Columns Archives - Pagina 3 van 55 - Perswijn

Columns

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Wijn als concept

Toen ik vorige week op reis was door Oostenrijk, moest ik met enige regelmaat terugdenken aan een bezoek aan Australië, vrij kort na de eeuwisseling. Met een paar collega’s gingen we naar Palandri, in Margaret River, met in onze achterzak –figuurlijk dan- het laatste rapport van de Rabobank over de wijnwereld. Rabo was destijds een grootmacht in de financiering van wijnbedrijven. Nu wellicht ook nog, maar daar heb ik niet zo’n kijk op. Destijds was de bank zijn tijd met dit soort rapporten zonder meer vooruit. Voor een bank met de focus op het boerenbedrijf is wijn natuurlijk gewoon business –er is weinig romantisch aan, laten we maar zeggen.

Het rapport vertelde precies hoe wijnbedrijven hun productie moesten structureren. Dat ging volgens een pyramide. Je moest om succes te hebben op de markt beschikken over een icoonwijn, aan de top, in kleine hoeveelheden. Dan daaronder een middensegmant, en dan goedkoop –noem het betaalbare, dat klinkt beter- entrylevel wijnen aan de onderkant van de pyramide. Tja. Een kind kan de was doen.

Dit soort rapporten is overal goed gelezen. Ik moest er aan denken omdat er in 2013 een commissie in het leven was geroepen om de Oostenrijkse Sekt een nieuwe structuur te geven. U raadt het al, op het scherm bij de powerpoint verscheen een pyramide. Sekt komt in het vervolg op de markt met drie kwaliteitstreden: Sekt Classic, Sekt Reserve en Sekt Grosse Reserve. Appeltje eitje. Origineel zijn is voor dit soort commissies natuurlijk ook geen eis. Denken in Rabobank-concepten is ook niet verboden. Alleen heb je daar geen commissie voor nodig, maar in dat opzicht is Oostenrijk kennelijk net Nederland.

In Burgenland kwamen we een andere uitwerking tegen van het Rabo-concept: de icoonwijn. Bij het Weingut Scheiblofer, aan de oostkant van de Neusiedlersee, kregen we van magnum een rode wijn ingeschonken met de naam ‘Batonnage’. Een project van vijf vrienden: Markus Altenburger, Florian Gayer, Gerhard Kracher, Erich Scheiblhofer en Christian Tschida. Ons werd ingefluisterd dat dit de eerste Oostenrijkse rode wijn was die van Falstaff, het Oostenrijkse wijnmagazine, 100 punten had gekregen. Dat was uiteraard ook de bedoeling. De vijf vrienden –ze begonnen dit project in 2000- wilden een wijn maken van ongekende kracht. Dat was het. Ook moest hij ongekend veel hout krijgen. Hij rijpt twee keer op nieuwe vaten. Dus twaalf maanden op een nieuw vat, en dan weer twaalf maanden op weer een nieuw vat. Tja. Ik sta er bij ons panel om bekend dat ik niets tegen houtrijping heb, maar dit was zelfs mij te veel. De wijn was heel warm, je rook alleen maar hout en een vleugje groenigheid van merlot uit een te warme wijngaard. Ook een concept. Maar een dat hopeloos verouderd is. We liepen terug naar de bus. Een Amerikaanse collega vroeg wat ik van de wijn vond. ‘Eigenlijk niet lekker’, zei ik. Hij gaf me een boks. ‘Ik ook niet’.

Ronald de Groot

 

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Busje komt zo – maar gaat niet

Als ik zeg dat ik een paar dagen op wijnreis ga, zijn er mensen die zeggen: ‘goede vakantie’. Mijn naaste medewerkers durven dat natuurlijk niet. Ze weten dat zo’n opmerking niet wordt gewaardeerd. Wijnreizen zijn geen vakanties. Ze worden gekenmerkt door strakke programma’s die altijd uitlopen, vroeg opstaan en het doorstaan van bezoeken aan wijnkelders die allemaal hetzelfde zijn. Maar het kan allemaal nog erger.

