Columns Archives - Pagina 2 van 68 - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Wijn is politiek wapen

Als er één ding nog maar eens duidelijk wordt uit de ‘militaire operatie’ in Oekraïne, dan is het wel dat handel en politiek meer met elkaar te maken hebben dan de westerse landen hadden gedacht. En zeker de Europese landen. Eerlijk gezegd getuigt het van nogal wat naïviteit om te denken dat het niet zo zou zijn. Dat lijkt misschien op praten achteraf, maar dat is het niet. Zeker in het geval van bijvoorbeeld de gastransporten via de pijpleidingen van Nordstream kan dat moeilijk worden volgehouden. Het was zelfs de gesmade Donald Trump die in 2018 al zei dat Duitsland zich met deze gaspijpleiding volledig afhankelijk zou maken van Rusland. En dat het land wel verwachtte dat de V.S. te hulp zou komen bij de verdediging tegen dat land, binnen het verband van de NAVO.

Wat geldt voor  gas, geldt ook voor andere producten. ASML liep keihard aan tegen Amerikaanse druk om zijn geavanceerde machines niet aan China te leveren. En denk niet dat wijn er buiten blijft. Donald Trump, hij weer, ‘strafte’ landen in het Airbus-consortium met hoge importheffingen, met name op wijn. De Italiaanse wijnbouw heeft hier sterk van geprofiteerd.

De ‘Trump-taks’ is inmiddels enigszins glad gestreken, maar het was een waarschuwing voor wat er nog allemaal ging gebeuren. De producenten van Champagne mochten vorig jaar hun wijn in Rusland niet meer als ‘champagne’ verkopen. Alleen Russische mousserende wijnen mochten nog als champagne worden verkocht. Achteraf gezien was dit Poetin die even een vlieg van zich afsloeg, vergeleken met wat hij later deed. Met het huidige conflict is de export van luxegoederen naar Rusland helemaal tot stilstand gekomen.

De boodschap die je hier uit kunt halen, is dat het voor wijnstreken, maar ook voor individuele wijnboeren, verstandig is hun afnemers zo veel mogelijk te spreiden. ‘Leg niet al je eieren in één mandje’, werd vroeger gezegd. Zo spreek ik af en toe producenten uit Californië, die hun wijnen in de V.S. gemakkelijk kunnen verkopen. Als warme broodjes. Waarom zou je dan nog exporteren? Hun antwoord is steevast dat ze hun klantenkring liefst zo veel mogelijk spreiden. Heel verstandig. Een wijn als Opus One, uit Napa Valley, zou fles voor fles volledig in China kunnen worden verkocht, zonder enige inspanning. Maar daar is nooit voor gekozen. Een wijs besluit.

Australië is het meest recente slachtoffer van politieke wrijving. Een deel van de oogst werd niet binnengehaald omdat de grootste klant, China, in de praktijk is weggevallen. Dit in reactie op met name de Australische steun voor een onafhankelijk onderzoek naar de oorsprong van COVID in China. Omdat China en Australië in de jaren daarvoor juist een vrijhandelsverdrag hadden, was Australië de belangrijkste wijnleverancier van China geworden. Het lachen is de Australiërs inmiddels wel vergaan. De export van Australië is gedaald met zo’n 30%. Een flinke slok. Al jaren geleden verbaasde ik me er over dat Australië zijn promotiebudgetten weghaalde uit Europa en zijn kaarten zette op ‘groeimarkt’ Azië, met name China. En andere wijnlanden hebben door schade en schande geleerd dat markten die eenmaal verloren zijn gegaan, niet zo snel weer teruggewonnen kunnen worden. Australië zal daarop in Europa geen uitzondering zijn.

Het vreemde van dit alles is dat wijn en politiek op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Maar politici zien wijn kennelijk als een mogelijkheid een ander land te treffen, misschien wel omdat het een soort cultuurgoed is. Heel ergerlijk. Op zo’n moment verlangen we terug naar politici die wijn zagen als iets waar je vooral van moest genieten. Bijvoorbeeld Winston Churchill. Die hield zo van de champagnes van Pol Roger dat het huis zijn prestigecuvée naar hem heeft vernoemd. Churchill voerde heel wat oorlog, maar een boycot van champagne of wijn in het algemeen zou nooit bij hem zijn opgekomen. Helaas. Zulke politici bestaan niet meer.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Meer Sauternes graag

De brievenbus kleppert. Er valt een fles witte Bordeaux op de mat. Nou ja, bij wijze van spreken dan. In de praktijk moet de deur hier vaak open voor het ontvangen van proefmonsters van overal. De witte Bordeaux is in dit geval de ‘nieuwe’ witte wijn van Château Guiraud. Een château dat een reputatie heeft als producent van Sauternes, de beroemde zoete wijn. Maar deze wijn is niet zoet – integendeel, de fiche technique spreekt van 0 g restsuiker. Beendroog dus. Het is een — bijna wanhopige – poging, zo lijkt het, om de droge wijn van het château, voorheen de G de Guiraud geheten, nieuw leven in te blazen. Guiraud werd afgelopen oktober overgenomen door Matthieu Gufflet, een ondernemer in wat zo mooi de ‘hospitality-business’ heet. Xavier Planty nam na 38 jaar afscheid als directeur en als mede-eigenaar. Hopelijk niet al te gedesillusioneerd, na alle tegenwind bij de verkoop van zijn bijzondere zoete wijnen, die gewoon niet populair genoeg zijn.

