Columns Archives - Pagina 2 van 63 - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Wijn en Marketing

Wij als wijnliefhebbers koesteren graag het idee dat onze favoriete fles is gevuld met een edel product, dat door kenners wordt genoten als de meest complexe van alle dranken. En inderdaad zijn er bijzondere wijnen te koop, van overal ter wereld, met een bijzondere diepgang en complexiteit. En tegenwoordig zijn dat er ook veel meer dan ooit. Je zou misschien denken dat (top)kwaliteit zichzelf verkoopt. Maar niet heus. Het is hard werken om een goed imago op te bouwen.

We vergeten (te) gemakkelijk dat wijn ook maar een ‘gewoon’ product is dat op grote schaal aan veel consumenten verkocht moet worden. Er is veel wijn op de wereldmarkt, met als constante factor een voortdurende overproductie. Al die wijn moet ergens heen. Je kunt dat kwijt door het voor een lage prijs te verkopen, niet zo aantrekkelijk, maar vaak onvermijdelijk. Je kunt ook proberen er een mooi verhaal aan te koppelen, en de wijn op die manier te aan de man te brengen, dus met een vorm van marketing. Ook kun je proberen een wijn te maken die bij een groot publiek in de smaak valt. Bijvoorbeeld door het gebruik van een populaire druif en/of door het maken van een wijn met een commerciële smaak, bijvoorbeeld door het maken van een wijn met wat restsuiker. In feite ook een vorm van marketing. We kunnen daar bezwaar tegen hebben, maar er is gewoon markt voor. In Zweden bijvoorbeeld hebben de tegenwoordig wat zoetige rode wijnen uit het Italiaanse zuiden de – droge – Chileense rode wijnen zo’n beetje van de kaart geveegd. Een beetje treurig, want het zoet vlakt de smaak af, maar er is op zich niets oneerlijks aan.

Tegenwoordig worden ook zaken die ooit idealistisch waren – en voor sommigen nog echt zijn – onderdeel van een marketingverhaal. Zo kreeg ik een tijdje geleden een verhaal te horen van wijntycoon Gérard Bertrand over zijn liefde voor biodynamie en duurzame wijnbouw. Maar bij het proeven en bespreken van zijn serie wijnen, van sulfietvrij, vegan, biodynamisch tot bijenvriendelijk, viel moeilijk uit te maken wat bij Bertrand nu precies idealen zijn, en wat marketing. Wat je er ook van denkt: slim is het wel.

Maar marketing kan nóg een stap verder gaan, zodat het misschien niet misleidend is, maar ook niet helemaal eerlijk. Dat was mijn gedachte toen ik van de week een link ontving naar een nieuw concept, purethewinery.com. Op deze website worden ‘pure wijnen’ aangeboden met ‘zero sugar’. In ronkende taal wordt op de website geschreven dat we hier te maken hebben met een geweldig nieuw wijnconcept: wijn zonder suiker! ‘The future of wine is at your fingertips. We’ve created a method to blend time-honored winemaking techniques and wine innovation to give you a refreshing taste you know and love. Our zero sugar wine promises pure pleasure without the compromise.’ Hoe verzin je zoiets? Alsof droge wijn, zonder suiker, iets nieuws is. Nou, nee dus. Van Manzanilla tot Chablis, van Pessac-Léognan tot Rueda, wijnen die zijn uitgegist en waaraan geen suiker is toevoegd, zijn ‘zero sugar’, net als dit futuristische product. ‘Try our zero sugar White Wine! Made with Chardonnay and Sauvignon Blanc grapes.’ ‘Wine down with our zero sugar, zero carb wine.’ Nietszeggende reclametaal, zonder een woord over het karakter van de wijn. Op de website is niet te zien wie de wijnen maakt en wat hun herkomst is. Je ziet witte, geblindeerde flessen, verder niets. En als hij geen suiker bevat, dan ook geen koolhydraten, dat is logisch. Maar wel gewoon alcohol, zoals we op de flessen mousserende wijnen die op de website staan, kunnen zien. Dus wel calorieën, maar dat wordt niet aan de grote klok gehangen.

Toch knap. Je brengt iets dat heel gewoon is, als iets heel bijzonders. Marketing in zijn hoogste vorm. Je zou het ook volksverlakkerij kunnen noemen. Degene die mij de link stuurde schreef ‘het moet toch niet gekker worden’. De spijker op zijn kop.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Voorkennis te koop

Op de beurs is voorkennis een belangrijk, uiterst beladen begrip. Hoe eerder je informatie hebt over gevoelige bedrijfsinformatie, hoe eerder je kunt profiteren van koersbewegingen in een aandeel of afgeleide instrumenten. Maar handelen met voorkennis, bijvoorbeeld over fusies of overnames, is strafbaar, zoals menig veroordeelde pijnlijk heeft ondervonden. Wel is het in aandelenland gebruikelijk dat analisten bedrijven volledig doorlichten en op basis van de gegevens analistenrapporten schrijven, die tegen betaling verkrijgbaar zijn.

