Columns Archives - Pagina 2 van 62 - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Drooglegging

Terwijl we hier in Europa nog diep in de winter zitten, staat op het zuidelijk halfrond de wijnoogst al weer voor de deur. De oogst is een prachtig moment, normaal gesproken, waarin je als wijnboer de vruchten plukt van een jaar hard werken. Maar dit jaar roept de oogst ook gemengde gevoelens op. JD (Johannes Diederick) Pretorius, de wijnmaker van Warwick in Stellenbosch, die ik afgelopen week sprak over de bijzondere aanplant van cabernet franc van dit domein, bracht het mooi onder woorden. ‘We hadden een winter met goede regenval, gevolgd door een koele zomer. De oogst ziet er kwalitatief heel goed uit, maar zal relatief klein zijn. Maar eerlijk gezegd is dat op dit moment eerder een zegen dan een probleem. Op dit moment is er in Zuid-Afrika, sinds 28 december weer een verbod op de verkoop van alcohol, dus onze thuismarkt ligt grotendeels plat. Vandaar dat kleine oogst ons goed uitkomt, hoe vreemd het ook klinkt.’

Dat klinkt het inderdaad. Op de een of andere manier is de situatie in Zuid-Afrika uniek te noemen. Veel landen waar de wijnbedrijven door de crisis zijn getroffen, probeert de overheid ze te helpen met noodmaatregelen. In Zuid-Afrika helpen de noodmaatregelen de wijnindustrie juist de vernieling in. Het lijkt er sterk op dat de regering van president Ramaphosa gevoeliger is voor de krachtige anti-alcohol-lobby in zijn land dan voor die van de wijnboeren. Blijkbaar is deze lobby heel sterk. Ingewijden menen dat ook andere sentimenten een rol spelen. Zoals het altijd sluimerende idee dat te veel land in handen is van witte wijnboeren – landhervormingen worden af en toe besproken, en blijven op de achtergrond altijd meespelen.

Wat het voor de industrie moeilijk maakt is dat een vrij groot deel van de verkoop in Zuid-Afrika zelf plaatsvindt. Landen als Chili en Australië zijn meer op export gericht. Bovendien zijn ook de populaire restaurants op de wijngoederen gesloten en is er geen toerisme. En de twee vorige droogleggingen, vorig jaar, werden steeds weer verlengd, zodat ook niet bekend is hoe lang de situatie gaat duren.

De voorraden zijn enorm en de onzekerheid groot. Vinpro, de overkoepelende organisatie, schat dat nog zo’n twee derde van een normale oogst op voorraad is. En dat ondanks goede exporten in 2020. Zo is er domweg niet genoeg ruimte in de kelders voor de nieuwe oogst. Waarschijnlijk zal een deel moeten worden gedestilleerd en zullen producenten er voor kiezen een deel van de nieuwe oogst te verwerken tot druivenconcentraat voor verwerking in vruchtensappen. Of in arren moede druiven laten hangen. Geen prettig vooruitzicht, maar je moet wát.

Dat maakt de Zuid-Afrikaanse wijnproducenten tot een van de grootste slachtoffers van de COVID-crisis. En dat op een moment dat het land met zijn wijnen internationale faam had verworven. Nogal tragisch. Laten we hopen dat de wijnboeren het hoofd boven water kunnen houden, mede omdat wij hun wijnen kopen, als een van de belangrijkste exportlanden. Ik zou die wijnen niet graag missen.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Du Tertre, vijfde Grand Cru Classé te Margaux, verkocht

Het bericht, vorige week, dat Château du Tertre was verkocht, kwam voor mij enigszins als een schok. Het feit dat je daar in Margaux werd ontvangen door een Nederlandse directeur, Alexander van Beek, gaf op de een of andere manier toch een gevoel van thuiskomen. Ik ben er sinds de aankoop in 1998 meerdere malen met plezier geweest. Onder andere in 2003, voor een lunch met de inmiddels overleden eigenaar Eric Albada Jelgersma, die buitengewoon trots was op dit château. Zijn kinderen hebben besloten het verkopen aan de familie Helfrich (van Grands Chais de France) en een verzekeraar.

