Columns Archives - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Frankrijk en Italië: twee kanten van de wijnmedaille

De twee wijnlanden die ik het meest bereis, zijn – met afstand – Frankrijk en Italië. Met Spanje er bij goed voor zo’n beetje de helft van de wijnproductie ter wereld. Twee interessante en bijzondere wijnlanden, maar twee landen met, goedbeschouwd, opmerkelijke verschillen.

De verschillen tussen de twee wijnlanden zie je misschien het beste op straat – niet in de wijngaarden. Teken het maar uit. Al jarenlang komen Franse wijnboeren in het nieuws door blokkades van brandstofdepots, brandstichting in wijnbedrijven en zelfs van tolhuisjes, of het laten leeglopen van tankwagens met Spaanse wijn op de snelweg.

In Italië niets van dat al. Of zou dat nieuws ons simpelweg niet bereiken? Nee, dat is het ook niet. Nu gaat er in Frankrijk ook veel meer Spaanse wijn de grens over, al is het maar omdat die naar grote handelaren of supermarktketens gaat, die de consument graag bedienen met veel wijn voor weinig geld. Of biologische wijn die nergens in Europa goedkoper kan worden geproduceerd dan op de Spaanse hoogvlakte.

Het verschil? In Italië maken ze dit soort goedkope wijnen gewoon zelf. Dat is ook de reden dat de Italianen, met een ruime aanwezigheid op Wine Paris, het nodige zelfvertrouwen konden uitstralen. De Italiaanse minister van landbouw, ook aanwezig, bracht het keurig onder woorden. “Italië is er in geslaagd om de international te voorzien van een complete portfolio, van toegankelijke wijnen tot het ultra-hoogste gamma”.

Kijk maar op de tv of op een terras. Het bestellen van een glas pinot grigio is voor velen iets vanzelfsprekends, op een moment dat de voorkeur uitgaat naar een ‘droge’ witte wijn. De populariteit van prosecco als goedkope belletjeswijn is inmiddels legendarisch. En nu wordt prosecco ook nog eens gemixt – drie delen prosecco – bij het maken van het populaire drankje apérol spritz – één deel apérol. Ongekend.

De Scandinavische markt, en later ook andere markten, zijn stormenderhand veroverd door de ronduit zoetige ‘droge’ rode wijnen uit Puglia. Lokale druiven als primitovo en zeker negroamaro hebben vrij droge tannine, dus geef ze eens ongelijk, wat suiker er bij doet wonderen. Zo verkopen die wijnen tenminste – als een jekko.

Maar de kracht van Italië – zoals de minister terecht opmerkt – is dat er ook veel wijnen zijn in de middenklasse of helemaal aan de top. Hoge wijnen uit bijvoorbeeld Bolgheri, Brunello of Barolo behoren tot de duurste wijnen ter wereld. Op het vlak van machtig rood kun je ook terecht bij Amarone. Prachtig wit komt uit Friuli en Alto Adige.

Ook de Italiaanse export staat onder druk, uiteraard. Maar Italianen lijken toch flexibeler dan Fransen, en bovendien meer bereid om zelf te proberen de situatie op te lossen, dan zelf maar steeds naar hun overheid te kijken voor een oplossing. Meer en betere marketing, mooiere design, alles nét even een tandje extra.

En dan kunnen Italianen ook nog eens sluw zijn, als het er op aan komt. In het Franse zuiden heerst grote frustratie over het feit dat de naam van de druif ‘vermentino’ alleen is voorbehouden aan Italiaanse wijnen. Dat is de Italianen gelukt door te zeggen dat Vermentino onderdeel is van de naam van een aantal van hun DOC’s, zoals bijvoorbeeld Vermentino di Gallura, van Sardinië. Nu zitten de Fransen opgescheept met de nietszeggende naam rolle voor deze toch vrij veel aangeplante en populaire druif. De aanduiding friulano, de druif van Friuli, mag ook niet meer over de grens, in Slovenië worden gebruikt.

Laat die Italianen maar schuiven. Ze stellen zich veel meer op als ondernemers, en dat is slim. Kijk naar het aantal agriturismi in bijvoorbeeld Toscane: toeristen kunnen overal op wijnbedrijven zelf terecht. Dus dan hoef je ook straat niet op te gaan. Sterker nog, daar hebben ze in Italië helemaal geen tijd voor.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Wijn is niet gewoon

Voor de rubriek Goed Gegist in het volgende nummer van Perswijn schreef ik er al iets over. Het Europese parlement heeft onlangs een groot steunpakket aangenomen voor de wijnbouw. Dat houdt in dat individuele wijnlanden ‘hun’ wijnboeren mogen steunen tot een bepaald maximum, niet meer dan 25% van de omvang van hun wijnsector. Waarmee maar weer eens is aangegeven dat de wijn in Europa een bijzondere status heeft. Of een goede lobby.

In een artikel op vitisphere.com werd afgelopen week uitgerekend wat dit zou betekenen voor de Franse wijnbouw. De Europese Commissie maakte 40 miljoen euro vrij om 1,2 miljoen hectoliter te laten destilleren, om onverkochte voorraden weg te werken. De boeren hadden gevraagd om 80 miljoen euro. Het bedrag is nu goed voor 33 euro per hectoliter, 33 cent per liter. Daar kan de schoorsteen uiteraard niet van roken. Maar er zijn wijnboeren die realistisch zijn. Die het bedrag weliswaar laag vinden, maar die zich ook realiseren dat veeboeren bijvoorbeeld dit soort steun niet krijgen.

