Columns

Columns

Ongefilterd: Hoge hakken aan de wijn

Hoge_hakken_aan_de_wijn150.jpg
Was will das Weib? Sigmund Freud is er zijn leven lang niet uitgekomen wat vrouwen willen. En hoe ze in elkaar zitten. Misschien stelde hij zich wel een onmogelijk te beantwoorden vraag. Immers, “een damesmood is voor mannen vaak niet te begrijpen”, zo lazen we op vrouwonline.nl. Wie ben ik dan om een oordeel te geven over een uitgave die gepresenteerd wordt als ‘wijnboek voor vrouwen’? Ik ben namelijk een man, zij het wel van de vrouwvriendelijke soort. En de schrijfster van het boekje benaderde zelf de redactie van Perswijn met het verzoek om aandacht aan haar opus te schenken. Ze heeft er dus zelf om gevraagd. We hebben het over Hoge hakken aan de wijn van Minta Nicolaï.

Hoge_hakken_aan_de_wijn300.jpg
Was will das Weib? Sigmund Freud is er zijn leven lang niet uitgekomen wat vrouwen willen. En hoe ze in elkaar zitten. Misschien stelde hij zich wel een onmogelijk te beantwoorden vraag. Immers, “een damesmood is voor mannen vaak niet te begrijpen”, zo lazen we op vrouwonline.nl. Wie ben ik dan om een oordeel te geven over een uitgave die gepresenteerd wordt als ‘wijnboek voor vrouwen’? Ik ben namelijk een man, zij het wel van de vrouwvriendelijke soort. En de schrijfster van het boekje benaderde zelf de redactie van Perswijn met het verzoek om aandacht aan haar opus te schenken. Ze heeft er dus zelf om gevraagd. We hebben het over Hoge hakken aan de wijn van Minta Nicolaï.

Volgens het nogal opgewonden persbericht van uitgever mo’media ‘een inhoudelijk gedegen wijnboek met een eigentijdse uitstraling’. Dat belooft dus wat! Of doet misschien al het ergste vermoeden. Wijn voor vrouwen, die ondoorgrondelijke wezens met gebruiksaanwijzing. Vrouwen zouden zich bij hun wijnaankoop door andere criteria laten leiden dan die vermaledijde mannen die zo lang het wijnwereldje domineerden. Vooral de vraag: wat voor wijn drinken we bij het eten? zou daarbij belangrijk zijn. En met wie? Lifestyle, en zo.

Minta Nicolaï, een ‘ambitieuze vinologe’ die volgens de uitgever ook een aanvullende cursus ‘matchen’ bij Peter Klosse volgde (!), heeft dat thema uitgewerkt aan de hand van diverse consumptiemomenten en ‘moods’. Zo heet dat tegenwoordig als er vrouwen in het spel zijn. Wijn als emotie dus. Het moet gezegd worden ze dat op een leuke manier heeft proberen te doen door er een heel persoonlijk verhaal van te maken. Ook is zij zelf talloze malen te zien op de foto’s in het boek. In fel realistische drinksituaties in de tuin, op het terras, voor de tv, in bed, tijdens de picknick etc. Het lijkt me een leuke meid om eens een keer een fles mee te legen.

We zouden het dan eens kunnen hebben over de definitie van ‘inhoudelijk gedegen’ wijnboeken. Want dat is Hoge hakken aan de wijn allerminst. Ik weet niet hoe haar uitgever de intellectuele capaciteiten van wijndrinkende (jonge) vrouwen inschat, maar het boek stemde me in dat op zicht niet vrolijk. In tegendeel, het lijkt wel bestemd voor middelmatig begaafde bakvisjes die zich moeilijk kunnen concentreren op het lezen van langere teksten en het verwerken van informatie met enige diepgang. Geschreven in een Jip-en-Jannekeachtig Nederlands, doorspekt met allerlei onnodig Engels. Favourites, wonderful white wines, what’s your style…. Is dat soms bedoeld om maar zo trendy mogelijk over te komen? En hoe ver kun je gaan bij het versimpelen van een complex onderwerp als wijn? Halve kennis is zo mogelijk nog gevaarlijker dan geen kennis. Want misleidend. Of ontbrak het de schrijfster zelf aan voldoende referentie en expertise? Haar uitleg hoe wijn gemaakt wordt en hoe je er mee om moet zorgt regelmatig voor tenenkrommende situaties.

Ter illustratie wat voorbeelden van dubieuze beweringen en omissies. Waarom bij de geschiedenis van de wijn wel clichématig Romeinen noemen, maar de hele 20e eeuw overslaan? Sinds wanneer ademen wijnen? Waarom in een beginnerboekje praten over decanteren? En vergeten karafferen ook aan te bevelen bij re-duc-tie-ve (moeilijk woord) witte wijnen? Gaan witte wijnen pas op hout na vergisting op staal? Wel eens gehoord van de term barrel fermented? Zijn houtsnippers alleen in Australië populair. Zijn er alleen maar wijnroutes in Frankrijk? Wel eens in Duitsland geweest? Met nota bene heel veel ‘Wellness’ voor dames! Drinken we complexe rode wijnen graag op 18 à 20 graden? Bordeaux = Médoc? Wel eens gehoord van Franse gebieden als Loire of Bourgogne? Is Duitsland alleen maar Mosel? En wat moeten we ons voorstellen bij een druif met de naam ‘tasca’ die alleen op Sicilië zou voorkomen? We kennen daar alleen een producent Tasca d’Almerita. Wijn uit Margaux zou ‘licht’ zijn? Een schroefdop zou geen zuurstof kunnen doorlaten? Is Santiago een Chileens wijngebied? Waarom wel prosecco noemen, spumante niet? Waarom lezeressen lastigvallen met een bijna inhoudsloos geworden begrip als VDQS maar vergeten uit te leggen waar IGT voor staat? En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Gelukkig bevat het boekje ook de nodige recepten voor bepaalde drinkmomenten, tot aan het antikaterontbijt aan toe! Dan kun je als lezer(es) af en toe even op adem komen. Bij die gerechten en momenten recepten adviseert ze haar favoriete wijnen aan de hand van een aantal hoofdstijlen. Dat is allemaal best leuk en aardig, zij het niet echt origineel. Het zou me trouwens niet verbazen wanneer er bij het bedenken van het boekconcept bladenmaaksters mee in het spel geweest zijn. Onbedoeld hilarisch wordt het wel wanneer je leest aan wat voor wijnen je moet denken in het kader van de ‘zakenlunch’. Daar gaat ‘ie: Arrogant Frog van Gall&Gall, Farnese Primitivo van Albert Heijn en Fitou van de HEMA, die en passant wordt aangeduid als Coteaux du Languedoc. Daar kun je als jonge carrièrevrouw nog eens mee aankomen bij een sommelier. En indruk mee maken op je zakenrelaties. Toch staat het er echt zo…