Aan de telefoon legt Alexander van Beek me de achtergrond van de beslissing uit. ‘Na het overlijden van Eric moest ik natuurlijk de strategie bespreken met de kinderen, Dennis, Derk en Valérie. Het blijft uiteindelijk ook een onderneming, en je moet naar de toekomst kijken. Du Tertre is nu zo’n beetje op zijn hoogtepunt. Toen we het kochten bestond het bijna niet meer,  we hebben er enorm veel werk verzet. Net als bij Calon-Ségur, destijds eveneens eigendom van de familie Gasqueton, was de wijngaard aangeplant met 6200 stokken per hectare. Dat is normaal 9200 tot 10.000. Bovendien waren alle wijngaarden van Du Tertre op hetzelfde moment geplant, eind jaren vijftig, begin jaren zestig. Dat betekent dus ook dat je alles tegelijk weer zou moeten vervangen, zodat je plotseling met een veel lagere productie zit. Dat wilden we veranderen, het moest een wijngaard met een lange termijnvisie worden. Vanaf begin hebben we daarom steeds een paar hectare vervangen. Nu is sinds 1998 in totaal 75% van de wijngaarden herplant. Ze beginnen weer wat op leeftijd te komen, en je kunt er nu de vruchten van plukken. Daardoor is de wijn ook veel beter in de markt komen te staan, met een wereldwijde distributie. En was het een goed moment om te verkopen.’

‘We zaten met het feit dat we twee châteaux in Margaux hadden, Du Tertre en Giscours, die heel verschillend zijn, met verschillende markten. Alle energie is eigenlijk al die jaren naar Du Tertre gegaan. We konden bij Giscours niet veel doen aan de gebouwen, vanwege de rechtszaken met de familie Tari, eigenaar van de gebouwen. Daarin is veel energie verspeeld. De problemen met Tari zijn nu grotendeels opgelost. In de laatste vijf, zes jaar heeft de exploitatiemaatschappij, van de familie Albada Jelgersma, ook meer land in bezit gekregen. Er is nu van twee kanten een betere samenwerking. Dus nu kunnen de noodzakelijke verbouwingen worden gedaan. Er is al veel in de wijngaarden gedaan, maar altijd met de handicap dat de kelder niet was aangepast aan een nauwkeurige, parcellaire productie, waar je kleinere gistingsvaten voor nodig hebt. Nu zitten we eindelijk in de goede situatie, op een uniek domein van 165 hectare, dus dat is heel mooi om mee te werken. We hebben hier alles. Het personeel woont op het château, met eigen vee, een moestuin, dus zoals het 100 jaar geleden was. Met magnifiek veel ruimte. Het geld van Du Tertre kan nu geïnvesteerd worden in Giscours, daar kunnen we nu echt gas gaan geven.’

‘En het was steeds moeilijker de twee domeinen naast elkaar te laten functioneren. De meesten zeggen, “ik vind deze lekkerder dan die”. Er is geen focus op de persoonlijkheid van de wijn, maar alleen of de een beter is dan de ander. Het is net als twee zoons. De ene staat meer op de voorgrond, ten koste van de ander. Du Tertre blijft zo in de schaduw van Giscours. Het kan nu als apart château gaan stralen. Het was wel een domein waar de familie erg aan gehecht was geraakt, ze hebben daar ook hun huwelijk gevierd. Maar dit is strategisch de beste keuze. De familie is ook ondernemer. We kunnen ook nog meer het accent leggen op Caiarossa, in Toscane. De kinderen staan er ook voor open om in andere regio’s te kijken naar nieuwe mogelijkheden.’

Tja, ik kan er natuurlijk sentimenteel over doen, maar achter de romantiek van de mooie wijnen uit dit deel van de Bordeaux schuilt ook gewoon het spel van het ‘grote geld’. Zaken zijn zaken. Gelukkig kan ik voor het ‘Hollandse’ gevoel nog altijd terecht op Giscours.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Big deal

Afgelopen week was ik even ‘ontsnapt’ naar Chablis. Uiteindelijk moet er toch geproefd en geschreven worden. En via zoom werkt wel, maar toch gemankeerd. En, het moet gezegd, in Frankrijk zijn ze wat covid betreft niet van de Franse slag. Ik zat in mijn eentje in een hotel en kreeg ’s avonds een dinerplateau om in m’n eentje op te eten. Een soort van quarantaine in Frankrijk – dat overigens van Nederlanders geen quarantaine eist. De proeverij deed ik in een apart kamertje, waar een vriendelijke dame met mondkapje af en toe een trolley met proefflessen naar binnen rolde. Op reis gaan is op die manier te doen, maar wel ontdaan van elke vorm van romantiek.

