Columns Archives - Pagina 2 van 69 - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Help! Inflatie!

De Europese Bank heeft jarenlang wanhopig geprobeerd de inflatie omhoog te krijgen. Het wilde maar niet lukken. En dan, plotseling, giert de inflatie omhoog. Zo hard, dat het overal tot grote paniek leidt. Gelukkig ben ik geen bankier of politicus, want het is een lastig op te lossen situatie. De inflatie weer beteugelen op het moment dat de economie wordt geraakt door een oorlog met een onvoorspelbare duur is een lastige puzzel.

Columns

Overpeinzingen: Misverstanden rond natuurwijn

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het maar een lastig verhaal vindt, dat fenomeen ‘natuurwijn’. Onlangs las ik een interessant artikel over dit fenomeen in de NRC, waarin goed te lezen viel dat natuurwijn naadloos past bij een bepaalde ‘subcultuur’. In feite is het een soort statement om natuurwijn te drinken. Daar is in feite niks mis mee. Zo werd je in het Amsterdam van de jaren zestig geacht op een Kreidler-brommer te rijden. Ook een statement.

Columns

Overpeinzingen: Bordeaux 2021: los van de realiteit

In het volgende nummer van Perswijn vindt u een uitgebreid verslag van de nieuwe jaargang in Bordeaux, 2021. De wijnen komen op dit moment op de markt, zoals dat heet ‘en primeur’. Je koopt de wijnen nu, terwijl ze op vat liggen, en de flessen worden over twee jaar geleverd. Nogal een investering. Om het verslag te maken was ik eind april in Bordeaux. Eindelijk, na twee jaar proeven van primeurwijnen hier in Amsterdam. Toch veel fijner, dat moet ik zeggen. Je krijgt er ook meer ‘gevoel’ bij.

Wat me opviel was het zelfvertrouwen in de kwaliteit dat veel wijnmakers uitstraalden. En dat na een lastige jaargang, met voorjaarsvorst en enorme problemen met meeldauw door overvloedige regen, vooral in de maand juni. Toch hadden ze geen ongelijk. De wijnen waren achteraf verrassend goed, wat ik ook heb geschreven. Weliswaar slanker en strenger dan we de afgelopen jaren gewend waren, met name door lagere alcoholgehaltes. Maar dankzij durf om laat te plukken en goed weer tot in oktober zijn de meeste wijnen niet onrijp.

Niettemin kun je verwachten dat wijnliefhebbers niet staan te trappelen de wijnen te kopen, zeker niet ‘en primeur’. Amerikaanse al helemaal niet, want die houden meer van soepele, volle, afgeronde wijnen, zoals die zijn gemaakt in de afgelopen jaargangen, zowel in ’18, ’19 als ’20. De wijnen passen beter in de ‘Europese’ smaak. Maar Europeanen zijn van nature al wat zuiniger met het besteden van hun geld, dus dat kan een probleem zijn.

Als je dat eind april ter sprake bracht, werd daar wat afwerend op gereageerd. Tja, met die lage opbrengsten door die vorstschade en meeldauwproblemen, kon je toch moeilijk verwachten dat de prijzen omlaag zouden gaan? Waarom eigenlijk niet? Wat deert het de wijndrinker dat de opbrengsten zo laag zijn? Die kijkt gewoon naar de prijs en naar de kwaliteit. Dat valt lastig uit te
leggen. Ik moet denken aan een discussie die ik al dertig jaar geleden voerde met Bruno Prats, tijdens een lunch op Château Cos d’Estournel, waar hij destijds mede-eigenaar was. Ik zei hem dat hij in een ivoren toren leefde, en geen contact had met consumenten. Zijn antwoord: ‘Als ik mijn wijn aan de handelaren in Bordeaux heb verkocht, is het voor mij klaar. Verder zien ze maar.’ Ik was stomverbaasd.

