Overpeinzingen: Het effect van droogte
Terwijl we hier in de Languedoc uitkijken over de wijngaarden die inmiddels deels gerooid zijn, stijgt de temperatuur hier dag na dag. En dan hebben we het nog niet eens zo slecht. Op dit moment is Hérault, waar wij zitten, het enige departement in Frankrijk met code groen. Overal elders slaat de hitte nog meer toe, met inmiddels code rood in een groot deel van de hexagone. Inmiddels zeggen de voorspellingen dat we deze week de warmste dag ooit gemeten in Frankrijk kunnen verwachten, wellicht 43 graden. Gelukkig niet hier, maar in het zuidwesten en zelfs de binnenlanden van Bretagne. In Parijs zal het waarschijnlijk niet uit te houden zijn, want in steden is het altijd nog een paar graden warmer. Het is de klimaatverandering in zijn volle omvang. En hoe sommigen ook hun best doen, ontkennen helpt niet.
Maar hoewel het hier dus nog ‘meevalt’, wil het niet zeggen dat het allemaal zo goed gaat. Want aanhoudende temperaturen van boven de dertig graden zorgen voor droogte, omdat er meer water verdampt dan voorheen. En die droogte wordt dan ook meer en meer een probleem, zeker ook voor de wijnbouw. Irrigeren wordt als een oplossing gezien, maar dat vraagt kostbaar drinkwater en is daarmee ook niet duurzaam. En het lijkt ook ten koste te gaan van de kwaliteit, ondanks dat dit vaak ontkend wordt. Maar we komen uit sommige wijnlanden te vaak de aanduiding ‘dry farmed’ tegen als aanbeveling om daar echt geloof aan te kunnen hechten.

Van de week stuurde Kees van Leeuwen, onze medewerker die het langst is verbonden aan Perswijn, ons een onderzoek door dat ook met wetenschappelijk bewijs laat zien dat irrigeren niet per definitie betere wijnen oplevert. Ik citeer in grote lijnen even de conclusies die Kees uit het promotie-onderzoek haalde. Dit werd uitgevoerd door Sébastien Nicholas. Hij bekeek het effect van watertekort en temperatuur op het metabolische profiel van chardonnay en pinot noir. Daaruit komt naar voren dat de meeste secundaire metabolieten bij watertekort toenemen, waaronder glutathion, dat belangrijk is voor de kwaliteit van de wijn (het behoudt aroma’s). De reactie van chardonnay was lineair voor de meeste verbindingen (meer watertekort leidde tot meer secundaire metabolieten). Bij pinot noir echter was een omslagpunt te zien. Licht watertekort leidde tot een toename van de secundaire metabolieten, maar bij ernstig watertekort namen ze af.
De ernstigste watertekorten deden zich voor in koele klimaatgebieden (Bourgogne, Elzas, Rheingau). In warme en droge klimaten (Mendoza, Languedoc) ondervonden de wijnstokken geen watertekort, dankzij irrigatie. Het is blijkbaar erg moeilijk om een gematigd watertekort te handhaven door middel van irrigatie, zo besluit Kees.
Dit sluit aan bij het idee dat ik gevoelsmatig al had. Zo was ik van de week voor een diner bij onze buren hier op zoek naar een mooie lokale Chardonnay, maar ik moest concluderen dat deze hier in de Languedoc lastig te vinden zijn, in elk geval hier in de buurt. Wel Chardonnay, maar heel weinig goede – hoogstens in de Limoux, maar daar wordt dan niet geïrrigeerd. Onlangs mocht ik een proeverij bijwonen van de wijnen van Lingua Franca, uit Oregon. Op de vraag wat ik van de wijnen vond, antwoordde ik dat de Chardonnays mooi vond, maar niet echt onderscheidend ten opzichte van mooie Chardonnays van elders. Maar dat ik de Pinot noir echt geweldig vond, zeer verrassend voor een wijn van buiten de ‘klassieke’ streken. Dat klopt dus met het onderzoek.
Met chardonnay kun je op veel plaatsen mooie wijnen maken, als je maar niet of nauwelijks irrigeert. Goede pinot noir zie je in warme gebieden eigenlijk bijna niet, maar dat wordt door dit onderzoek goed verklaard. Pinot noir gaat dan blijkbaar in de warmte en droogte over zijn optimale ‘tipping point’ heen. Het is dan ook heel knap als je goede Pinot noir kunt maken in warme en droge streken, waar dan ook ter wereld. Jammer, maar helaas. Want zo blijven ze schaars en duur.
Ronald de Groot








