Columns Archives - Pagina 3 van 68 - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Nostalgie

Afgelopen vrijdag zat ik even aan de thee met Hubrecht Duijker – denk niet dat wijnjournalisten en -schrijvers altijd wijn drinken. Eindelijk even een zonnetje, dus een perfect moment om op de fiets te stappen, richting Abcoude. Aanleiding voor mijn bezoek was een mailtje van Hubrecht, waarin hij me onder de aandacht bracht dat hij ‘net als Joe Biden en Paul McCartney’ dit jaar 80 zou worden. Typisch Hubrecht. Ik zou zelf nooit bedacht hebben dat hij al bijna tachtig was, dus goed dat hij me er even aan herinnerde.

Laten we eerlijk zijn. In Nederland zijn we er niet zo goed in onze helden te eren, en zeker niet onze wijnhelden. Nou ja, die zijn er ook niet zoveel, eigenlijk. Maar, zoals Hubrecht zelf memoreerde, met zo’n 120 wijnpublicaties, meest boeken, maar ook kalenders, etc. is hij wel wereldrecordhouder op dit gebied. Het resultaat van een ijzeren discipline. ‘Ik werkte ooit met Robert Leenaers aan een TV-programma. Hij zei me wel eens “Ik had gisteren een baaldag. Ik heb helemaal niets gedaan.” Dat gevoel is mij volledig vreemd. Ik kan elke dag mijn werk doen.’ Een andere verklaring voor zijn succes? ‘Ik heb altijd zelf initiatief genomen, als je gaat zitten wachten, gebeurt er niets.’ Zijn mail getuigt er van. Zijn eerste honderd boeken schreef hij op een elektrische schrijfmachine.

Onvermijdelijk roepen zulke gesprekken nostalgische gevoelens op. Ik werd weer even meegenomen naar de begintijd van mijn wijnliefhebberij. Hubrechts boek ‘De grote wijnen van Bordeaux’ inspireerde ons tot het organiseren van proeverijen van châteaux uit het boek. Die kon je in de jaren zeventig nog redelijk gemakkelijk aanschaffen. Heel gek, want nu ben ik kind aan huis bij dezelfde châteaux. Het maakt je bewust van de bijzondere reis die ik heb gemaakt door wijnland. Achteraf gezien waren deze wijnen in de jaren zeventig trouwens helemaal niet zo goed. Tegenwoordig maken al deze châteaux veel betere wijnen. Bovendien wijnen die veel eerder drinkbaar zijn. Op dit moment proef ik 2019, en het valt me op dat de meeste wijnen nu al lekker zijn om te drinken. Natuurlijk is ook mijn smaak veranderd, en ben ik gewend aan het drinken van jonge wijnen. En een liefhebber van het jonge fruit, dat tegenwoordig niet meer door overdadig hout wordt weggedrukt.

Het getuigt van de enorme veranderingen die de wijnwereld heeft ondergaan. Dat mocht ik ervaren toen in eerder in de week Meron bezocht, een bedrijf dat voor veel supermarkten de wijnen test. Tests waarmee de aloude panels van wijnproevers deels overbodig worden gemaakt. Zo’n beetje alle verkeerde aroma’s die een wijn kan bevatten, worden er door machines genadeloos uitgehaald. Gelukkig kunnen de machines nog niet zeggen of een wijn ‘lekker’ is of niet. Maar misschien komt dat ooit ook nog wel. Toch roept dat voor mij geen nostalgische gevoelens op. Het is goed dat de wijndrinker die in de supermarkt een fles koopt, er van uit kan gaan dat de kwaliteit in orde is en de wijn geen fouten vertoont. Een belangrijk gegeven, naast de vaststelling dat wijnen in het algemeen veel beter zijn geworden. Dus al met al is er weinig reden tot nostalgie. Eigenlijk is het meer een soort hang naar romantiek, en dat is helemaal niet erg.

De beide artikelen staan gepland voor nummer 2 van dit jaar.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Onafhankelijk

Afgelopen week was het spitsuur op de website. De discussie over port ging over en weer. Inmiddels zijn de rookwolken opgetrokken, en kijk ik terug op een leerzame uitwisseling van kennis en ideeën. Het houdt je lekker scherp, in elk geval. Ik voerde ook een goed telefoongesprek met Eelco van Wieringen, die deze discussie begon in de uitzending van Meldpunt. We kwamen tot de conclusie dat het allemaal vooral om de inhoud moet gaan. Dat wordt nog wel eens uit het oog verloren. Achteraf is het duidelijk dat het om twee benaderingen gaat. Wij vonden het onterecht dat met gestrekt been werd ingegaan op een categorie port die ons na aan het hart ligt. En we vinden nog steeds logisch dat het feit dat een 10 years old of 20 years old tawny door de portproducenten en hun instituut, het IVDP, wordt omschreven als een wijn met het ‘karakter’ van een wijn van die leeftijd een voldoende rechtvaardiging is van het feit dat de gemiddelde leeftijd mag afwijken. In het telefoongesprek met Van Wieringen kwam ook naar voren dat er ports waren gevonden die aanzienlijk ouder werden bevonden, tot wel ‘twee keer de aangegeven leeftijd’, aldus van Wieringen. Strikt genomen zou dit dan ook misleiding zijn, volgens de strenge definitie van Van Wieringen. Maar naar ons idee ondersteunt dit juist het idee dat het gaat om port met het karakter van 10 of 20 jaar oud. Het zou wat mij betreft jammer zijn als er geen afwijking mag bestaan, dus dat dit type wijn gemiddeld iets jonger of iets ouder zou mogen zijn, domweg omdat dit de mooiste blend is.

