Columns Archives - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Crisis in vatenland treft wijnproducenten

Als je werkt aan je artikel over de nieuwe oogst van top-Bordeaux, gepresenteerd tijdens de primeur-proeverijen, dan ben je noodgedwongen verplicht in een moordend tempo door de wijngaarden van de Bordeaux te racen. Een soort militaire operatie, met elk uur, en vaak zelfs elk half uur een afspraak bij een château. We maken een programma waarin de rijtijden tussen de châteaux zo kort mogelijk zijn – een hele puzzel. Het zijn vrijwel allemaal châteaux die niet bereid zijn hun wijnen te presenteren bij een van de overzichtsproeverijen. Aan één kant interessant, omdat je uit de eerste hand hoort hoe de afgelopen jaargang verlopen is. Aan de andere kant irritant, omdat het veel tijd en kilometers kost.

Maar het bracht dit jaar ook een ander inzicht. Nooit zag ik in Bordeaux zoveel verlaten wijngaarden als dit jaar. Wijngaarden waarin niet de moeite was genomen te snoeien, zodat ze er verwilderd uitzagen. Vooral in de Médoc zagen we er flink wat, zelfs bij appellations als Moulis en Listrac. Een beklemmend en deprimerend gezicht. Het laat goed zien hoe de crisis hier toeslaat.

Maar ook werd in deze week duidelijk dat op de achtergrond nog veel meer speelt dan je denkt. Zo kwamen we bij meerdere châteaux die geraakt werden door een van de opzienbarendste liquidaties in wijnland van de afgelopen tijd. Ik schreef er al kort over in de laatste editie van Perswijn: het grootste bedrijf in de verhuur van wijnvaten ging dit voorjaar ten onder. Het is eerlijk gezegd iets waar ik nooit bij stilstond. Als je door de kelder met wijnvaten loopt, ga je er bijna vanzelfsprekend van uit dat de vaten van het château zijn. Nee dus. Het bedrijf, H & A, had 2000 klanten, waaraan het in totaal zo’n 1 miljoen vaten had geleased. Het leasen van barriques bleek net zo gemeengoed als het leasen van auto’s. De consequenties van zo’n zaak zijn groot en soms zelfs lastig te overzien. Arjen Pen, van château Branas-Grand-Poujeaux – waar een heel fraaie ’25 is gemaakt- legde het even uit. ‘Voor ons was dit een handige constructie. Als je vaten koopt, moet je veel geld investeren. Nu krijg je gewoon een rekening per maand. Maar vooral het verkopen van gebruikte vaten is een hele heisa. Bij deze leaseconstructie ben je daarvan af; dan geef je de vaten na gebruik weer terug. Dus voor ons was het een flinke schrik. Je hoort dat het bedrijf dat eigenaar is van de vaten in je kelder failliet is. Een van de vatenmakers had dat faillissement aangevraagd, omdat de afgenomen vaten niet betaald waren. Achteraf hadden we geluk, want de vaten in onze kelder waren wél betaald, en konden dus niet worden teruggehaald.’

Niet iedereen kon dit zeggen. David Eads van Clos Dubreuil meldde dat hij een flink bedrag op tafel moest leggen om zelf eigenaar van de vaten in de kelder te worden. Hoe dan ook, zo’n faillissement heeft veel consequenties voor de wijnproducenten, die toch al in een lastige positie zitten. Sommigen hebben nog geld tegoed van het bedrijf, anderen kunnen de barriques die ze niet meer nodig hebben niet meer retourneren. Bovendien is de mogelijkheid om vaten te leasen voor velen, in elk geval op korte termijn, weggevallen.

Het laat zien hoe de verschillende sectoren van de wijnproductie met elkaar verbonden zijn en hoe de crisis overal toeslaat. Het is een signaal hoe ver de impact reikt. En we kunnen er ook van uit gaan dat dit niet het laatste faillissement in deze geplaagde sector zal zijn. Een beklemmende gedachte.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Keeping up appearances

Deze week ben ik in Bordeaux voor de proeverij van de primeurwijnen, de wijnen van 2025, die nu op vat liggen. Het publicitaire circus van Bordeaux draait op zo’n moment op volle toeren. Bij aankomst woensdagochtend was circus van Smith Haut Lafitte al geopend. De paarden waren van stal gehaald en liepen door de wijngaard, om het biodynamische karakter te onderstrepen. Nou ja, het is ook wel bijzonder. Maar het laat je ook zien dat er hard aan het imago wordt gewerkt, wat eigenaresse Florence Cathiard wel is toevertrouwd.

Als je hier bent, weet je het meteen weer: in Bordeaux zijn ze meesters in het verkopen van de meest recente jaargang – 2025 inmiddels. De laatste jaargang is altijd de beste, laten we maar zeggen. Nou ja, bij de jaargang 2024 was dat nooit vol te houden, dus moest dat ‘toch wel meevallen’. Het verkopen van de laatste jaargang ‘en primeur’ is sinds een jaar of dertig, langer zelfs, een soort routine. Maar in deze tijden is niets meer routine. Maar, toegegeven, 2025 is voor veel châteaux een goed jaar.

In Bordeaux zijn de châteaux gebouwd op een bijzondere manier. Ze hebben een grote façade, maar tegelijk zijn ze opmerkelijk ondiep. Ze zijn op die manier gebouwd om door hun vooraanzicht zo veel mogelijk indruk te maken. Dat is Bordeaux op zijn smalst. En het is typerend voor Bordeaux. Je moet vooral luxe uitstralen.