Maar het lijkt er op dat dit gevoel in Bordeaux nog steeds bestaat. De primeurmarkt komt nu op gang, en de prijzen dalen niet. Ik hoor dan ook dat alleen de toppers goed verkopers, maar dat het voor de rest nogal stroef verloopt. Een fenomeen dat je hoort uit alle markten, ook de Franse en Amerikaanse. Logisch toch? De wijndrinkers hebben de afgelopen jaren goede wijnen kunnen kopen, waarom zouden ze nu voor een lichter jaar niet wat minder mogen betalen. Alleen bij prijzen lager dan 2019 maakt zo’n campagne kans. Maar kennelijk wordt de urgentie niet gevoeld. Heel onverstandig. Het lijkt of de tijd in Bordeaux stil staat en de Bordelais weigeren hun ivoren torens te verlaten. Kennelijk hebben ze daar niet in de gaten dat de wereld toch écht verandert.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Oei! Krapte!

Bij mijn trip naar Oostenrijk, afgelopen week, had ik geluk. Ik was op tijd naar Schiphol gekomen, maar ik kon gewoon doorlopen, alsof er niets aan de hand was. Heel verbazingwekkend, gezien alle verhalen. Ik zag ook nergens lange rijen. Kennelijk was ik er op de juiste dag, op het juiste moment.

Niettemin, dat er veel krapte is, met name in personeel, is overal duidelijk. Ook in de horeca ritselt het van de personeelsproblemen. En we worden niet alleen maar getroffen door personeelsproblemen. Ook grondstoffen zijn vaak niet of in mindere mate voorhanden. En energie is ook niet te geef, op dit moment.

Het lijkt me onvermijdelijk dat dit ook zijn weerslag zal hebben op de wijnindustrie. In feite moet je concluderen dat alles duurder wordt. Alleen al de diesel die je gebruikt om je tractoren en andere machines te gebruiken tikt flink aan. Maar dat is lang niet het enige.

Flessen zijn een goed voorbeeld. Zelfs vóór deze crisis waren er al problemen met de toelevering van glas. Met de oorlog in Oekraïne is dat probleem niet minder geworden – integendeel. Een sector waar dat op dit moment sterk wordt gevoeld is die van de productie van rosé. Rosé is booming, zeker in bepaalde markten, zoals die in Frankrijk en ook in de V.S. Het is niet aan te slepen. Dat maakt dat er een schaarste is ontstaan in ongekleurde flessen. Omdat veel producenten graag willen laten zien hoe licht hun rosé tegenwoordig van kleur is, is dat zo’n beetje een existentieel probleem. Zie het maar eens op te lossen.

De prijs voor de meest inventieve oplossing gaat wat mij betreft naar LVMH, tegenwoordig ook actief in Provence rosé, na de overname van Château Galoupet en d’Esclans. Voor de wijnen van Galoupet heeft LVMH als marketing-gimmick een platte plastic fles gelanceerd, onder motto dat het beter is voor de planeet. De ‘Galoupet Nomade’ zit in de platte fles, gemaakt van hergebruikt plastic volgens het programma Prevented Ocean Plastic. Hij is 87% lichter dan een klassieke glazen fles. Dat scheelt ook lekker in de transportkosten. En daar mag de wijndrinker dan wel wat voor over hebben, toch? In elk geval komt zo’n hippe fles op het toch best aanzienlijke bedrag van € 25.

Voor de gewone rosé cuvée, de Grand Cru Classé van Galoupet is een al even ingenieuze oplossing bedacht. Daarvoor worden gekleurde flessen gebruikt die zijn gemaakt van hergebruikt glas, die maar 500 gram wegen, in plaats van ‘normaal’ zo’n 770 gram. Je bespaart zo op het glas en hebt geen ongekleurde flessen nodig. Double whammy. Deze cru classé mag je in je winkelwagentje leggen voor € 55. Petje af voor deze combinatie van probleemoplossend vermogen en fantastische marketing. Dat kunnen ze toch alleen maar bij LVMH. Waar anders zouden ze het tekort zo op kunnen lossen, ondertussen helpen de planeet te redden en een vette winst maken? Diep respect.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Proefnotities, hoe ze te interpreteren?

