Columns Archives - Pagina 6 van 85 - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Tuinboontjes

Mijn buren in de Languedoc weten het inmiddels zeker. Als de Nederlanders – wij dus – komen, dan nemen ze regen mee. Ook dit keer was het goed raak. De laatste dagen van de afgelopen week brachten flink wat regen. Zoveel dagen regen achter elkaar is hier zeldzaam. Nou ja, dat van die Nederlanders is natuurlijk onzin, want het ritselt hier altijd van de landgenoten. Maar die regen, dat was niet alleen uitzonderlijk, het werd hier ter plekke ervaren als een zegen. De opluchting, zeker bij de wijnboeren hier, is groot. Zelfs aan de voet van Pyreneeën, in de Roussillon, is de afgelopen tijd veel regen gevallen. Rivieren die helemaal droog stonden, stromen weer. Het grondwaterpeil stijgt weer naar normaal. Voor een streek waar de afgelopen jaren minder dan 250 mm regen viel, is dat een enorme luxe.

Dit heeft als gevolg dat het in de Languedoc heel groen is. Zo groen als we het nog nooit gezien hebben. Dat groen vinden we niet alleen op de heuvels om ons heen, maar ook in de wijngaarden. Het zaaien van groen in de wijngaarden is tegenwoordig een wetenschap op zich geworden. Zeker bij wijnboeren die biologisch of biodynamisch boeren, is de onderbegroeiing van groot belang. Ze dient als groenbemesting voor de wijngaard. Zo zagen we dit keer tot onze verrassing veel wijngaarden met tuinbonen tussen de rijen druivenstokken. Even dachten we verlekkerd dat hier straks tuinbonen in overvloed zouden kunnen worden genoten. Maar dat was iets te vlug. Later dit voorjaar zullen de planten worden verwerkt tot ‘groenvoer’ voor de bodem. Dit soort planten is rijk aan stikstof, dus een ideale groenbemester.

groen tussen de wijngaard

Begin februari schreef ik over Isabel Gassier, van Château de Nages, en haar mosterdplanten in de wijngaard. Zij verkoopt wel mosterd. Maar haar is het vooral te doen om het herstel van het bodemleven. Ik moet terugdenken aan een bezoek aan Johan Reyneke, lang geleden, in Stellenbosch. Hij liep zijn wijngaard in en pakte met zijn handen een paar kluiten uit de wijngaard, grote graspollen. Om ons heen liepen ganzen door de wijngaard. Reyneke was destijds – we spreken over 2008 – een voorloper in biodynamie. Je kunt je twijfels hebben over biodynamie. Maar de manier van werken heeft andere wijnboeren beïnvloed in de manier waarop ze werken en met hun wijngaarden omgaan. Dat is een grote verdienste.

Ik kom al heel lang in Bordeaux, ook daar is sprake van een groene revolutie. Een jaar of dertig geleden was het daar een kale boel. Als er ‘onkruid’ in de wijngaard stond, werd dat gezien als een soort afwijkend gedrag. Tegenwoordig staat ook daar overal onderbegroeiing in de wijngaarden. En dat in een door en door conservatieve streek als Bordeaux. Ook hier is het inzicht doorgebroken dat dit nut heeft. Niet eens zozeer vanwege het bodemleven – al zal dat voor deze en gene zeker een rol kunnen spelen – maar omdat men hier tot het inzicht is gekomen dat hierdoor minder vocht verdampt. Met de klimaatopwarming en de hete zomers van tegenwoordig een niet te onderschatten effect. Er zijn zelfs châteaux, zoals Cheval Blanc, die tussen de druivenstokken fruitbomen hebben geplant, voor extra schaduw en voor in dat geval ook een beter bodemleven. Dat ontstaat door de symbiose tussen boomwortels en mycorrhiza, een samenlevingsvorm tussen schimmels en de wortels. Hier heb ik nog geen tuinboontjes zien staan, maar het bevestigt wel dat het groen tussen de druivenstokken tegenwoordig niet meer weg te denken is.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Grillen van markt en politiek.

Het is natuurlijk verleidelijk om over Trump en diens tarieven te schrijven – iedereen heeft het er over. Zeker nu hij een belasting van 200% op wijn en champagne heeft aangekondigd. Maar eigenlijk heb ik daar niet zo veel zin in. Ik heb soms zelfs de neiging om te denken dat het verstandiger zou zijn eens een keer geen aandacht aan de nieuwe president te besteden – als het allemaal niet zo erg zou zijn. Ik moet denken aan het Turkse gezegde: ‘Als een clown in een paleis gaat wonen, wordt hij geen koning, maar wordt het paleis een circus.’

Ik moet eigenlijk constateren dat het zonder die strafheffingen al zwaar genoeg is in wijnland. Als een clown in een paleis gaat wonen, wordt hij geen koning. Het paleis wordt een circus. Hm. Ik ben bang dat het nog erger is dat dat, want de clown is kwaadaardig. Genoeg daarover.

Uiteindelijk is het zonder dit soort strapatsen al moeilijk genoeg voor de wijnboeren. Afgelopen vrijdag bezocht ik een paar domeinen in de Malepère. De stemming daar was niet heel negatief, maar echt positief kon het ook niet worden genoemd. Deze streek, met zijn wijngaarden rond de stad Carcassonne, heeft het de afgelopen jaren, met een productie van veel wit en rosé, helemaal niet zo slecht gedaan. Want vooral rood zat in de hoek waar de klappen vallen.

De dynamiek in wijnland is naar mijn idee zelden zo heftig geweest als nu. ‘Zekerheden’ blijven sneuvelen. Een gevolg van de problemen met rode wijnen is dat veel wijnboeren in het Franse zuiden (deels) zijn overgestapt naar rosé. Rosé groeide de afgelopen jaren explosief en met name rosé uit de Provence wist zeer hoge prijzen te realiseren, onder andere door een grote vraag uit de V.S. Meedoen met deze markt had wel een prijs. Je rosé moest vooral lijkbleek zijn, want alleen dan wilde de verwende consument toehappen. Bij de Cave de Vendéole in Malepère, waar we een lekkere rosé proeven, slaat de wijnmaker de ogen ten hemel. Donkere rosé wordt geassocieerd met zwaar, licht gekleurde rosé met lichtvoetig. Ten onrechte, maar bestrijd dit idee maar eens. Vrijwel onmogelijk, ook al bestaat dit idee nog niet eens zo lang.