Of dit soort droge wijnen de zaak gaat redden? Ik weet het niet. Het blijft maar gewoon ‘Bordeaux blanc sec’, na alle mislukte pogingen van de châteaux hier om bij de Graves te mogen komen. Of hun wijn ‘Sauternes sec’ te mogen noemen. Ook geen goed idee, lijkt me, want verwarrend. Nou ja, het is in elk geval beter dan wat gebeurde op Clos Haut-Peyraguey na de overname door Bernard Magrez, de tycoon die in elk gebied van de Bordeaux een Grand Cru Classé wilde hebben. In de streek hoorde ik dat hij gewoon een deel van de wijngaard heeft gerooid om de productie van zijn Sauternes te beperken. Zo kan het ook, natuurlijk. Probleem van zulke droge witte wijnen is dat het brave wijnen zijn, in elk geval in het geval van de Guiraud, met zijn blend van 70% sauvignon en 30% sémillon. Alleen is de prijs altijd vrij hoog en de concurrentie groot. Dit soort wijnen is gewoon niet uniek genoeg, zoals de Sauternes dat wél is.

Op Château Suduiraut hebben ze het volgens mij dan wat slimmer aangepakt. Daarvan kreeg ik afgelopen week geen fles binnen, maar wel een persbericht. Suduiraut maakt nu drie droge witte wijnen, die allemaal verschillend van karakter zijn. Eén wijn is de ‘tweede wijn’, met een naam en een etiket dat in lijn is met de tweede wijn is bij de zoete wijnen, de Lions de Suduiraut. Dezelfde formule is toegepast bij de grand vin, de eerste wijn. Een etiket dat lijkt op de zoete Suduiraut, bij twee droge wijnen, een van oude stokken en een wijn van puur sémillon. Net als de G de Guiraud is de S de Suduiraut afgedankt. Alleen de Ygrec van Yquem, waar de ontwikkeling van het maken van droge wijnen zo’n beetje begon, is er nog steeds.

Voordeel is wel dat het maken van goede witte wijn technisch gezien kan bijdragen aan het maken van mooie sauternes. Door een aantal plukgangen, waarbij gezonde druiven en druiven met minder goede botrytis worden weggehaald, blijven de trossen met de mooiste edele rotting over voor de Sauternes. Als je moderne Sauternes proeft, dan merk je dat de wijnen meer puurheid en zuiverheid hebben, omdat dat licht muffige toontje van wat minder edele rot er niet meer is. Château Suduiraut benadrukt ook dat het maken van top-Sauternes de focus blijft, en misschien zelfs in nog grotere hoeveelheden dan voorheen. Zo zie ik dat graag. Onlangs schonk ik, na een panelproeverij, nog een glas Barsac in. De mondhoeken krulden omhoog, iedereen vond het heerlijk. Zo moet het zijn. Dat hier droge witte wijnen worden gemaakt, is uit economisch oogpunt logisch. Maar het moet niet ten koste gaan van het goud, mooie Sauternes uit goede jaren, met mooie edele rotting. Daar moet gewoon meer van gedronken worden.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Droog vraagt durf

Enige tijd geleden mocht ik bij een van mijn buren in Saint-Chinian – de plek waar ik regelmatig verblijf – een leuk experiment meemaken. Ik kreeg een paar versies van de rode wijn te proeven, eerst de ‘gewone’ wijn, daarna een met 1 gram restsuiker en vervolgens een met 2 gram. Het experiment vond plaats op verzoek van de importeur. Het verschil was groot, veel groter dan ik zou hebben gedacht. Al bij 2 gram vond ik de wijn flauw van smaak worden. Ik geef het toe, ook een kwestie van smaak.

Het lijkt er soms wel op dat de smaak van een deel van de wijndrinkers verschuift naar wijnen met meer zoet – vandaar ook dit verzoek. In elk geval scoort met name Italië wereldwijd goed met rode wijnen die (soms flink wat) restsuiker hebben. Het begon in Puglia, maar je ziet het nu ook elders, met name bij Ripasso uit Valpolicella en zelfs in Toscane, waar ‘Governo all’uso Toscano’, het drogen van de druiven voor rode wijn, tegenwoordig plotseling weer een bijzondere ‘historische’ waarde blijkt te hebben. Om daarmee weer in ere te worden hersteld, met een zoet product als resultaat.

Er wordt wel eens gespeculeerd over de oorzaken van deze trend. Zeker is dat dit in de V.S. al langer aan de gang is. Amerikanen zijn notoire zoetekauwen, en onder andere Chileense wijnbedrijven passen hun wijnen al jarenlang aan deze ‘Amerikaanse’ smaak aan. Zelfs de voorkeur van Robert Parker voor wijnen met veel hout een flink wat alcohol kan tegen deze achtergrond wel enigszins worden verklaard, zou ik bijna denken.

Daar komt bij dat veel jongeren zijn opgegroeid met frisdrank, en daarmee erg gewend zijn geraakt aan zoete dranken. Of dat een rol speelt, is uiteraard gissen, maar verbazen zou het me niet. Gelukkig zie je dat een deel van de jonge wijndrinkers later ook echt liefhebber wordt. Een ontwikkeling die vaak hand in hand gaat met meer voorliefde voor droge(re) wijnen. Gelukkig maar.

