Columns Archives - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Het effect van droogte

Terwijl we hier in de Languedoc uitkijken over de wijngaarden die inmiddels deels gerooid zijn, stijgt de temperatuur hier dag na dag. En dan hebben we het nog niet eens zo slecht. Op dit moment is Hérault, waar wij zitten, het enige departement in Frankrijk met code groen. Overal elders slaat de hitte nog meer toe, met inmiddels code rood in een groot deel van de hexagone. Inmiddels zeggen de voorspellingen dat we deze week de warmste dag ooit gemeten in Frankrijk kunnen verwachten, wellicht 43 graden. Gelukkig niet hier, maar in het zuidwesten en zelfs de binnenlanden van Bretagne. In Parijs zal het waarschijnlijk niet uit te houden zijn, want in steden is het altijd nog een paar graden warmer. Het is de klimaatverandering in zijn volle omvang. En hoe sommigen ook hun best doen, ontkennen helpt niet.

Maar hoewel het hier dus nog ‘meevalt’, wil het niet zeggen dat het allemaal zo goed gaat. Want aanhoudende temperaturen van boven de dertig graden zorgen voor droogte, omdat er meer water verdampt dan voorheen. En die droogte wordt dan ook meer en meer een probleem, zeker ook voor de wijnbouw. Irrigeren wordt als een oplossing gezien, maar dat vraagt kostbaar drinkwater en is daarmee ook niet duurzaam. En het lijkt ook ten koste te gaan van de kwaliteit, ondanks dat dit vaak ontkend wordt. Maar we komen uit sommige wijnlanden te vaak de aanduiding ‘dry farmed’ tegen als aanbeveling om daar echt geloof aan te kunnen hechten.

Van de week stuurde Kees van Leeuwen, onze medewerker die het langst is verbonden aan Perswijn, ons een onderzoek door dat ook met wetenschappelijk bewijs laat zien dat irrigeren niet per definitie betere wijnen oplevert. Ik citeer in grote lijnen even de conclusies die Kees uit het promotie-onderzoek haalde. Dit werd uitgevoerd door Sébastien Nicholas. Hij bekeek het effect van watertekort en temperatuur op het metabolische profiel van chardonnay en pinot noir. Daaruit komt naar voren dat de meeste secundaire metabolieten bij watertekort toenemen, waaronder glutathion, dat belangrijk is voor de kwaliteit van de wijn (het behoudt aroma’s). De reactie van chardonnay was lineair voor de meeste verbindingen (meer watertekort leidde tot meer secundaire metabolieten). Bij pinot noir echter was een omslagpunt te zien. Licht watertekort leidde tot een toename van de secundaire metabolieten, maar bij ernstig watertekort namen ze af.

De ernstigste watertekorten deden zich voor in koele klimaatgebieden (Bourgogne, Elzas, Rheingau). In warme en droge klimaten (Mendoza, Languedoc) ondervonden de wijnstokken geen watertekort,  dankzij irrigatie. Het is blijkbaar erg moeilijk om een ​​gematigd watertekort te handhaven door middel van irrigatie, zo besluit Kees.

Dit sluit aan bij het idee dat ik gevoelsmatig al had. Zo was ik van de week voor een diner bij onze buren hier op zoek naar een mooie lokale Chardonnay, maar ik moest concluderen dat deze hier in de Languedoc lastig te vinden zijn, in elk geval hier in de buurt. Wel Chardonnay, maar heel weinig goede – hoogstens in de Limoux, maar daar wordt dan niet geïrrigeerd. Onlangs mocht ik een proeverij bijwonen van de wijnen van Lingua Franca, uit Oregon. Op de vraag wat ik van de wijnen vond, antwoordde ik dat de Chardonnays mooi vond, maar niet echt onderscheidend ten opzichte van mooie Chardonnays van elders. Maar dat ik de Pinot noir echt geweldig vond, zeer verrassend voor een wijn van buiten de ‘klassieke’ streken. Dat klopt dus met het onderzoek.

Met chardonnay kun je op veel plaatsen mooie wijnen maken, als je maar niet of nauwelijks irrigeert. Goede pinot noir zie je in warme gebieden eigenlijk bijna niet, maar dat wordt door dit onderzoek goed verklaard. Pinot noir gaat dan blijkbaar in de warmte en droogte over zijn optimale ‘tipping point’ heen. Het is dan ook heel knap als je goede Pinot noir kunt maken in warme en droge streken, waar dan ook ter wereld. Jammer, maar helaas. Want zo blijven ze schaars en duur.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Het belang van familiebedrijven in de wijn

Afgelopen week was het tijd voor onze jaarlijkse proeverij van Nederlandse wijnen. Voor ons altijd een bijzonder moment. Even kijken wat de stand van zaken is in Nederland wijnland. Zeker met de fraaie oogst van 2025 is dat beeld bepaald niet negatief. Je ziet dat de ervaring toeneemt en dat ook de wijngaarden ouder worden. Ook is voor veel wijnboeren duidelijker wat je beter wel – of niet kunt planten. Goed beschouwd heeft de wijnbouw in Nederland maar een korte geschiedenis, eigenlijk pas serieus sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Een enkel domein – met name de Apostelhoeve – ziet inmiddels de derde generatie aantreden, voor Nederland uniek. En elke generatie heeft weer meer kennis en ervaring.

