Château Palmer - Perswijn
Geproefd & Beoordeeld

Château Palmer

Zijn Nederlandse sommeliers en restaurantbezoekers vervreemd geraakt van de grote Bordeauxwijnen? Afgaand op het sterk geslonken aandeel daarvan op wijnkaarten zou je het wel denken. Toch was het volle bak bij de door het Nederlands Gilde van Sommeliers in restaurant Bord’eau georganiseerde proeverij met wijnen van Château Palmer.


Na Château Margaux is Palmer, gelegen in Cantenac, het beroemdste wijngoed binnen de appellation Margaux en ondanks zijn officiële status van ‘slechts’ 3e cru classé in de classificatie van 1855, algemeen beschouwd als Super Second. Een château ook met een Nederlandse connectie via de familie Mähler-Besse, samen met de Engelse Sichels deels eigenaar ervan. Palmer heeft een wijngaardoppervlakte van 55 hectare en een gemiddelde jaarproductie van ongeveer 200.000 flessen. Dat het in 1855 als 3e cru geklasseerd werd en niet hoger, had alles te maken met de instabiele eigendomsverhoudingen in die periode als gevolg waarvan een deel van de beste wijngaarden verkocht waren. Nadien is de situatie weer rechtgezet, maar zoals bekend blijft de classificatie onwrikbaar.

Veel merlot

Anno 2015 is Palmer in zekere zin een buitenbeentje als het op de druivenrassen aankomt. De aanplant omvat namelijk het voor de Médoc ongebruikelijk hoge aandeel van bijna 50 procent merlot. Exportdirecteur Chris Myers spreekt van een, dankzij de cabernetbodem, ‘vrouwelijke’ merlot – in tegenstelling tot de krachtpatsermerlot van de Rechteroever – die op Palmer gewaardeerd wordt om het geven van vulling in het middenpalet van de smaak. In de assemblage zijn cabernet sauvignon en merlot doorgaans aan elkaar gewaagd. Van de cabernet franc als aanvullend ras is al in 1998 afscheid genomen, maar wel wordt petit verdot in kleine hoeveelheden gebruikt, meestal voor de grand vin, heel af en toe voor de basiswijn Alter Ego.


Twee wijnen

Palmer produceert behalve een anekdotisch beetje wit twee reguliere rode wijnen met de appellation Margaux en een half illegale vin de France volgens 19e-eeuws recept. Die reguliere rode zijn Alter Ego en Château Palmer. Alter Ego is een bewust geconcipieerd type wijn dat met de oogst 1998 voor het eerst werd uitgebracht. Het is nadrukkelijk geen deuxième vin zoals vroeger de Réserve du Général. Vormde die Réserve als vergaarbak van minder bruikbare restjes destijds hooguit 10 procent van de totale productie, voor Alter Ego is dat met jaarlijks 100.000 flessen 50 procent, net zo veel als voor de grand vin. Alter Ego is om zo te zeggen de ‘instapwijn’ van Palmer, bedoeld om vroeger te drinken dan die grand vin, tussen 2 en 10 jaar oud. Palmer zelf vraagt daarentegen al gauw een jaar of tien om helemaal op dronk te komen. Het verschil tussen beide zit hem in zaken als fruitselectie en een andere vinificatie. Lees: kortere inweking bij lagere temperatuur en een kortere vatlagering met een kleiner aandeel nieuw eikenhout. Wat dat laatste betreft, bij Alter Ego schommelt het aandeel nieuw hout tussen 20 en 40 procent, bij Palmer kan het oplopen tot 80 procent.

Biodynamisch

Het zal misschien even slikken zijn voor diegenen die er a priori niets van willen weten, maar de afgelopen jaren heeft Palmer geleidelijk aan de omschakeling gemaakt naar biodynamische teelt. In 2008 is daarmee begonnen met een eerste, experimentele hectare en sindsdien is geleidelijk aan de complete wijngaard onder biodynamisch beheer gekomen. In 2017 moet dat resulteren in het keurmerk van Demeter. Veel ruchtbaarheid geven ze daar er bij Palmer niet aan. De biodynamische werkwijze wordt immers gezien als een instrument, niet – zoals bij de collega’s van Pontet-Canet – als een geloofsregel. Ook wordt volgens Chris Myers de mogelijkheid opengehouden om, wanneer het in de wijngaard eens helemaal mis mocht dreigen te gaan, gebruik te maken van conventionele middelen. De ervaringen in het zwaar door botrytis geplaagde 2013 waren echter van dien aard, dat dit eerder een hypothetische optie is. Ploegen met paarden is er nog niet bij. Dat gebeurt gewoon met de tractor. Maar goed, daar staan dan weer 60 schapen en 3 koeien tegenover.

