Achtergrond & Interviews Archives - Perswijn

Achtergrond & Interviews

Achtergrond & Interviews

ÖTW, quo vadis?

De Österreichische Traditionsweingüter (ÖTW), het samenwerkingsverband van 91 topwijngoederen, bestaat dit jaar 35 jaar en voor de veertiende keer organiseert zij dit jaar de Single Vineyard Summit (SVS), ‘s lands belangrijkste proefevenement voor wijngaardwijnen. Er staan geen grote vieringen op de agenda, maar er zijn wel een aantal veranderingen die door directeur Michael Tischler-Zimmermann in gang zijn gezet, en inmiddels een eigen dynamiek met zich meebrengen. Tijdens een Teams-gesprek vertelt Tischler-Zimmermann gedreven aan welke drie knoppen hij voor de komende editie gedraaid heeft en wat zijn plannen voor de toekomst zijn. Een wettelijke verankering van “hun” wijngaardclassificatie laat nog even op zich wachten, maar de ÖTW blijft in beweging.

Michael Tischler-Zimmermann (midden) – ©ÖTW/Manu Grafenauer

Begin jaren 90 vatten een aantal wijngoederen, met name in het Krems- en Kamptal, het idee op te laten zien dat Oostenrijkse wijnen internationaal konden meespelen. Heel vanzelfsprekend was dat niet, want de Oostenrijkse wijnwereld was nog maar nauwelijks bekomen van het wijnschandaal van 1985. Hoewel het nog meer dan tien jaar zou duren voordat Oostenrijk zijn eerste beschermde oorsprongsbenaming zou krijgen –  Weinviertel was in 2003 de eerste appellation of DAC – was het van meet af aan duidelijk dat oorsprong de sleutel tot succes zou zijn. Alleen wie kende Ried Lamm of Ried Heiligenstein toentertijd? Laat staan Ried Frechau? En hoe bewijs je dat dat Oostenrijks beste terroirs zijn?

Fast forward. Vijfendertig jaar later dekt ÖTW acht appellations af, is er een wijngaardatlas die zijn gelijke niet kent, en ligt er een wet die de privaatrechtelijke (Erste-)Lage– of premier-cru-classificatie van de ÖTW-wijngoederen als uitgangspunt heeft genomen voor een nationaal geldende wijngaardclassificatie.

Glücklige Lage

In 2023 hoopte men nog dat die wet snel in werking zou kunnen treden, maar men had buiten de waard gerekend. Verschillende wijngoederen, samenwerkend onder de naam Glücklige Lage, vrezen dat wie niet het geluk heeft over een Erste-Lage-wijngaard te beschikken, benadeeld zal worden. Ongeclassificeerde wijngaarden zouden minder waard zijn, en de wijnen ervan zouden minder opbrengen. Zij hebben hun bezwaren geuit bij Oostenrijks Grondwettelijke Hof, dat een juridische toetsingsprocedure heeft gestart die moet vaststellen of the nationale wijngaardclassificatie al dan niet constitutioneel is. Het draait daarbij om een aantal vragen. Allereerst wordt, aansluitend bij de bezwaren van Glücklige Lage, onderzocht of onafhankelijke wijnmakers wel voldoende beroepsmogelijkheden hebben. Daarnaast speelt de vraag of de taak om wijngaarden aan te wijzen als Erste of Grosse Lage vanuit het ministerie gedelegeerd mag worden aan het nationale wijncomité, een beroepsorganisatie. De antwoorden zullen nog wel even op zich laten wachten, maar in de tussentijd zit de ÖTW niet stil.

©ÖTW/Manu Grafenauer

Samen sterker

Gesteld dat de wetgeving er min of meer ongeschonden doorkomt en het gebruik van de term Erste Lage niet meer voorbehouden is aan de ÖTW-wijngoederen, dan rijst de vraag wat het bestaansrecht van de ÖTW nog is? Die vraag dringt zich ook op als je naar de SVS kijkt. Al een aantal jaren nemen wijngoederen van Vinea Wachau, de Steierische Terroir- und Klassikweingüter (STK), en de Burgenlandse appellations Leithaberg en Eisenberg deel. Natuurlijk zijn de 91 ÖTW-wijngoederen de hoofdmoot, maar de andere wijnhuizen vormen een substantiële minderheid.

Tischler-Zimmermann is er duidelijk over. ‘Samen sterker’ is het devies. Voor een klein wijnland in een krimpende markt lijkt dat een verstandige keuze. Tischler-Zimmermanns doel voor de SVS is uiteindelijk een representatief overzicht te geven van wat Oostenrijk op het gebied van Lagen-wijnen te bieden heeft. De SVS als een “the best of Austria” evenement. Voor de inkopers, sommeliers, journalisten, en andere wijnprofessionals is het zeker handig.

Minstens ‘Nachhaltig’

Om zo’n SVS behapbaar en kwalitatief hoogwaardig te houden kan niet iedereen meedoen. Dus draaide Tischler-Zimmermann aan zijn eerste knop. Lange tijd was het mogelijk om als niet biologisch of duurzaam werkend bedrijf aan de SVS deel te nemen, maar met ingang van de komende editie (7-10 september 2026), moeten bedrijven minstens op het niveau van ’Nachhaltig Austria’ gecertificeerd zijn. Omdat alle ÖTW-wijngoederen al certificeerd waren, creëert dit een gelijk speelveld. Bovendien vraagt de markt steeds vaker om duurzaamheid, iets wat ook past in het kwaliteitsdenken waar ÖTW voor staat. Niet alle gastwijngoederen konden of wilden aan de eis voldoen.

©ÖTW/Manu Grafenauer

Meer Burgenland

Ook vond Tischler-Zimmermann dat Burgenland nog ondervertegenwoordigd was. Wijngoederen uit appellations zoals Neusiedlersee en Mittelburgenland waren tot nog toe afwezig. (Bekende namen zoals Anita & Hans Nittnaus en Gernot & Heike Heinrich waren alleen van de partij omdat een flink deel van hun wijngaarden in de Leithaberg-appellation ligt.) Dus draaide Tischler-Zimmerman aan zijn tweede knop. Op uitnodiging van de ÖTW kunnen dit jaar ook wijngoederen zoals Kollwentz, Paul Achs, Umathum en Gesellmann hun wijnen tonen.

Neusiedlersee ©Austrian Wine/WSNA

Een derde knop waaraan Tischler-Zimmermann heeft gedraaid is het programma zelf. Iedere SVS-bezoeker kan zich vier dagen lang, een dag minder dan voorgaande summits, volledig wijden aan het proeven van de nieuwe jaargangen. Maar dit jaar is het ook mogelijk wijngoederen te bezoeken. Alleen ÖTW-wijngoederen wel te verstaan. Velen stellen hun deuren open. Vooral bezoekers die vanuit andere werelddelen naar Oostenrijk afreizen, hebben de behoefte om naast het proeven ook de context te ervaren. Gezien het professionele karakter van het evenement hebben de wijngoederen de opdracht gekregen de diepte in te gaan en het niveau van een standaardbezoek – kijkje in de kelder, een rondje in de wijngaard – te overstijgen. Ook voor bezoekers die van dichterbij komen interessant!

Ondanks de verbreding is Tischler-Zimmermann nog niet tevreden. Een echt Best-Of-Austria evenement is het ook met meer Burgenlandse wijngoederen nog niet. Een aantal essentiele wijngoederen ontbreken. Het gaat vooral om die wijngoederen die geen lid (meer) van Vinea Wachau zijn, zoals F.X. Pichler, Veyder-Malberg, en Grabenwerkstatt. Maar ook wijngoed Moric van Roland Velich, wiens Lutzmannsburg door velen als een van de beste Blaufränkisch van het land wordt gezien, neemt niet deel. Tischler-Zimmermann blijft in gesprek en hoopt ze ooit in Grafenegg te kunnen verwelkomen.

Weingut Veyder-Malberg ©Weingut Veyder-Malberg

Internationalisering

Daarnaast lopen er nog een aantal andere toekomstgerichte initiatieven die de ÖTW scherp moeten houden. Zo werkt Tischler-Zimmermann aan het idee van een academie voor ÖTW-leden. De achterliggende gedachte is dat, als je van elkaar leert, vooral op het gebied van duurzaamheid, de kwaliteit uiteindelijk sneller verbetert. Tischler-Zimmermann noemt als mogelijke thema’s compostering, het gebruik van bioaktiv kohle (biochar) en piwi’s.

Voor mij het meest opvallende toekomstplan van Tischler-Zimmermann is om de SVS, en indirect de ÖTW, een internationaler profiel te geven. Als groep, dus met alle aan de SVS deelnemende wijngoederen, hoopt hij binnen een paar jaar vergelijkbare, wellicht iets kleinere summits in relevante buitenlandse markten te organiseren. Denk aan New York, Zürich, London, Tokyo of, wie weet, Amsterdam. Zo kunnen meer mensen bereikt worden en neemt de druk op het aantal beschikbare plaatsen in Grafenegg af. 

Maar het internationaliseringsplan heeft nog een andere kant. De Poolse Master of Wine Wojciech Bońkowski heeft een paar jaar geleden onderzocht of het Lagen-classificatiemodel van de ÖTW ook elders bruikbaar is, in het bijzonder in Tokaj. Uiteindelijk bleek de situatie daar niet helemaal geschikt voor te zijn, bijvoorbeeld vanwege de combinatie van zoete en droge wijnen uit dezelfde wijngaard en het frequenter voorkomen van monopole-wijngaarden. Maar de eveneens Hongaarse regio Szekszárd is wel met het ÖTW-model aan de haal gegaan. Als dat een succes wordt en als er misschien ook nog andere regio’s volgen, kan het zomaar gebeuren dat er tijdens de SVS ook wijnen uit buitenlandse gastregio’s geproefd kunnen worden.

Wojciech Bońkowski MW ©ÖTW/Manu Grafenauer

Dat doet me dan weer denken aan wat Pepi Schuller MW, jarenlang de directeur van de Oostenrijkse Weinakademie, eens zei. Volgens hem was het belangrijk om omliggende regio’s (in landen zoals Slovenië, Hongarije en Kroatië) actief bij het succes van Oostenrijk als wijnland te betrekken. Als je dat niet doet, was zijn gedachte, wordt het kwaliteits- en uiteindelijk het prijsverschil tussen wijnen uit Oostenrijk enerzijds en uit de buurregio’s anderzijds zo groot dat de consument Oostenrijkse wijn links zal laten liggen.

Als de wetgeving in werking treedt kunnen we snel daarna de introductie van de lang verwachte Grosse Lage tegemoet zien. Maar het is duidelijk dat, ook zonder Grosse Lage-wijnen, er op de SVS in Grafenegg elk jaar iets nieuws te beleven valt en we er van uit kunnen gaan dat er continu aan de kwaliteit wordt gewerkt. Reden voor wijn-Profi’s om de SVS niet te missen en voor wijnliefhebbers om de berichtgeving over Oostenrijkse wijn, in het bijzonder die van de ÖTW-leden en hun gasten, te blijven volgen. Misschien leidt ÖTW’s weg dan over enige tijd wel naar Nederland.


De SVS vindt dit jaar plaats van 7 tot 10 september. Er zijn nog een aantal plaatsen beschikbaar. Er is een zeer beperkt aantal kaarten voor liefhebbers, maar die zijn met 400 euro niet goedkoop.