Het rooien van wijngaarden lijkt onvermijdelijk, als je kijkt naar de overproductie en ook daarvoor is geld vrijgemaakt. Maar de consequentie kan zijn dat vooral oude wijngaarden worden gerooid, omdat deze (veel) minder produceren. Er zijn ook senatoren die vinden dat dit geen oplossing op de lange termijn, onder andere door ‘vernietiging van het Franse productiepotentieel’.

Het zou misschien een idee zijn om te kijken wat je buiten dit soort steunpakketten om zou kunnen doen om wijn ‘gewoon’ beter te verkopen. Ik moet hierbij denken aan de uitspraak van Michel Chapoutier, vorig jaar: “In de wijnbouw leven we niet in een periode van overproductie, maar veel meer in een crisis waarbij vraag en aanbod niet goed op elkaar zijn afgestemd.”

Maar zo simpel is het helaas niet. Zo worden steeds meer mousserende wijnen gedronken, dus lijkt overstappen naar de productie van (deels) mousserend een logische stap. De cijfers laten het ook zien. De verkopen van Crémants zijn het afgelopen jaar weer gestegen. Maar er schuilt een addertje onder het gras, een vette adder. Want bij de stijgende verkopen heeft de stijgende productie wel geleid tot lagere prijzen. Waarmee zo’n overstap minder profijtelijk wordt. Ook de markt van rosé is daar een voorbeeld van.

Maar Chapoutier voegde er nog een opmerking aan toe. Hij stelde dat vooral op het niveau van betaalbare wijnen meer vrijheid moet komen voor boeren om innovatief te zijn, en zo beter te kunnen concurreren.

Hiermee wordt een gevoelig punt geraakt. Decennia lang hebben wijnboeren en instanties de regels voor het maken van appellationwijnen, maar ook IGP’s, verdedigd door te stellen dat specifieke druiven en/of specifieke manieren van wijnmaken essentieel zijn voor de typiciteit van de wijnen.

Maar op het niveau van entry-level wijnen is typiciteit voor veel consumenten niet zo’n belangrijk aankoopargument. Ik kan me herinneren dat het Australische bedrijf Lindemans een paar jaar geleden, ongetwijfeld uit kostenoverwegingen, voor bepaalde wijnen ‘switchte’ van Australisch naar Zuid-Afrikaans. Voor sommige wijndrinkers is het belangrijker om een Merlot te drinken, dan exact te weten waar hij vandaan komt.

Bepaalde Italiaanse wijnstreken weten perfect hoe hun publiek te ‘bespelen’, zoals Prosecco, of Puglia met Primitivo. Wellicht zijn Fransen van zichzelf principiëler – wat ik nog denk ook. Maar je ziet het wel verschuiven. Zo werden hybride druiven jarenlang verboden, en tegenwoordig op steeds grotere schaal aangeplant. Omdat deze minder vaak hoeven te worden behandeld, zijn de productiekosten lager. Daarnaast is er tegenwoordig de mogelijkheid een ‘Vin de France’ te maken, van druiven uit heel Frankrijk. Een categorie die aardig succesvol is, en waarin steeds meer wijnen worden verkocht voor hoge prijzen. Inmiddels wordt er zelfs over gedacht om alcoholvrije wijnen binnen de IGP op de markt te mogen brengen, mits gemaakt van lokale druiven en van een voldoende kwaliteit. De techniek om die te maken wordt steeds verder geperfectioneerd. Waarschijnlijk zullen ook de regels om andere druiven dan gebruikelijk aan te planten voor het maken van appellationwijnen. Bordeaux heeft daarin al een stap gezet door het toestaan – op experimentele basis – van een aantal druiven van buiten, zoals bijvoorbeeld touriga nacional en albariño. Ook in Bordeaux mag ‘Bordeaux Claret’ straks op de markt komen met restsuiker – naar het voorbeeld van Primitivo.

Je kunt er van alles van vinden, maar waarom zouden Franse wijnboeren roomser zijn dan de paus? Dat lijkt me geen goed plan.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Soap rond DRC heeft bittere nasmaak

Een bericht in Tubantia, afgelopen donderdag: Le Vin en Direct en Domaine de la Romanée-Conti (DRC) stonden tegenover elkaar voor de rechter. De reden, volgens het artikel, is het opzeggen van de distributie-overeenkomst door DRC met Le Vin en Direct. Dit naar aanleiding van het feit dat Le Vin en Direct niet aan DRC zou hebben gemeld dat het was overgenomen door E-Luscious, een investering van Gilde Equity Management, dus private equity. Deze overname heeft er toe geleid dat de wijnen van DRC ook werden verkocht door Colaris in Weert, eveneens onderdeel van E-Luscious.

Nu ken ik de precieze toedracht van deze rechtszaak niet, reden om afgelopen week contact op te nemen met Henk Maas, oprichter van Le Vin en Direct en na de overname nog steeds aan de leiding van dit bedrijf. Na mijn berichtje word ik direct door hem teruggebeld. ‘Het is heel vervelend allemaal. En bedenk wel dat deze zaak door jullie aan het rollen is gebracht.’ Hij doelt ongetwijfeld op een stukje in Goed Gegist van nummer 5 van 2024. Na goed speurwerk schreef Frank Jacobs over de overname het volgende: “Het feit dat wijnhandel Colaris in Weert de laatste tijd wijnen van het fameuze Domaine de la Romanée Conti aanbiedt, zorgde op de redactie van Perswijn voor de nodige verbazing. Sinds jaar en dag is wijnhandel Le Vin en Direct in Delden namelijk de enige officiële verdeler van deze wijnen op de Nederlandse markt. Wat onderzoek bracht helderheid en leerde ons dat e-Luscious B.V. in Gorredijk, het moederbedrijf van Colaris […] enige tijd geleden Le Vin en Direct heeft overgenomen, iets waar geen enkele ruchtbaarheid aan is gegeven. Het overnamebedrag zou ± 27,5 miljoen euro zijn geweest.” Destijds al was Henk Maas hier kwaad over, en zegde toe alles tijdens een afspraak recht te zetten, dan wel aan mij uit te leggen. Deze afspraak werd op het laatste moment afgezegd. Als ik Henk Maas daar nu mee confronteer, zegt hij dat de CEO hem destijds terugfloot. Maar dat hij alle CEO’s nu ‘heeft weggewerkt’, zodat hij vrijuit kan spreken. Ik stuur hem, zoals afgesproken, mijn vragen toe, maar wederom zegt hij de afspraak op het laatste moment af, nu omdat ‘de zaak onder de rechter is’. Niet eens zo onbegrijpelijk, maar maak die afspraak dan niet.