Na afloop hadden we daar nog een gesprek over. Ronald Wortel, die jarenlang in Nieuw-Zeeland woonde, vertelde dat ze daar met verbazing kijken naar de Europese wijnbouw. Nieuw-Zeelandse boeren kijken vaak strikt economisch naar de wijnbouw. Op het moment dat wijn niet meer rendeert, dan begin je met iets anders. Appelen bijvoorbeeld. Of iets anders, waarmee je wél geld kunt verdienen. Dat Europeanen zo vasthouden hun wijnbedrijven, is in hun situatie ondenkbaar.

Maar voor ons, Europeanen, ligt de situatie heel anders. Natuurlijk zijn er ook hier wijnboeren die vooral aan de korte termijn denken, en die bereid zijn hun wijngaarden op te geven. Of boeren die wel aan de lange termijn denken, maar voor wie de bodem van de schatkist door de crisis in zicht is, zodat doorgaan gewoon geen optie meer is.

In de Europese situatie zien we ook veel familiebedrijven die al generaties lang actief zijn in de wijnbouw. Dat geef je niet zomaar op. In een land als Duitsland zijn veel bedrijven soms wel zeven, acht of negen generaties in handen van dezelfde familie. De Toscaanse adel heeft een lange geschiedenis van wijngaardbezit. Ook in Frankrijk zie je dit soort families met een lange wijnbouwtraditie. Wellicht heeft zo’n familie in de loop van de jaren al vele malen een crisis meegemaakt. Druifluis, oorlogen, noem maar op. De blik bij zulke bedrijven is dan ook veel meer gericht op de lange termijn. Dat past natuurlijk ook bij de aard van deze bedrijfstak, met een aanplant van wijngaarden die tientallen jaren moeten meegaan. Maar hoe lang nog?

Tegelijkertijd moeten we constateren dat elke crisis weer anders is. Het lijkt wel of tegenwoordig alles veel sneller gaat. Wellicht door internet en sociale media, die vooral bij jonge consumenten een duidelijke invloed lijken te hebben op het consumptiegedrag. En omdat de veranderingen zo snel gaan, is het voor wijnboeren, zeker voor familiebedrijven die naar de lange termijn kijken, moeilijk om zich zo snel aan te passen. Bovendien hebben zulke bedrijven, zeker in een land als Duitsland, ook te maken met oude, trouwe klanten, die veranderingen in de wijnen van hun geliefde domein niet op prijs stellen -wat verandering ook weer in de weg kan staan. Zo zijn juist dit soort bedrijven gevangen tussen een rock and a hard place, zoals de Engelsen dat zo mooi noemen. En van wijnbouw overstappen naar de teelt van appelen, dat is in de steile wijngaarden langs de Moezel nu eenmaal geen optie. Dan zijn ze in de Provence beter af. Daar zie je wijnboeren overschakelen op pistache, het nieuwe groene goud, voor de nieuwste rage: Dubai-repen. Want de jongeren houden van zoet. Tot ook die hype weer over is en iedereen weer terug is bij af.

Het volgen van de laatste trend lijkt me dan ook geen goed idee. Vasthouden aan je lijn, het maken van goede wijnen en niet alleen maar trendgevoelig zijn, lijkt me verstandiger. Maar gemakkelijk is dat zeker niet. De geschiedenis leert dat na elke crisis weer betere tijden komen. Iets om ons met zijn allen aan vast te houden.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Over naar de content creator

Ik ben regelmatig op reis naar een of ander wijngebied. Dit jaar tot dusver een keer peer maand. Hard werken, moet ik zeggen, maar het blijft interessant. Tijdens deze reizen wordt met enige regelmaat aan de groep gevraagd zich even, een voor een, voor te stellen. Altijd handig. Dan weet ik gelijk ook even met wie ik op pad ben, voor zover ik mijn gezelschap niet ken. Onlangs stelde een van de leden van de groep zich voor als ‘content creator’. Dat vond ik een wonderbaarlijk prachtige omschrijving van het werk wat je doet. Hoe word je content creator? Ik mompel altijd dat ik over wijn schrijf, of zoiets. Iemand die naast me zat, stootte me onlangs aan, en zei: ‘maar je bent toch ook influencer?’ Wie weet ja, nou je het zegt. Nooit over nagedacht, eerlijk gezegd.

Ik moest het zijn van content creator in elk geval nog eens even goed laten bezinken. Gaande de dagen van het bezoek kon ik ook even rustig kijken hoe dat nu precies in zijn werk ging. Tja, wat zal ik zeggen? Even kort door de bocht gaat het er bij een content creator om, dat alles moet bewegen. Als ik een foto neem in een wijnkelder, sta ik stil. Ik zoek een mooie invalshoek met een fijne belichting. Een content creator loopt met de camera langs de rij met vaten. Wat natuurlijk zorgt voor een heel andere dynamiek. In beide gevallen overigens volgens mij even oninteressant – laat ik eerlijk zijn. Voor mij een mogelijke illustratie voor het blad of de website, die in de meeste gevallen ongebruikt blijft liggen. Maar op TikTok wordt zo’n rij vaten die is gefilmd tijdens het lopen misschien wel heel spannend, dat weet ik dan weer niet.

