Columns Archives - Pagina 2 van 57 - Perswijn

Columns

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Spuiten en slikken

De discussie over het gebruik van bestrijdingsmiddelen is van alle tijden. En die discussie is ook goed en belangrijk en zal niet gauw stoppen. Het is vaak ook ingewikkeld. In Frankrijk is impliciet erkend dat behandeling van landbouwgronden met onder andere pesticiden schadelijk kan zijn voor omwonenden. Dat is gebeurd door de instelling van een ZNT, zone de non-traitement, sinds 1 januari dit jaar. Dat houdt in dat binnen tien meter afstand (in het geval van wijngaarden) van woningen niet met chemische middelen mag worden gespoten, alleen met plantaardige. Of dat ook geldt voor koper, is daarbij overigens niet duidelijk. Het ministerie zegt dat koper van deze regel is uitgezonderd, maar regionale instanties waarschuwen dat deze regel ook geldt voor koper, omdat het geen plantaardig product is. Voor wijnboeren is het natuurlijk gekmakend, dit verschil in interpretatie van nieuwe regels. Ze zijn er sowieso niet zo blij mee.

Maar dit stukje gaat niet over koper. Het gaat over het effect van de behandeling van de wijngaard op het karakter van de wijn. Tijdens mijn laatste trip naar Bordeaux, begin januari, mocht ik het resultaat proeven van een bijzonder experiment. Op châteaux Pédesclaux in Pauillac, waar we ook mochten logeren, kregen we aan het einde van de proeverij van de wijnen van 2017 drie monsters blind neergezet. Ons werd meegedeeld dat het ging om wijnen van de cabernet sauvignon van exact hetzelfde perceel van dezelfde jaargang. Het enige verschil was dat de stukjes wijngaard van deze drie cabernets verschillend behandeld waren. Eén met lutte raissonnée, één biologisch, en één biodynamisch. De vinificatie was uiteraard ook exact hetzelfde. Heel interessant.

Ons werd gevraagd wat we van de wijnen vonden, en welke wijn onze voorkeur had. Mijn stem ging (nipt) naar de wijn die van het biologische stukje wijngaard kwam, direct gevolgd door de wijn van het perceeltje met lutte raisonnée, zo bleek na het demasqueren van de wijnen. Als laatste kwam de biodynamische wijn. Maar anderen prefereerden de biodynamisch gemaakte wijn, omdat hij lichter van structuur was, minder intens en ‘heftig’. Biodynamie blijft elegant, met een goede frisheid, zo kon je goed zien.

Allemaal prima. Wat ik het meest indrukwekkend vond, was dat de verschillen zo duidelijk zijn. Dat die zo groot zouden zijn, had ik eerlijk gezegd niet verwacht. Daarom was dit weer eens een leerzaam moment.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Droge dag

Je kunt er moeilijk omheen. Iedereen kent tegenwoordig wel iemand die januari graag ‘droog’ houdt. Zelfs ik ken ze. Sinds de uitvinding van dit fenomeen, in Engeland in 2013, doen er jaar op jaar steeds meer mensen hieraan mee. Je vraagt je af waarom. Is het een schuldgevoel, dat je in de rest van het jaar te veel drinkt? Dan kun je beter het hele jaar door wat minder drinken, lijkt me. Gisteren had ik door omstandigheden -ik was uitgenodigd bij iemand die geen wijn in huis had- warempel een droge dag. Dat komt eigenlijk nooit voor. Ik drink nu eenmaal graag een goed glas wijn, en daar zie ik weinig kwaads in, zolang het maar niet te veel is. En mijn handen gingen niet trillen, dus dat was weer een geruststelling. Voor mij geen droge januari. Dat zou ook zonde zijn geweest van het glas Giscours 1920 dat ik onlangs kreeg aangeboden op Domaine de Chevalier.