Hoe dan ook, de overstap van al die producenten naar rosé heeft zijn prijs, krijg ik te horen. De markt voor rosé is inmiddels verzadigd, zo blijkt. Dus de weg naar rosé als vluchthaven voor wie minder rood wil maken, lijkt daarmee afgesneden. Een fenomeen dat hier te lande de ‘varkenscyclus’ wordt genoemd. Een verschijnsel dat we dus ook bij wijn terugvinden.

Het probleem van wijn is dat ontsnappen lastig is. Varkens kun je slachten, een wijngaard staat er voor dertig jaar. Maar de trend is natuurlijk onvermijdelijk. Oudere wijnboeren stoppen met hun wijngaard. Zeker leden van coöperaties, want deze maken zelf geen wijn, ze telen alleen maar druiven die naar de coöperatie gaan. Wijngaarden worden gerooid, of voor een prikje opgekocht door boeren die het wel zien zitten om door te gaan.

Zo vindt een stille sanering plaats van de wijnsector. Nieuwe importtarieven zullen de situatie wellicht verergeren, maar mochten ze uitblijven, is de sector bepaald nog niet gered. Het lijkt er sterk op dat de bodem van de crisis, het slechtste punt, nog niet is bereikt. Maar als rasechte optimist blijven we geloven dat de weg omhoog altijd weer gevonden wordt. Is het niet dit jaar, dan misschien volgend jaar. Maar de snelle trendwisseling bij de moderne consument zal voor de sector, die gewend is om te denken op lange termijn, door de aanplant van wijngaarden, een uitdaging blijven. Wen er maar aan.

Ronald de Groot

 

 

 

 

Columns

Overpeinzingen: Bill Blatch is niet meer

Het hoort bij mijn leeftijd, zo valt te vrezen. Veel bekende mensen, of mensen die ik persoonlijk ken, verruilen het tijdelijke voor het eeuwige. Ditmaal was het Bill Blatch, oud-handelaar in Bordeaux, die op 76-jarige leeftijd door een hartaanval werd geveld. ‘Mooie dood’, was ik even geneigd te denken, gedachtig aan alle ellende die de ouder wordende mens wellicht te wachten staat – en zo bespaard blijft. Ik hoorde het nieuws op wijnreis in Argentinië, waar ik me verdiepte in de verschillende wijnstijlen van een aantal bodega’s in Mendoza. Het is mooi om te zien hoe een nieuw, maar eigenlijk ook oud wijnland, op zoek is naar terroir en naar een heel eigen stijl van wijnmaken. Los van de opgelegde stijl van 10, 20 jaar geleden, toen goede wijnen zwaar en houtbetimmerd hoorden te zijn.

Bill Blatch. Image: courtesy Philippe Larche / Vintex

Nu, tijdens de nachtvlucht van Buenos Aires, is het een mooi moment om even terug te denken aan Bill Blatch. Een Engelsman in Bordeaux, met een lange carrière in ‘de wijn’ – hij woonde meer dan vijftig jaar in Bordeaux. Ik denk dat ik hem leerde kennen, aan het begin van mijn wijncarrière, via Nico McGough, die zaken met hem deed voor destijds Résidence. Want Bill Blatch was een van die vele handelaren van de ‘place de Bordeaux’, met zijn handelshuis Vintex. Hij hield kantoor op een bijzondere plek, in een gebouw bij de door de Duitsers gebouwde bunkers aan de noordkant van de stad. Ooit onderdeel van de Atlantikwall, en met geen bom weg te krijgen. Duitse Gründlichkeit. Altijd wat rommelig en klein, maar je kon er veel wijnen proeven, monsterflessen die in de primeurhandel werden aangeboden. Heel handig, want je kon veel wijnen even rustig proeven en vergelijken. En heerlijk, bij iemand die niet die afstandelijke mentaliteit had die zo kenmerkend is voor het conservatieve, hiërarchische en formele wijnwereldje van Bordeaux. Bill straalde altijd als je hem zag positiviteit uit, hij was een man met een gulle lach en typische Britse humor.

Maar Bill Blatch was bij handel en journalisten toch vooral vermaard om zijn ‘vintage report’. Niemand kon de laatste jaargang zo goed en pakkend beschrijven als hij. Alles stond er in, het weer tijdens het groeiseizoen, hoe verschillende druivenrassen het hadden gedaan en wat de verschillen en de bijzonderheden per streek waren. Voor journalisten, maar ook voor importeurs zeer waardevol. Juist ook omdat hij altijd perfecte research deed en zijn kennis over de wijnen van Bordeaux enorm was. Hij volgde het weer in de streek van dag tot dag, en zette alles in tabellen. Het was dan ook jammer dat hij er op een gegeven moment mee ophield, maar gezien zijn leeftijd het begin van zijn pensioen, zo’n tien jaar geleden, natuurlijk ook logisch.

Maar écht ophouden kon hij niet – het komt me bekend voor. De afgelopen jaren wijdde hij zich vooral aan het promoten van Sauternes -van de wijnen van Bordeaux altijd zijn grootste passie. Goed beschouwd niet zo gek. De top van de rode wijnen in Bordeaux is van een bijzondere klasse, maar rood van bijzondere klasse vind je tegenwoordig overal ter wereld. Zoals ook in Argentinië, waar ik net was. Maar zoete wijnen van de klasse van Sauternes, op basis van edele rotting van de combinatie van sémillon en sauvignon, die zijn bijna niet na te maken. En nog prachtig ook, door de bijzondere smaakconcentratie. Hij werd niet moe het evangelie van deze zoete wijnen te verkondigen. Een beetje trekken aan een dood paard op dit moment, maar liet hij zich niet door afschrikken – zo zat hij niet in elkaar. Hij had ook gelijk natuurlijk, goede Sauternes is een prachtige wijn, door veel liefhebbers ten onrechte genegeerd. Altijd als ik Sauternes schenk, zitten de gasten genieten.