Ik had één avond vrijaf voor een diner in l’Obédiencerie met Laroche-wijnmaker Grégory Viennois en Thierry Bellicaud, de ‘baas’ van Laroche en het Bourgognehuis Champy, beide eigendom van Advini. Zo’n avond zie je goed wat de meerwaarde is van een persoonlijke ontmoeting. Je kunt het even over allerhande zaken hebben die in een zoom-meeting niet aan de orde komen.

Een onvermijdelijk gespreksonderwerp is – uiteraard – de covid-crisis. Een bedrijf als dit, de combinatie van Laroche en Champy, heeft enorm te lijden van de crisis. De wijnen gaan bijna allemaal naar de horeca, en die is wereldwijd gesloten of heeft op zijn minst sterk te lijden van de crisis. De verkopen via internet kunnen dat lang niet compenseren. Wat voor dit soort bedrijven meespeelt, is dat de uitvoer naar de belangrijke Amerikaanse markt sinds vorig jaar is belast met 25% strafheffing voor de subsidies aan Airbus.

Naar aanleiding daarvan volgde een mooie anekdote over deze Amerikaanse importheffingen. Ik heb natuurlijk al vaker over dit fenomeen geschreven. En als wijnjournalist schrijf je dan keurig op dat champagne en cognac van deze heffing zijn uitgezonderd. Maar waarom is dat eigenlijk zo? Daarvoor werd hier aan het diner een mooie verklaring gegeven. Het blijkt dat Bernard Arnault, de baas van LVMH en Donald Trump goede bekenden van elkaar zijn. In de periode dat de heffingen werden opgelegd hebben de mannen elkaar ook ontmoet. Om precies te zijn op 17 oktober kwam Donald Trump een atelier van Louis Vuitton-tasjes openen dat LVMH in Texas heeft neergezet. Arnault, een van de rijkste mensen ter wereld en CEO en groot-aandeelhouder van LVMH, kent Trump al sinds de jaren tachtig, toen hij enige tijd in de V.S. woonde omdat Frankrijk ‘te socialistisch’ werd. De opening van dit atelier paste perfect in het streven van Trump om ‘banen terug te halen’ naar de V.S. Een streven waaraan LVMH zich ook had gecommitteerd. De CEO van Louis Vuiton, Burke, benadrukte overigens dat het alleen om het creëren van banen ging, en niet om een ‘politiek statement’. Destijds was er al kritiek om deze samenwerking, en nu is het allemaal in een nog lastiger daglicht komen te staan.

Maar het verklaart achteraf waarschijnlijk inderdaad dat cognac en champagne niet onder de heffingen vielen. LVMH is hier met zijn champagnemerken -Moët, Veuve Clicquot, Ruinart, etc. – en zijn cognac -Hennessy – zeer bij gebaat. Ook Franse fashion-producten werden, ondanks eerdere plannen, uitgezonderd van de heffingen als vergelding van de invoering van Franse wetgeving om grote techbedrijven te belasten.  Zo is goed te zien dat relaties tussen belangrijke zakenmannen een grotere rol kunnen spelen in de internationale politiek dan menigeen denkt. Toch nog verrassend, wat mij betreft.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Duurzaam op weg naar de toekomst

Hoewel de huidige covid-crisis ons allemaal in de greep heeft, moeten we toch ook weer vooruit kijken naar een covid-vrije toekomst. Laten we hopen dat die ooit weer komt, en dat het niet al te lang gaat duren. Als ik het zo mag inschatten, is duurzaamheid een van de belangrijkste kwesties van de komende jaren. Ik sprak afgelopen week (onder andere) hierover met Jacques Lurton – via Zoom uiteraard. Sinds het overlijden van zijn vader André in 2019, is hij verantwoordelijk voor de wijnzaken van Vignobles André Lurton in Bordeaux. Hij stelt dat de moderne wijndrinker niet meer wordt aangesproken door het ‘romantische’ van een fles wijn. Nee, men wil tegenwoordig juist alles weten, en met name hoe de wijn is geproduceerd, en of dat wel duurzaam genoeg is. Nu zullen niet alle wijndrinkers daarmee bezig zijn, maar een trend is het zeker wel.

