succes van Ripasso geleid tot een stortvloed aan wijnen met eenzelfde karakter. Zwoel, zoetig, vaak met wat restzoet, gelikt, fruitig. Ook een voorbeeld van eenvormigheid die zich soms lastig laat vangen in sterk verschillende proefnotities. We doen enorm ons best de wijnen zo divers mogelijk te beschrijven. Hoe lastig ook.

Roel vervolgt: ‘Elk jaar ga ik met een aantal goede vrienden naar de 24 uur van Le Mans. We zijn allemaal wijnliefhebbers en tijdens dat lange weekend wordt menig flesje leeggeschonken. Nou wil ik niet mijn mooie gerijpte Bordeaux en Bourgognes voorzetten aan dat stelletje schooiers dus ik liet mij door een zeer lovende proefnotitie uit de folder van een van mijn leveranciers overhalen om vierentwintig flessen Chileense rode wijn te kopen. (…) Toen ik een fles openmaakte om te proeven bleek het om een wijn te gaan met een voor mijn gevoel enorme hoeveelheid restzoet. U had waarschijnlijk al begrepen dat ik klassieke wijndrinker ben en wijnen met restzoet vind ik ondrinkbaar. Dus wat ik mij afvraag is het volgende: Waarom kan een proefnotitie niet beginnen met een aanduiding van de hoeveelheid restzoet en de zuurgraad? Iedere producent kan deze informatie moeiteloos verstrekken en het kost hoogstens een half regeltje in de proefnotitie. Dit is objectieve informatie. Dit is een kans voor Perswijn om baanbrekend en vernieuwend te zijn.’

Dat is een charmant voorstel, maar helaas niet zo realistisch. We proeven voor elk nummer zo’n 400 tot 500 wijnen. Ik hoop dat Roel kan begrijpen dat het opvragen van deze informatie bij producenten een echt monnikenwerk zou zijn, als we al beschikken over de contactgegevens. Bovendien moet dit dan handmatig bij elke notitie worden gezet. Dit is een enorme klus. Niet te doen. Trouwens, zo objectief is die informatie niet. Restzoet zegt lang niet alles. Het gaat om de balans. Niet voor niets is de aanduiding ‘trocken’ in Duitse wijngebieden gebonden aan de verhouding tussen zuren en restsuiker. Als technische informatie voldoende objectief zou zijn, is proeven overbodig. En dat is het nu ook weer niet. We proberen juist bij onze proefnotities altijd op te schrijven of een wijn zoet of zoetig overkomt, dus afgaande op de smaak. Wij vinden dat de beste informatie. Dus gaan we nog even door met proeven. Tot computers en techniek het helemaal overbodig maken. Maar dat zal nog wel even duren.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Bio is niet de heilige graal voor duurzaamheid

Het is zaterdagmiddag, prachtig weer. We zitten in de zon boven een prachtige wijngaard, nét over de grens met België, van Pietershof. Een zonnige zuidhelling. Het is warm in de zon. Ik spreek met eigenaar Albert Meijer voor een artikel in Perswijn, dat de komende tijd zal verschijnen. Het is ook een mooi moment om even te filosoferen. Albert Meijer is van oorsprong cardioloog. ‘Er zijn wel overeenkomsten tussen het medische vak en het werk in de wijngaard. Je kunt niet alles begrijpen. Ook al zou je dat willen. Dat is in beide gevallen zo. Je kunt niet alles verklaren.’

Maar tegelijk heeft hij de wil om te luisteren. Want misschien kan hij er uiteindelijk wel iets mee, ook al begrijpt hij het niet. Biologische wijnbouw, bijvoorbeeld, of biodynamisch wijngaardbeheer. ‘Het is een vorm van religie, eigenlijk. Zeker biodynamisch boeren, met het uitstrooien van micro-organismen over de wijngaard, hoe werkt dat?’ Er zijn producenten die het hocus pocus noemen, die er niets van willen weten. Maar als je het niet begrijpt, kan het wellicht toch werken. ‘Als er iets is van biodynamische wijnbouw dat nuttig is, dan wil ik het ook wel toepassen, zelfs al begrijp ik het niet.’ Albert Meijer vindt biodiversiteit een speerpunt voor zijn wijngaard, dus hij zal alles doen om die te bevorderen.