Een ander element in het werk van de content creator is een gesprek met de wijnproducent. Dat is natuurlijk wel weer heel anders. Ik heb die ook wel gemaakt, de laatste tijd helaas wat minder. Maar eigenlijk altijd alleen maar op reizen waarbij ik alleen was. In een grote groep ben ik er terughoudend mee – ongetwijfeld onterecht, maar goed. Want het is vaak onvermijdelijk dat de groep op jou moet wachten, of dat de wijnmaker, van wie je graag een uitleg krijgt, voor de rest van de groep enige tijd domweg niet beschikbaar is. Dat gebeurde nu ook enkele keren. Als er meer mensen in de groep zo zouden werken, zou je eigenlijk een apart programma moeten organiseren. Ik zou me er ongetwijfeld nogal ongemakkelijk bij voelen, maar ik besef heel goed dat dit vooral mijn probleem is, en niet dat van de content creator.

Toch ben ik gaande de trip tot de conclusie gekomen dat de vlag de lading niet helemaal dekt. Wat er in feite gebeurde, was dat geen inhoud werd gecreëerd, maar doorgegeven. Misschien zou spreekbuis een betere omschrijving zijn. Goed beschouwd ben ik net zo goed ook een content creator. Ik neem iets waar, denk er over na, en beschrijf wat ik zie op mijn eigen manier, met mijn eigen interpretatie – content zo u wilt. Die vervolgens wordt verwerkt tot inhoud van deze website. Maar ja, als TikTok de hemel is van de content creator, dan sta ik toch nog een beetje sneu met de voeten in de modder.

Maar laten we heel eerlijk zijn. De échte content creator is natuurlijk de wijnboer, die een jaar lang werkt aan de inhoud van zijn of haar flessen. Want als er iemand écht iets creëert, is de wijnboer dat wel. De wijnboer, zeker de kleinere in zijn of haar familiebedrijf, staat écht met de poten in de modder. Laten we dat vooral niet vergeten, als content creator noch als wijnjournalist.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Help, de robots komen!

Afgelopen week zag ik een item in het journaal over robots in de landbouw. Machines die geheel zelfstandig onkruid kunnen verwijderen, bijvoorbeeld met laserstralen. De machines vervangen schaars en duur personeel, dat eerder moest worden ingehuurd om de akkers te schoffelen. Dit soort ontwikkelingen zijn heel interessant ook voor de wijnbouw. Jaren geleden al liet Jan Panman, destijds de eigenaar van Rives Blanques, in de Limoux, ons een machine zien die het schoffelen tussen de wijnranken kon overnemen. Alleen was dat (nog) geen robot. Voor het besturen en hanteren van de machine waren toen nog mensenhanden nodig. Jan Panman liep in elk geval voorop. Hij zag vooral het belang van dit soort machines voor de biologische wijnbouw. Want het onkruid kon op die manier worden weggehaald zonder het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Voor de wijnbouw is de verschijning van robots een belangrijke en interessante ontwikkeling. Niet alleen voor biologisch werkende wijnboeren. Want met robots in de wijngaard kunnen conventioneel werkende wijnboeren duurzamer worden. Tegenwoordig kun je de cover crop laten maaien en bewerken door dit soort robots. Ook kan blad van de wijnranken met precisie door zulke robots worden teruggesnoeid. Robots kunnen veel preciezer spuiten, waardoor minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn. Net als in het item in het journaal, kunnen ook in de wijngaard robots met behulp van AI onkruid herkennen en met laserstralen vernietigen. Sterker nog, er zijn al robots op de markt die beginnende vormen van meeldauw kunnen behandelen met UV-licht, dus zonder dat er bestrijdingsmiddelen aan te pas komen. Deze robots werken veelal op zonnecellen en gebruiken dus geen diesel. En anders dan zwarte tractoren, drukken ze de grond niet te veel in, zodat deze los blijft en goed blijft ademen.

Een bijkomend, maar zeker niet onbelangrijk voordeel is natuurlijk dat het ook personeel scheelt. De robot kan zijn werk zelfstandig doen, als het nodig is zelfs dag en nacht. En het klinkt wellicht hard, maar waarschijnlijk ook nog met meer precisie. En aangezien goed personeel schaars en duur is, kan dit op lange termijn ook nog kosten besparen, als de investering in de robots is terugverdiend. Laatst op château La Mission-Haut-Brion kwamen we er eentje tegen. Een vreemd gezicht blijft het nog wel. Het zal nog wel even duren voor het een echt vertrouwd beeld wordt.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Ook Burgenland is op zoek

Afgelopen week was ik op reis naar Burgenland. U weet het wellicht wel, de wijnstreek aan de oostkant van Oostenrijk, tegen de Hongaarse grens aan. Met als een soort middelpunt een ondiep meer, de Neusiedlersee. In zijn diversiteit is het zo’n beetje de hele wijnwereld in het klein. Het is dan ook alsof je wat er nu gebeurt in wijnland in korte tijd onder een vergrootglas kunt bekijken. Want je komt hier alles tegen op wijngebied: zoet, krachtig rood, lichtvoetig rood, droog wit, mousserend, oranje, natuur, noem het maar op.

