Overpeinzingen: Duivels dilemma - Perswijn
Columns

Overpeinzingen: Duivels dilemma

De wijnbouw is voortdurend in beweging. En dat is maar goed ook, want zonder veranderingen en aanpassingen zou de wijnbouw sterk onder druk komen te staan. Zelfs de Bourgogne, de streek waarin het gebruik van de extreem populaire druivenrassen als pinot noir en chardonnay in steen gebeiteld lijkt, moet hierin mee. Nou ja, in dit geval gaat het om een heel klein en heel onbekend stukje Bourgogne: wijnen uit de Bourgogne die geen AOP hebben, maar de status van IGP. In deze gebieden willen de producenten nu de mogelijkheid krijgen om resistente druivenrassen aan te planten. In totaal gaat het om een klein deel van de productie in de Bourgogne, ten opzichte van de in totaal 30.000 hectare met AOC-wijnen. AOC wijnen uit de Bourgogne liggen nu eenmaal goed in de markt …

Het gaat om vier IGP’s: Coteaux de l’Auxois (ten westen van Dijon), Sainte-Marie-la-Blanche (ten zuidoosten van Beaune), Saône et Loire, bij de (binnen dat departement, ter hoogte van Châlons en Mâcon) en Yonne, bij Chablis (gelijk aan de grenzen van het departement).

Het is opnieuw een signaal dat deze ontwikkeling niet te stoppen valt. Eigenlijk loopt men hier zelfs achter op de Languedoc. Ik ken al meerdere producenten in de Languedoc die resistente rassen hebben geplant of aan gaan planten, zoals souvignier gris, een druif die in Nederland ook met succes wordt geteeld. Het voordeel is dat schimmelresistentie is ingekruist met druiven van bijvoorbeeld Amerikaanse oorsprong, dus geen vitis vinifera. Daardoor zijn minder bestrijdingsmiddelen nodig, waarover, heel logisch, zo veel te doen is.

Souvignier gris is een goed voorbeeld van de verbeteringen die je ziet bij dit type druiven. De smaak en de geur zijn zeker beter dan bij resistente rassen die eerder op de markt kwamen. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de eerste wijnen van resistente rassen met échte complexiteit en diepgang nog moet tegenkomen. Waarbij ik beslist niet wil zeggen dat ik er tégen ben, wat nogal eens – ten onrechte – wordt gedacht. Ooit kregen we dit te horen als terugkoppeling bij het proeven van Nederlandse wijnen. ‘Jullie houden niet van deze rassen’. Nee, we houden van wijnen die complex van karakter zijn, met veel smaakdiepte. En als die er niet is, dan kunnen we de wijnen niet heel hoog waarderen, zo simpel is het. Inmiddels zijn er Nederlandse wijnboeren met dit type druiven die het wijngaardbeheer en het wijnmaken heel goed op orde hebben, waardoor de kwaliteit steeds beter wordt.

En, laten we eerlijk zijn. Er zijn heel veel karakterloze wijnen op de markt van druiven die wél van vitis vinifera zijn gemaakt. Je hoeft maar zo’n kansloze Pinot grigio te proeven uit een wijngaard uit Veneto met massaproductie, en je bent meteen genezen. Dan nog veel liever een goed gemaakte Souvignier gris.

Dus nogmaals, het is prima dat deze wijnen er zijn, en het is mooi dat ze met minder bestrijdingsmiddelen toe kunnen. Maar het zal naar mijn smaak nog lange tijd duren voor ze de complexiteit zullen hebben van unieke druiven als chardonnay of pinot noir van goede producenten en bijzondere terroirs. Hoe spijtig dat ook is.

Ronald de Groot

Reageer op dit item