De afgelopen week was ik naar Oostenrijk, en het was weer goed raak. De baas van het Austrian Wine Marketing Bureau, Willi Klinger, wilde in het jaar van zijn vertrek nog één keer iets ‘groots’. Hij wilde -letterlijk- de grenzen opzoeken. In drie dagen joeg hij ons langs de grenzen van de Oostenrijkse wijnbouwgebieden met de verschillende buurlanden. Schijnbaar om te laten zien dat Oostenrijk vroeger een groot imperium was, met grenzen die na de Eerste Wereldoorlog lukraak door de wijnstreken waren getrokken, op last van de overwinnaars. En dat ze, na het opruimen van de machinegeweren en de wachttorens, nog altijd een beetje Oostenrijks waren. Dus moesten we naar de grens met achtereenvolgens Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Slovenië. Voelt u hem al? Dat betekende héél lang in de bus zitten. En héél vroeg opstaan. Een kwelling voor een avondmens als ik. Ik heb gelukkig nooit met Eurolines naar Zuid-Europa hoeven te reizen, maar dit was ongeveer zoiets. In drie dagen hebben we zo’n 15 uur in de bus doorgebracht. Gemiddeld vijf uur per dag. Langer dan bij de wijnbedrijven die we bezochten. De meeste wijnen moesten uit tijdnood worden geproefd tijdens de lunch. Nu ben ik gewend tijdens grotere proeverijen mijn notities direct in de laptop te zetten, maar met een vork en mes in de hand en een bord voor je neus is dat knap lastig. Zeker als je ruim een uur hebt om te eten en om veertig wijnen te proeven. Tijdens de ‘proeverij’ van de tweede dag was er ook nog een barbecue georganiseerd. Nou ja, als je een gasvlam met een bak er boven waarin droge stukken kip worden gebraden een barbecue kunt noemen. De kerriegeur van de kip was zo doordringend, dat je van de wijnen niets meer kon ruiken. Tijdens de laatste lunchproeverij waren sommige flessen leeg, en kon de wijn niet meer worden geproefd. Hoe kun je als organisatie alle grondregels van een serieuze proeverij zo met voeten treden? Willi Klinger wordt bedankt. Letterlijk.

De trip werd gisteren afgesloten met een conferentie. Tijdens de afsluitende voordracht over de geschiedenis van de Oostenrijkse wijn, viel de zaal zo’n beetje collectief in slaap. Dat krijg je van al dat vroege opstaan.

Enfin. Op reis zijn voor de wijn is leuk, maar ik ben blij dat ik weer thuis ben. Ik kan weer lekker mijn kelder induiken met mijn laptop, en de wijnen in alle rust proeven onder de juiste omstandigheden.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Primeur or no primeur, that is the question…

Afgelopen weekend heb ik hard zitten werken aan de proefnotities van de Bordeaux-jaargang 2018. Een flinke klus, met ruwweg zo’n 500 geproefde wijnen. Het artikel verschijnt in het komende nummer, inclusief de notities. Maar omdat de primeurcampagne inmiddels in volle gang is, zetten we de notities ook op de website. Gewoon om even mee te kijken welke wijnen interessant kunnen zijn.

Of je ze in primeur moet kopen, de toppers van 2018, moet iedereen voor zichzelf uitmaken. De overwegingen zijn voor iedereen anders. Ik zit zelf al tegen een flinke berg wijnen aan te kijken, en de tijd die ik nog heb om die berg weg te werken, wordt ook korter. Ook heb ik geen excuus in de vorm van een geboortejaar van een kleinkind, zoals bij de fraaie jaargangen 2016 en 2010. ‘Koop jij nog wijn?’ ‘Ja, dat doe ik voor de kleinkinderen.’ Handig antwoord.

Daar staat tegenover dat 2018 aan de top werkelijk meesterlijke wijnen heeft voortgebracht. Hoewel heel rijk en krachtig, met veel alcohol, komen ze niet zwaar over en hebben ze perfecte tannine. Iedereen wil perfect rijpe wijnen, want de markt wil geen ouderwetse wijnen meer, waar je jarenlang op moet wachten. Bordeaux past zich naadloos aan. En dat gemopper op veel alcohol kennen we wel. Stiekem vinden veel mensen dat geen probleem. Dus het argument dat je de wijnen lang moet wegleggen om er van te kunnen genieten, gaat meteen niet op. Dat zou een argument kunnen zijn ze toch te kopen, al is het maar met het idee dat het later niet meer mogelijk is. Of dat zo is, valt gewoon niet te voorspellen. Ook niet door mij.

Duidelijk is wel dat de écht mooie wijnen duur tot onbetaalbaar zijn. Blijkbaar zijn deze wereldwijd zo gevraagd, dat er een sterk element van speculatie in de prijzen zit. Dus als u mee wilt speculeren, dan is dat zeker een optie. Een wijn als Château Palmer, waar maar 10 hectoliter per hectare werd geoogst, zie ik op dit moment aangeboden worden voor € 336 per fles. Tja.

Daar staat tegenover dat bij ‘normaal’ geprijsde wijnen niet kan worden gezegd of je daar een goede koop aan hebt of niet. Bij zeker 50% van de oogstjaren komen de wijnen voor een lagere prijs op de markt dan waarvoor ze in primeur werden aangeboden. Dat schiet niet op. Ik loste dat ‘probleem’ de afgelopen jaren zelf op door het kopen van magnums. Die zijn goed te bewaren, en in primeur kun je net zoveel magnums bestellen als je wilt, omdat de wijn nog niet is gebotteld. Wijnen als Potensac of Sociando-Mallet kunnen geschikt zijn voor deze benadering, ook dit jaar.