Maar bij deze oogst vertoont de façade de nodige barstjes. Natuurlijk hoorden we van te voren dat men erg tevreden is over deze jaargang. En natuurlijk, we hebben de afgelopen dagen prachtige wijnen geproefd. Maar op de achtergrond moet worden erkend dat alleen machtig, donker en diep niet voldoende is. Want de wereld is veranderd, en dat is heel lastig voor Bordeaux. In het verleden moesten van niet zo rijpe druiven volle en krachtige wijnen worden gemaakt – toen de mode. Nu moeten van druiven met veel concentratie en tannine elegante wijnen worden gemaakt, dus exact het tegenovergestelde. En in warme en droge jaren als 2025 is dat extra moeilijk. Toch zijn veel wijnen prachtig, maar wie gaat ze kopen? Peter Sisseck (Château Rocheyron): ‘De situatie is heel vreemd. In Bordeaux worden betere wijnen gemaakt dan ooit. En niemand wil ze kopen. De wijnen van vroeger waren duidelijk minder, en die gingen als warme broodjes. Enorm frustrerend.’

Want anders dan de positieve gezichten bij de verhalen over de kwaliteit, speelt op de achtergrond dat er behoorlijk wat châteaux tot de nek in de problemen zitten. Jean-François Quenin (Château de Pressac): ‘Ik ben er zeker van dat er châteaux om gaan vallen. De inkopers van de luchtvaartmaatschappijen van de supermarkten hebben de prijs die ze willen betalen met de helft verlaagd. De banken verstrekken moeizaam krediet. Juist als je ze nodig hebt, zijn ze er niet. Het klinkt cynisch, maar als je buurman failliet gaat, ben je weer een concurrent kwijt. Zo zou je bijna gaan denken.’

Wie over de situatie nadenkt, komt inderdaad tot de conclusie dat een pijnloze oplossing bijna onmogelijk is. Het is overduidelijk dan ’25 beter is dan ’24. En het is de kleinste oogst sinds 1991. Dus ‘normaal’ zou de prijs gaan stijgen. Maar ‘normaal’ bestaat niet meer. De kopers van primeurwijnen willen graag dat de wijnen die ze kopen meer waard worden, en daar is de markt op dit moment niet naar. Voor de châteaux, tegen de achtergrond van de financiële situatie, is het geld hard nodig, zeker als je kijkt naar hun kosten en de weinige flessen die ze gemaakt hebben. Het besef dat de markt heel lastig is, is er zeker wel. Maar of dat genoeg is om de prijzen laag genoeg te houden is de vraag. Bordeaux zit gevangen tussen een rock and a hard place.

Columns

Overpeinzingen: Gratis bestaat niet; te duur wel

Afgelopen week was er in Amsterdam een bijzondere actie. Op het Buikslotermeerplein arriveerden zeven ton aardappelen en wortelen, die je daar gratis af kon halen. Onlangs redde het No Waste Army nog 500.000 kilo aardappelen. Dat is nog maar 1% van de hoeveelheid aardappelen die over is van de laatste oogst en die op dit moment verloren dreigt te gaan. Ik vraag mijn aardappelboer op de Dappermarkt hoe het kan dat hij zijn aardappelen nog niet weggeeft. “Tja”, zegt hij. “Ga er maar niet van uit dat ze daar Opperdoezer aardappelen gingen uitdelen. Het gaat om minder populaire rassen en om frietaardappelen. Maar zelfs dan kan het niet gratis zijn, natuurlijk. Ik vroeg mijn grossier of hij niet met lagere prijzen zou komen. Maar die begon meteen te klagen over de hoge dieselprijzen. Dus zelfs het uitdelen van aardappelen op een plein in Amsterdam kost geld, al is het maar het vervoer van de aardappelen.”

“Ach”, sluit hij af. “Boeren klagen altijd. Let maar op. Veel boeren verbouwen volgend jaar iets anders en dan wrijven de overgebleven aardappelboeren zich in de handen en verhogen ze de prijzen.”

Hm. Daar zit wat in. Zoals ik al vaker constateerde, zijn Franse boeren wereldkampioen klagen – een twijfelachtige eer. Na de eigen regering hebben ze nu een andere zondebok gevonden: restaurateurs en hun sommeliers. Het past in een patroon. Er wordt te veel wijn geproduceerd, en anderen moeten dit probleem oplossen. De boeren klagen dat de prijs van een fles wijn vijf keer ‘over de kop’ gaat, voor hij in het glas van een liefhebber terecht komt. Tja, voor Nederlandse begrippen is dat nog niet eens zo slecht, hier is het meestal meer. Restaurateurs verdedigen zich uiteraard tegen deze verwijten. Het is niet zo gek, natuurlijk. In een stad als Parijs is de situatie weinig anders dan in -pakweg- Amsterdam. Als je kijkt naar de kosten die restaurants hebben, alleen al aan huur, dan begrijp je dat ze érgens hun geld mee moeten verdienen. En dan laten we alle andere kosten nog buiten beschouwing: schaars personeel met hoge looneisen, producten die door schaarste en inflatie hard in prijs stijgen, noem maar op. De sluiting, eind mei, hier in Amsterdam, van Spectrum, met twee Michelin-sterren, zegt in dat opzicht genoeg.