Resteert dus een aantal onbeantwoorde vragen, en blijft enig giswerk over. Giswerk, maar wel met een paar cijfers in de hand. Volgens het artikel in Tubantia zouden de wijnen van DRC de helft van de omzet uitmaken van Le Vin en Direct. Uit de jaarstukken van na de overname blijkt dat deze jaaromzet boven de 7 miljoen moet liggen. Dus rekent u maar uit hoeveel geld daarin omgaat en hoe belangrijk dit is. Een van mijn vragen aan Henk Maas was of dit met terugwerkende kracht problemen zou kunnen opleveren met de overnemende partij, e-Luscious, met investeerder Gilde Equity Management als investeerder op de achtergrond. Dat Maas daar niet op in wil gaan, is in zijn positie niet eens onbegrijpelijk. Want die lijkt me met een dreigend verlies van de helft van de omzet – als dat waar is – al benard genoeg.

Als Maas zegt dat wij de zaak aan het rollen hebben gebracht, is de volgende vraag: hoe dan? Het is voorstelbaar dat er restaurateurs waren die het bericht dat de wijnen van DRC via Colaris ook aan particulieren werden verkocht, niet zo konden waarderen. En dat er wellicht ook andere importeurs waren die DRC daarop attent hebben gemaakt, wellicht in de hoop het account over te kunnen nemen. Bekend is wel dat sommige restaurateurs, wegens hun grote liefde voor mooie Bourgognes, via een brief in contact stonden met het domein.

Zeker is ook dat Henk Maas zich in het verleden, met zijn machtspositie rond deze wijnen, waarbij hij ook niet naliet om die te gebruiken, niet overal geliefd heeft gemaakt, en dat zich dat nu als een boemerang tegen hem heeft gekeerd.

P.S. Henk Maas reageerde niet op de vraag om commentaar.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Februari – tijd voor de Anteprima Toscana

Mijn overpeinzing komt dit keer uit Italië. Februari is traditioneel voor de Anteprima Toscana. Een vooruitblik op de nieuwe wijnen van een aantal Toscaanse streken die nieuw op de markt komen. Dit weekend was ik eerst in Montepulciano, nu ben ik weer terug in Florence. 

Een collega vroeg me voor de hoeveelste keer ik hier was. Een ander vroeg me wanneer ik eindelijk met pensioen ga. Op beide vragen kon ik geen antwoord geven. Een veeg teken. Maar hoewel het een traditie is geworden, is er nooit sprake van routine. En gelukkig: het fijne van Italië is: ze blijven je hier verbazen. Wat voor mij routine is, zou dat ook voor de Italianen kunnen zijn. Nee dus. Totale chaos is het niet, maar je moet af en toe wel geduld hebben, laten we maar zeggen.

Iedereen kent deze oude grap. De hemel is waar de politie Engels is, de koks Frans, de monteurs Duits, de minnaars Italianen en waar de Zwitsers alles organiseren. De hel is waar de politie Duits is, de koks Engels, de monteurs Frans, de minnaars Zwitsers en waar de organisatie in handen ligt van Italianen. Clichés, natuurlijk, maar het zou geen goede grap zijn als er geen kern van waarheid in zou zitten.

Logistiek is een vak apart. Op het vliegveld word je snel en efficiënt opgepikt. Maar de geplande busreis van Florence naar Montepulciano verloopt voor vertrek chaotisch. De bus komt maar niet en een hostess leest in wanhoop van een lijst wel vijf keer alle namen op, om te kijken of iedereen klaar staat. Eén keer is blijkbaar niet genoeg. Ik kan mijn naam inmiddels niet meer horen. Bij vertrek uit Montepulciano is de bagage nergens te bekennen. Ach, kleine ongemakken natuurlijk.

Een bijzonder fenomeen hier zijn seminars met paneldiscussies. Italianen houden van praten, heel veel praten. Op tijd beginnen is daarbij een uitdaging. Op de eerste dag begint het inleidende seminar meer dan een half uur te laat. Het wemelt op het podium van de bestuurders en regionale politici die allemaal hun zegje moeten doen. Dus eindigen we ook te laat. Tja, het zal eens niet.

Een mooi spektakel was het seminar – met paneldiscussie – in het fortezza van Montepulciano over de toekomst van Rosso di Montepulciano, de instapwijn van de streek. En tussen haakjes in feite ook over de toekomst van Vino Nobile zelf. Een Canadese journalist veroorzaakte tumult met de vraag – of eigenlijk een suggestie – dat het misschien beter zou zijn de naam van de streek te veranderen. Want Vino Nobile di Montepulciano en Montepulciano d’Abruzzo zijn voor veel wijndrinkers toch maar lastig uit elkaar te houden. Hm.