Zelf weet ik het nog niet helemaal zeker. Maar ja, twijfel is menselijk. De verleiding in zo’n mooi jaar is groot, dat moet ik wel toegeven. Een mens is niet altijd rationeel.

Het artikel over de jaargang Bordeaux 2018 verschijnt in Perswijn #4.

Ronald de Groot

Columns

Gelukkig drinken etiketdrinkers geen wijn uit de Lage Landen

Onze eigen wijnproducenten en wijnhandelaars verkondigen met de regelmaat van een klok dat wijn uit de Lage Landen duur is in vergelijking met het buitenland. Ik lees het in de krant, hoor het in interviews en tijdens rondleidingen op wijndomeinen. Ik vind het een raar fenomeen. Eigenlijk zeg je aan de consument: “ Als je prijsbewust wil zijn, dan koop je onze wijnen beter niet”. Sommige journalisten en sommeliers nemen het verhaal over. Wat wil je? Om de zogenaamd dure prijzen te verantwoorden, wordt niet de hoge kwaliteit of het bijzondere van het eigen product naar voor geschoven. Wel hoge loonkost, dure gronden, noodzaak van grote investeringen, kleinschaligheid en dergelijke. De consument heeft er weinig boodschap aan. En eigenlijk zijn het allemaal drogredenen: alsof wijnbouw in het buitenland altijd goedkoper is. Natuurlijk niet, en zeker niet in bekendere wijnstreken waar de grond een stuk duurder is dan bij ons.

Consumenten kopen de eigen wijnen niet enkel en alleen uit vaderlandsliefde. Niet in Nederland, niet in België. Als de wijnbouw in de Lage Landen toekomst wil hebben, dan zal er kwaliteit moeten zijn. Veel kwaliteit. Want er zijn vooroordelen te overwinnen. Ten eerste het vooroordeel dat onze landen geen mooie wijnen kunnen maken omdat we geen wijntraditie hebben en geen faam. De kwaliteit kan voor veel mensen onmogelijk zo goed zijn als in klassieke wijnlanden. Nochtans – en dat weten doorwinterde wijnliefhebbers – correleren traditie, faam en hoge kwaliteit nauwelijks. Het tweede vooroordeel: onze eigen wijnen zijn onvermijdelijk zuur en onrijp door het te koele en regenachtige klimaat. Zuur en paprikatonen verdragen sommige wijndrinkers, valt mij op, gemakkelijker in een Franse of Italiaanse wijn. Een derde vooroordeel: eigen wijn moet na botteling direct klaar zijn om te drinken. Deze eis stellen we niet als het over Bourgogne, Barolo of Bordeaux gaat. Directe toegankelijkheid is daar zelfs verdacht. Tenslotte: één slechte ervaring met Lage Landenwijn is voor wijndrinkers soms voldoende om alle eigen wijnen af te schrijven. Alsof er in eigen land geen goede en slechte wijnbouwers zijn, zoals in andere wijnlanden.

Hoe goed zijn de eigen wijnen? Vijftien jaar geleden was ik kritisch. De Vereniging Belgische Sommeliers (VVS) organiseert sinds 2005 een wijnwedstrijd voor Belgische wijnen. Juryleden van het eerste uur weten hoe sterk het niveau van de wijnen sindsdien is gestegen. Dit betekent niet noodzakelijk dat de wijnbouwers van de mindere wijnen van toen nu betere wijnen maken. Sommige wijndomeinen nemen niet meer deel aan de wedstrijd omdat medailles uitbleven. Ze werden overklast door ambitieuzere wijndomeinen die ontstonden rond de eeuwwisseling of midden de jaren 90. Deze wijndomeinen hebben niets meer met hobbyisme te maken. Ze halen hun know how uit het buitenland en vergelijken hun kwaliteit met de betere buitenlandse wijndomeinen. Het verschil in kwaliteit tussen de (semi-) hobbyistische en professionele wijndomeinen is bijzonder groot geworden. Je moet de betere wijndomeinen dus weten te vinden, en het is de taak van wijnjournalisten om de consument daarbij te helpen. Er komen steeds meer uitstekende wijndomeinen bij, zeker in België waar wijnbouw aan het boomen is.