Toch hebben de wijnboeren een punt, we moeten eerlijk zijn. Want hoewel de restaurateurs natuurlijk hun geld moeten verdienen, is het wel een keuze waarmée ze dat verdienen. Als je werkt met wijnen die vijf, zes of zelfs zeven keer ‘over de kop’ gaan, dan wordt het lastig de duurdere flessen te verkopen – behalve heel bijzondere flessen aan gasten die toch geld genoeg hebben. Maar ja, de prijzen van de menu’s en gerechten verhogen is vaak ook lastig.

Keer op keer hoor ik van restaurateurs die daar ervaring mee hebben, dat een vaste opslag voor de duurdere flessen veel beter werkt. Er worden op die manier betere flessen verkocht, en dat maakt de gasten blij. De paradox is dat je bij het ‘klassieke’ systeem niet meer verdient – de gasten kiezen dan een mindere, en goedkopere wijn. Helaas durven niet veel restaurants die stap te zetten.

Maar hoewel ik denk dat er op die manier meer betere flessen zouden worden verkocht, kan ik me niet voorstellen dat er ook meer wijn zal worden geschonken. Dus ik vrees dat de wijnboeren voor een oplossing ergens anders moeten zijn. Misschien wel bij zichzelf.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Politici weten zich met crisis geen raad

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een recensie van een boek over het kapitalisme, geschreven door de Amerikaanse historicus Sven Beckert. In deze recensie staat dat de auteur beschrijft hoe het einde van het kapitalisme, een begrip dat stamt uit de 19e eeuw, al talloze malen is voorspeld. Maar volgens Beckert is ‘het kapitalisme te flexibel om zich voor één gat te laten vangen […] en zo dynamisch dat het nog steeds allerlei domeinen van het menselijk leven waar ook ter wereld weet binnen te dringen.’ Interessant.

Misschien niet geheel toevallig wordt het einde van het kapitalisme niet zelden voorspeld door Fransen, zoals de econoom Piketty of de historicus  Arnaud Orain, die stelt “dat het huidige ‘roofkapitalisme’ zal uitdraaien op oorlog waarin de liberale economische orde zal opbranden.’

Ik ben gelukkig geen econoom, maar dat is Arnaud Orain evenmin. Wellicht heeft hij gelijk, en is de huidige stand van het roofkapitalisme het begin van het einde. Maar dat met zekerheid voorspellen lijkt me nogal gewaagd.

Het probleem van de huidige politieke situatie in het algemeen lijkt me dat economen weinig invloed hebben op de economische situatie. Deze wordt nu vooral bepaald door een bewoner van het Witte Huis die zo op het oog niet zoveel verstand van economie heeft. Wel van roofkapitalisme, overigens. Misschien kan hij als fakir op een Perzisch tapijt nog wat wonderen verrichten. Ga er maar niet vanuit. Ik kan me herinneren dat genoemde bewoner een andere regeringsleider toebeet: “You don’t have the cards”. Misschien is dat nu wel van toepassing op zijn eigen situatie, maar dat zal hij nooit toegeven.

Ik wil geen doemdenker zijn, maar het kan zomaar gebeuren dat we aan het begin staan van een crisis waarvan we de ernst nog lang niet overzien. Net als destijds bij COVID. Ook wij zijn niet immuun voor de groeiende brandstoftekorten.

Ik moest denken aan een interview dat ik afgelopen week hield met Michel Chapoutier, PDG van het gelijknamige handelshuis in Tain l’Hermitage, voor Perswijn #4. We spraken over de crisis en over de situatie in wijnland. Een crisis die door de huidige problemen met de brandstoftoevoer en hoge dieselprijzen alleen maar erger wordt. Als je Chapoutier moet geloven, past het betoog van de genoemde Franse auteurs, net als de Taxe Zucman, een voorstel om vermogens boven 100 miljoen extra te belasten, in een lange Franse traditie. Frankrijk als laatste communistische land van Europa, zeg maar – mijn woorden, niet die van Chapoutier. Maar het komt er wel op neer.

Hij ziet de steun aan de Franse (wijn)boeren als een uitvloeisel van de klassenstrijd, die hier nog steeds bestaat. Waarbij de regering de boeren, zeg maar de onderklasse, automatisch steunt, als de crisis toeslaat. En die slaat toe, dat moge wel duidelijk zijn. Chapoutier noemt de nieuwe wet die in de maak is, de ‘loi d’urgence agricole’ als voorbeeld van deze gedachtegang – en hoe het niet moet. Dat wordt geregeld dat er tegen een vergoeding wijngaarden kunnen worden gerooid, of wijn kan worden gedestilleerd, dat vindt niemand gek. Maar Chapoutier zegt dat hierbij ook sprake is van de invoering van een minimumprijs voor wijn. Dat om de boeren een fair inkomen te bezorgen, omdat wijn dan niet meer voor te lage prijzen mag worden verkocht. Maar wie gaat deze wijn dan nog kopen? Dat vraagt de Franse regering zich kennelijk niet af. Want de oorzaak van de lage prijzen is een gebrek aan vraag, en die zal met hogere prijzen allicht niet worden hersteld, lijkt mij zo.

Dus we mogen rustig stellen dat de Amerikaanse regering niet de enige is die verkeert in een wereld die totaal los staat van de economische realiteit. Een beangstigende gedachte.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Verpakkingen veranderen – de consument ook?