Kennelijk heeft dit voorbeeld sommige wijnschrijvers geïnspireerd, zo mogen we concluderen na wat de Engelse wijnschrijver Jamie Goode onlangs schreef op zijn website, wineanorak.com. Hij meldt dat het vooraanstaande wijntijdschrift Vinous – met critici als Antonio Galloni en Neil Martin – volgens Amerikaanse bronnen voorinformatie aanbiedt aan importeurs over wijnscores die het blad dan 48 uur later ‘officieel’ publiceert. Hier zou naar verluidt liefst $ 2000 per maand voor moeten worden betaald.

Jamie Goode schrijft hier behoorlijk genuanceerd over, wat ik op zichzelf heel knap vind. Alleen al het feit dat voor deze informatie zulke grote bedragen zouden worden gevraagd, doet al onraad vermoeden. Kennelijk is het voor handelaren veel (geld) waard om bepaalde beoordelingen eerder te vernemen dan ‘gewone’ lezers van Vinous. En je kunt het niet vergelijken met (voor)kennis over aandelen. De kennis die in dit geval wordt verkregen is niet afkomstig van bedrijfsinformatie over externe bedrijven, maar bestaat uit een door één van de wijncritici van het blad zelf toegekende hoge score. Dus je geeft een bekende wijn, waarin graag wordt gespeculeerd, een score van 100 punten. Daarna pik je een leuk graantje mee van het feit dat bepaalde handelaren deze wijn kunnen kopen, voordat anderen van deze score afweten. Dat klinkt me eerlijk gezegd nogal ziek in de oren. Het maakt gebruik – of misbruik, zo u wilt – van het feit dat wijnen met hoge scores – door deze score (fors) in prijs kunnen stijgen. Uiteraard onder het motto ‘greed is good’. Dat met zulke bijzondere wijnen wordt gespeculeerd, is al ergerlijk genoeg. Dat wijncritici hier ook nog van profiteren, is nog ergerlijker. Ik word er zelfs een beetje achterdochtig van. Krijgt een wijn zo’n hoge score omdat hij het écht waard is, of omdat het de heren critici wel zo goed uitkomt om deze score te geven? Je weet maar nooit. En als ‘gewone’ abonnee van Vinous zou ik me ook benadeeld voelen. Ik kan moeilijk anders vinden dan dat het vak van wijncriticus door dit blad op deze manier behoorlijk in diskrediet wordt gebracht.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: De macht van (wijn)taal

Dat ik elke week op deze plaats een ‘overpeinzing’ schrijf, zou ik aan het begin van mijn wijnschrijfcarrière nooit voor mogelijk hebben gehouden. Schrijven moet je leren, is mijn ervaring. Eigenlijk begon ik als wijnproever, en ben ik pas later meer en meer over wijn gaan schrijven. Voor mijn wijnschrijfcarrière schreef ik wel, maar dat waren leuk betaalde uitstapjes, zoals twee delen van de ‘Nieuwe Medische Encyclopedie’ van Lekturama, een over de ademhalingswegen en een over hart en bloedvaten, samen met mijn goede vriend Gijs Geskes. Het was begin jaren tachtig. Pure nostalgie, schrijven op een typemachine met zes doorslagen.

En hoewel ik nu gemakkelijker schrijf dan vroeger, kijk ik nog altijd met jaloezie naar de columns van ‘echte’ schrijvers. Zoals Tommy Wieringa, die elke zaterdag een prachtige column schrijft in de NRC. Of Arnon Grunberg, die ooit op de voorpagina van de Volkskrant stond met zijn ‘Voetnoot’, niet meer dan 150 woorden, zes dagen per week, zonder ooit een dag over te slaan. Wat je ook van hem vindt, het is razend knap om in zo weinig woorden een punt te maken.

In dat opzicht moet ik mijn leraar Nederlands toch gelijk geven, hoe onrechtvaardig ik het destijds ook vond. Hij weigerde opstellen die bestonden uit een betoog hoger te geven dan een acht. Alleen verzonnen verhalen konden van hem een hoger cijfer krijgen. Dus hoe goed mijn opstellen ook waren, hoger dan een acht heb ik van hem nooit gekregen.

Ik moet hier aan denken door de aangekondigde versoepeling van de taalregels – ook onderwerp van de column van Wieringa. Meest in het oog springende versoepelingen (het lijkt covid wel) zijn het toestaan van ‘groter als’ naast ‘groter dan’, het zonder onderscheid door elkaar gebruiken van ‘hen’ en ‘hun’ en het toestaan van dubbele ontkenningen, zoals ‘nooit geen’. Nu lees je onmiddellijk als disclaimer dat het niet zo verstandig lijkt om deze versoepelingen direct toe te passen op het moment dat je een sollicitatiebrief schrijft. Waarschijnlijk komt dat toch wat klunzig over, en het risico dat jouw brief terzijde wordt gelegd ten gunstige van een in foutloos ‘ouderwets’ Nederlands geschreven epistel, zul je niet zo gauw willen nemen, vermoed ik zo.