Voor de wijnhandel is de onmiskenbare trend naar drankjes natuurlijk een uitdaging. Wat moet je daar mee? Ik zag dan ook meerdere aanbiedingen van ‘alcoholvrije wijn’ langskomen. Tja, ik weet niet zo goed wat ik daarvan moet denken. Ik vraag me in de eerste plaats af of je voor ‘het ware product’ wel zo nodig een vervanger moet zoeken in dezelfde richting. Waarom moet het wijn zijn, als je alcoholvrij wilt? Mooie thee met een bubbel, is dat niet lekkerder? Het is net als een hamburger of een rookworst. Waarom zou je die moeten vervangen door een vegetarische hamburger of een vegetarische rookworst? Maak gewoon iets anders, met smáák, zou ik zeggen. Als je gewend bent om slechte rookworst te eten, is de vegetarische versie misschien niet erg. Maar ik eet graag goede rookworst, en dan wordt de overstap naar een vegetarische versie een stuk minder vrolijk.

Datzelfde geldt ook voor wijn, zo lijkt me. Althans als ik af ga op wat ik tot nu toe heb geproefd. Als je altijd zoetige wijntjes drinkt zonder karakter, dan stap je gemakkelijk(er) over naar alcoholvrij. Als je houdt van een mooi glas, is dat een stuk lastiger. Er is vaak iets anders nodig voor de smaak, zoals suiker. Dat was het geval bij een alcoholvrije wijn voor Perswijn #8 bij de redactielunch. Die was zodanig zoet, dat hij meer op appelsap leek. Bij de vis werkte dat niet. Bij bier heeft het ook lang geduurd voor er iets aardigs uit de bus kwam, en dat is al lastiger bij speciaalbieren.

Slimme bedrijven kunnen toch goede zaken doen met alcoholvrije wijn. Een jaar geleden was ik bij Rotkäppchen. Daar proefde ik rood en wit alcoholvrij. De witte was redelijk drinkbaar. De alcohol wordt er met een geavanceerd procedé uitgehaald. Van de alcohol wordt (dure) brandy gemaakt. En de alcoholvrije wijn wordt duur verkocht aan de groeiende groep liefhebbers. Een mooie win-win-situatie. Superslim.
Maar er zijn nog gemakkelijker manieren om van deze trend te profiteren. Zo is er nu een product op de markt dat alcoholvrije wijn wordt genoemd. Het wordt aangeprezen dat het zo is gefermenteerd dat er geen alcohol in de wijn terecht is gekomen. In dit geval is heeft er nooit alcohol in gezeten. Hmm. Dit noemen wij gewoon druivensap. Verkoop het dan ook als druivensap. Maar ja, zolang de goedgelovige meute het als ‘wijn’ ziet, is het lekker cashen. Ik neem nog een glas. Met alcohol.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Bordeaux 2017 – nuttig tussenjaar

Zo, de eerste reis van dit jaar zit er weer op. De eerste volle week van januari is altijd gewijd aan de proeverij in Bordeaux van de laatste jaargang die daar op fles is gebracht, in dit geval dus 2017. Die is bij de meeste châteaux voor de zomer van vorig jaar gebotteld en nu dus helemaal tot rust gekomen. Een ideaal moment dus, ver voorbij de gekte van de primeurproeverijen, die natuurlijk altijd veel te vroeg komen. In blinde proeverijen per gemeente is het mogelijk tot een meer afgewogen oordeel te komen, hoewel uiteraard nooit definitief. Jaren blijven zich altijd ontwikkelen, in positieve of in negatieve zin. Tijdens de week krijgen we bij de lunches en diners vaak oudere jaren te proeven, dus dan is dat mooi te zien. 2010 is zo’n jaar dat zich in positieve zin blijft onderscheiden. 2005 ontwikkelt zich prachtig, met rijpe wijnen die nog vol in hun fruit zitten. Op Domaine de Chevalier kregen we van de immer gulle Olivier Bernard een viertal witte Pessac-Léognan uit 1990 te proeven. Bijzonder hoe goed deze kunnen rijpen, zoals de zeer verrassende Couhins-Lurton en de nog frisse Domaine de Chevalier. Klapstuk daar was een Giscours 1920 in een perfecte conditie.