Een ongeluk komt zelden alleen. Zie de vele slordigheden als gevolg van een lakse eindredactie. Correcte spelling van namen, al dan niet met accenten, had kennelijk geen prioriteit, getuige missers als millesimé, Drankenkloof (i.p.v. Drakenkloof!), Gewutztraminer, chardonay, marriage, cuvée close, traditionel, Chateauneuf… Help! Help!! Help!!!

Wijndrinkende vrouwen verdienen beter dan een uitgave als Hoge hakken aan de wijn. Ze moeten om te beginnen eens serieus genomen worden door hun seksegenoten. Minta is bij deze uitgenodigd voor een lunch met echte wijnen.

Minta Nicolaï:

Hoge hakken aan de wijn

mo’media, 2008

144 pagina’s, geïllustreerd

ISBN 978-90-5767-326-9

Prijs: € 14,95

René van Heusden

Columns

De wijnen van L’Abbaye de Lérins

Vanuit de lucht, vlak voor de landing op het vliegveld van  Nice, kun je ze goed zien liggen: de Iles de Lérins, twee eilanden in de baai van Cannes. Op het kleinste eiland, Saint Honorat, ligt het klooster van Lérins, waar 26 monniken wonen, werken en wijn maken.
Stel dat u op vakantie gaat naar de Rivièra. Als uw vliegtuig het vliegveld van Nice zoals te doen gebruikelijk vanuit het westen aanvliegt, ziet u ze al liggen, de Iles de Lérins, twee eilandjes in het blauw en turkoois van de baai van Cannes. Het grootste is Sainte Marguerite, een aardige bestemming voor een middagje wandelen. Interessanter echter is het veel kleinere Saint Honorat. Het heeft is een fort dat tussen 1050 en het einde van de 14e eeuw is gebouwd om het eiland tegen de Saracenen te verdedigen. Ook zijn er enkele kerkjes en kapelletjes te vinden en twee in opdracht van Napoléon Bonaparte gebouwde ovens om kanonskogels te maken. De grootste attractie is het prachtige klooster van Lérins, waar 26 monniken wonen, werken en wijn maken.

Beproeving

De monniken verblijven er al sinds 405, toen Saint Honorat en zijn volgelingen er neerstreken. Wijn wordt op het eiland sinds de middeleeuwen gemaakt volgens het benedictijner motto ‘ora et labora‘, oftewel ‘bid en werk’. Toen broeder Marie Pacques hier bijna 25 jaar geleden arriveerde, was die wijn echter van slechte kwaliteit. Zo erg zelfs, vertelde hij me tijdens een recent bezoek, dat de flessen tijdens het avondeten ongeopend bleven staan. De monniken van Saint Honorat spreken tijdens de maaltijd niet, maar u kunt zich misschien de blikken voorstellen als er weer zo’n fles Château Migraine op tafel kwam.

Nieuw begin

Zo’n 20 jaar geleden kwam daar verandering in. Hoe, daar zwijgt broeder Marie Pacques over. Ik weet dus niet hoe het precies in zijn werk is gegaan, maar ik stel mij zo voor dat een van de monniken al zwijgend met zijn vuist op tafel sloeg en wijzend naar de flessen die daar stonden duidelijk wist te maken dat het zo niet langer kon. Het gevolg was dat er werd geïnvesteerd uit de donaties die de abdij ontvangt en zonder welke er geen bestaansmogelijkheid zou zijn. Daarnaast moest er natuurlijk hard gewerkt worden – monnikenwerk, inderdaad – aan het herplanten van vrijwel alle oude wijngaarden en de creatie van enkele nieuwe. Een aantal kwalitatief hoogwaardige oude wijnstokken op een 0,3 hectare stukje grond kon gelukkig nog behouden blijven. Deze wijnstokken dragen druiven die voor wijnen van een bijzondere finesse zorgen.