Voor het maken van een wijnblad geldt hetzelfde. Onze lezers zouden het ons waarschijnlijk niet in dank afnemen als we deze versoepelingen per direct zouden toepassen. Als redactie discussiëren we natuurlijk graag over ons taalgebruik, en dat het allemaal niet te moeilijk – en niet té technisch – moet zijn. Maar taalfouten, toegestaan of niet, verstoren toch de leesbaarheid, althans zo ervaar ik het. Ik heb op de lagere school goed leren spellen en de grammatica goed onder de knie gekregen – kom daar nu nog maar eens om – maar een taalfoutje is gauw gemaakt. Gelukkig heeft Perswijn een eindredacteur die niet alleen wijnliefhebster is, maar die ook is gepromoveerd in Nederlandse taal en letteren. Een geruststellende gedachte. Want een wijnblad zonder taalgevoel en met een hoofdredacteur die de taalregels niet kent en beheerst, lijkt me voor de lezer geen prettige ervaring.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Het kan vriezen, het kan dooien

Het is inmiddels genoegzaam bekend dat in de Europese wijngaarden op grote schaal vorstschade is ontstaan. Eerst was Frankrijk de pineut, maar later kwam ook Italië ‘aan de beurt’. Voor de wijnboeren persoonlijk een catastrofe. Het moet verschrikkelijk zijn om na een koude nacht ’s ochtends alle kapotgevroren bladeren te zien. En dat vaak ook nog na verwoede – en vergeefse – pogingen om door bijvoorbeeld het ontsteken van vuren de temperatuur hoog genoeg te houden. Het unieke van deze vorstaanval is dat ook heel zuidelijke wijngaarden in de vuurlinie lagen. In Frankrijk tot in de Languedoc en in Italië tot helemaal in het zuiden van de laars. In Italië valt de schade uiteindelijk wel mee, met de laagste temperaturen in Piemonte en Toscane. Het optreden van dit soort nachtvorst heeft ook met de klimaatverandering te maken. De stokken lopen eerder uit, dit jaar door warm weer in de tweede helft van maart, dus zijn ze eerder kwetsbaar. De schade is dan ook vrij vroeg in april. Daardoor hebben de stokken ook nog de kans een tweede keer uit te lopen, zodat een deel van de schade alsnog kan worden goedgemaakt. De verliezen zijn dus nog niet exact te schatten, maar zullen toch vrij aanzienlijk zijn.
Op zo’n moment is het goed om te kijken wat de gevolgen zijn. We leven tegenwoordig in een open markt, waarin wijnboeren van over de hele wereld met elkaar concurreren. Een harde realiteit, ook voor de getroffenen. Het doet me denken aan 1991, ook een jaar met ernstige voorjaarsvorst. Destijds meenden producenten in de Loire dat ze hun prijzen flink konden verhogen, om de schade goed te maken. Ze beseften niet dat de consument geen boodschap had aan hun probleem, en massaal overstapte naar wit uit de nieuwe wijnlanden. Een streek als Muscadet heeft zijn marktaandeel hier nooit meer teruggekregen. Een harde les, die er voor heeft gezorgd dat Franse wijnboeren deze fout niet gauw meer zullen maken.
Wel wordt verwacht dat er wereldwijd een tekort aan witte wijn kan optreden. In de Languedoc wordt tegenwoordig veel wit gemaakt, en juist die stokken lopen eerder uit en zijn meer beschadigd. In Chili waren problemen met de oogst van dit jaar door rot, door uitzonderlijke regen in januari en februari, maanden waarin het in de belangrijkste wijngebieden van Chili in deze tijd van het jaar doorgaans droog is. In Zuid-Afrika was de oogst iets kleiner dan gemiddeld, maar goed van kwaliteit. Australië haalde een flinke oogst binnen, maar is niet zo gespecialiseerd in (betaalbaar) wit.
Het ironische is dat bij een prijsstijging door een mogelijk tekort aan wit, daar vooral van wordt geprofiteerd door de degenen die geen schade hebben in de wijngaarden – waar ook ter wereld. En degenen met schade moeten worden geholpen door hun overheid, omdat ze anders kopje onder gaan. Een vreemde markt, en dat om de wijndrinker te plezieren met wijnen voor lage prijzen – om het kort door de bocht te formuleren. Afgelopen week had ik toevallig een gesprek met een insider over voedselprijzen. We moesten concluderen dat voor elk product, of het nu wijn is of melk, of wat dan ook, de producent vaak te weinig krijgt. En dat de hoogste marges verderop in de keten worden gemaakt, bij de supermarkt of in andere winkels, in restaurants, of waar dan ook. Zodat wijnboeren – niet de toppers uiteraard – niet genoeg vlees op de botten hebben om een slechte oogst te kunnen compenseren. Dat is na zo’n vorstaanval toch wel een behoorlijk deprimerende gedachte.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Gooi maar open, die terrassen!

