Een stukje Bourgogne in eigen land - Perswijn
Achtergrond & Interviews

Een stukje Bourgogne in eigen land

De geel-blauw-rode vlag van de Bourgogne wuift je tegemoet als je het hoekpand op de hoofdstedelijke Reguliersgracht no. 70, tegenover de Amstelkerk en het Amstelveld, nadert. Reinout Albrecht en Mildred Janssen begonnen in 2011 een groothandel in zelf-geïmporteerde Bourgognewijn en sinds juni 2015 hebben ze hier op de Reguliersgracht ook een wijnwinkel: Albrecht & Janssen.

Risico spreiden

In de winkel is het rustig, maar de grootste afnemers zijn de wijnspeciaalzaken, vertellen ze. Horecaklanten hebben Mildred en Reinout bewust veel minder: ‘Tussen 2011 en 2016 was onze klandizie vooral horeca, maar een paar klanten hebben ons toen fors laten zitten. Dat wilden we niet meer meemaken, we moesten ons risico spreiden. Daarom zijn we ons vanaf 2016 vooral op de wijnspeciaalzaken gaan richten. Daardoor hebben we in het coronajaar eigenlijk ontzettend geluk gehad. Consumenten gingen thuis meer en duurdere wijn drinken en dat merkten wij aan onze verkopen in de winkel en aan de wijnspeciaalzaken.’ De consumentenprijzen beginnen bij zo’n 12 euro, voor wijnen uit de Mâconnais (van deze wijnen van Domaine Des Terreaux van de familie Pornay verkopen ze zeven à acht pallets per jaar!).

Rode Bourgogne: ongeëvenaard

Reinout werkte in zijn vorige leven in restaurants en deed daar ook de financiële administratie voor. Mildred was, en is, architect-stedenbouwkundige. Ze komen er al vele tientallen jaren, in hun geliefde streek: de Bourgogne. Vroeger vooral in het vakantiehuisje van de moeder van Mildred, ten zuiden van Chalon-sur-Saône, tegenwoordig meestal in Nuits-Saint Georges. Ze houden van de rust, de landelijkheid en vooral: de wijn. Met name Bourgondische Pinot Noir kan ze kippenvel bezorgen. ‘Je hebt in de wereld ook andere hele mooie witte wijnen, maar eigenlijk niet echt rode wijnen die kunnen tippen aan de elegantie en verfijning van rode Bourgogne,’ zegt Reinout lachend doch bloedserieus. Het eten vinden ze iets minder: ‘De Bourgondische keuken is heel boers, daar is niet veel aan. Maar dan wel zulke wijn maken!’

Exclusieve import

Elke zes weken rijdt Reinout naar de Bourgogne, vooral om contact te houden met de wijnboeren, maar ook om de meest kostbare wijnen ter plekke in te slaan. ‘Het bestelbusje komt altijd vol terug. Maar de overgrote hoeveelheid wijn die we importeren komt gewoon met de vrachtwagen naar Nederland, hoor,’ licht hij toe. Voor verreweg de meeste domaines zijn Mildred en Reinout exclusief importeur voor Nederland. Ze leerden ‘hun’ wijnboeren kennen op beurzen zoals de Grands Jours de Bourgogne, maar ook wel in Lille en Parijs, en heel vaak via-via. ‘Dat de ene producent de ander bij ons tipt. Het is een kwestie van netwerken, mensen kennen. En uiteraard: de taal spreken.’

Mildred vertelt over een rode Mercurey van Domaine Trémeaux die ze twintig jaar geleden dronken in een lokaal restaurantje. ‘Die vond ik zó lekker, dat dat bijna de reden was dat we zelf de import in wilden.’ De vrouw des domeins vond export echter zodanig ingewikkeld – vanwege alle administratie en papieren – dat ze de wijnen pas sinds kort verkopen. ‘Toen ik haar recent op de Grands Jours vertelde wat hun wijn toen voor mij had betekend, smolt ze. Dus nu, als we langsgaan om in te kopen, haalt ze er iemand bij om haar te helpen met de computer en zitten ze samen alles in te tikken.’