Dat is misschien ook de reden dat de boeren in de Elzas hebben gekozen voor de verplichting dat Riesling die niet is gemaakt van laat geoogste druiven, dus vendange tardive of sélection des grains nobles, vanaf de oogst van 2021 droog moet zijn. Deze verplichting is door een meerderheid van de boeren goedgekeurd. Hij is in lijn met de regels van de EU voor droge wijnen. En een reactie op een verzoek van het INAO om meer duidelijkheid over het karakter van wijnen uit de Elzas. Een probleem waar wij al vaker over schreven. Deze duidelijkheid komt er nu. Droog is maximaal 4 g/l, of maximaal 2 g/l hoger dan het zuurgehalte tot een maximum van 9 gram. In dat geval moet het zuurgehalte dus 7 g/l zijn. Vergelijkbaar met het Duitse systeem, maar daar mag dan wel ‘Halbtrocken’ worden gemaakt, in de Elzas dan niet meer.

Ook voor de andere witte wijnen van de Elzas gaat een nieuw systeem gelden, met een verplichte aanduiding van sec, demi-sec, moelleux en doux. Dus ook meer duidelijkheid. Een deel van de producenten beklaagt zich er over dat dit voor Riesling niet meer mag, en dat de regels voor Riesling dus strenger zijn dan voor de andere druiven.

Nou ja, je kunt altijd blijven klagen. Ik vind het feit dat meer duidelijkheid wordt gegeven over hoe droog de wijnen zijn, pure winst. En ik vind het van durf getuigen dat je, in een tijd dat veel wijnen zoeter worden, afspreekt om drogere Rieslings te gaan maken. Hulde.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Overheden

Gisteren vloog ik naar Florence, om Chianti Classico te gaan proeven in het kader van de Anteprima. Een bijzonder moment. De Anteprima van 2020 was de laatste ‘normale’ proeverij die ik voor de covid-lockdowns kon bezoeken. Pas nu, uitgesteld vanuit februari, kom ik weer terug naar normaal. Nou ja, normaal, hier in Italië zijn de QR-codes en de mondkapjes nog lang niet afgeschaft.
Zo’n vlucht, over de prachtig besneeuwde Alpen, is ook even een rustmoment. Even peinzen over het feit dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend is. Ik las een essay van Geert Mak in de NRC over de oorlog. ‘Zo tikten ze elkaar af, beleefd groetend, bij de klapdeuren van Hal F, de gaande en de komende crisis. De hal waar je een laatste coronaprik kon halen was vrijwel uitgestorven, een gang verder liepen de eerste vluchtelingen binnen.’

Wat ik bijzonder vind aan deze oorlog is de actieve bemoeienis van de V.S. met het conflict. Het is toch ver van hun bed, goed beschouwd. Gelukkig maar. Bij de vorige president zou dat minder vanzelfsprekend zijn geweest, lijkt me. Het blijft in alle opzichten een bijzonder land, niet altijd goed te begrijpen, moet ik zeggen.

Ooit, op mijn eerste reis door de V.S., lang geleden, werden we in Kentucky uitgenodigd voor een drankje. Tot mijn stomme verbazing kregen we te horen dat het bier van zo’n kilometer of vijftig ver moest komen, omdat dit deel van Kentucky nog altijd een ‘drooglegging’ kende. En ik maar denken dat de drooglegging al in 1933 was afgeschaft. Op een latere reis kwam ik in Utah ‘State Liquor shops’ tegen. Daar heeft de staat nog altijd een monopolie op de drankverkoop, net als in Zweden of Quebec. En in San Francisco kun je overal in mooie wijnbars zoveel wijn drinken als je wilt.

Vaak wordt gezegd dat de landen van de Europese Unie geen eenheid vormen, maar in de V.S. is het in dat opzicht niet heel anders. Zo kun je in veel staten van de V.S. geen wijn uit een van de andere staten bestellen. Inmiddels heeft de Amerikaanse regering onderkend dat dit leidt tot ongewenste marktbelemmeringen voor kleinere bedrijven en wijnproducenten. Het zorgt er voor dat grote distributeurs in sommige staten een veel te machtige concurrentiepositie hebben, waardoor de concurrentie feitelijk wordt uitgeschakeld. In de praktijk controleren een paar grote distributeurs een groot deel van de markt.

De plannen moeten er voor zorgen dat de regels worden versoepeld en dat er daarmee meer concurrentie komt. Ook zouden de regels voor etikettering moeten worden versimpeld, om het kleinere bedrijven gemakkelijker te maken om de markt te betreden. Als het meezit, zou het voor Europese wijnbedrijven gemakkelijker moeten worden om hun wijnen in de V.S. op de markt te brengen.

We gaan het zien. De federale regering is ook afhankelijk van de staten en in de praktijk zijn die tegenwoordig niet allemaal genegen maatregelen van Washington over te nemen. In de praktijk blijken dit soort praktijken hardnekkig. Kijk naar Zweden. Iedere Zweedse collega die ik tegenkom moppert op het monopolie, system bolaget, dat bepaalt welke wijnen geïmporteerd mogen worden. Maar het is een welkome melkkoe voor de staat, die niet geneigd is het te veranderen, onder het mom van bescherming van de volksgezondheid. Inmiddels halen veel Zweden hun wijn uit Denemarken en Duitsland en is illegaal stoken op het platteland een soort nationale hobby.

