Achtergrond & Interviews Archives - Perswijn

Achtergrond & Interviews

Achtergrond & Interviews

Pio Cesare – Van oudsher goed

Dit artikel verscheen eerder in Perswijn #3 van 2026.

Aan de rand van het historische centrum van Alba, in monumentale panden gebouwd op de resten van de oude Romeinse stadsmuur, ligt la cantina van Pio Cesare. Sinds 1881 wordt hier prachtige wijn gemaakt, uit Barolo en Barbaresco, maar ook uit andere denominazioni van Piemonte.

De Romeinse stadsmuur in de kelder van Pio Cesare

Op een typerende dag in de late herfst – het motregent en is waterkoud – loop ik door het oude centrum van mijn geliefde Alba, de hoofdstad van Langhe, tussen Barolo en Barbaresco in. Ik ben op weg naar de Via Cesare Balbo, waar Pio Cesare is gevestigd, op de resten van de Romeinse stadsmuur. Er blijkt veel gaande, want tegenover de oude wijnmakerij wordt een nieuwe gebouwd, speciaal voor de vinificatie van witte wijnen, die nu al bijna 30% van de productie uitmaken. Tja, je kunt wel oud zijn en tradities in ere houden, je moet ook met de tijd mee, en die vraagt om witte wijnen. Eigenlijk is het wat Pio Cesare altijd heeft gedaan: behouden wat goed is, maar innoveren waar nodig.

Pio en Boffa

In 1881 startte de lokale ondernemer Cesare Pio zijn onderneming, met de productie van wat wijn uit de heuvels van Barolo en Barbaresco. Aanvankelijk ging de wijn vooral naar de familie, maar begin twintigste eeuw was Pio Cesare al een bloeiend bedrijf, dat zelf wijn bottelde – destijds zeldzaam – en exporteerde naar meerdere landen. Onder zoon Giuseppe zette de groei door en Pio Cesare werd een gevestigde naam in de regio. Giuseppe’s dochter Rosy trouwde met de jonge ingenieur Giuseppe Boffa, die voor Pio Cesare ging werken en het later overnam.

De volgende in lijn was hun jongste zoon, vernoemd naar zijn overgrootvader: Pio Boffa. Hij maakte Pio Cesare tot wat het nu is, een van de grote namen van de Italiaanse wijnwereld, mede door veel te reizen. Belangrijker nog was zijn besef dat investeren in eigen wijngaardbezit essentieel werd, en dat deed hij dan ook flink. Tegenwoordig heeft Pio Cesare, onder leiding van Pio’s dochter Federica Boffa en neef Cesare Benvenuto, zo’n 80 hectare wijngaarden in eigendom: een grote rijkdom, zeker vandaag de dag.

Huisstijl

Onder die wijngaarden zijn percelen in maar liefst tien verschillende MGA’s (zeg maar crus) van Barolo. Maar het begon allemaal in Barbaresco, met Bricco di Treiso. En ondanks dat Pio Cesare tegenwoordig drie topcuvées maakt uit individuele wijngaarden – Barolo Ornato, Barolo Mosconi en Barbaresco Il Bricco – hecht het bedrijf misschien wel meer waarde aan zijn generieke Barolo en Barbaresco. Dat zijn blends van wijnen van druiven uit diverse percelen in meerdere MGA’s en gemeenten van de DOCG Barolo en Barbaresco, waarmee de twee appellations hun faam hebben opgebouwd. Het was vroeger gewoon om weinig of geen wijngaarden te bezitten als producent, en dus druiven te kopen uit veel verschillende wijngaarden, om ieder jaar een wijn in een soort huisstijl te kunnen maken.

Het complete plaatje

Het resultaat van al het kelderwerk bij Pio Cesare en van de tijd die daarvoor wordt genomen, zijn Barolo’s en Barbaresco’s met een geweldige inhoud en balans. Ze zijn zeker niet fruitig, maar hebben goed fruit. Rulle, maar droge tannine. Intrinsieke kracht en grote lengte. Ze zijn anders dan heel klassieke Barolo, maar klassieker dan die van inmiddels verstokte modernisten. En ze kunnen ouderen. Kortom, voor mij benaderen ze vaak het complete plaatje. Dat is een groot compliment, maar mijn mening over de wijnen van Pio Cesare heeft zich langzaam maar zeker ontwikkeld, op basis van veel proef- en drinkmomenten.

Keldermeester Paolo Fenocchio

Variatie in wijngaarden

Dat gaat allang niet meer zo gemakkelijk. Vanaf midden jaren 60 werden steeds meer druiventelers zelf producent. En tegenwoordig moet je een goed portfolio aan (oudere) wijngaarden in eigendom hebben om bij de top te horen en jaar in jaar uit goede wijnen te kunnen maken, zeker in deze tijd van klimaatverandering, met meer extremen. Vooral (bodem)water is een bepalende factor geworden, van extreme droogte in de zomer tot te veel regen in het late voorjaar of vlak voor de oogst. Dan is het handig om diverse wijngaarden te hebben op verschillende bodems, met daarin variërende hoeveelheden zand, kalk en klei. Zand is een voordeel in een natter jaar, klei bij droogte (kalk is overal wel en geeft kracht én verfijning).

Pio Cesare bezit die diversiteit, van Roncaglie in La Morra en Gustava in Grinzane Cavour (beide zanderig) via Ravera in Novello (meer klei) tot Ornato in Serralunga d’Alba (veel klei, weinig zand). Toch is er wel een zekere gemeenschappelijke deler: de meeste wijngaarden liggen op de zogenaamde Formazione di Lequio, een bodem van mergel met veel klei en kalk, met daarin dunne laagjes zand, die zich uitstrekt van het zuidoosten van Monforte d’Alba, door Serralunga en Grinzane (Barolo) tot in Treiso (Barbaresco).

Wijngaard

In de wijngaarden is alles gericht op hoge druivenkwaliteit en duurzaamheid. Pio Cesare gebruikt geen chemische gewasbescherming en monitort essentiële factoren als schimmeldruk met weerstations in de wijngaarden. Er zijn diverse cover crops geplant tussen de ranken, voor een gezondere bodem, maar ook om bijen en andere insecten aan te trekken en zo de biodiversiteit wat te bevorderen. Het hele jaar door wordt met hetzelfde team in de wijngaarden gewerkt. Voor geconcentreerde druiven wordt de opbrengst beperkt door een selectieve groene oogst en uitgekiend bladmanagement.

Vooral groot hout

Al sinds 1982 heeft Pio Cesare dezelfde keldermeester, Paolo Fenocchio, die met oenologisch advies wordt bijgestaan door Christophe Olivier uit Bordeaux. De fermentaties van Barolo en Barbaresco vinden plaats in roestvrijstalen en betonnen tanks, met maceraties die 25 tot 30 dagen duren, met piektemperaturen van meer dan 30 °C. Daarna gaan de wijnen op hout. Het gebruik van barriques was voorheen wat prominenter (30%), tegenwoordig gaat slechts zo’n 10% van de Barolo en Barbaresco in kleine vaten van Frans eikenhout. Het overgrote deel wordt opgevoed in traditionele grote vaten van Slavonisch eikenhout. Die opvoeding duurt minimaal 38 maanden voor Barolo en 26 maanden voor Barbaresco – dat schrijft de wet immers voor – maar Pio Cesare brengt de wijnen wat later uit. In december 2025, tijdens primeurproeverijen van de jaargang 2022, deed Pio Cesare niet mee en proefde ik op het domein 2021, de actuele jaargang (en we hebben al vaak geschreven hoe goed die is).

Mooie Chardonnay

Pio Cesare maakt veel meer dan alleen Barolo en Barbaresco. Er zijn goede wijnen van dolcetto en barbera, bijzondere blends met daarin pinot noir en Bordeauxdruiven en zelfs traditionele producten als Barolo Chinato en Vermouth di Torino. En zoals gezegd vormen witte wijnen al bijna 30% van de productie van Pio Cesare.

Het wit waarmee Pio Cesare het meest geassocieerd wordt is Piodilei. Deze Chardonnay, volledig gevinifieerd in deels nieuwe kleine houten vaten, ontstond in 1985 naar voorbeeld van Napa Valley Chardonnay, met als idee om ook complexe witte wijn te maken. De druiven kwamen oorspronkelijk alleen uit Bricco di Treiso, waar de hoogte van 400 meter helpt de frisheid van de druiven te bewaren. Tegenwoordig gaat er ook fruit uit Mosconi in, ook uit de hoge delen (380 meter). Ik moet zeggen dat ik soms het gevoel krijg dat topproducenten uit de Langhe zo’n ‘Bourgondische’ Chardonnay vooral voor de regionale markt maken – of soms zelfs voor zichzelf. Maar Piodilei vind ik al langer een heerlijke wijn, een vrij rijke Chardonnay met genoeg frisheid (geen malo), die gelukkig niet meer doet denken aan Napa Chard uit de jaren 80 en 90.

Verder zijn er een jongere, minder serieuze versie van Piodilei, genaamd l’Altro; een mooi opgevoede Sauvignon uit de Langhe genaamd Blanc en een keurige Gavi. Net toegevoegd aan het assortiment is een Timorasso Riserva uit de Colli Tortonesi, de herontdekte witte hoop. Ook daarmee geeft Pio Cesare aan dat het meespeelt in het eerste echelon.

Geproefde wijnen

  • Barbaresco 2021 17 pnt Druiven afkomstig uit Bricco di Treiso, San Stunet, Bongiovanni en Rocche Massalupo. Prachtig fruit, rijpe rode kersen, mooi zoet, pruimen, wat rook, peper, fijn kruidig; goed fruit, heel fraaie korrelige tannine, vrij breed met genoeg zuren, lang, erg goed. Prijscategorie 10
  • Barolo 2021 17,5 pnt Druiven afkomstig uit Ornato, Serra, Lirano, Briccolina, Mosconi, Ravera, Roncaglie, Gustava en Garretti. Compact, iets frisser dan de Barbaresco, mooi krachtig, peper, zoete zwarte kersen, pruimen, leer; goed fruit, mooie tannine, verpakte zuren, heel veel reserve. Prijscategorie 10
  • Barbaresco Bricco di Treiso 2021 18 pnt Donkere kersen, mooi diep, rozemarijn, leer, granaatappel, wat bosbodem; heel intens, krachtige tannine, fijne warmte, krachtig en zeer lang. Prijscategorie 10
  • Barolo Mosconi 2020 18 pnt Compact, heel jong, kersen, pruimen, fijn kruidig, sandelhout, beetje etherisch; mooi rijp, ook fris, mooie tannine, goede zuren, zeer lang, grote klasse. Prijscategorie 10
  • Barolo Ornato 2020 18 pnt Kersen, pruimen, rozen, specerijen, mooi compact en rijp; krachtig, gelaagd, nog heel jong, geweldige tannine, zeer lang, heel veel reserve. Prijscategorie 10
  • Nebbiolo 2022 16 pnt ‘Onze belangrijkste wijn in Italië’, aldus Silvio. Vrij donker van kleur, rijpe rode kersen, pruimen, niet gestoofd, fijn kruidig, amandel; goed fruit, niet te droge tannine, redelijke zuren, aardig lang, erg knappe wijn. Prijscategorie 9
  • l’Altro 2024 15,5 pnt Chardonnay met 15% sauvignon blanc. Fijn tropisch fruit, wat brandnetel, kruisbes, licht vuursteen; sappig, rond, zoutig, fijne zuren, redelijk lang. Prijscategorie 8
  • Piodilei 2023 17 pnt 100% chardonnay, gisting en rijping in barrique, geen malo. Ananas, fijn kruidig, wat zoutig, fijne toast; krachtig, wat warmte, genoeg zuren, bitters, lang. Prijscategorie 10

Importeur: Vinites

Achtergrond & InterviewsNieuws

Champagne De Venoge kiest positie

in gesprek met Gilles de la Bassetière over historie, stijl en richting in een veranderende Champagnemarkt

Toen Gilles de la Bassetière in 2005 president werd van Champagne de Venoge, werkte hij al bijna tien jaar voor het huis. Sinds zijn start in 1996 had hij van dichtbij gezien hoe De Venoge zich bewoog in een markt die veranderde, maar waarin het huis zelf steeds minder zichtbaar werd. De naam bestond nog, de wijnen ook, maar het verhaal was vervaagd. ‘De Venoge had een grote geschiedenis, maar niemand kende die’, zegt hij nu. Die constatering vormde voor hem het vertrekpunt. Eind jaren negentig stond het voortbestaan van het huis onder druk, zoals De la Bassetière het zelf verwoordt: ‘Het merk was haast verdwenen eind jaren 90.’ Wat volgde, was geen klassieke herlancering, maar een zorgvuldig opgebouwde herpositionering, waarin verleden en toekomst opnieuw met elkaar werden verbonden.