Afgelopen dagen was ik op pad in Italië. In Tortona, om precies te zijn, om daar de lokale witte wijnen te proeven, gemaakt van de uit zijn as herrezen timorasso-druif. Zo’n reis bestaat uit bezoeken aan wijnboeren en uit proeverijen. Blinde proeverijen ook, waarbij de Italianen zoveel praten dat ze ook met de helft van de tijd hadden toegekund. Maar ondanks alle gepalaver blijven deze proeverijen interessant, want zo krijg je het beste overzicht over de streek en wat er allemaal gebeurt.

Maar dat niet alleen. Er zijn altijd ook kleine zijpaadjes die mijn aandacht trekken. Zo meende mijn Italiaanse buurman tijdens een van deze proeverijen een fles met kurk te ontwaren. De reactie achter de tafel van de producenten was ontnuchterend. De betreffende wijn had een schroefdop, dus waar had hij het over? Tja, in alle eerlijkheid had ik ook geen kurk geroken, dus niet onbegrijpelijk. Hij kreeg ook geen wijn uit een tweede fles aangeboden.

Bij een andere proeverij werd trots gemeld dat van de bijna zestig wijnen, er negentien waren met een schroefdop. Voor ons, als nuchtere Hollanders, lijkt dat weinig bijzonders. Maar in een behoudend wijnland als Italië is dit revolutionair te noemen. Wij zijn inmiddels aardig gewend aan schroefdoppen. Zeker in de wetenschap dat ook topwijnen uit landen als Oostenrijk, Nieuw-Zeeland en Australië tegenwoordig gewoon een schroefdop hebben.

Toch kost het tijd om dit soort dingen te veranderen. Voor topwijnen uit Bordeaux is een schroefdop nog steeds een brug te ver. Château Couhins-Lurton kwam enkele jaren geleden met een schroefdop, maar trok dat na veel kritiek – een Grand Cru Classé met een schroefdop!- terug en kwam weer met kurken – in dit geval van DIAM. Dat is een soort geperste en behandelde kurk die feitelijk ook een garantie geeft dat er geen ‘kurk’ in de wijn komt.

Bij een proeverij in de Languedoc kwam er onlangs nog een kunststof ‘kurk’ uit de fles. Weet u het nog? Die waren een paar jaar geleden populair als vervanger van natuurkurk, maar die zijn nagenoeg verdwenen en vaak ook door DIAM vervangen. Kunststof gaf te veel problemen, onder andere door lekkage, dus die innovatie bleek weer niet zo succesvol. In tegenstelling tot de wél succesvolle schroefdop.

Sommige veranderingen gaan op een natuurlijke manier, andere moeten worden afgedwongen – ze vereisen een gelijk speelveld. Zo waren chique capsules ooit gemaakt op basis van lood. Pas toen dat verboden werd, kon dat veranderen. Iedereen was bang dat het ten koste zou gaan van het imago. Maar als iedereen er toe wordt verplicht, dan pas is het moment gekomen om je er bij neer te leggen. Domweg omdat er geen verschil meer is tussen jou en je buurman – stel je toch eens voor. En het viel allemaal reuze mee, met dat imago.

Hetzelfde geldt voor het gewicht van wijnflessen. Nog altijd zie je belachelijk zware wijnflessen op de markt. Eerlijk gezegd vooral uit ‘nieuwe’ wijnlanden als Argentinië of Zuid-Afrika, maar net zo goed ook van elders. Het is een psychologisch effect, net als bij een loden capsule. Het suggereert kwaliteit, chique, en dat werkt gewoonweg ook zo. Maar met een aandeel van het maken van het glas van 30 tot zelfs 50% in de CO2-voetafdruk van een fles wijn, is daar met lichtere flessen goed op te bezuinigen.

Ik kom daarmee weer terug in Tortona. Voor de DOC voor Timorassa die daar in de maak is, Derthona, wordt straks voorgeschreven dat een fles maximaal 400 gram mag wegen. Op die manier maak je het speelveld voor alle producenten gelijk, verlaag je de emissie broeikasgassen en ook nog eens de transportkosten van de wijn.

In een wereld waarin fossiele brandstoffen in het brandpunt van de belangstelling staan, zijn dit allemaal kleine, maar toch hoopgevende stapjes.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Michel Rolland overleden – een wijnicoon is niet meer

Vlak voor het weekend kwam het bericht dat Michel Rolland op 78-jarige leeftijd is overleden. Daarmee is een van de ‘grote’ namen van de wijn niet meer onder ons. Hoewel voor sommigen controversieel, mogen zijn kwaliteiten en invloed niet worden onderschat. 

Tegenwoordig zegt iedereen het: ‘goede wijn wordt gemaakt in de wijngaard’. Op het moment dat Michel Rolland, in de jaren zeventig, zijn oenologisch laboratorium oprichtte, samen met zijn vrouw Dany, was dat allesbehalve vanzelfsprekend. Rolland was een van de eersten die het belang van perfect rijpe druiven onderkende. Dus hij vertelde de producenten in Bordeaux dat ze meer de wijngaard in moesten voor een betere kwaliteit druiven.

Maar dat was niet het enige. In de kelder gebruikte hij die rijpe druiven voor het maken van wijnen met zachte tannine, rijkdom en diepgang. Dat was in een tijd dat de wijnen, mede door hoge rendementen niet écht rijp waren, met een jaargang als 1975 als sprekend voorbeeld.