Tja, wij maken ons druk over bureaucratische overheden, terwijl elders op het continent mensen vechten voor hun leven tegen een nietsontziende overheid. Paradoxaal, maar toch gaat in de schaduw van deze strijd ons (wijn)leven ook weer gewoon door. Ik ga vandaag weer ‘gewoon’ Chianti Classico proeven. Net als voor de eerste crisis.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Cancelen

Met het voortduren van de oorlog in Oekraïne verscherpen de tegenstellingen zich en stapelen de sancties zich op. Een begrijpelijke, maar tegelijk vrij machteloze reactie, lijkt me zo. Maar gelukkig heb ik meer verstand van wijn dan van politiek. Toch heb ik zo’n vermoeden dat de man in het Kremlin zich van al die sancties niet zoveel gaat aantrekken. Maar begrijpen doe ik het wel, dat voor de duidelijkheid. Je hebt ook het gevoel dat je íets moet doen.

Het was eigenlijk een kwestie van tijd dat wijn in het vizier zou komen. Afgelopen vrijdag was het zover. De Europese commissie verbood alle export van ‘luxeproducten’ naar Rusland. Wat luxeproducten precies zijn, moet de commissie nog exact gaan vertellen. Maar bij eerdere sancties, zoals bij Noord-Korea of Iran, werd gewerkt met bijvoorbeeld een prijsdrempel van 50 euro. In elk geval valt te verwachten dat bijvoorbeeld champagne en cognac onder de maatregel zullen vallen. Het zou toch te dol zijn als Poetin zomaar met een glas champagne op zijn overwinning zou kunnen toasten, moet de gedachte zijn. Nu was dat toch al niet zo waarschijnlijk. In feite is de maatregel al door de feiten ingehaald. Op exporten naar Rusland en Oekraïne worden geen kredietverzekeringen meer aangeboden. Daardoor, en door de val van de roebel was de export in de praktijk al tot stilstand gekomen. Voor de producenten van champagne was Rusland een goede markt, die overigens al in het nauw kwam door het verbod, vorig jaar, om de flessen in het Russisch nog ‘champagne’ te noemen. Dat mochten voortaan alleen nog in Rusland geproduceerde mousserende wijnen. Dus kan Poetin altijd nog proosten met ‘champagne’. Voor Franse wijn is Rusland geen enorm grote exportmarkt, met een vijftiende plek op de ranglijst. Als we kijken naar sterke drank, dan worden de exporteurs van dure whisky meer getroffen dan de producenten van cognac. Russen drinken veel ‘brandy’ van eigen makelij en importeren wel bijna al hun whisky.

Er zijn niet alleen sancties. Ook worden talloze Russische oligarchen hun westerse bezittingen ontnomen, waarbij de exorbitante jachten het meest in het oog springen. Maar hoever moet je gaan? Sommige maatregelen of acties gaan verder dan sancties. Dan begint meer te lijken op cancelen. Het gevaar dreigt dat men zich keert tegen alle Russen en alle Russische bezittingen, niet alleen die van oligarchen uit de directe nabijheid van Poetin.

Als we naar de wijn kijken, zijn het ook gewoon rijke Russen die uit liefhebberij voor de wijn geïnvesteerd hebben in Franse wijngaarden. Moet je die onteigenen? De Russische miljardair en erfgenaam van een oligarch, Alexander Pumpyansky, eigenaar van de domeinen Prieuré de Saint-Jean de Bébian (Languedoc) en tegenwoordig ook Jean-François Ganevat (Jura), neemt een voorschot, zo valt te lezen op de website van vitisphere.com. ‘Niemand in Rusland en Oekraïne wil deze bloedige oorlog. Het is gevolg van ernstige vergissingen dat tot dit dramatische conflict heeft geleid. Oekraïners en Russen van mijn leeftijd (ik ben 35) zijn geboren in hetzelfde land, de Sovjet-Unie, en zijn groot geworden in de zelfde cultuur en met dezelfde waarden. Het huidige conflict is een politieke vergissing, en ik denk dat de mensen zich moeten verenigen in antwoord op deze agressie.’

Het lijkt bovendien lastig om zomaar wijndomeinen te onteigenen omdat iemand Russisch is. Wellicht als het gaat om een oligarch op de Europese sanctielijst. Maar hoe voer je dat uit? Het is geen jacht dat je aan de ketting legt. Het lijkt me dat er nogal wat praktische en ethische bezwaren zijn.

Elke maatregel die Oekraïne helpt zich teweer te stellen tegen de Russische inval is prima. Maar maatregelen die Russen cancelen omdat ze Russen zijn, lijken me buitengewoon onverstandig. Niet alleen op het gebied van wijn, maar ook op elk ander gebied. Want daarmee is niemand geholpen.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Wijn verbindt

Het is een vreemde situatie. Ik zit op dit moment in de Languedoc, waarbij werk aangenaam wordt gecombineerd met genieten van het begin van het voorjaar. Heerlijk hier, op het prachtige Franse land, tussen de wijngaarden, de bloeiende mimosa en de amandelbomen. Maar op de achtergrond, en soms zelfs op de voorgrond, ben je ook bezig met het oorlogsgeweld en alle bedreigingen die je huiskamer binnenrollen. Vooral het zinloze van al dat geweld is extreem benauwend. Het is in zo’n situatie niet altijd gemakkelijk om je op wijn te richten en je op het schrijven over wijn te concentreren.