Ik kan me herinneren dat toen ik hier rond de eeuwwisseling kwam, de zoete wijnen van de zuidoostkant van het meer, de Seewinkel, ongelooflijk populair waren. Alois Kracher, die overleed in 2007, was een grootheid in zulk zoet, met prachtige wijnen. Tja, das war einmal. Zoete wijnen zijn inmiddels aan de straatstenen niet te slijten, om het plat uit te drukken. Zijn zoon, Gerhard, legt ons tijdens een rit door de wijngaarden uit wat er misging in de verkoop. De wijnen waren destijds mateloos populair in de V.S. en vooral in New York – goed voor 50% van de verkoop. Dat viel tijdens de financiële crisis helemaal stil. Een harde les. Hij besloot dat geen enkele exportmarkt meer dan 10% voor zijn rekening zou mogen nemen. Een wijs besluit. Zeker nu de markt voor zoet zo moeilijk is, dat de wijnen eigenlijk alleen nog in toprestaurants worden geschonken. Kracher maakt nu ook droge witte wijnen.

Blaufränkisch in de knop

De streek is ook bekend door zijn goede wijnen van blaufränkisch, in mijn ogen de meest interessante druif van Oostenrijk. Maar ook hier zie je een worsteling. Voor de klimaatopwarming was dit een laatrijpe druif, die soms maar moeilijk rijp werd. De omslag dat je hem tegenwoordig op tijd moet oogsten, is nog lang niet door iedereen gemaakt. Daardoor zijn er wijnen op de markt die door ‘moderne’ consumenten niet gewaardeerd worden, omdat ze te zwaar en te houtbepaald zijn. Ook in de Neusiedlersee DAC zie je wijnen van zweigelt – voor rood de verplichte druif – die nogal heftig zijn. Je ziet het natuurlijk ook wel verschuiven, naar lichter rood, dat koel kan worden gedronken. Maar dat gaat ook wel ten koste van de eigen identiteit van de streek.

In dat geval moet je de wijndrinkers wel opvoeden. Want die associëren rood niet met koel. Een van de begeleiders van onze groep vertelt dat er in Oostenrijk al een campagne is gevoerd om dit aan jonge consumenten te vertellen – bij uitstek de groep die nu afhaakt. ‘Ik ben soms verbaasd dat zoveel moeite wordt gestoken in de export. De export is niet meer dan 25% van onze productie. Het loont volgens mij veel meer de moeite om in eigen land goede campagnes op te zetten.’ Niet zo’n gek idee, lijkt me. Uiteindelijk is dat de groep die nu afhaakt, en daarmee een probleem vormt voor de toekomst. Er moet toch een nieuwe groep van dertigplussers komen die liefhebberij hebben in het drinken van (goede) wijn.

Aan het eind volgt een proeverij van een groep wijnhuizen die opereert onder de naam ‘Pannobile’. Een groep ontstaan vanuit het idee dat met elkaar een soort lokale rode blend moest worden gevonden die representatief is voor het terroir. En dat met lokale druivenrassen, in plaats van de druiven die rond de eeuwwisseling populair waren, zoals syrah, cabernet en merlot. Een mooi initiatief, van een achttal producenten. Maar ook zij worstelen, al zullen ze dat niet snel toegeven. Met oranjewijnen, natuurwijnen, petnat en andere moderniteiten, proberen ze wijnen te maken die nog wél populair zijn. Er wordt gemopperd dat de autoriteiten nog altijd niet in willen zien dat ook troebele wijnen in aanmerking zouden moeten komen voor de herkomstbenaming ‘Burgenland’. Tja, is dat zo belangrijk? Er wordt enthousiast op de wijnen gereageerd. Maar hoe groot is de groep wijndrinkers die dit soort wijnen écht lekker vindt? Bovendien, ik proefde elders betere wijnen gemaakt met schilcontact, zoals in het grensgebied van Friuli en Slovenië, in Brda. Niet elke witte druif is er echt geschikt voor, laten we maar zeggen. En van de ooit zo gezochte terroirexpressie is hier weinig sprake.

De zoektocht naar de juiste wijn voor de juiste consument is nog lang niet afgelopen, mogen we rustig stellen.

Ronald de Groot

ColumnsNieuws

Bordeaux 2025 en primeur: kopen of niet?

Er zijn vragen waar ik domweg geen antwoord op kan geven. Gelukkig niet. Als ik alles (van te voren) zou weten, dan zou dat nogal ongezond zijn. Wel kan ik bij de vraag in de kop wel bespiegelingen opschrijven – overpeinzingen zo u wilt. 

Een eerste betreft de kwaliteit van de jaargang. Zoals straks te lezen valt in het volgende nummer, Perswijn #4, ben ik over de wijnen van 2025 ronduit enthousiast – waarbij uitzonderingen, als altijd, de regel bevestigen. Als je in april bij de châteaux langs gaat en alle gezamenlijke proeverijen bijwoont, is het natuurlijk nog vroeg. Maar het proeven van veel wijnen was ronduit een plezier. Ik kan me nog herinneren hoe het, pakweg, dertig jaar geleden was. Een jaargang als 1996 was hard en vrij zuur om te proeven en primeur. Sindsdien is er in Bordeaux veel veranderd.