2017 is tussen alle topjaren en goede jaren van na de eeuwwisseling geen opvallend goed jaar. Bovendien werd de oogst op sommige plekken flink gedecimeerd door voorjaarsvorst. Maar als je de wijnen proeft, is het goed te beseffen dat zo’n jaargang in de jaren zeventig of tachtig gewoon een van de betere jaren zou zijn geweest. Denk aan jaren als 1979 of 1978. Jaren waarin de wijnen misschien niet perfect rijp zijn, met een vleugje paprika. En de betere wijnen zijn nu zelfs rijp, met goed fruit. Omdat 2017 een lichter jaar is, hoef je er minder lang op te wachten. De wijnen zijn relatief soepel en toegankelijk, nu eigenlijk al. Ander voordeel is het vrij lage alcoholgehalte. Een wijn als Lafite-Rothschild komt niet verder dan 12,5%. Ongekend in deze tijd. En een voordeel nu iedereen het over hoge alcoholgehaltes heeft. Voor de witte wijnen en de Sauternes pakte 2017 goed uit. Wit is nog heel jong, met een lange toekomst voor zich. De Sauternes die we kregen, had een uitgesproken karakter van edele rotting, met hoge suikergehaltes. Heel mooi.
Omdat de omstandigheden voor iedereen anders waren, zijn de wijnen wel verschillend van kwaliteit. Goede reden om de wijnen zelf te komen proeven, op onze proeverij op 17 februari in de Beurs van Berlage. Niets beter dan een eigen selectie te bepalen. De een vindt een vleugje paprika niet erg -klassieke Bordeaux, zou René van Heusden hebben gezegd. De ander vindt een rijpere stijl prettiger. Ervaar het zelf, zou ik zeggen.

Ronald de Groot

Reserveer hier een ticket voor PERSWIJN proeverij Union des Grands Crus de Bordeaux.

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Geen feest met brett

Zo, de feestdagen zitten er weer op. Eigenlijk een soort lange serie weekenden. Voor ons altijd een leuke periode om bijzondere oude flessen open te trekken. Met de kerst haal ik jaargangen van de kinderen uit de kelder, en tegenwoordig ook van hun aanhang. Mijn jongste dochter verklaart altijd dat zij uit het beste jaar komt -1982. Haar gelijk werd weer bewezen. We hadden La Lagune ’81 en ’82 naast elkaar staan, en ’82 is gewoon de betere wijn, hoewel ’81 nog prima drinkbaar is. Het grappige is dat ’82 volgens sommigen destijds ‘te rijp’ en ‘te warm’ was om lang mee te gaan. Maar deze doemdenkers hebben daarin geen gelijk gekregen. Heel bijzonder was een Gewurztraminer uit 1983 van Sick-Dreyer. Wat zoet en veel zuren, geen hout, blijkbaar de perfecte formule om te kunnen ouderen.

Wel moet je bij het drinken van oude Bordeaux tegen aparte geurtjes kunnen. Ik merkte dat sommigen zich bij enkele wijnen stoorden aan dat typische vleugje paprika, van de pyrazines. Dat komen we tegenwoordig eigenlijk niet meer tegen. Ik ben er wel aan gewend, dus het stoort me niet zo, zolang het niet te veel is. Ik zag het bij wijnen uit ’79, omdat ze minder rijp zijn.

Iemand die veel minder genoot van zijn feestwijnen, was Kees van Leeuwen, onze hooggeleerde medewerker in Bordeaux. Hij heeft zich groen en geel zitten ergeren. De reden: brett. Hij schreef ons het volgende: ‘Ik ben een beetje verbolgen over het hoge percentage wijnen met brettanomyces vervuiling (ethylfenolen en ethylguaiacol), met een stallucht en/of paardenzweet, met name in grote Bordeaux. In de afgelopen 14 dagen heb ik zes flessen grote Bordeaux gedronken met dit probleem: 1981 Pape Clément, 1999 Lafite, 2000 Latour, 2001 Palmer, 2009 Pichon Baron en 2011 du Tertre. Het probleem komt door een gebrek aan controle van de wijnmakers, die ofwel het vermenigvuldigen van brettanomyces in de vaten niet in de hand kunnen houden, ofwel de wijn bottelen met een paar cellen brettanomyces waardoor het probleem zich in de fles ontwikkelt. Het feit dat mijn serie drie decennia omvat betekent dat er niet echt verbetering in zit (in tegenstelling tot kurk, dat in recente jaren aanzienlijk minder vaak voorkomt door betere controle van kurkfabrikanten). Ik ben gevoelig voor deze geur en voor mij is dan alle plezier weg. En dat is natuurlijk zonde voor flessen die zo duur zijn. Ik ben er een beetje boos over dat wijnmakers dit soort wijnen op de markt kunnen zetten zonder dat hun positie in gevaar komt. Als ze bij Ferrari een auto verkopen waarvan het wiel er bij de eerste proefrit afrolt dan worden alle ingenieurs op staande voet ontslagen.’