Ferry_2.jpg

Een wonder

En nu, twee decennia later lijkt het erop alsof er op dit kleine eiland een godswonder is geschied. Wie weet? Of is het te danken aan broeder Bernard die hier al weer 23 jaar is en de verantwoording heeft voor de 7,6 hectare wijngaarden. Recentelijk nog een hectare extra geschikt gemaakt voor wijnbouw. Voor de witte wijnen is er 1,6 hectare met chardonnay en 1,8 met clairette. Het merendeel van de blauwe druiven bestaat uit syrah, die voor heerlijk warmbloedige, volle wijnen zorgt waarin je als het ware de zon kan proeven. Verrassend genoeg is broeder Bernard een paar jaar geleden ook begonnen met het planten van pinot noir. De eerste oogst daarvan, die overigens niet op de markt gebracht is, resulteerde in een heerlijk frisse en fruitige wijn. Zegt broeder Marie Pacques. Ik zal hem wel moeten geloven, want de wijn zelf drinken is bijna onmogelijk. Jacques Chibois, de tweesterren chef die eigenaar is van La Bastide Saint-Antoine in het parfumplaatsje Grasse, koopt de gehele voorraad Pinot Noir op om de wijn vervolgens voor een schrikbarend bedrag op de kaart te zetten…

Vinificatie

De vinificatie wordt geleid door broeder Marie – een andere dan Marie Pacques – die met zijn 16 jaren op Saint Honorat een relatief nieuw gezicht op het eiland is. Hij heeft de noodzakelijke opleiding gevolgd aan het Lycée Agricole in Hyères, wordt geassisteerd door oenoloog Emmanuel Baugnet en krijgt advies van twee Franse zwaargewichten, Eric Verdier en Jean Lenoir. De oogst vindt over het algemeen plaats vanaf begin september en duurt zo’n vijf weken. Alle monniken moeten aan de bak en daarnaast zorgen vrijwilligers van het vasteland ervoor dat alle druiven correct én op tijd worden geplukt. Alle wijnen krijgen tijd om te rijpen in nieuwe eiken vaten, de witte tussen de zes en tien maanden en de rode tenminste een jaar en vaak nog enkele maanden langer.

Liefdewerk

Het resultaat van al dat werk mag er zijn. Er worden bijna 37500 flessen wijn geproduceerd, niet veel gezien de aanplant, maar mede door de lage opbrengst zijn de wijnen van buitengewone kwaliteit. De professionele Franse wijnbladen besteden graag aandacht aan dit wonder op kleine schaal. De oogst raakt dan ook redelijk snel uitverkocht. De helft wordt verkocht in de boetiek op het eiland en direct aan belangstellenden en zo’n 40% gaat naar wijnhandelaren, restaurants en hotels. Een paar duizend flessen worden geëxporteerd. Het is voor de monniken van levensbelang dat hun wijnen verkocht worden, want er zijn hoge kosten verbonden aan de productie ervan. De bescheiden winsten worden gebruikt om projecten elders van de grond te krijgen, zoals de bouw van een klooster in Nha-Trang in het zuiden van Vietnam.

De vrienden van Saint Honorat

Gelukkig bestaat er een Club des Amis du Vignoble de Saint Honorat, waarvan je voor een luttel bedrag lid kan worden. Een mailtje aan mariepacques@abbayedelerins.com volstaat. Zo steun je een heel goed doel en kun je als tegenprestatie wijnen en primeur kopen tegen een gereduceerde prijs en aanwezig zijn op de wijnbijeenkomsten die enkele keren per jaar door de monniken worden georganiseerd. Deze omvatten een rondleiding in het klooster, bezoek aan de wijngaarden en de kelder, een ‘moment van reflectie’, een wijnproeverij én een maaltijd met Marie Pacques en zijn medebroeders. Werkelijk een onvergetelijke belevenis!

Spiritueel

De wijnen zijn niet goedkoop, maar de ‘spirituele’ prijzen van € 20 tot € 51 reflecteren wel de kwaliteit van het monnikenwerk. Ook worden diverse likeuren geproduceerd en een magnifieke Marc de Provence (€ 20). Broeder Marie Pacques is daarnaast bijzonder trots op zijn laatste product, Lérincello, een verfrissende likeur van citroenen uit Menton (€ 42) die zeer de moeite waard is als digestief. De Eau-de-Vie de Provence is met € 21 een koopje.

Behalve op het eiland zelf zijn de wijnen ook te vinden in enkele van de beroemdste restaurants in de regio, zoals La Colombe d’Or, Martinez, Josy Jo, Le Mas Candille en het al genoemde La Bastide de Saint-Antoine.

Ferry de Bakker

Columns

Château Simone, een juweeltje bij Aix

Ferry de Bakker (oogstjaar 1948) proeft, drinkt en verzamelt al bijna 45 jaar vol passie wijnen. Nu woont hij in het Zuid-Franse Cannes en schrijft hij regelmatig over wijn en gedistilleerd. Zijn eerste artikel voor Perswijn gaat over Château Simone, waar Ferry de voetstappen van Mitterand en Churchill volgt.

Ferry-groot_1.jpg
Het minste wat je van Château Simone kunt zeggen is dat het door de jaren heen tal van beroemde gasten op bezoek heeft gehad. Winston Churchill kwam er graag om de wijnen te proeven en in de 16e eeuwse kelders oudere jaargangen te ontdekken. De toenmalige president Mitterand stond erop om er een diner te nuttigen. Een andere Franse president, de inmiddels al lang vergeten Vincent Auriol, bezocht Château Simone om er tijdens een ontvangst van de wijnen te genieten. Het gastenboek doorbladerend krijg je het gevoel dat grootheden uit de muziekwereld zo mogelijk nog belangrijker gasten zijn voor de familie Rougier, eigenaars van Château Simone. Herbert von Karajan, Karl Münchinger en de Amerikaanse sopraan Teresa Stich-Randall, het zijn slechts enkele illustere namen die je daar vindt. De reden is wellicht dat zowel vader René als zoon Jean-François zelf gepassioneerde amateurmusici zijn.