In een goed artikel over de zaak in de Portugese krant Expresso, werd er ook aan gerefereerd dat juristen het er niet over eens zijn of het nu misleiding is of niet. Sommigen vinden het voldoende dat de omschrijving klopt, dus vinden het niet misleidend, zoals ook het IVDP stelt. Anderen vinden dat de vlag de lading niet dekt. Van Wieringen is daar heel stellig in. ‘Vergeet overigens ook niet dat de NVWA, evenals vak-advocaten, dit bevestigen. Etikettering en wetgeving moeten in lijn worden gebracht met de verordening EU 1169/2011.’ Dus dat betekent in de praktijk dat een 10 years old tawny gemiddeld gewoon nooit minder dan 10 jaar oud mag zijn.

Van Wieringen zegt ook dat veel consumenten niet beseffen dat de leeftijd mag afwijken. Daarin kan hij zeker gelijk hebben. Maar er zijn ook wijndrinkers die niet weten dat Chablis op basis van chardonnay wordt gemaakt. Tegelijk is het natuurlijk een slechte zaak als producenten veel te jonge wijnen gebruiken voor dit type en deze met allerlei trucs geforceerd laten rijpen, waar het onderzoek toch op wijst. Dat zou ook het IVDP zorgen moeten baren. Helaas mochten wij het oorspronkelijke rapport van de universiteit Groningen niet zien, dus hoe het precies zit, is voor ons lastig te beoordelen. Met name kunnen we niet beoordelen of bij de ports die niet zo ver van het gemiddelde af zitten, de hoeveelheden van de gebruikte ports een rol speelt. Als je een klein beetje jonge port in de blend doet, en veel oudere, dan kan het gemiddelde toch hoger liggen. Dan meet je volgens deze methode wel dat er jonge port in zit, zonder dat je kunt zeggen hoeveel.

Ondertussen zijn er altijd stoorzenders op internet, die zonder enig bewijs beweren dat je een bepaald standpunt inneemt omdat je niet ‘onafhankelijk’ zou zijn. Zonder verder op de inhoud in te gaan. Dat is kennelijk iets van deze tijd. Als je een vaccin propageert, word je betaald door big pharma. Toen ik ooit schreef dat de oprichting van Corpinnat in mijn ogen in niemands belang was, werd ik er meteen door iemand van verdacht ‘door Cava te worden betaald’. Tja. Tikje zielig.

Gelukkig ben ik op een punt in mijn leven gekomen dat mijn boterham of mijn goede fles Champagne niet meer in gevaar wordt gebracht door iemand bij- of af te vallen. Ik geniet er juist enorm van dat ik op deze plek vrijelijk mijn mening kan geven. Heerlijk. Net als bij voetbal, het is gemakkelijk op de man te spelen, maar mij gaat het om de bal – de inhoud. Als ik het mis heb, geef ik dat ook grif toe. En ik wijs er graag op dat deze overpeinzing niet aan alle kanten is omgeven door banners van sponsoren. Laten degenen die mij niet onafhankelijk noemen, eerst maar eens goed in de spiegel kijken.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Portmisère

Afgelopen vrijdag zat ik toevallig net een lofzang te schrijven over een heerlijke 30 years old tawny port, voor het komende nummer van Perswijn, toen er een paar berichtjes in mijn mailbox en whatsapp verschenen over een port-item in het televisieprogramma Meldpunt. Even kijken dus maar. Het betreffende item over tawny ports, en dan met name 10 years old en 20 years old, kwam in eerste instantie ontluisterend over. Ontluisterend, omdat sommige van met name de 10 years old tawnies volgens geavanceerde koolstofdatering veel korter zouden hebben gerijpt dan de 10 jaar die ons werd voorgespiegeld. In één geval zelfs maar zo’n 2,5 jaar. Dat is wel heel erg kort…