Achtergrond & Interviews

Fantastische wijntoer in het Duitse Markgräflerland – Deel 2

Deel 2: Weißer Burgunder en het verhaal van de wijnbouwers

In vorig artikel besprak ik vooral mijn ervaringen met de grote en dus ook duurdere wijnen uit Markgräflerland. Belangrijk om aan te stippen is dat ook de wijnen in het lagere prijssegment tussen 7 en 12 euro mij bevielen. Ook voor weinig geld valt er, zelfs bij de drie topdomeinen die ik bezocht (Fritz Waßmer, Martin Waßmer, Schlumberger-Bernhart),  veel te rapen. En dat vind ik toch bijzonder! Ook als je een écht mooie Pinot Noir zoekt onder de 20 euro, ben je op het goede adres. De Schlatter Maltesergarten Spätburgunder van Martin Waßmer of de Spätburgunder Réserve van Fritz Waßmer bijvoorbeeld.  Waar vind je zo’n goede Pinot Noir nog in die prijsklasse? Een tip die ik de lezer wil meegeven: kijk ook uit naar de WeiBer Burgunder van Markgräflerland (Weissburgunder/Pinot Blanc). Die is werkelijk uniek en prijs-kwaliteit zeer de moeite waard.

Grote Weißer Burgunders in Markgräflerland

Wat heb ik genoten van de Weißer Burgunders van Markgräflerland! Zo jammer dat Pinot Blanc zijn imago niet mee heeft. In de Elzas wordt de druif aangeplant op mindere, vlakkere terroirs en gebruikt in mousserende wijn of goedkope stille blends met auxerrois. Inderdaad, als je pinot blanc teelt met hoge opbrengsten, kan er alleen neutrale wijn van komen. Ook in Baden wordt wijn gemaakt van pinot blanc met opbrengsten over de 100 hectoliter per hectare. Dit staat in contrast met de kwaliteitsdomeinen. Voor de Lagenwijnen (‘Grand Cru’s’) van Fritz Waßmer laat men de opbrengsten zakken tot 18 à 20 hl/ha (middengamma: 40-55 hl/ha). Schlossberg Staufen Weißer Burgunder 2023 is bij het beste dat ik op dit domein geproefd heb: uitgesproken rokerig-mineralig aroma, veel toast, perzik, wat citrus, witte peper en een knap, krijtdroog maar wel aangenaam crèmig mondgevoel met fijn, mineralig reliëf, precies wit fruit en spicy afdronk. De wijn wordt op 100% nieuwe Bourgondische eik gefermenteerd met spontane gisting en malo (54 euro). Ook de Weißer Burgunder Dottinger Castellberg 2023 van Martin Waßmer is fenomenaal met veel concentratie maar ook veel structuur en gelaagdheid, interessant karakter en opvallende levendigheid, zo typisch voor alle wijnen van Martin (45 euro). Op Weingut Schlumberger-Bernhart genoot ik van de Weißer Burgunder Klosterwingerte GG 2023 met een subtiele neus van mooi gedefinieerde sappige perzik en gekonfijte citrus, naast amandel, marsepein en iets gerookts (32 euro). Deze wijn is delicaat, verfijnd en licht fruitig. Hij gaat helemaal in de lengte, bijzonder knap. Ook de Weißer Burgunders in het basisgamma (Gutsweine) en het middengamma (premium Weine, Ortswein/Erste Lage) van de genoemde drie wijndomeinen beoordeelde ik als bijzonder goed. Prijs/kwaliteit zijn zij het interessantst (vanaf 8 à 9 euro).

Andere druivenrassen

Wat kan ik zeggen van de Gutedel van de streek? De druif gutedel, bij ons beter bekend als chasselas, maakt ongeveer een derde uit van alle wijnstokken. Zoals van weißer burgunder worden ook van deze druif zeer hoge opbrengsten geoogst. Na chaptalisatie – gutedel geeft weinig suiker/alcohol – resulteert dat in een neutrale en weinig zeggende wijn. De druif heeft niet het kwaliteitspotentieel van weißer burgunder maar mits wat bewerking in de wijnkelder – op zijn Chardonnays -, kan het wel wat worden. Wijnbouwster Johanna Bernhart geeft het goede voorbeeld met een bijzonder goede, houtgerijpte Laufener Altenberg Gutedel -Kracher- 2023 (11% alc). Ook wijndomein Ziereisen, meer zuidelijk in Markgräflerland tegen Zwitserland aan, is gekend voor mooie Gutedels met opvallende ziltigheid en laag alcoholgehalte. Dit avontuurlijke wijndomein maakt een Gutedel-cuvée in een amfoor die in de wijngaard is ingegraven. Het op twee na meest aangeplante druivenras in Markgräflerland is müller-thurgau. Het is een druif die in Baden veel voorkomt en zich uitstekend leent tot massaproductie. De bloemige müller-thurgau zorgt voor charmante instapwijnen. Interessanter maar ook een stuk duurder is de volle, grassige Sauvignon Blanc uit de streek (1,6% van de aanplant), soms in hout gerijpt. Martin Waßmer vertelt me dat het enthousiasme voor die Sauvignon Blanc de laatste jaren wel gedaald is. Tenslotte vind ik bij verschillende wijnbouwers Muskateller (Muscat), Gewürztraminer, Auxerrois en Riesling. In rood vermeldde ik al Syrah maar je treft ook blends aan van cabernet sauvignon, merlot en cabernet franc. De lijst met verschillende cuvées is vaak indrukwekkend lang met op het einde verschillende edelsüsse weine maar ook, meer en meer, mousserende wijnen/Sekte. Die laatste zijn meestal gemaakt van chardonnay of pinot noir. Fritz Waßmer heeft maar liefst zes verschillende Sekte in zijn gamma!

Belangrijke wijnbouwers uit Markgräflerland

De vatenopslag van wijndomein Martin Wassmer

Het wijnbouwverhaal van de twee broers, Fritz en Martin Waßmer, vind ik fascinerend. Ze komen helemaal niet uit een wijnbouwfamilie maar hebben zich allebei, op hun eigen manier, opgewerkt tot de absolute top van de wijnstreek. Hun vader was landbouwer en zijn twee zonen zetten zijn werk voort. De broers specialiseerden zich in de teelt van asperges en aardbeien. Nog steeds bewerkt Fritz 120 hectare asperges en aardbeien (naast kerstbomen) en Martin 100 hectare. Ze zijn bij de grootste aspergespelers van Duitsland. Fritz is 73 jaar en acht jaar ouder dan Martin. Martin was de eerste die met wijnbouw startte, een halve hectare aanplant in 1995. Wijndomein Fritz Waßmer startte in 1998 nadat Fritz de wereld had rondgereisd op zoek naar inspiratie. Commercieel verantwoordelijke Kevin Gagnon vertelt hoe Fritz kosten noch moeite spaarde bij zijn start: topkwaliteit was duidelijk het doel, vooral in Spätburgunder, en hij investeerde in de beste wijngaardpercelen en het beste materiaal. Bij Martin hetzelfde verhaal. Duidelijk een hardwerkende, vermogende familie die durft (en kan) investeren. De broers namen bestaande wijngaarden over waardoor ze nu al beschikken over aanzienlijk wat oudere stokken boven de 40 jaar. De percelen liggen in Markgräflerland maar ook erbuiten. Fritz heeft prachtige percelen in het Badense Breisgau zoals Roter Berg Kenzingen (ijzerrijke mosselkalk/kalkzandsteen), Bombacher Sommerhalde (mosselkalk/zandleem) en Herbolzheimer Kaiserberg (löss/gele kalksteen). Breisgau ligt ten noorden van Freiburg en kent dezelfde nachtelijke verkoeling en hogere neerslag die we ook in Markgräflerland vinden. Breisgau is gekend voor de fenomenale wijnen van Bernhard Huber en Shelter Winery. In Markgräflerland is Fritz’ beste wijngaard de schilderachtige Schlossberg in Staufen (mosselkalk/leisteen) met op de top de ruïne van Burg Staufen. Ook Martin heeft hier wijngaarden maar deze die hij mij vooral wou tonen, liggen op de Dottinger Castellberg (kalksteen, conglomeraat), niet ver van de Schlossberg. Beide broers hebben wijnbouwervaring in Bourgogne, Fritz zelfs op Domaine de Romanée-Conti (aan de trieertafel). Ze plantten Bourgondische pinot noir-klonen sélection massale. De plantdensiteit is erg hoog, tot 13.000 planten per hectare. Beiden doen beroep op een team van seizoenwerkers die niet alleen werken op de asperge- en aardbeivelden maar evengoed in de wijngaarden. Ondertussen heeft Fritz 46 hectare wijngaard, Martin 40 hectare. In de beste wijngaarden worden de trossen gehalveerd om de druiven los en dus vrij van schimmel te houden. Bij Fritz wordt zelfs gekozen om niet de onderkant maar wel de achterkant van de tros weg te snijden, het gedeelte dat het minste zon krijgt. Martin vertelt me hoe hij op steile hellingen beroep doet op drones om gewasbescherming te spuiten. Omdat de onderste bladeren daarmee niet bereikt worden, moet er nog manueel gespoten worden ook. Fritz heeft recent een optisch trieersysteem aangekocht waarbij elke druif die de kelder binnenkomt door een camera wordt gescreend op gezondheid: een enorme investering! De meeste wijnen van Fritz en alle wijnen van Martin ondergaan spontane gisting en malo. De passie en de investeringen van de broers kan je duidelijk proeven: geweldige kwaliteit over de ganse lijn! De kinderen van Fritz en Martin maken zich klaar om het werk van hun ouders verder te zetten. De wijnen van Fritz Waßmer worden in Nederland door Gall & Gall verdeeld, in België door Langbeen Duitse Topwijn, wineatheart.be en wineinabottle.be, de wijnen van Martin Waßmer in Nederland door wijnimport J. Bart en in België door Vinikus & Lazarus.