De vraag is natuurlijk ook of iedereen zo (over)gevoelig is voor brett als Kees van Leeuwen. Iets dat hij zichzelf ook afvraagt. Zelf heb ik er minder last van. Ik kan me herinneren dat ik in een ver verleden zelfs dacht dat het iets met het terroir te maken had, tot mijn ogen werden geopend. Maar een klein beetje brett wordt door sommige wijnmakers zelfs als een interessante toevoeging gezien, dus helemaal eenduidig is het niet. Dat neemt niet weg dat het bij veel wijnen gewoon een technisch probleem is, zoals Kees van Leeuwen terecht stelt. Zeker in Bordeaux.

We weten eigenlijk niet hoe tegen dit probleem wordt aangekeken door Nederlandse wijnliefhebbers. Kees stelt voor dat we een lijst zouden kunnen publiceren waarvoor mensen die brett in een fles gevonden hebben die wijn kunnen aanmelden, zodat andere wijnliefhebbers die flessen kunnen mijden. Van onze kant weten we niet goed of een wijnliefhebber brett kan detecteren en beoordelen. Want dat zou wel nodig zijn. Duidelijk is wel dat wijnliefhebbers en ook -handelaren en sommeliers zich beter van bewust worden, van wat brett is en hoe het ruikt. Later dit jaar zal Lars Daniëls er in Perswijn nog aandacht aan besteden. Maar mocht u overtuigd zijn dat u een fles gevonden heeft, laat het ons weten, want we zijn toch wel erg nieuwsgierig geworden…

Voorts krijgt u de beste wensen van mij en mijn team, en we hopen op een voorspoedig en gezond 2020, met veel mooie wijnen.

Ronald de Groot

Mocht u een wijn met brett willen aanmelden dan kunt u dit via deze link doen.

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Mooi zoet is weer in

Helaas moet ik vaak op reis, omdat het nodig is voor de verhalen die we schrijven. Nou ja, reizen is ook leuk, maar het beneemt je soms de mogelijkheid om volop te genieten van al het moois dat Amsterdam te bieden heeft. Zeker de laatste jaren zijn er veel plekken bijgekomen waar je als liefhebber van goed gezelschap, en natuurlijk ook mooi eten en drinken helemaal aan je trekken komt. Met dank aan een nieuwe generatie chefs en sommeliers, vaak zelf ook grote liefhebbers.

Zo mocht ik onlangs een bijeenkomst bijwonen van een club die zich de ‘Bloedworstbende’ noemt. Leuke naam voor een lekker ongeregeld zooitje, vooral professionals uit de Amsterdamse horeca. Wat ze verbindt: liefde voor lekkers. Het thema van de avond was ‘filet americain’. Geweldig. Nog nooit zoveel verschillende interpretaties van dit klassieke smeersel bij elkaar gezien. Tot een vegetarische aan toe. Plaats van handeling: restaurant Lazuur, Purmerplein. Wat een fijne plek, geopend sinds september. Leuk om even bij te praten met Naduah Bronsveld-Khalil, verantwoordelijk voor de wijn van Lazuur, ook sommelier bij restaurant Lastage. Haar partner Sherif Khalil staat in de keuken. Lazuur is een spin-off van Lastage, aan de Gelderskade, van chef Rogier van Dam en sommelier Elise Moeskops –natuurlijk ook lid van de Bloedworstbende.

Naduah vertelt dat ze een groot liefhebber is van port. Dat is bijzonder, op zo’n plek in Amsterdam-Noord. Nu houd ik zelf ook erg van port, en moet met enig leedwezen constateren dat port het de laatste jaren moeilijk heeft, overigens net als andere zoete wijnen. Zo niet bij Lazuur. Op de kaart een vijftal tawny’s, een tiental ruby’s en ook vijf madeira’s, allemaal ook per glas verkrijgbaar. Wat een plezier! Ze vertelt er met veel passie over, en constateert dat de gasten weer teruggaan naar het drinken van mooie port. Ze gaan het zoet niet meer uit de weg.