Ik moet denken aan het bezoek onlangs, in Margaux, aan Lucien Guillemet, eigenaar van Pouget en Boyd-Cantenac. Zonder dat we er om vragen begon Guillemet over biologisch boeren. ‘2021 leed aan een gebrek aan zon en een gebrek aan warmte. Mei was de op twee na regenachtigste maand gemeten. In juni viel twee keer zoveel regen als normaal. Als koper je enige behandeling was van meeldauw, omdat het geen ‘chemisch product’ is, moest je tijdens de regen wel tot drie keer per week behandelen. Er zijn chemische middelen, zoals fosfonaten, die beschermen je wijngaard twee weken tegen meeldauw. Dan versterk je de weerstand van de stokken en hoef je veel minder te behandelen. Het is een sekte, je mag niet meer nadenken. Bedenk dat zelfs feromonen, lokstoffen om insecten te verwarren, tot voor kort verboden waren in bio -want chemisch. Flavescence dorée, een ziekte die heel besmettelijk is en waarbij bestrijding verplicht is, levert grote problemen op. Bij bio is er maar één insecticide beschikbaar, dat matig werkt en ook veel ander leven doodt. Sommigen weigeren daarom te behandelen, feitelijk terecht. Maar dat levert grote problemen op en leidt tot klachten van anderen, omdat ze zo iedereen besmetten. Denk toch na.’

Deze stelligheid zul je van Albert Meijer niet horen, zeker niet. Maar zijn verhaal wijkt er in de praktijk niet van af. ‘Koper gebruik ik niet. Het wordt niet afgebroken en hoopt zich op in de bodem, het doodt het bodemleven. Ik gebruik alleen organische producten, zoals fosfonaten. In de biologische wijnbouw wordt dit een chemisch product genoemd, alleen omdat het uit een fabriek komt. Maar omdat het organisch is, wordt het volledig afgebroken. Met zwavel, wat in biologische wijnbouw mag, dood je roofmijten. Ik gebruik geen producten die roofmijten doden of die schadelijk zijn voor bijen. Als je roofmijten doodt, komen er schadelijke insecten, die je met heel nare producten moet bestrijden, ook al zijn ze biologisch. Dus ik zie niet in wat hier goed aan is. Laten we niet vergeten dat de Europese Unie koper al lang had willen verbieden. In Nederland is het al verboden.’

Het is een blijft een lastig probleem. De bedoeling achter biologisch wijnboeren is natuurlijk goed. Dat is ongetwijfeld ook het gevoel bij consumenten. Maar biologisch boeren met als argument dat consumenten er om vragen, lijkt me geen juist argument. Je kunt van consumenten niet verwachten dat ze de boven beschreven nadelen kennen. Maar als je over deze nadelen schrijft, zoals nu, word je snel weggezet als een tegenstander van biologisch of biodynamisch boeren. Maar waarom zou ik dat zijn? Biologisch boeren heeft zeker positieve effecten, maar misschien zijn er wegen om het nóg beter te doen. Ik laat me graag overtuigen, maar dan met goede argumenten. De manier waarop Albert Meijer er over praat, is heel mooi, goed beschouwd. Je moet altijd iets willen leren, iets van de ander op willen steken. Het zou zo mooi zijn als dat wederzijds zou zijn.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: NFT’s kunnen herkomst fles garanderen

In een van zijn laatste uitzendingen van het seizoen ging Arjen Lubach op de van hem bekende wijze eens lekker los op het ‘beleggen’ in crypovaluta. Ik kon zijn redenering over een piramidespel wel volgen, eerlijk gezegd. Maar uiteraard moet iedereen lekker zelf weten waar hij of zij geld in steekt. En gelukkig ben ik geen specialist op dit terrein. Nou ja, gelukkig… het schijnt dat je als crypto-‘influencer’ wel heel gemakkelijk kunt binnenlopen.

Hoe dan ook, de techniek achter cryptovaluta heeft ook de interesse van wijnbedrijven, zo konden we lezen in een nieuwsbericht van Meininger, afgelopen week. Om meerdere redenen is deze techniek, die van de blockchain, interessant voor de wijnindustrie. Wijnbedrijven worstelen al jaren met fraude en bedrog. Zo is bekend dat lege flessen van Lafite-Rothschild met name in China een leuk bedrag kunnen opbrengen. En niet alleen maar om ze als pronkstuk op de schoorsteenmantel neer te zetten, laten we maar zeggen. DRC, producent van extreem dure Bourgognes, probeert door het nummeren van flessen en het traceren van alle verkoopkanalen er voor te zorgen dat geen fles in verkeerde handen komt. Op Château Le Pin vernam ik ooit dat de etiketten werden gedrukt bij hetzelfde bedrijf als de eurobiljetten. Op die manier kregen ze een soort ‘watermerk’, waardoor vervalsing feitelijk onmogelijk moest worden. En toch weten oplichters met grote regelmaat liefhebbers te foppen met vervalste flessen.