Wat met het, door de sector zelf gevoede, vooroordeel dat Lage Landenwijn duur is? Ik vind dat de écht goede wijnen, onze eigen klassewijnen, niet duurder zijn en vaak zelfs goedkoper dan wijnen met gelijkaardige kwaliteit uit het buitenland. Uit een aantal blindproeverijen waarbij de betere Lage Landen-wijnen werden vergeleken met buitenlandse benchmarks – wijnen van gerenommeerde wijndomeinen – , heb ik geleerd dat het best meevalt met onze hoge prijzen. Nogal wat Belgische mousserende wijnen zijn in de prijsklasse tussen 15 en 25 euro zeer competitief met wat in het buitenland te vinden is, ook met champagne. Voor hoogkwalitatieve Pinot Gris, zelfs top-Pinot Gris, aan redelijke prijzen (onder de 20 euro) kan je gerust in eigen wijnland blijven. Ook voor mooie Pinot Noir is het niet meer noodzakelijk om buitenlandse wijn te kopen. Wijndomeinen zoals De Wijngaardsberg, Thorn, Château Bon Baron en Aldeneyck kloppen met hun Pinot Noir het gros van de Bourgondische wijnhuizen in een prijsklasse van 20 tot 25 euro en zelfs een stuk duurder. Ook in Riesling zijn er bij ons koopwaardige alternatieven te vinden, denk maar aan Apostelhoeve. Heel wat Belgische en Nederlandse Auxerrois-wijnen rond de 12 à 13 euro zijn absoluut de moeite waard. Ook de wijnen van nieuwe, interspecifieke druivenrassen worden beter en beter naarmate de ervaring ermee, de expertise, toeneemt. Voor hoogwaardige Souvignier Gris bijvoorbeeld (St Martinus in Nederland, Vin de Liège in België) zie ik toekomst, ook in mijn eigen kelder.

Wijnliefhebbers kunnen volgens mij vooral in de hogere prijsklassen, neem vanaf 12 euro, interessante aankopen doen in eigen land. De reden hiervoor? Onze wijndomeinen kunnen het zich gewoon niet permitteren om écht hoge prijzen te vragen voor hun beste wijn. Wie geeft 30 euro aan een Belgische of Nederlandse fles, ook al is hij van internationale topkwaliteit? Etiketdrinkers kunnen geen eer halen uit roemloze Lage Landenwijn en kopen liever Bourgogne of Champagne. Voor eigen wijnen vinden ze de hoge prijzen onredelijk. Echt dure wijnen geraken dus moeilijk verkocht. Er zijn enkele uitzonderingen, zoals de Chardonnay van het Belgische Clos d’Opleeuw en het recente La Falize, beide gemaakt door Peter Colemont. Deze wijnbouwer werd befaamd door verschillende vermeldingen in de internationale pers. Je betaalt voor zijn wijnen gemakkelijk tussen de 40 en 70 euro. Wat onmiddellijk ook een boodschap inhoudt naar onze wijnbouwers: faam in eigen land is goed, internationale faam is beter. Dat vraagt andere marketingtechnieken. Kijk maar hoe de Britten dat aanpakken met hun mousserende wijn. Die zijn naam aan het krijgen. En ze zijn vaak écht duur.

In de prijsklasse onder de 10 à 12 euro is het een ander verhaal. Daar is het voor wijnen van de Lage Landen veel moeilijker om competitief te zijn. Onze sterkste troef, dat zijn volgens mij toch die duurdere klassewijnen: originele, hoogkwalitatieve producten die zich kunnen meten met het betere werk uit het buitenland. De talrijke wijnliefhebbers in de Lage Landen zullen in de jaren die komen almaar fierder worden op cool climate-wijnen van eigen bodem. Steeds meer zullen deze wijnen een waardige plaats krijgen in onze wijnkelders en wijnkasten. Nichewijnen zullen het altijd blijven, wetende dat het gros van de bevolking wijn onder de 5 euro koopt.

Dus etiketdrinkers alsjeblief, blijf u exclusief richten op Bordeaux, Bourgogne, Champagne, Brunello en Piemonte. Klassewijnen hebben ze alleen daar, met ronkende etiketten.

Stefaan Soenen

Nederland en België gaan internationaal met Pinot Noir!

Pinot gris-wijnen uit Nederland en België worden gekroond tot internationale sterren

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Immense diversiteit

De afgelopen tijd hadden we de eer en het genoegen een paar proeverijen te mogen organiseren. Eerst voor wijnen uit Piemonte, en afgelopen maandag stonden wijnen uit Californië op de proeftafel, voor professionele proevers en consumenten. Het is een voorrecht om dit soort uiteenlopende proeverijen te mogen organiseren, met op beide proeverijen bijzondere wijnen. Je merkt ook dat deze twee onderwerpen totaal andere proevers aanspreken. Natuurlijk zijn er ook proevers die beide keren komen, maar dat is niet de regel. Patrick Uyttewaal, een van onze panelleden, die op de Californische proeverij achter een van de tafels stond, merkte nog iets anders op. Namelijk dat we in Nederland enorm verwend zijn. En wel door een waanzinnige diversiteit aan wijnen op de markt. Hij heeft volkomen gelijk. Waarschijnlijk zijn er maar weinig landen waar zo’n grote verscheidenheid aan wijnen verkrijgbaar is. We hebben ook het voordeel dat we zelf vrijwel geen wijn produceren, zodat bijna alles moet worden geïmporteerd. Bovendien is onze markt volledig open, bijvoorbeeld in tegenstelling tot die van Scandinavische landen als Zweden, Noorwegen en Finland en die in de meeste staten van Canada. Daar zwaait een staatsmonopolie de scepter over (een deel van) de markt, zodat het lastig is wijnen zomaar te importeren.