Demoiselle de Simon

Het waren karmelieten, les moines Grands Carmes d’Aix, die in loop van de 16e eeuw een aantal wijngaarden aanlegden. Daarnaast begonnen zij met de bouw van een Provençaalse bastide en met het uithakken van de rotsen om kelders aan te leggen. Twee eeuwen later wonen de karmelieten er plotseling samen met een familie genaamd De Pascalis. Een deel van de wijngaarden draagt tegenwoordig nog die naam. En dan komen we opeens een zekere Demoiselle de Simon in de geschiedenisboeken tegen. Naar het zich laat raden hebben we aan haar de naam van dit wijndomein te danken.

Uithuilen en opnieuw beginnen

In de 19e eeuw verschijnt de familie Rougier op het toneel en wordt eigenaar van Château Simone. In 1860 worden de wijngaarden helaas getroffen door de gevreesde phylloxera, die de wijnranken van Château Simone totaal verwoestte. Deze druifluis, door toeval naar Europa gebracht via Amerikaanse wijnranken, vernietigde in de tweede helft van de 19e eeuw vrijwel alle wijngaarden in de oude wereld. De Rougiers konden weer opnieuw beginnen en plantten wijnranken die beter bestand bleken tegen de phylloxera. Zij renoveerden het kasteel met hulp van de architect Cantini en bouwden in 1880 ook nog een prachtige kleine kapel. Het kasteel met de bijhorende gebouwen zijn altijd uitmuntend onderhouden en omgeven door een fraaie tuin. In 1918 moderniseerde de grootvader van René Rougier het domein en kocht verticale, hydraulische persen. Ze worden nog steeds gebruikt.

Appellation Palette Contrôlée

Château Simone ligt vlak bij de dorpjes Palette en Meyreuil, zo’n 9 kilometer van Aix-en-Provence verwijderd. Simone is niet het enige wijndomein aldaar, maar wel verreweg het grootste. De productie omvat het leeuwendeel van wat er in de kleinste appellation contrôlée van Zuid-Frankrijk geproduceerd wordt. Het was, zoals voorspelbaar, de familie Rougier, die zich sterk maakte voor de officiële status van een appellation contrôlée. Naar typisch Frans gebruik vroegen ze die in 1947 voor Château Simone zelf aan. Dat feest ging voor hen helaas niet door, maar het Franse Institut National des Appellations d’Origine (IANO) kende op 28 april 1948 wel de appellation toe aan het kleine wijngebied Palette.

Traditionele methoden

René Rougier, die in 1952 oud genoeg was om in de wijngaarden van zijn Château Simone te gaan werken, heeft in al die jaren nimmer een wijnrank uit de grond getrokken. Hij kent de waarde van vieilles vignes en is er in die jaren in geslaagd de gemiddelde leeftijd ervan op zo’n 50 jaar te houden. Een aantal ervan is zelfs meer dan 100 jaar oud. Zijn zoon Jean-François heeft inmiddels de leiding van het wijndomein overgenomen en is daarmee de achtste generatie Rougier geworden die dat doet.

De Rougiers hechten zeer aan de traditionele wijze van het wijnmaken, inclusief een lange fermentatie in cementen en roestvrijstalen vaten. Daarna rijpen de rode en ook de witte wijnen eerst een jaar in foudres, grote houten fusten die ook in Bandol worden gebruikt. Tot slot ligt de wijn nog ruim een jaar in gebruikte barriques, vaten van 225 liter, die Rougier bij de topchâteaux in de Médoc op de kop tikt. Op deze wijze krijgen de wijnen ‘les qualités de leur noble origine‘, zoals René Rougier uitlegt.

Wijngaarden op noordelijke hellingen

De appellation Palette beslaat slechts 23 hectare, waarvan er 17 toebehoren toe aan Château Simone. De wijngaarden liggen in een gebied met pijnboomwouden en, zeer ongebruikelijk, op noordelijke hellingen. Zon is er hier al genoeg. Vanuit de tuin van het kasteel zie je zo’n 15 hectare liggen. Verderop zijn er nog 2 hectare grond die in 1982 zijn beplant. De kans dat men in Palette bossen zal kappen om meer wijngaarden te creëren is gelukkig zeer gering, zodat de schoonheid van de streek voorlopig verzekerd zal blijven. In de wijngaarden kom je vooral grenache en mourvèdre tegen, die de basis voor de rode en de rosé wijn zijn. Verder zijn er de usual suspects zoals syrah, cinsault en carignan, maar ook onbekende variëteiten als castet en manosquin. De druiven voor de witte wijn zijn vooral clairette en, in mindere mate, grenache blanc.

Zeldzaam

Vrijwel alle kenners enthousiast zijn over de wijnen van de familie Rougier. Handelsmerk is hun ongewoon lange levensduur. De rode kenmerkt zich door zijn complexiteit, terwijl de onalledaagse witte werkelijk fabuleus is en wel 30 jaar oud kan worden! Zelfs de kruidige en stevige rosé kan best een jaar of 10 mee.

Het prachtig ouderwetse etiket is ontworpen door twee ooms van de familie. Zij hebben de voor het domein zo belangrijke Mont Sainte-Victoire erop getekend, hoewel de werkelijke ligging anders is. Maar ach, dat moet kunnen. Op een collerette, een traditioneel bandje dat de hals van de fles siert staan het jaartal en de woorden Grand Cru de Provence. Aan deze zeldzame wijnen hangt natuurlijk een behoorlijk, zij het niet overdreven, prijskaartje. Ze zijn in Nederland verkrijgbaar bij de winkels van De Gouden Ton voor € 34,50.