De opkomst van Rolland viel samen met de doorbraak van wijncriticus Robert Parker, met de oogst van 1982 in Bordeaux. 1982 was het perfecte voorbeeld van de stijl waar zowel Parker als Rolland naar zochten: rijp, vol en heel zacht. Sommige critici meenden dat ’82 niet lang zou meegaan, maar Parker geloofde heilig in de jaargang. Achteraf terecht. De meeste ’82-ers zijn nog altijd heerlijk.

De mannen ontwikkelden een vriendschap die beiden ten goede kwam. Rolland maakt de wijnen in een stijl die Parker graag hoog beoordeelde: rijp, machtig en met een forse dosis hout. Als je Rolland inhuurde als consulent, kon je er praktisch zeker van zijn dat je wijn bij Parker op de proeftafel kwam, met een gerede kans goed te worden beoordeeld.

Dat legde Rolland geen windeieren. Hij vond het concept flying winemaker al doende uit. Hij adviseerde tientallen châteaux wereldwijd, waaronder Harlan Estate en Ornellaia. De kritiek – wellicht ook uit jaloezie – was dat hij het wijnmaken standaardiseerde volgens een vast recept. Deze kritiek was natuurlijk niet helemaal ongegrond. Maar hij maakte wel moderne Bordeaux, veel zachter en drinkbaarder dan voorheen. Tegenwoordig wil niemand meer anders. Wel is de houtrijping tegenwoordig veel minder, maar door rijpere tannine ook minder nodig.

Een dieptepunt voor Rolland was de film Mondovino van Jonathan Nossiter. Rolland verleende zijn medewerking en sprak vrijuit. Maar de gesprekken waren zo ‘geknipt’ dat er een negatief beeld werd geschetst. Rolland, cigarillos rokend op de achterbank van zijn limousine, aan de telefoon met château-eigenaren om te vertellen hoe ze houtrijping of micro-oxygenatie moesten geven. De kritiek was niet mals.

Maar mensen die met hem werkten wisten hoe goed hij was. Hij kon meer dan 150 wijnen proeven en onthouden, waardoor hij een meester was in het maken van de juiste blends. Bij Marqués de Cacéres werd me ooit verteld dat Rolland alle tanks proefde en dan uit zijn geheugen precies kon zeggen welke tanks gecombineerd moesten worden voor de verschillende wijnen van het huis. Een ongekend talent. En zijn streven naar perfect rijpe druiven en wijnen is door de huidige generatie wijnmakers voortgezet en geperfectioneerd.

Privé was hij ook altijd vriendelijk en benaderbaar, nooit arrogant of uit de hoogte. Een liefhebber van mooie wijnen en altijd goed voor een humoristische opmerking. Kritiek op zijn manier van werken pareerde hij met de opmerking dat de wijnen die hij maakte door de wijndrinkers werden gewaardeerd. En daar ging het volgens hem om.

Met het overlijden van Michel Rolland en het pensioen van Robert Parker komt er een definitief einde aan een periode die grote invloed heeft gehad op het wijnmaken wereldwijd en dat in Bordeaux in het bijzonder.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: De Nutella-generatie

In een artikel in de Volkskrant van afgelopen zaterdag wordt beschreven hoe onze nieuwe premier actief is op sociale media. Er zit een heuse strategie achter, waarbij de aanwezigheid op werkelijk alle bestaande platformen van belang blijkt. Want elk platform heeft zijn eigen generatie gebruikers. Deze zijn op de volgende manier grofweg verdeeld over de verschillende platformen aldus het artikel: Facebook is voor boomers, Instagram voor millennials en TikTok voor gen-Z’ers. Nu heb ik zelf nog altijd twijfel over tot welke generatie ik behoor. Sommigen noemen mij een boomer, maar ik heb mijn leven lang het idee gehad dat ik daarvoor te laat geboren ben. Ik had in elk geval het sterke gevoel dat de ‘echte’ boomers alle leuke baantjes voor mijn neus hadden weggekaapt.

Tenminste één generatie mis ik in het overzicht: de Nutella-generatie. Onderweg naar de Languedoc kwamen we afgelopen week in een hotel waar op het ontbijtbuffet een pot nutella stond ter grootte van een klein formaat regenton. De Nutella kon er met een kraantje aan de bovenkant uit worden getapt. Ik heb veel gezien, maar dit vond ik toch wel weer heel bijzonder. Hoe kan een product dat voor de helft uit suiker bestaat en ook nog eens 20% palmolie bevat, zó populair worden? En dan ook nog overal te krijgen is, tot in Nutella-winkels en -café’s aan toe. En je vindt dan ook nog snoep met Nutella in de winkels en zelfs croissants gevuld met Nutella. Brrr.

Het vreemde is eigenlijk dat veel overheden en wetenschappers waarschuwen voor het (overmatig) gebruik van suiker. Maar ondertussen lijkt het wel of de smaak van veel mensen steeds zoeter en zoeter wordt. Het is ook lastig. Zoet en suiker is overal. Het begint al op jonge leeftijd met frisdranken en fruitsappen. Snoep en ander slechts ligt overal voor het grijpen.  