Dat is goed nieuws. En ik hoor het van meer sommeliers. Zoet lijkt voorzichtig op de weg terug. Dat is hard nodig, want zoet zit al heel lang in het verdomhoekje. Als ik zelf mooi zoet schenk, dan zijn mensen vaak verrast. Mooi zoet is in balans, door goede zuren, en dat wordt vaak niet verwacht. Het blijft een kwestie van proberen. Ik hoop dat deze trend doorzet. Juist de feestdagen lenen zich voor het drinken van mooi zoet, liefst bij een fijn gerecht of een mooie kaas. In onze laatste koopgids staan een paar voorbeelden van fijne port, mooie marsala of heerlijke sauternes. Allemaal het proberen waard.

Ik hoop dat u er van geniet. Ik ben weer terug in het nieuwe jaar, op maandag 6 januari, en ga zelf ook even genieten van alle lekkers.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Bijzondere wijnen

Zo, het werk voor dit jaar zit er weer op. Het laatste nummer is weer bezorgd, de restaurantgids is klaar. Een (zeldzaam) moment om even rustig achterover te leunen. Nou ja, rustig. December is ook de maand van de festiviteiten en events.

Het mooie van deze bijzondere maand met al zijn festiviteiten is dat je nu eens een keer bijzondere wijnen kunt proeven zonder niet meteen een notitie te hoeven maken. En vaak is het ook een moment om bijzondere wijnen op tafel te zetten. Oud of jong.  Allebei leerzaam.

Dat mijn verjaardag ook in december valt, tja, daar kan niemand wat aan doen. Mijn ouders deden altijd heel erg hun best om mij er niets van te laten merken dat ik vlak na Sinterklaas jarig was. Gelukkig geen ‘kroonjaar’ dit jaar, dus deze keer een ingetogen viering met wat familie en vrienden. Even geen wijn uit mijn geboortejaar.

Gelukkig was er toch een moment dat ik kon genieten van een mooie wijn uit deze inmiddels belegen jaargang. Dat was tijdens een van de bijzondere festiviteiten van het jaareinde, de lunch van de gezamenlijke redactie voor de rubriek ‘Aan Tafel’. De partner van chef Martine van Zeventer van Avalon Wijn en Spijs, Maurice van Elburg , was zo attent voor ons, met ‘mijn’ jaar in het achterhoofd, een fles Pontet-Canet 1953 uit zijn kelder te halen. Wát een mooie wijn. Prachtig in conditie, geweldig gerijpt. Grappig genoeg was 1953 een warm jaar, waarvan al snel werd voorspeld dat de wijnen geen lang leven beschoren zouden zijn. Zeg maar 1982, maar dan dertig jaar eerder. Dat blijkt dus heel erg mee te vallen met die warme jaren. Dat geeft weer hoop in de klimaatverandering.

Dezelfde ervaring hadden we afgelopen week met een (magnum) Three Cape Ladies 1998 van Warwick bij onze lunch met redactie en medewerkers. Een Cape Blend van cabernet sauvignon, merlot en pinotage, meer dan 20 jaar oud, en nog zo levendig als wat. Een wijn die er helemaal stond. Laten we vooral niet het idee hebben dat wijnen uit een relatief warme streek als Stellenbosch niet zouden kunnen rijpen. Mits goed gemaakt, kunnen ze dat wel degelijk. Weer leerzaam.

Volgende bijzondere gebeurtenis op onze agenda is ons paneldiner, waarbij alle leden van het proefpanel een tweetal bijzondere flessen inbrengen. Dat kunnen zomaar wijnen zijn tot een jaar of vijftig oud. Zelf wilde ik een wijn uit 1971 op tafel zetten, geboortejaar van een van de panelleden. Helaas. Ik had ooit het jaartal niet goed gelezen. Toen de fles tevoorschijn kwam, bleek het 1974 te zijn, de vier was niet meteen duidelijk, maar het stond er echt. Deze verrassing gaat dus niet door. Maar verrassende wijnen zullen er bij zijn. Ik ben heel nieuwsgierig. Heerlijk, die feestmaand.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Toevoeging of hulpstof?