Hoera, ik ben gevaccineerd! Dat is toch maar mooi meegenomen in een land waarin de prikstrategie van alle kanten onder vuur ligt. Nou ja, laat ik heel eerlijk zijn, ik heb mijn vaccinatie eigenlijk te danken aan al die onzekerheid en dat geharrewar over wel of niet prikken. Er zijn nu zoveel spuitjes met Astrazeneca over, dat de mensen bijna van straat moeten worden geplukt om ze nog kwijt te raken. Ik zat buiten te wachten bij de huisarts van mijn vriendin – op het moment dat zij gevaccineerd zou worden. Even later werd ik door een vriendelijke dame naar binnen geroepen. ‘Mijnheer De Groot, we horen dat u graag gevaccineerd wilt worden. Gaat u maar in de rij staan hoor, dat doen we dan gelijk ook maar even.’ Dat liet ik me geen twee keer zeggen. Wat heerlijk toch, huisartsen die in onzekere tijden gewoon hun verantwoordelijkheid nemen. Petje af.

Het voelt als een soort bevrijding, ondanks de wetenschap dat de bescherming nog lang niet optimaal is. Maar even een terrasje pakken, dat zou toch wel mooi zijn, om het te vieren. Nee dus. De soap rond het openen, of liever gezegd het niet openen van de terrassen duurt nu al weken. Het is bijna een symbool geworden voor het telkens uitstellen van versoepelingen. En waarom toch steeds die koppeling met het openen van de winkels? De cijfers wijzen op een veel lagere besmettingskans als je buiten bent, dus in het voordeel van de terrassen. Een groot Iers onderzoek dat onlangs werd gepubliceerd, liet zien dat ongeveer een op de duizend coronabesmettingen aantoonbaar in de buitenlucht plaatsvond. Andere onderzoeken zijn iets minder optimistisch, maar geschat wordt dat de kans om buiten besmet te raken toch zeker twintig keer lager is dan binnen. Het is dan ook aannemelijk dat de meeste besmettingen in huiselijke kring plaatsvinden. Dus gooi maar open, die terrassen! Het argument dat dit tot meer ‘verplaatsingen’ zou leiden, lijkt me na het openstellen van al die ‘Fieldlabs evenementen’ een beetje flauwekul. Als er 9.000 gegadigden op 8 mei mogen deelnemen aan de ‘mudmasters’, schijnbaar een ‘outdoor sportwedstrijd’, waarom dan niet op de fiets gesprongen naar een zonnig terras? Dan kunnen we tenminste ook weer eens spontaan een fatsoenlijk glas wijn of een mooie bubbel drinken zonder meteen in een covid-bubbel te zitten. Mooi hapje er bij, en genieten maar. Het zou de horeca gegund zijn, van harte.

En het wordt wel tijd ook voor een kleine upgrade van onze consumptie, als we kijken naar het afval dat achterblijft in de parken. Dat blijken vooral lege bierblikjes te zijn. Hoe deprimerend. Dan weet ik weer hoe verschillend Nederland en België ook al weer zijn. Onze in Antwerpen woonachtige online marketeer Eelco Keuris meldde onlangs dat je in België mensen in het park alleen maar cava of champagne ziet openmaken. Kom daar bij ons maar eens om. Om maar te zwijgen over al die kleine bakfietsen en wagentjes met Champagne en oesters die je bij onze zuiderburen ziet.

De Nederlandse realiteit is helaas anders. Het is pijnlijk dat het hier een bierdrinkende meute is die niet de terrassen bevolkt, maar de parken. Met BOA’s die wanhopig proberen enige orde te scheppen in de chaos. Gaat dat veranderen met de terrassen open? Dat is de vraag. Voor de lockdown was het ook in de horeca lastig de controle te houden, met het personeel als een soort niet-officiële BOA’s. Stoelen die keurig op afstand staan, maar die naar elkaar toe worden geschoven. Gasten die zeggen dat ze tot één huishouden behoren, terwijl dat niet zo is. Groepen die als meerdere ‘tweetjes’ reserveren, maar eenmaal aangekomen zeggen dat ze een groep zijn, en bij elkaar willen zitten. Laten we als volk vooral in de spiegel kijken. Het is deels aan ons eigen gedrag te wijten dat de horeca niet ‘back to normal’ kan. Dat is de harde realiteit van de huidige situatie. Er zijn nog heel wat vaccinaties te gaan…

Dat er met het mooie weer veel wijn en bier buiten en in het park opgedronken wordt terwijl het ook prima op het terras had gekund.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Relativeren

Het leven in tijden van covid bestaat uit het vinden van kleine genoegens. Meer zit er op dit moment niet in. Dus moet je er uit halen wat er in zit. Zo mocht ik onlangs aanschuiven voor een werklunch voor onze rubriek ‘Aan tafel’, in het Amsterdamse restaurant Floreyn. We beoordeelden de wijnspijs-combinaties van Nederlandse wijnen met op de ‘Hollandse keuken’ geïnspireerde gerechten van het restaurant. We hadden eerder al zo’n 160 Nederlandse wijnen geproefd voor het komende nummer van Perswijn. Altijd een mooie ervaring, wijnen uit eigen land, die bovendien almaar beter worden.

We lunchten met zijn vieren, Gerard Reijmer, de maker van de rubriek, Diederik Beker en Arina van Leenen van het Betuws Wijndomein en ik. Allemaal getest met een sneltest en aan aparte tafels. Maar het was heerlijk om weer eens in een restaurant te mogen eten. Ik merkte dat de anderen dat ook zo voelden. Ik groef even in mijn geheugen. De laatste keer dat ik ‘gewoon’ in een restaurant mocht eten, was begin september in Oostenrijk.