Gilles de la Bassetière

Geschiedenis geeft richting

De eerste stap lag niet in de wijngaard of de kelder, maar in la mémoire de la maison (het ‘geheugen’ van het huis). Samen met een historicus liet De la Bassetière de geschiedenis van De Venoge vastleggen. Niet uit nostalgie, maar als fundament. Hij is ervan overtuigd dat een merk met een vastgelegde historie niet zomaar verdwijnt. Wat hij aantrof, gaf richting. Oude etiketten, vroege merkinschrijvingen en reclame-uitingen lieten zien dat De Venoge ooit een heel innovatief huis was. Succes begint volgens hem bij het begrijpen van dat bedrijfs-DNA, en bij De Venoge ligt dat in innovatie en zichtbaarheid.

Opvallen

In een Champagnemarkt waarin volumes nauwelijks groeien, maar de concurrentie steeds scherper wordt, is herkenbaarheid geen luxe, maar noodzaak. De la Bassetière wijst erop dat er vandaag niet méér flessen worden verkocht dan dertig jaar geleden, maar dat de markt wel wereldwijd is geworden.

Binnen dat speelveld koos De Venoge voor een eigen signatuur. De Prince-fles, gebaseerd op een historisch model, werd een herkenbaar gezicht van het huis. De vorm verwijst naar de karaffen die aan het Nederlandse hof, onder de Prins van Oranje, werden gebruikt om Champagne te decanteren, in een tijd waarin dégorgement zoals we dat nu kennen nog niet bestond. In een zee van vergelijkbare flessen is dat een bewuste keuze. Met een standaardfles is het volgens hem lastig opvallen. In de praktijk ziet hij hoe gasten reageren: ze herkennen de fles niet direct, worden nieuwsgierig en willen proeven. ‘Eerst de blik, dan het glas.’ Champagne is daarbij meer dan inhoud alleen. In de ogen van De la Bassetière hoort een zekere theatrale component erbij. ‘Zoals in de gastronomie niet alleen het gerecht telt, maar ook de presentatie, zo speelt ook bij Champagne de manier van schenken en serveren een rol in de totale ervaring’, is hij van mening.

Open huis

Minstens zo bepalend was de keuze om De Venoge open te stellen voor bezoekers. Waar diverse kelders in de Butte Saint-Nicaise in Reims al eerder bezocht konden worden, opende ook De Venoge zijn deuren, in 2015. Aan de Avenue de Champagne in Épernay kwamen een bar en enkele kamers, iets dat daar lange tijd ongebruikelijk was. Van oudsher bleven de maisons namelijk gesloten, vanuit het idee dat discretie en mystiek deel uitmaakten van het product. De la Bassetière zag dat anders. Juist door het verhaal te delen, ontstaat betrokkenheid. Hij wilde een plek creëren waar bezoekers niet alleen champagne drinken, maar ook beleven in een omgeving waarin historie en ontvangst samenkomen. 

Die aanpak blijkt succesvol. Jaarlijks ontvangt De Venoge tienduizenden bezoekers, die niet alleen langskomen voor een glas, maar voor een ervaring die beklijft. ‘Gastvrijheid is daarmee uitgegroeid tot een integraal onderdeel van de positionering van het huis’, volgens De la Bassetière.

Spanning en verfijning

Ook in de wijnen zelf is ontwikkeling zichtbaar. Waar eerder meer nadruk lag op concentratie, verschoof de stijl in de afgelopen twintig jaar richting frisheid en elegantie. Volgens De la Bassetière willen mensen vandaag champagne die uitnodigt tot het drinken van meer dan één glas. Tijdens het proeven wordt duidelijk hoe die keuze doorwerkt: de huidige wijnen zijn wijnen met rijping en structuur, maar altijd gedragen door spanning en precisie. ‘Complexiteit zonder zwaarte, lengte zonder nadruk’, zo verwoordt De la Bassetière hun stijl.

Die lijn komt het meest uitgesproken terug in de prestigecuvée Louis XV. De naam verwijst naar een periode waarin champagne zich ontwikkelde van lokaal product tot exportartikel, mede dankzij de overgang van vat naar fles, een cruciale stap in de geschiedenis van de regio.

In de wijn vertaalt zich dat naar een nadruk op zuren en balans. ‘Sinds 2008 wordt voor Louis XV geen malolactische omzetting meer gedaan, om de natuurlijke frisheid te behouden en het bewaarpotentieel te versterken’, legt De la Bassetière uit. Tegelijkertijd plaatst hij kanttekeningen bij modieuze ontwikkelingen, zoals de opkomst van brut nature cq. zéro dosage. Volgens hem wordt daarbij soms vergeten waar champagne uiteindelijk voor bedoeld is, namelijk plezier en doordrinkbaarheid. Een volledig droge stijl kan technisch interessant zijn, maar verliest volgens hem vaak aan toegankelijkheid. ‘Zéro dosage is als een salade zonder dressing, of een steak zonder peper en zout’, vindt hij. Zo’n vergelijking is uitgesproken, maar maakt zijn punt helder; frisheid is essentieel, maar zonder balans verliest champagne zijn aantrekkingskracht, zeker als mensen meer dan één glas willen drinken.

Positionering

De toekomst van Champagne ligt volgens De la Bassetière minder in volumegroei dan in positionering. De centrale vraag is volgens hem eenvoudig: kiest de sector voor minder flessen tegen een hogere prijs, of voor grotere volumes met een breder toegankelijk segment? Voor De Venoge is die richting helder. Met de Prince-lijn en Louis XV richt het huis zich nadrukkelijk op het hogere segment, niet om exclusiviteit alleen, maar als logisch gevolg van de geschiedenis, kwaliteit en ambities van De Venoge. Daarmee sluit de cirkel zich. Wat begon als een zoektocht naar een verloren verhaal, mondt uit in een duidelijke positionering: een Champagnehuis dat zijn verleden niet alleen bewaart, maar actief inzet om richting te geven aan de toekomst.

tekst en fotografie: Huub Snijders

De wijnen van Champagne De Venoge zijn in Nederland verkrijgbaar via Pallas Wines, onderdeel van Delta Wines.

Op maandag 28 september kunt u deze en andere champagnes proeven op PERSWIJN proeverij Le Tour de Champagne: perswijn.nl/champagne

Wijnkennis

Het getemde beest

Infusie in plaats van extractie

Op veel plaatsen in de wijnwereld zingt er een modewoord rond als het gaat over maceratie: infusie. Dat heeft voor veel wijnmakers extractie vervangen. Het past bij de trend van meer verteerbare, lichtere wijnen. Maar is het altijd handig?

‘Mijn idee de laatste tijd is dat we vroeger wijn maakten alsof we koffiezetten en nu alsof we theezetten! De realiteit is dat we voldoende concentratie en extract in onze druiven hebben en dat we elegantie moeten omarmen. De kracht is er sowieso. En we moeten liever gaan voor verfijning dan voor bruutheid.’ Was getekend de welbespraakte Eben Sadie, de beroemdste wijnmaker van Zuid-Afrika en één van de mensen die ik vragen stelde over dit thema. Ook Bruno Boisson uit Cairanne en Giuseppe Vajra uit Barolo komen nog aan het woord. Ze geven samen een diepgaand actueel beeld van een van de belangrijkste aspecten van het maken van rode wijn: schilweking.

Smaaktrend?

Het is duidelijk dat krachtige, volle rode wijnen minder in trek zijn, sinds een jaar of 10. Waar in de jaren 90 nog ‘meer van alles’ een garantie op succes leek, zoekt de wijnliefhebber nu naar meer verteerbare, lichtere wijnen. Infusie past helemaal bij die ontwikkeling.

Kleur, smaak en meer

In het proces van vinificatie van rode wijn, is het inweken van stoffen uit de schillen en het vruchtvlees van de geoogste druiven van het grootse belang. De anthocyanen (rode, paarse en blauwe kleurstoffen) bevinden zich doorgaans in de schil van blauwe druiven, net als de tannine die het belangrijkst in voor de kwaliteit van rode wijn, voor het gemak schiltannine genoemd. Anthocyanen laten het gemakkelijkst los, voor het extraheren van tannine is meer tijd, temperatuur en/of actie nodig. In de gistende wijn polymeriseren anthocyanen en tannine (ze gaan samenklitten) en vormen stabiele tannine-anthocyaancomplexen, die we gekleurde tannine noemen. Die zijn belangrijk voor de kleur en de smaak van de wijn, vooral voor de structuur en het mondgevoel. Tijdens de maceratie worden aan de schil ook aromastoffen onttrokken, die de wijn geur geven. Uit het vruchtvlees stammen de suikers die worden omgezet in alcohol en ook de zuren, die bijdragen aan de smaak.

Minder harde actie

Remontage

‘Extractie houdt hoofdzakelijk in dat je bijvoorbeeld driemaal daags een remontage of een pigeage doet’, legt Eben uit. Bij remontage tap je gistende wijn onder uit het vat en spuit of sproeit die van bovenaf over de hoed van schillen; pigeage is het onderduwen van de hoed van schillen, die boven is komen drijven. ‘Met andere woorden, er is meer actie, beweging. Doorgaans ligt de fermentatietemperatuur ook hoger en worden de druiven tevoren gekneusd, om het extractie-oppervlak te vergroten’. Eben deed dat tot 2009 ook allemaal voor zijn rode topcuvée Columella. ‘Maar nu kneuzen we de druiven niet meer –25% bestaat nu zelfs uit hele trossen– en doen geen pigeages meer. We houden alleen de hoed nat door eenmaal per dag 10% van de tank te remonteren. Mede door het gebruik van hele trossen liggen de fermentatietemperaturen ook lager nu, op maximaal 26 ºC in plaats van 30 ºC, zoals voorheen.’ En Columella is naar mijn mening nu mooier dan ooit, preciezer dan vroeger, met een gelijkwaardig of groter rijpingspotentieel.

Beestachtig

Nog iemand die de manier van vinificatie van zijn rouges ingrijpend heeft veranderd, is Bruno Boisson van Domaine Boisson in Cairanne. Hij geeft belangrijke historische context: ‘Je moet wel beseffen dat goede rijpheid van druiven, met veel kleur en concentratie, lastig te bereiken was in de jaren 80 en 90.’ Zonder maceratietechnieken als pigeages, remontages en délestages (overpompen) was het moeilijk genoeg kleur en structuur in de wijn te krijgen. ‘En tegelijkertijd ontstond er een zekere visie over hoe rode wijnen moesten zijn, onder invloed van Parker’, vervolgt Bruno. ‘Om hogere scores te behalen in de internationale wijnmedia, vooral de Amerikaanse, hebben de wijnbouw en de oenologie beestachtige concourswijnen voortgebracht, zeer geconcentreerd, met te veel extract, hout en kracht…’

Kleurrijke mengsels

‘Zelf deed ik tot 2016 daar ook aan mee, maar omdat ik niet meer van mijn eigen wijnen hield, ben ik het beetje bij beetje anders gaan doen. Ik wil luchtige, verfijnde wijnen maken.’ Bruno heeft net als Eben Sadie de fermentatietemperaturen en de duur van de maceratie teruggebracht, gebruikt hele trossen (inclusief steeltjes) en doet helemaal geen pigeages en délestages meer. Hij mengt zelfs witte druiven met de blauwe voor rode wijn of maakt rosé van een vroege oogst en voegt die toe aan de assemblage.

Het heeft voor meer transparantie en elegantie gezorgd in zijn wijnen. ‘Natuurlijk zonder te vergeten dat wijnen ook diepgang moeten hebben’, zegt hij. ‘Die moeten we niet verwarren met concentratie, net als we finesse niet moeten verwarren met dunheid. Diepgang komt wat mij betreft van oudere planten, het juiste wijngaardbeheer (biologisch, biodynamisch), van lage opbrengsten, mooi rijpe en gezonde druiven…’. En dat soort druiven is tegenwoordig bijna ieder jaar te oogsten, door veel kennis van wijngaardmanagement, maar ook door klimaatverandering.

‘Geen absoluutheden’

Klimaat en tijdgeest hebben ook Giuseppe Vajra van G.D. Vajra uit Barolo aan het denken gezet. ‘Extractie versus infusie is zeker een groot thema hier, bijna zoals opbrengst en barriques dat waren in de jaren 80 en 90!’ Giuseppe denkt genuanceerd over het thema, ook omdat nebbiolo toch een ander beest is dan syrah en grenache noir, vermoed ik. Doordat nebbiolo minder goede anthocyanen heeft, die relatief snel oxideren in vergelijking met die van syrah bijvoorbeeld, maar veel tannine, is maceratie voor Barolo een bijzondere zaak. Spoedige polymerisatie van anthocyanen en tannine is essentieel maar verlengde maceratie kan ook veel extra kwaliteit geven. ‘2018 was voor mij een eye-opener’, bekent Giuseppe. ‘Ik wilde voor infusie gaan, omdat het eerste deel van het groeiseizoen regenachtig was geweest. Mijn vader bracht me op andere gedachten, toen hij vroeg: “Waarom denk je dat goede wijnmakers in de nog veel moeilijkere jaren 60 en 70 pigeages deden?” Daardoor ben ik dingen vanuit een ander perspectief gaan zien.’ En heeft hij weinig veranderd aan de vinificatie. ‘We combineren voorzichtige extractie met lange schilweking en houden de hoed ondergedrukt nadat de alcoholische gisting voltrokken is (cappello sommerso). Maar hoe lang hangt af van het jaar en de percelen.’ Om af te sluiten met een afgewogen mening, zoals we van de Vajra’s gewend zijn: ‘Lange maceraties kunnen Barolo’s geven van sublieme aromatische complexiteit, maar hebben enorm veel aandacht nodig. Anderzijds is infusie ook uitdagend, als je terroirexpressie en rijpingspotentieel wilt bereiken. De vele grote wijnen in beide stijlen tonen aan dat er geen absoluutheden zijn.’