Ik heb zo’n gevoel – bewezen is het niet – dat deze trend de overstap naar wijn in het algemeen en naar meer serieuze wijnen in het bijzonder, er niet gemakkelijker op maakt. Het is veel gemakkelijker over te stappen naar cocktails of mocktails, die gezegend zijn met het nodige zoet – daar is het vruchtensap weer. Daarbij spelen sociale media en influencers ook nog een grote rol in, en trendgevoelige consumenten pikken dat dan gemakkelijk op.

Wijn laat zich op deze manier lastig verkopen, dat is wel duidelijk. Wel wordt met (licht)zoete wijnen ingehaakt op deze trend, met Prosecco en Pinot grigio uit de regio Veneto als voorbeeld. Over Primitivo zal ik het maar niet hebben.

Hoe gaat de wijnindustrie hier uit komen? Ik sprak hier over met Lenz Moser, afgelopen vrijdag, in het kader van een artikel over zijn project met Chinese wijnen. Hij relativeerde de huidige trend. ‘Je maakt elke twintig jaar wel een nieuwe cyclus mee, dan weer naar wit, dan weer naar rood.’ Toch zag ook hij wel degelijk een generatieprobleem. ‘Millenials zijn lastig, die drinken iets anders, we moeten dichter bij deze jongere klanten gaan zitten, die oude sterven uit.’ Het is veelzeggend dat de productie van het project, waar vrijwel alleen cabernet sauvignon staat aangeplant, tegenwoordig voor een derde uit witte wijn bestaat – op basis van cabernet sauvignon. Ook wordt er een rosé mee gemaakt. Kennelijk is ook hij gedwongen de trend te volgen. En bovendien komen de wijnen, die van zeer rijpe cabernet uit een woestijnklimaat zijn gemaakt, vrij zoet over, met een alcoholgehalte van 14,5%. Dus wijnen die in de smaak vallen bij wijndrinkers die niet vies zijn van een wat zoetige smaak. Wellicht werkt het om de Nutella-generatie te plezieren, maar een structurele oplossing biedt dit niet. Daar is écht meer voor nodig. Ik vrees ook dat het idee van golfbewegingen tussen rood en wit iets uit het verleden kan zijn. Ik denk dat de trend naar meer zoet en de veel grotere invloed van sociale media roet in het eten gooien.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Frankrijk en Italië: twee kanten van de wijnmedaille

De twee wijnlanden die ik het meest bereis, zijn – met afstand – Frankrijk en Italië. Met Spanje er bij goed voor zo’n beetje de helft van de wijnproductie ter wereld. Twee interessante en bijzondere wijnlanden, maar twee landen met, goedbeschouwd, opmerkelijke verschillen.

De verschillen tussen de twee wijnlanden zie je misschien het beste op straat – niet in de wijngaarden. Teken het maar uit. Al jarenlang komen Franse wijnboeren in het nieuws door blokkades van brandstofdepots, brandstichting in wijnbedrijven en zelfs van tolhuisjes, of het laten leeglopen van tankwagens met Spaanse wijn op de snelweg.

In Italië niets van dat al. Of zou dat nieuws ons simpelweg niet bereiken? Nee, dat is het ook niet. Nu gaat er in Frankrijk ook veel meer Spaanse wijn de grens over, al is het maar omdat die naar grote handelaren of supermarktketens gaat, die de consument graag bedienen met veel wijn voor weinig geld. Of biologische wijn die nergens in Europa goedkoper kan worden geproduceerd dan op de Spaanse hoogvlakte.

Het verschil? In Italië maken ze dit soort goedkope wijnen gewoon zelf. Dat is ook de reden dat de Italianen, met een ruime aanwezigheid op Wine Paris, het nodige zelfvertrouwen konden uitstralen. De Italiaanse minister van landbouw, ook aanwezig, bracht het keurig onder woorden. “Italië is er in geslaagd om de international te voorzien van een complete portfolio, van toegankelijke wijnen tot het ultra-hoogste gamma”.

Kijk maar op de tv of op een terras. Het bestellen van een glas pinot grigio is voor velen iets vanzelfsprekends, op een moment dat de voorkeur uitgaat naar een ‘droge’ witte wijn. De populariteit van prosecco als goedkope belletjeswijn is inmiddels legendarisch. En nu wordt prosecco ook nog eens gemixt – drie delen prosecco – bij het maken van het populaire drankje apérol spritz – één deel apérol. Ongekend.

De Scandinavische markt, en later ook andere markten, zijn stormenderhand veroverd door de ronduit zoetige ‘droge’ rode wijnen uit Puglia. Lokale druiven als primitovo en zeker negroamaro hebben vrij droge tannine, dus geef ze eens ongelijk, wat suiker er bij doet wonderen. Zo verkopen die wijnen tenminste – als een jekko.

Maar de kracht van Italië – zoals de minister terecht opmerkt – is dat er ook veel wijnen zijn in de middenklasse of helemaal aan de top. Hoge wijnen uit bijvoorbeeld Bolgheri, Brunello of Barolo behoren tot de duurste wijnen ter wereld. Op het vlak van machtig rood kun je ook terecht bij Amarone. Prachtig wit komt uit Friuli en Alto Adige.

Ook de Italiaanse export staat onder druk, uiteraard. Maar Italianen lijken toch flexibeler dan Fransen, en bovendien meer bereid om zelf te proberen de situatie op te lossen, dan zelf maar steeds naar hun overheid te kijken voor een oplossing. Meer en betere marketing, mooiere design, alles nét even een tandje extra.