Zo konden we op de proeverij van Piemonte verschillende wijnen proeven van de lokale nascetta-druif. Deze klassieke lokale witte druif werd begin jaren negentig ‘herontdekt’, en werd nieuw leven ingeblazen door Valter Fissore en Nadia Cogno van het wijnhuis Elvio Cogno. Hun wijn stond ook op de proeftafel, naast een aantal andere Nascetta’s. Bijzonder en interessant.

Op de Californische proeverij zag je een bijzondere mix van ‘klassieke’ wijnen naast experimentele exemplaren. Zo proefde ik bijzondere en uitstekende wijnen van druiven als trousseau (een druif uit de Jura) en roussanne. Wijnen op basis van pinot noir hebben hier een ongekend hoog niveau bereikt, in een fraaie, elegante stijl. Grenache wordt nu ook gemaakt zonder (over)extractie, en komt in het glas met een bourgondische, lichte kleur. Wat een feest van diversiteit. Gelukkig waren er ook veel enthousiaste proevers, die genoten van alles wat er op tafel stond.

Het enige wat ik mezelf en ook de (buitenlandse) opdrachtgevers van onze proeverijen niet uitgelegd krijg, is dat er ‘maar’ zo’n 50% van degenen die zich hebben ingeschreven, komt opdagen. We weten het vantevoren al, dus wij overboeken onze proeverij om zo verzekerd te zijn van een volle zaal. Ik schreef er al eens eerder over. Als ik me ergens voor inschrijf, dan kom ik gewoon, maar daarin ben ik blijkbaar ouderwets.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Wijnfossiel

Schrijven over wijn is en blijft leuk. Zeker op een plek als deze. Een soort van maandagse ‘column’ geeft je de vrijheid om lekker te schrijven wat je voor de pen komt. Ik noem het ook expres geen column. Ik wil de ene keer serieus zijn, en de andere keer iets schrijven met een knipoog, of over een persoonlijke belevenis. Of ik schoffel iemand eens lekker onderuit, maar dat doe ik niet zo vaak. Maar soms heb ik de neiging dat te doen.

De inspiratie voor de overpeinzingen kwam van onze in 2017 overleden collega René van Heusden. Hij zat al een tijdje te broeden op een maandags stukje op internet. Het heeft er nooit van mogen komen. Waarom weet ik eigenlijk niet. Hij schreef gemakkelijk, maar hij was de laatste maanden voor zijn dood misschien ook wel iets minder gedreven. We zullen het niet weten. Hij was veel beter in het onderuit schoffelen dan ik. Vijanden maken ging hem goed af. Zijn meest geliefde vijand bevond zich in het Brabanste Ulicoten. Over en weer beschuldigden hij en zijn ‘collega’ aldaar elkaar bijvoorbeeld van dronkenschap tijdens proeverijen. Een kwestie van pot en ketel, laten we maar zeggen. Gelukkig kan ik daarvan niet beschuldigd worden, dat scheelt weer. Maar ik kan me zo voorstellen dat RvH in Ulicoten node wordt gemist. Nu moeten de pijlen worden gericht op andere personen en onderwerpen. Het is natuurlijk niet leuk als daar niet op wordt gereageerd. Dus laat ik hem voor één keer een plezier doen. Maar het is echt maar voor één keer. Ter nagedachtenis aan René, laten we maar zeggen.

Gelukkig maak ik me schuldig aan allerlei andere zonden, en daar schrijf ik zelfs ook nog openlijk over. Heel naïef, eigenlijk. Voer voor het orakel, want een van de stokpaardjes van deze persoon is anderen de maat nemen. Maar helaas. Het probleem van anderen de maat nemen, is het risico dat jou ook de maat wordt genomen.

Hij beschouwt zichzelf zo’n beetje als de enige journalist die dit land op wijngebied rijk is. Dat zit zo. Iedereen die een uitnodiging accepteert, dan wel zich op wat voor wijze dan ook laat ‘fêteren’, is geen journalist meer. Tja. Nu kan ik me herinneren hem ooit in Wenen te zijn tegengekomen bij een wijnevenement, en ik denk niet dat hij zijn reis- en verblijfkosten zelf heeft betaald. Ik ook niet, voor alle duidelijkheid.