Tannine?

Tannine is de verzamelnaam van complexe chemische verbindingen van fenolische bestanddelen die smaakbepalend zijn voor rode wijn. De kwaliteit van de tannine wordt al in de druif bepaald en is afhankelijk van de schilrijpheid. De hoeveelheid tannine is in principe druivenrasafhankelijk, maar wordt in wijn vooral bepaald door de mate van extractie.

Lars Daniëls

Achtergrond & Interviews

Profeten en schurken: de moderne eilandwijnen van een onderzoeker

Het gaat er lekker aan toe op Madeira en het naburige eilandje Porto Santo. Zelfs binnen deze kleine, afgelegen archipel bestaat er rivaliteit. Goedaardig, dat wel. De Portosantenses noemen de Madeiranen villões (arrogante stedelingen, schurken), en omgekeerd noemen de Madeiranen de bewoners van het veel kleinere Porto profetas* (profeten). António Maçanita, de sterwijnmaker uit Évora, en zijn business partner Nuno Faria, gebruiken deze bijnamen om de verschillen tussen hun fijne wijnen van beide eilanden te accentueren. Profetas e Villões is de naam van hun lokale project. Wijnen van Madeira zijn gelabeld met Villões, die van Porto Santo met Profetas.

Maçanita’s wijnen behoren tot de beste en spannendste van Portugal. Zijn thuisbasis is het wijngoed Fitapreta in de Alentejo, maar hij heeft ook projecten op de Azoren (met Filipe Roche) en in de Dourovallei (met zijn zus Joana). Op simplesmente… Vinho, de inmiddels veertienjarige beurs voor Portugese low-interventionwijnen in Porto sprak ik met Faria en wijnmaker Jessica Mesquita (hoofdfoto).

Een nieuwe uitdaging

Profetas e Villões is een relatief nieuw project, vertelt Faria. Als restaurateur in Lissabon schenkt hij Maçanita’s wijnen en het idee om samen iets te doen sluimerde al jaren. Maar als je meerdere wijngoederen of restaurants bestiert, is tijd een beperkende factor. En naast de Azoren zat Maçanita helemaal niet te wachten op een nieuw project op weer een afgelegen archipel. Maar zoals rond 2020 wel vaker gebeurde, werd onder invloed van Covid alles vloeibaar. Faria zat tijdens een lockdown drie maanden vast op Porto Santo, en leerde daar de lokale druivenrassen kennen, onder andere listrão (op de Canarische eilanden listan blanco genaamd) en caracol, een ras dat uitsluitend op Porto Santo voorkomt. “Die druiven zijn alleen goed om te eten”, kreeg hij te horen van de lokale bevolking. Toen wist hij dat hij de uitdaging had gevonden om Maçanita te overtuigen om eindelijk een gezamenlijk project te beginnen. En nu is er dus een fantastische Caracol dos Profetas: tikje floraal, zilt, licht fluwelige textuur, fijne speelse zuren.

Verschillen tussen Madeira en Porto Santo

Waar Madeira door zijn bergen een groen en nat eiland is, is het vlakke Porto Santo droog. Het heeft eigenlijk een woestijnklimaat. Geologisch is Porto Santo veel ouder dan Madeira. Hoewel beide eilanden van vulkanische oorsprong zijn, hebben verwering en erosie op Porto Santo miljoenen jaren langer de tijd gehad om de bergen af te slijten. Het meest geschikte deel van het eiland voor wijnbouw is tevens het laagste deel, waar de bodem naast vulkanisch zand uit klei, kalksteen en fossiele schelpen bestaat. Terwijl op Madeira de wijnstokken traditioneel tegen pergola’s opkruipen, groeien de planten op Porto Santo, nog maar 14 hectare, laag bij de grond.

Druiven groeien dichtbij de grond op Porto Santo ©Profetas e Villões

Wijnmaakproces

De wijnbereiding is bij Maçanita voor alle wijnen hetzelfde, vertelt Mesquita. Na een langzame persing in een pneumatische pers en een vaak lange fermentatie met van nature aanwezige gisten (een half jaar is geen uitzondering), rijpen de wijnen in gebruikte eikenhouten vaten. Malolactische conversie vindt spontaan plaats. Of niet. Er wordt niet geïnoculeerd. Lange rijping op de lies is een belangrijk onderdeel van de vinificatie, omdat er in principe pas bij botteling zwavel wordt gebruikt. Als er eens een wijn in roestvrij staal wordt gerijpt, leggen ze ook die vaten horizontaal om maximaal liescontact te creëren.

Jessica Mesquita onder de pergola op Madeira ©Profetas e Villões

Logistieke nachtmerrie

Faria en Maçanita werken op beide eilanden met lokale druiventelers. “Aanvankelijk kostte het ons behoorlijk wat inspanning om onze telers te overtuigen hun druiven niet te vroeg te oogsten”, zegt Faria. “De meesten waren gewend hun druiven vaak al bij 9 procent potentiële alcohol te plukken. De Madeiraproducenten hebben graag wat extra zuren.” Inmiddels begrijpen ze wat Faria en Maçanita willen. Daarmee zijn niet alle problemen opgelost. De wijnkelder bevindt zich op Porto Santo. “In het oogstseizoen, dat samenvalt met het toeristische hoogseizoen, zijn de boten tussen de twee eilanden al weken van tevoren volgeboekt, terwijl wij het oogsttijdstip vaak pas laat bepalen. Dat leidt soms tot logistieke nachtmerries”, verzucht Faria.

Tinta negra

Bij tinta negra, het meest aangeplante ras op Madeira, gebeurt het plukken in drie doorlopen. De als eerste geoogste druiven gaan naar de Madeiraproducenten, de druiven van de tweede doorloop gebruiken Faria, Mesquita en Maçanita voor hun rosé, en de rijpste druiven gaan naar de rode wijn. Als minst nobele van de rassen die voor Madeirawijn worden gebruikt, wilden zij laten zien dat ook tinta negra potentie heeft. Zowel bij de rosé (heel licht van kleur, rokerig/vuursteen, licht rood fruit, beetje brood), als de rode Tinta Negra is dat goed gelukt. Van de rode wijn worden nu zelfs drie varianten gemaakt: een blend van twee wijngaarden (één in Estreito aan de drogere, warmere zuidkant van het eiland en één in Vale de São Vicente aan de natte, koelere, vaak bewolkte noordkant), en van elk van de twee wijngaarden een eigen wijn. De verschillen zijn subtiel. De gemene deler is dat alle drie etherisch, filigraan, bescheiden in alcohol en zeer drinkbaar zijn en dat ze subtiele, terughoudende aroma’s en smaken van rood fruit en kruidigheid hebben. Mooie en heel eigentijdse wijnen dus. De São Vicente is misschien beetje boers, maar een wolkje melkchocola geeft ook enige ronding. De Estreito vond ik het meest harmonieus. Beide wijngaardwijnen hebben iets meer structuur dan de blend.

Het vlakke Porto Santo ©Profetas e Villões

Geïnspireerd door de touwpers

Maçanita’s wijnen, benadrukten zowel Faria als Mesquita, zijn niet alleen het resultaat van zijn oenologische deskundigheid, maar komen ook voort uit zijn nieuwsgierigheid. Alles wordt onderzocht. Zo kwam Maçanita erachter dat caracol verwant is aan listrão. Maar hij kijkt ook naar de geschiedenis. “Voor lokale mensen”, zegt Faria, “was het laatste druppeltje sap dat je uit een druif kan persen het meest waardevol. Vloeibaar goud.” Daarvoor werd een traditionele touwpers gebruikt waarmee een houten plaat met behulp van een touw en een hefboom naar beneden werd gedrukt. De Vinho de Corda eert deze geschiedenis, overigens wel met een moderne pneumatische pers. De druiven, listrão en caracol, worden geperst in drie fracties, de derde gaat naar de Vinho de Corda. Je mond zou bij de gedachte al samen kunnen trekken. Maar als je hem proeft is niets minder waar. Met zijn wat diepere kleur en inderdaad stevige structuur, zou je hem kunnen verwarren met een zachte schilcontactwijn. Maar dat is dus niet het geval. De tannine, net als de vrij intense aroma’s, worden geëxtraheerd door het krachtige persen, en niet tijdens de maceratie of vergisting. Voor sommige misschien een acquired taste, maar wel een die het waard is te proberen.

Faria (links), Maçanita (rechts) en een van hun druiventelers ©Profetas e Villões

Passito

Omdat het op Porto Santo zo droog is, zijn de druiven klein en is het sap geconcentreerd. Dit bracht Faria en Maçanita in hun eerste jaar meteen op het idee om een passito te maken. Hij is nog niet op de markt, dus ik heb hem niet kunnen proeven. Ik noem hem hier niet alleen om Maçanita’s nieuwsgierigheid en hang naar vernieuwing te benadrukken, maar ook omdat deze wijn hem in aanvaring bracht met de lokale regelgeving. Want, zo vindt de IVBAM, het regelgevende orgaan voor de wijnbouw op Madeira en Porto Santo, zo’n passito kan wel eens te veel op Madeirawijn lijken. Alle wijnen van de archipel moeten door de IVBAM gecertificeerd worden. Dus ook die passito. Nu is het dus wachten op goedkeuring. Het zal nog wat voeten in de aarde hebben, maar Faria en Mesquita hebben er vertrouwen in dat die uiteindelijk komt. Dat wachten kunnen we gelukkig aan Faria, Mesquita en Maçanita overlaten. Want er zijn inmiddels negen Profetas-e-Villõeswijnen die allemaal een eigen verhaal hebben, erg lekker zijn en goed aansluiten bij de huidige vraag, ook de rode.

Verkoop/Distributie

Nederland: Wijnkoperij Okhuysen

België: De Heerlyckheid, Wijnhandel Annicaert, Winespot

* Het woord villões is het meervoud van villão, een inwoner van een stad. Vanuit het rurale Porto Santo gezien waren alle Madeiranen (arrogante) stedelingen – de hoofdstad Funchal is met meer dan 200.000 inwoners Portugals op vier na grootste stad. Het woord lijkt veel op vilão dat, net als het Engelse villain, schurk betekent. De bijnaam profetas werd als eerste aan een echtpaar uit Porto Santo gegeven, dat in de zestiende eeuw met hun profetieën veel invloed verwierf. Hun oproep om zo veel mogelijk tijd aan gebed te besteden ondermijnde de economie. Uiteindelijk werden ze opgepakt door de inquisitie. Maar de bijnaam profetas bleef aan de Portosantenses kleven. Althans, dat is de mythe.

Achtergrond & Interviews

Vinoblesse is jarig – 40 jaar ‘ware wijn’

Vinoblesse werd in 1986 opgericht in Amsterdam, door Tjitske Brouwer en Marc Collard. Onlangs vierden ze hun 40-jarige bestaan met een mooie overzichtsproeverij, waar ik een aantal van de paradepaardjes van hun assortiment proefde.

Veertig jaar in de wijnhandel, da’s niet niks, gefeliciteerd! Vinoblesse ontstond in een tijd dat die in Nederland flink aantrok en er steeds meer geïnteresseerde wijnliefhebbers bijkwamen. De wijnen van Vinoblesse kwamen aanvankelijk uit de klassieke gebieden, maar dan wel van producenten –meestal kleine domeinen en echte wijnboeren– die zo natuurlijk mogelijk werkten. Mensen die o.a. inzagen dat kunstmest, pesticiden en herbiciden niet goed waren voor de wijngaard, en uiteindelijk ook niet voor de wijn. Tjitske en Marc* verbreidden hun horizon naar zo’n beetje alle belangrijke wijnlanden van Europa, waar ze producenten ontdekten die bij hun idee over de wijnwereld passen. Dat waren steeds vaker biologisch en biologisch-dynamisch werkende boeren, en later ook makers van zogenaamde natuurwijn, die ook in de wijnmakerij ingrijpen tot een minimum beperken. Het mooie is dat bij hun keuzes wijnkwaliteit altijd voorop bleef staan, ondanks (en misschien extra belangrijk gezien) de spirituele, soms zelfs esoterische inslag van bepaalde producenten, die medebepalend is voor de manier waarop wijnbouw wordt bedreven en wijnen tot stond komen. Ze hebben altijd achter hun wijnen gestaan en kunnen staan, omdat ze deze heel goed kennen. Met enige bewondering kijk ik nog steeds naar hun reizen waarop ze ieder jaar zoveel mogelijk van hun producenten persoonlijk en ter plaatse bezoeken. Het woord ‘persoonlijk’ is treffend want hun selecties zijn persoonlijk. En dat betekent ook dat vele producenten Vinoblesse trouw blijven en andersom; relaties zijn vaak langdurig en meer dan zakelijk geworden zonder dat kritisch zijn op wijnkwaliteit verloren gaat.