In de eerste plaats het klimaat. De omstandigheden zijn veel extremer, met veel meer hete dagen, en dus verdamping van water. Wat leidt, in elk geval in 2025, tot dikke schillen en weinig sap – dus concentratie en lage opbrengsten. De verhouding tussen schillen en sap maakt dat het gevaar bestaat dat de wijnen te veel tannine hebben, en te droog zijn. Maar de châteaux weten tegenwoordig heel goed hoe ze dit, door een zorgvuldige gisting en minder nieuw hout, in de hand kunnen houden. Bijvoorbeeld door gisting op lagere temperaturen dan voorheen.

Volgens de producenten is de bijzondere kwaliteit van de jaargang te danken aan een koele periode, met wat regen, vanaf half augustus. Koele nachten in september en wat broodnodig regenwater deden wonderen voor fruit en frisheid. Mede door een alcoholgehalte dat door de bank genomen zo’n 1 à 1,5% lager ligt dan in 2022 – een essentieel verschil.

Toch zijn niet alle wijnen top. Onder deze omstandigheden hebben lichtere, drainerende ondergronden met veel zand en/of kiezel het het lastigst. Denk aan de Graves, Pessac-Léognan de Pomerol buiten het centrale kleiplateau en Lalande-de-Pomerol.

De wijngaarden op de heuvels rond Saint-Émilion, met hun ondergrond van kalkrots, doorstonden de droogte juist perfect. Daar zijn zeer goede wijnen gemaakt, net als centraal op het plateau van Pomerol. Ook in de gemeenten van de Médoc, zoals Margaux, Saint-Julien en Pauillac zijn een aantal prachtige wijnen gemaakt, heel verleidelijk en gepolijst. 

Is het reden om de wijnen ‘en primeur’ te kopen? Dat hangt naar mijn smaak af van welke wijn, en je persoonlijke voorkeuren. Zo om me heen hoor ik als argument dat er ook oudere jaren op de markt zijn, zoals 2016 of 2020, met prijzen die relatief gunstig zijn – zodat ze 2025 beconcurreren. Ik denk dat waar kan zijn, maar niet voor bepaalde veel gezochte wijnen. En 2016 is groot, maar 2020 is naar mijn smaak van een lager niveau dan 2025. De prijzen zijn nu in elk geval gunstig. Van te voren werd gezegd dat een prijsverhoging ten opzichte van het veel mindere 2024 er niet in zou zitten. Maar de wijnen die tot nu toe zijn uitgekomen, durven – op de Sauternes na – een kleine prijsverhoging toch aan. Niet onlogisch, gezien de topkwaliteit en de extreem kleine oogst. Het lijkt er op dat de markt de meest interessante wijnen toch oppikt. David Bolomey (www.bolomey.nl) bevestigt dat de campagne hier in Nederland ‘best goed loopt’. Met een wijn als Pontet-Canet als duidelijke uitschieter. Ik denk dat voor de liefhebbers genoeg mooie wijnen te koop zijn. Denk aan wijnen als Canon, Clos Fourtet, Pavie-Macquin, Conseillante of Vieux-Château-Certan, om een aantal wijnen te noemen die groots zijn, maar niet de prijzen vragen van de allerberoemdste châteaux. In de appellation Margaux zijn ook fraaie wijnen gemaakt, zoals Giscours, Dauzac en Rauzan-Ségla. Het zijn maar voorbeelden, er is veel meer.

Peter Sisseck, de grote man achter Pingus (Ribera del Duero) en tegenwoordig producent in Saint-Emilion (Château Rocheyron – ook een prachtige wijn), vat de situatie bondig samen: ‘De wijnen van Bordeaux zijn nog nooit zo goed geweest. Maar het probleem is dat niemand ze wil kopen.’ Nou, wij wel. Er is geen wijnstreek te bedenken die in een jaar als 2025 zulke grote hoeveelheden goede, eigentijdse wijnen produceert als de Bordeaux.

Onze notities komen in de loop van de week online voor abonnees.

Ronald de Groot, hoofdredacteur.

Columns

Overpeinzingen: Kurkentrekkerheimwee

Afgelopen week waren we afgereisd naar het zuiden van de Pfalz, naar het dorpje Leinsweiler. Het slaperige dorpje, waar je niet eens een bakker kunt vinden, is onderdeel van de Südliche Weinstrasse van de Pfalz. Dit is de weg die leidt langs alle wijndorpen van de streek. Dat klinkt natuurlijk mooi, maar de realiteit is dat dit deel van de Pfalz, ten zuiden van Neustadt an der Weinstrasse, maar weinig bezoekers trekt. Hoogstens wat mensen die op zoek zijn naar rust en die graag wandelen of fietsen in de prachtige, beboste heuvels van de streek – zeer de moeite waard. Qua sfeer en uitstraling zou je je bijna in de Elzas kunnen wanen. Sterker nog, dit deel van de Weinstrasse was in de tijd van Napoleon Frans grondgebied. De druiven die hier staan aangeplant, zoals weissburgunder, grauburgunder en pinot noir doen ook eerder denken aan de Elzas dan aan Duitsland. Dat heeft overigens ook met de klimaatopwarming te maken. Maar de wijnen hebben hier niet de reputatie van de meer noordelijke gemeenten.