De oude wijnkelder van Schumberger-Bernhart

Een heel ander verhaal op Weingut Schlumberger-Bernhart, een domein dat precies wat onder de internationale radar blijft. Het behoort nochtans al sinds 2006 tot de Duitse elitegroep van VDP-wijndomeinen – Fritz en Martin Waßmer zijn om voor mij ondoorzichtige redenen geen lid. VDP staat voor Verband Deutscher Prädikatsweingüter. Het is een private organisatie van hoogkwalitatieve Duitse wijndomeinen. Schlumberger-Bernhart is een wijndomein met tien hectare wijngaard, geleid door vader Ulrich Bernhart, afkomstig uit de Pfalz en zijn dertigjarige dochter Johanna. De wijngaarden in Markgräflerland komen van de wijnbouwfamilie van de echtgenote van Ulrich, Claudia. Claudia en Ulrich leerden elkaar kennen tijdens hun wijnbouwopleiding aan de universiteit van Geisenheim. Claudia runt nu een hotel en laat het wijn verbouwen over aan haar man en dochter. Ik ontmoet dochter Johanna in het dorp Sulzburg-Laufen, waar het wijndomein is gevestigd. Haar maternele familie is sinds 300 jaar met wijnbouw bezig, de huidige wijnkelder en het woonhuis stammen uit 1723. Schlumberger-Bernhart werkt op niet-interventionistische wijze, spontane gisting en malo, er wordt niet aangezuurd, niet geklaard en niet gefilterd. Het domein is in conversie naar bio (idem Martin Waßmer trouwens). Een belangrijke reden van de transitie is voor Johanna het steeds vaker voorkomende greenwashing: een bedenkelijke marketingstrategie die veel wijndomeinen gebruiken om zich natuurvriendelijker voor te stellen dan ze eigenlijk zijn. Zonder certificaat kan je alles beweren, aldus Johanna. De proeverij van de wijnen maakte me al snel duidelijk dat Schlumberger-Bernhart een totaal andere stijl van wijn maken hanteert in vergelijking met de Waßmers, ook al is het werk in de wijngaard gelijkaardig (hoge plantdensiteit, Bourgondische klonen, stokken ouder dan 30 jaar). De Waßmer-wijnen zijn rijk, breed, fruitig en weelderig. De wijnen hier zijn opvallend bescheiden van stijl, ingehouden, eerder introvert en allesbehalve gedreven door fruitigheid. Dit is het geval voor zowel Gutsweine, Ortsweine als Lage Weine. De instapper Weissburgunder vom Löss 2025 is puur, verfijnd, zacht, licht fruitig met goede focus en geenszins breed of vet. Grauburgunder vom Löss 2025 is opvallend strak, mooi zuiver en kruidig en heeft dezelfde kwaliteit. De prijs voor alle instapwijnen is bijzonder, slechts 8 à 12 euro. Op dit wijndomein worden zelfs druiventrossen voor Gutsweine gehalveerd: wat een arbeid voor uiteindelijk toch goedkope wijn! Dit naar Duitse normen relatief klein wijndomein bewerkt maar liefst 45 percelen in en rond Laufen. Ze worden vaak apart gevinifieerd. Overal is löss maar in de door VDP geclassificeerde wijngaarden (Erste Lage en Grosse Lage) bestaat de bodem overwegend uit kalksteen. In de wijnkelder zien we naast inox tanks (voor de Gutsweine) vooral houten vergistingsvaten, van barriques tot grote foeders. Weinig vaten zijn nieuw (een 15%). Johanna vermijdt overheersende eikaroma’s in haar wijn maar ze wil ook geen uitgesproken fruitigheid. Om dat laatste te bereiken, vergist ze zowel witte als rode wijnen op hoge temperaturen, beide tot 30°C. De oppervlakkige fruitaroma’s gaan daardoor verloren. Bijzonder, zeker voor wit! De Gutsweine hebben een opvallend laag alcoholgehalte, meestal 12%. Hierdoor smaken de wijnen frisser, meent Johanna. De Grauer Burgunders van Erste en Grosse Lage zijn goed met precisie en focus maar mijn lievelingswijn is weer een Weißer Burgunder, namelijk de Klosterwingerte GG 2023, gevinifieerd op drie gebruikte Bourgondische eiken vaten en één vat van 400 liter. De wijn is strak, puur en delicaat, een fantastisch culinair product! De Spätburgunders hebben hetzelfde gereserveerde karakter als de witte wijnen: voor weelderig fruit ben je op dit domein aan het verkeerde adres. De extractie tijdens de vinificatie is voorzichtig: geen onderdompeling van de hoed (geen pigéage), alleen oppompen over de hoed (remontage). De Pinot Noir Klosterwingerte GG 2022 drijft op ingehouden en delicaat rood fruit, zachte kruiden, kalkachtige mineraliteit en fijne tanninestructuur. Voor dit type van wijn is de term “filigraan” (ragfijn, edel, delicaat) uitgevonden. Zoals sommige andere Duitse wijndomeinen gebruikt ook Schlumberger-Bernhart de Franse term “Pinot Noir” voor de betere cuvées, “Spätburgunder” voor het instap- of mediumgamma. Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij verschillende rode cuvées wat op mijn honger bleef zitten qua plezierbeleving. Het delicate, terughoudende karakter van de wijnen kietelde me maar kon me niet altijd aan het lachen krijgen. Ik vermoed dat de Lage-wijnen in hun jeugd gesloten zitten en flesrijping behoeven om open te bloeien. Het verwondert me niet dat de wijnen van Schlumberger-Bernhart voornamelijk naar restaurants gaan: ze zijn verfijnd, trekken niet alle aandacht naar zichzelf en zijn daardoor perfect te combineren met een waaier aan gerechten. De prijs van de GG’s valt mee, rond de 32 euro. In Nederland worden de wijnen ingevoerd door Dokter Maler en Cellarmasters.nl, voor België zoekt het domein nog een importeur.

Martin Wassmer in zijn wijnkelder met open houten vergistingsvaten voor rood

Markgräflerland blijkt inderdaad, zoals Gerd Brabant het schreef, een fantastische vakantiebestemming: het bloedmooie Zwarte Woud, de boeiende oude stad Freiburg met een waaier aan toeristische mogelijkheden en verschillende, gemakkelijk te bezoeken topwijndomeinen. Volgend jaar keer ik terug naar de streek en bezoek ik een ander beroemd wijndomein van Markgräflerland: Weingut Ziereisen. Benieuwd welke vertaling de wijnbouwers daar maken van de druiven en hun terroir.

Achtergrond & Interviews

Fantastische wijntoer in het Duitse Markgräflerland – Deel 1

Deel 1: kennismaking met de klassewijnen  van de streek

Het was even geleden dat ik in Duitsland op wijnreis trok. Jaren geleden schuimde ik Moezel, Saar en Ruwer af op zoek naar mooie Riesling, een ongemeen boeiende ontdekkingsreis. Dit resulteerde in een Perswijnreeks over zoete Duitse Rieslings, niet alleen afkomstig van Moezel en omstreken maar ook van bijvoorbeeld Rheingau en Nahe. We drinken deze toppers wellicht te weinig: een beetje zoet (met veel zuren) kan geen kwaad van tijd tot tijd. In die periode proefden we met onze wijnproefclub veel Riesling. Gerd Brabant en Marc Roovers, twee medeproevers, drukten later hun grote bewondering voor Duitse wijn uit in het boek Wijnland Duitsland. Ontdekken, proeven en beleven. Het knappe boek, voor mij een basiswerk, wordt ingeleid door Lars Daniëls van Perswijn, zelf grote kenner van Duitse wijn (derde herziene herdruk 2023). Het boek inspireert me voor de reis waarvan ik hier verslag doe. Gerd Brabant schrijft hoe fantastisch een verblijf in het Zwarte Woud is in combinatie met een bezoek aan wijndomeinen in Markgräflerland. Markgräflerland is één van de negen subregio’s of Bereiche van Baden, het warmste wijngebied van Duitsland. Baden ligt in de zuidwestelijke hoek van het land, grenzend aan Frankrijk en Zwitserland. Markgräflerland is de meest zuidelijke subregio van Baden. Ze telt 3216 hectare wijngaard en strekt zich uit van Freiburg tot aan de Zwitserse grens (totaal areaal Baden: 15835 hectare). Toevallig kwam Gerd een maand of twee geleden ook langs in Markgräflerland op onderzoek voor zijn tweede wijnboek over Duitsland. Hij werkt aan een gedetailleerde en met persoonlijke avonturen doorspekte bespreking van negen kleinere maar bijzondere deelgebieden binnen de dertien grote Duitse wijnbouwregio’s. Noordelijk Markgräflerland, waar ik nu op reis ben, is er één van. We mogen de publicatie begin volgend jaar verwachten.

Markgräflerland, land van Gutedel en Burgunders

Martin Wassmer

Riesling is in Markgräflerland weinig aangeplant. De belangrijkste kwalitatieve druiven zijn de burgunderrassen: spätburgunder (pinot noir, 27,3% van de aanplant), weißer burgunder/weissburgunder (pinot blanc, 9,4%) en grauer burgunder/grauburgunder (pinot gris, 6,9%). Op kop echter met een derde van de wijnstokken staat gutedel (chasselas, 33,1%), een lokale specialiteit sinds 1780. Toen introduceerde markgraaf Carl Friedrich von Baden de voornamelijk in Zwitserland voorkomende druif in Markgräflerland. Gutedel wordt vooral gebruikt voor goedkopere basiswijnen. Bourgogne is hét belangrijkste voorbeeld voor de befaamde wijndomeinen die ik bezocht, namelijk Fritz Waßmer, Martin Waßmer en Schlumberger-Bernhart. Niet alleen de aangeplante druivenklonen en eiken vaten komen van Bourgogne maar ook de inspiratie voor technieken in wijngaard en cave. We zijn amper 60 kilometer van de Franse Elzas verwijderd – gewoon het Zwarte Woud over -, maar terroir, wijnen en filosofie van wijn maken zijn compleet anders. Bijzonder interessant! Kevin Gagnon, commercieel directeur van wijndomein Fritz Waßmer vertelt me dat het imago van Badense wijn jammer genoeg bepaald wordt door de coöperatieven, die 73% van alle streekwijn produceren. Sommige werken met torenhoge opbrengsten en maken laaggemiddelde kwaliteit aan lage prijzen. Deze organisaties hebben het tegenwoordig moeilijk: mensen drinken minder en dat doet zich vooral voelen in het lage prijssegment waarop zij zich richten. Meer aandacht voor de echte kwaliteitswijnen is volgens Kevin noodzakelijk. Ik ben het absoluut met hem eens: wat ik bij de genoemde drie kwaliteitsdomeinen van Markgräflerland proefde was wereldklasse, niet alleen in Weißer Burgunder, Grauer Burgunder en Chardonnay maar ook en misschien vooral in Spätburgunder!

Het verfrissende Zwarte Woud

Ik ben onder de indruk van de schoonheid van het Zwarte Woud. Het gebergte is bezaaid met miljoenen dennen en sparren, allemaal kaarsrecht en mooi in het gelid. De dichte bossen op de zacht glooiende bergen wisselen af met uitgestrekte weilanden. Wat een schouwspel!  Het Zwarte Woud is 6000 km² groot, 160 km lang en 50 km breed. Ik verbleef in Lenzkirch op 900 meter hoogte. Feldberg, de hoogste berg van het Zwarte Woud met zijn 1493 meter, is niet ver weg. De temperatuur in Lenzkirch is gemakkelijk 10°C lager dan beneden in Freiburg, aan de voet van het gebergte.  Een ideale uitvalsbasis voor wijnbezoeken dus. Toen ik in de namiddag met wijnbouwer Martin Waßmer zijn wijngaardpercelen op de Dottinger Castellberg bezocht, wees hij naar de temperatuur op het dashboard van zijn wagen: 40,5°C. Na de bloedhete bezoeken aan de wijndomeinen was ik telkens blij terug in Lenzkirch toe te komen voor een frisse duik in het binnenzwembad. Daarna schreef ik mijn indrukken uit op het terras van het appartement met prachtig zicht op de Feldberg. Het Zwarte Woud is een belangrijk klimatologisch element voor de wijngaarden die aan zijn voet liggen. De koudere lucht uit de bergen daalt in de avond en de nacht neer en verkoelt de wijnstokken, overdag geblakerd door overvloedige zon. Dat is een belangrijk verschil met de aanpalende Badense subregio Kaiserstuhl die deze verkoeling niet kent en waar de wijnen krachtiger en intenser zijn. Het aantal zonuren in Markgräflerland is gemakkelijk 1700 en stijgt in sommige jaren boven de 2000 uit. De hoge gemiddelde temperatuur wordt beïnvloed door de zogenaamde Bourgondische Poort, een 400 meter hoog en 30 kilometer breed plateau tussen Jura en Vogezen dat warme winden aanbrengt. De hoeveelheid neerslag ligt vrij hoog, tussen de 750 en 900 millimeter per jaar, vrij gelijk gespreid over het jaar. Vaak valt hij tijdens hevige onweders. De bodem absorbeert het water in die omstandigheden wel moeilijker en de intense zon na de regenbui laat veel vocht opnieuw verdampen. Ter vergelijking: Kaiserstuhl, iets verder verwijderd van het Zwarte Woud, is een stuk droger.