En dan komt er een bericht dat je ook nog eens wijst op de eindigheid van het (wijn)leven. Rhôneproducent Alain Graillot is plotseling overleden, waarschijnlijk aan een hartaanval. Pluk de dag, wordt me vaak op het hart gedrukt. Dat zingt nog even rond. Maar zo is het wel.

Graillot was op zijn gebied een grootheid. In de tijd dat Crozes-Hermitage vrijwel geen reputatie had, zette hij zijn domein op de kaart. Dit soort wijngebieden hebben iconen nodig, en deze rol vervulde hij hier met verve. Ik ontmoette Graillot een tijdje geleden op Château Smith-Haut-Lafitte (Pessac-Léognan). Typisch Graillot. Zulke grote wijnmakers zijn altijd nieuwsgierig en ze proeven overal wijn. Ze willen steeds weer nieuwe wijnen leren kennen, altijd weer iets nieuws ontdekken. Ook buiten de ‘eigen’ streek. Wijn als passie, niet alleen maar als commercieel product. In een eerder leven was hij elektrochemisch ingenieur. Als wijnmaker was hij autodidact. Toen ik hem ontmoette was hij druk bezig met een van zijn vele projecten, het maken van een mooie Syrah in Marokko. Zijn zoons zorgden voor het domein in Crozes-Hermitage.

Toevallig sprak ik bij een bezoek hier in de buurt, afgelopen week, met een jonge marketeer, die lopende het gesprek een grote passie voor wijn liet zien, en die ook wijnen kende van overal. We waren het er over eens. Wijn staat voor een gemeenschappelijke passie, liefhebberij zonder snobisme. Je kent iemand helemaal niet, en toch heb je een heerlijk gesprek over wijn, lekker eten en alles er om heen.

Het is net als met de pas overleden Alain Graillot. Wijn grijpt je, als passie. En hoe goedkoop of duur de wijn ook is, of hoe goed of bekend je als wijnmaker ook bent, snobistisch is het nooit. Je bent altijd trots op je product. Of je geniet er met volle teugen van. Kortom, wijn verbindt altijd, met andere liefhebbers. Mijn medeleven gaat naar de achterblijvers van Alain Graillot. En tegelijk put ik in deze vreemde tijden troost uit de verbinding die wijn geeft. Uit de passie voor dit mooie product die grootheden als hij tijdens hun leven hebben. Deze verbondenheid hebben we op dit moment meer dan ooit nodig.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Imagoschade

In politiek getuigt het van grote slimheid als je slecht nieuws bekend maakt op het moment dat iedereen met iets héél anders bezig is. Maar zoals we allemaal weten is wijn wel politiek, maar ook weer niet zó politiek. Dus als er slecht nieuws over wijn komt, dan valt dat vaak lastig te timen. Sterker nog, het komt in een maatschappij die valt over de kleinste pietluttigheid al gauw op het verkeerde moment. Dan heeft iedereen de tijd om er uitgebreid aandacht aan te besteden. De twittermitrailleurs staan klaar om iedereen neer te maaien. Dat gebeurde amper met het nieuws, afgelopen week, dat er in flessen Moët & Chandon champagne een drug was aangetroffen, MDMA. Gemeen spul, waar zelfs iemand aan is overleden. Maar, u snapt waar ik heen wil. De luimen van de heer Poetin in het Kremlin domineerden het nieuws volledig. Een gelukje voor Moët, en dat bedoel ik in dit geval niet cynisch. Want ga maar na. Dat er in flessen van drie liter – in de champagne een jeroboam – een drug zit, is zonder twijfel niet de schuld van de producent, maar beslist het werk van criminelen. Maar waarom ze deze flessen dan op een website te koop aanbieden, is me een raadsel. Het spul dat uit de flessen kwam, werd beschreven als een bruine drab, die in geen enkel opzicht iets van champagne had.

In dat licht bezien is het eigenlijk een raadsel dat degenen die de fles hebben geopend, het goedje ook hebben gedronken. Kennelijk hadden ze geen idee wat ze moesten proeven bij het openmaken van een fles champagne. Nu ging het niet om ‘gewone’ champagne, maar om de cuvée ‘Ice’ van Moët, een nogal mierzoete versie van champagne, bedoeld voor een jong publiek dat zijn champagne graag ‘on the rocks’ drinkt, en dan graag nog flink zoet ook. Zonder negatief te willen klinken niet bepaald ‘kenners’ van het product champagne. Overigens, toen ik hem ooit proefde, moest ik zeggen dat ik het vond meevallen.

Op internet werden natuurlijk de geijkte grappen gemaakt over Moët & Chandon, en dat je die champagne sowieso niet zou moeten drinken. Bij mijn bezoek aan het bedrijf, enkele jaren geleden, was ik toch onder de indruk van het werk dat daar wordt verzet om de kwaliteit te verbeteren. Een volledig nieuw vinificatiecentrum, betere basiswijnen, lagere dosage, er werd veel aan gedaan om deze ‘supertanker’ bij te sturen. Ga er maar aan staan, om tientallen miljoenen flessen per jaar een goede standaardkwaliteit te geven – geen sinecure. Dat kleinere huizen betere champagnes maken, is logisch. Maar iedereen in de streek erkent het belang van Moët en de andere merken van LVMH voor de export wereldwijd. Moët breekt de markt open voor de kleinere, kwalitatief hoogstaande huizen, zo is de – terechte – redenering.