We zullen Bill missen. Als bijzonder mens, en als ambassadeur van het goede dat Bordeaux te bieden heeft -mooie Sauternes voorop. En ooit zal deze wijn terugkomen, dat kan niet anders. Hij zal het niet meer meemaken.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Champagne botst met Vin de France

In de wijnlanden van de Europese Unie zijn tegenwoordig veel regels over werkwijzen en herkomstbenamingen onderworpen aan Europese regels. In veel gevallen met succes. Zo zien we dat in de meeste wijnstreken tegenwoordig wijnen uit officiële herkomstbenamingen in harmonie leven met wijnen die daar buiten vallen, zeg maar een trapje lager, met in alle landen de aanduiding IGP/IGT. Een term die tegenwoordig in veel landen van de EU wordt gebruikt voor wijnen die wel uit een afgebakend gebied komen, maar die niet aan de strenge regels van de herkomstbenamingen voldoen.

Een wijnregio als de Languedoc is een mooi voorbeeld. Voor de AOP’s is het als regel alleen maar toegestaan om druivenrassen uit de regio zelf te gebruiken. In lokale IGP’s mogen ook internationale rassen worden gebruikt. Voor de boeren is het aantrekkelijk dat de aanduiding ‘Vin de Pays’ is vervangen door IGP. Veel wijndrinkers zien dit zelfs ook als een soort appellation. Zelfs Bordeaux heeft sinds een paar jaar zijn ‘eigen’ IGP, Atlantique, waarvoor allerlei druiven mogen worden gebruikt die in de AOP Bordeaux niet zijn toegestaan, zelfs pinot noir – de Bourgogne-druif.

Voor een Italiaanse regio als Toscane geldt een vergelijkbaar verhaal. Met het verschil dat de wijnen die vroeger als ‘Vino da Tavola’ op de markt waren, vaak de toppers van de producenten waren. Dus bijna het tegenovergestelde van Vin de Pays. Tegenwoordig vallen deze wijnen onder de IGP Toscana, waarbij het overigens vaak nog steeds gaat om topwijnen van internationale druiven, zoals merlot, cabernet sauvignon en/of cabernet franc.

Weer een trapje lager op de ladder vinden we wat we noemen ‘VSIG’, vin sans indication géographique. Dit type wijn, dat bestaat sinds 2018, wordt aangeduid als ‘Vin de France’. Het geeft aan dat een wijn uit Frankrijk komt, maar verder is het totale vrijheid en kan hij uit alle wijnstreken en combinaties daarvan komen. Zo werkt de grootste producent van Sauvignon Blanc in Frankrijk, François Lurton, voor zijn wijn met een blend van sauvignons uit de Loire, het Zuidwesten van Frankrijk en uit de Languedoc.

De Europese Unie wil deze mogelijkheid om naast AOP en IGP ook VSIG te maken, creëren voor alle wijngebieden. Je zou denken dat die positief zou worden ontvangen, gezien het succes van deze wijnen. Maar dat is buiten de Champagne gerekend. Daar is het programma om de mogelijkheid te geven in deze streek druiven aan te planten voor wijnen die buiten de officiële appellations vallen, stilgelegd – tijdelijk, zo wordt gezegd. De streek wil van de politiek een garantie over de stopzetting van nieuwe aanplantvergunningen voor wijnen zonder geografische aanduiding (VSIG) in haar AOC-productiezone, als deze buiten de controle van de champagneboeren vallen.

Het punt is dat champagne de enige Franse wijnstreek is waar door middel van bijsturing van toegestane rendementen de productie wordt aangepast aan de vraag, zodat de prijzen op peil kunnen worden gehouden, ook als de vraag afneemt, door (gedwongen) minder te produceren. Een systeem waar elders met jaloezie naar wordt gekeken, zeker nu overal sprake is van overproductie. Maar dat systeem kan volgens de boeren worden aangetast als binnen de streek wijnen zonder herkomstbenaming mogen worden geproduceerd. Want Vin de France wordt door consumenten die de weg weten, helemaal niet gezien als een minderwaardige wijn. Sterker nog, er zijn heel goede Vins de France op de markt. Je zou dus in de Champagne wijnen kunnen maken die dezelfde kwaliteit hebben, maar die als Vin de France op de markt brengen buiten de regels van de productiebeperking.

De Champagnesector heeft volgens de nieuwe regel geen andere keuze heeft dan elk jaar de aanplant van nieuwe wijnstokken toe te staan ​​die bestemd zijn voor de productie van VSIG (ex-tafelwijn), waarvan noch de locatie, noch de hoeveelheid geoogste druiven, noch de bestemming van de daaruit geproduceerde wijnen bekend is. De boeren voelen zich bedreigd door het naast elkaar bestaan ​​van wijnstokken bestemd voor de AOC Champagne en wijnstokken bestemd voor de productie van Vin de France. Bovendien hoeven de VSIG’s niet te voldoen aan de strenge normen van de specificaties die aan de AOC Champagne worden opgelegd en het risico lopen de reputatie van de appellation op de internationale markten te schaden.

Dus het lijkt misschien spijkers op laag water zoeken, maar de champagneboeren hebben een punt. Ze hopen dat er een door Europa voorgestelde regel wordt ingevoerd dat de Franse regering kan besluiten om nieuwe aanplant op de huidige en toekomstige oppervlakken van de AOC te reguleren en kan terugbrengen tot 0%. Dat zou kunnen op nationaal-, regionaal- of appellation-niveau, bijvoorbeeld voor gebieden die profiteren van subsidies op het rooien van wijngaarden of crisisdistillatie, of in andere naar behoren gemotiveerde gevallen. Champagne zou dan een ‘naar behoren gemotiveerd geval’ moeten zijn. Dat wordt nog spannend.