Cowboyhoed en geruit overhemd

Ook van Nicolas Perrault (nu 4 hectare in Maranges, biodynamisch) waren ze de eerste buitenlandse, niet-Franse klant. Ze leerden hem kennen via Jean Monnier (een relatief groot wijnhuis, met 15 hectare in Meursault en Pommard, van wie ze vanaf dag 1 afnemen). ‘Nicolas is in Frankrijk behoorlijk bekend, maar hier gek genoeg niet. Toen hij het bedrijf overnam van vader Christian moest hij de helft verkopen om de belastingen te kunnen betalen. Hij kon alleen de 3 hectare mooiste wijngaarden behouden. Dat was te weinig om van te kunnen leven. Dus werd hij ook viticulteur bij andere wijnbouwers, zoals Château de la Crée in Santenay. Dat was toen al van een Zwitser, maar die verkocht het domein aan een Amerikaan uit Californië, inclusief cowboyhoed en geruit overhemd. Nicolas nam onmiddellijk ontslag, want hij ging niet voor zo’n Amerikaan werken. Hij vertrok naar het dure en beroemde Château de la Tour in Vougeot om hun wijngaarden (6 hectare, waarvan 5(!) in de grand cru Clos de Vougeot) biologisch-dynamisch te gaan maken. Daardoor heeft hij zoveel bekendheid gekregen dat hij zich – nu wel, haha! – laat inhuren in Oregon, om de Amerikanen les te geven over wijnbouw. Hij spreekt geen woord Engels, dus alles moet met een tolk erbij.’

Van Nicolas Perrault drinken we een vitale, op en top Bourgondische Chardonnay: een Maranges Premier Cru La Fussière 2019 (€34). Net als Maranges is buurdorp Santenay interessant qua prijs-kwaliteit, omdat deze plaatsen in het uiterste zuiden van de Côte de Beaune liggen en het prijspeil daardoor wat gunstiger is dan bij producenten uit de beroemdere dorpen boven hen.

Kleurrijke types

Mildred en Reinout vertellen over hun uiteenlopende producenten. Van echte boeren zoals Gérard Raphet – die de allermooiste grands crus maakt, maar nors lijkt en vreselijk verlegen is – tot de keurige 84-jarige graaf van Montlivault, van Chapelle de Blagny. Of de kleurrijke François Leclerc. Mildred: ‘Zijn wijn zat al in onze allereerste buslading. Hij slikt – maar dat doen ze eigenlijk allemaal – alle wijn door. En zegt dan ook gerust: “Ik ga zitten, ik ben dronken.” Hij is zijn rijbewijs ook al tig keer kwijtgeraakt. Een onverbeterlijk figuur, met wie we een lange band hebben en om wie ik vreselijk moet lachen. Hij is ook bijna altijd op onze najaarsproeverij.’

Reinout proevend met Nicolas Perrault en met Fabrice Groussin in de wijngaarden van Domaine Changarnier in Monthélie © Mildred Janssen

Zorgen

Veel producenten zijn zwaar getroffen door de ernstige voorjaarsvorst dit jaar. ‘Het heeft zó hard gevroren, en dit jaar juist in de hoger gelegen, betere wijngaarden. Om middernacht was het al 7 graden onder nul, en dan heb je geen verweer. En de planten waren al uitgelopen – vooral de chardonnay –, mede door een extreem warme week in maart. De Chablis is dit jaar heel erg getroffen, in de Côte de Nuits valt het nog wel mee. In de Côte de Beaune zijn ze altijd de sjaak: vooral in de buurt van Le Montrachet (Meursault, Chassagne, Puligny, Saint-Aubin). Chapelle de Blagny heeft nog maar 10% van z’n oogst over! ‘We maken ons echt zorgen of mensen het wel gaan redden daar. Daarom zeg je in de Bourgogne nu steeds tegen elkaar: “2022 wordt het meest fantastische wijnjaar dat je je maar kunt voorstellen!” Aan die hoop moet men zich vasthouden.’

En de klimaatverandering? ‘Wijnen worden soms echt te zwaar. Bijvoorbeeld rond de Montrachet in 2018. Van sommige wijnen slaan we het inkopen van 2018 bewust over. 2019 is een stuk beter.’

Lastig

Zorgen hebben Reinout en Mildred zelf gelukkig minder. Ze vinden het vooral lastig aan hun business dat niemand bereid is om een voorraad aan te houden. Reinout: ‘Iedereen wil tegenwoordig wijn hebben die op dronk is. Wijnboeren hadden vroeger wel wat jaren voorraad liggen, maar daar zijn ze in de afgelopen slechtere oogstjaren doorheen geraakt. Dus degenen die gedwongen worden om een voorraad aan te houden, dat zijn wij. Dat moet echt anders.’ Anderzijds is het lastiger geworden om aan bepaalde wijnen te komen, want er is niet genoeg. ‘Er zijn nogal wat wijnen die op rantsoen zitten, zeker op dit moment. We moeten onze afname echt voor elk jaar vastleggen.’

‘Bourgognewijnen te duur? Absoluut niet!’