Het kasteel, de kelders, de tuinen, de wijnen en vooral ook de bijzondere sfeer maken een bezoek aan het wijngoed zelf ook zeer de moeite waard.

www.chateau-simone.fr

www.degoudenton.nl

Ferry_klein.jpg
Ferry de Bakker (oogstjaar 1948) proeft, drinkt en verzamelt al bijna 45 jaar vol passie wijnen. Hij werkte en woonde in verschillende landen in Europa, Azië en het Midden-Oosten en besloot zich in 1999 in het zuiden van Frankrijk te vestigen. Hij schrijft, als hobby, zowel in het Nederlands als Engels over wijn en gedistilleerd. Verder is hij mede-eigenaar en directielid van het kleine cognachuis La Gabare, dat voornamelijk zeldzame jaartalcognacs op de markt brengt.

Columns

Oogstjaar 2003

Het was een raar jaar, 2003. In de Champagne zorgde hagel in de lente voor een kleine oogst, de hete zomer voor heel rijpe druiven met relatief weinig zuren. Dit was natuurlijk niet alleen in Frankrijk het geval, maar in zo’n beetje alle Europese wijnproducerende gebieden. Tijdens deze warme zomer was ik na mijn werk bijna dagelijks op het strand te vinden en feestte ik er vrolijk op los als jonge vrijgezel.

Stephanie_groot.jpg
Het was een raar jaar, 2003. In de Champagne zorgde hagel in de lente voor een kleine oogst, de hete zomer voor heel rijpe druiven met relatief weinig zuren. Dit was natuurlijk niet alleen in Frankrijk het geval, maar in zo’n beetje alle Europese wijnproducerende gebieden.

Tijdens deze warme zomer was ik na mijn werk bijna dagelijks op het strand te vinden en feestte ik er vrolijk op los als jonge vrijgezel. Ik solliciteerde bij het Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne (CIVC) en werd aangenomen. In november ging ik – ter voorbereiding op mijn nieuwe baan als champagneambassadrice – naar Champagne aan Zee en viel als een blok voor de charmante ‘ober’ die me tijdens de lunch voortdurend van champagne voorzag.

Ook in de Champagne is 2003 nog steeds een veelbesproken jaar. Het maken van een goede assemblage met 2003 als basis was niet eenvoudig: de wijn bevat veel minder zuren, rijpt hierdoor anders en oudert sneller.

Maar weinig producenten hebben van dit rare jaar een millésimé gemaakt, simpelweg omdat er niet genoeg druiven waren. Een deel van de oogst van een groot champagnehuis is zelfs gejat, zo hectisch ging het er aan toe. Maar de producenten die het zich konden veroorloven om van dit vreemde goedje een aparte fles uit te brengen, probeerden dat wel, al was het alleen maar bij wijze van experiment. Veel huizen laten een millésimé veel langer rijpen dan de verplichte drie jaar. Zo zijn 1998, 2000 en 2002 op dit moment gangbare jaartalchampagnes. Omdat 2003 zich zo anders ontwikkelt, zijn er wel al een paar te vinden. De wijn rijpt sneller omdat er door het warme weer veel minder zuren in de druiven zaten en veel meer suikers. Hierdoor komt de wijn soms belegen over. De 2003 is daarom een wijn die niet heel lang bewaard kan worden en eerder op de markt komt.

Afgelopen voorjaar was ik met een groep sommeliers in de Champagne. Ik raakte in de ban dit veelbesproken jaar! In Reims holde ik winkel in, winkel uit. Hier vond ik zelfs een rosé 2003! En in Epernay heb ik al mijn charmes in de strijd moeten gooien om bij een restauranteigenaar zijn laatste fles 2003 los te peuteren. De groep kreeg mijn hartstochtelijke passie voor 2003 in de gaten en er werd weer flink geschaterd als een van de producenten over dat jaar begon. Handig, want ik had er ineens een heel stel speurneuzen bij die me hielpen sjouwen als ik weer eens een winkel had geplunderd en meer had gekocht dan ik kon dragen. Zelfs een importeur kreeg lucht van mijn 2003-zucht en stuurde me een fles!

Mijn mooie Champagne 2003 collectie, waarvoor ik me suf geshopt heb, mijn armen uit mijn lijf heb lopen sjouwen en zelfs een bus sommeliers heb ingezet, is al verdwenen. Helemaal op. Begin juli 2008 – de dag dat net zo tropisch warm was als in 2003 – trouwde ik met mijn droomober in het Amsterdamse Vondelpark en hebben we ze met vijf man en twee hond sterk lekker opgedronken. Op naar de volgende collectie…

Stephanie Dumoulin – van Rantwijk

Columns

Zoet

Stéphanie van Rantwijk verbaast zich: ze dacht dat de liefhebbers van een zoet, wit wijntje waren uitgestorven, net als de voorkeur voor witte wijn met 7-up en kleine meisjesbier. Daar staat ze, alleen en verlaten achter een proeftafel vol heerlijkheden die niemand wil drinken.
Zoet

‘Heeft u ook zoete witte wijn?’

‘Euh, nee mevrouw, het spijt me. Ik heb wel een heel mooie kruidige wijn voor u.’

‘Nee, laat dan maar.’

Daar sta ik dan, in de brandende zon met een proeftafel met zes serieuze wijnen op een landgoed waar een bedrijfsuitje plaatsvindt. Overigens is niet het hele bedrijf van de partij… het gaat om een paar afdelingen. En dat heeft verwarring geschept. Ik had het niveau heel hoog ingeschat en had de avond daarvoor alle wijnen nog goed bestudeerd.