Het fijne van zo’n lunch is dat je eindelijk weer eens ongedwongen kunt bijpraten. Zoomen is handig, maar het ‘moet’ op de een of andere manier toch zakelijk blijven. Geen koetjes en kalfjes. Diederik vertelde dat in deze periode van het jaar nachtvorst een voortdurende bedreiging vormt voor de wijngaard. Het levert de nodige slapeloze nachten op, als knoppen net zijn uitgelopen en de nachttemperaturen dalen. Niets is deprimerender dan de hele zomer een wijngaard verzorgen waar door nachtvorst geen tros aan hangt, aldus Diederik en Arina. ‘In Nederland kun je eigenlijk geen professionele wijngaard hebben zonder beregeningsinstallatie’, aldus het koppel, ‘behalve misschien in de Limburgse heuvels en in Zeeland, dicht bij het relatief warme zeewater’.  Het ijslaagje dat door beregening tijdens nachtvorst rond de knoppen wordt gevormd, beschermt de knoppen tegen bevriezing. ‘Wij zijn bevoorrecht, want water genoeg, we pompen het zo uit de sloot’.

Franse wijnboeren zouden er jaloers op zijn, alhoewel de aanleg van zo’n installatie ook niet gratis is, natuurlijk. In de hexagone was het in elk geval weer goed raak. Afgelopen week en vooral afgelopen weekend kwamen er alarmerende berichten uit Frankrijk over enorme vorstschade. Niet alleen in de ‘gebruikelijke’ gebieden, zoals de Chablis of de Champagne, maar tot ver naar het zuiden. Zelfs in wijngaarden dicht bij de Middellandse Zee, zoals in die van Preignes le Vieux bij Béziers, was er meer dan 70% schade. Ook in Bordeaux gingen alle alarmbellen af. Met hooibalen werd gezorgd voor rookontwikkeling, om de vorst weg te houden. Maar temperaturen tot min zes, zoals in de Graves, Saint-Émilion of Sauternes zijn zelfs met helikopters niet te bestrijden. Het lijkt een paradox, met de opwarming van het klimaat, maar nachtvorst is zeker niet minder geworden, zo lijkt het. In Bordeaux doet het denken aan de verschrikkelijke vorst van 1991. Met als enige lichtpuntje dat de vorst nu eerder is, en de stokken dus meer kans hebben alsnog uit te lopen en (wat) vrucht te dragen.

Het is natuurlijk verschrikkelijk dat zoiets gebeurt op een moment dat het water de producenten door de covid-crisis en de tarievenstrijd met de V.S. al aan de lippen staat. Dat zorgt er voor dat je je eigen ‘kleine genoegens’ sterk gaat relativeren als eigenlijk heel onbelangrijk. In het besef dat het leven van degenen die produceren wat er in je glas komt, heel hard kan zijn.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Hubrecht Duijker, van wijnschrijver tot vinpressionist

Iedereen vraagt zich wel eens af wat hij/zij na zijn pensioen wil gaan doen. Hubrecht Duijker vond het antwoord. Hij werd “vinpressionist”.

Hubrecht Duijker is, laten we het vooral niet vergeten, een van de grootheden van de Nederlandse wijnschrijverij. Met boeken die zijn vertaald in vele talen en die over de hele wereld zijn verkocht, ook een van de meest succesvolle. Natuurlijk, ons geheugen is kort en Nederland is onbarmhartig als je kijkt naar hoe we omgaan met iedereen die zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Dus is het goed dit nog even te benadrukken.

Tijdens een reis naar Australië, in 2007, maakte ik kennis met een andere kant van Hubrecht. We waren down under met onder andere Harold Hamersma en fotograaf Ronald Hoeben. ’s Avonds, na het diner, pakte Hubrecht een kaartspel, om even voor ons te goochelen. Op andere avonden las hij een door hem zelf geschreven kort verhaal voor. Tja. Reizen is bijzonder. Je leert niet alleen het land en de wijnboeren kennen, maar ook je medereizigers. Alle nieuwsgierigheid wordt bevredigd. Heerlijk. Een van de redenen dat ik het reizen zo mis.