Altijd mooi om mails te krijgen van lezers, zeker als het gaat om interessante, opbouwende kritiek. Zo kregen we onlangs een bericht van Roel Klinkers, die zich afvroeg of proefnotities misschien ánders zouden kunnen. Ik citeer: ‘Veel notities zijn van totaal verschillende wijnen maar toch bijna naadloos uitwisselbaar. Ik ben nu drieënzestig jaar oud en proef al wijn sinds mijn veertiende. Mijn vader had een mooie wijnkelder en deze traditie heb ik met plezier van hem overgenomen. Ik wil mijzelf geen kenner noemen maar geheel onwetend ben ik zeker niet. Toch kan ik mij vaak geen enkele voorstelling maken van wat ik van een wijn kan verwachten als ik een proefnotitie lees.’

Ik ben jaloers op iemand die al wijn proeft vanaf zijn veertiende – maar dat terzijde. Als reactie op deze opmerking moet ik zeggen dat het schrijven van proefnotities er in de loop der jaren niet gemakkelijker op is geworden. In vroeger jaren was de variatie tussen de wijnen domweg veel groter dan nu. Niet alleen is de kwaliteit van veel wijnen sterk gestegen, maar ook de eenvormigheid is toegenomen. Kleine foutjes zijn verdwenen, die een wijn soms charmant kunnen maken. Door gebruik van dezelfde klonen, bepaalde gisten en enzymen zie je bepaalde wijnen wereldwijd opduiken met geuren en smaken die sterk op elkaar lijken. Zo werd Sauvignon blanc uit Nieuw-Zeeland op een gegeven moment erg populair. Kenmerkend is een soort groenige, grassige geur. Producenten elders roken hun kans, en pikten graag een graantje mee. Zo kun je dit type Sauvignon nu ook tegenkomen in bijvoorbeeld Chili, Zuid-Afrika en zelfs in de Loire. Ooit maakte ik een proeverij mee in Blenheim, hartje Marlborough, met bijna een honderdtal van dit soort wijnen. Een bijna traumatische ervaring, en een nachtmerrie om te beschrijven.

In Italië heeft het succes van Ripasso geleid tot een stortvloed aan wijnen met eenzelfde karakter. Zwoel, zoetig, vaak met wat restzoet, gelikt, fruitig. Ook een voorbeeld van eenvormigheid die zich soms lastig laat vangen in sterk verschillende proefnotities. We doen enorm ons best de wijnen zo divers mogelijk te beschrijven. Hoe lastig ook.

Roel vervolgt: ‘Elk jaar ga ik met een aantal goede vrienden naar de 24 uur van Le Mans. We zijn allemaal wijnliefhebbers en tijdens dat lange weekend wordt menig flesje leeggeschonken. Nou wil ik niet mijn mooie gerijpte Bordeaux en Bourgognes voorzetten aan dat stelletje schooiers dus ik liet mij door een zeer lovende proefnotitie uit de folder van een van mijn leveranciers overhalen om vierentwintig flessen Chileense rode wijn te kopen. (…) Toen ik een fles openmaakte om te proeven bleek het om een wijn te gaan met een voor mijn gevoel enorme hoeveelheid restzoet. U had waarschijnlijk al begrepen dat ik klassieke wijndrinker ben en wijnen met restzoet vind ik ondrinkbaar. Dus wat ik mij afvraag is het volgende: Waarom kan een proefnotitie niet beginnen met een aanduiding van de hoeveelheid restzoet en de zuurgraad? Iedere producent kan deze informatie moeiteloos verstrekken en het kost hoogstens een half regeltje in de proefnotitie. Dit is objectieve informatie. Dit is een kans voor Perswijn om baanbrekend en vernieuwend te zijn.’