Geen discussie zo oud als die over de etikettering van wijn. Waar op bijna alle producten alle ingrediënten moeten worden vermeld, is wijn daarop een uitzondering. En weer een uitzondering dáárop zijn –uiteraard- het alcoholgehalte en sulfiet. Dat sulfiet moet worden vermeld is logisch, omdat het bij mensen die daar gevoelig voor zijn, (ernstige) allergische reacties kan veroorzaken. Overigens is sulfiet een conserveermiddel dat in talloze voedingsmiddelen wordt gebruikt, dat lijkt wel eens te worden vergeten. Wellicht ontsnapt dat aan de aandacht als het op een andere manier wordt vermeld. Op de verpakking kan bijvoorbeeld staan ‘conserveermiddel: E 221’. E-nummers van 220 t/m 228 vallen allemaal in deze groep. Maar dit terzijde.

Het is interessant om te zien dat de E.U. door nieuwe regelgeving lijkt voor te sorteren op een mogelijk verplichte vermelding van alle ingrediënten op het wijnetiket. Ooit zal het misschien toch gaan gebeuren. In de nieuwe regelgeving die is uitgevaardigd, worden niet alleen nieuwe producten toegelaten, of andere verboden, maar wordt ook een onderscheid gemaakt in additieven (toevoegingen) en hulpstoffen. Additieven blijven (deels) in de wijn aanwezig na botteling, en hulpstoffen niet, zo is de gedachte. Een belangrijk onderscheid. Additieven zouden dan eventueel op het etiket moeten worden vermeld, en hulpstoffen uiteindelijk niet.

Een voorbeeld. Bij het toevoegen van gisten voor de alcoholische gisting of bacteriën voor de malolactische gisting spreken we van hulpstoffen. In het eindproduct vinden we die niet terug. Toevoeging van (bijvoorbeeld) tartaarzuur, een van de meest gebruikte stoffen om wijn aan te zuren, geldt wel als een additief, want dat wordt wel in het eindproduct teruggevonden. Voor wijnboeren is het belangrijk te weten hoe een stof wordt geklasseerd, met het oog op een eventuele verplichting toevoegingen op het etiket te vermelden. Het kan ook de keuze beïnvloeden tussen wat wel wordt gebruikt en wat niet.

Een van de achtergronden van deze regels is -behalve het scheppen van duidelijkheid- de regelgeving van de E.U. in lijn te brengen met die van het O.I.V, de internationale organisatie van de druivenstok en de wijn. Maar wie zich in dit soort regelgeving verdiept, raakt gemakkelijk de weg kwijt. Gelukkig zijn er doorgewinterde oenologen die het allemaal kunnen begrijpen. Nou ja, allemaal? Wat te denken van het volgende? Als je (industrieel geproduceerde) tannine toevoegt om de wijn te klaren (helder te maken), is het een hulpstof. Maar… als je het gebruikt om de wijn te stabiliseren, dan is het een additief. Gooi het maar in mijn pet.

Invoering van een juiste etikettering zal niet eenvoudig zijn. En ongetwijfeld op veel weerstand stuiten.

De verordening kunt u hier lezen. 

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Klimaatverandering – de ongemakkelijke waarheid

Afgelopen week was ik op uitnodiging van Prowein op een conferentie over klimaatverandering op de universiteit van Geisenheim. Prowein timmert graag aan de weg met dit soort evenementen om groepen internationale journalisten bij de beurs te betrekken -alsof die niet al succesvol genoeg is. Maar dat terzijde. Ik was op de uitnodiging ingegaan omdat het onderwerp me sterk interesseert. Het raakt direct aan ons vak en aan de veranderingen die op dit moment in de wijngaarden plaatsvinden door de enorme temperatuurstijgingen in combinatie met extreem weer. Iedere keer als je een streek bezoekt, hoor je er over. Onlangs in Alto Adige bijvoorbeeld, waar de wijngaarden inmiddels worden aangeplant tot op 1150 meter hoogte. Of in Bordeaux, waar wijnen van boven de 15% alcohol al lang geen uitzondering meer zijn.