Dus dat dit nieuws wegkwijnt tussen het oorlogsnieuws, is eigenlijk maar goed ook. De Nederlandse tak van LVMH laat dan ook weten dat er geen verdere actie wordt ondernomen. Dit omdat de aandacht al is verminderd en omdat het een crimineel probleem is, en geen productprobleem. Bovendien zijn de betreffende flessen niet op de Nederlandse markt. Waarmee de imagoschade meevalt. Ondertussen zijn wij aan de buis gekluisterd, om te kijken naar de deprimerende beelden van het geweld in Oekraïne. Ons hoofd staat dan even niet naar problemen met Ice cuvées…

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Prijsknallers dwaalt af van onderwerp

Vrijdagavond, ik kon er weer eens goed voor gaan zitten. Weer een interessante uitzending op de tv, ditmaal over wijn als prijsknaller. Dat belooft wat. We schrijven al jaren over (te) goedkope wijn en het feit dat er wereldwijd druiventelers zijn die (veel) te weinig voor hun druiven krijgen. Helaas, gaande de uitzending bleek de uitzending amper te gaan over wijn als prijsknaller, maar over het probleem van pesticidengebruik bij de productie van wijn. Helaas heb je aan één uitzending niet genoeg om dit probleem uit te diepen, zo complex is het. En het ligt er maar aan wie je interviewt. Maar zo werken de media.

Jammer, want in eerste in instantie wordt de vinger heel even op de zere plek gelegd. Dat gebeurt in een interessant gesprek met een Duitse bottelaar van bulkwijnen, die schouderophalend zegt dat zijn klanten, de supermarkten, nu eenmaal goedkope wijn willen. En als hij die niet levert, dat de supermarkten wel iemand anders weten te vinden, die wél wil leveren. Dat het bottelen van overzeese bulkwijnen in Europa niet alleen goedkoper is, maar ook milieuvriendelijker, omdat geen grote partijen flessen gevuld met wijn hoeven te worden vervoerd, wordt maar terloops genoemd.

Waarom rekent het programma niet gewoon even voor wat een boer krijgt van een fles wijn die € 3,50 kost, genoemd als prijs die Nederlanders betalen? Alleen al de fiscus vangt hiervan € 0,68 accijns, bijna hetzelfde als de boer er voor krijgt, namelijk ongeveer € 0,85, wat overblijft als de fles, het etiket, de kurk (of schroefdop) en het transport zijn betaald. En natuurlijk de marge van de supermarkt. Daarna had het programma kunnen afreizen naar Spanje, waar sommige druivenproducenten zelfs niet meer dan € 0,25 voor een kilo druiven ontvangen. Dat is pas schrijnend. Kennelijk was Spanje iets te ver voor de makers.

Daarna kijken we plotseling naar een programma dat gaat over het gebruik van pesticiden in de wijnbouw, en vooral het misbruik, dat nodig zou zijn voor het produceren van grote hoeveelheden goedkope wijn. Daarbij worden een paar Franse producenten geïnterviewd, en een slachtoffer van het spuiten met pesticiden.

Niet dat ik het gebruik van pesticiden wil verdedigen – integendeel. Maar alleen focussen op het probleem van pesticiden om de prijs van wijnen laag te houden is wel heel eenzijdig. Ik kan de makers melden dat in landen als Chili of Zuid-Afrika zeer grote hoeveelheden wijn van een hectare kunnen worden geproduceerd zonder het gebruik van zoveel pesticiden, domweg door het droge klimaat, dat zorgt voor een veel lagere ziektedruk dan in Frankijk, vooral in wijngebieden onder de Atlantische invloed. Let op de wijnproducent uit de Gascogne die aan het woord is, zegt dat ‘dit jaar’ alleen kon worden overleefd door veel spuiten. Let op ‘dit jaar’. 2021 was qua weer een rampjaar, door de vele regen in de zomer, die zelfs een aantal biologisch werkende boeren er toe dwong ‘conventioneel’ te spuiten, omdat de oogst anders verloren zou gaan en hun bedrijf te gronde. Daar wordt voor het gemak even aan voorbij gegaan.

Natuurlijk is het schrijnend dat omwonenden en arbeiders in het verleden gezondheidsschade hebben opgelopen door het spuiten. Inmiddels mag in Frankrijk binnen een bepaalde afstand van bebouwing dan ook niet meer worden gespoten en gelden strenge regels voor de bescherming van arbeiders.

Dat er pesticiden in de wijn worden gevonden is een oud verhaal. En wijn is niet het enige voedingsmiddel; hetzelfde probleem speelt bij groenten en fruit. De toelating van bestrijdingsmiddelen is geregeld in Europese en Nederlandse wetgeving. In Nederland is dit de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Wgb). In de wet staat welke bestrijdingsmiddelen in welke hoeveelheden gebruikt mogen worden. Er zijn tussen de 200 en 250 stoffen toegelaten. En ze mogen niet in hoeveelheden in het voedsel of de wijn zitten die gevaarlijk zijn voor de consument. Het is ook aan de overheid om op de naleving hiervan toe te zien.

Volgens een Franse dame die zich verzet tegen het gebruik van pesticiden, zouden deze op het etiket moeten worden vermeld als ingrediënten. Zoals ik al vaker heb geschreven ben ik een voorstander van het vermelden van ingrediënten op een wijnfles. Maar helaas gaat dat het probleem in het geval van pesticiden niet oplossen. Want wat op de druiven wordt gespoten, geldt niet als ‘ingrediënt’ en zal nooit op een fles vermeld hoeven worden.