Dat is een charmant voorstel, maar helaas niet zo realistisch. We proeven voor elk nummer zo’n 400 tot 500 wijnen. Ik hoop dat Roel kan begrijpen dat het opvragen van deze informatie bij producenten een echt monnikenwerk zou zijn, als we al beschikken over de contactgegevens. Bovendien moet dit dan handmatig bij elke notitie worden gezet. Dit is een enorme klus. Niet te doen. Trouwens, zo objectief is die informatie niet. Restzoet zegt lang niet alles. Het gaat om de balans. Niet voor niets is de aanduiding ‘trocken’ in Duitse wijngebieden gebonden aan de verhouding tussen zuren en restsuiker. Als technische informatie voldoende objectief zou zijn, is proeven overbodig. En dat is het nu ook weer niet. We proberen juist bij onze proefnotities altijd op te schrijven of een wijn zoet of zoetig overkomt, dus afgaande op de smaak. Wij vinden dat de beste informatie. Dus gaan we nog even door met proeven. Tot computers en techniek het helemaal overbodig maken. Maar dat zal nog wel even duren.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Bio is niet de heilige graal voor duurzaamheid

Het is zaterdagmiddag, prachtig weer. We zitten in de zon boven een prachtige wijngaard, nét over de grens met België, van Pietershof. Een zonnige zuidhelling. Het is warm in de zon. Ik spreek met eigenaar Albert Meijer voor een artikel in Perswijn, dat de komende tijd zal verschijnen. Het is ook een mooi moment om even te filosoferen. Albert Meijer is van oorsprong cardioloog. ‘Er zijn wel overeenkomsten tussen het medische vak en het werk in de wijngaard. Je kunt niet alles begrijpen. Ook al zou je dat willen. Dat is in beide gevallen zo. Je kunt niet alles verklaren.’

Maar tegelijk heeft hij de wil om te luisteren. Want misschien kan hij er uiteindelijk wel iets mee, ook al begrijpt hij het niet. Biologische wijnbouw, bijvoorbeeld, of biodynamisch wijngaardbeheer. ‘Het is een vorm van religie, eigenlijk. Zeker biodynamisch boeren, met het uitstrooien van micro-organismen over de wijngaard, hoe werkt dat?’ Er zijn producenten die het hocus pocus noemen, die er niets van willen weten. Maar als je het niet begrijpt, kan het wellicht toch werken. ‘Als er iets is van biodynamische wijnbouw dat nuttig is, dan wil ik het ook wel toepassen, zelfs al begrijp ik het niet.’ Albert Meijer vindt biodiversiteit een speerpunt voor zijn wijngaard, dus hij zal alles doen om die te bevorderen.

Ik moet denken aan het bezoek onlangs, in Margaux, aan Lucien Guillemet, eigenaar van Pouget en Boyd-Cantenac. Zonder dat we er om vragen begon Guillemet over biologisch boeren. ‘2021 leed aan een gebrek aan zon en een gebrek aan warmte. Mei was de op twee na regenachtigste maand gemeten. In juni viel twee keer zoveel regen als normaal. Als koper je enige behandeling was van meeldauw, omdat het geen ‘chemisch product’ is, moest je tijdens de regen wel tot drie keer per week behandelen. Er zijn chemische middelen, zoals fosfonaten, die beschermen je wijngaard twee weken tegen meeldauw. Dan versterk je de weerstand van de stokken en hoef je veel minder te behandelen. Het is een sekte, je mag niet meer nadenken. Bedenk dat zelfs feromonen, lokstoffen om insecten te verwarren, tot voor kort verboden waren in bio -want chemisch. Flavescence dorée, een ziekte die heel besmettelijk is en waarbij bestrijding verplicht is, levert grote problemen op. Bij bio is er maar één insecticide beschikbaar, dat matig werkt en ook veel ander leven doodt. Sommigen weigeren daarom te behandelen, feitelijk terecht. Maar dat levert grote problemen op en leidt tot klachten van anderen, omdat ze zo iedereen besmetten. Denk toch na.’

Deze stelligheid zul je van Albert Meijer niet horen, zeker niet. Maar zijn verhaal wijkt er in de praktijk niet van af. ‘Koper gebruik ik niet. Het wordt niet afgebroken en hoopt zich op in de bodem, het doodt het bodemleven. Ik gebruik alleen organische producten, zoals fosfonaten. In de biologische wijnbouw wordt dit een chemisch product genoemd, alleen omdat het uit een fabriek komt. Maar omdat het organisch is, wordt het volledig afgebroken. Met zwavel, wat in biologische wijnbouw mag, dood je roofmijten. Ik gebruik geen producten die roofmijten doden of die schadelijk zijn voor bijen. Als je roofmijten doodt, komen er schadelijke insecten, die je met heel nare producten moet bestrijden, ook al zijn ze biologisch. Dus ik zie niet in wat hier goed aan is. Laten we niet vergeten dat de Europese Unie koper al lang had willen verbieden. In Nederland is het al verboden.’