Een bedrijf als dat van de familie Lurton moet het doen binnen de klassieke kaders, zoals met de druiven die in Bordeaux zijn toegestaan. Elders in Frankrijk is meer ruimte voor experimenteren. Op een lijst van de twintig meest inspirerende Franse wijnpersoonlijkheden van de website vitisphere.fr vinden we bijvoorbeeld een producent van wijnen bij Montauban, in de buurt van Toulouse: Mickaël Raynal. Deze heeft veel succes met een wijn op basis van souvignier gris. Deze hybride druif, een kruising van cabernet sauvignon en bonner – geen vitis vinifera dus – is pas sinds 2017 in Frankrijk toegelaten, omdat dat land zich lang tegen het gebruik van hybride druiven heeft verzet. Maar het feit dat zulke druiven resistent zijn tegen meeldauw en oïdium, en dus veel minder vaak behandeld hoeven te worden, heeft kennelijk toch de doorslag gegeven. Inmiddels mag Mikaël Raynal hem zelfs gebruiken voor de IGP Comté Tolosan van zijn Domaine de Revel – voor Frankrijk een ware revolutie.

Voor Nederland is de souvignier gris een stuk minder revolutionair. Deze roze druif wordt hier enige tijd gebruikt voor het maken van witte wijnen. Wij werden er in het verleden vaak van verdacht tegen het gebruik van hybride druiven te zijn, maar dat is toch echt een misverstand. We zijn gewoon tegen wijnen die niet lekker zijn. En het valt moeilijk te ontkennen dat in het verleden met hybride druiven gewoon geen lekkere wijnen werden gemaakt, zoals gortdroge wijnen op basis van regent. De naarste wijn van hybriden proefde ik overigens ooit in Brazilië. Absoluut ondrinkbaar, voor onze smaak althans.

Bij onze meest recente proeverij van Nederlandse wijnen, eind 2019, beoordeelden we een aantal wijnen van souvignier gris, maar ook van johanniter en solaris zonder meer positief. Het is natuurlijk ook zo dat wijnmakers steeds meer bijleren over de verzorging en de vinificatie van hybriden. En het lijkt er ook op dat steeds weer nieuwe rassen worden ontwikkeld die in smaak nog beter aansluiten bij wat we gewend zijn van ‘klassieke’ rassen. En wellicht komen er straks ook niet-hybride druiven op de markt met een betere resistentie tegen bijvoorbeeld meeldauw. Hoe dan ook, dit soort ontwikkelingen zijn veelbelovend, en van groot belang voor meer duurzaamheid in de wijnbouw, een tak van landbouw waar monocultuur en veel spuiten toch een beetje op hun eind zouden moeten lopen.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Vooruitzichten

De jaarwisseling is een moment van terugblikken en vooruitkijken.  En van goede voornemens. Nou ja, ik zal het maar eerlijk opbiechten: dry January is niets voor mij en roken heb ik al nooit gedaan. Ik denk dat ik het op mijn leeftijd met een paar glazen wijn per dag ook nog wel een tijdje kan volhouden, zonder een maand over te slaan.

Terugblikken was dit keer niet zo aantrekkelijk. 2020 was een gedenkwaardig jaar – maar niet omdat het zo positief was. Des te meer is het een moment van vooruitblikken, van nieuwe hoop, terugkeer naar ‘normaal’. Maar hoe dat ‘normaal’ er uit zal zien, en wanneer het komt, tja, dat is nog knap lastig te voorspellen.

Het is niet zo moeilijk uit te rekenen dat het niet voor de zomer zal zijn dat we weer wat rustiger kunnen ademhalen, gezien het tempo waarin de vaccinaties zullen gaan plaatsvinden. Een optimist zal vinden dat die paar maanden er ook nog wel bij kunnen. Zelf ben ik eerlijk gezegd een tikje ongeduldig, maar dat zit in mijn karakter. Maar natuurlijk ook in mijn werk. Al die onzekerheden. Hoe moet het met de proeverij van de UGCB op 8 maart? Kan ik mijn primeurproeverijen van de oogst 2020 in Bordeaux van begin april gaan plannen of niet? Natuurlijk niet van levensbelang allemaal, dat snap ik. En het belangrijkste is gezond blijven – dat voor alles.