Maar een reis samen met Hubrecht zal ik zo gauw niet meer maken. Hij is inmiddels niet helemaal, maar eigenlijk toch grotendeels, gepensioneerd van zijn wijnwerk. Hij heeft – tot wederzijds genoegen – een deel van het werk aan zijn wijnbrief aan ons uitbesteed. Maar niet om op zijn lauweren te rusten, want dat kan hij blijkbaar niet. Dat was ook de reden dat ik hem afgelopen week even opzocht. Hij wilde mij een exemplaar van zijn nieuwste boek overhandigen. Als je de woonkamer binnenkomt, dan valt je meteen op dat geen stukje muur onbedekt is. Overal hangen schilderijen, van de hand van Hubrecht zelf. Hij heeft zich sinds een paar jaar voluit op de schilderkunst geworpen. Hij noemt zichzelf “vinpressionist”, volgens de flaptekst van het boek de enige ter wereld. Zijn schilderijen hebben inderdaad iets impressionistisch – dat zal niet verbazen. Felle kleuren, met landschappen van overal. ‘Ik gebruik als voorbeeld graag dia’s die ik zelf heb gemaakt, maar ook van anderen, als ik ergens niet ben geweest. Ik heb me aangemeld voor de professionele schilderclub van Abcoude, maar die wilde me niet als lid accepteren. Een van de argumenten was dat ik “pas twee jaar” schilderde. Alsof dat iets zegt. In Abcoude heb ik toen de Abcouder amateur schilders opgericht. Daarna heb ik me gericht op het organiseren van hobbyschilders door heel Nederland. Daarvoor heb ik een website opgezet, waarop hobbyschilders hun werken kunnen exposeren, www.kunstenkleurwerk.nl. Zo heb ik me ooit ook ingezet voor gezelschapsspellen en voor goochelen. Nu doe ik het voor hobbyschilders. Allemaal clubs die wel wat promotie konden gebruiken, want daar ontbreekt het vaak aan.’ Hubrecht ten voeten uit.

Het boekje van Hubrecht bevat een tachtigtal ‘Vinpressions’. Op elke bladzijde staat een korte wijnimpressie, een beschrijving van een bepaald type wijn of wijnstreek, boven een bijpassend schilderij. Een leuke formule, waarbij je op een ongedwongen manier een wereldreis maakt, langs alle belangrijke wijnstreken en -landen. Je leest het met plezier door, en geniet van de kleurige schilderijen. Specifieke wijnen worden niet genoemd, want anders willen wijnhandelaren het boekje niet verkopen, aldus Hubrecht. Stel je voor dat je een boekje verkoopt waar de wijn van een concullega in wordt beschreven…

Hubrecht Duijker laat zien dat na je pensionering weer een nieuwe carrière mogelijk is. Ik zit natuurlijk wel eens na te denken over het moment dat ik met pensioen ga. Maar voor schilderen heb ik helaas geen talent. Kijken of ik wat anders leuks kan bedenken. Gelukkig heb ik nog geen vliegende haast. Rustig afbouwen is het parool. Schilderen laat ik lekker aan Hubrecht over.

Hubecht Duijker, Vinpressions, uitgeverij Davey Jones Publishing, ISBN 978-94-6217-653-9

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Saint-Emilion, never a dull moment

In Saint-Emilion is altijd wel wat te doen – net als in Almelo, om Herman Finkers aan te halen. Niet voor niets noemde iemand in Castillon tijdens mijn laatste bezoek daar Saint-Emilion ‘het Disneyland van Bordeaux’.  Jarenlang worden we al beziggehouden door rechtszaken over de classicaties, die door gedegradeerde châteaux te vuur en te zwaard worden bestreden, voor elke mogelijke rechtbank. Onlangs werd de zaak tegen Hubert de Boüard de Laforest en Philippe Castéja, aangespannen in 2013 (!) door de rechtbank verdaagd tot het najaar. De beide heren werden door de eigenaren van de châteaux Croque Michotte, Corbin Michotte en La Tour du Pin Figeac beschuldigd van belangenverstrengeling. Ze waren lid van de commissie van de INAO (het Franse Institut des Appellations d’Origine), en tegelijk belanghebbende, als eigenaren van respectievelijk Château l’Angélus en Château Trottevieille, aldus de aanklacht. Tja. Een soort never ending story. Een nieuwe classificatie zal er niet snel komen…

De afgelopen maanden speelde zich in het pittoreske stadje een andere soap af, met in één van de hoofdrollen de dochter van Hubert de Boüard, Stéphanie de Boüard-Rivoal (39). Zij kreeg in 2012 al op jonge leeftijd de leiding, als achtste generatie, over het familiebedrijf, Château l’Angélus, sinds de nieuwe classificatie Premier Grand Cru Classé van Saint-Emilion. Ze is ook mede-eigenaar, omdat zij haar erfdeel direct van haar grootouders kreeg. Om redenen van successierechten sloegen deze een generatie over bij het toekennen van hun erfdeel.

Deze soap gaat over een van de pareltjes in Saint-Emilion, Château Beauséjour-Duffau-Lagarrosse. De erfgenamen van dit eigendom van 6,75 hectare besloten afgelopen jaar dat ze hun bezit wilden verkopen. De wijnen worden gemaakt door Nicolas Thienpont, die er een uitzonderlijk mooie wijn maakt, geholpen door het geweldige terroir. Elk jaar tijdens de primeurproeverijen is dit een van de mooiste wijnen van de streek. De familie besloot het domein te verkopen aan de eigenaren van Clos Fourtet, de familie Cuvelier. Nicolas Thienpont zou dat verantwoordelijk blijven voor het wijnmaken.