Het is een blijft een lastig probleem. De bedoeling achter biologisch wijnboeren is natuurlijk goed. Dat is ongetwijfeld ook het gevoel bij consumenten. Maar biologisch boeren met als argument dat consumenten er om vragen, lijkt me geen juist argument. Je kunt van consumenten niet verwachten dat ze de boven beschreven nadelen kennen. Maar als je over deze nadelen schrijft, zoals nu, word je snel weggezet als een tegenstander van biologisch of biodynamisch boeren. Maar waarom zou ik dat zijn? Biologisch boeren heeft zeker positieve effecten, maar misschien zijn er wegen om het nóg beter te doen. Ik laat me graag overtuigen, maar dan met goede argumenten. De manier waarop Albert Meijer er over praat, is heel mooi, goed beschouwd. Je moet altijd iets willen leren, iets van de ander op willen steken. Het zou zo mooi zijn als dat wederzijds zou zijn.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: NFT’s kunnen herkomst fles garanderen

In een van zijn laatste uitzendingen van het seizoen ging Arjen Lubach op de van hem bekende wijze eens lekker los op het ‘beleggen’ in crypovaluta. Ik kon zijn redenering over een piramidespel wel volgen, eerlijk gezegd. Maar uiteraard moet iedereen lekker zelf weten waar hij of zij geld in steekt. En gelukkig ben ik geen specialist op dit terrein. Nou ja, gelukkig… het schijnt dat je als crypto-‘influencer’ wel heel gemakkelijk kunt binnenlopen.

Hoe dan ook, de techniek achter cryptovaluta heeft ook de interesse van wijnbedrijven, zo konden we lezen in een nieuwsbericht van Meininger, afgelopen week. Om meerdere redenen is deze techniek, die van de blockchain, interessant voor de wijnindustrie. Wijnbedrijven worstelen al jaren met fraude en bedrog. Zo is bekend dat lege flessen van Lafite-Rothschild met name in China een leuk bedrag kunnen opbrengen. En niet alleen maar om ze als pronkstuk op de schoorsteenmantel neer te zetten, laten we maar zeggen. DRC, producent van extreem dure Bourgognes, probeert door het nummeren van flessen en het traceren van alle verkoopkanalen er voor te zorgen dat geen fles in verkeerde handen komt. Op Château Le Pin vernam ik ooit dat de etiketten werden gedrukt bij hetzelfde bedrijf als de eurobiljetten. Op die manier kregen ze een soort ‘watermerk’, waardoor vervalsing feitelijk onmogelijk moest worden. En toch weten oplichters met grote regelmaat liefhebbers te foppen met vervalste flessen.

De introductie van NFT’s, non-fungible-tokens, zou een oplossing kunnen zijn voor dit probleem. Eerlijk gezegd associeerde ik NFT’s in eerste instantie met de nieuwe trend om te investeren in digitale kunstwerken met een unieke code, waarmee je kunt bewijzen dat het kunstwerk van jou is. Maar aan de muur hangen, ho maar. Het blijft een digitaal kunstwerk. Voer voor speculanten, lijkt me, en niet voor kunstliefhebbers. Ze worden ook gebruikt voor het kopen van virtuele stukken land of virtuele verzamelingen van van alles en nog wat, zoals bijvoorbeeld digitale katten. Zoiets als Pokémon kaarten verzamelen, maar dan volledig digitaal. Voor deze unieke digitale katten schijnen overigens forse bedragen te worden neergeteld – uiteraard in crypovaluta. Het kopen van virtuele flessen wijn is misschien ook mogelijk, maar dat is dan echt alleen maar om mee te speculeren, zou ik denken.