En hoe gaan we ons straks weer gedragen als de beperkingen zijn opgeheven? Daar is al veel over gezegd en geschreven, en ook dat lijkt me lastig te voorspellen. Dat thuiswerken bijvoorbeeld de ‘norm’ wordt, dat geloof ik niet. Je kunt aan de verplaatsingscijfers van Google zien dat zelfs tijdens de huidige strenge lockdown meer mensen naar kantoor gaan dan in de eerste lockdown. De mens is een sociaal dier, en hoewel veel gemopperd wordt om ‘het kantoor’, wordt het gesprek bij de koffie-automaat met die betweterige collega toch ook gemist. En dat los van het feit dat bij veel beroepen je fysieke aanwezigheid gewoonweg noodzakelijk is.

Toch zou ik me kunnen voorstellen dat we met zijn allen ook hebben geroken aan nieuwe mogelijkheden. Misschien dat er een nieuwe balans komt tussen werken thuis en op kantoor. Voor ons meer interviews op afstand, met de flessen keurig op kantoor. Wie weet. Het werkte wel.

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een interessant artikel over het nieuwe zelfbewustzijn van restaurants. Flink wat restaurateurs hebben geïnvesteerd in een eigen webshop voor bezorgen en afhalen, zo vertelt software-ontwikkelaar Raymond Wilders van Formitable. Het bestellen van maaltijden zal ongetwijfeld weer afnemen, maar deels ook een blijvertje zijn, is het idee. Met een webshop kun je als restaurant op meer verschillende manieren je geld verdienen. Bovendien kun je uit de greep blijven van platforms die commissie vragen, zoals The Fork, Deliveroo en UberEats. Dat is naar mijn idee ook gunstig voor de klant zelf, want die commissie moet ergens van betaald worden. The Fork (voorheen Iens) bijvoorbeeld is op het eerste gezicht een website waarop consumenten gezellig restaurants beoordelen, zodat anderen daar hun voordeel mee kunnen doen. Maar het verdienmodel zit in de reserveringen. Doe je als restaurant niet mee? Dan vertelt The Fork je dat je ook kunt kiezen voor een ‘alternatief’ restaurant, dat wél via het platform kan worden gereserveerd. Een slinkse manier om toch commissie op te kunnen strijken.

Ook hebben restaurants gemerkt dat gasten bereid zijn hun maaltijden zelf op te halen, waardoor ze het gebruik van bezorgdiensten kunnen indammen. Als dit het effect is van de lockdown is, dan komt er toch nog iets goeds uit voort.

Ik wens u een goed en vooral gezond 2021, en vooral weer de vrijheid om van goede restaurants te genieten op de manier die u het fijnst vindt. Dan kan ik dat ook.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Nakomertjes

Het leven van de wijnschrijver in covid-tijd speelt zich vooral af in de eigen proefkelder. Of aan de proeftafel in de keuken, en in de zomer buiten – de fijnste plek. Reizen is er de afgelopen maanden ook niet meer bij.

Columns

Overpeinzingen op maandag: Kurk doet er toe

Afgelopen week kwam hier een eerste zending binnen uit Bordeaux van wijnen uit de jaargang 2010. Te laat helaas om ze nog dit jaar te kunnen publiceren. Met dank aan het confinement – Fransen zullen nooit Engelse woorden als lockdown overnemen. In elk geval vanuit Frans oogpunt een onvermijdelijke vertraging. De wijnen uit de Médoc moeten zelfs nog komen. Onder normale omstandigheden zou ik in oktober naar Bordeaux zijn afgereisd voor de proeverij, maar dat kon dit jaar uiteraard niet. Ondanks de vertraging, die er voor zorgt dat de wijnen pas in nummer 1 aan bod komen, is het feit op zich dat ik ze hier in alle rust kan proeven ook een soort luxe. Fijn op het gemak de wijnen vergelijken en proeven, aan de keukentafel. Het heeft wel wat.