De introductie van NFT’s, non-fungible-tokens, zou een oplossing kunnen zijn voor dit probleem. Eerlijk gezegd associeerde ik NFT’s in eerste instantie met de nieuwe trend om te investeren in digitale kunstwerken met een unieke code, waarmee je kunt bewijzen dat het kunstwerk van jou is. Maar aan de muur hangen, ho maar. Het blijft een digitaal kunstwerk. Voer voor speculanten, lijkt me, en niet voor kunstliefhebbers. Ze worden ook gebruikt voor het kopen van virtuele stukken land of virtuele verzamelingen van van alles en nog wat, zoals bijvoorbeeld digitale katten. Zoiets als Pokémon kaarten verzamelen, maar dan volledig digitaal. Voor deze unieke digitale katten schijnen overigens forse bedragen te worden neergeteld – uiteraard in crypovaluta. Het kopen van virtuele flessen wijn is misschien ook mogelijk, maar dat is dan echt alleen maar om mee te speculeren, zou ik denken.

Maar als je een stap verder denkt, dan kun je een NFT ook koppelen aan een unieke fles wijn. Zoals flessen van DRC allemaal genummerd zijn, zo kun je aan elke genummerde fles een uniek NFT koppelen. Met dit token kun je zien waar de fles vandaan komt en wie de eigenaar is. Als hij van eigenaar wisselt, wordt dat ook geregistreerd in het NFT. Bij elke verkoop kan de nieuwe eigenaar worden geregistreerd. Inmiddels zijn er bedrijven actief die deze transacties in NFT kunnen registreren. Op die manier kun je van een fles die je koopt, of het nu van een particulier, een handelaar of op de veiling is, exact de weg volgen die de fles heeft afgelegd. Natuurlijk is dat vooral belangrijk voor bijzondere flessen, maar het lijkt me een stap vooruit. Niet elke nieuwe technologie of trend is verkeerd. Dit is een mooi voorbeeld.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Meer appellations: niet altijd beter

Op reis naar Bordeaux voor de primeurproeverijen is leuk, maar ook afmattend. Ik keerde afgelopen dinsdag terug na een week lang proeven van negen uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds. Dat afgewisseld met bijzondere diners, waarover ik zeker niet zal klagen. Want het is altijd weer uniek om wijnen te mogen proeven uit jaren als ’61, ’59, ’49, ’47 en zelfs ’28. In elk geval was het een fijne afwisseling met de afgelopen jaren. Van de oogsten 2019 en 2020 proefde ik de monsters hier in Amsterdam. Een goede oplossing, maar veel minder leuk. Als je ter plekke rondloopt, krijg je ook veel meer te horen en te zien.

Zo ging onze autorit van Saint-Emilion naar het diner in de Sauternes dwars door de Entre-Deux-Mers. Nogal ontluisterend, eerlijk gezegd. Ik ben onderweg nog nooit zoveel verlaten wijngaarden tegengekomen. De stokken stonden er wel, maar ze waren niet gesnoeid en overwoekerd met onkruid. Stille getuigen van de crisis die Bordeaux treft. Niet alleen ‘gewone’ Bordeaux. Ook sommige, meer eenvoudige crus bourgeois worden voor een paar euro per fles verkocht. En laten we eerlijk zijn. De classificatie cru bourgeois is zwaar gedevalueerd door het grote aantal châteaux dat deze mag voeren. En natuurlijk door het feit dat alle toppers hier tegenwoordig hun neus voor ophalen. Châteaux als Phélan-Ségur, Poujeaux, Chasse-Spleen, Sociando-Mallet, Haut-Marbuzet, je zult ze in de classificatie tevergeefs zoeken.

Maar je hoort ook van successen – gelukkig maar. Zo doet de ‘fusie-appellation’ Côtes de Bordeaux het boven verwachting goed. Hij verenigt een paar verspreid liggende wijngebieden onder deze ene naam. Zo heeft de Premières Côtes de Bordeaux – langs de Garonne – zich omgedoopt tot Cadillac Côtes de Bordeaux, Premières Côtes de Blaye werd Blaye Côtes de Bordeaux, Côtes de Castillon hernoemde zich tot Castillon Côtes de Bordeaux, enzovoort. Alleen de Côtes de Bourg wenste niet mee te doen. Wellicht hebben ze daar nu spijt van, want het blijkt te werken.

Je kunt het zien als het voorbeeld van een situatie waarin consumenten duidelijkheid belonen. Producenten hebben vaak de neiging méér appellations te willen, om zich van anderen te onderscheiden. Consumenten zien echter op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer, zo leert de praktijk. Ik merkte dat ook bij een bezoek, begin maart, aan Minervois-la-Livinière. Sommige producenten daar nemen niet eens de moeite deze appellation voor hun wijnen te gebruiken. Hun argument: ‘de wijndrinker kent de appellation niet’.