Grote wijnen uit Markgräflerland mét fraîcheur en gedoseerde alcohol

In Markgräflerland worden steile hellingen opgezocht voor de productie van wijnen van hoge kwaliteit. Bij elke wijnbouwer stelde ik de vraag hoe ze erin slagen om in zo’n warm klimaat en op die hete hellingen toch wijnen te maken met voldoende fraîcheur én gebalanceerd alcoholgehalte. En hoe vermijden ze zonnebrand, een fenomeen dat zelfs in de Lage Landen gevreesd wordt in zonrijke zomers. De wijnboeren liggen er niet wakker van. In tegenstelling tot onze wijnbouwers ontbladeren ze de wijnstokken zelden of nooit. De druiven blijven in de schaduw van de bladeren hangen en hebben het zo koeler. Ook het stimuleren van groene bodembedekkers verlaagt de temperatuur in de wijngaard aanzienlijk. Bij Fritz Waßmer wordt poeder van vergruisde stenen op de druiven gesproeid, een soort zonnecrème. Martin Waßmer en Johanna Bernhart geloven niet in deze interventie. Ook voor droogtestress, een gebrek aan water waardoor de rijping van de druiven blokkeert, hebben de wijnbouwers weinig schrik. De bodems zijn meestal rijk aan kalksteen, houden het water goed vast en geven die mondjesmaat aan de stokken af. Op de mindere, vlakkere terroirs is er veel vruchtbaar löss en leem, op de Grand Cru-wijngaarden domineert kalksteen en wortelen de stokken dieper. Door de warmte en de vele zonuren zijn de druivenschilletjes snel rijp en kunnen de druiven geplukt worden wanneer er nog voldoende zuur aanwezig is. In de kelder wordt de malolactische omzetting (appelzuur naar melkzuur) op systematisch wijze gebruikt, tenzij bijvoorbeeld voor Sauvignon Blanc. Geen blokkade dus van de malo om verfrissend appelzuur te behouden, opnieuw trouw aan Bourgogne. Aanzuren gebeurt zelden bij de kwaliteitsdomeinen en zeker niet voor de betere cuvées. Als ik mijn proefnotities overloop, vind ik geen aanduiding van een tekort aan zuren in de wijnen. De Chardonnays komen me wel wat tropisch en breed over maar dat is persoonlijke smaak: ik hou van strakke zuren en veel elegantie in Chardonnay. Roter Berg Kenzinger Chardonnay 2023 van Fritz Waßmer en Dottinger Chardonnay GC 2023 van Martin Waßmer konden me bijzonder bekoren door hun uitzonderlijke concentratie, rokerige mineraliteit, precisie en finesse maar je kan ze moeilijk strak noemen (en ook niet goedkoop, respectievelijk 54 en 95 euro). Chardonnay is sinds de jaren ’90 officieel toegelaten in de streek en maakt ondertussen 2,1% van de aanplant uit. De rijke Grauer Burgunders van Martin Waßmer en de verfijnde Grauer Burgunders van Schlumberger-Bernhart zijn droog, blijven mooi gedoseerd qua alcohol en hebben voldoende fraîcheur: dat verraste mij want pinot gris is geen kampioen in zuren! De Spätburgunders zijn vol, opmerkelijk fruitig en smaakrijk met behoorlijk wat alcohol. Soms vind ik ze zwoel en wat zwaar maar de beste zijn adembenemend met verfijnde tanninestructuur en mooie fraîcheur. Kaiserberg Herbolzheim 2021 van Fritz Waßmer (138 euro) en Staufener Schlossberg 2023 van Martin Waßmer (54 euro) vind ik fenomenaal: geen zwoel maar net heel precies fruit, krachtig met verfijnde en korrelige tanninestructuur, veel complexiteit en finesse. Ik kon een paar keer warmere (2022) met koelere jaargangen (2021) vergelijken en telkens had ik voorkeur voor de koelere. Onduidelijk wat de klimaatopwarming in deze streek zal geven. Nog meer syrah aanplanten? Ik betwijfel of dat de oplossing is. Martin en Fritz Waßmer hebben inderdaad Syrah in hun duurdere gamma. Deze wijnen zijn heel breed en vol, bijzonder kruidig en zwoel, vrij glad van tannine met relatief weinig zuren. Gerookt vlees à gogo. De wijnen zijn indrukwekkend maar ik vond ze persoonlijk verfijnde tanninestructuur missen en wat vermoeiend. Martin vertelt mij dat de Syrah-hype gaan liggen is en de klanten zich vooral aangetrokken voelen tot traditionele Spätburgunder. De cuvées die ik het nog meest typisch vond voor de streek, het vaakst in evenwicht – ook qua fraîcheur -, en het meest karaktervol zijn de Weißer Burgunders. De wijnbouwers knikten telkens als ik die mening met hen deelde, ook al zijn ze net zo trots op hun Spätburgunder.

In deel 2 ga ik dieper in op de geweldige kwaliteit van Weißer Burgunder uit Markgräflerland. Ik zoem wat dieper in op het intrigerende verhaal van de drie wijndomeinen die ik leerde kennen: Fritz Waßmer, Martin Waßmer en Weingut Schlumberger-Bernhart.

Achtergrond & Interviews

Proeverij: Marqués de Vargas – Rioja van domein

’93% van alle druiven in Rioja komen van telers, die ze verkopen aan bodegas. Wij maken alleen wijnen van eigen druiven van ons eigen domein’, vertelt Graciela Palacios, wijnmaakster bij Marqués de Vargas. Dat is en blijft vrij bijzonder in Rioja. Net als de hoge kwaliteit van de wijnen.

Ik schreef al eerder over Marqués de Vargas, gelegen iets ten oosten van Logroño, nog net in de zone Rioja Alta. Het heeft beroemde andere markiezen als buren, te weten Marqués de Murrieta en Marqués del Romeral. Het landgoed genaamd Hacienda Pradolagar werd al in 1840 beplant met druiven, maar Marqués de Vargas maakt pas sinds 1989 zijn eigen wijnen. Don Pelayo de la Mata, de 11e markies van Vargas, is de eigenaar, die ik in 2018 in Nederland ontmoette.

Graciela Palacios, wijnmaakster bij Marqués de Vargas

Nu waren export manager Diana Fernández en wijnmaakster Graciela Palacios over en ik sprak ze kort terwijl ik de vier Rioja’s van het domein proefde. Graciela Palacios is pas 25 jaar oud, maar moest vrij plotseling de verantwoordelijkheid over de wijnen op zich nemen, nadat haar voorgangster en voorbeeld Ana Barrón overleed. Zij was een van de beste en beroemdste wijnmaaksters van Spanje, werkte eerder bij Remelluri en had de wijnen van Marqués de Vargas naar het hoogste niveau getild. Een flinke uitdaging dus voor Graciela Palacios, die ze graag aangaat. ‘Ik heb tweeënhalf jaar met Ana mogen werken. Daarvoor heb ik gestudeerd en bij Muga gewerkt, maar van Ana heb ik het meest geleerd. Ze heeft me geleerd hoe je grote Rioja maakt’, vertelt ze zonder schroom en vol bewondering voor haar mentor.

Hoe haar wijnen gaan zijn, zullen we over een paar jaar weten als haar eerste Reserva op de markt komt, maar ze zet het werk van Ana voort. ‘Vanaf 2015 is er veel veranderd, de focus kwam op terroirexpressie te liggen en de wijnen werden verfijnder en preciezer’, vertelt Graciela. Lang gebruikte Vargas bijvoorbeeld ook Russisch eikenhout, tegenwoordig vrijwel uitsluitend nog Franse barriques; alleen de Gran Reserva rijpt nog zes maanden in Amerikaans eikenhout.

Er is nog iets veranderd. Sinds 2017 staat op het etiket van de Selección Privada ook Viñedo Singular, want de wijn komt van een individuele wijngaard, net als topcuvée Hacienda Pradolagar.

Dat is evenwel niet de belangrijkste wijn. ‘Ons domein werkt anders dan een château in Bordeaux, waar de topwijn de grand vin is (en waarvan de meeste flessen worden gemaakt, LD). Voor ons is de basiswijn het belangrijkst en dat is de Reserva. Die moet altijd heel goed zijn, de individuele topcuvées maken we alleen als de totale kwaliteit dat toestaat’, zo legt Graciela nog eens de filosofie van Vargas (en andere topdomeinen) uit. Van de Reserva maakt Marqués de Vargas zo’n 200.000 flessen per jaar, en het is en blijft knap om op deze schaal zulke stabiele goede wijn te maken.

Hier volgen mijn proefnotities:

Marqués de Vargas, Rioja Reserva 2020: mooi getypeerd, zoet rood fruit, kruidig, licht vanille; rijp, wat warmte, kruidig, mooie balans, lang. 16 pnt

Marqués de Vargas, Rioja Gran Reserva 2018: zwarte kersen, pruimen, zoethout, wat kokos en kruidnagel; mooi intens, nog goed fruit, mooie tannine, komt op dronk. 17 pnt

Marqués de Vargas, Rioja Selección Privada Viñedo Singular Pradolagar 2017: fijn gerijpt, iets ingedroogde fruit, zoete specerijen, laurier, wat vanille; zacht, rijk, fijne tannine, verfijnd en lang. 17 pnt

Marqués de Vargas, Rioja Hacienda Pradolagar Viñedo Singular Pradolagar 2018: zoete kersen, bloemig, vanille, laurierdrop, peper, rijp maar fris, verfijnd; intens, krachtig maar elegant, stijlvol, zeer lang. 18 pnt

Marqués de Vargas, Rioja Selección Privada 2011: ontwikkeld, pruimen, gedroogde kruiden, zoet cederhout; vrij krachtig, mooi gerijpt, gelaagd, zachte tannine, goed lang. 17 pnt

De wijnen van Marqués de Vargas zijn te koop bij de betere wijnspeciaalzaken, o.a. bij Wijnkooperij Molenaar. Zie voor meer informatie www.nipiuslatinwines.com.

Achtergrond & Interviews

Pinot Meunier – Het wittehaartjesprobleem

Dit artikel verscheen eerder in Perswijn #2 van 2026.

Eens verguisd, nu zo geliefd dat hij zelfs zijn knappere en beroemde tweelingbroer niet altijd meer nodig heeft: het bijzondere verhaal van pinot meunier.

Sinds een jaar of vijftien willen ze in de Champagne graag dat we het druivenras met de minste reputatie van de drie groten, maar wel met de op één na grootste aanplant, anders noemen. Niet meer pinot meunier, maar kortweg meunier. Het Comité Interprofessionnel du Vin Champagne (CIVC) heeft het in de gedocumenteerde regelgeving van champagne (Cahier des Charges) laten veranderen en ook in andere documenten staat kortweg meunier – volgens kenners al sinds de jaren 50. Dat is logisch en onterecht tegelijk. Er is van alles voor te zeggen om simpelweg meunier te gebruiken, maar daarmee ga je wel voorbij aan de wetenschap en biologische correctheid.

Meer dan een mutatie?

Genetisch is pinot meunier dermate identiek aan pinot noir, dat wetenschappers hem niet zien als een aparte variëteit, maar simpelweg als een natuurlijke variant. ‘Pinot meunier is geen individuele variëteit, maar een mutatie van pinot noir’, zegt José Vouillamoz, ’s werelds beroemdste ampelograaf. ‘Zijn DNA is gelijk aan dat van pinot noir, pinot gris en pinot blanc, en daarom hoort pinot meunier bij dezelfde genetische entiteit als die andere varianten van pinot. Het is vergelijkbaar met bijvoorbeeld garnacha, met garnacha tinta, garnacha roja, garnacha blanca en garnacha peluda. Die laatste is, zou je kunnen zeggen, voor garnacha wat pinot meunier voor pinot is.’ Maar het verhaal van (pinot) meunier is veelledig en meer dan alleen een genetisch vraagstuk.