Toch roept zo’n uitzending bij mij meteen de nodige vragen op, misschien ook omdat zo’n uitkomst een tikje onwaarschijnlijk lijkt. Gelukkig kan ik die dan ook even stellen aan deze en gene, ook in het portgebied zelf. Maar helaas niet over het exacte resultaat van de test. Het is bekend dat dit type port, met als aanduiding 10 years of 20 years old, wordt gemaakt van een blend van meerdere jaren. Dus jongere jaren voor het fruit, en oudere voor het gerijpte karakter. Zegt deze C14 test nu dat de gemiddelde leeftijd te kort is? Of dat de jongste port in de blend 2,5 of vier jaar oud is? Dat is een belangrijk gegeven. Het verbaast me dat deze vraag niet werd gesteld door de voorzitter van de KVNW, die in de uitzending mocht zeggen dat hij dit allemaal zwaar afkeurde. Het antwoord op zo’n vraag zou meer duidelijkheid hebben gegeven. Want als een wijn gemiddeld maar 2,5 jaar oud is, dan heeft de betreffende producent toch echt wel iets uit te leggen. Zelfs als het zou mogen.

Iets vergelijkbaars krijgen we te horen in het portgebied. Portproducenten die met de resultaten worden geconfronteerd, stellen dat deze methode om de leeftijd te bepalen ongebruikelijk en onbetrouwbaar zou zijn. De onderzoekers zeggen zelf, volgens de website van Meldpunt, dat er een marge van twee jaar zit in de resultaten. Dat is voor een beschuldiging als deze nogal ruim. Als je zegt dat een port 7 jaar oud is bijvoorbeeld, en het eigenlijk 9 jaar zou zijn.

Maar er is meer kritiek. Via de importeur vernemen we dat Dirk Niepoort – Niepoort is overigens geen B-merk – ‘des duivels’ was over de resultaten. ‘Dirk stelt dat in een 10 years old tawny tientallen verschillende ports gaan, om de juiste blend te creëren. Welke ports zijn gebruikt, wordt exact vastgelegd, en is dus ook traceerbaar. Als een blend wordt gemaakt, moet deze worden geproefd door het portinstituut. Elke nieuwe batch weer. De keuring is streng. Het instituut keurt regelmatig wijnen af. Dat kan zijn omdat ze te jong overkomen voor de stijl van 10 years old, maar net zo goed als ze te oud overkomen. Van elke wijn worden controle-samples bewaard.’

‘En, inderdaad, het is toegestaan dat de gemiddelde leeftijd wat afwijkt, dus die kan hoger of lager zijn dan tien jaar. Dat is ook logisch, omdat het ene jaar sneller rijpt dan andere. Sommige jaren komen zelfs op hoge leeftijd nog jeugdig over. En sommige jonge jaren rijpen snel, en komen dus ook snel ouder over. Daarom brengt Niepoort bijvoorbeeld zijn colheita van 2003 nog niet op de markt, want die komt nog niet gerijpt genoeg over. Als je die voor een 10 years old tawny gebruikt, gaat de gemiddelde leeftijd omhoog, maar krijgt de wijn niet het vereiste gerijpte karakter.’ De juiste blend, met het juiste karakter, dat is in de portstreek het geheim van de smid. Essentieel is dat de port smaakt als een 10 years old, en daar is de keuring ook op gericht. Als je wat jongere wijn van een snel rijpend jaar in de blend stopt, kan dat dus prima werken.

Dat is ook de reactie van Royal Oporto, een van de bedrijven die genoemd wordt. Dit bedrijf stelt dat het alle regels respecteert. Dat zegt in feite ook de website van Meldpunt. ‘De fabrikanten van te jonge ports zeggen in hun reacties, dat zij voldoen aan de Portugese regels voor de port productie. Die zijn namelijk erg ruim geformuleerd. Een Tawny port mag een mengeling van verschillende oogstjaren bevatten, zolang die maar ‘het karakter’ behoudt van een 10 of 20 jaar oude port.’ Zo is het, en niet anders. Sterker, in de reactie van Royal Oporto wordt ook gezegd dat de regels voor de D.O. Porto door de Europese instanties zijn goedgekeurd, anders dan de website suggereert. Dat soort regels bestaan op meer punten. Zo mag je een wijn als bijvoorbeeld ‘Chardonnay’ op de markt brengen, ook als hij tot 15% andere druiven bevat. Dat geldt ook voor een jaargang op de fles. Er mag tot maximaal 15% van een ander jaar in zitten.