Het zou producenten tot nadenken moeten stemmen. Appellations zijn goed, maar véél appellations toch een stukje minder. Gelukkig ga ik er niet over, maar ik zou zeggen dat het wel een tandje minder mag, met al die appellations. Liever minder appellations dan meer appellations die geen hond kent.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Oranje boven

Op mijn leeftijd – het is niet anders – word je al snel gezien als een soort dinosauriër. Hier in Amsterdam zeggen we ‘ouwe lul’. Iemand die alleen maar kan mopperen over allerlei nieuwlichterij, onder het motto ‘vroeger was alles beter’. Een gemakkelijke benadering om de mening van ouderen te kunnen negeren. Cancelen, heet dat tegenwoordig. Zelf vind ik natuurlijk het omgekeerde. Door mijn jarenlange ervaring kijk ik met een ándere blik. Tenslotte kun je van je ervaringen ook leren.

Zo heb ik in mijn (wijn)leven al heel wat trends zien komen en vaak ook weer zien gaan. Daar heb ik dan ervaring genoeg voor. Kijk naar rosé. Nog niet eens zo lang geleden moest een rosé kleur hebben, anders zou hij geen smaak hebben. En nu? Sommige rosé heeft zo weinig kleur dat hij amper nog van wit valt te onderscheiden. De ene trend wisselt de andere af.

Vaak blijft er van zulke trends overigens wel iets ‘hangen’. Dat geldt voor wijn, maar uiteraard niet alleen voor wijn, overigens. Denk aan de kookkunsten van Ferran Adrià van El Bulli, in de hoogtijdagen van het ‘moleculaire koken’. Een soort chemische fabriek, waar sommigen al snel moe van werden. Zo vertelde de culinaire criticus Herwig van Hove me ooit dat hij daar halverwege de  ‘maaltijd’ de rekening had gevraagd en was weggegaan, omdat hij al die experimentele liflafjes niet meer kon verdragen. Tegenwoordig vind je elementen van de moleculaire overal terug, maar in zijn pure vorm is hij grotendeels verdwenen.

De trend waaraan ik dezer dagen, met Koningsdag in aantocht, onvermijdelijk aan moet denken, is die van het maken van ‘oranje wijnen’, orange wines. Oranje boven, laten we maar zeggen, hoewel mijn verstokt republikeinse collega Frank Jacobs daar ongetwijfeld anders over zal denken.

Je zou het kunnen zien als een soort rosé, maar dan anders. Heel anders zelfs, want het is een wijn die wordt gemaakt door witte druiven niet direct te persen, maar de schillen in contact te laten met het sap. Omdat het vaak ook gaat om wijnen die ‘natuurlijk’ worden gemaakt, dus onbeschermd tegen oxidatie, krijgt de wijn een oranje kleur, door de schillen en de oxidatie. Dat maakt dit type wijn populair bij liefhebbers die zo ‘puur’ mogelijke wijnen willen. Op zich begrijpelijk. Maar het is een misvatting om te denken dat dit dan altijd mooie of lekkere wijnen zijn. Er zijn wel restaurants en sommeliers die dit idee graag verkopen aan gasten die daar gevoelig voor zijn. Maar de realiteit is dat er zeker goede oranje wijnen zijn, maar ook heel veel slechte. Het punt is dat de witte druiven, met name de pitjes, veel zuren en tannine kunnen bevatten, zodat de wijnen gemakkelijk onaangenaam droog en zuur over kunnen komen. Onlangs proefde ik zo’n wijn tijdens een van onze proeverijen. Mijn geliefde vriendin, nieuwsgierig naar het fenomeen van de oranjewijnen, wilde het ook graag een keer meemaken. Ze wist niet hoe gauw ze hem weer moest uitspugen. Zo zuur en droog was de wijn. Bovendien was het karakter van de druif onherkenbaar.

Er zijn ook voorbeelden van het tegendeel. Een Xarel.lo ‘Vermell’ die ik in het glas kreeg was mooi in balans en niet te oxidatief. Gewoon heerlijk. Ook van de rebula/ribolla gialla worden in het grensgebied van Italië en Slovenië mooie oranje wijnen gemaakt. Zorgvuldig wijnmaken, bijvoorbeeld door het goed doseren van schilcontact, is essentieel. Dus het als religie verkondigen is zinloos. Ook hierbij zal het goede behouden blijven en het slechte verdwijnen, daar ben ik van overtuigd.

Ik wens u een mooie Koningsdag. Drink oranje, maar met mate.

 

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Duivels dilemma

De wijnbouw is voortdurend in beweging. En dat is maar goed ook, want zonder veranderingen en aanpassingen zou de wijnbouw sterk onder druk komen te staan. Zelfs de Bourgogne, de streek waarin het gebruik van de extreem populaire druivenrassen als pinot noir en chardonnay in steen gebeiteld lijkt, moet hierin mee. Nou ja, in dit geval gaat het om een heel klein en heel onbekend stukje Bourgogne: wijnen uit de Bourgogne die geen AOP hebben, maar de status van IGP. In deze gebieden willen de producenten nu de mogelijkheid krijgen om resistente druivenrassen aan te planten. In totaal gaat het om een klein deel van de productie in de Bourgogne, ten opzichte van de in totaal 30.000 hectare met AOC-wijnen. AOC wijnen uit de Bourgogne liggen nu eenmaal goed in de markt …

Het gaat om vier IGP’s: Coteaux de l’Auxois (ten westen van Dijon), Sainte-Marie-la-Blanche (ten zuidoosten van Beaune), Saône et Loire, bij de (binnen dat departement, ter hoogte van Châlons en Mâcon) en Yonne, bij Chablis (gelijk aan de grenzen van het departement).