De koop werd eind vorig jaar afgesproken. Maar in Frankrijk is wettelijk voorgeschreven dat bij de verkoop van wijndomeinen ook jonge wijnboeren van minder dan veertig jaar de kans moeten krijgen om mee te dingen. Dat loopt via een speciale organisatie, de Safer (Société d’Aménagement Foncier et d’Établissement Rural). Deze publiceerde de voorgenomen verkoop officieel op 10 februari. Dat geeft formeel iedereen het recht een poging te doen het domein te verwerven. Zo is de Franse wet. Geïnteresseerde kandidaten hadden twee weken de tijd om een bod uit te brengen. Daarvoor dienen deze ‘jonge boeren’ wel goed in de slappe was te zitten – volgens ingewijden ligt de verkoopprijs rond de 70 miljoen euro (!). Maar tot verrassing van velen bleken er na afloop van de termijn drie enveloppen met biedingen op tafel te liggen, in plaats van één – dat van de familie Cuvelier.  Zo lag er een bieding van de familie Courtin, eigenaar van cosmeticaconcern Clarins. Als ‘jonge wijnboer’ werd de jonge oenologe Joséphine Duffau-Lagarrosse naar voren geschoven, een lid van de familie van de huidige eigenaren. Het andere bod kwam van de eerdergenoemde Stéphanie de Boüard, zonder enige twijfel ook een ‘jonge wijnboer’. Het gerucht gaat dat de Safer heeft geadviseerd Stéphanie de Boüard dan ook de koop te gunnen. De beslissing zou op 25 maart, afgelopen donderdag, bekend worden gemaakt. Maar blijkbaar ligt het allemaal nogal gevoelig, want er is nog niets vernomen. Kennelijk moet dit alles op een hoog niveau worden besproken. Niet zo gek, gezien de geschiedenis van rechtszaken in deze streek. Er zou zomaar een volgende rechtszaak in de maak kunnen zijn in de slangenkuil die Saint-Emilion heet…

Deze overpeinzing is op zondagavond geschreven, mocht er in de loop van de maandag nieuws over zijn, houden we u op de hoogte.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Vivino, de haken en ogen

Afgelopen week raakte ik met iemand die werkt voor een grote importeur in gesprek over Vivino, het populaire platform met wijnbeoordelingen, waaraan iedereen heel democratisch mee kan doen. Ze meldde ons dat het voor importeurs aantrekkelijk, eigenlijk onvermijdelijk was om hieraan mee te werken. Vivino had wat obstakels weggenomen, zo meldde ze, door te beloven de wijnen die te koop werden aangeboden, voornamelijk via de importeurs te gaan betrekken. En dus het aandeel eigen import (sterk) te beperken. Zo zou Vivino de importeurs helpen in plaats van ze te beconcurreren, zo mochten we daaruit concluderen. Dat lijkt een slimme zet.

Van oorsprong was Vivino alleen een platform om beoordelingen met elkaar te delen. Op zich sympathiek. Maar het is lastig om daar je geld mee te verdienen, dat wisten we al. Toch levert het combineren van lezersbeoordelingen met het bedrijven van handel in beoordeelde wijnen – hoe onvermijdelijk ook – uiteindelijk weer ongemakkelijke situaties op. Je wilt dat alle wijnen worden beoordeeld, maar aan de ene wijn verdien je wel, en aan de andere niet. Als bezoeker kun je dat ook zien. Onder een wijn worden je andere wijnen getoond, met een vergelijkbare smaak, met de aanbeveling ‘Goede alternatieven voor je!’ En ook voor ons, denk ik dan, want daar wordt dan kennelijk aan verdiend. Het doet denken aan The Fork – voorheen Iens – waar je alternatieve restaurants krijgt voorgeschoteld als je zoekt op een restaurant dat niet meedoet met het ‘verdienmodel’ van deze website.

Ook op de beoordelingen zelf valt het nodige af te dingen. Zo maakt het sterrensysteem van Vivino totaal geen onderscheid in prijs. Goedkope wijnen als Blue Nun of Schwarze Katz hebben dezelfde score als de Erdener Treppchen van Markus Molitor met 3,8/5. Het is maar een voorbeeld, het geldt voor alle wijnen. Het is eigenlijk niets anders dan appels met peren te vergelijken. Onze lezers zullen dat verschil wel begrijpen, maar veel consumenten raken op zo’n moment de weg kwijt.

Bovendien zorgt de sterrenwaarding voor smaakvervlakking, zo valt te vrezen. Stel dat veel wijndrinkers rode wijnen uit Zuid-Italië met duidelijk restzoet het lekkerst vinden, dan krijgt dit type wijn steevast een hoge waardering. In Italië breidt dit type wijn zich dan ook als een olievlek uit. Ook in Spanje steken dit soort zoetige rode wijnen de kop op. We hebben daar helemaal niets tegen – laat iedereen drinken waar hij/zij zin in heeft – maar zullen wijndrinkers beseffen hoe dit werkt? Lang niet iedereen, zo valt te vrezen. Er zijn zelfs wijndrinkers gesignaleerd die geen wijnen willen drinken die lager scoren dan 3,5*. Tja. Dan schakel je je eigen smaak uit. De kans bestaat dat wijnen die wat droger of strenger overkomen – en die bijvoorbeeld prima bij een gerecht te combineren zijn  – op die manier worden afgeserveerd. Zelfs bijzondere wijnen. Zo horen we zelfs verhalen van kleine importeurs die zakelijke klanten kwijt raken omdat een bepaalde wijn een te lage Vivino score had. U leest het goed. Dus niet omdat de wijn slecht zou zijn.