Aan het eind van het programma komt de sympathieke en idealistische wijnmaker Thierry Valette aan het woord van Clos Puy Arnaud in Castillon, Bordeaux. Hij fulmineert tegen het gebruik van pesticiden. Maar de realiteit is dat zelfs in biodynamische wijnbouw in het Atlantische klimaat van Bordeaux pesticiden moeten worden gebruikt om de oogst te beschermen. En de realiteit is dat hij zich een kleinere oogst kan permitteren, omdat zijn – overigens uitstekende – wijnen hier in Nederland meer dan € 30 per fles kosten. Dat vind ik niet te veel, maar laten we blij zijn dat wijn inmiddels geen product meer is voor de happy few en dat ook degenen die zich zo’n prijs per fles kunnen of willen veroorloven, ook een betrouwbare fles wijn kunnen kopen. En als die prijs voor de boer niet fair is, dan moet die natuurlijk hoger zijn. Dat is ieders verantwoordelijkheid. Net als bij plofkippen en kiloknallers. Maar daar had dit programma dan ook feitelijk over moeten gaan.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Cabernet franc in opkomst?

Eerder schreef ik in Perswijn over de wijnen van New York State, onder andere over hoe het de lokale aanplant van cabernet franc ter plekke vergaat. Voor deze Amerikaanse staat, met zijn plotseling invallende koude, lijkt dit een goed werkbare druif te zijn voor het maken van rode wijnen. Ik proefde voor het artikel dan ook wat goede exemplaren, met name die van Boundary Breaks, uit het gebied bij de Finger Lakes. Voor de beroemde cabernet sauvignon is de herfst te kort. Ook voor andere blauwe druiven is het een lastige streek, onder andere door de extreme winters en de koude golfstroom. Op Long Island zijn de omstandigheden soms gunstig genoeg.

Reden voor de producenten om meer met hun cabernet franc aan de weg timmeren. Afgelopen week met een webinar waarbij wijnen van cabernet franc uit de staat New York werden geproefd naast wijnen van dezelfde druif uit andere streken: Chinon, Stellenbosch en Mendoza. Dat soort vergelijkingen is altijd link. Als je een absolute topwijn maakt, misschien niet. Zoals ooit de wijnen van Californië die van Bordeaux ‘versloegen’. Maar kom je met wijnen op basis van druiven uit een marginaal klimaat, zoals dat van New York, waar je in de meeste gevallen maar vrij lichte wijnen kunt maken, dan zijn de exemplaren uit andere streken gauw beter. Ook in dit geval. Dan helpt het zelfs niet dat je Oz Clarke hebt gestrikt om heel enthousiast over je wijnen te spreken. Om de cabernet franc de ‘grote uitdager’ te noemen van druiven als cabernet sauvignon of merlot is leuk, maar toch wat optimistisch. Ok, de cabernet franc verdringt hier en daar merlot uit de wijngaarden, omdat hij later rijpt, en dus beter overweg kan met klimaatopwarming. Maar buiten de Loire-streek zijn er wereldwijd maar weinig wijnen op basis van puur cabernet-franc die tot echt grote hoogte stijgen. Een paar uit Zuid-Afrika en een enkel exemplaar uit Friuli wellicht. Dan heb je het wel gehad. Bij het grote publiek is cabernet franc zo goed als onbekend.

Hoe dan ook, de Clos de l’Echo 2018 van het Domaine Couly-Dutheil liet zien dat in de Loirestreek cabernet-franc-wijnen worden gemaakt van absolute topkwaliteit. Het was de enige Loire-wijn in de proeverij en hij overklaste alle andere wijnen in de proeverij genadeloos. Toch weer mooi om te zien. Streken als Chinon, Bourgeuil en Saumur-Champigny brengen geweldige rode wijnen voort. Cabernet franc op zijn mooist. Een andere streek waar prachtige cabernet franc wordt gemaakt, is Bordeaux. Maar daar excelleert deze druif alleen maar in blends, met name met merlot – een ideale combinatie. Cabernet franc maakt de merlot spannender en frist hem op. Denk aan wijnen als Lafleur en Vieux-Château-Certan (Pomerol) of Cheval-Blanc en Angélus (Saint-Émilion). Het zijn maar voorbeelden, want het zijn er veel meer. Wat me er op brengt dat het eigenlijk zonde is om met zo’n druif per se wijnen te willen maken op basis van alleen maar die ene druif. Juist de combinatie kan wijnen spannend maken. Zeker in het geval van cabernet franc.