Het is opnieuw een signaal dat deze ontwikkeling niet te stoppen valt. Eigenlijk loopt men hier zelfs achter op de Languedoc. Ik ken al meerdere producenten in de Languedoc die resistente rassen hebben geplant of aan gaan planten, zoals souvignier gris, een druif die in Nederland ook met succes wordt geteeld. Het voordeel is dat schimmelresistentie is ingekruist met druiven van bijvoorbeeld Amerikaanse oorsprong, dus geen vitis vinifera. Daardoor zijn minder bestrijdingsmiddelen nodig, waarover, heel logisch, zo veel te doen is.

Souvignier gris is een goed voorbeeld van de verbeteringen die je ziet bij dit type druiven. De smaak en de geur zijn zeker beter dan bij resistente rassen die eerder op de markt kwamen. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de eerste wijnen van resistente rassen met échte complexiteit en diepgang nog moet tegenkomen. Waarbij ik beslist niet wil zeggen dat ik er tégen ben, wat nogal eens – ten onrechte – wordt gedacht. Ooit kregen we dit te horen als terugkoppeling bij het proeven van Nederlandse wijnen. ‘Jullie houden niet van deze rassen’. Nee, we houden van wijnen die complex van karakter zijn, met veel smaakdiepte. En als die er niet is, dan kunnen we de wijnen niet heel hoog waarderen, zo simpel is het. Inmiddels zijn er Nederlandse wijnboeren met dit type druiven die het wijngaardbeheer en het wijnmaken heel goed op orde hebben, waardoor de kwaliteit steeds beter wordt.

En, laten we eerlijk zijn. Er zijn heel veel karakterloze wijnen op de markt van druiven die wél van vitis vinifera zijn gemaakt. Je hoeft maar zo’n kansloze Pinot grigio te proeven uit een wijngaard uit Veneto met massaproductie, en je bent meteen genezen. Dan nog veel liever een goed gemaakte Souvignier gris.

Dus nogmaals, het is prima dat deze wijnen er zijn, en het is mooi dat ze met minder bestrijdingsmiddelen toe kunnen. Maar het zal naar mijn smaak nog lange tijd duren voor ze de complexiteit zullen hebben van unieke druiven als chardonnay of pinot noir van goede producenten en bijzondere terroirs. Hoe spijtig dat ook is.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Wijn is politiek wapen

Als er één ding nog maar eens duidelijk wordt uit de ‘militaire operatie’ in Oekraïne, dan is het wel dat handel en politiek meer met elkaar te maken hebben dan de westerse landen hadden gedacht. En zeker de Europese landen. Eerlijk gezegd getuigt het van nogal wat naïviteit om te denken dat het niet zo zou zijn. Dat lijkt misschien op praten achteraf, maar dat is het niet. Zeker in het geval van bijvoorbeeld de gastransporten via de pijpleidingen van Nordstream kan dat moeilijk worden volgehouden. Het was zelfs de gesmade Donald Trump die in 2018 al zei dat Duitsland zich met deze gaspijpleiding volledig afhankelijk zou maken van Rusland. En dat het land wel verwachtte dat de V.S. te hulp zou komen bij de verdediging tegen dat land, binnen het verband van de NAVO.

Wat geldt voor  gas, geldt ook voor andere producten. ASML liep keihard aan tegen Amerikaanse druk om zijn geavanceerde machines niet aan China te leveren. En denk niet dat wijn er buiten blijft. Donald Trump, hij weer, ‘strafte’ landen in het Airbus-consortium met hoge importheffingen, met name op wijn. De Italiaanse wijnbouw heeft hier sterk van geprofiteerd.

De ‘Trump-taks’ is inmiddels enigszins glad gestreken, maar het was een waarschuwing voor wat er nog allemaal ging gebeuren. De producenten van Champagne mochten vorig jaar hun wijn in Rusland niet meer als ‘champagne’ verkopen. Alleen Russische mousserende wijnen mochten nog als champagne worden verkocht. Achteraf gezien was dit Poetin die even een vlieg van zich afsloeg, vergeleken met wat hij later deed. Met het huidige conflict is de export van luxegoederen naar Rusland helemaal tot stilstand gekomen.