Ronald de Groot

 

Columns

Overpeinzingen: Wijn & (geo)politiek

Soms ben ik wel eens jaloers op columnisten die schrijven over (geo)politiek. De onderwerpen waarover je kunt schrijven, dienen zich op een presenteerblaadje aan. Lekker de bokshandschoentjes aan, en je uitspreken over alles wat er op dat vlak fout gaat. Want er gaat eigenlijk niet veel goed, van welke kant je het ook bekijkt. Nou ja, voor sommigen ongetwijfeld wel, laten we maar zeggen.

Toch is ook wijn tegenwoordig, goedbeschouwd, niet meer los te zien van (geo)politiek. De politiek heeft invloed op wijn en de wijn invloed op politiek. De voorbeelden stapelen zich op. Het meest voor de hand liggende voorbeeld zijn importheffingen, het favoriete woord van de nieuwe Amerikaanse president. De Volkskrant beschreef diens gevecht tegen het Amerikaanse handelstekort als het gevecht van Don Quichot tegen de windmolens. Er is geen enkele econoom te vinden die er de zin van in ziet. Maar het moge duidelijk zijn: daardoor laat deze persoon zich niet afschrikken.

Europese wijnproducenten houden hun hart vast. Afgelopen week was ik in Toscane, en voor een DOCG als Chianti Classico zijn de V.S. verreweg de belangrijkste afzetmarkt, met wel een kwart van de totale export. Het UiV (Unione Italiana Vini] heeft berekend dat een importheffing van 20% op stille wijn en 10% op mousserende wijn zou leiden tot een daling van de verkopen op jaarbasis van € 330 miljoen. Wijn geldt als een van meest kwetsbare exportproducten van Italië als er importheffingen komen.

Daarnaast zijn er talloze andere voorbeelden te noemen. In Nederland kunnen we het ons niet voorstellen, maar op veel plekken is de handel in alcoholische dranken, dus ook wijn, in handen van een staatsmonopolie. Van Zweden of Noorwegen is dat wel vrij bekend, maar dat de Canadese staat Quebec ook zo’n monopolie heeft, zou je wellicht niet verwachten. Twee wijnbloggers uit Quebec, die ik tijdens de proeverij in Toscane sprak, deden daar nogal schamper over. ‘In Scandinavische landen valt het staatsmonopolie onder het ministerie van gezondheid. In Quebec is de minister van financiën de baas over het monopolie. Dat zegt genoeg. Het heeft niets te maken met de bescherming van (de gezondheid van) de consument. Maar alles met de bescherming van de gezondheid van de schatkist. In de loop der jaren is het accent dan ook verschoven in de richting van goedlopende wijnen met ruime marges. Want dat is vooral goed voor de schatkist.’

Soms is de rol van de politiek ronduit verwarrend. Zo probeert in Frankrijk het ministerie van gezondheid het alcoholgebruik af te remmen. Bij het heffen van een glas wijn mag de president zelfs geen ‘santé’ meer zeggen. Tegelijkertijd probeert het ministerie van landbouw met subsidies de wijnboeren te steunen om te overleven in crisistijd. Of gewoon door de aanleg van irrigatiesystemen te subsidiëren – wat dan weer in gaat tegen de wens om wijnbouw duurzamer te maken.

Maar het is niet zo dat de politiek alleen maar invloed uitoefent op de wijnbouw. Het kan ook andersom. Zo wist een krachtige lobby vanuit meerdere wijnlanden in 2019 een verbod tegen te houden op het gebruik van koper als middel om meeldauw te bestrijden, voor een periode van zeven jaar. Vooral biologisch werkende boeren in regenachtige wijngebieden zijn sterk op koper (in de vorm van kopersulfaat) aangewezen. Inmiddels nadert het moment dat dit uitstel afgelopen is. Ik ben benieuwd hoe dit afloopt. Gezien de meegaandheid van de EU met de boeren, vooral de laatste tijd, zou het me niet verbazen als er wederom uitstel wordt verleend.

Een lobby vanuit de Bourgogne heeft er onlangs voor gezorgd dat het Franse parlement heeft besloten dat het plafond waaronder een flinke korting wordt verleend op de erfbelasting wordt verhoogd van een half miljoen euro naar 20 miljoen euro. Voorwaarde is wel dat het geërfde bedrijf 18 jaar in het bezit blijft van de erfgenamen. De maatregel is genomen omdat de hoge prijs van de wijngaarden in de Bourgogne families er toe dwong wijngaarden uit de erfenis te verkopen om de erfbelasting te betalen. Waarvan rijke Fransen, zoals de miljardair Bernard Arnault (LVMH), profiteerden door bijzondere wijngaarden voor veel geld weg te kapen.

Dat is dan toch weer mooi. Soms kan een lobby er toe leiden dat de politiek zinnige besluiten neemt.

Ronald de Groot

 

 

Columns

Overpeinzingen: De ene classificatie is de andere niet

De wijnwereld is continu in beweging. Een van de meest opvallende is die in de richting van meer en meer klassementen. Frankrijk heeft een lange geschiedenis, met de classifikatie van 1855 als meest bekende en historische ranglijst. Maar het model van de Côte d’Or en de Chablis (Bourgogne) is ongetwijfeld het meest gevolgd in andere landen en Franse wijnstreken, zoals ook elders in de Bourgogne zelfs, zoals in Pouilly-Fuissé. De VDP deed het met Erstes Gewächs en Grosses Gewächs. De ÖTW deed ongeveer hetzelfde in Oostenrijk. Italië doet het rustig aan, in dat opzicht. Barolo en Barbaresco hebben inmiddels ook een soort crus, hier ‘UGA’ genoemd. Chianti Classico heeft tegenwoordig een soort gemeente-appellations, maar dat kun je eigenlijk geen classificatie noemen. Vino Nobile presenteerde gisteren zijn ‘parochie’-wijnen, Pieve.