Een van de weinige ‘attracties’ van Leinsweiler is het kurkentrekkermuseum. Nou ja, museum is een groot woord voor een soort huiskamer vol met historische kurkentrekkers. Voor ons een wandeling van ruim tien minuten om er te komen. Onderweg zegt een voorbijganger, die vraagt waar we heen gaan, dat we alleen met een ‘Termin’ naar binnen mogen. Gelukkig hebben we die. Het museum heeft dan ook geen officiële openingstijden, je moet eerst bellen of mailen om te vragen of je ontvangen kunt worden. Maar we hadden geluk. Als we in de ochtend bellen, krijgen we te horen dat degene die het museum beheert – in haar woonhuis, Annette Minges, ons om twaalf uur kan ontvangen. 

Het blijkt een bijzondere ervaring. Nog nooit werden we in een museum zo persoonlijk ontvangen. De trots straalt er van af, net als het enthousiasme. Ze vraagt of we weten hoe lang er al kurkentrekkers worden gebruikt. Een jaar of 250, zouden we zo denken. Ja, grappig, veel mensen zeggen iets van 3000 jaar. Maar hoewel er destijds wel wijn was, waren er nog helemaal geen kurken. Ze vertelt dat de Engelse adel een methode zocht om de flessen port op een goede manier af te sluiten. In de portstreek was kurk voorhanden, en dat was een perfecte oplossing. De oudste kurkentrekker in haar verzameling dateert dan ook uit de periode 1780 tot 1790. In de eeuwen daarna was de kurkentrekker een onuitputtelijke bron van inspiratie. Vooral de kleinste kunstwerkjes zijn heel bijzonder. Kurkentrekkertjes voor de picknick, of geïntegreerd in een piepklein wijnvaatje, bijvoorbeeld. En, kurkentrekkers waren ook een echt ‘mannending’, aldus Annette. Ze toont ons kurkentrekkers die niets aan de verbeelding overlaten, met gespreide benen en een levensecht geslachtsdeel. Dat van de vrouw aan de ene kant en de mannelijke versie aan de andere kant. Daarnaast minuscule versies van de kurkentrekker voor poppenhuizen en heel grote, als decoratie voor in een wijnbar of café. En allerlei versies met hefbomen, om de kurk er gemakkelijker uit te krijgen. Aan de muur catalogi van Christie’s. Dat veilinghuis organiseerde in de jaren negentig zelfs nog veilingen met alleen maar kurkentrekkers. Das war einmal. Ook vlooienmarkten en andere gelegenheden om aan bijzondere kurkentrekkers te komen, zijn een beetje opgedroogd. De tijd om op dat soort plekken bijzondere vondsten te doen, ligt al lang achter ons. 

Wat ze van de schroefdop vindt? Wellicht prozaïsch, maar voor witte wijnen is het een perfecte oplossing, vindt ze. Dus voor haar geen heimwee naar de kurkentrekker.

We mogen pas weg na het nuttigen van een glas loepzuivere Riesling. Van welk domein wil ze niet zeggen, dat is haar ‘Geheimtip’. Misschien een volgende keer. 

Ach, de kurkentrekker.  Wat zouden we zonder moeten? We zijn een mooie ervaring rijker.

Ronald de Groot, hoofdredacteur

Columns

Overpeinzingen: Médoc blanc: oplossing of niet?

Tijdens de primeur-proeverijen van afgelopen tijd hadden we een échte primeur. Voor het eerst proefden we Médoc blanc. Natuurlijk, de trend dat steeds meer bekende châteaux ook witte wijnen maken, is er al jaren. Sommige witte wijn hier bestaan al heel lang, zoals de Pavillon blanc van Château Margaux. Nu de verkoop van rode wijnen flink stagneert, is de trend naar meer wit alleen maar sterker geworden, en komen er steeds meer. Het lukte de producenten in de Médoc daarmee iets wat de châteaux in de Sauternes, door onderlinge strijd, al jaren niet lukt: het creëren van een eigen appellation voor wit. 2025 is de eerste jaargang voor deze nieuwe appellation.

Belangrijk was de eensgezindheid die hier leefde om dit voor elkaar te krijgen. Zo moest er besloten worden over welke druiven zijn toegestaan en hoe de wijn opgevoed moet worden.

De keuze voor de belangrijkste druiven is niet zo verrassend: sauvignon blanc, sauvignon gris, sémillon en muscadelle. Bij de aanvullende druiven zitten voor mij wel wat verrassingen, met onder andere alvarinho, floréal, liliorila, sauvignac en souvignier gris. Van deze druiven mag de aanplant overigens niet groter zijn dan 5% van het totaal, en maximaal 10% in de uiteindelijke blend, maar toch. Het laat een paar dingen zien. In de eerste plaats dat Bordeaux, zeker nu de crisis toeslaat, een van de streken is waar de bereidheid bestaat om te innoveren, zoals met deze nieuwe druiven. Daarnaast laat het ook zien dat de Franse organisatie die de appellations vaststelt, het INAO, tegenwoordig bereid is om sneller nieuwe appellations goed te keuren, zodat er op dit punt meer flexibiliteit komt.

