Overpeinzingen: Terug naar de paardenstal
Sinds enige tijd hebben we het privilege dat we buren hebben die grote wijnliefhebbers zijn. Een mooie aanleiding om af en toe samen van een mooi glas te genieten. Ze waren kort geleden net terug uit Italië, natuurlijk op wijngebied een heerlijke snoepwinkel. Dus konden we genieten van fijn wit uit het noorden (Valdadige), Pinot grigio met een zeker voor deze druif bijzondere frisheid. En natuurlijk van Barolo, een van hun persoonlijke favorieten. Maar dit werd voorafgegaan door iets heel anders: een ‘natuurwijn’ uit de Loire, een Cheverny op basis van cabernet franc. Ik zet ‘natuurwijn’ tussen aanhalingstekens omdat ik met dit begrip weinig kan en het als zodanig zelf ook nooit gebruik. Al is het maar omdat er weinig tot geen regelgeving voor is. En ook domweg omdat het eigenlijk niks zegt over het karakter van een wijn. Er zijn heel goede en heel slechte. En er zijn grote wijnmakers, zoals Ganevat in de Jura, die het begrip helemaal niet (willen) gebruiken – net als ik. Maar hij maakt wel wijn die aan de definitie zou voldoen.
Op de website vitisphere stond een interview met José Zuccardi, tweede generatie van het gelijknamige wijnbedrijf in Argentinië. Hij waarschuwt dat het maken van dit type wijn heel anders is dan veel mensen denken. Het idee zou kunnen zijn dat je de wijn in de kelder maar zijn gang laat gaan, zonder enige vorm van ingrijpen. Zuccardi zegt echter dat het juist heel veel kennis en techniek vergt, veel meer dan gisting met sulfiet een ‘voorgeprogrammeerde’ gisten. Ik citeer: “Het probleem met natuurwijnen ligt bij de wijnmaker die het als een filosofische kwestie beschouwt. Maar micro-organismen trekken zich daar niets van aan. In tegenstelling tot wat de spontane aard van de naam doet vermoeden, is natuurwijn juist de meest technische wijn om te produceren”. Hij merkt op dat “er onder natuurwijnen wereldwijd te veel voorbeelden van slechte kwaliteit te vinden zijn, vanwege een gebrek aan zorgvuldigheid en professionaliteit.”

Zo is het maar net. Goede Loirewijnen op basis van cabernet-franc hebben een fijne geur, met bijzondere fruitaroma’s. Maar deze Cheverny rook overtuigend en zeer sterk naar een paardenstal. De meest waarschijnlijke verklaring is dat de wilde gist brettanomyces bij de gisting of wellicht later, op fles, vrijelijk zijn gang heeft kunnen gaan. Een extreme vorm van brett, laten we maar zeggen. Een vorm van mestgeur die in het verleden nogal eens voorkwam in niet helemaal schone kelders.
Sterker nog, sommige wijnliefhebbers en wijnmakers zien een vleugje brett als een positieve bijdrage aan de complexiteit van een wijn. Sommige wijnmakers deden het zelfs expres. Maar bepaald niet in de mate van wat ik in deze wijn rook. Het klinkt oneerbiedig, maar hij stonk het glas uit. Dat is typisch het probleem van wat sommigen betitelen als ‘natuurwijn’. Ongecontroleerde gisting, te weinig sulfiet, dat soort zaken staan aan de basis van dit probleem. Want een probleem is het De smaak is in zo’n geval overigens nog gewoon goed. Maar omdat de geur voor mij sterk bepalend is voor mijn plezier, kan ik van zo’n wijn niet genieten.
Het is zoals José Zuccardi zegt. Noem je wijn, uit marketingoverwegingen, geen ‘natuurwijn’, maar maak gewoon een goede wijn. Als er een fles Ganevat open gaat, kan ik enorm genieten. Of dat een ‘natuurwijn’ is of niet, maakt me helemaal niets uit. En Ganevat heeft die marketing ook niet nodig. Op wijnkaarten staat hij ook nooit als zodanig vermeld. Maar in Amsterdam zijn er nog steeds restaurants die zich er niet voor schamen dit soort wijnen te serveren. En kennelijk zijn er wijndrinkers die masochistisch genoeg zijn om dit soort wijnen te drinken, ook al stinken ze het glas uit. In die zin is mijn leven heel erg simpel. Ik drink alleen wijnen die ik lekker vindt, en hoe ze gemaakt zijn, is dan in wezen ondergeschikt. Vandaar dat ik wat ‘natuurwijn’ wordt genoemd als begrip links laat liggen, maar als wijn niet. Ik laat me graag verrassen.
Ronald de Groot
Dit is de laatste overpeinzing voor de vakantie. Over een aantal weken zijn we weer terug.