Nou, dat moet je hier echt niet zeggen. De heftige en luide Italiaanse reactie was dan ook vrij voorspelbaar – niet onterecht. ‘Nobile di Toscana’ bijvoorbeeld zou niemand iets zeggen. En bovendien is het gebruik van de term ‘Nobile’ niet beschermd. Het is natuurlijk ook niet logisch om de naam van de DOCG los te koppelen van die van het beroemde, historische stadje en van ‘haar’ DOCG. Je kunt je culturele wortels niet zomaar uitwissen. Trots op de naam en de historische context is juist meer op zijn plaats.

Maar de discussie zegt wel iets over de zorgen die er bestaan over de bekendheid en relevantie van de streek. Als kleinere DOCG tussen ‘groten’ als Brunello di Montalcino en tegenwoordig ook Chianti Classico is het lastig je te onderscheiden, zeker bij jongere wijnliefhebbers – tegenwoordig heeft iedereen het over de drinkgewoonten van Gen Z. Ze gokken hier op (te) veel paarden. Rosso di Montepulciano, Vino Nobile di Montepulciano, en daarvan nog versies als Riserva, Selezione en tegenwoordig ook Pievi. En vergeet de Supertuscans niet, van internationale druiven. Waarheen wil Vino Nobile nou eigenlijk? Ik ben er niet veel wijzer van geworden. Ondertussen zaten de toeristen op het terras op de Piazza Grande van Montepulciano – veelzeggend – aan de Aperol Spritz.

Chaos in je logistiek of bij je seminars is niet zo erg. Maar chaos in de opbouw van je merk in een moeilijke markt, lijkt me nogal desastreus. De schuld van de hostessen is het niet. En ondertussen heb ik genoeg badges overhandigd gekregen om mijn nek vol te hangen en de rest van de tijd goed door te komen.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Wandelboek als wijngids

Voor het volgende nummer van Perswijn interviewde ik onlangs Stephan Reinhardt, onder andere verantwoordelijk voor de wijnbeoordelingen in de Wine Advocate van de wijnen uit Duitsland en Oostenrijk. Een interessant verhaal, ook al vanwege zijn uitgesproken voorkeur voor lichtvoetige Duitse wijnen – liefst met maar 11% alcohol. In zijn rol als wijncriticus voor de Wine Advocate wordt hij in een soort keurslijf gedwongen: de wijnen moeten een duidelijke puntenwaardering krijgen. En hij zou de wijnen veel liever beschrijven dan ze exacte punten te geven. Wel begrijpelijk, natuurlijk. Punten geven levert altijd twijfels op, en dat je een keertje de mist in gaat, is niet denkbeeldig.

Wellicht zou hij zich thuis voelen met de wijngids ‘Oostenrijk en Zwitserland’ van Sander de Vaan, die eind vorig jaar het licht zag. De Vaan beschrijft in deze gids wijnboeren in de twee landen, zonder een oordeel te geven over hun wijnen. Sterker, hij laat de wijnboeren zelf aan het woord, om te zeggen welke van hun wijnen ze graag aan de lezers willen voorstellen. Een sympathieke benadering, die de wijnboeren alle ruimte geeft, en dat leest gemakkelijk weg. Op de achterflap spreekt Harold Hamersma in zijn bekende jargon over een ‘heerlijk wegdrinkend wijnboek’. De spijker op zijn kop.

Toch vraag ik me af wat je er als lezer nu precies aan hebt. Maar dat is natuurlijk de nerd in mij. Dezelfde achterflap noemt het boek een ‘Ontdekkingstocht langs de verrassende wijnstreken van de Alpen’. Hm, tja, eigenlijk hebben de wijnstreken van Oostenrijk – behalve die in Tirol – met de Alpen weinig van doen. Daarnaast voert de gids ons langs de ‘beste wijnmakers’. Maar waarom sommige van de beste wijnmakers er wél in staan, en andere niet, heb ik niet kunnen ontdekken. Dat bij het artikel over Neusiedlersee Kracher bijvoorbeeld helemaal niet voorkomt, is niet goed te begrijpen. Bij Steiermark is het zoeken naar de beide Sabathi’s. In de Wachau zijn veel grote wijnmakers, wat zeker geldt voor Knoll en F.X. Pichler, maar Hirtzberger had er toch ook wel bij gemogen.

De verhalen zelf zijn lichtvoetig van karakter, logisch als je de wijnboeren aan het woord laat, natuurlijk. Maar dat de wijnen van F.X. Pichler de afgelopen jaren sterk van stijl zijn veranderd, lezen we hier niet in terug. Of hoe anders de wijnen van het westen van de Wachau zijn in vergelijking met het oosten.

Zwitserland ken ik als wijnland minder goed, en het is leuk dat hier een keer aandacht aan wordt besteed. Het kaartmateriaal is hier wat minder van kwaliteit dan bij het Oostenrijkse deel, maar dat was ongetwijfeld niet voorhanden. Dat probleem hebben wij ook als we artikelen maken voor Perswijn. Op de Nederlandse markt speelt Zwitserland een veel minder belangrijke rol dan Oostenrijk, maar het is leuk om iets te lezen over wijnen van druiven als petite arvine of cornalin.

Laten we de titel ‘Wijngids’ dan maar met een korrel zout nemen en spreken over ‘wijnverhalen uit de Alpenlanden’, dan komt het meer in de buurt van wat voor soort boek dit is. Lees het om de lichtvoetige teksten, en de verhalen van de producenten over hun wijnen, en welke ze aan u, de lezer willen voorstellen. Eigenlijk zou je het kunnen zien als een fiets- of wandeltocht langs wat bekende wijngoederen, met bij elke wijnboer een gezellig praatje. Maar het zou Stephan Reinhardt niet scherp genoeg zijn.