De biologische kant

Pinot meunier staat al heel lang aangeplant in de Champagne en wordt in de volksmond al lange tijd kortweg meunier genoemd. Dat komt door een opvallend uiterlijk kenmerk. De planten hebben namelijk witte haartjes aan de onderzijde van hun blad, alsof ze bestoven zijn met bloem of meel. Meel is een product van een molenaar en meunier is het Franse woord voor molenaar: vandaar de naamgeving. Een logisch verhaal dus, maar biologisch niet correct zonder pinot.

Die biologische kant is interessant, maar ook ingewikkeld. Laten we beginnen met hoe druivenplanten worden vermeerderd. Dat gebeurt vegetatief. Men neemt stekken met groeibeginselen; die worden opgekweekt tot nieuwe planten. De groei vindt plaats in het apicaal meristeem, dat zich aan de top van de stengels en wortels bevindt en door actieve celdeling voor lengtegroei zorgt. Het apicaal meristeem van de stengels of loten van druivenplanten bestaat uit twee cellagen: L1 (buitenste laag) en L2 (binnenste laag). In een van die twee lagen, of in beide, kan een genmutatie plaatsvinden, waardoor een zogenaamde chimeer kan ontstaan, een plant met genetische eigenschappen van twee verschillen soorten.

Zo’n genmutatie kan het uiterlijk van vruchten of bladeren beïnvloeden. Zo heeft in het geval van pinot gris bij pinot noir een mutatie plaatsgevonden in L2 van het gen dat de kleuraanmaak regelt. Daardoor kleuren de druiven van pinot gris bij rijpheid roze-rood-lichtpaars en worden ze niet helemaal donker, zoals de druiven van pinot noir. Bij pinot blanc is de biosynthese van anthocyanen (rode en blauwe kleurstoffen) in beide cellagen L1 en L2 uitgevallen, waardoor de druiven blanc blijven.

‘Valse indruk’ van een druivenras

Ook bij pinot meunier heeft zo’n genmutatie plaatsgevonden. In L1 is het gen VvGAI1 veranderd, waardoor die cellaag niet responsief is voor gibberelline, een planthormoon dat een rol speelt bij de groei en ontwikkeling van planten Als gevolg daarvan ontstaan witte ‘haartjes’ aan de onderzijde van het blad: feitelijk allemaal bloemetjes die zich niet verder ontwikkelen en onvruchtbaar zijn. Jamie Goode, altijd een handige – want begrijpelijke – bron voor ingewikkelde wetenschappelijke zaken, omschrijft pinot meunier daarom als ‘een chimeer waarbij het fenotype van pinot noir (wat hij, qua variëteit, ook is) is veranderd door het gebrek aan gevoeligheid voor gibberelline in de buitenste laag.’

De wetenschap is dus duidelijk: pinot meunier is een pinot. Maar er is sprake van een zekere controverse. José Vouillamoz: ‘Je bent niet de eerste die vraagt naar de naamsverwarring rondom pinot meunier. Als wetenschapper vind ik het misleidend. Door alleen meunier te gebruiken als naam, creëren onder andere de machtige champagnehuizen de valse indruk dat het een apart druivenras is, dat losstaat van pinot noir. Ook internationaal bestaat er geen eensgezindheid, iets wat we bij het OIV hebben aangekaart. Ik pleit vanuit een wetenschappelijk maar ook logisch standpunt voor het gebruik van pinot meunier, dus niet kortweg meunier.’

Kans voor jonge boeren

Het verhaal van de molenaarsdruif is natuurlijk meer dan alleen dat van genetische correctheid. Los van het feit dat het een champenois worst zal zijn dat het eigenlijk pinot meunier is, gaat het uiteindelijk natuurlijk om de wijnen. En die maken een beduidende opwaardering mee. De tijd dat er wat neerbuigend werd gesproken over pinot meunier en de wijn daarvan, is voorbij. Niet alleen in de Champagne, maar ook elders, zoals in Duitsland.

Een bijzondere plek in de Champagne is het dorpje Vrigny ten westen van Reims, waar misschien wel de meest iconische Meunier van allemaal vandaan komt: Les Vignes de Vrigny van Champagne Egly-Ouriet. Maar pinot meunier staat vooral aangeplant in de Vallée de la Marne. Dat is weliswaar het grootste, maar niet het meest prestigieuze deel van de beroemde appellation. Het doet voor velen onder voor de Côte des Blancs en de Montagne de Reims, en zelfs voor de Côte des Bar. Maar daardoor zijn de grondprijzen wat minder hoog en dat geeft jonge, ambitieuze wijnboeren meer kansen.

Meunier geeft identiteit

Neem bijvoorbeeld ‘jong talent’ Flavien Nowack van Champagne Nowack in Vandières, een kleine 20 kilometer ten oosten van Épernay, in de Vallée de la Marne. Ik vroeg hem allereerst naar het pushen van meunier als naam in plaats van pinot meunier in de Champagne. Flavien is eerlijk: ‘Het is vooral iets van de afgelopen vijftien jaar. Ik denk dat mensen van mijn generatie de eigen identiteit van de variëteit willen benadrukken.’ Wat maakt pinot meunier in de ogen van de goede wijnboeren die ermee werken dan zo bijzonder? Flavien: ‘In mijn ogen is meunier echt een variëteit die identiteit geeft. Hij komt weinig voor in andere gebieden en is sterk verbonden aan de Champagne, en het is precies die sterke “territorialiteit” die meunier bijzonder maakt. Daarbij komt dat meunier opmerkelijk goed de diversiteit en complexiteit van de bodems waarin hij groeit kan uitdrukken in wijn.’ Dat laatste horen we ook uit Duitse mond (zie verderop).

De champagnes van Nowack en van andere specialisten als Emmanuel Brochet, Jérôme Prévost, Chartogne-Taillet en natuurlijk Egly-Ouriet laten overtuigend zien hoe fraai en verfijnd Meunier à la méthode traditionnelle kan zijn. Toch wil ik nog weten waarom er een hardnekkig vooroordeel blijft bestaan dat champagnes van pinot meunier niet goed ouderen. ‘Er was een periode waarin die perceptie gefundeerd was’, zegt Nowack. ‘En dat heeft het imago van meunier lange tijd geen goed gedaan. Maar tegenwoordig beheersen we veel zaken beter. De juiste rijpheid van de druiven, goede controle van de fermentatie, nauwkeurige analytische controle en een juiste manier van werken met de lie: er is van alles sterk verbeterd. En daarmee is aangetoond dat meunier wel degelijk de kwaliteit heeft om niet alleen terroir uit te drukken en champagnes met structuur en frisheid te geven, maar ook bewaarpotentieel te leveren.’

Duitse warboel

Over naamsverwarring gesproken, de Duitsers kunnen er ook wat van. Maar liefst drie namen hebben ze voor pinot meunier, waarvan Müllerrebe de logische is. Schwarzriesling is een vreemde, want er is geen relatie met riesling en zelfs een associatie is lastig te bedenken, behalve dat Riesling in de vijftiende en zestiende eeuw vooral werd gezien als (synoniem voor) ‘hoogwaardige wijn’. Samtrot is een geval apart. Deze Württembergse variant is een mutatie van pinot meunier, zonder de witte haartjes. Genetisch weer helemaal pinot noir dus?

De wijngaarden van BurkhardtSchür. Foto: Jonas Skorpil

Net als Spätburgunder

Buiten de Champagne lijkt pinot meunier ook in Duitsland aan een opleving bezig. Het kan niet geconcludeerd worden uit de cijfers; in 2005 stond er bijna 800 hectare meer pinot meunier aangeplant in Duitsland dan de huidige 1598 hectare. Toch hoor je steeds meer goede producenten praten over de kwaliteiten van pinot meunier, hier ook Müllerrebe of Schwarzriesling genoemd (zie kader). Daaronder zijn zelfs producenten die er goede stille rode wijn van maken, zoals Konrad Schlör in Tauberfranken. Zelfs, want hoogwaardig rood maken van pinot meunier met zijn zeer compacte trossen is geen sinecure.

Maar natuurlijk draait het ook in Duitsland bij meunier vooral om hoogwaardige mousserende wijn. Laura Burkhardt van Sekthaus BurkhardtSchür in Bürgstadt am Main roemt net als Nowack de manier waarop pinot meunier ‘op wonderbare wijze de informatie van de bodem doorgeeft. Als pinot meunier op de juiste bodem staat, weerspiegelt hij het terroir perfect en is een garantie voor eersteklas sekt’, zegt ze. ‘Bij ons staat hij op stenige bodem, van oudsher in koele gebieden en wijngaarden met gevaar op late nachtvorst. Maar die geven tegelijkertijd geweldige zuren en frisheid!’

Een afsluitende vraag moet zijn of pinot meunier volgens Laura ondergewaardeerd is ten opzichte van pinot noir. ‘Absoluut’, zegt ze stellig. ‘Pinot meunier heeft geweldige zuren en frisheid, net zoals Spätburgunder. De wijnen kunnen net zo fijn zijn.’

4 x lekker

  • Egly-Ouriet, Les Vignes de Vrigny, Champagne (meerdere verkopers)
  • Nowack, Les Terres Bleues, Champagne (Karakter Wijnimport)
  • BurkhardtSchür, Blanc de Meuniers, Franken (Anfors Imperial)
  • Schlör, Schwarzriesling Fyerst 1476 2022, Baden (De Wijntherapeut)

Tekst: Lars Daniëls MV

Achtergrond & Interviews

Zwitserlands Zwoele Zuiden

Merlot is de gezichtsbepalende druif van Ticino, of Tessin zoals de Duitssprekende Zwitsers zeggen. In 1906 uit het niets geïntroduceerd is het ras niet meer weg te denken uit Zwitserlands zuidelijkste kanton. Van witte, fruitige, schuimwijn en in inox gevinificeerde bianchi di merlot tot rosé en in barrique gerijpte, intense en complexe wijnen in de stijl van Bordeaux’s rechteroever, de Ticinesi maken bijna alles met merlot. Maar klimaatverandering leert de huidige wijnbouwers dat op termijn merlot aan belang zal inboeten. Van een vroeg rijpend ras is het in een warmer wordende omgeving steeds moeilijker om frisse wijnen te maken. Zal Ticino, “merlots twee thuis”, zijn poster child druif verliezen? Wordt blending populairder? Of accelereert de opleving van het inheemse ras Bondola?

Ticino is “la dolce vita met een portie bergen”, zegt Ivan Trezzini, directeur van Ticinowine. Terrasje aan het meer van Lugano of het Lago Maggiore, wat olijfjes, een lekker glas wijn. Je dag kan niet meer stuk. En wat zit er in dat glas? Ticino heeft veel te bieden, zoals bleek tijdens een perslunch in Zürich (gemodereerd door de druivengeneticus José Vouillamoz en ’s werelds beste sommelier van 2013 Paolo Basso) en de aansluitende proeverij met wijnen van 44 wijngoederen.

Grootse Merlot ©Bart de Vries

Zeg je Ticino, dan zeg je (niet langer) merlot

Ticino’s wijnbouwareaal beslaat een kleine 1200 hectare waarop maar liefst 2500 wijnbouwers hun druiven verbouwen. De meeste verkopen hun druiven. Zo’n 80 bedrijven maken op commerciële basis wijn. Daarbinnen heb je grote spelers, zoals Vinattieri, onderdeel van Transgourmet, dat 60 hectare aan wijngaarden bezit en van nog eens 40 hectare de druiven inkoopt, en kleine domeinen zoals Tenuta Villa Castello en Silbernagl die allebei op slechts een handjevol hectare werken. Groot of klein, voor allen geldt dat merlot het belangrijkste druivenras is. Met maar liefst 75 procent van alle aanplant is het veruit het belangrijkste ras.