Bij de eerste zending, van de wijnen uit Pessac-Leógnan, zaten een paar witte wijnen met een schroefdop. Onder andere grand cru classé Couhins-Lurton. Het deed me onmiddellijk terugdenken aan een discussie bij mijn laatste bezoek aan dit château met Christine Lurton van Vignobles André Lurton. Ze vertelde dat ze inmiddels waren teruggekeerd naar de klassieke kurk, omdat ‘de markt’ een schroefdop op een grand cru classé domweg niet accepteerde. Wat mij betreft jammer. Als je de 2010 nu proeft, dan zie je onmiddellijk het voordeel van de schroefdop: deze witte wijn is nog zo fris als een hoentje. Vreemd eigenlijk, van die schroefdop, want vrijwel alle topwijnen van een streek als de Wachau zijn met een schroefdop gebotteld, en kennelijk vindt niemand dat erg. Dat zegt blijkbaar iets over het type publiek dat de ene wijn of de andere koopt. Bij een grand cru classé uit de Graves is dat dan toch conservatiever, zo lijkt het.

Maar de ene kurk is de andere niet. Want dit schroefdopeffect kun je ook bereiken met een kurk, zo legde haar broer Jacques Lurton me later uit. Rond het overlijden van zijn vader André heeft hij de verantwoordelijkheid voor het wijnmaken van de châteaux van Vignobles Lurton weer op zich genomen, na een jarenlang verblijf als wijnmaker op Kangaroo Island, aan de Australische zuidkust. In zijn jonge jaren maakte hij de ’90 Couhins-Lurton, en ook deze wijn was opmerkelijk jeugdig bij een proeverij op Domaine de Chevalier. ‘We gebruikten destijds kurken met een speciale coating, waardoor ze heel dicht waren en heel strak in de fles zaten. Sommeliers vervloekten ons, want hij was bijna niet uit de fles te krijgen. Maar het effect op de wijn was vrijwel hetzelfde als dat van een schroefdop.’ Waarvan akte.

Een bekend bezwaar tegen dit effect van schroefdoppen is dat de wijnen daardoor minder ‘rijpingsaroma’s’ krijgen, die wijnen met een kurk, door de kurk zelf of door een geleidelijke oxidatie, wel krijgen. Mijn ervaring is dat het daarmee wel meevalt. Bovendien heb ik al te veel vroeg oxidatieve wijnen met een kurk geproefd om daar behoorlijk genoeg van te hebben.

Behalve dat een schroefdop ervoor zorgt dat de wijn jeugdig blijft, zorgt hij dat de wijn geen ‘kurk’ krijgt. Hoewel ‘kurk’ tegenwoordig veel minder vaak voorkomt dan vroeger, blijft het een naar probleem, dat zelfs bij lage concentraties TCA (trichlooranisol), het stofje dat die nare, muffe geur en – smaak veroorzaakt. Je neemt het waar boven de 5 nanogram/l, en het bederft een wijn volledig.

Dus, hoe weinig romantisch ook, ik ben blij met een goede schroefdop.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Een fles Merlot graag

Het gebruik – en misbruik – van sociale media is een van dé discussiepunten van de laatste tijd. Maar als we alle complottheorieën en politieke boodschappen even laten voor wat ze zijn, dan blijft er een bijzonder, volledig ‘nieuw’ en leuk medium over. Vooral een bron van vele nieuwe mogelijkheden. En dan bedoel ik niet alleen de mogelijkheid om tegenwoordig te videobellen met de kleinkinderen, iets wat ik me decennia geleden nooit had kunnen voorstellen. Prachtig hoor.

Nee, een van de grappigste fenomenen van de sociale media is de levendige handel die het oplevert. Het is nu elke dag Koningsdag, zeg maar. Iedereen wil van alles kwijt, en kan op die manier iemand vinden die hem of haar verlost van iets overbodigs. Het leukste vind ik zelf de ruilhandel. Je staat er versteld van wat je allemaal kunt ruilen tegen een fles wijn, of een paar flessen – daar zijn er hier in de kelder gelukkig voldoende van. We ruilen op die manier van alles, van keukengerei tot iets eetbaars, zoals kastanjes of zelfs truffels. En als we iets gaan ruilen voor een fles, is mijn eerste vraag natuurlijk: ‘wat wil je graag hebben?’  Het antwoord wisselt, maar ligt wel vaak in dezelfde lijn. ‘Een fles Sauvignon blanc graag.’ ‘Doe ons maar een fles Merlot’. ‘Ik heb liefst een Tempranillo.’ Die laatste is de meest avontuurlijke, maar de rode draad is dat iedereen vraagt om eendruifswijnen. Als ik er over nadenk, is dat een ontwikkeling die snel is gegaan. De tijd dat iemand je vroeg om een Bordeaux, een Beaujolais, een Rioja of een Chianti is blijkbaar definitief voorbij.