We mogen wel zeggen dat van alle streken de eerste, Bordeaux, nog altijd de meest geclassificeerde streek is van allemaal. Na de Médoc en Sauternes in 1855 volgden later ook Saint-Émilion en de Graves. Pomerol wilde er overigens nooit aan. Hoe belangrijk dit werd gevonden blijkt uit de rechtszaken die zijn gevoerd rond de classificatie van Saint-Emilion op momenten dat deze vernieuwd werd.

De classificatie van 1855 kun je zien als historisch, maar net zo goed als achterhaald. Châteaux die destijds nog niet waren ontwikkeld, vielen voor eeuwig buiten de boot. Zo is Château de Fargues in Sauternes geen grand cru classé omdat de wijngaard pas sinds de tweede wereldoorlog Sauternes produceert. Sociando Mallet, in de Haut-Médoc, ten noorden van Saint-Estèphe, was in 1855 nog niet in bedrijf. De wijngaard is een directe voortzetting van de kiezelterroirs van châteaux als Montrose en Calon-Ségur. Eigenaar Jean Gautreau, in 2019 op 92-jarige leeftijd overleden, heeft er altijd voor gestreden om zijn wijn geklasseerd te krijgen, tevergeefs. Wie nu de Sociando-Mallet 1990 drinkt, weet hoe terecht zijn eis was.

Om die reden wilde Gautreau nooit bij het klassement ‘onder’ de geklasseerde wijnen horen, dat van de Crus Bourgeois. Dat zou een erkenning zijn van een realiteit die hij nooit wilde aanvaarden. Hij was niet de enige, zoals bijvoorbeeld ook Haut-Marbuzet in Saint-Estèphe. Dat ondergraaft de waarde van zo’n klassement, zo moge duidelijk zijn. In 2010 volgde zo’n beetje de genadeklap. De afschaffing van de classificatie ‘Cru Bourgeois Exceptionnel’ leidde een uittocht van zo’n beetje alle ‘Exceptionnels’ van dat moment: onder andere Chasse Spleen, Phélan-Ségur, Les Ormes de Pez, de Pez, Potensac, Poujeaux en Siran.

Het klassement wordt nu elke vijf jaar herzien, ditmaal voor de tweede keer. Afgelopen week werd de nieuwste versie gepresenteerd. Dat draagt nog steeds de sporen van de oude uittocht. De titel ‘Cru Bourgeois Exceptionnel’ is wel terug van weggeweest. Maar echt grote namen staan er niet bij, hoewel de genoemde châteaux zeker goede wijnen maken, zoals Malleret, Malescasse, Paveil de Luze en Le Crock. Zij behoren tot zes châteaux, van de 14, die deze titel behielden. Omdat er ook weer acht bij kwamen, blijft het aantal Exceptionnels hetzelfde, dus veertien. Wat de waarde hier van is? Moeilijk te zeggen. Met een classificatie die in aanzien is gedevalueerd en een streek in crisis, valt er helaas weinig van te verwachten. Jammer, want enige vorm van hulp en prestige is juist hard nodig. Maar het woord ‘solidariteit’ lijkt in het woordenboek van Bordeaux niet voor te komen.

Ronald de Groot

Maandag 3 maart kunt u zelf jaargang 2022 proeven op de Perswijn proeverij Union Grands Crus Bordeaux in de Zuiderkerk in Amsterdam.

 

Columns

Overpeinzingen: Hoe werkt de place de Bordeaux?

Afgelopen dagen was ik aan de slag met mijn artikel over de jaargang 2022 in Bordeaux. Een beetje schaven en puzzelen, even de accenten verleggen. Voor Bordeaux is het zeker een goede, voor een aantal top-châteaux zeer goede jaargang. Maar wat ook speelt, is dat het een jaargang is zonder enig precedent. Heter, droger en intenser dan ooit. Dus hoe groots de wijnen ook zijn, wat precies de invloed van de hitte is op de lange termijn, vind ik lastig in te schatten. Interessant is het wel, natuurlijk, om daarover na te blijven denken. Op 3 maart komt de UGCB met de wijnen van deze jaargang naar Amsterdam, dan kan iedereen zijn mening vormen.

Eerder afgelopen week was ik bezig met een artikel over Château de Fargues, Sauternes. Een bijzonder domein, waar prachtige zoete wijnen worden gemaakt, op basis van edele rotting. Unieke wijnen, zonder meer. Maar hoe mooi ook, ik merk dat ik (te) zelden een fles Sauternes open maak. Daarin ben ik bepaald niet uniek. Dat merken de châteaux daar ook. De verkoop is lastig, eigenlijk al jaren. De Fargues probeert dit op te lossen door wel met de handel in Bordeaux te werken (la place de Bordeaux), maar toch ook te streven naar een vorm van exclusiviteit voor importeurs in de verschillende landen. Dat klinkt ingewikkeld, en dat is het ook.

Als een stuk af is, gaat het naar onze eindredacteur. Streng doch rechtvaardig als ze is, wees ze me er op dat mijn uitleg over de handel in Bordeaux niet duidelijk was. Tja, mijn artikelen zijn altijd te lang. Dan ga je zitten bezuinigen op je tekst. Tot het punt dat het niet duidelijk meer is.

Nu is de place de Bordeaux, zoals de handel daar wordt genoemd, ook moeilijk te omschrijven. In mijn antwoord op de vraag om uitleg heb ik een poging gedaan. De place de Bordeaux omvat zo’n 300 negociants die met elkaar sinds jaar en dag de ‘draaischijf’ vormen tussen de châteaux en de wereldwijd gevestigde importeurs. Een netwerk dat al eeuwenlang bestaat. De importeurs kunnen daar elke wijn kopen die via dit systeem wordt verhandeld. Voor die wijnen is dus ook geen exclusiviteit voor maar één importeur. Iedereen kan dus ‘en primeur’ wijnen aanbieden, aangekocht op de place de Bordeaux. Maar ook alle andere wijnen die daar worden verhandeld – waarover later meer.