Ze bestaan dus nog, zoetewittewijndrinkers. En dan heb ik het niet over een prachtige Sauternes of andere mooie dessertwijn, maar over lichte, zoete witte wijn zoals je oma hem dronk. Misschien begin ik toch gedeformeerd te raken, want ik dacht dat we het zoete tijdperk achter ons hadden gelaten. In de tijd dat ik als student in de horeca werkte, was ik eigenlijk al verbaasd als een volwassene om een spritser vroeg, witte wijn met 7-up.

Het doet me denken aan de tijd dat ik voor het eerst uit mocht. Met ons gezin stonden we op een camping à la ferme en dan mocht ik met mijn broer mee naar de dichtstbijzijnde grote camping waar een disco was. Ik dronk toen demi-fraise: bier van de tap waar een scheut aardbeiengrenadine in gekiept is. Kleinemeisjesbier dus, ook al dronken de jongens het ook. De Franse jongens welteverstaan; de Nederlandse jongens dronken écht bier. Wijn met limonade heb ik nooit geprobeerd. En kir heb ik altijd zonde gevonden.

De ongewone witte wijn uit de Languedoc die ik nu bij me heb, is niet zoet en valt dan ook niet in de smaak. De garrigue springt eruit: tijm, rozemarijn, lavendel en oregano. Het zit er allemaal in en dat ruik en proef je. Had ik ‘m in een zwart glas voor mijn neus gekregen, dan had ik hem waarschijnlijk voor rood aangezien. Verder staan er twee rode ‘zomerwijnen’ die je slightly chilled moet drinken. Dat vindt men hier ook maar raar. Door de frisse stijl zijn ze uitermate geschikt om bij salades te schenken met parmaham en gegrilde asperges. Een rode wijn met kenmerken van wit, die daarom ook goed bij een barbecue past.

Mijn proeftafel heeft dus veel te bieden. Maar zoete witte wijn ontbreekt en zo blijft het rustig aan mijn tafel.

Stéphanie van Rantwijk

Columns

Column: Oude knar

Bordeaux is voor oude knarren. Mijn vader vond ik altijd een ouderwetse brombeer: wijn moet rood zijn en alleen als–ie uit de Bordeaux komt, mag het wat kosten. Zijn glaasje Pomerol dronk hij dan, samen met mijn moeder, na het eten bij de open haard. Het plaatje klopt helemaal met de schets die het Wijn Informatiecentrum jaarlijks maakt van de verschillende generaties wijnconsumenten.
Bordeaux is voor oude knarren. Mijn vader vond ik altijd een ouderwetse brombeer: wijn moet rood zijn en alleen als–ie uit de Bordeaux komt, mag het wat kosten. Zijn glaasje Pomerol dronk hij dan, samen met mijn moeder, na het eten bij de open haard. Het plaatje klopt helemaal met de schets die het Wijn Informatiecentrum jaarlijks maakt van de verschillende generaties wijnconsumenten.

Nee, niets voor mij, dat suffe gedoe, geef mij maar lekker wit en het mag overal ter wereld gemaakt zijn…. Maar liever niet in de Bordeaux.

Totdat ik er onlangs was, in de Bordeaux. Toen piepte ik wel anders. Ik mocht mee op reis met de Wijnacademie. Een bus vol met aanstaande vinologen en hun gepassioneerde docenten. Wat een intens mooie streek en wat wordt druivensap daar fabuleus omgetoverd tot wijn.

En niks suffe oude lullen, maar leuke gepassioneerde wijnproducenten die me in een paar dagen hebben omgevormd tot Bordeauxfan. En niks stoffige flessen in een oude kelder, maar superschone en prachtige gebouwen waar je van de grond kunt eten. Stroeve, moeilijke wijnen verwachtte ik en veel rood vlees. Wat bleek, weinig rood vlees, maar er kwaakt in de hele streek geen enkel eendje meer: die heeft de club vinologen in spe soldaat gemaakt. En ook de narrige stroeve wijnen bleven uit. Ik werd verrast door zachte soepele wijn met veel fruit, die zelfs jong al heel mooi was.

Eén iemand in het bijzonder, heeft mijn hart doen smelten voor Bordeaux…

Op het programma stond een college over terroir van een professor, wiens naam ik wel kende, maar van wie ik nog nooit een foto had gezien (inmiddels staat er overigens keurig een foto van hem op deze site). Volgens mijn Bordeauxbeeld moest dat een oude knar zijn, met een hautaine blik, verwilderd grijs haar, in een smoezelig pak, tweedelig omdat het derde deel niet meer past. Maar nee… Er stond een slanke donkerblonde man in een spijkerbroek op stoere filaschoenen voor de klas. En mijn nachtmerrie van een saai college werd een bijzondere belevenis die mij tot vlijtige leerling maakte die pagina’s volpende. Wat er zo bijzonder aan was, is dat deze professor absoluut niet uit de hoogte deed en juist in zo begrijpelijke taal kon uitleggen en vertellen over onderzoek dat hij heeft gedaan en nog doet aan de universiteit van Bordeaux. Hij zorgde ervoor dat de Bordeaux voor ons ging leven en dat we er een stukje van konden bevatten.

Op de terugweg in de bus vertelde een reisgenote dat ze elke avond met haar man even bij de open haard een glas wijn drinkt en de dag bespreekt. Jee, wat zou ik graag een open haard hebben, om lekker een glaasje St-Emilion bij weg te nippen. Samen met mijn grote liefde op een berenvel, trouwe lobbes aan onze voeten en op de achtergrond een loungemuziekje. Ahhh, wie is er nu de oude knar?

Oei! Toch gauw even mijn kapper Angelito vragen of hij mijn haar extra donker wil verven.

Columns

Oei, alcohol!