De ‘ouderwetse’ liefhebber die ik toch een beetje ben, vindt dat jammer. Tegelijk wil ik benadrukken dat ik het ook wel begrijp, want het lijkt een soort duidelijkheid te geven. In mijn ogen een soort schijnduidelijkheid, want de ene Merlot is de andere niet – om maar een voorbeeld te noemen. Wat geldt voor al deze wijnen op basis van één druif.

Bij zulke wijnen wordt zodanig de nadruk op de druif gelegd, dat de herkomst niet van belang lijkt. Merlot moet zacht en rond zijn. Sauvignon blanc exotisch en een beetje grassig. Cabernet sauvignon stevig en een beetje stoer. In feite karikaturen. Een Sauvignon blanc uit Bordeaux smaakt heel anders dan een uit Sancerre of Steiermark. Bij Chardonnay zijn de verschillen nog veel groter. Nogal een verschil of hij uit de Chablis komt of de binnenlanden van Californië.

Juist de relatie tussen wijn en terroir maakt wijn zo interessant, of de combinatie van verschillende druiven in één wijn, zoals merlot met cabernet of sauvignon blanc met sémillon. Maar hoe is dat toch uit te leggen? Je moet tot de conclusie komen dat wijn een prachtig product is, maar ook heel ingewikkeld. En dat het kopen van iets vertrouwds en bekends domweg het meest voor de hand ligt en ook iets geruststellends heeft. Daar is ook helemaal niets tegen. Het belangrijkste is dat er wijn wordt gedronken, en dat iedereen er van geniet op zijn eigen manier.

En die Merlot? Tja, die had ik zo gauw niet bij de hand. Maar de fles rode Rhône die ik er voor in de plaats gaf, viel ook prima in de smaak. Als wijn maar lekker is, dan is het altijd goed. Daar gaat het uiteindelijk om.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Andere tijden

Een van de weinige pleziertjes in deze tijd die een mens nog heeft, is de mogelijkheid vrienden te ontvangen en samen lekker te eten en mooie wijnen te drinken. Je mag zelfs weer drie mensen ontvangen, dus twee is helemaal prima. Wel aan een lange tafel natuurlijk, op anderhalve meter afstand. Heel keurig dus.

Het is fijn om even in de kelder te duiken om bijzondere flessen te zoeken. Goede wijn komt tegenwoordig van overal, maar op zo’n avond is het verleidelijk wat ‘klassieks’ op te diepen. We begonnen met een oude Champagne uit 1996, ooit een topjaar en wonderbaarlijk genoeg nog steeds goed drinkbaar. Dit soort oude champagnes heeft niet veel ‘prik’ meer, het wordt meer een bedaagde witte wijn met een tinteling. Maar als je het kunt waarderen, is het ook echt bijzonder.

Op zo’n avond moeten we toch concluderen dat de frisheid van een jonge rode Bordeaux of een fijne Barolo moeilijk te evenaren blijft. Vreemd eigenlijk. Je zou denken dat de klimaatopwarming zou leiden tot ‘warmere’ en minder spannende wijnen. Toch lijkt dat niet automatisch te gebeuren. De gedachten gaan nog even terug naar de jaren negentig, naar aanleiding van de oude champagne. De klimaatopwarming was nog maar nét begonnen en het aantal goede jaren in de klassieke wijnstreken was op één hand te tellen. Voor de champagne was 1996 na 1990 met 1995 de eerste goede jaargang van het decennium. Ook in Bordeaux waren ’95 en ’96 vrij goede jaren, maar naast ’98 en ’99 voor sommige wijnen was het geen groots decennium. In ’97 werden veel wijnen geplaagd door dat typische ‘paprika’-geurtje, veroorzaakt door pyrazine, de geur van onrijpe druiven. Dat zijn we sindsdien niet meer in die mate tegengekomen.