Het was daarom juist goed alles eens goed op een rijtje te zetten. Heel confronterend zelfs. De feiten liegen er niet om. De Rheingau zelf, waar Geisenheim zich bevindt, is een sprekend voorbeeld. Bij een bezoek aan Kloster Eberbach, een wijngoed dat eigendom is van de deelstaat Hessen, kregen we te horen dat in de warmere wijngaarden inmiddels is overgestapt naar de aanplant van cabernet sauvignon. En dat in een streek die befaamd is om zijn grote Rieslings. Een deel van de steile wijngaarden wordt omgebouwd tot terraswijngaarden omdat de erosie tijdens heftige regenbuien anders niet te beteugelen valt. Op een deel van de wijngaarden is irrigatie aangebracht omdat de druiven in de zomer anders te veel waterstress ondervinden. Dit jaar waren er maar liefst vier dagen met temperaturen boven de veertig graden, een nog nooit vertoond fenomeen. Een van de manieren om de warmte in een wijnstreek weer te geven is de Huglin index. Deze is gebaseerd op de gemiddelde temperaturen en de maximale temperaturen tijdens het groeiseizoen. Voor Barossa Valley, een van de warmste wijnstreken ter wereld, bedroeg deze index eind vorige eeuw gemiddeld 2342. In de Rheingau lag deze index voor de jaargang 2018 boven de 2300, dus bijna net zo warm. 2018 was extreem. Maar de trend is dat meer extremen zullen volgen.

De realiteit is hard. Dit soort wijngebieden kunnen we feitelijk niet meer als ‘koele wijngebieden’  beschouwen. De consequentie is simpel. We hebben altijd geleerd dat de mooiste wijnen worden gemaakt met druiven die op een plek staan waar ze nét rijp worden. Daar krijgen ze aroma en mooie zuren door de koude najaarsnachten. Nee dus. In 2018 begon de oogst in de Rheingau al rond midden augustus, net als op Sicilië. Dat is de ongemakkelijke waarheid van de huidige klimaatopwarming. Er staan ons nog veel veranderingen te wachten. Wen er maar aan.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Zucht naar Salon

Eerder schreef ik dat champagne pas champagne is, als er ook echt ‘Champagne’ op staat. Voor sommigen gaat dat nog een stapje verder. Voor hen is champagne pas champagne als er ‘Salon’ op staat. Voor degenen die even de aansluiting missen: het champagnehuis Salon, onderdeel van Laurent-Perrier is maker van een van de meest exclusieve champagnes die op de markt is. Onlangs kwam de 2008 uit, uitsluitend in magnums, waarvan er maar 8000 zijn gemaakt. En die magnums zijn alleen te koop in combinatie met zes flessen van andere jaargangen: twee uit 2007, twee uit 2006 en twee uit 2004. U begrijpt het al, het ultieme collector’s item, waar je duizenden euro’s voor neer moet leggen, als je hem al kunt krijgen.

Voor sommigen is het een bijna ondraaglijk idee, dat je die champagne misschien niet te proeven zou kunnen krijgen. Collega Gert Crum bijvoorbeeld kon zijn teleurstelling hierover onlangs maar moeilijk verbergen. Het heerlijke is dat je dat tegenwoordig op sociale media op de voet kunt volgen. Sterker nog, je komt zomaar terecht in een spannend, tranentrekkend verhaal, bezaaid met cliffhangers.

Het niet proeven van de Salon 2008 begon bij een bezoek van Gert aan importeur Kwast Wijnkopers. Eerst een woord van dank: ‘Martijn Kwast had me uitgenodigd – hij weet hoe belangrijk het voor mij is in verband met het up-to-date houden van de e-book editie van mijn ‘Champagne – The Future Uncorked’ om nieuwe champagnes, nieuwe jaargangen, etc. te proeven. Dank dus Martijn.’

Maar toen volgde de teleurstelling -en ook de onze natuurlijk.We –het proefpanel en ik- leefden mee. ‘Martijn liet me – jammer genoeg – niet de net op de markt gekomen Salon 2008 proeven.’ Wat jammer! Wat een kruideniers daar in Nieuw-Vennep dat ze niet even zo’n magnum 2008 uit zon luxe kist halen en opentrekken! Maar gelukkig was er een herkansing in zicht: ‘Overigens ben ik vrijdag a.s. bij Delamotte-Salon en dus heel benieuwd of ik de Salon 2008 alsnog mag en kan proeven… Het is immers zó belangrijk voor mijn boek. ‘ Oef. Spannend.