Maar als je een stap verder denkt, dan kun je een NFT ook koppelen aan een unieke fles wijn. Zoals flessen van DRC allemaal genummerd zijn, zo kun je aan elke genummerde fles een uniek NFT koppelen. Met dit token kun je zien waar de fles vandaan komt en wie de eigenaar is. Als hij van eigenaar wisselt, wordt dat ook geregistreerd in het NFT. Bij elke verkoop kan de nieuwe eigenaar worden geregistreerd. Inmiddels zijn er bedrijven actief die deze transacties in NFT kunnen registreren. Op die manier kun je van een fles die je koopt, of het nu van een particulier, een handelaar of op de veiling is, exact de weg volgen die de fles heeft afgelegd. Natuurlijk is dat vooral belangrijk voor bijzondere flessen, maar het lijkt me een stap vooruit. Niet elke nieuwe technologie of trend is verkeerd. Dit is een mooi voorbeeld.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Meer appellations: niet altijd beter

Op reis naar Bordeaux voor de primeurproeverijen is leuk, maar ook afmattend. Ik keerde afgelopen dinsdag terug na een week lang proeven van negen uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds. Dat afgewisseld met bijzondere diners, waarover ik zeker niet zal klagen. Want het is altijd weer uniek om wijnen te mogen proeven uit jaren als ’61, ’59, ’49, ’47 en zelfs ’28. In elk geval was het een fijne afwisseling met de afgelopen jaren. Van de oogsten 2019 en 2020 proefde ik de monsters hier in Amsterdam. Een goede oplossing, maar veel minder leuk. Als je ter plekke rondloopt, krijg je ook veel meer te horen en te zien.

Zo ging onze autorit van Saint-Emilion naar het diner in de Sauternes dwars door de Entre-Deux-Mers. Nogal ontluisterend, eerlijk gezegd. Ik ben onderweg nog nooit zoveel verlaten wijngaarden tegengekomen. De stokken stonden er wel, maar ze waren niet gesnoeid en overwoekerd met onkruid. Stille getuigen van de crisis die Bordeaux treft. Niet alleen ‘gewone’ Bordeaux. Ook sommige, meer eenvoudige crus bourgeois worden voor een paar euro per fles verkocht. En laten we eerlijk zijn. De classificatie cru bourgeois is zwaar gedevalueerd door het grote aantal châteaux dat deze mag voeren. En natuurlijk door het feit dat alle toppers hier tegenwoordig hun neus voor ophalen. Châteaux als Phélan-Ségur, Poujeaux, Chasse-Spleen, Sociando-Mallet, Haut-Marbuzet, je zult ze in de classificatie tevergeefs zoeken.

Maar je hoort ook van successen – gelukkig maar. Zo doet de ‘fusie-appellation’ Côtes de Bordeaux het boven verwachting goed. Hij verenigt een paar verspreid liggende wijngebieden onder deze ene naam. Zo heeft de Premières Côtes de Bordeaux – langs de Garonne – zich omgedoopt tot Cadillac Côtes de Bordeaux, Premières Côtes de Blaye werd Blaye Côtes de Bordeaux, Côtes de Castillon hernoemde zich tot Castillon Côtes de Bordeaux, enzovoort. Alleen de Côtes de Bourg wenste niet mee te doen. Wellicht hebben ze daar nu spijt van, want het blijkt te werken.

Je kunt het zien als het voorbeeld van een situatie waarin consumenten duidelijkheid belonen. Producenten hebben vaak de neiging méér appellations te willen, om zich van anderen te onderscheiden. Consumenten zien echter op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer, zo leert de praktijk. Ik merkte dat ook bij een bezoek, begin maart, aan Minervois-la-Livinière. Sommige producenten daar nemen niet eens de moeite deze appellation voor hun wijnen te gebruiken. Hun argument: ‘de wijndrinker kent de appellation niet’.

Het zou producenten tot nadenken moeten stemmen. Appellations zijn goed, maar véél appellations toch een stukje minder. Gelukkig ga ik er niet over, maar ik zou zeggen dat het wel een tandje minder mag, met al die appellations. Liever minder appellations dan meer appellations die geen hond kent.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Oranje boven

Op mijn leeftijd – het is niet anders – word je al snel gezien als een soort dinosauriër. Hier in Amsterdam zeggen we ‘ouwe lul’. Iemand die alleen maar kan mopperen over allerlei nieuwlichterij, onder het motto ‘vroeger was alles beter’. Een gemakkelijke benadering om de mening van ouderen te kunnen negeren. Cancelen, heet dat tegenwoordig. Zelf vind ik natuurlijk het omgekeerde. Door mijn jarenlange ervaring kijk ik met een ándere blik. Tenslotte kun je van je ervaringen ook leren.