Puntjes op de i

De afgelopen jaren heeft Palmer in tal van opzichten de puntjes op de i gezet zonder in extremisme te vervallen. In 2013 moest bijvoorbeeld voor het eerst sinds 1994 weer eens gechaptaliseerd worden, ondanks een ver doorgevoerde precisiewijnbouw met het oog op optimaal rijp fruit per perceel. Het aantal individuele percelen is daarvoor fors uitgebreid, terwijl inmiddels ook proeven genomen worden met een zeer hoge plantdichtheid? Zeer hoog? Met 20.000 stokken per hectare in plaats van 10.000 is daar niets aan miszegd. Met het oog op optimale fruitkwaliteit is een machine voor optische selectie aangeschaft. Kosten: 140.000 euro. Goed nieuws voor mensen die problemen menen te hebben met zwavel. De hoeveelheid sulfiet in de wijnen van Palmer is structureel verlaagd van 110 mg/l tot 70 mg/l.

Proef op de som

Alter Ego 2009

Mooie, verzorgde wijn die zich kan meten met menige grand vin in de regionen van topcrus bourgeois of  bescheiden crus classés. Ondanks zijn jeugd al zeer genietbaar dankzij eigenschappen als elegantie (vooruit, bij Palmer mag die afgekloven term best nog wel een keertje vallen) en levendigheid. Frisheid, zwart fruit, fijne tannine, voldoende ontwikkeld, prima drinkbaar.

Alter Ego 2006

Als jaar duidelijk de mindere van 2009. Ruim voldoende, dat wel. Een wijn met een in zo ongeveer alle opzichten gemiddelde intensiteit. Duidelijk sporen van ontwikkeling in kleur en geur. Dropje, tikje boerse cabernettoets, stoffige en pittige tannine, minder rijpheid dan in 2009.

Historical 19th Century Blend  (2007) ***

Een curiosum, deze vin hermitagé. Geïnspireerd door wijnen uit de tweede helft van de 19e eeuw toen heel wat wijnen in Bordeaux ‘opgekrikt’ werden met een flinke scheut Hermitage. Met een productie die varieert van 200 tot 400 kisten per jaar is de Historical Blend vooral een hebbedingetje voor verzamelaars. De assemblage bevat 15% syrah van een wijngaard in Hermitage die als gerede wijn aangekocht wordt. De geproefde botteling was die uit 2007. Aangezien die als vin de table is uitgebracht, mocht dat oogstjaar niet op het etiket vermeld worden. Ook mocht en mag op het etiket nergens de suggestie van een château gewekt worden.De wijn zelf dan. Leuk om een keer geproefd te hebben, maar daar blijft het ook bij. Merkbare in vloed van de syrah in de kleur. In geur en smaak niet bijzonder, helemaal niet in vergelijking met Château Palmer 2007. Al wat ontwikkeld, tikje groen, pittig, mist wat fruit en complexiteit.


Château Palmer 2009 *****

Want wat een prachtwijn is dit. Gemaakt in een rijp jaar, maar met als handelsmerk niet zo zeer body als wel intensiteit en precisie. Ideale balans tussen puur fruit, superieure tannine en spanning verlenende zuren. In één woord: geweldig. Perfect geïntegreerde tannine en dito hout. Palmer in volle glorie, een wijn zoals die alleen in de Médoc gemaakt kan worden. Onbetwist mijn wijn van de dag.

Château Palmer 2007 ****

Lichter van structuur dan de intense 2009, maar niettemin een heel fraaie wijn die zich nu al probleemloos laat drinken. Eerder discrete aromatische expressie, slanke structuur, heel zuiver, uitgebalanceerd en verteerbaarheid. Wat men in Engeland zou betitelen als een excellent luncheon claret. Maar bij het diner mag ie ook.