Wijn heeft alcohol, dat weet iedereen. Dat zorgt voor een lekkere, zachte smaak. Maar soms is het een beetje teveel van het goede, heeft Edwin Raben gemerkt. Zijn tip: cool blijven. Niet met een ijsblokje.


Ik ben een enorme wijnliefhebber en prijs mij meer dan gelukkig dat wijn behalve allerlei geur- en smaaknuances ook een dosis alcohol bevat. Alcohol is een prettige bijkomstigheid, want hij maakt het ‘moelleux’ van een wijn, een soort zwoelheid en romigheid waardoor het geheel niet te straf overkomt. Hij glijdt zogezegd naar binnen. Je zou denken: hoe meer alcohol er in een droge wijn zit, des te makkelijker die naar binnen glijdt. Dat moet toch goed zijn. Zeker in deze tijd van ‘global warming’ en allerhande technieken om alles rondom de wijn en wijngaard te kunnen meten, stijgt het alcoholgehalte zienderogen.

Ik vind dit persoonlijk een verontrustende zaak. Te meer omdat het gewoon teveel van het goede is. Onlangs was ik op pad met de Jeunes Restaurateurs d’Europe in Chili en Argentinië. Allebei prachtige landen met ongekend mooie landschappen. Wat een voorrecht voor de wijnstok om daar te mogen groeien. Ook worden heel ingenieuze technieken gebruikt om de perfecte wijnen voort te brengen. Verbaasd – lees: teleurgesteld – was ik echter wel over de (veel te) hoge alcoholpercentages in diverse wijnen, die overigens wel van hoog niveau waren.

Een paar keer heb ik daarom verzocht de wijnen – vooral de rode – eens even lekker stevig te koelen. Bij de hitte in die landen geeft dat heel veel meer drinkgenoegen. Bovendien hebben de wijnen uit deze contreien zoveel kracht en smaakgehalte dat de essentie ervan niet verdwijnt. De temperatuur in het glas kan ook snel oplopen, wanneer je rustig van je wijn geniet. Mijn credo is daarom altijd geweest: liever te koel dan te warm. Te warm in het glas kun je niet terugdraaien. Een ijsblokje doen we dus niet! De iets te koele wijn wordt vanzelf wel warm. Zo kun je ook de ontwikkeling van de wijn in temperatuur volgen.

Dat volgen van die ontwikkeling van een wijn bij een oplopende temperatuur heb ik overigens geleerd van Christine Saahs van het geweldige Weingut Nikolaihof in de Oostenrijkse Wachau. Zij presenteert haar (witte) wijnen in proeverijen bewust wat koeler dan we normaal zouden doen. Dit om haar wijnen in alle facetten te kunnen volgen. Ik moet zeggen dat ik, toen ik dit voor het eerst beleefde, wel verbaasd was. Want tijdens een proeverij proef je de wijnen toch niet altijd echt koel. Maar wanneer er tijd is, kan ik het niet laten de glazen nog eens terug te proeven. En dat doen we toch allemaal, of niet soms?

Mijn advies is dan ook om name de rode wijnen met een wat hoger alcoholgehalte gewoon te koelen op zo’n 13 graden. Let dan ook vooral op de omstandigheden. Bij warm weer gewoon doen!

Edwin Raben

Columns

Column: Chardonnay-cliché

“O ja, lekker chardonnay, daar hou ik zo van!” Ik speur de kaart af naar Chardonnay per glas, omdat mijn vriendinnetje zo van Chardonnay houdt. Ik schijn iets van wijn te weten, dus ik mag kiezen. Er is redelijk wat keus en ik omdat ik zelf een Bourgogneliefhebster ben, bestel ik een Saint-Véran van vijf euro nog wat per glas. “Bah, wat is deze zuur. Ik vind ‘m niet lekker en hij is nog duur ook,” is de reactie van mijn lieve vriendin.
“O ja, lekker chardonnay, daar hou ik zo van!” Ik speur de kaart af naar chardonnay per glas, omdat mijn vriendinnetje er zo van houdt. Ik schijn iets van wijn te weten, dus ik mag kiezen. Er is redelijk wat keus en ik omdat ik zelf een Bourgogneliefhebster ben, bestel ik een Saint-Véran van vijf euro nog wat per glas. “Bah, wat is deze zuur. Ik vind ‘m niet lekker en hij is nog duur ook,” is de reactie van mijn lieve vriendin. Zelf vind ik hem helemaal niet zuur en ook niet zo heel duur. Als we even later de wijnbar voor het restaurant ingeruild hebben, schuif ik de wijnkaart naar mijn vriendin door; deze keer mag zij kiezen. Ze gaat voor het karafje huiswijn, een Australische chardonnay, en een karafje water. “Kijk, dít vind ik nou lekker!” Een beetje sip staar ik naar het karafje en zucht. Een typisch geval van het chardonnay-cliché.

Aangezet tot piekeren vraag ik me af wat chardonnay voor mij is? Lekker, Bourgogne, champagne, blanc de blancs,  duur, mooi, verfrissend, diepgaand, verfijnd, feest, vreugde en verdriet (vooral als het op is). Kortom, emotie. Genoeg, lijkt me zo. Maar wat is het niet voor mij? Het staat in ieder geval niet op het etiket. Chardonnay is voor mij een druif, een Druif met een Hoofdletter, maar geen merk, geen nietszeggende naam. Want chardonnay, merlot of cabernet sauvignon zegt net zoveel als bonbons, een boek of een auto. Het zegt eigenlijk helemaal niets.