Voor de opvoeding is vastgesteld dat minimaal 30% van de wijn gedurende ten minste zes maanden in eikenhouten vaten moet rijpen. Zo krijgt de wijn wat rijkdom en enige houtinvloed, maar kan hij ook nog fruitig van karakter zijn. Uiteraard is meer houtrijping ook toegestaan als het doel is een krachtiger stijl wit te maken.

De vraag is natuurlijk hoe belangrijk deze nieuwe appellation is. Zeker is dat sommige châteaux het belang niet zien. Ach ja, Premiers Grands Crus Classé’s als Mouton-Rothschild of Margaux verkopen hun witte wijnen toch wel, hun status zorgt daar wel voor. Het is bemoedigend dat tweede crus als Pichon-Baron en Brane-Cantenac wél van de partij zijn. Les Griffons blanc van Pichon-Baron, bijvoorbeeld, is een serieuze wijn, houtgegist, op basis van 100% sémillon.

Op Cos d’Estournel kregen we te horen dat de kat – welwillend – even uit de boom wordt gekeken. Ook sommige oudgedienden, zoals de Caillou blanc van Talbot, zijn van de partij. Château Léoville-las-Cases gaat zijn eigen weg, met een wijn die voor de helft bestaat uit roussanne en marsanne, en die dus als Vin de France op de markt komt. Hij werd met enige bombarie in de nieuwe kelder gepresenteerd – hier trekt men zich al jaren niets van de goegemeente aan.

Hoe dan ook, het feit dat het wordt geprobeerd, en dat er meer serieuze witte wijnen worden gemaakt, lijkt me positief. Het voordeel van de nieuwe appellation is dat het ook meteen een bekende naam is – Médoc klinkt al vertrouwd. Het nadeel is natuurlijk – ik hoor het u denken – wéér een appellation er bij. Ik denk dat het voordeel tegen dit nadeel kan opwegen.

Nu op naar ‘Sauternes Sec’. Maar dan moeten de châteaux het daar ter plekke eerst wel over eens worden. En daar ziet het (nog) niet naar uit.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Crisis in vatenland treft wijnproducenten

Als je werkt aan je artikel over de nieuwe oogst van top-Bordeaux, gepresenteerd tijdens de primeur-proeverijen, dan ben je noodgedwongen verplicht in een moordend tempo door de wijngaarden van de Bordeaux te racen. Een soort militaire operatie, met elk uur, en vaak zelfs elk half uur een afspraak bij een château. We maken een programma waarin de rijtijden tussen de châteaux zo kort mogelijk zijn – een hele puzzel. Het zijn vrijwel allemaal châteaux die niet bereid zijn hun wijnen te presenteren bij een van de overzichtsproeverijen. Aan één kant interessant, omdat je uit de eerste hand hoort hoe de afgelopen jaargang verlopen is. Aan de andere kant irritant, omdat het veel tijd en kilometers kost.

Maar het bracht dit jaar ook een ander inzicht. Nooit zag ik in Bordeaux zoveel verlaten wijngaarden als dit jaar. Wijngaarden waarin niet de moeite was genomen te snoeien, zodat ze er verwilderd uitzagen. Vooral in de Médoc zagen we er flink wat, zelfs bij appellations als Moulis en Listrac. Een beklemmend en deprimerend gezicht. Het laat goed zien hoe de crisis hier toeslaat.

Maar ook werd in deze week duidelijk dat op de achtergrond nog veel meer speelt dan je denkt. Zo kwamen we bij meerdere châteaux die geraakt werden door een van de opzienbarendste liquidaties in wijnland van de afgelopen tijd. Ik schreef er al kort over in de laatste editie van Perswijn: het grootste bedrijf in de verhuur van wijnvaten ging dit voorjaar ten onder. Het is eerlijk gezegd iets waar ik nooit bij stilstond. Als je door de kelder met wijnvaten loopt, ga je er bijna vanzelfsprekend van uit dat de vaten van het château zijn. Nee dus. Het bedrijf, H & A, had 2000 klanten, waaraan het in totaal zo’n 1 miljoen vaten had geleased. Het leasen van barriques bleek net zo gemeengoed als het leasen van auto’s. De consequenties van zo’n zaak zijn groot en soms zelfs lastig te overzien. Arjen Pen, van château Branas-Grand-Poujeaux – waar een heel fraaie ’25 is gemaakt- legde het even uit. ‘Voor ons was dit een handige constructie. Als je vaten koopt, moet je veel geld investeren. Nu krijg je gewoon een rekening per maand. Maar vooral het verkopen van gebruikte vaten is een hele heisa. Bij deze leaseconstructie ben je daarvan af; dan geef je de vaten na gebruik weer terug. Dus voor ons was het een flinke schrik. Je hoort dat het bedrijf dat eigenaar is van de vaten in je kelder failliet is. Een van de vatenmakers had dat faillissement aangevraagd, omdat de afgenomen vaten niet betaald waren. Achteraf hadden we geluk, want de vaten in onze kelder waren wél betaald, en konden dus niet worden teruggehaald.’