Sander de Vaan, Wijngids Oostenrijk & Zwitserland, € 27,95

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: In wijn verandert meer dan je denkt

Afgelopen vrijdag had ik de eer te mogen spreken op de wijndocentendag van de SDEN, de Stichting Dranken Examens en Normering. Dus voor wijndocenten in het beroepsonderwijs, horecaopleidingen of particuliere wijncursussen. Een mooi, jaarlijks terugkerende initiatief, zeker op een moment dat de verkoop van wijn onder druk staat. Hoe meer kennis over wijn, des te beter. Mijn verhaal ging over de effecten van de klimaatopwarming op de wijnbouw, en meer specifiek Bordeaux. Ondertussen deed het weer van de afgelopen tijd zijn best om een van de punten van mijn verhaal, over de gevolgen van een minder krachtige straalstroom, te onderstrepen.

De problemen van de klimaatverandering zitten hem voor de wijnbouw tot op dit moment vooral in de extremen. Droogte, regen, hagel, vorst, allemaal kan het voorkomen en problemen opleveren. Wie het weer volgt, kan zien dat dit voor een deel kan worden veroorzaakt door de afzwakkende straalstroom. Weersystemen -hogedrukgebieden en lagedrukgebieden- die voorheen werden voortbewogen, blijven nu ‘hangen’. Op die manier is het lange tijd hetzelfde weer. Zo ligt er nu al lange tijd een hogedrukgebied boven Europa, dat amper van zijn plek komt. In Zuid-Europa zorgt dat voor abnormale hoeveelheden regen, gestimuleerd door het nog altijd vrij warme water van de Middellandse Zee.

Uit de zaal kwamen ook goede vragen. Altijd fijn om de rijstebrijberg van kennis in mijn hoofd wat beter te ontsluiten. Zo werd gevraagd of de autoriteiten wel snel genoeg zouden reageren op de uitdagingen van het klimaat. Veel boeren klagen inderdaad over regelgeving, en hoe hen dat belemmert in hun werk, soms ook terecht. Dus over het antwoord moest ik even nadenken. Mijn gedachten gingen uit naar het persbericht van Château Lafleur (Pomerol, nu Vin de France), waarin werd gezegd dat het château had besloten de appellation Pomerol in te ruilen voor Vin de France. Als reden werd gegeven dat de regels voor Bordeaux te beknellend waren. Maar daar zat een gemeen addertje onder het gras. Later hoorde ik in Bordeaux dat het château was betrapt vanwege het zonder toestemming irrigeren van de wijngaard, midden in de nacht. Tja, dan heb je gewoon geen recht meer op de appellation. En dan kies je de vlucht vooruit.

De realiteit is dat de crisis in de wijnbouw, in combinatie met de klimaatverandering, heeft geleid tot opmerkelijke, en opmerkelijk snelle veranderingen in de regelgeving. Onder druk wordt alles vloeibaar. Zo mogen we verwachten dat er in Frankrijk straks rode wijn of rosé mag worden gemaakt met restsuiker – in Bordeaux zijn er appellations die daar interesse in hebben. Ook bijzonder is dat voor ‘gewone’ Bordeaux druiven mogen worden aangeplant waarvan we nooit hadden kunnen dromen dat het zou mogen. Zoals touriga nacional voor rood of alvarinho voor wit. En andere druiven. Dus zeg niet dat er niets verandert. Als je er van te voren toestemming voor zou vragen, zou zelfs irrigeren mogelijk zijn.

Na mijn verhaal volgde een uitleg over de laatste ontwikkelingen in het sherry-gebied, door Nadien de Visser. Heel leerzaam en interessant. Ook hier zijn veel nieuwe ontwikkelingen, en grote aanpassingen in de wetgeving. Zo mag er tegenwoordig ook onversterkte fino en manzanilla worden gemaakt, van druiven die in de wijngaard licht gedroogd zijn. Daarnaast heeft een aantal producenten de Vino de Pasto gelanceerd, een droge witte wijn uit dezelfde streek, gemaakt van druiven van kalkhoudende albariza-ondergronden, en soms met een lichte sherrytoon en soms niet. Spannend en revolutionair voor het sherry-gebied. Net als het toelaten van zes nieuwe druiven, of eigenlijk historische druiven. Druiven die moeten zorgen voor meer zuren, meer aromatische variatie en die daarnaast beter tegen hitte en droogte kunnen. Het gebeurt allemaal.

Dus we kunnen moeilijk zeggen dat de autoriteiten niet bereid zijn de regels aan te passen. Nu is het aan de producenten om er goed mee om te gaan. En er voor te zorgen dat ondanks alle veranderingen de stijl van de wijnen niet te drastisch verandert. Want voor zowel de Bordeaux als voor het Sherry-gebied is dat een niet onbelangrijk detail. Hoe belangrijk de veranderingen ook zijn.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Wijntoerisme in Europa – gemiste kans

Waar we ons bevinden in de Languedoc zitten we niet ver van het dorpje Assignan. Daar is sinds enige jaren iets bijzonder aan de hand. Bij het dorp ligt een wijngoed, Château Castigno, dat een aantal jaren geleden werd overgenomen door een Belgische ondernemer, Marc Verstraete. Met de overname van het domein nam hij ook het dorp een beetje over. Hij vestigde er een paar restaurants, een winkel voor zijn wijnen en een hotel. Een deel van de panden die hij daarvoor in bezit heeft, gaf hij een paarse kleur, zeg maar lila, of lavendel. Een actie die gemengde gevoelens opriep. Sommigen vonden dat het karakter van het dorp volledig werd verpest. Andere juichten toe dat er leven in het dorp kwam, en daarmee de toeristen.