En dan kunnen Italianen ook nog eens sluw zijn, als het er op aan komt. In het Franse zuiden heerst grote frustratie over het feit dat de naam van de druif ‘vermentino’ alleen is voorbehouden aan Italiaanse wijnen. Dat is de Italianen gelukt door te zeggen dat Vermentino onderdeel is van de naam van een aantal van hun DOC’s, zoals bijvoorbeeld Vermentino di Gallura, van Sardinië. Nu zitten de Fransen opgescheept met de nietszeggende naam rolle voor deze toch vrij veel aangeplante en populaire druif. De aanduiding friulano, de druif van Friuli, mag ook niet meer over de grens, in Slovenië worden gebruikt.

Laat die Italianen maar schuiven. Ze stellen zich veel meer op als ondernemers, en dat is slim. Kijk naar het aantal agriturismi in bijvoorbeeld Toscane: toeristen kunnen overal op wijnbedrijven zelf terecht. Dus dan hoef je ook straat niet op te gaan. Sterker nog, daar hebben ze in Italië helemaal geen tijd voor.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Wijn is niet gewoon

Voor de rubriek Goed Gegist in het volgende nummer van Perswijn schreef ik er al iets over. Het Europese parlement heeft onlangs een groot steunpakket aangenomen voor de wijnbouw. Dat houdt in dat individuele wijnlanden ‘hun’ wijnboeren mogen steunen tot een bepaald maximum, niet meer dan 25% van de omvang van hun wijnsector. Waarmee maar weer eens is aangegeven dat de wijn in Europa een bijzondere status heeft. Of een goede lobby.

In een artikel op vitisphere.com werd afgelopen week uitgerekend wat dit zou betekenen voor de Franse wijnbouw. De Europese Commissie maakte 40 miljoen euro vrij om 1,2 miljoen hectoliter te laten destilleren, om onverkochte voorraden weg te werken. De boeren hadden gevraagd om 80 miljoen euro. Het bedrag is nu goed voor 33 euro per hectoliter, 33 cent per liter. Daar kan de schoorsteen uiteraard niet van roken. Maar er zijn wijnboeren die realistisch zijn. Die het bedrag weliswaar laag vinden, maar die zich ook realiseren dat veeboeren bijvoorbeeld dit soort steun niet krijgen.

Het rooien van wijngaarden lijkt onvermijdelijk, als je kijkt naar de overproductie en ook daarvoor is geld vrijgemaakt. Maar de consequentie kan zijn dat vooral oude wijngaarden worden gerooid, omdat deze (veel) minder produceren. Er zijn ook senatoren die vinden dat dit geen oplossing op de lange termijn, onder andere door ‘vernietiging van het Franse productiepotentieel’.

Het zou misschien een idee zijn om te kijken wat je buiten dit soort steunpakketten om zou kunnen doen om wijn ‘gewoon’ beter te verkopen. Ik moet hierbij denken aan de uitspraak van Michel Chapoutier, vorig jaar: “In de wijnbouw leven we niet in een periode van overproductie, maar veel meer in een crisis waarbij vraag en aanbod niet goed op elkaar zijn afgestemd.”

Maar zo simpel is het helaas niet. Zo worden steeds meer mousserende wijnen gedronken, dus lijkt overstappen naar de productie van (deels) mousserend een logische stap. De cijfers laten het ook zien. De verkopen van Crémants zijn het afgelopen jaar weer gestegen. Maar er schuilt een addertje onder het gras, een vette adder. Want bij de stijgende verkopen heeft de stijgende productie wel geleid tot lagere prijzen. Waarmee zo’n overstap minder profijtelijk wordt. Ook de markt van rosé is daar een voorbeeld van.

Maar Chapoutier voegde er nog een opmerking aan toe. Hij stelde dat vooral op het niveau van betaalbare wijnen meer vrijheid moet komen voor boeren om innovatief te zijn, en zo beter te kunnen concurreren.

Hiermee wordt een gevoelig punt geraakt. Decennia lang hebben wijnboeren en instanties de regels voor het maken van appellationwijnen, maar ook IGP’s, verdedigd door te stellen dat specifieke druiven en/of specifieke manieren van wijnmaken essentieel zijn voor de typiciteit van de wijnen.

Maar op het niveau van entry-level wijnen is typiciteit voor veel consumenten niet zo’n belangrijk aankoopargument. Ik kan me herinneren dat het Australische bedrijf Lindemans een paar jaar geleden, ongetwijfeld uit kostenoverwegingen, voor bepaalde wijnen ‘switchte’ van Australisch naar Zuid-Afrikaans. Voor sommige wijndrinkers is het belangrijker om een Merlot te drinken, dan exact te weten waar hij vandaan komt.

Bepaalde Italiaanse wijnstreken weten perfect hoe hun publiek te ‘bespelen’, zoals Prosecco, of Puglia met Primitivo. Wellicht zijn Fransen van zichzelf principiëler – wat ik nog denk ook. Maar je ziet het wel verschuiven. Zo werden hybride druiven jarenlang verboden, en tegenwoordig op steeds grotere schaal aangeplant. Omdat deze minder vaak hoeven te worden behandeld, zijn de productiekosten lager. Daarnaast is er tegenwoordig de mogelijkheid een ‘Vin de France’ te maken, van druiven uit heel Frankrijk. Een categorie die aardig succesvol is, en waarin steeds meer wijnen worden verkocht voor hoge prijzen. Inmiddels wordt er zelfs over gedacht om alcoholvrije wijnen binnen de IGP op de markt te mogen brengen, mits gemaakt van lokale druiven en van een voldoende kwaliteit. De techniek om die te maken wordt steeds verder geperfectioneerd. Waarschijnlijk zullen ook de regels om andere druiven dan gebruikelijk aan te planten voor het maken van appellationwijnen. Bordeaux heeft daarin al een stap gezet door het toestaan – op experimentele basis – van een aantal druiven van buiten, zoals bijvoorbeeld touriga nacional en albariño. Ook in Bordeaux mag ‘Bordeaux Claret’ straks op de markt komen met restsuiker – naar het voorbeeld van Primitivo.