En we hebben eerlijk gezegd geen dure laboratoriumtests nodig om vast te kunnen stellen dat een 10 years old tawny van € 8,95 nooit veel bijzonders kan zijn. Dat kunnen wij ook gewoon op de proeftafel. Het is wel vreemd dat je een wijn die gemiddeld aanzienlijk jonger is, toch ’10 years old’ zou (mogen) noemen, maar dan moeten de regels worden veranderd. Om deze lang bestaande en volgens de regels toegestane praktijk totale misleiding te noemen, lijkt me goedkope kritiek van mensen die zich niet in het product hebben verdiept. En dat grote supermarkten deze producten om die reden uit het schap halen, is ronduit hypocriet.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Zoete marketing

Dit jaar was even bijkomen van oud-en-nieuw er niet bij. Ik werd al op 2 januari in Bordeaux verwacht voor de aftrap van de traditionele Bordeaux-proeverij van wijnen op fles – dit keer van de jaargang 2019. Nou ja, niets om over te klagen. Vorig jaar kon het niet doorgaan wegens covid, dus ik was maar al te blij dat het kon. Al zorgde de piek aan omikron-infecties wel voor enige onrust. Je wilt niet te plekke in quarantaine belanden. Ook fijn is dat ze in Bordeaux erg van goede champagne houden, wat heel aangenaam is na een proeverij van tientallen jonge rode wijnen. Gelukkig is de jaargang 2019 relatief benaderbaar, met rijpe tannine. Dat scheelt weer.

Columns

Overpeinzingen: Gifgroene zelfpromotie

Ik vond de oudejaarsconference van Peter Pannekoek erg goed. Pannekoek staat bekend als ijzersterke ‘roaster’ en deed zijn reputatie bij vlagen veel eer aan. Hij schudt de boel graag op grove wijze wakker. Maar uiteindelijk koos hij voor een poging om te verbinden. Mildheid en toenadering, was zijn devies voor 2022.

Nog iemand die de boel graag wakker schudt, ook volgens eigen zeggen, is Derrick Neleman, van Neleman Organic Vineyards. Neleman heeft een bewonderenswaardig bedrijf opgebouwd, dat duurzaamheid hoog in het vaandel heeft en prima wijnen produceert, die mede draaien op slimme, eigentijdse marketing. In de afgelopen dagen sloeg hij echter de plank mis met zijn campagne genaamd ‘Zit er gif in jouw wijn?!’ Daarin maakt hij zaken onterecht net zo zwart-wit als de kleurstelling van de advertentie zelf.

Hij zegt dat ‘in niet-biologische wijnen vaak restanten van chemische bestrijdingsmiddelen zitten. Deze zitten ook in de bodem, en uiteindelijk in mensen. Dit is niet duurzaam want (wijn)boeren krijgen Parkinson, bijen sterven massaal uit en je wijn smaakt echt niet lekker…’ Hij baseert zich op onderzoeken die aantonen dat bij (overdadig) gebruik van bepaalde pesticiden de kans op Parkinson en kanker toeneemt bij mensen die er langdurig aan worden blootgesteld (zoals wijngaardwerkers en direct omwonenden). Tot dusver zit hij niet (helemaal) fout, al is het allemaal erg kort door de bocht en opportuun. En niet helemaal eerlijk, omdat de residuen die in wijn zijn gevonden, (ver) onder de toxicologische norm zitten. Op die manier zit er gif in iedere wijn, want wijn zonder zwaveldioxide bestaat niet. Nadat hij nog een aantal zinnen over zijn eigen wijnen en visie heeft geuit, vraagt hij vetgedrukt: Liever wijn zonder gif? Maak nu voordelig kennis met de biologische wijnen van Neleman…’ en biedt wat korting aan –zoals het een goede Nederlandse koopman betaamt.

Los van het feit dat Neleman ongenuanceerd is over een inderdaad belangrijk en complex thema –duurzaamheid in wijnbouw–, suggereert hij dat zijn eigen wijnen gezonder en duurzamer (is biologisch per definitie duurzamer?) zijn en zelfs lekkerder zijn, en dat andere, niet-biologische wijnen minder gezond, minder duurzaam en minder lekker zijn. (Voor de goede orde: op mijn vraag of in de wijngaarden van Neleman koper en zwavel worden gebruikt –chemische gewasbeschermingsmiddelen, die ook schadelijk kunnen zijn en veelal de enige manier zijn voor biologische wijnboeren om meeldauw te bestrijden–, werd nee als antwoord gegeven). Sterker nog, de lezer kan het zo opvatten, dat omdát veel andere wijnen niet biologisch zijn, Neleman’s wijnen beter zouden zijn. De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Wijnhandelaren (KVNW) schoot de campagne in het verkeerde keelgat, begrijpelijk. Dit doet het product waar we allemaal zo van houden, geen goed. En je kunt je afvragen of Neleman de aangewezen persoon is om mensen ‘wakker te schudden’, al is dat zijn goed recht om te proberen en twijfel ik niet aan zijn oprechte betrokkenheid.