De boodschap die je hier uit kunt halen, is dat het voor wijnstreken, maar ook voor individuele wijnboeren, verstandig is hun afnemers zo veel mogelijk te spreiden. ‘Leg niet al je eieren in één mandje’, werd vroeger gezegd. Zo spreek ik af en toe producenten uit Californië, die hun wijnen in de V.S. gemakkelijk kunnen verkopen. Als warme broodjes. Waarom zou je dan nog exporteren? Hun antwoord is steevast dat ze hun klantenkring liefst zo veel mogelijk spreiden. Heel verstandig. Een wijn als Opus One, uit Napa Valley, zou fles voor fles volledig in China kunnen worden verkocht, zonder enige inspanning. Maar daar is nooit voor gekozen. Een wijs besluit.

Australië is het meest recente slachtoffer van politieke wrijving. Een deel van de oogst werd niet binnengehaald omdat de grootste klant, China, in de praktijk is weggevallen. Dit in reactie op met name de Australische steun voor een onafhankelijk onderzoek naar de oorsprong van COVID in China. Omdat China en Australië in de jaren daarvoor juist een vrijhandelsverdrag hadden, was Australië de belangrijkste wijnleverancier van China geworden. Het lachen is de Australiërs inmiddels wel vergaan. De export van Australië is gedaald met zo’n 30%. Een flinke slok. Al jaren geleden verbaasde ik me er over dat Australië zijn promotiebudgetten weghaalde uit Europa en zijn kaarten zette op ‘groeimarkt’ Azië, met name China. En andere wijnlanden hebben door schade en schande geleerd dat markten die eenmaal verloren zijn gegaan, niet zo snel weer teruggewonnen kunnen worden. Australië zal daarop in Europa geen uitzondering zijn.

Het vreemde van dit alles is dat wijn en politiek op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Maar politici zien wijn kennelijk als een mogelijkheid een ander land te treffen, misschien wel omdat het een soort cultuurgoed is. Heel ergerlijk. Op zo’n moment verlangen we terug naar politici die wijn zagen als iets waar je vooral van moest genieten. Bijvoorbeeld Winston Churchill. Die hield zo van de champagnes van Pol Roger dat het huis zijn prestigecuvée naar hem heeft vernoemd. Churchill voerde heel wat oorlog, maar een boycot van champagne of wijn in het algemeen zou nooit bij hem zijn opgekomen. Helaas. Zulke politici bestaan niet meer.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Meer Sauternes graag

De brievenbus kleppert. Er valt een fles witte Bordeaux op de mat. Nou ja, bij wijze van spreken dan. In de praktijk moet de deur hier vaak open voor het ontvangen van proefmonsters van overal. De witte Bordeaux is in dit geval de ‘nieuwe’ witte wijn van Château Guiraud. Een château dat een reputatie heeft als producent van Sauternes, de beroemde zoete wijn. Maar deze wijn is niet zoet – integendeel, de fiche technique spreekt van 0 g restsuiker. Beendroog dus. Het is een — bijna wanhopige – poging, zo lijkt het, om de droge wijn van het château, voorheen de G de Guiraud geheten, nieuw leven in te blazen. Guiraud werd afgelopen oktober overgenomen door Matthieu Gufflet, een ondernemer in wat zo mooi de ‘hospitality-business’ heet. Xavier Planty nam na 38 jaar afscheid als directeur en als mede-eigenaar. Hopelijk niet al te gedesillusioneerd, na alle tegenwind bij de verkoop van zijn bijzondere zoete wijnen, die gewoon niet populair genoeg zijn.

Of dit soort droge wijnen de zaak gaat redden? Ik weet het niet. Het blijft maar gewoon ‘Bordeaux blanc sec’, na alle mislukte pogingen van de châteaux hier om bij de Graves te mogen komen. Of hun wijn ‘Sauternes sec’ te mogen noemen. Ook geen goed idee, lijkt me, want verwarrend. Nou ja, het is in elk geval beter dan wat gebeurde op Clos Haut-Peyraguey na de overname door Bernard Magrez, de tycoon die in elk gebied van de Bordeaux een Grand Cru Classé wilde hebben. In de streek hoorde ik dat hij gewoon een deel van de wijngaard heeft gerooid om de productie van zijn Sauternes te beperken. Zo kan het ook, natuurlijk. Probleem van zulke droge witte wijnen is dat het brave wijnen zijn, in elk geval in het geval van de Guiraud, met zijn blend van 70% sauvignon en 30% sémillon. Alleen is de prijs altijd vrij hoog en de concurrentie groot. Dit soort wijnen is gewoon niet uniek genoeg, zoals de Sauternes dat wél is.