Maar als wijnen minder goed verkopen, kan dit een nadeel zijn. Importeurs kunnen elkaar op prijs beconcurreren en niemand voelt zich verantwoordelijk om de wijn te promoten – dat zou de concurrentie alleen maar helpen. Daarom wil de Fargues met zijn bijzondere Sauternes niet zo graag dat willekeurig welke importeur de wijn kan kopen bij een handelaar van de place de Bordeaux. Om die reden werkt De Fargues met maar twee negociants (van de 300). Deze twee stemmen ook nog per land af met wie zaken wordt gedaan. Dus als de ene handelaar zaken doet met – in dit geval –  Okhuysen, dan doet de andere geen zaken met een andere Nederlandse importeur. Zo wordt door de Fargues gebruik gemaakt van het wereldwijde netwerk van de négoce (place de Bordeaux) maar in de praktijk komt er dus toch ook een vorm van exclusiviteit, want in Nederland kan de Fargues alleen bij Okhuysen worden gekocht.

Dat châteaux toch zaken doen met de handel in Bordeaux is omdat deze een ongeëvenaard, wereldwijd netwerk heeft. Als je merk sterk genoeg is, werkt dat ook prima. Het is dan ook niet zomaar dat tegenwoordig ook bekende wijnhuizen van buiten Bordeaux hun topwijnen via de place de Bordeaux op de markt brengen. Dat kunnen bedrijven van overal zijn. Voorbeelden zijn Vik uit Chili, Wynns uit Australië, Opus One uit Californië, Solaia en Masseto uit Italië, enzovoort. Een bijzonder systeem, dat doet denken aan de bloemenveiling in Aalsmeer.

Maar er zit wel een addertje onder het gras. Of noem het een tijdbom. Voor de châteaux in Bordeaux is het ook een manier om van hun wijnen af te komen. Naar de négoce en weg. Nu de markt voor veel hoge Bordeaux sterk onder druk staat, zijn er handelaren in Bordeaux die van hun (te grote) voorraden af willen, en deze voor ‘afbraakprijzen’ van de hand doen. Wat de markt verder onder druk zet. Er wordt zelfs gefluisterd dat er wel eens handelaren ten onder zouden kunnen gaan als de primeurcampagne van dit jaar mislukt. Wat zou kunnen betekenen dat dit systeem van ‘en-primeur-verkopen’ nog meer onder druk komt te staan, zeker als er handelaren zijn die hun leveringsverplichtingen niet na kunnen komen – ze kunnen de flessen wijnen die twee jaar geleden op vat werden verkocht, niet leveren. Dat zou dit systeem, dat ook op vertrouwen is gebaseerd, grote schade doen. We wachten in spanning af.

Ronald de Groot

Maandag 3 maart kunt u zelf jaargang 2022 proeven op Perswijn proeverij Union Grands Crus Bordeaux in de Zuiderkerk in Amsterdam

 

Columns

Overpeinzingen: Hoop doet leven

Na mijn terugkomst van een verblijf in Bordeaux, direct in de eerste week van januari, was ik licht gedeprimeerd. Niet vanwege de geproefde wijnen – de jaargang 2022 is goed en interessant genoeg. Maar vooral omdat ik de hele tijd te horen kreeg dat er daar sprake is van een ernstige crisis, de ergste sinds die van begin jaren ’70. Nu is er wel een verschil. Destijds waren er een paar heel matige jaren, met heel matige wijnen, en dat is nu bepaald niet het geval. Maar de verkopen zien er gewoon dramatisch uit. Iedereen zit daar in zak en as.

Gelukkig kon mijn humeur de afgelopen week weer verbeteren, na een bezoek aan Millésime Bio, een beurs voor biologische wijnen in Montpellier, met aansluitend een bezoek aan de wijnstreek Costières de Nîmes. Ook de verkoop van biologische wijnen is niet gemakkelijk, maar de sfeer van ‘we doen het goed, de consumptie groeit’, sprak me direct aan.

Het verschil is natuurlijk ook groot. Het ‘probleem’ van Bordeaux is dat de grote rode wijnen jarenlang probleemloos werden verkocht. En als het dan flink tegenzit, ontstaat er een vorm van paniek. En er is ook geen alternatief. De kinderen van eigenaren hebben Chinees geleerd, omdat dat dé markt van de toekomst zou zijn. Maar nu dat niet het geval blijkt te zijn – integendeel – komen ze tot de ontdekking dat het verwaarlozen van de Europese ‘thuismarkt’ niet zomaar kan worden goedgemaakt.

Wijnboeren uit de Languedoc of de Rhône zijn er al jaren aan gewend om te strijden voor elk stukje marktaandeel. Een heel ander uitgangspunt. In een streek als de Costières de Nîmes kennen ze het klappen van de zweep dan ook als geen ander. Reageren op de markt, en als het kan vooroplopen. Reageren door te werken met flink wat rosé, daarnaast wit en rood. Voorop lopen in biologische en biodynamische wijnbouw. In de streek is 30% van de productie inmiddels biologisch. Wat me opviel was dat hier op verschillende domeinen die ik bezocht een nieuwe generatie was aangetreden, goed opgeleid en ambitieus, en met de vrije hand van de ouders om zaken te veranderen.

Zo ontmoette ik op het Château de Nages, bij Nîmes, Isabel Gassier, die sinds 2022 haar ideeën over regeneratieve wijnbouw in de familiewijngaard mag toepassen. Bij regeneratieve wijnbouw wordt gewerkt aan herstel van het bodemleven, waarbij gebruik wordt gemaakt van natuurlijk processen in de bodem. Het duurde een paar jaar, maar inmiddels heeft ze in de wijngaard een rijke onderbegroeiing en een goed bodemleven bereikt. Niet tegen, maar met de natuur werken dus. Trots toont ze haar mosterdplanten, die er tussen de wijnstokken perfect bij staan en die straks dienen als groenbemesting, en nu als bron van veel bodemleven. Met borden is voor bezoekers een uitleg geplaatst, en met een wandeling langs de borden kun je dit bijzondere project beter leren kennen.