Maar zijn reclamecampagne ‘Zit er gif in jouw glas’ kan niet doorgaan voor het oprecht aan de kaak stellen van een complexe wijnbouwkundige uitdaging. Het riekt té overduidelijk naar reclame ten koste van anderen. Dat mag al een tijd volgens de reclamecode. En Neleman verdedigt zich o.a. door te zeggen dat hij geen beschuldiging uit, noch namen noemt (in een reactie op De Ondernemer op de kritiek van de KVNW). Hij stelt alleen vragen –ook die zin hebben we op oudejaarsavond een paar keer gehoord. Maar het draagt allemaal weinig bij. En iets verkopen door angst te zaaien, is gewoon niet kies (en zó 2021). De reclame van Neleman is gifgroene zelfpromotie, die onnodig polariseert. Laat Neleman leren van Pannekoek. Als je zo’n wijnwereldverbeteraar bent (citaat: ‘Neleman. Biologische wijn voor een mooiere wereld’), toon inlevingsvermogen, zoek toenadering en probeer mensen te overtuigen dat het anders kan. Maar dat verkoopt geen flessen…

Lars Daniëls MV

Columns

Overpeinzingen: We steken de thermometer er even in

Afgelopen vrijdag had ik een dag ‘huisarrest’ bij Vinska Klet, de coöperatie van Brda, in Slovenië. We zaten daar een hele dag wijnen te proeven uit Brda, voornamelijk wit. Een mooie proeverij, met een enorme verscheidenheid aan druiven en wijnstijlen. Je ziet hier van alles, Franse en lokale druiven, klassieke, frisse wijnen, wijnen met kortere of langere schilvergisting, oranjewijnen en natuurwijnen. Never a dull moment, laten we maar zeggen. Voer voor een mooi artikel, dat is zeker.

Na de proeverij is het altijd een plezier de beste flessen mee te nemen voor het diner in een restaurant, als men dat daar tenminste toestaat. Gelukkig, dat gaf geen problemen. Wel waren de witte wijnen inmiddels zo rond kamertemperatuur gekomen. Mijn metgezel vond dat geen probleem. Voor hem was een krachtige witte wijn die tegen kamertemperatuur aan zit eigenlijk wel zo fijn, meldde hij me. ‘Ik vind dat de wijn dan beter tot zijn recht komt, je proeft hem uiteindelijk beter.’ Daar kon ik niet zoveel tegenin brengen. Smaken verschillen. Maar hoewel de wijn van zichzelf zeker niet te alcoholisch was, proefde je de alcohol in de wijn ook beter. En het fruit minder. Hoewel ik de wijn dus zeker niet té koud zou willen drinken, had ik hem wel graag liever kouder gehad dan nu. Ik denk dat voor complexe of krachtige witte wijnen een graad of twaalf perfect is.

Het bracht me op een oude discussie over de ideale temperatuur voor het schenken van wijn. Zo hoorde ik ooit een sommelier zuchten over het gedrag van gasten op dit punt. ‘Ik serveer een mooi glas witte Bourgogne nooit te koud, dat is zonde.’ Terecht natuurlijk. Ook hij hield zo’n graad of 10 à 12 aan. ‘Maar dan moet je het commentaar horen’, vervolgde hij. ‘Mijn glas beslaat niet! De wijn is te warm.’ Tja, Nederlanders hebben niet alleen allemaal verstand van voetbal en Formule I, maar ook van de juiste schenktemperatuur van wijn. Stel je toch voor dat je dit nou eens aan een professional zou overlaten.

Veel wijndrinkers beseffen niet hoe belangrijk de schenktemperatuur is voor een optimale beleving van de wijn. Zo waren we het tijdens een wijnreis naar Australië volstrekt zat om overal in restaurants Pinot noir in het glas te krijgen op lokale ‘kamertemperatuur’ -wat wil zeggen ruim boven de twintig graden-. Niet eens uit balorigheid vroegen we op een gegeven moment om ijsblokjes om deze vervolgens in de wijn te kieperen. Dat luchtte flink op. Maar de bediening kreeg ogen als schoteltjes.

Sommige producenten zetten dan ook uit voorzorg op de fles wat de ideale schenktemperatuur van hun wijn is. Ze realiseren zich dat ‘kamertemperatuur’ lastig te definiëren is. Wat mij betreft is 18 graden voor de meeste rode wijnen wel zo’n beetje de limiet. In het algemeen kun je zeggen dat hoe lichter en fruitiger een wijn, hoe meer hij gekoeld moet worden bij het serveren. Maar zelfs oude tawny port is licht gekoeld op zijn mooist. Probleem is wel dat het niet eenvoudig is de wijn op exact de juiste temperatuur te krijgen. In deze tijd van het jaar kan even buiten zetten wonderen doen. En iets kouder serveren dan de optimale temperatuur is niet erg, de wijn kan altijd opwarmen. Warmer serveren is lastiger te corrigeren. Een simpele wijnthermometer is een goed hulpmiddel om het helemaal goed te doen. Nu we zo weinig gasten mogen ontvangen met de feestdagen, is er genoeg tijd om het allemaal te perfectioneren. Ik wens u vanaf deze plek mooie feestdagen en een goede jaarwisseling, ondanks alle beperkingen. En vooral: blijf gezond.

Ik neem ook even vrij en ben op deze plek terug op 10 januari.