Zo heb ik in mijn (wijn)leven al heel wat trends zien komen en vaak ook weer zien gaan. Daar heb ik dan ervaring genoeg voor. Kijk naar rosé. Nog niet eens zo lang geleden moest een rosé kleur hebben, anders zou hij geen smaak hebben. En nu? Sommige rosé heeft zo weinig kleur dat hij amper nog van wit valt te onderscheiden. De ene trend wisselt de andere af.

Vaak blijft er van zulke trends overigens wel iets ‘hangen’. Dat geldt voor wijn, maar uiteraard niet alleen voor wijn, overigens. Denk aan de kookkunsten van Ferran Adrià van El Bulli, in de hoogtijdagen van het ‘moleculaire koken’. Een soort chemische fabriek, waar sommigen al snel moe van werden. Zo vertelde de culinaire criticus Herwig van Hove me ooit dat hij daar halverwege de  ‘maaltijd’ de rekening had gevraagd en was weggegaan, omdat hij al die experimentele liflafjes niet meer kon verdragen. Tegenwoordig vind je elementen van de moleculaire overal terug, maar in zijn pure vorm is hij grotendeels verdwenen.

De trend waaraan ik dezer dagen, met Koningsdag in aantocht, onvermijdelijk aan moet denken, is die van het maken van ‘oranje wijnen’, orange wines. Oranje boven, laten we maar zeggen, hoewel mijn verstokt republikeinse collega Frank Jacobs daar ongetwijfeld anders over zal denken.

Je zou het kunnen zien als een soort rosé, maar dan anders. Heel anders zelfs, want het is een wijn die wordt gemaakt door witte druiven niet direct te persen, maar de schillen in contact te laten met het sap. Omdat het vaak ook gaat om wijnen die ‘natuurlijk’ worden gemaakt, dus onbeschermd tegen oxidatie, krijgt de wijn een oranje kleur, door de schillen en de oxidatie. Dat maakt dit type wijn populair bij liefhebbers die zo ‘puur’ mogelijke wijnen willen. Op zich begrijpelijk. Maar het is een misvatting om te denken dat dit dan altijd mooie of lekkere wijnen zijn. Er zijn wel restaurants en sommeliers die dit idee graag verkopen aan gasten die daar gevoelig voor zijn. Maar de realiteit is dat er zeker goede oranje wijnen zijn, maar ook heel veel slechte. Het punt is dat de witte druiven, met name de pitjes, veel zuren en tannine kunnen bevatten, zodat de wijnen gemakkelijk onaangenaam droog en zuur over kunnen komen. Onlangs proefde ik zo’n wijn tijdens een van onze proeverijen. Mijn geliefde vriendin, nieuwsgierig naar het fenomeen van de oranjewijnen, wilde het ook graag een keer meemaken. Ze wist niet hoe gauw ze hem weer moest uitspugen. Zo zuur en droog was de wijn. Bovendien was het karakter van de druif onherkenbaar.

Er zijn ook voorbeelden van het tegendeel. Een Xarel.lo ‘Vermell’ die ik in het glas kreeg was mooi in balans en niet te oxidatief. Gewoon heerlijk. Ook van de rebula/ribolla gialla worden in het grensgebied van Italië en Slovenië mooie oranje wijnen gemaakt. Zorgvuldig wijnmaken, bijvoorbeeld door het goed doseren van schilcontact, is essentieel. Dus het als religie verkondigen is zinloos. Ook hierbij zal het goede behouden blijven en het slechte verdwijnen, daar ben ik van overtuigd.

Ik wens u een mooie Koningsdag. Drink oranje, maar met mate.

 

Ronald de Groot

1 2 3 4 69
Page 2 of 69