Daarom dacht ik dat het leuk was om een aantal vaste waarden van het assortiment van Vinoblesse weer eens zorgvuldig te proeven. Deze wijnen geven een goed idee van waar Vinoblesse voor staat, wat ze zelf ‘ware wijnen’ noemen. Alle onderstaande wijnen hebben de Vinoblesse signatuur: ze zijn puur, karaktervol en soms zelfs eigenwijs, en ook zijn ze enorm drinkbaar maar nooit simpel.

Thomas Pico – Domaine Pattes Loup, Beauregard Mise Tardive 2022, Chablis 1er cru: zeer zuiver en puur, citrusfruit, jasmijn, rode appel, kalk-kruidigheid; verfijnde smaak, mooi intens, slank, precies, droog en lang. Nog wat ingetogen en aromatisch vrij bescheiden, zoals je van een warm, droog jaar als 2022 kunt verwachten, en heel anders dan de 2021 die een hint van botrytis in het spannende aroma heeft. 2022 gekozen omdat dat de nieuwe jaargang is. 17 pnt € 75,-

Domaine Henri Germain & Fils, 2024, Meursault: de verleiding was groot om hier de werkelijk geweldige 1er cru Les Poruzots 2023 te plaatsen, maar de ‘gewone’ Meursault is voor Vinoblesse en Germain de belangrijkste wijn en heel voorbeeldig; compact, nog wat gesloten, hartig citrusfruit, fijne reductie, iets toast maar super geïntegreerd; eerst verlegen, dan komt de kracht van heel goede Meursault, heel strak, prachtige zuren, zeer lang. 17,5 pnt € 59,-

Domaine Ganevat, Chardonnay Les Grands Teppes Vieilles Vignes 84 mois d’élevage 2018, Côtes du Jura: voor wat ik weet, heeft Vinoblesse de wijnen van Jean-François Ganevat geïntroduceerd in Nederland, nog voordat hij een cultfiguur in de wijnwereld werd; deze extreem lang op vat opgevoedde Chardonnay stamt uit een meer dan 100 jaar oude wijngaard in Rotalier; nog wat gesloten, licht oxidatief, maar piepjong, kweepeer, citrusfruit, kamille, noten; enorm intens, prachtige textuur, grootse zuren, enorm hoog op smaak, enorm lang. Beter wordt natuurwijn niet. 18,5 pnt € 90,90

Marc Tempé, Gewurztraminer Mambourg 2020, Alsace: alhoewel ik ook fan ben van de beter betaalbare Riesling Am Zelle en de Auxerrois Vieilles Vignes 2019 heel bijzonder is, is deze Gewurztraminer uit een van de beste terroirs voor de variëteit, Mambourg, een must. In Perswijn noemden we deze eerder ‘misschien wel de beste Gewurztraminer ter wereld’ en daar sta ik nog steeds achter; prachtig aroma, getypeerd met lychees, ananas, rozen en piment maar al met merkbaar extra diepgang; rijp, rijk en zoetig maar verfijnd en gelaagd, met een schone, zeer lange afdronk. 17,5 pnt € 55,-

Cantina di Torra – Nicolas Marriotti Bindi, Albore 2025, Patrimonio: Vinoblesse heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de specialisten in Corsicaanse wijn. Die focus is logisch en verdiend, zal iedereen die het eiland en zijn goede producenten heeft bezocht, beamen; heel jong, zo lieflijk verfijnd, perzik, limoenschil, acacia; vrij vol, wat zoutig, beetje nougat, goede zuren, mooi lang. 16 pnt

Weingut Heiner Sauer, Frankweiler Käfernberg Riesling 2023, Pfalz: alhoewel Vinoblesse niet erg bekend is om Duitse wijnen, voeren ze die van Heiner Sauer al heel lang; rijp citrusfruit, abrikozen, zoete bloemen, kruidig en zoutig; vrij rijk, rijpe zuren, mooie textuur, genoeg zuren, goed lang. 16,5 pnt cat. 8

Domaine Bernard Fleuriet et Fils, Sancerre Côte de Marloup 2023: Sancerre zoals Vinoblesse ervan houdt, niet luid, maar juist rustig; verfijnd en puur, wat bloemig, rijpe appel; zacht, milde zuren, wat rulle textuur, naturel. 16 pnt € 29,95

Clos Marie, lOlivette 2023, Pic Saint-Loup: over een valeur sûre gesproken uit het assortiment van Vinoblesse, al jaren zijn de natuurlijke wijnen van Françoise Jullien en Christophe Peyrus uit Lauret een vaste waarde; mooi rijp rood fruit, beetje leer, laurier, peper, fijn boers; rijp, rulle tannine, mooie kracht, goed lang. 16 pnt € 24,95

Domaine Combier, Rouge Cuvée L 2024, Crozes-Hermitage: ten slotte deze Cuvée L, naar Laurent Combier, een pure Syrah van het plateau van Les Chassis; niet de beroemdste wijn van Combier –dat is Clos des Grives– wel eentje die vaak op voorraad is en heerlijk wegdrinkt; heel jong en puur, cassis, peper; vrij strak, goed fruit, wat zoethout, goed lang. 16 pnt € 21,-

*bij Perswijn kennen we Tjitske en Marc goed. Ze waren beide lid van ons proefpanel –Marc langdurig– en ik deed samen met Tjitske het examen Magister Vini in 2007.

tekst en foto’s: Lars Daniëls

Achtergrond & Interviews

Corsica – Deel 2: Figari, Ajaccio, binnenland

Iemand had me al gewaarschuwd: ‘Het wordt liefde op het eerste gezicht.’ En zo geschiedde. Corsica is wonderschoon. En de goede, soms prachtige en vaak hoogst originele wijnen maken het eiland tot een bestemming die hoog op de bucketlist van iedere wijnliefhebber moet staan.

Toen ik Le Désert des Agriates verliet, besefte ik niet meteen dat ik pas een fractie van het eiland had gezien. Patrimonio, in al zijn verscheidenheid, had enorme indruk op me gemaakt. Maar er lag nog een klein continent te wachten en ik zou veel kilometers en nog veel meer uren moeten maken om een indruk te krijgen van andere delen van Corsica. Want je rijdt niet zomaar van even van Patrimonio naar Figari, om maar eens wat te zeggen. Niet dat dat erg is, integendeel. Het eiland doet zijn bijnaam Île de Beauté echt alle eer aan, zowel langs de kust als in het binnenland.

Monte d’Oro vanaf de Col de Vizzavona

Besneeuwde toppen

Ook al heb je de (reliëf)kaart goed bestudeerd, dan nog verrast het Corsicaanse binnenland je. De T30 is de kustsnelweg, die onder andere Calvi en L’Île-Rousse verbindt. Zodra hij afbuigt naar het binnenland gaat hij over in de T20, de centrale snelweg, en ben je in een heel andere wereld dan die van het mondaine mediterrane kustleven van bijvoorbeeld Saint-Florent. Aan weerszijden van die centrale snelweg liggen hoge bergen, met name ten westen ervan. Allereerst is dat het Massif du Monte Cinto, met vier bergtoppen van meer dan 2500 meter hoog en de Monte Cinto zelf als hoogste punt (2706 meter). Wat meer naar het zuiden ligt nog een indrukwekkende bergketen, die van Monte Rotondo (2622 meter). Dit soort hoogten betekent dat er in april, toen ik er was, nog sneeuw ligt. En toen ik vanuit Ajaccio op weg terug naar het noorden over de 1163 meter hoge Col de Vizzavona het centrale deel van Corsica weer binnenreed, met aan mijn linkerzijde de besneeuwde toppen van Monte d’Oro, voelde het alsof ik in de Amerikaanse Sierra Nevada was in plaats van op een eiland in de Middellandse Zee.

Klimaat

De vier wijngebieden die ik bezocht op Corsica hebben wat verschillende klimatologische omstandigheden. Het duidelijkst is het verschil tussen de gebieden niet ver van de kust (Patrimonio, Corse Figari en Ajaccio) en het binnenland van Domaine Vico/Clos Venturi, bij Morosaglia. Dat laatste is wat ‘continentaler’, met gemiddelde minima in de winter van rond het vriespunt en kans op late voorjaarsvorst. Dat probleem kennen de overige gebieden niet. De gemiddelde dagtemperaturen in de zomer daarentegen liggen bij 1-1,5 °C rond Domaine Vico hoger dan in de andere gebieden die ik bezocht, waar de zee een matigende invloed heeft. Verder valt er tussen de bergen iets meer neerslag, ook gedurende het groeiseizoen.

wijngebiedTGmax groeiseizoenTGmin groeiseizoenneerslag groeiseizoen
Patrimonio26,4 °C13,8 °C210 mm
Corse Figari26,7 °C14,2 °C195 mm
Zuidelijk deel Ajaccio27,2 °C12,3 °C229 mm
Bij Vico/Clos Venturi28,2 °C11,4 °C238 mm
Jean-Baptiste en Jules de Peretti della Rocca

Domaine de Peretti della Rocca

Na een overnachting in Sari-Solenzara aan de oostkust – en een wasbeurt voor de auto, waarbij bleek dat het met de krassen gelukkig meeviel – reed ik naar het gebied van de appellation Corse Figari. Op Domaine de Peretti della Rocca, op een kleine 10 minuten ten noorden van het stadje Figari, werd ik ontvangen door Jules, zoon van eigenaar Jean-Baptiste de Peretti della Rocca. De naam van het domein zei me eerlijk gezegd niks en googelen leverde vooral plaatjes op van een prachtig hotel met zwembad en luxe vakantieverblijven.

Als er al een vooroordeel in mijn hoofd ontstond, was dat verdwenen na een korte toer met Jules door de wijngaarden, de oude wijnmakerij en de bouwplaats van de nieuwe state-of-the-artwijnmakerij. Het liet zien dat er niet alleen beduidende investeringen zijn gedaan in de hospitality, maar ook in de wijnbouw en het wijnmaken. De wijnen laten zien dat die investeringen terecht zijn. Tenminste, de wijngaarden, gelegen op verweerd graniet, zijn duidelijk heel goed, iets waar de nabijheid van het beroemde Clos Canarelli al op wees. Ze zijn met name beplant met sciaccarellu en vermentinu, maar er staat ook wat biancu gentile, genovese, niellucciu, minustellu en grenache noir. De nieuwe kelder in aanbouw zal alle tools hebben voor nog betere wijn, vertelt Jean-Baptiste, die als een trotse opzichter een kijkje komt nemen. De huidige wijnen zijn al echt goed: elegant, precies en droog. Een domein om te volgen. En om eens te verblijven, als u niet krap bij kas zit.

Ajaccio

Ajaccio, de geboortestad van Napoleon Bonaparte, is de grootste stad en hoofdstad van Corsica. Een indrukwekkende stad aan de baai die de naam van de stad draagt. Mijn hotel San Carlu lag tegen de citadel aan die eind vijftiende eeuw gebouwd werd door de Genovese. Een prachtige, maar ook toeristische plek, met talloze pizzarestaurants en erger. Hoe gaaf is het dan per toeval een wijnbar als Ana Wine & Food Club te vinden (Rue Roi de Rome). Heerlijke, elegant bereide gerechtjes, prachtige wijnkaart met goede natuurwijnen van het vasteland – inclusief champagne – maar bovenal zo’n beetje alle topwijnen van Corsica zelf. Ik dronk er Clos Canarelli 2023, wat een genot. Terug in mijn hotel kon ik de verleiding niet weerstaan om op het dakterras een negroni te drinken, met uitzicht over de citadel en de baai. Magisch mooi.

De citadel van Ajaccio

Domaine de Vaccelli

Madame Courrèges van Domaine de Vaccelli

In de middag had ik een afspraak bij Domaine de Vaccelli in het zuidelijke deel van de appellation Ajaccio. Dat is zo’n 80 kilometer, maar je doet er anderhalf uur over. Zoals gezegd, verplaatsen op Corsica kost tijd. Maar erg is dat niet. Ik reed grotendeels via de T40, die een paar maal dicht langs de kust gaat, wat prachtige uitzichten oplevert, zoals op de Cala di Roccapina.

Domaine de Vaccelli is een van de beroemdste producenten van Corsica, opgericht in 1960 door Roger Courrèges, die het doorgaf aan zijn zoon Alain. Tegenwoordig is het diens zoon Gérard Courrèges die de wijnen maakt. Het domein van 20 hectare ligt prachtig in de vallei van de rivier Taravu, met bijna alle wijngaarden op de hellingen achter de wijnmakerij. Oenoloog van dienst Raphaël Bonnod neemt me in zijn oude pick-up mee omhoog. De wijngaarden zijn prachtig. Ze liggen op graniet en grof granietzand, maar de bodemsamenstelling verschilt per perceel; mede daarom werken ze per perceel en maken ze ook sélections parcellaires. Raphaël vertelt ook dat biologisch werken hier niet lastig is, want het is droog, warm en er waait een frisse wind. ‘De zee is niet ver weg’, zegt hij. Net als bij Peretti della Rocca ligt de focus op vermentinu voor wit en sciaccarellu voor rood, maar er staan ook veel oude, vergeten variëteiten, zoals carcaghjolu biancu en carcaghjolu neru, cudivarta, genovese, riminese en minustellu, die gebruikt worden voor de cuvée Quartz.