Château Palmer 2006 ****-

Evenals bij de Alter Ego geproefd in directe vergelijking met 2009. Dat is een handicap, want 2006 had nu eenmaal niet de rijpheid en de nagenoeg perfecte balans van 2009. Hoekig en licht drogend door flink wat tannine zonder dat dit echt stoort. Fractie minder precisie in het fruit, maar nog altijd een goede wijn.

Château Palmer 2005 – ?

Volgens menig criticus (en aanbieder) zouden we over deze wijn juichend moeten doen wegens zijn vermeende grootheid. Bij herhaling zijn vergelijkingen gemaakt met legendarische jaargangen voor Palmer als 1945, 1961 en 1983. De eerlijkheid gebiedt alleen te zeggen dat daar op dit moment niet zo veel aanleiding toe is. Gestoofd in de neus, zwoel in aanzet, machtig, atypisch. Alsof je met een Parkeriaanse blockbuster uit de warme Nieuwe Wereld te maken hebt in plaats van een verfijnde Margaux. De hoeveelheid tannine, die zich pas in het tweede deel van de smaak doet gelden, is allesbehalve kinderachtig en laat zich letterlijk voelen. Geen gebrek aan kracht dus, maar waar is in vredesnaam de finesse? Mogelijk zit de wijn in een lastige fase van in zijn ontwikkeling. Laten we het hopen.

Château Palmer 2001 ***-

Voor mij de minste wijn van de dag binnen de reguliere serie. Geproefd in een rijtje met 2007 en 2005. Komt niet alleen na de heftige 2005 schraal en groen over, maar ook bij herhaaldelijk herproeven. Ontwikkeld, dun en zelfs een tikje wrang. Deze  boerse wijn heeft verdedigers, maar je kunt je afvragen wat ze bezielt. Ik respecteer hun mening, maar deel die niet. Al helemaal niet gelet op wat de twee jaar oudere 1999 wel te bieden heeft.

Château Palmer 1999 *****-

Met 1999 weer een Palmer in topvorm. Niet uit een vermeend legendarische jaar, maar wat een schoonheid. Puur, precies, weer zo’n wijn die zijn grootheid niet ontleent aan kracht, maar aan intensiteit, spanning en complexiteit. Op dronk, maar met volop rijpingspotentieel. Verrassend goed. Wat een magnifieke begeleider trouwens van een oer-19e-eeuws gerecht in een 21e-eeuwse interpretatie uit de keuken van chef Richard Oostenbrugge. Van de lièvre à la royale maakte die een sublieme poulet à la royale. Met de Palmer 1999 erbij classicisme in het kwadraat.

Château Palmer 1996 ****

Een situatie die vergelijkbaar is met 2009 versus 2006, waarbij 1996 zich net even wat slanker en strakker presenteert dan 1999. Op zichzelf echter een wijn die staat als een huis, volbloed Médoc. Net als 1999 sluit hij prachtig aan bij wat er, zoals hierboven beschreven, op het bord ligt.

Château Palmer 1976 – geen beoordeling

Door verzamelaar Allard Botenga meegebracht als aardigheidje, verdeeld over twee flessen. Opvallende flesvariatie tussen de botteling van Sichel en die van Mähler-Besse, meer gerelateerd aan de leeftijd dan aan de manier van bottelen. Als jaar is 1976, allesbehalve een groots of klassiek millésime, immers al geruime tijd over zijn hoogtepunt heen. En dus valt uit de mond van verdedigers van dergelijke te oude wijnen onvermijdelijk die dodelijke term ‘toch nog wel’ op te tekenen. Een fles dun, ziltig en dusdanig metalig dat je aan een fout denkt. De tweede fles heeft nog wel wat sporen van fruit, maar ook daarvoor geldt dat hij eigenlijk 20, 25 jaar geleden al gedronken moeten zijn. Ook Palmer heeft niet het eeuwige leven.

1 Reactie

  1. Goedemiddag ,
    Ik heb een vraag ,er zijn 2 verschillende etiketten marqaux ChatPalmer op een fles, de 1 staat onder het strookje Sichel onder het andere etiket staat de naam -Besse jaartal 1977
    Ik hoop dat u mijn vraag kan beantwoorden.

    Mvg Hans Nootenboom

Reageer op dit item