Vrijdag zaten we aan het scherm gekluisterd. Hoe zou dit aflopen? Maar, er werd in de facebookpost met geen woord gerept over de Salon 2008. Alleen dit kryptische zinnetje: ‘…daarna snel door naar Delamotte en Salon in Le Mesnil-sur-Oger.’ En een foto van de 2007. Nou ja, iedereen wilde toch écht weten hoe dat nu zat. Ons panellid Udo Göebel, die het op de voet volgde, móest het vragen, want we zaten al dagen in spanning! Het antwoord was een teleurstelling, wederom: ‘Nee, ze maakten die magnum niet open. Het was een fles 2007. Maar wees gerust: over 11 dagen krijg ik de kans Salon 2008 te proeven.’ Pfff. Ondraaglijk. We zitten met zijn allen te duimen dat het gaat lukken. Het is een soort jacht op de heilige graal. Zó belangrijk.

Ronald de Groot

overpeinzingen op maandag-Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Jean Gautreau (92) overleden

Net toen mijn stukje vorige week op de website werd gezet, bereikte mij het bericht dat Jean Gautreau op 92-jarige leeftijd was overleden. Toch is er reden genoeg om een week later nog aandacht aan dit overlijden te schenken. Want Jean Gautreau, eigenaar van Château Sociando-Mallet, was een bijzondere persoonlijkheid, zeker naar de maatstaven van Bordeaux, waar de meesten de neiging hebben om in de pas te lopen. Jean Gautreau bepaald niet.

Jean Gautreau, eigenaar van Château Sociando-Mallet

Want Bordeaux, de geboortestreek van mijn wijnliefde, kent goedbeschouwd maar weinig écht markante persoonlijkheden. Dat heeft wellicht ook te maken met de heel Franse mentaliteit van deze wijnstreek, zeker van de Médoc, een streek met een eigen sfeer en karakter. Je zegt dingen omfloerst, beleefd, en zeker niet recht voor zijn raap. Gautreau was een uitzondering op deze regel. Er was niets mooiers dan tijdens de week van de primeurs bij hem aan te schuiven op Sociando-Mallet. Je kon daar altijd even lunchen. Jammer dat het in Saint-Seurin de Cadourne ligt, erg ver naar het noorden. Jean Gautreau zat daar dan op zijn ‘praatstoel’, een kruk aan zijn eigen wijnbar, bij de proefglazen. Lekker mopperen op alles wat naar zijn mening ‘fout’ was. En dat was nogal wat.

Zijn belangrijkste klacht gold de classificatie van 1855. Hij vond dat Sociando-Mallet het ‘recht’ had om Grand Cru Classé te zijn. En hij vond ook dat de classificatie aan deze realiteit zou moeten worden aangepast. De heuvel waar dit château op ligt, is inderdaad een voortzetting van de heuvels van Saint-Estèphe. Inclusief uitzicht op de Gironde, zoals alle topchâteaux van de streek. In de tijd van de classificatie van 1855 was dit deel van de Médoc, ver van Bordeaux, nog niet ontwikkeld, en dat is historisch gezien waarschijnlijk de reden dat het château niet werd geklasseerd. Maar dit soort fouten ‘rechtzetten’ is tegenwoordig politiek lastig haalbaar. Gautreau wenste in elk geval geen deel uit te maken van de Crus Bourgeois. Dat was hem te min.

In de tijd dat ik lid was van de Grand Jury Européen toonde de wijn zijn klasse door met zijn 1990 te scoren als beste wijn. Een unieke prestatie, hoewel natuurlijk altijd een momentopname. Kees van Leeuwen, werkzaam bij Cheval Blanc, kon moeilijk geloven dat Sociando 1990 beter scoorde dan Cheval Blanc 1990. We besloten de twee wijnen tijdens een lunch op Cheval Blanc naast elkaar te zetten en we moesten concluderen dat de Sociando 1990 wel degelijk geweldig was, ook toen weer.

Dat is nog opmerkelijker voor wie weet dat ook op het vlak van rendementen Gautreau zich niet graag iets van de regels aantrok. Hij zat in goede jaren altijd aan de limiet van wat geoogst mocht worden, en ging er zelfs overheen. Dat werd gedreigd met het intrekken van de appellation, interesseerde hem niets. Hij vond dat zijn eigen wijn, en hij vond zijn wijn goed genoeg. Hij verkocht hem ook altijd voor goede prijzen, niet veel lager dan sommige goede Grands Crus Classés. Dat deed hem goed.

Het zijn heerlijke herinneringen aan een flamboyante Médocain.

Ronald de Groot

1 2 3 4 57
Page 2 of 57