Op Château Suduiraut hebben ze het volgens mij dan wat slimmer aangepakt. Daarvan kreeg ik afgelopen week geen fles binnen, maar wel een persbericht. Suduiraut maakt nu drie droge witte wijnen, die allemaal verschillend van karakter zijn. Eén wijn is de ‘tweede wijn’, met een naam en een etiket dat in lijn is met de tweede wijn is bij de zoete wijnen, de Lions de Suduiraut. Dezelfde formule is toegepast bij de grand vin, de eerste wijn. Een etiket dat lijkt op de zoete Suduiraut, bij twee droge wijnen, een van oude stokken en een wijn van puur sémillon. Net als de G de Guiraud is de S de Suduiraut afgedankt. Alleen de Ygrec van Yquem, waar de ontwikkeling van het maken van droge wijnen zo’n beetje begon, is er nog steeds.

Voordeel is wel dat het maken van goede witte wijn technisch gezien kan bijdragen aan het maken van mooie sauternes. Door een aantal plukgangen, waarbij gezonde druiven en druiven met minder goede botrytis worden weggehaald, blijven de trossen met de mooiste edele rotting over voor de Sauternes. Als je moderne Sauternes proeft, dan merk je dat de wijnen meer puurheid en zuiverheid hebben, omdat dat licht muffige toontje van wat minder edele rot er niet meer is. Château Suduiraut benadrukt ook dat het maken van top-Sauternes de focus blijft, en misschien zelfs in nog grotere hoeveelheden dan voorheen. Zo zie ik dat graag. Onlangs schonk ik, na een panelproeverij, nog een glas Barsac in. De mondhoeken krulden omhoog, iedereen vond het heerlijk. Zo moet het zijn. Dat hier droge witte wijnen worden gemaakt, is uit economisch oogpunt logisch. Maar het moet niet ten koste gaan van het goud, mooie Sauternes uit goede jaren, met mooie edele rotting. Daar moet gewoon meer van gedronken worden.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Droog vraagt durf

Enige tijd geleden mocht ik bij een van mijn buren in Saint-Chinian – de plek waar ik regelmatig verblijf – een leuk experiment meemaken. Ik kreeg een paar versies van de rode wijn te proeven, eerst de ‘gewone’ wijn, daarna een met 1 gram restsuiker en vervolgens een met 2 gram. Het experiment vond plaats op verzoek van de importeur. Het verschil was groot, veel groter dan ik zou hebben gedacht. Al bij 2 gram vond ik de wijn flauw van smaak worden. Ik geef het toe, ook een kwestie van smaak.

Het lijkt er soms wel op dat de smaak van een deel van de wijndrinkers verschuift naar wijnen met meer zoet – vandaar ook dit verzoek. In elk geval scoort met name Italië wereldwijd goed met rode wijnen die (soms flink wat) restsuiker hebben. Het begon in Puglia, maar je ziet het nu ook elders, met name bij Ripasso uit Valpolicella en zelfs in Toscane, waar ‘Governo all’uso Toscano’, het drogen van de druiven voor rode wijn, tegenwoordig plotseling weer een bijzondere ‘historische’ waarde blijkt te hebben. Om daarmee weer in ere te worden hersteld, met een zoet product als resultaat.

Er wordt wel eens gespeculeerd over de oorzaken van deze trend. Zeker is dat dit in de V.S. al langer aan de gang is. Amerikanen zijn notoire zoetekauwen, en onder andere Chileense wijnbedrijven passen hun wijnen al jarenlang aan deze ‘Amerikaanse’ smaak aan. Zelfs de voorkeur van Robert Parker voor wijnen met veel hout een flink wat alcohol kan tegen deze achtergrond wel enigszins worden verklaard, zou ik bijna denken.

Daar komt bij dat veel jongeren zijn opgegroeid met frisdrank, en daarmee erg gewend zijn geraakt aan zoete dranken. Of dat een rol speelt, is uiteraard gissen, maar verbazen zou het me niet. Gelukkig zie je dat een deel van de jonge wijndrinkers later ook echt liefhebber wordt. Een ontwikkeling die vaak hand in hand gaat met meer voorliefde voor droge(re) wijnen. Gelukkig maar.

Dat is misschien ook de reden dat de boeren in de Elzas hebben gekozen voor de verplichting dat Riesling die niet is gemaakt van laat geoogste druiven, dus vendange tardive of sélection des grains nobles, vanaf de oogst van 2021 droog moet zijn. Deze verplichting is door een meerderheid van de boeren goedgekeurd. Hij is in lijn met de regels van de EU voor droge wijnen. En een reactie op een verzoek van het INAO om meer duidelijkheid over het karakter van wijnen uit de Elzas. Een probleem waar wij al vaker over schreven. Deze duidelijkheid komt er nu. Droog is maximaal 4 g/l, of maximaal 2 g/l hoger dan het zuurgehalte tot een maximum van 9 gram. In dat geval moet het zuurgehalte dus 7 g/l zijn. Vergelijkbaar met het Duitse systeem, maar daar mag dan wel ‘Halbtrocken’ worden gemaakt, in de Elzas dan niet meer.