Op Château l’Ermite d’Auzan heeft Jerôme Castillon zijn zoon Tanguy na enig experimenteren het groene licht gegeven de hele wijngaard biodynamisch te beheren. Het certificaat werd in 2024 verkregen. Bijzonder is dat Tanguy met onder andere verschillende rassen rozemarijn zijn eigen kruidenmengsels maakt ter bestrijding van ziektes. Zijn doel was het gebruik van koper, een zwaar metaal en in biologisch wijnbouw eigenlijk het enige middel om meeldauw te bestrijden, helemaal uit de behandelingen te elimineren. Inmiddels is hij zover dat het werkt. Vol trots vertelt vader Jerôme dat bij de oogst van 2024 geen meeldauw van betekenis optrad, zodat een normale oogst binnenkwam. Veel biologisch werkende producenten verloren tot wel 30% door meeldauw. Een bijzondere prestatie, die inmiddels de aandacht heeft getrokken van de media, maar ook van andere wijnboeren en zelfs het INRA, het Franse onderzoeksinstituut voor de wijnbouw.

Zo kan de jeugd ook weer hoop geven in tijden van crisis in de wijnbouw. Een troostrijke gedachte. Ik fleurde er weer een beetje van op.

Ronald de Groot

 

Columns

Overpeinzingen: Geen uitstel meer mogelijk

De stikstof-uitspraak van de rechter, afgelopen week, deed veel stof opwaaien. Maar ik kan me moeilijk aan de indruk onttrekken dat deze niet echt als een verrassing kwam. De voorvrouw van de boerenlobby kon als enige reactie bedenken dat de vorige kabinetten te weinig hadden gedaan om een en ander op te lossen. Alsof er nooit dreigende boeren in de tuin van de vorige minister hadden gestaan, die de euvele moed had om de gebieden met veel stikstof-uitstoot in kaart te brengen. Je moet maar durven.

Nu kan ik me die boerenprotesten op de een of andere manier wel voorstellen. Je zult maar een landbouwbedrijf hebben dat van generatie op generatie in de familie zit, en nu worden geconfronteerd met problemen waar geen oplossing voor is. Zodat er een gedwongen uitkoop moet plaatsvinden, of dure maatregelen moeten worden getroffen. Dit argument weegt naar mijn idee veel zwaarder dan dat wat boeren hier suggereren als ze zeggen dat we zonder boeren geen eten meer hebben. Dat kun je moeilijk volhouden bij een sector die 70% van zijn producten exporteert.

Het lijkt me eerlijk gezegd dat het activistische deel van de boeren mag worden verweten dat ze weinig oog hebben voor de consequenties van hun gedrag. Op meerdere fronten. Niet alleen maar bij hun manier van protesteren, die nogal eens intimiderend overkomt. Maar ook op het vlak van duurzaamheid. Een voorbeeld is het verpachten van landbouwgronden voor lelieteelt, zoals dat gebeurt in bijvoorbeeld Drenthe, alleen maar omdat er dan veel meer geld mee wordt verdiend. Dat gaat voorbij aan de belangen van omwonenden, en het is is ongetwijfeld heel schadelijk voor het boerenimago.

In zuidelijke landen, waar de wijnbouw zit, zijn de problemen anders, maar ook weer vergelijkbaar. Ook daar staat het spuiten van wijngaarden onder druk. Zo is inmiddels de ziekte van Parkinson erkend als beroepsziekte bij boeren die jaren bestrijdingsmiddelen hebben gespoten. Inmiddels mag in Frankrijk niet meer vlak bij bebouwing worden gespoten.

Daarnaast verkeren veel Franse wijnproducenten in grote financiële problemen, met name door de crisis bij de verkoop van rode wijnen. Het probleem met boeren is dat er veel emoties een rol spelen, ook bij het grote publiek, dat boeren dan ook vaak steunt bij hun protesten. Ook in Frankrijk kunnen die behoorlijk intimiderend zijn, met vaak veel schade. Waar het omvallen van een horecazaak met schouderophalen wordt afgedaan, worden boeren met financiële problemen door de politiek liefst met veel subsidies ondersteund. Alsof economische wetmatigheden in dit deel van onze ‘vrije’ markt niet bestaan.

Het probleem is dat het verstrekken van subsidies of het zwichten voor de boerenlobby, die eist dat strenge maatregelen, over mest, stikstof of bestrijdingsmiddelen, uitgesteld of afgesteld moeten worden, de problemen op de lange termijn niet oplost, maar verergert. Natuurlijk, het omvallen van bedrijven die van generatie op generatie zijn voortgezet, doet pijn. Je bewerkt grond die al heel lang in de familie is, dus dat maakt het allemaal zo moeilijk. Maar het kan onvermijdelijk zijn.

Dat een deel van de Franse wijnboeren zelf ook moeite heeft met de vrije markt, kun je zien aan de protestacties tegen de import van goedkope Spaanse wijn. Denk aan het laten leeglopen van tankauto’s met Spaanse wijn, of, zoals onlangs, het bedreigen van Franse supermarkten met goedkope Spaanse wijnen in het schap. Een achterhoedegevecht. Bovendien, deze Franse boeren gaan er aan voorbij dat er in Spanje, net als in Frankrijk, wijngaarden liggen die al generaties in de familie zijn. Veel kleine eigenaren hebben er een betaalde baan naast en verzorgen de wijngaard in hun vrije tijd. En ze verkopen de druiven voor weinig geld, eigenlijk niet genoeg, maar ze willen de wijngaard niet verkopen. En daarnaast is het in het droge Spaanse klimaat mogelijk om met minder bestrijdingsmiddelen, en dus goedkoper wijn te maken dan in veel Franse streken.