Wij organiseerden ooit een proeverij in Den Bosch, in restaurant Chalet Royal. Helaas stond daar een piano. Dat zou normaal gesproken niet zo erg zijn. Maar toen de genoemde collega in lichtelijk beschonken toestand de piano in het zicht kreeg, begon hij daar keihard op de spelen. Op verzoeken daarmee te stoppen, wilde hij niet ingaan. Sindsdien zorgen we bij proeverijen dat de piano goed verstopt is. Tegenwoordig nodigen we hem gewoon niet meer uit, dat scheelt weer een hoop kopzorgen. Dat heeft ook zijn voordelen. Want als je niet meer wordt uitgenodigd, dan kun je ook geen vuile handen meer maken. En dan kun je lekker zeggen dat je de enige overgebleven wijnjournalist bent. Ik gun hem dat natuurlijk graag, maar anderen spreken toch liever over een wijnfossiel.

 

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Koningswijn

Vaak, als ik gasten heb, wordt me de vraag gesteld wat ik dé ultieme, mooiste wijn vind. Een begrijpelijke vraag, die me ook dit weekend weer werd gesteld. We zaten tijdens ons avondeten aan de keukentafel bij te komen van een lichtelijk verregende en winderige Koningsdag. Ik moet de vragensteller altijd teleurstellen. De ultieme wijn bestaat voor mij gewoonweg niet. Ik ben opgegroeid in een tijd dat Bordeaux op het gebied van topwijnen de toon aangaf, met daarnaast een aantal top-Bourgognes en grote Rhônes. Overigens spoedig gevolgd door bijzondere Toscaanse tafelwijnen. Dat is allang niet meer zo. Je zou het een democratisering van kennis kunnen noemen. Tegenwoordig komen overal heel goede, zelfs prachtige wijnen vandaan. De dag voor Koningsdag had ik met Lars Daniëls nog zitten proeven: droge Duitse Rieslings en rode Rioja. In beide proeverijen stonden prachtige wijnen op tafel, die in hun soort tot de top behoren. Kennis over het terroir, de juiste druif op de juiste plek en de vinificatie is nu voor iedereen beschikbaar. Dus kunnen ook op alle plekken met een goed terroir ‘ultieme’ wijnen worden gemaakt. Dat kan in Piemonte of Toscane zijn, of zelfs de op de hellingen van de Etna. Maar ook in Barossa of in Margaret River. Iedereen die de ontwikkeling van de wijnen van Napa Valley heeft gevolgd, richting meer elegantie en drinkbaarheid, weet dat daar prachtige Cabernets worden gemaakt, die tot de wereldtop behoren. En laten we Zuid-Afrika, met prachtige wijnen uit Stellenbosch en Swartland niet vergeten. En Bordeaux behoort met zijn wijnen nog altijd tot de wereldtop. De mooiste Champagnes zijn tegenwoordig grote wijnen. In de Bourgogne en de Rhône worden meer goede wijnen gemaakt dan ooit. We leven in een tijd van grote wijnluxe, dat moet de conclusie zijn. En overal komen topwijnen vandaan.

Ik genoot op Koningsdag nog even na van een glas van de Artadi Valdegines 2016, een geweldige wijn van een aparte wijngaard. Die dag mijn ‘ultieme wijn’. Heerlijk. Een ‘Rioja’ van een producent die zijn wijn overigens heel ostentatief geen ‘Rioja’ meer wil noemen, maar alleen ‘Red Wine’. Een soort egomania, maar dat terzijde. Morgen drink ik weer een heel andere ‘ultieme wijn’. Heerlijk. Leve de diversiteit. Dat maakt wijn nou juist zo leuk.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen: Acquired taste

Wat een bijzondere pasen dit jaar. Prachtig weer, zodat je met de familie kunt genieten van een ‘déjeuner sur l’herbe’. Met onze grote en ingewikkelde familie voelt het een beetje Italiaans. Allemaal buiten, rond een grote tafel, lekker eten, maar niet te moeilijk, met grootouders, kinderen en kleinkinderen. En natuurlijk met alles wat bij een grote familie hoort. Dat kan van alles zijn, veel plezier, maar soms ook ergernissen of pijnlijke situaties. Dat hoort er bij.

Een van de leukste dingen is het ophalen van herinneringen aan lang vervlogen tijden. Niet toevallig natuurlijk ook op wijngebied. Aan de jaren op de studentenflat, waarbij we de muren beplakten met afgeweekte wijnetiketten –het begin van de wijnliefde, meer dan veertig jaar geleden. Achteraf was het niet best wat we dronken. Zo ‘genoten’ we van een Bordeaux onder de naam ‘Réserve du Palais Gallien’, van Albert Heijn, destijds voor een spotprijs verkocht, ongetwijfeld. Een wijn die al lang niet meer bestaat. Van onze tripjes naar Parijs namen we Sidi Brahim mee terug, een Marokkaanse wijn die werd geschonken bij de couscous de we aten in een restaurantje in de buurt van de Rue Mouffetard. Meer konden we ons als studenten niet veroorloven. Helemaal niet erg. Dat is de romantiek van het studentenleven.