Niet iedereen kon dit zeggen. David Eads van Clos Dubreuil meldde dat hij een flink bedrag op tafel moest leggen om zelf eigenaar van de vaten in de kelder te worden. Hoe dan ook, zo’n faillissement heeft veel consequenties voor de wijnproducenten, die toch al in een lastige positie zitten. Sommigen hebben nog geld tegoed van het bedrijf, anderen kunnen de barriques die ze niet meer nodig hebben niet meer retourneren. Bovendien is de mogelijkheid om vaten te leasen voor velen, in elk geval op korte termijn, weggevallen.

Het laat zien hoe de verschillende sectoren van de wijnproductie met elkaar verbonden zijn en hoe de crisis overal toeslaat. Het is een signaal hoe ver de impact reikt. En we kunnen er ook van uit gaan dat dit niet het laatste faillissement in deze geplaagde sector zal zijn. Een beklemmende gedachte.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Keeping up appearances

Deze week ben ik in Bordeaux voor de proeverij van de primeurwijnen, de wijnen van 2025, die nu op vat liggen. Het publicitaire circus van Bordeaux draait op zo’n moment op volle toeren. Bij aankomst woensdagochtend was circus van Smith Haut Lafitte al geopend. De paarden waren van stal gehaald en liepen door de wijngaard, om het biodynamische karakter te onderstrepen. Nou ja, het is ook wel bijzonder. Maar het laat je ook zien dat er hard aan het imago wordt gewerkt, wat eigenaresse Florence Cathiard wel is toevertrouwd.

Als je hier bent, weet je het meteen weer: in Bordeaux zijn ze meesters in het verkopen van de meest recente jaargang – 2025 inmiddels. De laatste jaargang is altijd de beste, laten we maar zeggen. Nou ja, bij de jaargang 2024 was dat nooit vol te houden, dus moest dat ‘toch wel meevallen’. Het verkopen van de laatste jaargang ‘en primeur’ is sinds een jaar of dertig, langer zelfs, een soort routine. Maar in deze tijden is niets meer routine. Maar, toegegeven, 2025 is voor veel châteaux een goed jaar.

In Bordeaux zijn de châteaux gebouwd op een bijzondere manier. Ze hebben een grote façade, maar tegelijk zijn ze opmerkelijk ondiep. Ze zijn op die manier gebouwd om door hun vooraanzicht zo veel mogelijk indruk te maken. Dat is Bordeaux op zijn smalst. En het is typerend voor Bordeaux. Je moet vooral luxe uitstralen.

Maar bij deze oogst vertoont de façade de nodige barstjes. Natuurlijk hoorden we van te voren dat men erg tevreden is over deze jaargang. En natuurlijk, we hebben de afgelopen dagen prachtige wijnen geproefd. Maar op de achtergrond moet worden erkend dat alleen machtig, donker en diep niet voldoende is. Want de wereld is veranderd, en dat is heel lastig voor Bordeaux. In het verleden moesten van niet zo rijpe druiven volle en krachtige wijnen worden gemaakt – toen de mode. Nu moeten van druiven met veel concentratie en tannine elegante wijnen worden gemaakt, dus exact het tegenovergestelde. En in warme en droge jaren als 2025 is dat extra moeilijk. Toch zijn veel wijnen prachtig, maar wie gaat ze kopen? Peter Sisseck (Château Rocheyron): ‘De situatie is heel vreemd. In Bordeaux worden betere wijnen gemaakt dan ooit. En niemand wil ze kopen. De wijnen van vroeger waren duidelijk minder, en die gingen als warme broodjes. Enorm frustrerend.’

Want anders dan de positieve gezichten bij de verhalen over de kwaliteit, speelt op de achtergrond dat er behoorlijk wat châteaux tot de nek in de problemen zitten. Jean-François Quenin (Château de Pressac): ‘Ik ben er zeker van dat er châteaux om gaan vallen. De inkopers van de luchtvaartmaatschappijen van de supermarkten hebben de prijs die ze willen betalen met de helft verlaagd. De banken verstrekken moeizaam krediet. Juist als je ze nodig hebt, zijn ze er niet. Het klinkt cynisch, maar als je buurman failliet gaat, ben je weer een concurrent kwijt. Zo zou je bijna gaan denken.’

Wie over de situatie nadenkt, komt inderdaad tot de conclusie dat een pijnloze oplossing bijna onmogelijk is. Het is overduidelijk dan ’25 beter is dan ’24. En het is de kleinste oogst sinds 1991. Dus ‘normaal’ zou de prijs gaan stijgen. Maar ‘normaal’ bestaat niet meer. De kopers van primeurwijnen willen graag dat de wijnen die ze kopen meer waard worden, en daar is de markt op dit moment niet naar. Voor de châteaux, tegen de achtergrond van de financiële situatie, is het geld hard nodig, zeker als je kijkt naar hun kosten en de weinige flessen die ze gemaakt hebben. Het besef dat de markt heel lastig is, is er zeker wel. Maar of dat genoeg is om de prijzen laag genoeg te houden is de vraag. Bordeaux zit gevangen tussen een rock and a hard place.

1 2 3 86
Page 1 of 86