Merlot werd geïntroduceerd nadat schimmelziekten en phylloxera vrijwel alle wijnbouw in Ticino de nek had omgedraaid. De eerste vijftig jaar van merlots bestaan waren soms lastig. Het lukte niet altijd om haar rijp te krijgen. Maar sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de Bordeauxdruif zijn naam gevestigd. En nu beginnen de wijngoederen de effecten van een warmer klimaat te merken. Lagere zuren, overrijp, te veel alcohol. Het merendeel van de Merlots is nog steeds hartstikke goed, maar Ticinowine zet nu al in op een toekomst waarin de rol van merlot kleiner wordt. Net als in Napa, waar men de ijzeren associatie met cabernet sauvignon probeert te doorbreken, wil de brancheorganisatie af van de Pavlov-reactie “zeg je Ticino, dan zeg je merlot”.

Anna Barbara von der Crone Kopp

Blending heeft de toekomst

Blending is een eerste stap. Agriloro was met zijn Sottobosco in 1994 de eerste die een Bordeaux blend (merlot, cabernet sauvignon, cabernet franc, petit verdot) op de markt bracht. In 2022 is het nog steeds een uitstekend alternatief voor een goede Bordeaux. Agriloro is sowieso een wijngoed om in de gaten te houden. De grondlegger werd geïnspireerd door de excentrieke maar invloedrijke Rainer Zierock, de echtgenoot van Elisabetta Foradori. Sindsdien draait het bij Agriloro om research (ze hebben een ampelografische tuin met 600 verschillende rassen), milieubewustzijn en traditioneel wijn maken.

Inmiddels produceren bijna alle wijngoederen blends, ook met andere rassen, zoals syrah, barbera, diolinoir, ancelotta, marselan, divico of gamaret. Zelfs de uitstekende Cantina Silbernagl, wier filosofie is monocépages te maken die hun jaargang uitdrukken, maakt af en toe een blend. Het groeiseizoen van 2022 was zo warm, dat Andrea Silbernagl besloot zijn Merlot met cabernet franc te blenden. Niet zijn stiel, maar wel heel geslaagd: lichte specerijen en veel finesse voor een warm jaar. Silbernagl bezweert me dat het een uitzondering is, maar ik ben benieuwd hoelang het duurt voordat er weer een jaargang is die noodzaakt tot blenden.

Cantina Barbengo moet hier ook even genoemd worden. Hier blenden Anna Barbara von der Crone Kopp en Paolo Visini twee van hun top cuvées met arinarnoa, een kruising uit Bordeaux van cabernet sauvignon en tannat. Het geeft een wijn met stevige maar fijne, poederachtige tannine en een lange levensduur die ook wat jonger goed drinkbaar is.

Het Demeter gecertificeerde wijngoed Zündel ©Az. Agr. Zündel

Nat, nat, nat – en toch meer bio

Het is eigenlijk een wonder dat er wijnbouw is in Ticino. Met 1800 mm neerslag per jaar, vooral in het warme groeiseizoen, lijken schimmelziekten en problemen met de vruchtzetting eerder regel dan uitzondering. Het kanton is dan ook geen voorloper op het gebied van biologische landbouw, maar, zegt Andrea Conconi, president van Ticinowine, duurzaamheid is wel een van onze speerpunten. Het beleid bestaat uit drie onderdelen: het terugdringen van systemische middelen, het bevorderen van biodiversiteit en het promoten van piwi’s. Luca Locatelli van wijngoed Chieracati Vini zet met zijn Manimatte wijnen succesvol in op het laatste. Het uitstekende Tenuta San Giorgio maakt al een mooie, licht laurierachtige en iets rokerigere Souvignier Gris. Het wachten is, zeggen Trezzini en Conconi, op een goede blauwe piwi.

Toch hoeft de vochtigheid biologische wijnbouw niet te verhinderen, zoals Myra Zündel van het Demeter-gecertificeerde Azienda Agricola Zündel bewijst. Ze bevestigt wat velen al eerder zeiden: biodynamie maakt de planten sterker en beter bestand tegen hitte en ziekten. Haar Merlots zijn top: verfijnd, puur en dorstlessend, maar ook complex en lang. De hoogzurige Albaluce, gemaakt van het uit Italië overgewaaide ras Erbaluce is een klein juweeltje in haar portfolio.

Buongiorno Bondola

Er waaien in Ticino wel meer dingen aan vanuit in Italië. Zo heeft Trapletti van nebbiolo zijn visitekaartje gemaakt. Met wat soepelere tannine onderscheidt de wijn zich van zijn Italiaanse broeders, maar de frisheid is onmiskenbaar. Daarom maken ze er bij Trapletti ook een goede schuimwijn van.

Bondola is echter onvervalst Ticinees. Sterker nog, het is Ticino’s enige inheemse druivensoort en was voor het merlottijdperk Ticino’s belangrijkste druif. Sommigen hopen dat het ras weer terrein kan winnen, maar ondanks dat bijvoorbeeld Azienda Mondò en Cantina Silbernagl er een verfijnde wijn van maken met een typische hint van frisgroene kruiden, denk ik dat gevoeligheid voor millerandage en schimmelziekten – bondola heeft een dunne schil – zijn groei in de weg staat. Het is wel een ras wat profiteert van warmere omstandigheden.

Een Zwitserse specialiteit

Ticino’s bekendste wijn is echter de Bianco di merlot. Het is een product dat in 1986 als reactie op de overproductie van merlot is ontstaan. Het kan de regio nu goed van pas komen. Gezien de inzakkende consumptie van rode wijn en het groeiende belang van witte wijn, blijft de vraag op niveau. Die witte wijn op een terrasje aan het meer van Lugano is vaak een Bianco di merlot. Ook elders in Zwitserland drinkt men hem graag. Bijna een derde van de aangeplante merlot wordt gebruikt voor deze lokale specialiteit. Voor de serieuzere wijnliefhebber valt er minder aan te beleven. Om het kleine beetje kleur dat soms in de wijn lekt te verwijderen, gebruiken veel wijnmakers koolstof, maar die verwijdert ook een deel van de aroma’s en smaken. Er zijn overigens wijnmakers die het beter doen, zoals de hierboven al genoemde Luca Locatelli van Chiericati Vini. Hij laat de anthocyanen in de most kort oxideren. Het bijkomende voordeel daarvan is dat het de wijn stabiliseert. Veel wijnmakers maken blends met andere rassen die vrijwel altijd aantrekkelijker zijn dan een honderdprocentige Bianco di merlot. Een goed voorbeeld is Tenuta San Giorgio’s Tratti Fini, een blend van merlot en een beetje kerner.

Little Italy

Hoewel merlot dus nog steeds het vineuze gezicht van het kanton bepaalt, zie je dat men langzaam het vizier op andere rassen richt, en dat levert vaak prachtige wijnen op. Behalve de genoemde voorbeelden zijn er ook nog de Savagnin en de Completer van Hubervini, de serie fantastische Chardonnays met Bourgondische allure van het kleine Tenuta Villa Castello en de mooi getextureerde en oplegbare Sassi Grossi Bianco (chardonnay, pinot noir en sauvignon blanc) van het prominente wijngoed Gialdi. Bondola zal eerder een bijrol spelen, dat het zijn oude plek terugverovert lijkt onwaarschijnlijk. Met Bianco di merlot heeft Ticino echter nog een grote commerciële troef, vooral op de binnenlandse markt. Als je een van de genoemde wijnen wilt proeven, loont een bezoek aan Zwitserlands “little Italy”. Het (wijn)toerisme is goed ontwikkeld, en het landschap en de mediterrane levensstijl zijn onverslaanbaar.

Achtergrond & Interviews

Pio Cesare – Van oudsher goed

Dit artikel verscheen eerder in Perswijn #3 van 2026.

Aan de rand van het historische centrum van Alba, in monumentale panden gebouwd op de resten van de oude Romeinse stadsmuur, ligt la cantina van Pio Cesare. Sinds 1881 wordt hier prachtige wijn gemaakt, uit Barolo en Barbaresco, maar ook uit andere denominazioni van Piemonte.

De Romeinse stadsmuur in de kelder van Pio Cesare

Op een typerende dag in de late herfst – het motregent en is waterkoud – loop ik door het oude centrum van mijn geliefde Alba, de hoofdstad van Langhe, tussen Barolo en Barbaresco in. Ik ben op weg naar de Via Cesare Balbo, waar Pio Cesare is gevestigd, op de resten van de Romeinse stadsmuur. Er blijkt veel gaande, want tegenover de oude wijnmakerij wordt een nieuwe gebouwd, speciaal voor de vinificatie van witte wijnen, die nu al bijna 30% van de productie uitmaken. Tja, je kunt wel oud zijn en tradities in ere houden, je moet ook met de tijd mee, en die vraagt om witte wijnen. Eigenlijk is het wat Pio Cesare altijd heeft gedaan: behouden wat goed is, maar innoveren waar nodig.

Pio en Boffa

In 1881 startte de lokale ondernemer Cesare Pio zijn onderneming, met de productie van wat wijn uit de heuvels van Barolo en Barbaresco. Aanvankelijk ging de wijn vooral naar de familie, maar begin twintigste eeuw was Pio Cesare al een bloeiend bedrijf, dat zelf wijn bottelde – destijds zeldzaam – en exporteerde naar meerdere landen. Onder zoon Giuseppe zette de groei door en Pio Cesare werd een gevestigde naam in de regio. Giuseppe’s dochter Rosy trouwde met de jonge ingenieur Giuseppe Boffa, die voor Pio Cesare ging werken en het later overnam.

De volgende in lijn was hun jongste zoon, vernoemd naar zijn overgrootvader: Pio Boffa. Hij maakte Pio Cesare tot wat het nu is, een van de grote namen van de Italiaanse wijnwereld, mede door veel te reizen. Belangrijker nog was zijn besef dat investeren in eigen wijngaardbezit essentieel werd, en dat deed hij dan ook flink. Tegenwoordig heeft Pio Cesare, onder leiding van Pio’s dochter Federica Boffa en neef Cesare Benvenuto, zo’n 80 hectare wijngaarden in eigendom: een grote rijkdom, zeker vandaag de dag.

Huisstijl

Onder die wijngaarden zijn percelen in maar liefst tien verschillende MGA’s (zeg maar crus) van Barolo. Maar het begon allemaal in Barbaresco, met Bricco di Treiso. En ondanks dat Pio Cesare tegenwoordig drie topcuvées maakt uit individuele wijngaarden – Barolo Ornato, Barolo Mosconi en Barbaresco Il Bricco – hecht het bedrijf misschien wel meer waarde aan zijn generieke Barolo en Barbaresco. Dat zijn blends van wijnen van druiven uit diverse percelen in meerdere MGA’s en gemeenten van de DOCG Barolo en Barbaresco, waarmee de twee appellations hun faam hebben opgebouwd. Het was vroeger gewoon om weinig of geen wijngaarden te bezitten als producent, en dus druiven te kopen uit veel verschillende wijngaarden, om ieder jaar een wijn in een soort huisstijl te kunnen maken.

Het complete plaatje

Het resultaat van al het kelderwerk bij Pio Cesare en van de tijd die daarvoor wordt genomen, zijn Barolo’s en Barbaresco’s met een geweldige inhoud en balans. Ze zijn zeker niet fruitig, maar hebben goed fruit. Rulle, maar droge tannine. Intrinsieke kracht en grote lengte. Ze zijn anders dan heel klassieke Barolo, maar klassieker dan die van inmiddels verstokte modernisten. En ze kunnen ouderen. Kortom, voor mij benaderen ze vaak het complete plaatje. Dat is een groot compliment, maar mijn mening over de wijnen van Pio Cesare heeft zich langzaam maar zeker ontwikkeld, op basis van veel proef- en drinkmomenten.