Druivenrassen van Corsica

Vermentinu: dé variëteit voor witte Corsicaanse wijnen. Vermentinu is van Italiaanse komaf (alias vermentino) en waarschijnlijk al in de veertiende eeuw vanuit Genua op Corsica beland. De wijnen zijn vaak licht aromatisch, smaakvol en fris zonder pittig zuur, met fijne bitters.

Overige witte variëteiten: muscat à petits grains, biancu gentile, genovese, carcaghjolu biancu, cudivarta, riminese en meer.

Niellucciu: is genetisch dezelfde variëteit als sangiovese, maar komt al heel lang voor op Corsica, waarschijnlijk meegebracht door de Genovese. De druif geeft relatief stevige, soms wat strenge wijnen, met goede tannine en genoeg zuren.

Sciaccarellu: lijkt ook uit Italië te stammen, alias mammolo in Toscane. Deze blauwe druif staat meer in het zuiden van Corsica aangeplant, en minder in bijvoorbeeld Patrimonio. Neigt tot indroging, maar behoudt goed zijn zuren. Zijn wijnen zijn vaak floraal en peperig in de geur, fruitig en vrij soepel van smaak.

Overige blauwe variëteiten: minustellu, aleatico, carcaghjolu neru, barbarossa, grenache noir, syrah en meer.

De wijngaarden van Domaine de Vaccelli

Unieke signatuur

Als het over wijnmaken gaat, vallen het minimale ingrijpen en vooral de lange rijping op. Voor wit en rosé gaat het om minimaal een jaar opvoeding en daarna nog meerdere maanden op fles. Rood krijgt twee jaar opvoeding. Die geschiedt vooral in hout van 400 en 600 liter, maar er zijn ook betonnen eieren (zes voor wit en zes voor rood) en ik zag granieten en zandstenen ‘amforen’ en ook meerdere wineglobes (glas). De lange élevage geeft de wijnen een unieke signatuur en veel complexiteit. Domaine de Vaccelli’s topcuvées als Granit (Rouge 2022 en Blanc 2023) en de fantastische field blend Quartz Blanc 2023 zijn niet goedkoop, maar horen zonder twijfel bij de beste en spannendste wijnen die ik op Corsica heb geproefd. Het zou mooi zijn als ze (weer) op de Nederlandse markt komen.

AOP’s en IGP’s

Dit zijn de herkomstbenamingen van Corsica (3046 ha AOP; 2664 ha IGP):

• AOP Corse (1584 ha), AOP Patrimonio (412 ha), AOP Corse Calvi (260 ha), AOP Ajaccio (259 ha), AOP Corse Sartène (224 ha), AOP Corse Figari (159 ha), AOP Corse Porto Vecchio (85 ha), AOP Muscat de Cap Corse (43 ha), AOP Corse Coteaux du Cap Corse (22 ha)

• IGP Île de Beauté (2664 ha)

Wineglobes en Stockingers voor Clos Venturi

Domaine Vico en Clos Venturi

Na een mooie avond in Ajaccio (zie kader) volgde een rit over de Col de Vizzavona het bergachtige binnenland in. Met besneeuwde toppen aan mijn linkerhand passeerde ik eerst Corte, de historische en culturele hoofdstad van Corsica en de enige universiteitsstad. Zo’n 20 kilometer noordelijker had ik de afspraak die mijn Corsicaanse avontuur afrondde: bij Domaine Vico & Clos Venturi. Die twee domeinen horen bij elkaar, omdat ze beide eigendom zijn van de familie Venturi-Acquaviva, die het historische domein van de familie Vico heeft overgenomen en opgeknapt. Clos Venturi maakte daar tot zijn afzondering als individueel domein in 2005 onderdeel van uit. Wat ze ook gemeen hebben, is dat ze de enige wijndomeinen in het centrum van Corsica zijn, met een landklimaat waarin voorjaarsvorst een gevaar is, maar het zomers overdag zomaar 40 °C kan worden. Er zijn ook verschillen, vooral wat de wijngaarden betreft. Die van Domaine Vico (50 hectare), daterend van 1901(!), liggen in het relatieve laagland bij Ponte Leccia op hoogten van 260-360 meter, die van Clos Venturi (28 hectare) 5 kilometer zuidelijker en dik 100 meter hoger. De bodems van Vico zijn gevarieerd, met schist, basalt, graniet en zelfs galets roulés; Clos Venturi ligt op een helling van zandsteen. Overigens worden de wijngaarden volgens de biodynamie bewerkt (gecertificeerd AB en Demeter).

Ook in de wijnmakerij wordt een duidelijk onderscheid gemaakt, met aparte vinificatieruimtes, eigen gistselecties en eigen vaten voor opvoeding. Ook hier zag ik alle speeltjes voor een eigentijdse opvoeding, zoals diverse barriques, tonneaux en foeders, verschillende amforen, eieren van Nomblot en wineglobes. Toch maakten de betonnen cuves van meer dan 100 jaar oud de meeste indruk.

Bij Vico en Clos Venturi staan meer dan tien autochtone druivenrassen aangeplant, maar voor de witte wijnen is vermentinu met een aandeel van 95% verreweg het belangrijkst. Voor rood zijn niellucciu en sciaccarellu samen bijna net zo dominant.

Zeer overtuigend

Tijdens mijn proeverij, waarin we eerst de rode wijnen proefden, daarna pas de witte – iets wat vrij gebruikelijk is op Corsica – kreeg ik telkens na een wijn van Domaine Vico een vergelijkbare qua samenstelling van Clos Venturi te proeven. Dat was interessant, al was het met weinig ervaring lastig de verschillen goed te duiden. Misschien zijn de versies van Clos Venturi iets donkerder qua fruit, soms iets verfijnder, maar ook aanvankelijk iets reductiever. Hoe dan ook, de hele serie van achttien wijnen was zeer overtuigend, van de basis van Domaine Vico, cuvées genaamd Spartera, tot en met de topcuvées van Clos Venturi als Blanc IP 2022 en Chiesa Nera. En dan te bedenken dat wijnen als Altare en Fùlmine dicht bleven…

Domaine Vico & Clos Venturi is een geweldig bedrijf, vrij groot maar van heel hoog niveau, met aandacht voor alle details in de wijngaarden en wijnmakerij om topwijnen op allerlei prijsniveaus voort te brengen.

Merguez-frites

Op weg naar Domaine de Vaccelli zag ik langs de weg een foodtruck staan die baguette merguez-frites verkocht. Niet het ideale voedsel tussen wijnproeverijen door, maar het was onweerstaanbaar. Toen bleek dat je alleen cash kon betalen, en ik geen geld had, wilde de verkoper mij de enorme sandwich cadeau doen, maar dat vond ik niet kunnen. Ik moest 10 minuten terugrijden om in het dichtstbijzijnde dorp geld te pinnen en genoot nogmaals van het schitterende kustlandschap. En ik was op tijd voor mijn afspraak.

Wat een eiland

Terugrijdend naar het vliegveld van Bastia kwamen alle indrukken die ik op Corsica had opgedaan nog eens voorbij. Het waren er zóveel, dat ik besefte dat ik nog wel even tijd nodig zou hebben om alles te overzien en volledig te waarderen. Duidelijk was in ieder geval dat Corsica zijn bijnaam l’Île de Beauté alle eer aandoet. Wat een schitterend eiland is het, van de mooiste mediterrane kusten tot en met het ruige alpiene binnenland. En wat een bijzondere en goede wijnen worden er gemaakt, waarvan de beste witte misschien wel de ultieme mediterrane witte wijnen zijn. En ze zijn van wereldklasse, wat mij betreft. Tel daar de trotse, maar hartelijke Corsicanen bij op en het is zoals ik in de inleiding zei: Corsica is een bestemming die hoog op de bucketlist van iedere wijnliefhebber moet staan!

Favorieten

Tot slot een aantal van de mooiste, beste en lekkerste wijnen die ik heb geproefd tijdens mijn bezoeken.

  • Domaine de Peretti della Rocca, Rouge Colette 2023, Corse Figari; 100% sciaccarellu16,5 pnt
  • Domaine de Peretti della Rocca, Rouge Jules 2023, Corse Figari; 80% sciaccarellu, 10% niellucciu, 10% minustellu 16,5 pnt
  • Domaine de Vaccelli, Rouge Quartz 2022, Île de Beauté;40% carcaghjolu neru, 40% minustellu, 20% sciaccarellu 17 pnt
  • Domaine de Vaccelli, Blanc Granit 2023, Ajaccio; 100% vermentinu 17,5 pnt
  • Domaine de Vaccelli, Blanc Quartz 2023, Île de Beauté; carcaghjolu biancu, cudivarta, genovese, riminese 18 pnt
  • Domaine Vico, Cantinone Rouge 2023, Corse; 100% sciaccarellu 17,5 pnt
  • Domaine Vico, Bois du Cerf Blanc 2024, Corse; 100% vermentinu 16 pnt
  • Clos Venturi, Le Clos Blanc IP 2022, Corse; 100% vermentinu 17,5 pnt
  • Clos Venturi, Chiesa Nera 2022, Vin de France; biancu gentile, vermentinu, genovese 17,5 pnt

Importeurs

  • Domaine de Peretti della Rocca: geen.
  • Domaine de Vaccelli: geen officiële importeur.
  • Domaine Vico & Clos Venturi: Les Généreux.

Dit artikel verscheen eerder in Perswijn 2025-6.

Tekst en foto’s: Lars Daniëls

Achtergrond & Interviews

Corsica – Deel 1: Patrimonio

Iemand had me al gewaarschuwd: ‘Het wordt liefde op het eerste gezicht.’ En zo geschiedde. Corsica is wonderschoon. En de goede, soms prachtige en vaak hoogst originele wijnen maken het eiland tot een bestemming die hoog op de bucketlist van iedere wijnliefhebber moet staan.

De vlakte van Bastia, waar ik laat in de avond aankwam, is verre van het mooiste deel van het eiland. Eerlijk gezegd begon de echte liefde dan ook pas de volgende ochtend, toen ik met de huurauto naar mijn eerste en belangrijkste bestemming van de rondreis Corsica reed: Patrimonio. Om daar vanuit Bastia centre ville te komen, kun je verschillende routes nemen. Ik koos voor de Route de Saint-Florent, die later op de Route Royale uitkomt. Die voert door de zuidelijke uitlopers van het Massief van Monte Stello, het gebergte van de prachtige noordpunt van Corsica, Cap Corse. 

Het landschap is indrukwekkend bezaaid met grote rotsen van metamorfe gesteenten. Omkijken naar het oosten en in de ochtend de kant van het licht, is ronduit spectaculair, met de Tyrreense Zee en het eiland Elba op de achtergrond. Het landschap aan de westkant van de bergen is niet minder fraai. En al snel daal je af, het wijngebied Patrimonio in. 

Eigen vlag, eigen taal

Corsica is een eiland met een bewogen geschiedenis. Zoals meer eilanden in de Middellandse Zee is het diverse keren bezet door mogendheden van buitenaf, die allemaal hun invloed achterlieten. ‘Corsicanen zijn daarom van nature naar het binnenland toe gekeerd’, vertelt Yves Leccia. ‘Want de invasies kwamen natuurlijk altijd vanaf zee.’ Het eiland stond eeuwenlang onder het gezag van de Republiek Genua (dertiende tot achttiende eeuw), voordat het door Frankrijk werd ingelijfd. De huidige Collectivité Corse heeft een eigen vlag en een eigen taal, hoewel die steeds meer verloren gaat. Iemand als Antoine Arena spreekt echter nog Corsu. De taal stamt af van het Toscaans en klinkt voor leken meer als Italiaans dan als Frans.

Het landschap van Le Désert des Agriates

Eigen druivenrassen

Met 412 hectare wijngaarden is Patrimonio niet de grootste appellation van Corsica – dat is AOP Corse. Maar het is qua naam en faam de belangrijkste. Vanuit Patrimonio werd Corsicaanse wijn langzaam bekender en geliefder, met pioniers als Yves Leccia en Antoine Arena. Hij ging in de jaren 80 onvermoeibaar de Parijse wijnbars langs om zijn wijnen aan te prijzen, maar ook om Corsica te promoten. Uiteraard met wijnen van eigen druivenrassen, vermentinu voorop, maar ook biancu gentile en niellucciu, genetisch identiek aan sangiovese, maar toch zeer Corsicaans. Het zijn nog steeds de belangrijkste variëteiten van het gebied, met daarbij sciaccarellu, grenache noir en de witte genovese, naast muscat à petits grains, al dan niet voor Muscat du Cap Corse, die ook in en rondom Patrimonio mag worden gemaakt.

Vermentinu en niellucciu

Vermentinu is dé variëteit voor Corsicaans wit, zeker ook voor Patrimonio. De druif is van Italiaanse komaf (alias vermentino) en waarschijnlijk al in de veertiende eeuw vanuit Genua op Corsica beland. Het is bijzonder hoe goed de wijnen van deze druif van zowel Corsica als noordelijk Sardinië zijn. De beste versies uit Patrimonio zijn wat mij betreft de ultieme witte mediterrane wijnen.