En dan heb ik het nog niet gehad over de gepresenteerde informatie. Ik zat onlangs te surfen naar Le Rosé X Giscours 2020 van Château Giscours, en werd al snel ‘gevangen’ door Vivino. Maar de prijs die bij die wijn stond, € 68,40 is niet die van de rosé, maar van de ‘gewone’ Giscours, de rode wijn. Dat kon ik ook zien aan de vermelde druiven: cabernet sauvignon, cabernet franc, merlot en petit verdot. Directeur Alexander van Beek had me juist verteld dat de rosé een blend is van 50/50 merlot en cabernet sauvignon. Er stond ook een beoordeling bij van de jaargang 2018, maar die rosé is totaal anders, en heeft ook een andere flesvorm en een andere naam, ‘Le Rosé de Giscours’. Ik begrijp heel goed dat een website met zoveel wijnen niet foutloos kan zijn, maar dit komt toch vrij slordig over. Het zou goed zijn als de argeloze wijndrinker beter zou beseffen wat de haken en ogen van dit op het oog sympathieke platform zijn.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Vork & steel

Naar aanleiding van mijn overpeinzing van vorige week kwamen er een paar interessante reacties. Het ging over het verhaal van een restaurant dat zijn dure wijnen van de hand deed om het vege lijf te redden. Ik had hierbij geen namen genoemd, maar ik werd gebeld door een van de betrokken importeurs, Paul Frankhuizen van Wijnkooperij De Lange, om als betrokken importeur zijn kant van het verhaal te doen. Altijd weer leerzaam, en goed om te weten hoe de vork in de steel zit. Nou ja, het is natuurlijk zijn verhaal. Maar het was overtuigend genoeg.

Naar zijn gevoel was de betrokken restaurateur ‘in de val gelokt’ door een veilinghuis, dat voorstelde de bijzondere flessen, waar lastig aan te komen is, voor goede prijzen te veilen. De flessen zouden in Singapore worden geveild, en leuke prijzen kunnen opbrengen. Vervolgens bestelde de restaurateur dan meteen de allocatie van de volgende jaargang. Geen teken dat het geld alleen maar nodig was om zich te redden, laten we maar zeggen. Dat schoot de betreffende importeurs in het verkeerde keelgat. Bovendien levert het direct problemen op met de wijnhuizen, zoals het Domaine Coche-Dury. Paul Frankhuizen: ‘In eerste instantie was op de website van het veillinghuis bij sommige flessen het nummer zichtbaar, pas later is dat met photoshop weggehaald. Aan het nummer van de fles Corton-Charlemagne kon ik zien aan welk restaurant deze was geleverd. En Coche-Dury kon ook zien dat het om wijn ging die aan mij was geleverd. En het domein vertrouwt er op dat ik de flessen alleen maar lever aan personen of restaurants die de flessen niet laten veilen. De wijnen worden niet voor woekerprijzen verkocht, omdat we willen dat liefhebbers ze drinken, en geen speculatie-object worden voor de rijken. Dus het komt er nu op neer dat het domein niet meer wil dat dit restaurant nog wordt beleverd. Dus ik kan het niet anders zien dan dat de restaurateur zich hier zelf in de voet heeft geschoten. Hij had ons ook kunnen bellen, dan hadden we de wijnen terug kunnen nemen tegen een fatsoenlijke prijs. Het zou geen enkel probleem zijn geweest deze weer door te verkopen aan particulieren die ze maar wat graag willen hebben. Met wat overleg hadden we dit gewoon op kunnen lossen. En dan hadden we de volgende jaargang gewoon kunnen leveren.’

Het veilinghuis in kwestie bood vorig jaar zelfs voorschotten aan restaurateurs als ze bepaalde wijnen wilden inbrengen. Natuurlijk moet iedereen zijn brood verdienen, maar dit lijkt sterk op profiteren van de crisis. Uiteraard is de formulering anders: ‘… met de verkoop van wijnen uit hun wijnvoorraad kunnen wij hopelijk een steentje bijdragen aan het overleven in deze moeilijke tijd.’ Tja, het is maar hoe je het bekijkt. Een systeem met allocaties is natuurlijk in strijd met het idee van vrije handel, maar als het er om gaat dat de wijn toch vooral naar échte liefhebbers gaat, en niet alleen naar de hoogste bieder, dan heeft het toch zijn nut. En dat weet het veilinghuis natuurlijk heel goed. Dus als de importeurs stellen dat het restaurant ook slachtoffer is van de werkwijze van het veilinghuis, dan hebben ze zeker een punt. Dat moet zeker gezegd worden. Importeur(s) en het restaurant hebben de kwestie inmiddels bijgelegd. Gelukkig maar. Dit soort acties kennen alleen maar verliezers.

Ronald de Groot

1 2 3 4 63
Page 2 of 63