Maar of je het nu toejuicht of niet, in de huidige crisis is mikken op wijntoerisme een van de manieren om toch nog wat te verdienen. Het zorgt voor klantenbinding – als je een wijngoed kent, dan koop je de wijnen sneller nog eens. Bovendien verdien je op elke fles die je ter plekke aan een consument verkoopt een stuk meer dan aan een fles die je exporteert naar – pakweg – een Nederlandse importeur, die liefst een absolute bodemprijs betaalt.

Uit het onlangs verschenen ‘The new Global Wine Tourism Report 2025’, waarin antwoorden werden verwerkt van 1310 wijnbedrijven in 47 landen, kwam dan ook een positief beeld naar voren. Het zorgt voor minder leegloop op het platteland, meer betrokkenheid van consumenten en voor meer dynamiek in de wijnbedrijven.

Volgens het rapport noemt twee van de drie geënquêteerde wijnbedrijven hun toeristische activiteiten winstgevend of zeer winstgevend. Met meest zo’n 25% van de inkomsten uit toerisme. Maar dat is veelal bij wijnbedrijven buiten Europa. In Napa Valley bijvoorbeeld wordt wel 50 tot 70% van de inkomsten gegenereerd op het bedrijf zelf door directe verkopen, wijngaardbezoeken en fees voor proeverijen. Of zelfs met culturele evenementen en proeverijen waarbij wijn en gerechten met elkaar worden gecombineerd.

Het is eigenlijk vreemd en ook opvallend dat Europese wijnbedrijven hierin zo ver achterlopen. Een streek als Bordeaux, met zijn beroemde châteaux, is een goed voorbeeld. Op Château d’Yquem sprak ik hier begin januari over met directeur Lorenzo Pasquini. Zijn mening is duidelijk. ‘In Bordeaux wordt veel te weinig gedaan om het bezoek aan domeinen te bevorderen. Het is toch zot dat je klanten over de hele wereld hebt, dat je “nee” moet verkopen als iemand op bezoek wil komen. Je moet hem met open armen ontvangen. Je moet de unieke ervaring bieden om zijn of haar favoriete château te bezoeken. Dat worden ambassadeurs voor het leven. Op Yquem hebben we fors geïnvesteerd om het de bezoeker juist gemakkelijk te maken. We verkopen 10% van onze wijn hier. In Napa Valley zijn die percentages nog veel hoger. Je zou als je in Bordeaux komt toch willen dat je bij het toerismebureau komt of op het vliegveld dat er een bord zou zijn waarop je kunt zien hoe en waar je al die mooie châteaux zou kunnen bezoeken.’

Maar Fransen zijn niet zo heel ondernemend, en Frankrijk is ook niet zo’n ondernemersvriendelijk land. Dat neemt niet weg dat Pasquini gelijk heeft. Als je ziet hoeveel inspanning Napa Valley doet om toeristen te trekken en hoe weinig Bordeaux, dan is zijn de woorden ‘gemiste kans’ een understatement.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Pioniertijd internet is voorbij

Na het schrijven van mijn hoofdredactionele artikel voor nummer 1 van Perswijn, afgelopen week, kreeg ik van onze eindredacteur, Anda Schippers, de vraag hoeveel van deze stukjes al uit mijn pen – of liever mijn laptop – zijn gevloeid. Ik sloeg aan het rekenen, en kwam tot minimaal 160, maar waarschijnlijk gaat het meer richting de 200. In de begindagen van Perswijn bestond mijn ‘hoofdredactioneel’ uit een samenvatting van wat in het blad te lezen was. Het was de toenmalige eindredacteur, Peter van der Hoest, die vond dat het een écht hoofdredactioneel moest zijn, dus een meer persoonlijk verhaal over een actueel onderwerp. Hij had gelijk en ik volgde zijn advies op – gehoorzaam als ik van nature ben. De enige die ze allemaal heeft gelezen is Anda, zo merkte ze vervolgens snedig op. Een prestatie op zich.

Het was de in 2017 overleden redacteur René van Heusden die vond dat we ook op internet zo’n soort verhaal moesten krijgen, en wel liefst elke maandag, zoals ook Decanter dat had. Een goed idee, maar zelf kreeg hij niet de tijd van leven om hier aan te beginnen. Ik pikte zijn idee wel op, en inmiddels heb ik er meer dan 400 gepubliceerd. Ook een prestatie, vind ik zelf. Vaak komen – het kan niet anders – wel dezelfde onderwerpen aan bod, maar de ontwikkelingen gaan zo snel, dat er altijd wel een nieuwe invalshoek is.

Perswijn website in 2006

Ik moet even terugdenken aan de tijd dat we begonnen met onze website. In een soort stenen tijdperk van het internet, het moet al in de jaren negentig zijn geweest. We werden destijds geholpen door een van de pioniers op het gebied van wijn en internet, de afgelopen week op 75-jarige leeftijd overleden Jan Rook. Hij maakte de website ‘Het Wijnplein’. Echt een soort plein, dat vooral sterk was in het doorgeven van persberichten en vertaalde berichten van overal. En ooit in het verslaan van relletjes tussen René van Heusden en diens ‘favoriete vijand’, de inmiddels ook overleden John Bindels – die zelf ook publiceerde op Wijnplein. Over de doden verder uiteraard niets dan goeds. Want alle drie hebben ze op hun manier bijgedragen aan de opbloei van het schrijven over wijn, en dat is een mooie verdienste.