Het is goed om te beseffen dat bijna iedereen begint met het drinken van soepele wijnen, tegenwoordig vaak ook nog met het nodige restzoet. Dat is vooral belangrijk als je –in ons geval- een hele serie wijnen proeft uit een streek als Apulië, waar volle en diepe rode wijnen worden gemaakt met niet zelden zo’n 10 gram restsuiker of meer. Dat zijn typisch ook de hardlopers in een wijnassortiment. Apulië is overigens maar een voorbeeld.

Dat is de realiteit. Ónze smaak heeft zich ontwikkeld naar droger, strenger, steviger en meer uitgesproken van karakter. We drinken daarmee soms wijnen die anderen niet lekker vinden, of te extreem. Dat is wat de Engelsen een ‘acquired taste’ noemen. Dat kan gaan in de richting van (licht) oxidatieve champagnes met een lange rijping. Of oude Bordeaux, gespeend van elk fruit. Tja, daar moet je van houden. Tegenwoordig moeten wijnen vooral ook ‘fruitig’ zijn.

Bottomline: laat iedereen vooral drinken wat hij/zij lekker vindt. En laten we hopen dat degenen die beginnen met soepele en licht zoetige rode wijnen hun smaak verder ontwikkelen, en ook ‘moeilijker’ wijnen gaan waarderen, droger en meer karaktervol. Uiteindelijk kan iedereen zich ontwikkelen tot een liefhebber. Op wat voor niveau dan ook, dat maakt niet uit. En elke wijnliefhebber erbij is pure winst, wat mij betreft.

Ronald de Groot

 

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: De avonturen van een wijnjournalist

Als wijnjournalist moet je van alle markten thuis zijn –althans zo voel ik het. Als je een paar keer naar Bordeaux bent gereisd, word je al snel geafficheerd als ‘Bordeaux-kenner’. Dat vind ik maar niks. Er is meer in de (wijn)wereld dan Bordeaux. Dan maar liever ‘Champagne-kenner’. Oh nee, dat is iemand anders in Nederland al. Daar treed ik helemaal niet in. Laat staan ‘Bourgogne-kenner’. Nee, alle gekheid op een stokje, ik weet beter dan ooit dat het heel moeilijk is een echte ‘kenner’ te zijn. Ik ken mijn plaats. Gewoon ‘wijnjournalist’ is veel leuker. Je komt iets leuks tegen, en dan schrijf je daar over. En dat je in je leven veel wijn hebt geproefd, van waar ook, dat is mooi meegenomen.

Zo kreeg ik afgelopen week een uitnodiging om op een heuse ‘VIP-party’ de nieuwe ‘Red Red Wine’ van de popgroep UB40 te komen proeven. Als lokkertje mochten we daarna het concert in de Ziggo Dome bijwonen. En als we geluk hadden, zouden de bandleden nog even komen uitleggen waarom ze zo van rode wijn hielden. En van hun ‘eigen’ wijn in het bijzonder natuurlijk. Aangekomen op de VIP-party bleek er alleen een Parool-journalist te zijn, die als redacteur van de rubriek ‘Schuim’ was gekomen met het idee dat hij de band even kon ontmoeten en op de gevoelige plaat zou kunnen vastleggen. Dat viel even tegen. We bevonden ons in een soort namaak bruin café in het Ziggo Dome, en we lieten ons uitleggen dat de zanger van UB40, Ali Campbell, al op zijn veertiende druiven ging plukken in Bordeaux. Ondertussen zat onze Parool-collega @hansvanderbeek ongeduldig te wachten op de band, die maar niet kwam. Maar ja, zijn rubriek moest wél vol. En het format is dat er zes foto’s bij moeten staan. Dus in arren moede ging hij ons maar fotograferen. Het vak van society-journalist is hard. Wijnjournalist zijn is veel leuker.