Maar waarschijnlijk zijn de mogelijkheden daarvoor in New York State vrij beperkt. Helemaal niet erg. Maar probeer je wijnen dan niet met andere te vergelijken. Als je een lichte, bijna rosé-achtige Cabernet franc kunt maken, die licht gekoeld heerlijk te drinken is als zomerwijn, ga je gang. Maar hem dan krampachtig vergelijken met toppers uit andere wijngebieden komt niet zo handig over. Eerder nogal gekunsteld. Elke streek zijn eigen stijl, dat is juist het leuke van wijn. En Cabernet franc uit New York State kan heel aardig zijn, maar zal met deze kwaliteit de wereld niet gaan veroveren. Hoe graag de producenten dat ook zouden willen.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Europese Unie

Een ding dat me opviel bij een recente discussie over port – ik rakel hem niet weer op, wees gerust – was dat wij op twitter werden aangeduid als ‘kenners’. Let op de aanhalingstekens. Dit omdat we ons niet wensten te conformeren aan EU-verordening nummer zo en zo. Het nummer wil ik niet weten. Of ik een ‘kenner’ ben of niet, interesseert me eerlijk gezegd weinig. Maar in mijn leven heb ik wel veel wijnen geproefd. Daarbij valt het me met enige regelmaat op dat wijnboeren vele wegen kennen om de regels te omzeilen of te negeren. EU- en andere verordeningen als dode letter. En als de regels ze niet aanstaan, proberen ze deze te wijzigen. Als de lobby maar sterk genoeg is, zoals bij het voornemen van de Europese Unie om het gebruik van koper te verbieden. Nooit gebeurd.

Maar is wat de EU doet dan ook altijd goed? Ooit probeerde de Europese commissie zelfs rauwmelkse kazen te verbieden. Tot er zoveel ‘kenners’ in opstand kwamen, dat dit plan schielijk werd ingetrokken. Het gaat hier dan ook om een miniem gezondheidsrisico – listeriose – waarbij de consument lekker zelf mag uitmaken of hij dat risico wil lopen of niet. Op de fiets door Amsterdam rijden – ook een keuze – is in elk geval een stuk gevaarlijker.

Als Amsterdammer kan ik wel zeggen dat het negeren van verordeningen hier een way of life is. Wat voor u geen verrassing zal zijn. Dus ja, hoe gaat het bij wijn? Niet veel beter, zo valt te vrezen. Als ik zit te proeven, dan houd ik de verordeningen er niet naast. Bij een blinde proeverij trouwens al heel lastig. En als ik bij een wijnboer proef, dan stel ik na afloop de bekende kritische vragen. Is er misschien stiekem geïrrigeerd, als het niet mocht? ‘Neuh, natuurlijk niet’. Misschien wat water, om het alcoholgehalte te verlagen? ‘Hoe komt u er bij!’ Ik heb het gerucht gehoord dat u druiven gebruikt die in de appellation niet zijn toegestaan. Klopt dat? ‘Ik weet niet waar u het vandaan haalt.’ Kortom, een lastig verhaal. Iedere wijnboer houdt zich aan de regels. Ondertussen wordt wijn uit Zuid-Italië naar de Valpolicella verkocht en rijden tankauto’s met rosé van de Languedoc naar de Provence. Verordeningen als dode letter.

Soms hoor je wel een bijzondere bekentenis. Zo vertelde Francis Nicolas van Château La Conseillante me ooit dat zijn vader tijdens de oogst van 1947 ten einde raad was, want de wijn was door de warmte domweg niet te koelen. Hij liet enorme blokken ijs uit Libourne komen en liet die in de wijn kieperen. Volstrekt illegaal, u begrijpt het. Maar de redding van de wijn. Volgens ‘kenners’ – daar zijn ze weer, vertrouw ze niet – een van de mooiste jaargangen die ooit op La Conseillante is gemaakt.

De aanleiding voor deze overpeinzing ligt in de reis die ik afgelopen week maakte door het grensgebied van Italië, Slovenië en Kroatië. Daar vinden we wijnproducenten die knap wanhopig worden van Europese verordeningen. Zo heeft de Europese Unie lang geleden bedacht dat de consument moet worden beschermd tegen het ‘misleidende’ gebruik van geografische aanduidingen. In Italië en Slovenië (en in de Elzas) werd ‘Tokaj’ gemaakt. Dat mag alleen nog in Hongarije, waar Tokaj zich echt bevindt. Daarop werd in Friuli besloten de druif friulano te noemen. Paniek aan de Sloveense kant van de grens, want ook dat was weer een geografische aanduiding, die daar dan weer niet gebruikt mag worden. Ze weten nog steeds niet hoe ze hem moeten noemen. Sauvignonasse, sauvignon vert, zeg het maar. In wanhoop zie je op de fles aanduidingen als Jakot, om de tokaj nog maar even te laten voortbestaan. En de consument? Die tast na dit alles in het duister. Leve de bescherming van de consument.

Een vergelijkbaar probleem doet zich voor bij malvasia. Die druif heeft vele verschijningsvormen. Een daarvan is de karaktervolle malvasia istarska. In Friuli wordt die veel gebruikt. Om de consument daarover te informeren, zouden producenten daar dat graag op het etiket zetten. Helaas: verboden. Want istarska verwijst naar het in Slovenië en Kroatië gelegen Istrië. Ik wil maar zeggen: je kunt met je regelgeving ook doorschieten. Producenten hebben in dit geval echter geen keuze. Wat op het etiket staat is nu eenmaal gemakkelijker te controleren dan wat er in de fles zit. Wat mij betreft ook weer een voorbeeld van doorgeschoten regelgeving. Geen consument wordt er door misleid, lijkt me.

De volgende stap is volgens mij dat ook ‘Gelderse rookworst’ en ‘Haagse hopjes’ worden verboden. Ik ken wel een paar mensen die dat ongetwijfeld zouden willen. Alles om de ‘misleide’ consument de ogen te openen. Ondertussen blijft deze ‘kenner’ gewoon een liefhebber. Ook van ‘foute’ producten. Als ze maar lekker zijn.

Ronald de Groot

1 2 3 4 68
Page 2 of 68