Met de stelling dat Bourgognewijn buitenproportioneel duur is, is Reinout het hartgrondig oneens. Verfrissend om te horen. ‘Dat meen ik. Afgezien van prijzen voor bijvoorbeeld een Domaine de la Romanée Conti (DRC), maar dat is een heel ander publiek en mechanisme. En Meursault is nu relatief te duur. Maar neem nou deze Maranges Premier Cru La Fussière 2019 van Nicolas Perrault, voor €34. Of die rode Santenay Premier Cru Clos des Mouches 2018 van Domaine de l’Aste; een kippenvelwijn voor mij, voor €48. Dat ben je ook kwijt voor een hele mooie Duitser of Italiaan, of die enkele mooie Spanjaard. Voor een goede wijn van waar ook ter wereld ben je gewoon 30, 40, 50 euro kwijt. En dat geldt ook voor een goede Bourgogne.’

‘200 euro voor een fantastische avond’

Reinout: ‘Sommige Grands Crus zijn te duur geworden, maar een Grand Cru Chablis is absoluut zijn geld waard, of bijvoorbeeld deze Corton (zie foto hierboven; resp. €68 en €88). Daar kun je echt een héle fijne avond mee hebben. Maar inderdaad, sommige zijn enorm in prijs gestegen omdat er zoveel vraag naar is; daar is gewoon weinig aan te doen. Toch vind ik niet dat top-Bourgogne daardoor minder toegankelijk is geworden. Zelf zie ik het zo: als ik 200 euro voor een wijn betaal, dan heb ik iets waar je met zijn tweeën een fantastische avond mee kan hebben. Maar dat is vergelijkbaar met wat je ook voor een ander soort mooie avond betaalt: als je uit eten of naar een concert gaat. Voor mijn gevoel klopt die verhouding. Met een Jayer, DRC of een Pétrus van €10.000 wordt die avond niet fijner; bij mij ligt de grens zo rond die €200. Daarom zeggen wij: we nemen geen wijnen in ons assortiment op boven de €300.’

In het assortiment vind je – naast biodynamisch werkende – overigens aardig wat vrouwelijke wijnmakers. ‘Dat is best gebruikelijk in de Bourgogne. Het zijn vaak zulke kleine bedrijfjes dat relatief veel echtparen alles zelf doen. En in die gevallen zie je regelmatig de verdeling dat de man het fysiek zwaardere wijngaardwerk doet, en de vrouw de wijn maakt,’ lichten de twee toe.

Tip: ‘Dijon is veel leuker dan Beaune!’

Hebben ze nog goede insider-tips voor een bezoek aan de Bourgogne? Reinout: ‘Proeven bij wijnboeren wordt helaas steeds lastiger. Het kost ze te veel tijd en wijn. En de allermooiste stukken qua omgeving zijn eigenaardig genoeg niet de plekken waar de mooiste wijnen vandaan komen.’ Mildred: ‘Langs de strook met de beroemdste wijngaarden zie en hoor je eigenlijk overal de snelweg.’

‘Maar de Couchois bijvoorbeeld, ten westen van de Côte Chalonnaise, is landschappelijk prachtig: idyllisch en afwisselend, met bos, riviertjes, heuvels, middeleeuwse dorpjes, wijngaarden en het kasteel van Couchois. En het ruigere stuk van de Hautes Côtes de Beaune, net ten noordwesten van Beaune, vanaf Savigny-lès-Beaune is werkelijk prachtig. En als je van Maranges naar Saint-Aubin rijdt.’

En tot slot nog een hele goede tip: ‘Veel mensen gaan naar Beaune als ze naar de Bourgogne gaan, maar je kan eigenlijk beter naar Dijon; dat is hártstikke leuk, en mooi! In Beaune is het Hospice natuurlijk indrukwekkend, maar dat is het wel zo’n beetje. Dijon heeft een prachtig middeleeuws centrum en er is ontzettend veel te doen; een heel verrassende stad, met kleine straatjes en een fijne sfeer. En je moet vooral gaan LUNCHEN, overdag. Dat geeft zoveel meer vakantiegevoel. Lekker uitgebreid en lang lunchen met een mooie fles wijn.’

Foto: François de Dijon via Wikimedia Commons

Een stukje Bourgogne in eigen land

In de etalage aan de Reguliersgracht zweven aan draadjes ‘oude’ stokken pinot noir van bevriende producent François Leclerc: ‘Die had nog een stuk weiland in de appellatie Gevrey-Chambertin waar nog geen stokken op aangeplant waren. Kostbare grond dus. Hij probeerde het en dat ging vijftien jaar lang goed, tot in een koude winter in één keer werkelijk alles doodvroor. Toen begreep hij: dat lapje was dus gewoon te koud voor wijnbouw… Ah, c’est ça.’

Inmiddels is er een klant de winkel binnengelopen, die met alle geduld van de wereld geholpen wordt. Heerlijk, die rust; een stukje Bourgogne in eigen land.

Albrecht & Janssen, Reguliersgracht 70, Amsterdam

 

Karin Leeuwenhoek

 

 

 

Reageer op dit item