Niellucciu komt al heel lang voor op Corsica, waarschijnlijk meegebracht door de Genuezen. Hij geeft relatief stevige, soms wat strenge wijnen, met goede tannine en genoeg zuren. Toch lijken de meeste niet heel erg op goede Chianti Classico of Brunello di Montalcino. Niellucciu uit Patrimonio is sappiger van smaak en minder astringent, op basis van de wijnen die ik heb geproefd.

Wijnbouw dominant

Het landschap is gevarieerd en erg mooi, ook omdat het grote toerisme uit Patrimonio is weggehouden. ‘We zijn landschapsarchitecten, dat wordt nog weleens vergeten in Parijs’, benadrukt Antoine Arena. ‘We hebben Patrimonio gered van het massatoerisme van Saint-Florent.’ Dat is de drukke, maar toch ook mooie kustplaats bij Patrimonio, soms het Saint-Tropez van Corsica genoemd. ‘Van oudsher was er meer dan wijnbouw; mensen teelden ook olijven en vijgen. We proberen die cultuur, dat landschap te herstellen.’

Dat wijnbouw dominant is geworden, heeft uiteraard economische redenen, maar het heeft ook te maken met de goede omstandigheden. Patrimonio heeft een warm mediterraan klimaat, met veel zonuren (2750 uur per jaar) en gemiddelde temperaturen in het groeiseizoen van meer dan 20 °C. Maar omdat er altijd zee-invloed is, wordt het overdag niet te heet; in juli en augustus gemiddeld 30 °C. Het zijn omstandigheden waar de lokale druivenrassen aan gewend zijn, al laat ook hier de opwarming zich voelen. ‘De oogst begint tegenwoordig vaak al tussen 15 en 20 augustus, om niet te veel alcohol en genoeg zuren in de wijnen te hebben’, licht Antoine toe.

Ook Stéphane Liobard van Domaine Giudicelli merkt dat het klimaat verandert, maar vreest geen watertekort: ‘We voelen de klimaatverandering echt wel. Maar zo’n eiland met hoge bergen, midden in zee, zal altijd water hebben.’ En dat bleek ook wel in het voorjaar van 2025, waarin er zoveel regen viel, dat de wijnboeren snakten naar een droge periode.

Schist, kalk en graniet

Het is belangrijk om te beseffen dat Patrimonio zeker geen homogeen gebied is qua terroir. Het deel bij het dorp Patrimonio is bergachtiger en ligt soms wat hoger dan de zone richting Poggio-d’Oletta. En het meest westelijke deel, dat Le Désert des Agriates heet – en niet voor niks – is een geval apart. Ook qua geologie en bodem. 

In het algemeen kom je schistbodems tegen, met bij Patrimonio ook kalksteen. Maar Les Agriates is van graniet, met indrukwekkende rotspartijen. De kalksteenbodems geven zeer verfijnde wijnen, vind ik. Maar uiteraard zijn er ook andere meningen, zoals die van Yves Leccia: ‘Schist geeft meer mineraliteit.’ En de Vermentinu van de verweerde, droge granietbodems van Les Agriates heeft ondanks een wat hogere pH toch ook frisheid, mede door fijne bitters.

Les Hauts de Carco van Arena

Antoine en Antoine-Marie Arena

Op mijn eerste dag in Patrimonio bezocht ik de domeinen van twee oude meesters van de appellation: Antoine Arena en Yves Leccia. Antoine heeft zijn laatste eigen wijnen gemaakt in 2023; het familiedomein in de lieu-dit Morta Majo is overgedragen aan zoon Antoine-Marie en de wijnen komen nu onder zijn naam op de markt. De andere zoon, Jean-Baptiste, heeft zijn bedrijf aan de overkant van de straat. 

Antoine-Marie voert het domein samen met zijn vrouw Sandra. Toch was het een leuk toeval dat Antoine-Marie pas later kon aansluiten en dat daarom Antoine werd opgetrommeld. Ik kende hem al en het was een genot om samen met hem in zijn oude pick-up door de wijngaarden te gaan. Wat een kennis, wat een passie. Schitterende verhalen over vroeger, fijnzinnige kritiek op investeerders van buitenaf (‘je geld investeren is heel wat anders dan je leven investeren’) en mooie wijsheden over de manier van werken. Als we naar Les Hauts de Carco rijden en het over duurzame wijnbouw hebben, zegt hij: ‘De natuur is genereus als je haar respecteert en begeleidt. Als je haar probeert te onderdrukken, wordt ze opstandig.’ De wijngaarden zijn echt schitterend, vooral die onderaan de indrukwekkende kalksteenrotsen. En de wijnen zijn zeer goed, bij vlagen briljant; niet alleen de Vermentinu maar ook het rood en een Muscat uit een solera.

Het leven was perfect…

Antoine en zijn zoon Antoine-Marie namen me na het bezoek aan hun domein mee uit lunchen. Via de prachtige oostelijke kustweg van Cap Corse kwamen we in Nonza. Dat is zo’n dorpje waarvan je denkt: dat dit nog bestaat! De kleurrijke huisjes zijn tegen de rotskust aan gebouwd en het uitzicht is adembenemend. Ook vanaf het terras van het simpele, maar o zo bevredigende restaurantje Café de la Tour. Een glas Albore van Cantina di Torra, een bordje geweldige lokale charcuterie en het leven was perfect.

Yves Leccia

Na een heerlijke lunch in Nonza ging ik langs bij Domaine Yves Leccia, niet te verwarren met Domaine Leccia. Yves besloot vanwege perikelen rond de opvolging het ouderlijk domein in 2004 te verlaten en startte met zijn vrouw Sandrine een eigen domein. Yves is net als Antoine Arena een belangrijk persoon voor de Corsicaanse wijnbouw en voorvechter van Corsica in het algemeen. Hij heeft veel bestuursfuncties bekleed en was lid van A Filetta, een zanggroep bekend om haar polyfonie. Een carrière als zanger liet hij echter varen voor een loopbaan als wijnboer. 

Het domein is altijd al biologisch geweest, net als dat van leeftijdgenoot Antoine Arena, en sinds 2007 gecertificeerd. Yves’ wijngaarden liggen bij de wijnmakerij; het is een echt domein, van 18 hectare. En in tegenstelling tot een aantal wijngaarden van Arena liggen die van Yves op schist. Ook hier zijn vermentinu en niellucciu de belangrijkste druivenrassen, maar Yves werkt ook graag met grenache noir. Er zijn twee lijnen: YL voor IGP Île de Beauté en Yves Leccia, met ook de AOP Patrimonio.

Domaine Giudicelli

Naast de Arena’s en Yves Leccia heeft Patrimonio meer baanbrekende producenten. Eerst ging ik op bezoek bij Domaine Giudicelli van Muriel Giudicelli, gestart in 1997. Zij komt van oorsprong uit een bergdorp bij Solenzara, maar hield al vroeg van de wijnen van Patrimonio, vertelt haar partner Stéphane Liobard, die me rondleidt. ‘Vooral ook van de rode wijnen, die vroeger belangrijker waren dan nu.’ De 11 hectare wijngaarden van Giudicelli liggen allemaal in de zogenaamde Conca d’Oro, zoals het gebied van Patrimonio en andere dorpen ook wordt genoemd. Ze liggen op heel diverse bodems: schist, kalksteen en ook graniet. ‘Onze bodem varieert soms wel per 10 meter.’ Ze werken volgens de biodynamie en dat gaat prima, zegt Stéphane, terwijl hij me een wilde groene asperge laat proeven. 

Naast wijngaarden heeft het domein ook nog 28 hectare prachtig natuurlandschap vol lokale vegetatie: le maquis. De ontwikkeling in het wijnmaken legt Stéphane kort uit: ‘We begonnen met tanks van rvs, toen barriques, nu demi-muids, Stockingers, amforen en jarres (kruiken) van zandsteen.’ De wijnen zijn prachtig; ze zijn van een grote puurheid en hebben een heerlijke textuur.

Cantina di Torra

Een andere belangrijke producent in Patrimonio is Nicolas Mariotti Bindi met zijn Cantina di Torra. Hij studeerde ooit rechten in Parijs, maar keerde terug naar het eiland om wijnboer te worden. Het is een inmiddels bekend verhaal: de aantrekkingskracht van Corsica op zijn ‘kinderen’ is enorm, veel van hen keren terug van het vasteland waar ze zich er nooit helemaal bij voelen horen. Hij werkte als chef de culture bij Leccia en begon zijn eigen domein. 

Helaas is Nicolas zelf niet aanwezig – hij is druk met aanplanten – maar de proeverij en het gesprek met zijn rechterhand Philippe had ik niet willen missen. In de oude cantina met betonnen cuves liet hij me het hele gamma proeven. Het is enorm gevarieerd, met een aantal originele vins de soif – ook uit literflessen! – en serieuze rode wijnen. Ik vind de witte wijnen het mooist, vooral de heerlijke Albore 2024 en de bijzondere Blanc Mursaglia Vieillissement Prolongé 2022.

Giacometti

Verweerd graniet bij Giacometti

Een goed beeld van Patrimonio is niet compleet zonder een uitstapje naar Le Désert des Agriates. En ik zal het nooit vergeten. Door alle regen van het voorjaar was het grove granietzand grotendeels weggespoeld, waardoor de wegen naar Domaine Giacometti en Clos Teddi in feite bestonden uit grote granieten rotsblokken. Mijn huurauto stond weliswaar wat hoger op de pootjes, maar had geen vierwielaandrijving. En de brem langs de kant had zo’n wildgroei ondergaan, dat ik vreesde voor de lak. Je moet wat overhebben voor bijzondere wijnen van bijzondere plekken… 

Met zweet in de handen bereikte ik Giacometti. Wat een plek! Simon Giacometti, die het familiedomein leidt met zijn zus Sarah, nam me mee naar de wijngaarden in de woestijn van Agriates. ‘We zitten in het uiterste westen van de appellation Patrimonio, met in de verte de baai van Saint-Florent’, vertelt hij. ‘Het is een extreem gebied. Vroeger was het een bekende landbouwzone, nu zijn er nog maar vier wijnbedrijven.’ Rijdend door het prachtige landschap van granietrotsen en wijngaarden, met hier en daar een typerende stenen hut (paiagu), vertelt Simon verder. ‘Onze bodems zijn grof zanderig en heel arm; ze drogen in de hete zomer snel uit. Toch doorstaan de planten de extreme omstandigheden goed. Ook omdat we werken met goede onderstokken, om de rijping te vertragen en minder indroging te hebben.’

Bescheiden hout

Rode wijnen zijn belangrijk bij Giacometti. Van de in totaal 26 hectare is er maar liefst 16 hectare beplant met niellucciu en 4,3 hectare met sciaccarellu. Er is ook wat grenache noir en zelfs syrah, aangeplant door Simons vader. Hoewel de witte wijnen goed zijn, boeien de rode het meest. ‘We hebben nooit een traditie van Niellucciu op hout gehad, het waren wijnen voor snel drinken. En we hadden ook nooit veel geld om vaten te kopen. Dat is nog steeds zo en de trend is niet méér hout. Maar het niveau van de rode wijnen is gestegen en ik denk dat hout wel degelijk een goede rol kan spelen voor de stabiliteit en het rijpingspotentieel. Maar dan moeten de tonneliers ons niet zomaar wat geven, ze moeten wel een beeld krijgen bij Corsica.’ Touché.

Clos Teddi

‘Het is echt vlakbij, maak je niet druk’, waren de woorden van Simon Giacometti toen ik op weg ging naar Clos Teddi. Hemelsbreed is het inderdaad op ruime steenworp afstand, maar de weg was zo moeilijk, dat ik een halfuur deed over 1800 meter. Het ligt in hetzelfde indrukwekkende landschap als Giacometti, maar Clos Teddi is een heel ander bedrijf. Jo Poli, een Algerijnse oorlogsveteraan, begon het domein eind jaren 60, aan de voet van de Monte Genova, met 421 meter de hoogste berg van Les Agriates. Maar hij overleed in 1991 en het domein raakte in verval. Zijn dochter Marie-Brigitte Poli nam het over en liet in 2014 een nieuwe wijnmakerij bouwen. Die is functioneel ontworpen en voorzien van genoeg verschillende vaten (rvs, kleiner hout, Stockingers en zandstenen amforen) om verschillende wijnen te maken en wat extra complexiteit te geven. Er worden goede wijnen gemaakt, die ongetwijfeld nog beter en spannender zullen worden.

Besneeuwde bergen

Toen ik eindelijk de moeilijk begaanbare wegen van de woestijn van Agriates achter me had gelaten, kon ik weer genieten van het prachtige landschap. Ik reed naar het zuiden van l’Île de Beauté, waar ik in het volgende nummer over zal vertellen. Over Figari en Ajaccio, en over het centrale deel, waar wijngaarden liggen met besneeuwde bergen als decor. Ook dat is Corsica.

Favoriete wijnen

Hier volgt een aantal van de mooiste, beste en lekkerste wijnen die ik heb geproefd in Patrimonio. Ik heb me beperkt tot twee per producent, maar er is nog veel meer moois. Kijk maar op perswijn.nl/proefnotities.