Ook voor de andere witte wijnen van de Elzas gaat een nieuw systeem gelden, met een verplichte aanduiding van sec, demi-sec, moelleux en doux. Dus ook meer duidelijkheid. Een deel van de producenten beklaagt zich er over dat dit voor Riesling niet meer mag, en dat de regels voor Riesling dus strenger zijn dan voor de andere druiven.

Nou ja, je kunt altijd blijven klagen. Ik vind het feit dat meer duidelijkheid wordt gegeven over hoe droog de wijnen zijn, pure winst. En ik vind het van durf getuigen dat je, in een tijd dat veel wijnen zoeter worden, afspreekt om drogere Rieslings te gaan maken. Hulde.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Overheden

Gisteren vloog ik naar Florence, om Chianti Classico te gaan proeven in het kader van de Anteprima. Een bijzonder moment. De Anteprima van 2020 was de laatste ‘normale’ proeverij die ik voor de covid-lockdowns kon bezoeken. Pas nu, uitgesteld vanuit februari, kom ik weer terug naar normaal. Nou ja, normaal, hier in Italië zijn de QR-codes en de mondkapjes nog lang niet afgeschaft.
Zo’n vlucht, over de prachtig besneeuwde Alpen, is ook even een rustmoment. Even peinzen over het feit dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend is. Ik las een essay van Geert Mak in de NRC over de oorlog. ‘Zo tikten ze elkaar af, beleefd groetend, bij de klapdeuren van Hal F, de gaande en de komende crisis. De hal waar je een laatste coronaprik kon halen was vrijwel uitgestorven, een gang verder liepen de eerste vluchtelingen binnen.’

Wat ik bijzonder vind aan deze oorlog is de actieve bemoeienis van de V.S. met het conflict. Het is toch ver van hun bed, goed beschouwd. Gelukkig maar. Bij de vorige president zou dat minder vanzelfsprekend zijn geweest, lijkt me. Het blijft in alle opzichten een bijzonder land, niet altijd goed te begrijpen, moet ik zeggen.

Ooit, op mijn eerste reis door de V.S., lang geleden, werden we in Kentucky uitgenodigd voor een drankje. Tot mijn stomme verbazing kregen we te horen dat het bier van zo’n kilometer of vijftig ver moest komen, omdat dit deel van Kentucky nog altijd een ‘drooglegging’ kende. En ik maar denken dat de drooglegging al in 1933 was afgeschaft. Op een latere reis kwam ik in Utah ‘State Liquor shops’ tegen. Daar heeft de staat nog altijd een monopolie op de drankverkoop, net als in Zweden of Quebec. En in San Francisco kun je overal in mooie wijnbars zoveel wijn drinken als je wilt.

Vaak wordt gezegd dat de landen van de Europese Unie geen eenheid vormen, maar in de V.S. is het in dat opzicht niet heel anders. Zo kun je in veel staten van de V.S. geen wijn uit een van de andere staten bestellen. Inmiddels heeft de Amerikaanse regering onderkend dat dit leidt tot ongewenste marktbelemmeringen voor kleinere bedrijven en wijnproducenten. Het zorgt er voor dat grote distributeurs in sommige staten een veel te machtige concurrentiepositie hebben, waardoor de concurrentie feitelijk wordt uitgeschakeld. In de praktijk controleren een paar grote distributeurs een groot deel van de markt.

De plannen moeten er voor zorgen dat de regels worden versoepeld en dat er daarmee meer concurrentie komt. Ook zouden de regels voor etikettering moeten worden versimpeld, om het kleinere bedrijven gemakkelijker te maken om de markt te betreden. Als het meezit, zou het voor Europese wijnbedrijven gemakkelijker moeten worden om hun wijnen in de V.S. op de markt te brengen.

We gaan het zien. De federale regering is ook afhankelijk van de staten en in de praktijk zijn die tegenwoordig niet allemaal genegen maatregelen van Washington over te nemen. In de praktijk blijken dit soort praktijken hardnekkig. Kijk naar Zweden. Iedere Zweedse collega die ik tegenkom moppert op het monopolie, system bolaget, dat bepaalt welke wijnen geïmporteerd mogen worden. Maar het is een welkome melkkoe voor de staat, die niet geneigd is het te veranderen, onder het mom van bescherming van de volksgezondheid. Inmiddels halen veel Zweden hun wijn uit Denemarken en Duitsland en is illegaal stoken op het platteland een soort nationale hobby.

Tja, wij maken ons druk over bureaucratische overheden, terwijl elders op het continent mensen vechten voor hun leven tegen een nietsontziende overheid. Paradoxaal, maar toch gaat in de schaduw van deze strijd ons (wijn)leven ook weer gewoon door. Ik ga vandaag weer ‘gewoon’ Chianti Classico proeven. Net als voor de eerste crisis.

Ronald de Groot

1 2 3 67
Page 1 of 67