De realiteit is dat de warmere decennia daarna gewoon betere jaren en betere wijnen hebben opgeleverd. Voor de klassieke streken was het in het verleden vaak knokken om rijpe druiven te oogsten, en nu is het misschien knokken om geen overrijpe druiven te oogsten. Maar dat lukt meestal prima. Een belangrijke verandering is misschien vooral dat -anders dan vroeger-  de warmste jaren niet meer de beste jaren zijn. Hete jaargangen als 2000, 2003 of 2009 zijn de ‘mindere’ jaren van tegenwoordig. Eigenlijk de omgekeerde wereld. Je moet er even aan wennen, dat wel. Maar de paar absolute topjaren – in Bordeaux 2010 en 2016 – liegen niet. Waarmee ik overigens helemaal niet wil zeggen dat klimaatverandering niet bedreigend zou zijn – want dat is het op lange termijn zeker wel.

Maar op de korte termijn is het effect op de wijnen in niet te warme jaren positief. Onze Barolo uit 2015 was misschien niet zo getypeerd, wat voller en rijker dan we gewend waren. Maar het betekent ook dat dit soort Barolo’s – en ook jonge Bordeaux – veel jonger kunnen worden gedronken. Leve de ongeduldigen – inclusief wijzelf. Een vreemde, en eigenlijk nogal ongemakkelijke waarheid.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen op maandag: Vooroordelen

Lastige tijd, deze COVID-periode. Zelfs ‘gewoon’ je verjaardag vieren is er niet bij. Nou ja, je mag twee personen per keer ontvangen, dus als je een beetje familie en kinderen hebt, en nog wat vrienden, dan ben je behoorlijk lang bezig met vieren. Maar ach, we ploeteren voort, en blijven vooral ook voorzichtig, want het gaat niet alleen om regels, maar ook om je gezondheid. Maar je wilt toch wel ook iedereen graag even zien.

Heerlijk om even bij te praten, over van alles en nog wat. Over wijn natuurlijk, maar niet alleen maar over wijn, uiteraard. Toch is er altijd wel die kleine neiging om het allemaal nog even uit te leggen. Bijvoorbeeld als er wijn uit de kelder komt waar een, laten we zeggen, klein vooroordeel tegen bestaat. Dat gebeurde onlangs met Chardonnay. ‘Hm’, was de reactie. ‘Ik houd niet zo van Chardonnay, en zeker niet van houtgerijpte Chardonnay.’ Dat vraagt om een vriendelijk commentaar, laten we maar zeggen. Ondertussen schonk ik een glas Blanc de Blancs champagne in. ‘Lekker, heerlijk zo’n fijn glas champagne.’ Ik was het er roerend mee eens. En een leuk inkoppertje. ‘Zo zie je maar. 100% chardonnay, een basiswijn die op hout werd gerijpt, en toch heel lekker.’ Ach, het is een uitvloeisel van het idee dat vaak wordt gedacht dat alle ‘Merlot’, ‘Chardonnay’ of wat voor wijn van welke druif dan ook zo’n beetje hetzelfde karakter heeft. Het is allemaal niet zo erg, het is gewoon dat op zo’n moment die onverbeterlijke betweter in mij weer even de kop opsteekt.

Maar uiteindelijk zette het commentaar me wel aan het denken. Vooral ook omdat ik het niet voor de eerste keer hoorde. Als groot liefhebber van mooie witte Bourgognes kon ik het ook niet helemaal vatten. Toevallig zat ik van de week te genieten van een glas Jordan Nine Yards Chardonnay uit Stellenbosch. Een geweldige wijn, een van de wijnen die goed scoorden bij de proeverijen van onze komende koopgids. Maar ook het prototype van zo’n vette en houtgerijpte Chardonnay dat in sommige kringen zo’n afschuw oproept.

Maar wie kan mij nu eens uitleggen wat er mis is met dit ‘ouderwetse’ type houtgerijpte Chardonnay? Waarom moeten dit soort wijnen toch altijd aan modetrends onderhevig zijn? Elke wijnmaker die je het vraagt, verzekert je dat chardonnay en hout dikke vrienden zijn. In balans, uiteraard, want een dunne Chardonnay met veel hout is zinloos.  Nu zijn er wijnmakers in streken als Stellenbosch en in koele streken van Australië die krampachtig proberen om lichte, frisse ‘unwooded’ Chardonnays te maken om maar aan deze vloek te ontsnappen. Of die in arren moede hun chardonnay maar rooien, omdat hippe sommeliers hun vette Chardonnays niet blieven.  Mag ik even op de reset-knop drukken? Leve de rijke en krachtige, houtgerijpte Chardonnay. Ik hoop nog lang van je te genieten.

Ronald de Groot

1 2 3 4 62
Page 2 of 62