Keldermeester Paolo Fenocchio

Variatie in wijngaarden

Dat gaat allang niet meer zo gemakkelijk. Vanaf midden jaren 60 werden steeds meer druiventelers zelf producent. En tegenwoordig moet je een goed portfolio aan (oudere) wijngaarden in eigendom hebben om bij de top te horen en jaar in jaar uit goede wijnen te kunnen maken, zeker in deze tijd van klimaatverandering, met meer extremen. Vooral (bodem)water is een bepalende factor geworden, van extreme droogte in de zomer tot te veel regen in het late voorjaar of vlak voor de oogst. Dan is het handig om diverse wijngaarden te hebben op verschillende bodems, met daarin variërende hoeveelheden zand, kalk en klei. Zand is een voordeel in een natter jaar, klei bij droogte (kalk is overal wel en geeft kracht én verfijning).

Pio Cesare bezit die diversiteit, van Roncaglie in La Morra en Gustava in Grinzane Cavour (beide zanderig) via Ravera in Novello (meer klei) tot Ornato in Serralunga d’Alba (veel klei, weinig zand). Toch is er wel een zekere gemeenschappelijke deler: de meeste wijngaarden liggen op de zogenaamde Formazione di Lequio, een bodem van mergel met veel klei en kalk, met daarin dunne laagjes zand, die zich uitstrekt van het zuidoosten van Monforte d’Alba, door Serralunga en Grinzane (Barolo) tot in Treiso (Barbaresco).

Wijngaard

In de wijngaarden is alles gericht op hoge druivenkwaliteit en duurzaamheid. Pio Cesare gebruikt geen chemische gewasbescherming en monitort essentiële factoren als schimmeldruk met weerstations in de wijngaarden. Er zijn diverse cover crops geplant tussen de ranken, voor een gezondere bodem, maar ook om bijen en andere insecten aan te trekken en zo de biodiversiteit wat te bevorderen. Het hele jaar door wordt met hetzelfde team in de wijngaarden gewerkt. Voor geconcentreerde druiven wordt de opbrengst beperkt door een selectieve groene oogst en uitgekiend bladmanagement.

Vooral groot hout

Al sinds 1982 heeft Pio Cesare dezelfde keldermeester, Paolo Fenocchio, die met oenologisch advies wordt bijgestaan door Christophe Olivier uit Bordeaux. De fermentaties van Barolo en Barbaresco vinden plaats in roestvrijstalen en betonnen tanks, met maceraties die 25 tot 30 dagen duren, met piektemperaturen van meer dan 30 °C. Daarna gaan de wijnen op hout. Het gebruik van barriques was voorheen wat prominenter (30%), tegenwoordig gaat slechts zo’n 10% van de Barolo en Barbaresco in kleine vaten van Frans eikenhout. Het overgrote deel wordt opgevoed in traditionele grote vaten van Slavonisch eikenhout. Die opvoeding duurt minimaal 38 maanden voor Barolo en 26 maanden voor Barbaresco – dat schrijft de wet immers voor – maar Pio Cesare brengt de wijnen wat later uit. In december 2025, tijdens primeurproeverijen van de jaargang 2022, deed Pio Cesare niet mee en proefde ik op het domein 2021, de actuele jaargang (en we hebben al vaak geschreven hoe goed die is).

Mooie Chardonnay

Pio Cesare maakt veel meer dan alleen Barolo en Barbaresco. Er zijn goede wijnen van dolcetto en barbera, bijzondere blends met daarin pinot noir en Bordeauxdruiven en zelfs traditionele producten als Barolo Chinato en Vermouth di Torino. En zoals gezegd vormen witte wijnen al bijna 30% van de productie van Pio Cesare.

Het wit waarmee Pio Cesare het meest geassocieerd wordt is Piodilei. Deze Chardonnay, volledig gevinifieerd in deels nieuwe kleine houten vaten, ontstond in 1985 naar voorbeeld van Napa Valley Chardonnay, met als idee om ook complexe witte wijn te maken. De druiven kwamen oorspronkelijk alleen uit Bricco di Treiso, waar de hoogte van 400 meter helpt de frisheid van de druiven te bewaren. Tegenwoordig gaat er ook fruit uit Mosconi in, ook uit de hoge delen (380 meter). Ik moet zeggen dat ik soms het gevoel krijg dat topproducenten uit de Langhe zo’n ‘Bourgondische’ Chardonnay vooral voor de regionale markt maken – of soms zelfs voor zichzelf. Maar Piodilei vind ik al langer een heerlijke wijn, een vrij rijke Chardonnay met genoeg frisheid (geen malo), die gelukkig niet meer doet denken aan Napa Chard uit de jaren 80 en 90.

Verder zijn er een jongere, minder serieuze versie van Piodilei, genaamd l’Altro; een mooi opgevoede Sauvignon uit de Langhe genaamd Blanc en een keurige Gavi. Net toegevoegd aan het assortiment is een Timorasso Riserva uit de Colli Tortonesi, de herontdekte witte hoop. Ook daarmee geeft Pio Cesare aan dat het meespeelt in het eerste echelon.

Geproefde wijnen

  • Barbaresco 2021 17 pnt Druiven afkomstig uit Bricco di Treiso, San Stunet, Bongiovanni en Rocche Massalupo. Prachtig fruit, rijpe rode kersen, mooi zoet, pruimen, wat rook, peper, fijn kruidig; goed fruit, heel fraaie korrelige tannine, vrij breed met genoeg zuren, lang, erg goed. Prijscategorie 10
  • Barolo 2021 17,5 pnt Druiven afkomstig uit Ornato, Serra, Lirano, Briccolina, Mosconi, Ravera, Roncaglie, Gustava en Garretti. Compact, iets frisser dan de Barbaresco, mooi krachtig, peper, zoete zwarte kersen, pruimen, leer; goed fruit, mooie tannine, verpakte zuren, heel veel reserve. Prijscategorie 10
  • Barbaresco Bricco di Treiso 2021 18 pnt Donkere kersen, mooi diep, rozemarijn, leer, granaatappel, wat bosbodem; heel intens, krachtige tannine, fijne warmte, krachtig en zeer lang. Prijscategorie 10
  • Barolo Mosconi 2020 18 pnt Compact, heel jong, kersen, pruimen, fijn kruidig, sandelhout, beetje etherisch; mooi rijp, ook fris, mooie tannine, goede zuren, zeer lang, grote klasse. Prijscategorie 10
  • Barolo Ornato 2020 18 pnt Kersen, pruimen, rozen, specerijen, mooi compact en rijp; krachtig, gelaagd, nog heel jong, geweldige tannine, zeer lang, heel veel reserve. Prijscategorie 10
  • Nebbiolo 2022 16 pnt ‘Onze belangrijkste wijn in Italië’, aldus Silvio. Vrij donker van kleur, rijpe rode kersen, pruimen, niet gestoofd, fijn kruidig, amandel; goed fruit, niet te droge tannine, redelijke zuren, aardig lang, erg knappe wijn. Prijscategorie 9
  • l’Altro 2024 15,5 pnt Chardonnay met 15% sauvignon blanc. Fijn tropisch fruit, wat brandnetel, kruisbes, licht vuursteen; sappig, rond, zoutig, fijne zuren, redelijk lang. Prijscategorie 8
  • Piodilei 2023 17 pnt 100% chardonnay, gisting en rijping in barrique, geen malo. Ananas, fijn kruidig, wat zoutig, fijne toast; krachtig, wat warmte, genoeg zuren, bitters, lang. Prijscategorie 10

Importeur: Vinites

Achtergrond & InterviewsNieuws

Champagne De Venoge kiest positie

in gesprek met Gilles de la Bassetière over historie, stijl en richting in een veranderende Champagnemarkt

Toen Gilles de la Bassetière in 2005 president werd van Champagne de Venoge, werkte hij al bijna tien jaar voor het huis. Sinds zijn start in 1996 had hij van dichtbij gezien hoe De Venoge zich bewoog in een markt die veranderde, maar waarin het huis zelf steeds minder zichtbaar werd. De naam bestond nog, de wijnen ook, maar het verhaal was vervaagd. ‘De Venoge had een grote geschiedenis, maar niemand kende die’, zegt hij nu. Die constatering vormde voor hem het vertrekpunt. Eind jaren negentig stond het voortbestaan van het huis onder druk, zoals De la Bassetière het zelf verwoordt: ‘Het merk was haast verdwenen eind jaren 90.’ Wat volgde, was geen klassieke herlancering, maar een zorgvuldig opgebouwde herpositionering, waarin verleden en toekomst opnieuw met elkaar werden verbonden.

Gilles de la Bassetière

Geschiedenis geeft richting

De eerste stap lag niet in de wijngaard of de kelder, maar in la mémoire de la maison (het ‘geheugen’ van het huis). Samen met een historicus liet De la Bassetière de geschiedenis van De Venoge vastleggen. Niet uit nostalgie, maar als fundament. Hij is ervan overtuigd dat een merk met een vastgelegde historie niet zomaar verdwijnt. Wat hij aantrof, gaf richting. Oude etiketten, vroege merkinschrijvingen en reclame-uitingen lieten zien dat De Venoge ooit een heel innovatief huis was. Succes begint volgens hem bij het begrijpen van dat bedrijfs-DNA, en bij De Venoge ligt dat in innovatie en zichtbaarheid.

Opvallen

In een Champagnemarkt waarin volumes nauwelijks groeien, maar de concurrentie steeds scherper wordt, is herkenbaarheid geen luxe, maar noodzaak. De la Bassetière wijst erop dat er vandaag niet méér flessen worden verkocht dan dertig jaar geleden, maar dat de markt wel wereldwijd is geworden.

Binnen dat speelveld koos De Venoge voor een eigen signatuur. De Prince-fles, gebaseerd op een historisch model, werd een herkenbaar gezicht van het huis. De vorm verwijst naar de karaffen die aan het Nederlandse hof, onder de Prins van Oranje, werden gebruikt om Champagne te decanteren, in een tijd waarin dégorgement zoals we dat nu kennen nog niet bestond. In een zee van vergelijkbare flessen is dat een bewuste keuze. Met een standaardfles is het volgens hem lastig opvallen. In de praktijk ziet hij hoe gasten reageren: ze herkennen de fles niet direct, worden nieuwsgierig en willen proeven. ‘Eerst de blik, dan het glas.’ Champagne is daarbij meer dan inhoud alleen. In de ogen van De la Bassetière hoort een zekere theatrale component erbij. ‘Zoals in de gastronomie niet alleen het gerecht telt, maar ook de presentatie, zo speelt ook bij Champagne de manier van schenken en serveren een rol in de totale ervaring’, is hij van mening.

Open huis

Minstens zo bepalend was de keuze om De Venoge open te stellen voor bezoekers. Waar diverse kelders in de Butte Saint-Nicaise in Reims al eerder bezocht konden worden, opende ook De Venoge zijn deuren, in 2015. Aan de Avenue de Champagne in Épernay kwamen een bar en enkele kamers, iets dat daar lange tijd ongebruikelijk was. Van oudsher bleven de maisons namelijk gesloten, vanuit het idee dat discretie en mystiek deel uitmaakten van het product. De la Bassetière zag dat anders. Juist door het verhaal te delen, ontstaat betrokkenheid. Hij wilde een plek creëren waar bezoekers niet alleen champagne drinken, maar ook beleven in een omgeving waarin historie en ontvangst samenkomen. 