Ronald de Groot

 

Columns

Overpeinzingen: Nederlands mousserend in de lift

Telefoontje van RTL Z. Of ik zin heb om iets te zeggen over mousserende wijn in Nederland. Ach ja, waarom niet? In alle eerlijkheid vind ik dat er op de TV nog wel eens een ‘deskundige’ te zien valt die niet bijzonder veel kennis heeft over het wijn-onderwerp waarover gesproken wordt. Het klinkt misschien arrogant, maar het ergert me gewoonweg als het publiek niet goed wordt geïnformeerd. Nu heb ik de wijsheid en kennis niet in pacht, maar een leven lang in de wijn en de hele wereld rondreizen helpt gelukkig wel om wat extra kennis te verwerven, laten we maar zeggen. En het leuke van zo’n vraag is dat je je ook weer eens extra kunt verdiepen in het onderwerp.

Mousserende wijnen zijn in Nederland inderdaad in opkomst. Niet onlogisch. Het is een van de weinige wijnsegmenten waar groei in zit, en je kunt er ook een goede prijs voor vragen. Stille wijnen gaan ook wel, maar dat kost snel wat meer moeite. Niet voor niets zijn er in de Achterhoek de afgelopen jaren een aantal wijngaarden gerooid. Wijn lijkt zo romantisch, en een leuk alternatief voor appelen of varkens. Maar er komt veel meer bij kijken. Niet alleen het verzorgen van een wijngaard en het maken van de wijn, maar ook nog eens de verkoop. Een vak apart, en niet te onderschatten.

Maar bij mousserende wijn komt er nog een stap bij. Je moet beginnen met een basiswijn, en die ondergaat dan een tweede gisting op fles, waarna hij ook nog een tijdje op de fles rijpt tot hij zijn bijzondere smaak en mousse heeft. Dat is een belangrijk deel van de voorsprong die de Champagne heeft op andere wijnstreken. Er zitten daar ervaren keldermeesters, met jarenlange ervaring, die het vak met de paplepel ingegoten hebben gekregen. Bovendien zijn daar grote voorraden, waar decennia lang in is geïnvesteerd. In Duitsland zie je die ervaring nu langzamerhand ook komen. Mede door specialisatie in het maken van goede Sekt en het aantreden van een nieuwe generatie wijnmakers, zie je de kwaliteit stijgen.

In dat opzicht is er in Nederland nog een lange weg te gaan. Ralph Huydts, van wijngoed Raarberg en ook maker van Pieter, van de Pietersberg, is daar eerlijk in. Hij is de maker van een paar van de beste mousserende Nederlandse wijnen die ik geproefd heb. Ik sprak hem voor het programma, en hij zei me dat hij nog ‘zoekende’ is, met pas een jaar of zes ervaring in het maken van mousserende wijnen. Logisch. Want, zoals hij terecht zei, als je wijn maakt, dan heb je maar één keer per jaar de mogelijkheid het anders en beter te doen. Dus er is geduld nodig om te verbeteren. Daarom is het bemoedigend dat er in ons land nu al een aantal aangename mousserende wijnen worden gemaakt. En gezien de klimaatopwarming en de toenemende ervaring kan het allemaal alleen nog maar beter worden. Een mooi vooruitzicht.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Champagne kan tegen een stootje

Een bijzondere gebeurtenis, afgelopen week: een online persconferentie van het CIVC (het overkoepelende orgaan van de Champagne) speciaal voor de Benelux. Altijd interessant. Gewoon even horen wat de laatste ontwikkelingen zijn, en hoe het CIVC aankijkt tegen de toekomst. En dat tegen de achtergrond van verkopen die zich dit jaar wonderbaarlijk goed hebben hersteld van het dieptepunt de covid-crisis van afgelopen jaar. En ook tegen de achtergrond van een moeilijke jaargang 2021, waarbij vorst en meeldauw hun tol eisten, en plaatselijk in de streek voor zeer lage opbrengsten zorgden.

De persconferentie was niet alleen maar een soort goed-nieuws-show, maar het moest uiteraard niet negatief zijn. Zo werd duidelijk verteld dat de verkopen van Champagne in 2020 zijn gedaald met 17%. Maar het goede nieuws volgde meteen: in Nederland, lang een achtergebleven Champagne-land, zijn de verkopen in 2020 juist gestegen met 14,5% in volume, tot bijna drie miljoen flessen, waardoor Nederland het elfde exportland voor Champagne is geworden. Toch bijzonder, en voor mij lastig te verklaren. Wellicht speelt het feit dat onze economie het relatief goed bleef doen, ook tijdens de eerste lockdown(s) daarin een rol. Zowel in waarde als in aantal flessen is de export naar Nederland zelfs nog nooit zo hoog geweest.

