Columns

Wijn meenemen op vakantie?

Ik heb geen gêne om te melden dat ik elk jaar eigen wijnen meeneem op vakantie. Telkens naar een wijnstreek, wat dacht je? Deze keer bracht de volgeladen wagen ons gezin naar Dordogne en daarna Loire. Mij van geen kwaad bewust postte ik een foto van 9 van die geëxporteerde wijnen op sociale media, op de achtergrond een hangstoel en een zonnig zwembad. Een geweldig sfeerbeeld, dacht ik. Resultaat: stevige proteststemmen, gelukkig een enkeling die openlijk toegeeft deze gewoonte ook te koesteren en een paar wijndrinkers die gelijksoortig meeneemgedrag alleen via privé-kanalen durft bevestigen. ‘Wijn meebrengen naar een wijnstreek, dat is toch gewoon water naar de zee dragen of zand naar de woestijn?’, werd gezegd. ‘Psychologisch zit dit niet goed’, schrijft een van mijn vrienden: ‘In een wijnstreek moet je de wijnen van ter plaatse drinken!’ ‘Not done’, reageert een ander gepikeerd. Ik leek wel een morele wet met voeten te treden. Gebrek aan respect voor de lokale wijnboeren en -traditie werd mij niet verweten maar sommigen zullen het gedacht hebben.

Graag verwijs ik deze ongeschreven wet (‘gij zult nooit en te nimmer wijn meenemen op vakantie naar een wijnstreek!’) naar de prullenbak. Dus, beste Nederlanders, stouw jullie auto of caravan niet alleen vol met aardappelen maar hou wat plaats over voor je favoriete wijnen. Wat mij betreft bijvoorbeeld is een vakantie doorbrengen zonder Riesling of Beaujolais, geen goed idee. Dit jaar koos ik onder andere de Riesling-Kabinett 2015 van Zilliken voor bij de plaatselijke blauwe kaas en een Beaujolais van Lapalu voor bij de WK-voetbalmatchen. Toen de Lapalu op was – die gaat snel – , kocht ik in een schitterende bar à vin in Chinon met de naam La Cabane à Vin een paar heerlijke flessen Morgon 2016 van Jean Foillard. De mousserende Fibonnaci, een Belgische topwijn van wijndomein Schorpion, dacht ik te consumeren bij het winnen van de halve finale tegen Frankrijk maar ledigde de fles uiteindelijk met plezier bij het verlies van de Engelsen tegen Kroatië. Een memorabel moment was Château Giscours 2004 bij een regionaal stukje rundsvlees met plaatselijke boontjes en ajuin.

Ja, ik nam nogal wat Belgische wijn mee op reis. Dat heeft niets met chauvinisme te maken maar alles met mijn zwaarwegend journalistiek werk: gezien de reeks artikels over Belgische wijn in Perswijn dien ik mij in alle rust, verreweg van stress en ander gedruis, in het eigen sap te verdiepen. Niet het eerste het beste sap: het piepkleine wijndomein Kitsberg maakt uitmuntende wijn (waarover meer in deel 6 van de genoemde reeks), zo bleek uit herhaaldelijk proeven met zicht op stralende zonnebloemen en ’s avonds bij krekelgesjirp.

Goede wijn op vakantie smaakt beter dan thuis, dat is mijn stellige ervaring. Neem nu de Champagne van Jean-François Launais: nooit smaakte die wijn lekkerder dan in het verwarmde zwembad van ons vakantiehuis in de buurt van Cahors, net na de overwinning tegen de Japanners. Abstractie makende van het vleugje chloor, dronk ik deze edele Champagne vanzelfsprekenderwijs uit een aangepast wijnglas en geen lokale flûte. Wijnglazen in alle soorten en maten, die neem ik ook mee op reis. Evident.

Terwijl ik dit neerpen, drink ik een Touraine bio-Chenin 2016 van Château de Coulaine, aangeraden in een wijnwinkeltje in Tours. Niets op aan te merken maar hij doet me weinig. Het is de laatste dag van de vakantie en de wijnen van thuis, nauwkeurig afgetoetst aan mijn kieskeurige en verwende smaak, zijn op. Ik degusteerde en kocht prachtige wijnen bij Château Triguedina in Cahors, magnifieke Chenin bij François Chidaine in Montlouis-sur-Loire en hoogstaande Chenin en Cabernet Franc bij Jacky Blot. Die wijnen gaan morgen mee naar huis. Ik verlang naar het moment dat ik ze thuis, gerijpt en dus à point, mag openen in gezelschap van vrienden of gewoon gezellig alleen. Ik ben zeker dat de wijn warme herinneringen zal opwekken aan die heerlijke vakantie die nu bijna voorbij is. Frankrijk, wat een geweldig wijnland toch!

Stefaan Soenen

Reageer op dit item