Je kunt er van alles van vinden, maar waarom zouden Franse wijnboeren roomser zijn dan de paus? Dat lijkt me geen goed plan.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Soap rond DRC heeft bittere nasmaak

Een bericht in Tubantia, afgelopen donderdag: Le Vin en Direct en Domaine de la Romanée-Conti (DRC) stonden tegenover elkaar voor de rechter. De reden, volgens het artikel, is het opzeggen van de distributie-overeenkomst door DRC met Le Vin en Direct. Dit naar aanleiding van het feit dat Le Vin en Direct niet aan DRC zou hebben gemeld dat het was overgenomen door E-Luscious, een investering van Gilde Equity Management, dus private equity. Deze overname heeft er toe geleid dat de wijnen van DRC ook werden verkocht door Colaris in Weert, eveneens onderdeel van E-Luscious.

Nu ken ik de precieze toedracht van deze rechtszaak niet, reden om afgelopen week contact op te nemen met Henk Maas, oprichter van Le Vin en Direct en na de overname nog steeds aan de leiding van dit bedrijf. Na mijn berichtje word ik direct door hem teruggebeld. ‘Het is heel vervelend allemaal. En bedenk wel dat deze zaak door jullie aan het rollen is gebracht.’ Hij doelt ongetwijfeld op een stukje in Goed Gegist van nummer 5 van 2024. Na goed speurwerk schreef Frank Jacobs over de overname het volgende: “Het feit dat wijnhandel Colaris in Weert de laatste tijd wijnen van het fameuze Domaine de la Romanée Conti aanbiedt, zorgde op de redactie van Perswijn voor de nodige verbazing. Sinds jaar en dag is wijnhandel Le Vin en Direct in Delden namelijk de enige officiële verdeler van deze wijnen op de Nederlandse markt. Wat onderzoek bracht helderheid en leerde ons dat e-Luscious B.V. in Gorredijk, het moederbedrijf van Colaris […] enige tijd geleden Le Vin en Direct heeft overgenomen, iets waar geen enkele ruchtbaarheid aan is gegeven. Het overnamebedrag zou ± 27,5 miljoen euro zijn geweest.” Destijds al was Henk Maas hier kwaad over, en zegde toe alles tijdens een afspraak recht te zetten, dan wel aan mij uit te leggen. Deze afspraak werd op het laatste moment afgezegd. Als ik Henk Maas daar nu mee confronteer, zegt hij dat de CEO hem destijds terugfloot. Maar dat hij alle CEO’s nu ‘heeft weggewerkt’, zodat hij vrijuit kan spreken. Ik stuur hem, zoals afgesproken, mijn vragen toe, maar wederom zegt hij de afspraak op het laatste moment af, nu omdat ‘de zaak onder de rechter is’. Niet eens zo onbegrijpelijk, maar maak die afspraak dan niet.

Resteert dus een aantal onbeantwoorde vragen, en blijft enig giswerk over. Giswerk, maar wel met een paar cijfers in de hand. Volgens het artikel in Tubantia zouden de wijnen van DRC de helft van de omzet uitmaken van Le Vin en Direct. Uit de jaarstukken van na de overname blijkt dat deze jaaromzet boven de 7 miljoen moet liggen. Dus rekent u maar uit hoeveel geld daarin omgaat en hoe belangrijk dit is. Een van mijn vragen aan Henk Maas was of dit met terugwerkende kracht problemen zou kunnen opleveren met de overnemende partij, e-Luscious, met investeerder Gilde Equity Management als investeerder op de achtergrond. Dat Maas daar niet op in wil gaan, is in zijn positie niet eens onbegrijpelijk. Want die lijkt me met een dreigend verlies van de helft van de omzet – als dat waar is – al benard genoeg.

Als Maas zegt dat wij de zaak aan het rollen hebben gebracht, is de volgende vraag: hoe dan? Het is voorstelbaar dat er restaurateurs waren die het bericht dat de wijnen van DRC via Colaris ook aan particulieren werden verkocht, niet zo konden waarderen. En dat er wellicht ook andere importeurs waren die DRC daarop attent hebben gemaakt, wellicht in de hoop het account over te kunnen nemen. Bekend is wel dat sommige restaurateurs, wegens hun grote liefde voor mooie Bourgognes, via een brief in contact stonden met het domein.

Zeker is ook dat Henk Maas zich in het verleden, met zijn machtspositie rond deze wijnen, waarbij hij ook niet naliet om die te gebruiken, niet overal geliefd heeft gemaakt, en dat zich dat nu als een boemerang tegen hem heeft gekeerd.

P.S. Henk Maas reageerde niet op de vraag om commentaar.

Ronald de Groot

1 2 3 85
Page 1 of 85