Op zijn hoogtepunt dacht Jan Rook dat zijn Wijnplein een hoop geld waard was, maar dat was niet zo realistisch. Inmiddels zijn er veel websites met wijninformatie, zodat het unieke van de begintijd er op een gegeven moment wel zo’n beetje vanaf was. Uiteindelijk staat of valt een website ook met de inhoud en de originaliteit daarvan. En natuurlijk moet hij ook goed werken.

Zelf zijn we bezig met een verbouwing van onze site, omdat je continu bij de tijd moet blijven. Overigens zijn er tegenwoordig zoveel manieren om met je lezers te communiceren, dat het lastig is om uit te maken wat het beste werkt. Zo is Instagram tegenwoordig ook een belangrijk medium. En laten we Youtube niet vergeten. Ik was blij verrast om bij een producent uit Priorat te horen dat deze naar onze video’s keek. Je kunt inmiddels zelf zo de ondertiteling aanzetten – zover is de techniek al, wonderbaarlijk genoeg. Zo kun je door internet internationaal aan de weg timmeren zonder dat het ooit je bedoeling was.

De essentie is natuurlijk om nieuwsgierig te blijven. Continu op zoek naar nieuwe verhalen en belevenissen. Inmiddels ben ik afgereisd naar het Franse zuiden. Na de extreme bosbrand in de Corbières van afgelopen hete en droge zomer stromen de rivieren nu over van het regenwater, dat met bakken naar beneden komt. In het departement Hérault zijn bijna dertig wegen afgesloten door overstromingen. Klimaat en wijnbouw zijn in de ban van extremen. Daar zijn nog veel verhalen over te schrijven.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Lange termijn een puzzel

Het leek wel een beetje symbolisch, de omstandigheden waaronder ik vorige week naar Bordeaux vertrok voor de jaarlijkse proeverij van Bordeaux op fles – ditmaal de ’23. Nederland was in de greep van de meest winterse omstandigheden in jaren. En KLM bleek nog het meest in de greep van de winterse omstandigheden. Mijn vlucht naar Bordeaux zou aankomen om half zes in Mérignac. Na uren wachten bleek ik pas na middernacht voet aan de grond te kunnen zetten in Bordeaux. Tja. Nog nooit heb ik zo vaak de term de-icing gehoord. Ik kon het niet meer horen, zeker nadat we een paar in het vertrekkende toestel op deze procedure moesten wachten. Ik mocht mijn handen dichtknijpen dat ik afgelopen donderdag vrijwel zonder problemen terug kon vliegen.

Ik zeg symbolisch, want de temperatuur in Bordeaux was ook ruim onder nul. Niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk. In het vorige nummer van Perswijn had ik het al over de toegenomen concurrentie van elders. Maar er speelt veel meer. Als je de berichten in de pers ziet, dan zou je allicht kunnen denken dat vooral ‘kleine’ Bordeaux in de problemen zitten. Wijnen die voor (te) lage prijzen in de supermarkten staan – een fenomeen waar het CIVB vruchteloos tegen ten strijde trekt. Maar wie hier in de streek om zich heen kijkt, weet wel beter. Onlangs werd Château Gruaud-Larose, nota bene een tweede grand cru classé, in een constructie is geplaatst om het tegen schuldeisers en een faillissement te beschermen. Eigenaar is de familie Merlaut, een van de geziene families in de Bordelaise wijnhandel. En mij wordt verzekerd dat dit niet de laatste ‘verrassing’ zal zijn.

Château Gruaud-Larose

Ter plekke hoor je dat niemand zich een crisis kan herinneren die zó ernstig was. De laatste was begin jaren ’70, maar destijds waren de wijnen als regel heel matig en de rendementen buitensporig. Nu is dat heel anders. De kwaliteit was nog nooit zo hoog en de opbrengsten zijn zeer laag, ook weer bij de oogst van ’25.

Wat voor Bordeaux geldt, gaat ook op voor andere wijnstreken, vooral streken die veel rood produceren. Een van de grote problemen voor iedereen is de vraag of de crisis tijdelijk is, of blijvend. Want als je (oude) wijngaarden hebt, moet je die dan rooien of niet? Dat is een moeilijke beslissing. Want het is onomkeerbaar. Je hebt weer 15 tot 20 jaar nodig om een nieuwe wijngaard met dezelfde kwaliteit te krijgen. Moet je je voorraden houden tot betere tijden aanbreken of voor (te) lage prijzen in de verkoop doen? De négoce wil ze ook niet meer. Dat is het lastige van wijnbouw, zeker op een hoog niveau. In het verleden had je tijd om je koers bij te stellen. Nu zorgen geopolitieke spanningen en snel veranderend consumentengedrag er voor dat je niet meer weet op welke modegril je moet reageren of niet. Dat is het grote dilemma van dit moment. Maar dat er slachtoffers zullen vallen, daar hoeven we niet aan te twijfelen. Wordt vervolgd.

Maandag 9 maart a.s. bent u van harte welkom op PERSWIJN proeverij Union Grands Crus Bordeaux om de jaargang 2023 zelf te komen proeven. Uw tickets kunt u reserveren via http://www.perswijn.nl/bordeaux

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Radar onder de invloed

Consumentenprogramma’s als Kassa, Radar of Keuringsdienst van Waarde zijn heel verschillend. De overeenkomst is dat ze er zijn om het belang van de consument te beschermen. Keuringsdienst van Waarde is meer met een knipoog, Radar stelt zich duidelijk meer activistisch op. Dat is prima, zolang het maar berust op de juiste informatie.