Ook bleek uit de persconferentie dat Champagne de druk voelt, als ‘premium’-wijn, om aandacht te besteden aan duurzaamheid. Nu is, aldus het CIVC, zo’n 50% van de wijngaarden duurzaam. In 2030 moet dat 100% zijn. Daarbij moet opgemerkt worden dat dit vooral gaat om het certificaat ‘Haute Valeur Environnementale’ (HVE). Biologisch en biodynamisch boeren is niet voor iedereen in de streek weggelegd, vanwege hoge ziektedruk in het toch bij tijd en wijle behoorlijk regenachtige, Atlantische klimaat.

Over klimaat gesproken: de olifant in de kamer van de Champagne is de klimaatopwarming – een onderwerp dat onbesproken bleef. De temperatuurstijging van de afgelopen decennia maakt het steeds moeilijker om de druiven voldoende zuren te geven, een van de geheimen van goede champagne. In een gesprek dat ik afgelopen week had met Duncan Brown van de Engelse sparkling-producent Gusbourne, merkte deze snedig op dat Champagne ‘gedwongen’ wordt steeds meer ‘Brut Zéro’ te maken, ongedoseerde champagne. Op die manier kan het gebrek aan zuren worden opgevangen, zo is de gedachte. Toevoeging van wat suiker, zoals bij een ‘normale’ dosage, van zo’n 5, 6 g/l, zou het evenwicht dan verstoren. Een zinnige redenering. Het bijzondere van de Champagne is dat Brut Zéro of Brut Nature heel slim wordt gehypet als een bijzondere nieuwe mode. Marketing is een sterk punt van de streek – altijd al geweest.

Een ander sterk punt is de verdediging van het gebruik van de naam ‘Champagne’. In het verleden is het zelfs gelukt het Zwitserse dorpje Champagne te verbieden zijn wijnen onder de eigen dorpsnaam op de markt te brengen. Met trots werd in de persconferentie vermeld dat de herkomstbenaming inmiddels in 123 landen is beschermd. Afgelopen september werd succes geboekt in een rechtszaak bij het Europese hof van justitie tegen een keten van tapasbars in Catalunya die de naam ‘Champanillo’ draagt, omdat deze te veel op Champagne lijkt.

Mooi natuurlijk, maar de streek leed ook een gevoelige nederlaag – zo werd ook toegegeven. De Russische president Poetin verordonneerde in juli dat het gebruik van de aanduiding ‘Champagne’ in cyrillische tekst – Russische letters – zou worden voorbehouden aan mousserende wijnen uit eigen land. Rusland is met de V.S. een van de weinige landen die de herkomstbenaming ‘Champagne’ nooit officieel heeft erkend. Tja, en dan kan de Russische president zijn nationalistische kaart weer eens spelen. LVMH (Moët & Chandon, Ruinart, Veuve Clicquot, etc.) heeft honderdduizenden euro’s uitgegeven om de etiketten aan te passen. Er zijn kleinere producenten die dit weigeren, deels ook om principiële redenen. Diplomatiek overleg tussen Frankrijk en Rusland heeft er toe geleid dat Rusland de invoering van de wet heeft uitgesteld tot eind van dit jaar. Maar hij blijft als een zwaard van Damocles boven de Russische champagne-markt hangen.

Soms zit het mee, soms zit het tegen. Gelukkig kan de Champagne wel tegen een stootje. Het merk staat als een huis, en de marketing is perfect op orde. En mooie champagne blijft voorlopig wereldwijd dé bubbel. Daar kunnen Poetin noch de klimaatverandering snel iets aan veranderen. Gelukkig maar.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Communicatie is alles

Vorige week maandag was een vreemde dag. We organiseerden onze proeverij ‘Tour de Champagne’, die vanwege alle maatregelen zittend moest worden gehouden. Ik baalde er van dat we weer op de piek van de besmettingen zaten. Ik schreef er een overpeinzing over, maar door de drukte en een samenloop van omstandigheden werd deze pas na afloop van de proeverij geplaatst. Nog meer balen, want het was mosterd na de maaltijd. Je voelt hoe belangrijk de communicatie via de website is geworden. Om je lezers iets te laten weten. Om even je gedachten te laten gaan, en deze even te delen. Hoewel we vonden dat we veel pech hadden met onze timing, had het achteraf nog veel erger kunnen zijn, als we kijken naar de maatregelen die nu van kracht zijn. Nu zou zo’n evenement onmogelijk zijn geworden. Horecava is inmiddels al geschrapt van de kalender.

Het stemt allemaal wat moedeloos, maar daarin zal ik de enige niet zijn. Het betekent ook dat we weer zoveel mogelijk via onze website en sociale media moeten werken. Nu had ik een paar jaar geleden eerlijk gezegd niet gedacht dat we eigen video’s zouden gaan maken. En dat die ook nog verrassend goed zouden worden bekeken. Onze onvolprezen websitebeheerder vertelde dat we onlangs de 100.000 views op youtube zijn gepasseerd. Daaraan kun je zien dat het bij het kijken naar dit soort video’s om de inhoud gaat. Want heel gelikt worden ze niet gemaakt – een bewuste keuze. Een geruststellende gedachte.