Die aanpak blijkt succesvol. Jaarlijks ontvangt De Venoge tienduizenden bezoekers, die niet alleen langskomen voor een glas, maar voor een ervaring die beklijft. ‘Gastvrijheid is daarmee uitgegroeid tot een integraal onderdeel van de positionering van het huis’, volgens De la Bassetière.

Spanning en verfijning

Ook in de wijnen zelf is ontwikkeling zichtbaar. Waar eerder meer nadruk lag op concentratie, verschoof de stijl in de afgelopen twintig jaar richting frisheid en elegantie. Volgens De la Bassetière willen mensen vandaag champagne die uitnodigt tot het drinken van meer dan één glas. Tijdens het proeven wordt duidelijk hoe die keuze doorwerkt: de huidige wijnen zijn wijnen met rijping en structuur, maar altijd gedragen door spanning en precisie. ‘Complexiteit zonder zwaarte, lengte zonder nadruk’, zo verwoordt De la Bassetière hun stijl.

Die lijn komt het meest uitgesproken terug in de prestigecuvée Louis XV. De naam verwijst naar een periode waarin champagne zich ontwikkelde van lokaal product tot exportartikel, mede dankzij de overgang van vat naar fles, een cruciale stap in de geschiedenis van de regio.

In de wijn vertaalt zich dat naar een nadruk op zuren en balans. ‘Sinds 2008 wordt voor Louis XV geen malolactische omzetting meer gedaan, om de natuurlijke frisheid te behouden en het bewaarpotentieel te versterken’, legt De la Bassetière uit. Tegelijkertijd plaatst hij kanttekeningen bij modieuze ontwikkelingen, zoals de opkomst van brut nature cq. zéro dosage. Volgens hem wordt daarbij soms vergeten waar champagne uiteindelijk voor bedoeld is, namelijk plezier en doordrinkbaarheid. Een volledig droge stijl kan technisch interessant zijn, maar verliest volgens hem vaak aan toegankelijkheid. ‘Zéro dosage is als een salade zonder dressing, of een steak zonder peper en zout’, vindt hij. Zo’n vergelijking is uitgesproken, maar maakt zijn punt helder; frisheid is essentieel, maar zonder balans verliest champagne zijn aantrekkingskracht, zeker als mensen meer dan één glas willen drinken.

Positionering

De toekomst van Champagne ligt volgens De la Bassetière minder in volumegroei dan in positionering. De centrale vraag is volgens hem eenvoudig: kiest de sector voor minder flessen tegen een hogere prijs, of voor grotere volumes met een breder toegankelijk segment? Voor De Venoge is die richting helder. Met de Prince-lijn en Louis XV richt het huis zich nadrukkelijk op het hogere segment, niet om exclusiviteit alleen, maar als logisch gevolg van de geschiedenis, kwaliteit en ambities van De Venoge. Daarmee sluit de cirkel zich. Wat begon als een zoektocht naar een verloren verhaal, mondt uit in een duidelijke positionering: een Champagnehuis dat zijn verleden niet alleen bewaart, maar actief inzet om richting te geven aan de toekomst.

tekst en fotografie: Huub Snijders

De wijnen van Champagne De Venoge zijn in Nederland verkrijgbaar via Pallas Wines, onderdeel van Delta Wines.

Op maandag 28 september kunt u deze en andere champagnes proeven op PERSWIJN proeverij Le Tour de Champagne: perswijn.nl/champagne

Wijnkennis

Het getemde beest

Infusie in plaats van extractie

Op veel plaatsen in de wijnwereld zingt er een modewoord rond als het gaat over maceratie: infusie. Dat heeft voor veel wijnmakers extractie vervangen. Het past bij de trend van meer verteerbare, lichtere wijnen. Maar is het altijd handig?

‘Mijn idee de laatste tijd is dat we vroeger wijn maakten alsof we koffiezetten en nu alsof we theezetten! De realiteit is dat we voldoende concentratie en extract in onze druiven hebben en dat we elegantie moeten omarmen. De kracht is er sowieso. En we moeten liever gaan voor verfijning dan voor bruutheid.’ Was getekend de welbespraakte Eben Sadie, de beroemdste wijnmaker van Zuid-Afrika en één van de mensen die ik vragen stelde over dit thema. Ook Bruno Boisson uit Cairanne en Giuseppe Vajra uit Barolo komen nog aan het woord. Ze geven samen een diepgaand actueel beeld van een van de belangrijkste aspecten van het maken van rode wijn: schilweking.

Smaaktrend?

Het is duidelijk dat krachtige, volle rode wijnen minder in trek zijn, sinds een jaar of 10. Waar in de jaren 90 nog ‘meer van alles’ een garantie op succes leek, zoekt de wijnliefhebber nu naar meer verteerbare, lichtere wijnen. Infusie past helemaal bij die ontwikkeling.

Kleur, smaak en meer

In het proces van vinificatie van rode wijn, is het inweken van stoffen uit de schillen en het vruchtvlees van de geoogste druiven van het grootse belang. De anthocyanen (rode, paarse en blauwe kleurstoffen) bevinden zich doorgaans in de schil van blauwe druiven, net als de tannine die het belangrijkst in voor de kwaliteit van rode wijn, voor het gemak schiltannine genoemd. Anthocyanen laten het gemakkelijkst los, voor het extraheren van tannine is meer tijd, temperatuur en/of actie nodig. In de gistende wijn polymeriseren anthocyanen en tannine (ze gaan samenklitten) en vormen stabiele tannine-anthocyaancomplexen, die we gekleurde tannine noemen. Die zijn belangrijk voor de kleur en de smaak van de wijn, vooral voor de structuur en het mondgevoel. Tijdens de maceratie worden aan de schil ook aromastoffen onttrokken, die de wijn geur geven. Uit het vruchtvlees stammen de suikers die worden omgezet in alcohol en ook de zuren, die bijdragen aan de smaak.

Minder harde actie

Remontage

‘Extractie houdt hoofdzakelijk in dat je bijvoorbeeld driemaal daags een remontage of een pigeage doet’, legt Eben uit. Bij remontage tap je gistende wijn onder uit het vat en spuit of sproeit die van bovenaf over de hoed van schillen; pigeage is het onderduwen van de hoed van schillen, die boven is komen drijven. ‘Met andere woorden, er is meer actie, beweging. Doorgaans ligt de fermentatietemperatuur ook hoger en worden de druiven tevoren gekneusd, om het extractie-oppervlak te vergroten’. Eben deed dat tot 2009 ook allemaal voor zijn rode topcuvée Columella. ‘Maar nu kneuzen we de druiven niet meer –25% bestaat nu zelfs uit hele trossen– en doen geen pigeages meer. We houden alleen de hoed nat door eenmaal per dag 10% van de tank te remonteren. Mede door het gebruik van hele trossen liggen de fermentatietemperaturen ook lager nu, op maximaal 26 ºC in plaats van 30 ºC, zoals voorheen.’ En Columella is naar mijn mening nu mooier dan ooit, preciezer dan vroeger, met een gelijkwaardig of groter rijpingspotentieel.

Beestachtig

Nog iemand die de manier van vinificatie van zijn rouges ingrijpend heeft veranderd, is Bruno Boisson van Domaine Boisson in Cairanne. Hij geeft belangrijke historische context: ‘Je moet wel beseffen dat goede rijpheid van druiven, met veel kleur en concentratie, lastig te bereiken was in de jaren 80 en 90.’ Zonder maceratietechnieken als pigeages, remontages en délestages (overpompen) was het moeilijk genoeg kleur en structuur in de wijn te krijgen. ‘En tegelijkertijd ontstond er een zekere visie over hoe rode wijnen moesten zijn, onder invloed van Parker’, vervolgt Bruno. ‘Om hogere scores te behalen in de internationale wijnmedia, vooral de Amerikaanse, hebben de wijnbouw en de oenologie beestachtige concourswijnen voortgebracht, zeer geconcentreerd, met te veel extract, hout en kracht…’

Kleurrijke mengsels

‘Zelf deed ik tot 2016 daar ook aan mee, maar omdat ik niet meer van mijn eigen wijnen hield, ben ik het beetje bij beetje anders gaan doen. Ik wil luchtige, verfijnde wijnen maken.’ Bruno heeft net als Eben Sadie de fermentatietemperaturen en de duur van de maceratie teruggebracht, gebruikt hele trossen (inclusief steeltjes) en doet helemaal geen pigeages en délestages meer. Hij mengt zelfs witte druiven met de blauwe voor rode wijn of maakt rosé van een vroege oogst en voegt die toe aan de assemblage.

Het heeft voor meer transparantie en elegantie gezorgd in zijn wijnen. ‘Natuurlijk zonder te vergeten dat wijnen ook diepgang moeten hebben’, zegt hij. ‘Die moeten we niet verwarren met concentratie, net als we finesse niet moeten verwarren met dunheid. Diepgang komt wat mij betreft van oudere planten, het juiste wijngaardbeheer (biologisch, biodynamisch), van lage opbrengsten, mooi rijpe en gezonde druiven…’. En dat soort druiven is tegenwoordig bijna ieder jaar te oogsten, door veel kennis van wijngaardmanagement, maar ook door klimaatverandering.

‘Geen absoluutheden’

Klimaat en tijdgeest hebben ook Giuseppe Vajra van G.D. Vajra uit Barolo aan het denken gezet. ‘Extractie versus infusie is zeker een groot thema hier, bijna zoals opbrengst en barriques dat waren in de jaren 80 en 90!’ Giuseppe denkt genuanceerd over het thema, ook omdat nebbiolo toch een ander beest is dan syrah en grenache noir, vermoed ik. Doordat nebbiolo minder goede anthocyanen heeft, die relatief snel oxideren in vergelijking met die van syrah bijvoorbeeld, maar veel tannine, is maceratie voor Barolo een bijzondere zaak. Spoedige polymerisatie van anthocyanen en tannine is essentieel maar verlengde maceratie kan ook veel extra kwaliteit geven. ‘2018 was voor mij een eye-opener’, bekent Giuseppe. ‘Ik wilde voor infusie gaan, omdat het eerste deel van het groeiseizoen regenachtig was geweest. Mijn vader bracht me op andere gedachten, toen hij vroeg: “Waarom denk je dat goede wijnmakers in de nog veel moeilijkere jaren 60 en 70 pigeages deden?” Daardoor ben ik dingen vanuit een ander perspectief gaan zien.’ En heeft hij weinig veranderd aan de vinificatie. ‘We combineren voorzichtige extractie met lange schilweking en houden de hoed ondergedrukt nadat de alcoholische gisting voltrokken is (cappello sommerso). Maar hoe lang hangt af van het jaar en de percelen.’ Om af te sluiten met een afgewogen mening, zoals we van de Vajra’s gewend zijn: ‘Lange maceraties kunnen Barolo’s geven van sublieme aromatische complexiteit, maar hebben enorm veel aandacht nodig. Anderzijds is infusie ook uitdagend, als je terroirexpressie en rijpingspotentieel wilt bereiken. De vele grote wijnen in beide stijlen tonen aan dat er geen absoluutheden zijn.’

Tannine?

Tannine is de verzamelnaam van complexe chemische verbindingen van fenolische bestanddelen die smaakbepalend zijn voor rode wijn. De kwaliteit van de tannine wordt al in de druif bepaald en is afhankelijk van de schilrijpheid. De hoeveelheid tannine is in principe druivenrasafhankelijk, maar wordt in wijn vooral bepaald door de mate van extractie.

Lars Daniëls

1 2 3 60
Page 1 of 60