  • Antoine-Marie Arena, Hauts de Carco 2024, Patrimonio blanc; 100% vermentinu; 17,5 pnt
  • Antoine-Marie Arena, Mémoria 2024, Patrimonio rouge; 100% niellucciu; van vat geproefd; 17,5 pnt
  • Yves Leccia, E Croce 2023, Patrimonio blanc, 100% vermentinu; 16,5 pnt
  • Yves Leccia, E Croce 2021, Patrimonio rouge; 90% niellucciu, 10% grenache noir; 17 pnt
  • Giudicelli, Luna Nera 2022, Vin de France blanc; 70% vermentinu, 30% genovese; 17 pnt
  • Giudicelli, Terra Rossa 2023, Vin de France rouge; 70% niellucciu, 30% sciaccarellu; 17 pnt
  • Cantina di Torra, Albore 2023, Patrimonio blanc; 100% vermentinu; 16,5 pnt
  • Cantina di Torra, Mursaglia Vieillissement Prolongé 2022, Patrimonio blanc; 100% vermentinu; 17 pnt
  • Giacometti, Cru des Agriate 2021, Patrimonio rouge; 90% niellucciu, 10% sciaccarellu; 17 pnt
  • Giacometti, Cuvée Sarah 2021, Patrimonio rouge; 100% niellucciu; 17 pnt
  • Clos Teddi, Grande Cuvée 2023, Patrimonio blanc; 100% vermentinu; 16 pnt
  • Clos Teddi, Grande Cuvée 2023, Patrimonio rouge; 100% niellucciu; 16,5 pnt

Importeurs

  • Antoine-Marie Arena: De Geluksdruif.
  • Yves Leccia: Bosman Wijnkopers.
  • Giudicelli, Giacometti, Cantina di Torra: Vinoblesse.
  • Clos Teddi: geen officiële importeur.

Dit artikel verscheen eerder in Perswijn 2025-5.

Tekst en foto’s: Lars Daniëls

Achtergrond & Interviews

Borrelpraat – bruisend Italiaans

De rubriek over dranken die de eetlust opwekken en gesprekken op gang brengen

Deze keer: bruisend Italiaans

Jaren geleden verbleef ik voor de wijnbeurs Vinitaly eens niet in Verona, maar in Brescia. Op een middag bezocht ik van daaruit Bellavista, een van de topproducenten van Franciacorta. Na afloop reed ik de heuvel omlaag richting het Lago d’Iseo. Een volle blaas dwong me de afslag Vello te nemen. Zo ontdekte ik bij toeval een van de fijnste restaurants waar ik ooit heb gegeten: Ai Frati van Giorgio Arrighini, met uitzicht op het meer, het eilandje Monte Isola en de omringende uitlopers van de Alpen. Op de vraag van Giorgio “wat wil je eten?”, antwoordde ik “fate voi”. Ik kreeg polenta met verschillende bereidingen van agone. Dit visje, dat de inwoners zelf vreemdgenoeg sardina noemen, wordt gezouten, in de open lucht gedroogd en vervolgens in lokale, grassige olijfolie bewaard. Daarbij serveerde Giorgio een fles Franciacorta satèn van Castello Bonomi. De stijl satèn is via de metodo classico gemaakt van chardonnay (en soms wat pinot bianco), heeft minstens 24 maanden op fles gerijpt en heeft een iets lichtere mousse (maximaal 4,5 bar) dan zijn broeders en zusters. Toen ik tevreden om me heen keek, zag ik dat op alle tafels flessen van deze Lombardijse bruiswijn stonden. Voor het eerst besefte ik dat mousserende wijn niet enkel bedoeld is voor geplande feestelijke momenten. Nog diezelfde zomer nam ik mijn wederhelft mee naar Ai Frati.

Ik had nog maar net een cappuccino en een cornetto con crema achter de kiezen, toen ik een paar jaar later voor een artikel over grappa een bezoek bracht aan grappastokerij Schiavo, even buiten Vicenza. De uitbundige Marco Schiavo, die ik al langer kende, omhelsde me, zette een koffie en nog voor ik een slok had kunnen nemen, opende hij een fles Lessini Durello van Dal Maso. Rond 10u liep ik in een aangename roes tussen de stookketels door. Wat een warm welkom! Na afloop van de afsluitende lunch in het lokale restaurant, zocht ik op wat Lessini Durello is. De wijn wordt, zo bleek, meestal via de metodo martinotti, in de heuvels boven Vicenza gemaakt van de durella-druif. De ideale wijn om de dag mee te beginnen.

Toen ik in een zomers Rome lunchte bij de neo-trattoria Santo Palato van chefkok Sarah Cicolini, vroeg de staf na hun shift of ik bij hen kwam zitten. Ook Sarah en de toenmalige eigenaar Alberto Bloise schoven even later aan. Ze schonken een prosecco col fondo, de lokale benaming voor metodo ancestrale. Jeugdige liefhebbers van natuurwijn zouden het een pét-nat noemen. De producent was cultwijnmaker Ernesto Cattel van Costadilà. Terug in Nederland las ik dat hij op de dag dat ik zijn wijn had gedronken, veel te jong overleden was.

Ondertussen besefte ik niet alleen dat Italianen elk moment van het jaar, de maand, de week en de dag geschikt vinden om een fles “bubbels” te ontkurken, maar ook dat elke streek zijn eigen variant kent. Net zoals elke regio zijn unieke druivenrassen en pastasoorten heeft. Denk, naast de al genoemde Franciacorta DOCG, Lessini Durello DOC en Prosecco-varianten ook aan Trento DOC en Langhe DOC. Of Oltrepo Pavese DOCG van pinot nero. Heel aangenaam vind ik ook de mousserende wijnen uit Lazio van de lokale bellone-druif, bijvoorbeeld die van Azienda Cincinnato. 

In Calabrië – nota bene de punt van de laars – is onlangs, na een valse start door de coronapandemie, het project “Magna Grecia Metodo Classico” nieuw leven in geblazen. Onder deze vlag werkt een aantal producenten van mousserende wijnen samen. Ze gebruiken lokale druivenrassen als greco bianco, aglianico, gaglioppo (met name voor de rosato), mantonico en pecorello en produceren via de metodo classico. De bedoeling is uiteindelijk een eigen herkomstbenaming te verwerven.
Voor mijn Magister Vini-scriptie bezocht ik diverse producenten van kwaliteits-Lambrusco. Een aantal van hen produceert niet alleen wijnen via de metodo martinotti en metodo classico, maar ook via de metodo ancestrale. Zo ook Paltrinieri. Deze niche-wijnen worden nauwelijks geëxporteerd. Op mijn vraag waarom ze nog steeds gemaakt worden, antwoordde zoon Giovanni (die momenteel wordt opgeleid in de Champagne): “per non perdere una tradizione”. Waarop de fles werd geopend en er geproost werd op de toekomst.

Thijs Akkerman

Achtergrond & Interviews

Luzern: Groot(s) in verscheidenheid

Vorig jaar schreef ik voor TRINK Magazine een verhaal over de afwezigheid van een herkomstclassificatie voor wijngaarden in Zwitserland. Een van de personen die ik daarvoor interviewde, vertelde mij dat er zo’n twintig jaar geleden wel serieus aan is gewerkt. De variatie in microklimaten en bodems was echter zo groot dat men het project uiteindelijk heeft gestaakt. Onlangs was ik op bezoek bij twee uitstekende wijngoederen in het kanton Luzern, met zo’n 100 hectare aan wijngaarden, waarvan 35 beplant met piwi’s, een kleine appellation, waar je die verscheidenheid goed kan ervaren.

Weingut Kastanienbaum en Bioweingut Sitenrain liggen beide aan of dicht bij het Vierwoudstrekenmeer, hemelsbreed slechts een handjevol kilometers bij elkaar vandaan, maar toch zie je een aantal grote verschillen. Rea Fellmann, de wijnmaakster bij Sitenrain, vertelt mij dat de netten die langs alle rijen wijnstokken zijn gespannen bedoeld waren om de wijnstokken te beschermen tegen hagel. Maar, zegt ze, haar indruk is dat hagel steeds minder voorkomt. Even later bij Kastanienbaum kijken Dennis Koch en Kevin Studer, de beide eigenaars, me met grote ogen aan. Minder hagel? Niet bij hen!

Dennis Koch en Kevin Studer ©Kastanienbaum

Hagelpatronen nog onduidelijk

De gegevens van SwissMeteo over de periode 2002 – 2024 (oudere data zijn niet beschikbaar) lijken Koch en Studer gelijk te geven. Toch zegt dat nog niet zo veel. Ten eerste is de gegevensreeks nog te kort om klimatologische conclusies aan te verbinden, ten tweede kan hagel heel lokaal vallen, en ten derde kunnen bepaalde locaties door microklimatologische omstandigheden meer of juist minder last van hagel ondervinden. Zo wijst Studer naar de Pilatus, de bekende berg nabij Luzern, die ervoor zorgt dat Weingut Kastanienbaum enigszins gespaard blijft van de directe invloed van kou en nattigheid uit het noordwesten.

Vruchtbaar en nat

Ook de bodems zijn anders. Bestaan die bij Kastanienbaum uit goed afwaterende morene in hun topwijngaard Spissen en uit watervasthoudende leem in andere delen, bij Sitenrain gaat het voornamelijk om vruchtbare Braunerde. Fellmann is eerder bezig met het dempen van het effect van (te) veel voedingsstoffen, dan met watermanagement.

Pilatus gezien vanaf Sitenrain ©Bart de Vries

Piwi’s …

Bij de druivenkeus zie je de grootste verschillen. Hoewel Sitenrain pas in 2003 is gesticht en Kastanienbaum al in de jaren 80 van de vorige eeuw, was het advies aan Erika en Ueli Breitschmid, de oprichters van Sitenrain, om alleen piwi’s te planten. Piwi’s zijn pilzwiderstandsfähige oftewel schimmelresistente rassen. Solaris en souvignier gris zijn de belangrijkste bij Sitenrain, maar er staat ook wat marechal foch, divico (een Zwitserse kruising) en muscaris. De reden voor het advies was de hoge vochtigheid. Met bijna 1300mm neerslag per jaar kan je Luzern gerust nat noemen, ook in de zomer, wanneer het vaak onweert.

Uitzicht vanaf wijngoed Kastanienbaum ©Kastanienbaum

… en klassieke variëteiten

Droogte, beaamt Studer met gevoel voor understatement, is geen probleem rond het Vierwoudstrekenmeer. Desondanks staan er bij Kastanienbaum vrijwel alleen maar klassieke rassen aangeplant: pinot noir, sauvignon blanc, merlot. De laatste pinot gris wordt binnenkort vervangen door chardonnay. En vooruit, er is ook een heel klein beetje divico en solaris, maar het stelt weinig voor. Wellicht geeft het aan dat men in 2003 begon in te zien dat de vochtigheid als gevolg van klimaatverandering zou toenemen. Data van SwissMeteo laten zien dat er jaarlijks gemiddeld 2,7 procent meer neerslag is gevallen in de periode 1991-2020 dan in de dertig jaar ervoor. Waarschijnlijker is echter dat er in 2003 meer piwi-variëteiten waren en men er meer verstand van had.

Op tijd sproeien

Fellmann zegt dat de piwi’s haar arbeid en tijd schelen. Vooral het tijdig wegknippen van overtollige ranken, scheuten en bladeren luistert minder nauw, omdat piwi’s minder gevoelig zijn voor valse meeldauw. Maar, zegt ze, piwi’s zijn geen panacee. Zowel souvignier gris als solaris hebben de neiging opzij te groeien in plaats van in de hoogte. Bovendien hebben ook piwi’s in een nat jaar, zoals 2024, last van valse meeldauw. Fellmann werkte twaalf jaar voor Tenuta San Giorgio, het duurzaam werkende wijngoed in Ticino, een zeer nat kanton aan de zuidkant van de Alpen. Ze kan dus bogen op een jarenlange ervaring met het tijdig herkennen van schimmelziekten en weet precies wanneer ze moet sproeien.

Dennis Koch en zijn wijnen ©Bart de Vries

De wijnen van Kastanienbaum

En hoe zijn de wijnen? Kastanienbaum is een jong en dynamisch wijngoed. Studer en Koch hebben het pas een jaar of vijf geleden overgenomen, en door hun kleine experimenten (vooral op het gebied van low intervention) worden de wijnen steeds beter. Kastanienbaum heeft met zo’n vijftien wijnen een vrij grote portfolio, waarvan ik er tien proefde. De drie Pinot Noirs vormen een mooi trio met voor elk wat wils: een frisse, fruitgedreven instapwijn, één met een stevige houtopvoeding (flinke wat zoete specerijen) en hun topwijn van de wijngaard Spissen met concentratie en lengte, en naast rood fruit, ook frisse kruidigheid (20 procent hele trossen), subtiele specerijen en een aantrekkelijke filigrane structuur. Met de Spissen zijn ze vertegenwoordigd bij Mémoire des Vins Suisses, de prestigieuze groep Zwitserse wijngoederen waar ook Adank, Donatsch en Chappaz lid van zijn. Naast de Spissen vond ik de Merlot (floraal, een tikje lactisch, ietsje hout, goede concentratie door 50 opbrengstvermindering, mooie tanninestructuur dankzij wat extra extractie in een zogenaamde Maischerührtank) en de Sauvignon Blanc (hoge mate van typiciteit, maar niet schreeuwerig, beetje marsepein, duidelijk invloed van de lies doordat een deel in betonei is vergist en gerijpt) erboven uitsteken.