Tegelijk merk je dat dit soort proeverijen onvervangbaar zijn. Even rondlopen, mensen spreken, de sfeer proeven, het is heel belangrijk. Opvallend was dat er veel Fransen aanwezig waren, die eigenlijk zonder uitzondering te spreken waren over het feit dat we de beslissing hadden genomen om door te gaan. In de seminars was er dan de gelegenheid de diepte in te gaan, en om vragen te beantwoorden van de proevers, die zonder uitzondering zeer geïnteresseerd bleken.

Dus met alle berichten over de nieuwe variant uit het zuiden van Afrika houden we ons hart vast. Volgend jaar willen we weer ‘gewoon’ onze proeverijen organiseren, met in het voorjaar onder andere de jaarlijkse Bordeaux-proeverij en de nieuwe proeverij van wijnen van het Zuidelijk Halfrond: Crossing the Equator. Dus ons motto is ‘keep our fingers crossed’, en hopen dat we eindelijk weer een redelijk normaal proefjaar kunnen beleven, wellicht met nog wat beperkingen, maar hopelijk niet te veel. Want die contacten willen we niet missen.

Ondertussen gaan we lekker door met video’s maken, want gezien de reacties is het een mooie aanvulling op het werk dat we met zijn allen doen. Onder het motto ‘gewoon doen waar we goed in zijn.’

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Go of no go?

Elke keer als ik mijn ‘overpeinzing’ schrijf, dan vraag ik me even af of het wel een echte overpeinzing is. Niet altijd, moet ik dan eerlijk bekennen. Vaak is het meer een column. Maakt ook niet uit, ik maak mijn eigen ‘format’. Maar soms is het toch wel een overpeinzing, zoals dit keer. Ik schrijf hem aan de vooravond van onze proeverij ‘Tour de Champagne’, in de Olofskapel in Amsterdam. Een proeverij die we in verband met de ‘zomerpiek’ al moesten uitstellen van begin september tot nu toe. Tja. Ongelukkiger had bijna niet gekund, met wederom een enorme besmettingspiek. We hebben er afgelopen week dan ook serieus over gesproken om het voor de tweede keer af te blazen. Maar niets is zwart-wit in dit leven, en ook zo’n beslissing niet. Er zijn allerlei argumenten vóor uitstel, maar ook tégen. Sommigen participanten – niet veel overigens – durfden het niet aan, en trokken zich terug. Een beslissing die we respecteren. Anderen waren juist enthousiast dat we onze nek wilden uitsteken, en de durf hadden het toch door te laten gaan. Tegelijk voel je toch de druk van de stijgende besmettingscijfers – die voor Amsterdam nog niet zo heel slecht zijn, overigens. Want het is natuurlijk ook niet zo dat alles wat mág, ook móet. Er valt van alles te zeggen over de genomen maatregelen, maar ze zijn er natuurlijk op gericht om het aantal besmettingen te verminderen. Niet meer en niet minder. Daar moeten we onze bijdrage aan leveren. Gelukkig schrijf ik over wijn en niet over politiek. Soms jeuken mijn handen, maar gelukkig kan ik me beheersen. Er zijn al veel te veel commentaren en meningen, en daar hoef ik de mijne niet aan toe te voegen.

Een van de overwegingen is dat we wellicht nog lang in de situatie blijven zitten en dat we dit soort evenementen op een andere manier moeten organiseren dan we gewend zijn. We vinden het verstandiger om ons aan te passen dan om het steeds af te blazen. Nu al wordt gesproken van een lockdown gedurende de hele winter. Niet bepaald een vrolijk stemmend vooruitzicht. Zeker niet als we bedenken dat we volgend voorjaar weer van alles op stapel hebben staan. En natuurlijk zijn er gasten die deze keer zullen overslaan. Iedereen maakt zijn eigen afweging, en gelukkig maar.

We hebben er verder alles aan gedaan om het evenement zo veilig mogelijk te organiseren, zoals u begrijpt. We werken met een QR-code voor iedereen die binnenkomt en er zijn stoelen neergezet om er een zittende proeverij van te maken, met voldoende afstand. Dat deden we ook, met succes, bij de proeverijen van Californië en Bordeaux enkele maanden geleden. Iedereen heeft een eigen glas en spuugbeker. We stoppen om zes uur, de officiële tijd dat het afgelopen moet zijn. En nu maar hopen dat iedereen zich ook verantwoordelijk gedraagt. Maar daar hebben we alle vertrouwen in. En het zal rustiger zijn dan gebruikelijk, en daarmee, paradoxaal genoeg, ook veiliger. Dus we hopen dat onze beslissing de juiste was. We hopen dat u het aandurft te komen, als u dat van plan was. Wij zijn er klaar voor.

 

Ronald de Groot

 

1 2 3 4 5 68
Page 3 of 68