De Zwitser Jerome Jacober van Eminent Wines, de man achter het ‘concept’ van deze artiestenwijn, probeerde het ons ondertussen naar de zin te maken. Hij legde uit dat zijn bedrijf wijnen maakt voor artiesten, die bij ‘de artiest moeten passen’. Zo bleek de zanger van de Who, Roger Daltrey, een groot liefhebber en kenner van Champagne te zijn. Dus werd voor hem, en naar het zeggen van Jerome Jacober ook mét hem, een eigen label Champagne gemaakt, bij het huis Charles Orban in Troissy. In de uitmonstering was de hoes van de LP met de popopera Tommy van de Who verwerkt. We werden nieuwsgierig. Dus tijd om de wijnen te proeven. De champagne van Roger Daltrey bleek een prima glas te zijn, soepel, met een fijne mousse, commercieel gedoseerd op tien gram per liter, maar gewoon aangenaam en genietbaar, met twee jaar rijping sur lattes. Jacober: ‘We verkopen er 100.000 flessen van, vooral de V.S. De opbrengst voor Roger Daltrey gaat naar een goed doel.’ Leuke business. Onze collega hing met zichtbare frustratie op zijn barkruk, in de ijdele hoop dat er nog een bandlid op zou komen dagen. De Red Red Wine was een Bordeaux Superieur van de jaargang 2015, geschonken uit een dubbele magnum. Hij was al even commercieel, ruim voorzien van merlot en van nieuw hout, wel met een vleugje paprika. Ongetwijfeld wederom met een schuin oog naar de Amerikaanse markt. Maar met een oplage van ‘slechts’ 10.000 flessen. We mochten de 2016 proeven, maar die had helaas kurk. Dat had onze Parool-collega niet gemerkt, maar hij was dan ook geen ‘kenner’. Hij trok zijn jas aan, want hij wilde niet meer wachten. Wij maakten ons op voor het optreden, maar daar had hij helemaal geen zin in. ‘Het is niet mijn muziek’. Ach, het was misschien ook niet mijn muziek, maar het was een perfect uitgevoerd optreden en een mooie avond. Hij nam wraak met een stukje over de ‘Jankerds’ van UB40. Nou ja. Iemand afzeiken is een gemakkelijk journalistiek trucje. Dat kan iedereen beheersen. Zelfs een wijnjournalist.

Red Red Wine – UB40

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Richtingenstrijd

Als kind werd ik al jong geconfronteerd met de consequenties van verschillende geloven. Toen ik zwaar ziek was door de mazelen, kocht mijn moeder op zondag een ijsje voor me. Maar dat mocht zomaar niet. Op maandag kreeg ze van haar gereformeerde buren te horen dat dit toch écht niet kon. Ik geloof niet dat ze het leuk vond, maar ook niet dat ze zich er veel van aan wilde trekken. Geloof is iets persoonlijks, maar helaas wordt het ook gemakkelijk aan anderen opgelegd.

Het lijkt allemaal iets uit het verleden. Maar zelfs de mazelen zijn weer terug, mede onder invloed van allerlei geloven. En streng gelovigen proberen nog steeds anderen hun wil op te leggen. Het bijzondere van een geloof is dat het vaak het beste voor heeft met de wereld en natuurlijk ook met de aanhangers van het betreffende geloof. Maar dat de uitwerking niet altijd de gewenste vorm aanneemt.

Dat lijkt met wijn niet zoveel te maken te hebben. Maar dat is te gemakkelijk. In verschillende islamitische landen mag je om redenen van het geloof geen wijn drinken. Maar de richtingenstrijd gaat verder. Lars Daniëls schreef een stukje voor het volgende nummer van Perswijn waarin dat op een hilarische manier naar voren komt. Veganisten mogen geen biodynamische wijnen drinken, omdat voor het maken van de compost voor de wijngaard koeienhoorns worden gebruikt. Tja, vanuit beide standpunten eigenlijk heel logisch. Zo kan het ene geloof het andere in de weg zitten.

Je moet wat voor je geloof over hebben. Biodynamisch wijnmaken in gebieden met veel regen vraagt veel standvastigheid. Een rotsvast geloof, mogen we wel zeggen. Bij mijn bezoek aan Pontet-Canet, vorige week, verzuchtte eigenaar Alfred Tesseron dat het allemaal niet gemakkelijk was. Met minder dan 10 hectoliter per hectare had hij van zijn biodynamische wijngaard maar eenderde van de ‘normale’ oogst binnengehaald. In 2007, toen er veel rot was, was hij nog gezwicht en had hij conventioneel gespoten om de oogst te redden. Weg certificaat. Met de meeldauw van vorig jaar was hij standvastig gebleven. Hij heeft gemerkt dat een biodynamische Grand Cru Classé het nodige oplevert. Begin jaren tachtig kocht je de wijnen van dit château nog voor een spotprijs bij Albert Heijn. Tegenwoordig moet je er in primeur meer dan € 100 per fles voor neertellen. En zijn 2018 is ronduit prachtig.

Maar, even rekenen. Met een wijngaard van zo’n 80 hectare kan hij bij deze opbrengst nog altijd zo’n 100.000 flessen maken. En met deze verkoopprijs levert dan nog altijd een leuke som geld op. Er zijn boeren in de Bordeaux die het met minder moeten doen. Laten we het zo stellen: hij kan zich zijn geloof in elk geval goed permitteren.

Ronald de Groot

1 2 3 4 5 55
Page 3 of 55