De Souvignier Gris van Sitenrain ©Sitenrain

Stijgende kwaliteit piwi-wijnen

De wijnen van Sitenrain waren voor mij de grote verrassing. Ik heb nog niet veel piwi-wijnen geproefd die ik echt overtuigend vond. Ook de wijnen van Sitenrain vond ik vier jaar geleden nog niet heel spannend. Of het de invloed van Fellmann is durf ik niet te zeggen – ze is pas twee jaar bij Sitenrain in dienst – maar zowel de Souvignier Gris als de Solaris waren uitstekend. Blind geproefd had ik waarschijnlijk nooit aan piwi’s gedacht. De Souvignier Gris had een mooi reductief karakter, terwijl bij de Solaris de voor mij vaak overdadige aromatiek getemd werd door royale inzet van nieuw maar niet getoast eikenhout, dus geen houtsmaken, maar wel diepte en textuur. Beide kunnen probleemloos concurreren met wijnen van gangbare druivenrassen. In warme jaren  heeft Solaris overigens wel een probleem met flinke suikeropbouw. Gezien de relatief snelle opwarming van het klimaat in de Alpen vraag ik me af hoe lang Solaris nog een goede keuze is voor Zwitserland, maar vooralsnog mag Sitenrains Solaris er zijn.

Winters Sitenrain ©Bart de Vries

Wereldwijd is Europa een van de regio’s waar klimaatverandering het sterkst merkbaar is, en daarbinnen wordt het Alpengebied weer het meest getroffen. Maar door de bergen kunnen de verschillen, zelfs over kleine afstand, groot zijn. Maar niet alleen klimaat en bodems verschillen sterk, ook de gekozen druivenrassen en de wijnbouwfilosofie. Waar bij Kastanienbaum terroirexpressie een duidelijke rol speelt, gaat het bij Sitenrain eerder om het biologische karakter. Luzern, met zijn vele piwi’s, is een kanton om in de gaten te houden. De grote verschillen maken het kanton (en Zwitserland als geheel) nog fascinerender.

Zowel Kastanienbaum als Sitenrain staan open voor kleinschalige export.

Bart de Vries

Achtergrond & Interviews

De mens achter de wijn: Chiara Boschis

In deze artikelen brengen we het persoonlijke verhaal van de wijnmaker (m/v) achter de wijn. Onlangs gingen we op bezoek bij Chiara Boschis uit Barolo, eigenaresse en wijnmaker van E. Pira & Figli. Een fijne ontmoeting met een bijzondere vrouw.

Vrouw en wijn in Barolo

Het is 4 september 2025 en de oogst gaat morgen van start. Maar nu is Chiara Boschis nog heel ontspannen en neemt ze alle tijd voor ons. Ze leidt ons rond langs de vele foto’s en documenten aan de muur richting de proeftafel. We zien haar op een foto met de titel ‘The Barolo Boys’. Ze valt met haar, toen nog kortgeknipte haar, niet direct op tussen die mannen maar toch ziet ze verbazing op onze gezichten. Bij het proeven vertelt ze haar verhaal.

“Ik kom uit een wijnmakersfamilie. Mijn ouders waren eigenaar van Borgogno hier in Barolo. De familie Pira zijn goede vrienden van mijn ouders. Gigi Pira is de wijnmaker, zijn twee zussen helpen in het bedrijf. Geen van drieën hebben ze kinderen. Als in 1980 Gigi sterft erven zijn twee oude zussen het bedrijf. Maar zij kunnen en willen het wijnbedrijf niet doorzetten. Ze kloppen aan bij mijn ouders, die bezig zijn hun bedrijf over te dragen aan mijn twee broers. Niet aan mij, want ik ben een vrouw. De traditie schrijft namelijk voor dat alleen een man het bedrijf kan overnemen. Alleen dan blijft de naam van de familie verbonden aan het bedrijf. Dochters gaan ooit trouwen en verlaten dan het ouderlijk huis. Natuurlijk krijgen ze dan wel hun erfdeel mee. Maar zolang ze nog thuis wonen blijft hun inbreng beperkt tot meehelpen in de administratie, promotie of de wijnverkoop. Zo ging dat. Ik zou dus nooit eigenaar kunnen worden van ons wijnbedrijf. Dat vond ik erg jammer, want ik had wel degelijk ambities in die richting. Mijn broers en ouders zeiden tegen de gezusters Pira dat ze graag wilden helpen met hand- en-spandiensten maar dat ze het bedrijf niet willen overnemen. Toen zag ik mijn kans schoon en stak ik mijn hand op!”

Vijfentwintig en onervaren

De jonge Chiara is bijzonder gemotiveerd maar heeft geen geld. Zij krijgt het -met steun van haar familie- toch voor elkaar geld te lenen van de bank en ze koopt Pira van de twee oude zussen. Ze is dan 25 en onervaren. We schrijven 1981. Ze is de eerste vrouwelijke eigenaresse en wijnmaker in het Barologebied. En er gebeurt veel in die periode: er waait een frisse wind in Barolo omdat enkele jonge wijnmakers die de bedrijven van hun ouders overnemen, het anders willen gaan doen. Tot die groep horen de nu beroemde wijnmakers als Elio Altare, Giorgio Rivetti, Enrico Scavino en Roberto Voerzio. Ze noemen zich de Barolo Boys. Chiara sluit zich bij hen aan. Hun motto: ‘Good, Fair, Clean.’

Barolo Boys

‘Ik voelde erg veel voor hun ideeën. ‘Good’ betekent dat we meer nadruk leggen op de kwaliteit van de druiven. Dat is ten slotte de basis van de wijn. Om de kwaliteit te verhogen knippen we in de laatste fase van de rijping, zo’n 4 tot 6 weken voor de oogst, hele trossen druiven weg. Daardoor kunnen de overgebleven trossen optimaal rijpen. Dat was revolutionair in de Barolostreek: de opbrengst in liters wordt daardoor namelijk behoorlijk verminderd. ‘Dat doe je toch niet’, was de algemene reactie in de regio en er werd schande gesproken van de vele volle trossen met druiven die in onze wijngaarden op grond lagen.

‘Clean’ betekent dat we minder bestrijdingsmiddelen gebruiken. Dat deed ik vanaf het begin en dat heeft, in mijn geval, in sommige jaren tot een groot verlies aan druiven geleid. Maar in de loop der jaren hebben we dat steeds beter onder knie gekregen. ‘Fair’ vertaalde zich in een beter salaris voor de medewerkers, wat ook tot hogere kosten leidde. Het was zeker in het begin niet altijd even makkelijk om het hoofd boter water te houden.’

Dubbel bewijzen

Chiara blijkt een uitstekend wijnmaker met veel passie. Ze werkt biologisch uit overtuiging. Maar omdat sommige van haar percelen te dicht op niet-biologisch werkende wijnboeren ligt, krijgt ze geen officiële BIO erkenning. Ze heeft van sommige naastgelegen boeren stukken land gekocht om dat toch mogelijk te maken. Andere boeren wist ze zelfs te overtuigen ook biologisch te gaan werken. Haar wijnen worden vanaf het begin goed beoordeeld. Maar daarvoor heeft ze moeten offeren: “Omdat ik een vrouw ben moest ik me dubbel bewijzen in deze mannenwereld. Ik heb altijd twee keer zo hard gewerkt om maar niet onder te doen voor de mannen. Als je niet echt goed bent, word je niet serieus genomen. Ik heb alle tijd aan mijn wijnbedrijf gegeven. Dus geen tijd voor een huwelijk of kinderen’, voegt ze er lachend aan toe. Maar nu ze ouder begint te worden moet ze nadenken over opvolging. En dat heeft zich min of meer vanzelf opgelost. In 2002 besloten haar twee broers hun wijnbedrijf Borgogno te verkopen. In 2015 heeft één van de twee zich bij haar aangesloten. En niet alleen hij, ook zijn dochter werkt mee in het bedrijf. Dus misschien krijgt Chiara toch een vrouwelijke opvolger. En je ziet aan haar lach dat ze dat heel fijn vindt.

Wijngaard classificatie

Een van de belangrijkste ideeën waar Chiara en de Barolo Boys hard aan trokken was de focus op wijnen van één enkele wijngaard: een Cru. Chiara: ‘Eerder werden veel Barolo’s gemaakt door druiven van verschillende percelen te mengen, wij streden voor afbakening van wijngaarden die beter zijn dan andere. De beste wijngaarden leveren de beste wijn, die moet je apart op je etiket kunnen benoemen. Voor het tot stand komen van deze Menzione Geografica Aggiuntiva (MGA) hebben we tien jaar gestreden! Het systeem is pas in 2010 ingevoerd.”

De wijnen

Chiara maakt wijn van 14,5 hectare wijngaard. Daarvan maken ze zo’n 65.000 flessen per jaar. Door een strenge selectie met de hand maken zij ongeveer 4.000 flessen per hectare waar 7.000 officieel toegestaan zou zijn (60 hl/ha). Haar vatenkelder ligt 20 meter onder de grond, is co2 neutraal en heeft altijd dezelfde temperatuur. We proeven samen met Chiara haar meest recente aanbod* door, waaronder drie Barolo’s uit 2021, het jaar dat algemeen wordt gezien als een topjaar in Piemonte. De andere jaargangen zijn de wijnen die momenteel ook in Nederland beschikbaar zijn.

Dolcetto d’Alba 2023 In de geur puur fruit als kers en vossenbes. In de smaak was cassis, pruim, verfrissende zuren en zachte tannine. Fris.

Dolcetto d’Alba 2024* Heel fruitig, in de geur wat floraal, opwekkende zuren, zacht en fris. Milde tannine.

Barbera d’Alba 2022 Donkere, dieprode kleur, in de geur kruiden en aardse tonen. Vol en stevig van smaak met braam, laurier, wat drop. Tannine is aanwezig maar aangenaam.

Barbera d’Alba 2023* Zachte en fruitige aanzet, frisse fruittonen in de smaak, niet zo robuust als 22, wel wat aards, bramen en frisse afdronk met zachte tannine.

Langhe Nebbiolo 2022 In de geur frisse fruitsoorten kers en framboos, ook floraal, roos, mooie balans in frisse fruit tonen en body.

Langhe Nebbiolo 2023* In de geur en smaak wat laurier, braam. Wat frisser dan 22, licht drogende afdronk.

Barolo Via Nuova 2018 Mooie, heldere doorschijnend rode kleur, aardse tonen, braam, bosvruchten, vol en krachtig, mond vullend. Leer, tijm, viooltje, teer/bitume, menthol. Fraaie zuren en zachte tannine.

Barolo Via Nuova 2021 Heel fruitig in de geur met specerijen en kruidkoek in de smaak. Hartig en robuust. Tannines aanwezig, maar zacht. Fijne zuren. Heeft nog wat tijd nodig.

Barolo Mosconi 2018 In het glas donkerder dan de Via Nuova. Ook dikker in geur en smaak. Duidelijke hout invloeden, nat leer, aards, kruidnagel, wat bouillon/vleesstoofpot. Prikkelend door zuren en alcohol.

Barolo Mosconi 2021* Krachtig en vol van smaak, hout, op kleine vaten gerijpt, pruim, braam, zwarte bes, vanille, vlees. Het houtgebruik is in deze Mosconi duidelijker dan in de andere twee Barolo’s.

Barolo Cannubi 2018 Hele verfijnde geur en smaak. De mooiste van het drietal uit 2018. Sappig, elegant, drop, leer, roos, wat gebrande noten. Minder robuust dan de Mosconi. Heel complex. Presenteert zich nu heel erg goed,

Barolo Cannubi 2021* In de geur een zuivere fruitige frisheid. Framboos, kers, zwarte bes, specerijen. Goede balans in zuur, body en tannine. Weinig hout (alleen grote gebruikte houten vaten). Elegant en complex, kan alleen maar beter worden.

De geschiedenis van E. Pira. Pira begint als een boerenbedrijf in 1861 wanneer een soldaat uit Sardinië na zijn ontslag uit het leger blijft hangen in Piemonte en daar een plaatselijke schone trouwt. Hij wordt boer en teelt ook wijndruiven. Later brengt de familie ook wijn op fles voor de verkoop. De Barolo wijn van Nebbiolo werd verkocht aan de ‘nobili’ in de regio. De ‘gewone’ man dronk Dolcetto. De laatste wijnmaker heet Gigi Pira en maakt wijn op de ouderwetse manier: de druiven worden met de voeten getreden en er worden nauwelijks technische installaties gebruikt. Gigi sterft in 1980 en Chiara Boschis neemt het bedrijf over.

De wijnen van E. Pira worden geïmporteerd door Henri Bloem.

Gerard Reijmer

1 2 3 59
Page 1 of 59