Dat kan echter alleen met een solide reputatie en het geven van betrouwbare informatie. Dat is het minste dat we mogen verwachten, want we komen tegenwoordig al om in de misinformatie.

Onlangs werd mijn aandacht getrokken door een aankondiging van Radar, waarin werd gezegd dat de alcohollobby de vermelding van ingrediënten en voedingswaarde op etiketten tegen zou houden. In de uitzending van 13 oktober, afgelopen jaar, werd hier uitgebreid op ingegaan.

Het programma doet verslag van de activiteiten van de ‘alcohollobby’ en wat deze voor elkaar probeert te krijgen. Natuurlijk is die lobby er, maar dat deze zoveel voor elkaar weet te krijgen, is een mythe. Veel minder dan de boerenlobby en de lobby van de automobielindustrie bijvoorbeeld. Wat me enorm stoorde, is dat ook hier weer een verband werd gelegd met de lobby van de tabaksindustrie. Deze is totaal niet vergelijkbaar. Tabak is extreem verslavend, altijd slecht en de industrie spant zich in verslaving te bevorderen. Alcohol in matige hoeveelheden is niet verslavend, en heeft positieve en negatieve effecten die elkaar in balans houden, en op hogere leeftijd zelfs voordelen opleveren. Daar is uitgebreid wetenschappelijk bewijs voor. Bovendien spant de industrie zich in om wijnen te maken met minder en zelfs geen alcohol, dus is er niet op uit verslaving te bevorderen.

Daarna wordt uitgebreid ingegaan op de lobby om informatie over ingrediënten en voedingswaarde van het etiket te weren, waarbij alcoholhoudende dranken een uitzonderingspositie zouden genieten. De lobby bestond inderdaad, maar beet in het stof voor wat betreft wijn. Sinds 2023 is het verplicht alle informatie te vermelden voor wijnen vanaf de oogst van 2024. Op het etiket, of met behulp van een QR-code op het etiket.

Vreemd genoeg wordt uitgebreid verteld dat er in Nederland geen regels zouden bestaan voor vermelding van ingrediënten en voedingswaarde op het etiket, zonder vermelding van de Europese richtlijn voor de verplichte vermelding op wijnflessen. Er komt een zogenaamde onderzoeksjournalist aan het woord, die alleen maar vertelt dat de alcohollobby ‘twijfels zaait’ en er op uit is de consument zand in de ogen te strooien. Ierland wordt als voorbeeld genoemd van een land waar de alcohollobby in het geweer is gekomen tegen etiketten met een waarschuwing vergelijkbaar met die op sigaretten. Dus ‘alcohol leidt tot leverziekten’ en ‘alcohol veroorzaakt fatale kanker’. Dat producenten van wijn hiertegen in het geweer komen, is niet zo gek, omdat het drinken van een of twee glazen, helemaal geen leverziekte hoeft te veroorzaken of als oorzaak van kankers kan worden aangewezen. Is twijfel zaaien over iets waar duidelijke twijfels over zijn tegenwoordig dan onterecht? Bovendien past de industrie zich aan, met de productie van wijn en bier zonder alcohol.

Het hele programma is een voorbeeld van de invloed van de ánti-alcohollobby, maar daarover geen woord. We hebben hier in Perswijn al uitgebreid over geschreven. Rechts-conservatieve, met name Amerikaanse, organisaties zijn hier actief in, door actief positieve uitkomsten van onderzoek naar alcoholconsumptie verdacht te maken en door hun financiering van de WHO. Hun ‘hoofdprijs’ is de uitspraak van de WHO dat ‘geen enkel niveau van alcoholconsumptie veilig is voor onze gezondheid’. Aan deze richtlijn wordt in het programma -uiteraard- gretig gerefereerd, ondanks dat hiervoor geen wetenschappelijk bewijs is. Kijk naar de inwoners van ‘blue zone’ Sardinië, waar mensen die een glas wijn bij het eten gemiddeld heel oud worden.

Daarmee is dit item bij Radar een geslaagd voorbeeld van de invloed van de anti-alcohollobby. Dat je bij wijn aan de hand van een QR-code alle gewenste gegevens gewoon kunt ophalen, wordt maar heel terloops genoemd. In feite wordt het helemaal weggemoffeld, want dat komt even niet goed uit in dit ‘verhaal’. Het enige dat tussendoor wordt gezegd is dat ‘bij wijn is afgesproken’ dat de voedingswaarde met een QR code kan worden opgevraagd. En dat nota bene ná het uitgebreide verhaal dat er geen regels bestaan en dat de alcohol-lobby dit heeft weten te voorkomen. Dat er niemand van de STIVA, de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik, in het programma wil aanschuiven, vind ik een gemiste kans. Maar dat Radar op mijn vraag, in totaal vier maal, om opheldering te geven over hun beweringen en het weglaten van de verplichting in EU-verband om dit op wijn wél te vermelden, totaal niet reageert, verbaast me ook enorm. Een publiek gefinancierd consumentenprogramma dat continu anderen ter verantwoording roept, zou zelf ook verantwoording af moeten leggen. Dit item is een programma als Radar onwaardig.

Het is nu Dry January, dus de anti-alcohollobby kan zich weer mooi uitleven. Ik neem nog rustig een goed glas wijn bij het eten, waardoor mijn risico op een hart- of herseninfarct of het krijgen van diabetes weer wat afneemt, zo zegt de wetenschap over mensen van mijn leeftijd. Wat een privilege! Ik wens u een mooi 2026, met mooie glazen en veel genuanceerde informatie over wijn.

Ronald de Groot

1 2 3 85
Page 1 of 85