Het land van herkomst, koel of warm klimaat, verschillende keuzes in de wijngaard, houten vaten, stalen tanks, snippers: het zijn allemaal belangrijke factoren die ervoor zorgen dat er heel grote verschillen zijn. Een goedkope variant uit een warm klimaat, waarbij een wijnboer een paar houtsnippers in de tank heeft laten vallen en er toen ook nog kort in heeft geroerd, is niet hetzelfde als een op eikenhouten vaten opgevoede variant uit een koel klimaat. Het gaat nog veel verder. Het land, de streek of zelfs de gemeente zeggen niet alles. Boer Pierre bakt er misschien niets van, terwijl buurman Benoît hemelse wijnen fabriekt. Mooie chardonnay is dus een serieus ingewikkelde zaak. Als je niet de grote namen van de kaart wil plukken om een pareltje te bestellen, heb je zo veel kennis nodig… Heel veel proberen en proeven dan maar.

Eigenlijk zijn er drie groepen. Om te beginnen de chardonnay-lovers zoals mijn vriendin. Ze houden van nietszeggende, karakterloze met houtstaven bewerkte sapjes. Dan zijn er de ABC’s, wijndrinkers die het principe Anything But Chardonnay bejubelen. Denkend aan deze groep moet ik altijd glimlachen, omdat ik een superlieve en vrouwelijke homo voor me zie die Anything But Chardonnay bestelt mét handgebaar. En tenslotte de bewuste drinkers, die genieten van de wijn van Boer Benoît zonder te lullen over chardonnay. Mijn vriendin heeft nergens last van.  Het chardonnay-cliché zegt haar niets. Haar leven is waarschijnlijk een stuk eenvoudiger. In ieder geval een stuk goedkoper.

Stephanie van Rantwijk

Columns

Column: Vakantiewijn

Vakantiewijn thuis openmaken: dat is linke soep, weet Stéphanie van Rantwijk. Maar wat moet ze dan met die Italiaanse fles met het romantische etiket? Toch gaan op een avond de gordijnen dicht, de kaarsjes aan en de fles open. Durft ze dat nog een keer?

Een kleine osteria op een mooie septemberavond. In Venetië. De romantiek droop er af. Het eten was verrukkelijk en de wijn was geweldig. In een foldertje lazen we dat de eigenaar van dit restaurant ’s ochtends op de vismarkt staat en de mooiste vissen voor zijn eigen keuken bewaart. We aten er ‘the clock’, een gerechtje verschillende soorten rauwe vis, gerangschikt in een cirkel die je met de klok mee moet eten en prachtige tartaar van rauwe tonijn.  

We wilden er lekkere lokale wijn bij drinken. Wit. Niet te fris, maar ook niet te vol. Ook van wijn bleek de man verstand te hebben. Het was een volle, zachte wijn, fris genoeg om niet te vervelen. En zelfs het etiket was mooi en op en top romantisch: twee klassieke engeltjes in zwart-wit. Aan het einde van de avond probeerde ik aan de balie met twee woorden Italiaans – ‘vino’ en ‘casa’ – en veel gebaren uit te leggen dat ik nóg een fles wilde. En dat die niet open hoefde, maar dat ik ‘m mee wilde nemen.

De dame in kwestie begreep er helemaal niets van, maar de eigenaar van het restaurant had meteen in de smiezen wat ik wilde. Natuurlijk mocht ik een fles meenemen en ik kreeg nog korting ook. Zo gaat dat als die fles niet open hoeft. Eenmaal thuis lag hij daar, die mooie fles, in de klimaatkast. Wanneer open te trekken? Ik twijfelde ineens aan mijn actie. Niet erg professioneel voor iemand die een carrière in de wijn ambieerde.

Wijn meenemen uit een vakantieland is linke soep. Dat is geen nieuws. De rosé uit de Provence smaakt daar heerlijk in het zonnetje, op een terrasje met lavendelgeuren en kleine franse mannetjes met baguettes om je heen. Of op het stand samen met een lekkere salade. Eenmaal thuis in je postzegeltuintje heeft die wijn hét toch net niet helemaal. Hij smaakt wat waterig en lengte? Wat is dat? Gauw omspoelen dan maar die fles dan houd je er nog een geinig waterkarafje aan over. Dat heeft alles te maken met beleving. De zon, de sfeer en het vakantiegevoel maken dat moment speciaal en de wijn en het eten extra lekker.

Hoe kon ooit de meegenomen Italiaan, in het regenachtige Amsterdam, net zo lekker smaken als in het zonnige Venetië? Heel simpel, op een bijna net zo romantische avond, gordijnen dicht en fles open. Wat bleek? Hij was nog net zo mooi als in Italië! De avond werd er alleen maar mooier door.

Dit durfde ik nog wel een keer! Tijdens een bezoek in Verona zaten we op een warme oktoberavond op een prachtig ommuurd terras. We lieten we ons weer graag adviseren en vroegen om een mooie witte uit de streek. De geserveerde wijn was bijzonder lekker en zo kwamen we weer met een fles thuis. Om eerlijk te zijn: met twee flessen. En ook deze wijnen smaakten thuis net zo goed als in Verona. Het ging om Vigneti di Foscarino, Soave Classico Superiore van Stefano Inama, en om La Rocca, Soave Classico van Pieropan. Dezelfde avond nog zat ik achter mijn computer op zoek naar een importeur. Tweemaal was het raak!   

Binnenkort gaan we weer op vakantie. Mijn grote liefde neemt me mee naar Bonaire. Deze keer zal het niet nodig zijn ruimte in mijn tas over te laten voor de terugreis. Ik ga op vakantie en neem mee… duikspullen, bikini en tussen mijn zomerkleren prop ik flessen Soave!

Stéphanie van Rantwijk


1 50 51 52
Page 52 of 52