Wat we nodig hebben, zijn politici die de boeren en het publiek vertellen dat er geen gemakkelijke oplossingen zijn. Maar dat soort politici is tegenwoordig zeldzaam. Niet onbegrijpelijk, als je ziet aan wat voor bedreigingen ze bloot staan. Toch moet het gebeuren. Of politici die maatregelen treffen die leiden tot structurele oplossingen. Al zijn het maar ‘simpele’ maatregelen, zoals een totaal verbod op het gebruik van herbiciden voor de wijnbouw in Europa. Dat zou betekenen dat een fles een paar dubbeltjes duurder zou worden. Maar het is onvermijdelijk. Als de wijnbouw wil blijven bestaan, zal de productie niet alleen kleiner moeten worden, maar ook duurzamer. Dat is de enige oplossing, alle protesten van boeren en gedraal van politici ten spijt.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: We houden het graag droog – of niet?

De Volkskrant had afgelopen week boven een opiniestuk een mooie kop: ‘Dry January is als een maand paracetamol kopen bij je drugsdealer’. ‘Alcoholist in herstel’ noemt de auteur, Vincent Cardinaal, zich. Hij zegt dat hij het fenomeen van dry january ‘ingewikkeld’ vindt, ondanks dat hij het ook een goed initiatief vindt. Bij hem komt het vooral over als een ‘op sociale media uitgevoerde challenge’. Met als idee dat je moet kijken wie dit het langst volhoudt. Ik ben geen alcoholist in herstel, maar een wijndrinker in bedrijf, maar toch kan ik me goed voorstellen dat hij dit een ingewikkeld fenomeen vindt. Want dat is het naar mijn smaak ook.

Het ‘probleem’ van alcohol zit ‘m in de mogelijkheid dat je er verslaafd aan raakt -zoals deze auteur, aan het gebruik in het verkeer en aan het (te) veel drinken in korte tijd, zeker op jonge leeftijd, het binge-drinken. Dat zijn de problemen die een flinke negatieve impact hebben op onze maatschappij. Dat is -mede- de voedingsbodem van een anti-alcohol-lobby die de laatste jaren alleen maar sterker is geworden. Het zet de hele wijnbranche onder druk. En het heeft daarmee ook gevolgen voor degenen die we de matige gebruikers noemen, want ook die voelen de druk voelen van deze lobby. De lobby richt zich namelijk niet tegen probleemdrinken, maar tegen drinken in het algemeen, dat is het ‘probleem’. En we kunnen dry January zien als een soort overwinning van de lobby. Maar we kunnen het er ook over eens zijn dat het geen oplossing vormt voor problematisch, onmatig drankgebruik.

Als ik naar mezelf kijk, moet ik constateren dat mijn houding ten opzichte van alcohol in de loop der jaren wel degelijk is veranderd. Ik ben me meer bewust geworden van de negatieve effecten. Bij mijn kinderen vond ik het geen probleem als ze als puber ook wat wijn dronken – zoals dat in Frankrijk ook gemeengoed was. Bij mijn kleinkinderen zal ik dat niet meer doen. Niet direct omdat je onder je 18e geen alcohol mag kopen. Nee, ik heb inmiddels beseft dat alcohol op jonge leeftijd minder onschuldig is dan ik ooit dacht. Ondertussen hoor ik dat er café’s in de buurt zijn waar jongeren niet naar hun ID wordt gevraagd, zodat ze onder de 18 toch gewoon kunnen meedrinken. Tja.

Het lastige van de anti-alcohol-lobby is dat deze op die manier zijn doel voorbij schiet. Degenen die gewoon door willen drinken, doen dat toch wel. Inclusief de kinderen onder de 18 die clandestien aan alcoholhoudende dranken komen. Degenen die twijfelen en die toch al weinig drinken, houden er mee op. Terwijl alcohol in deze groep juist geen aantoonbaar kwaad kan. Uit een stroom aan onderzoeken blijkt dat matig alcoholgebruik, zeker op oudere leeftijd, helemaal geen kwaad kan. Sterker nog, kleine hoeveelheden alcohol – één glas per dag voor vrouwen, twee voor mannen – hebben juist een positief effect op de gezondheid. In eerdere artikelen verwees ik al eens naar een artikel in de Lancet uit 2022 waaruit dat duidelijk naar voren komt. De pdf bij het artikel laat goed zien dat het positieve effect van matig alcoholgebruik toeneemt met de leeftijd. Logisch, de kans dat je er op lange termijn kanker van krijgt wordt steeds kleiner en het positieve effect op het voorkomen van hart- en herseninfarcten gaat zwaarder tellen. En dan zijn onderzoeken naar het effect van alcoholgebruik ook nog gebaseerd op wat mensen zélf opgeven als de hoeveelheid die ze drinken. Iedereen weet dat mensen bij de dokter daar voor het gemak zomaar een glaasje van af trekken. Sowieso is onderzoek naar dit soort verbanden erg lastig. We gebruiken nu eenmaal veel voedingsmiddelen door elkaar, dus het ontdekken van een verband tussen het gebruik van één voedingsmiddel, zeker als deze in kleine hoeveelheden wordt genuttigd, en een gezondheidsrisico is per definitie lastig.

In feite past de lobby van de tegenstanders van alcohol naadloos in deze tijd van polarisatie. Het is zwart of wit. De tijd van vijftig tinten grijs is voorbij. Dat deze lobby de WHO zover heeft gekregen dat deze zegt dat er ‘geen veilige dosis van alcoholgebruik’ bestaat, is in dat opzicht nogal treurig. Zeker gezien het feit dat uit publicaties van de WHO zelf blijkt dat dit domweg niet waar is. Voor deze lobby is alcohol een soort duivel die ten koste van alles moet worden bestreden. Dat overgewicht of liggen in de zon een hoger risico op het krijgen van kanker vormen, doet daarbij kennelijk niet ter zake.

Mijn vader zei vroeger: ‘alles waar “te” voor staat is niet goed voor een mens.’ Zo is het maar net. Te hard rijden op een fatbike: gevaarlijk. Te veel in de zon: ongezond. Te veel alcohol: slecht voor je. Maar een goed glas wijn: geen probleem. Daar kan dry January mij in elk geval niet vanaf houden. Ik hoop u ook niet. Op uw gezondheid!

Ronald de Groot

 

1 4 5 6 7 8 85
Page 6 of 85