Columns Archives - Perswijn

Columns

Columns

Overpeinzingen: Wandelboek als wijngids

Voor het volgende nummer van Perswijn interviewde ik onlangs Stephan Reinhardt, onder andere verantwoordelijk voor de wijnbeoordelingen in de Wine Advocate van de wijnen uit Duitsland en Oostenrijk. Een interessant verhaal, ook al vanwege zijn uitgesproken voorkeur voor lichtvoetige Duitse wijnen – liefst met maar 11% alcohol. In zijn rol als wijncriticus voor de Wine Advocate wordt hij in een soort keurslijf gedwongen: de wijnen moeten een duidelijke puntenwaardering krijgen. En hij zou de wijnen veel liever beschrijven dan ze exacte punten te geven. Wel begrijpelijk, natuurlijk. Punten geven levert altijd twijfels op, en dat je een keertje de mist in gaat, is niet denkbeeldig.

Wellicht zou hij zich thuis voelen met de wijngids ‘Oostenrijk en Zwitserland’ van Sander de Vaan, die eind vorig jaar het licht zag. De Vaan beschrijft in deze gids wijnboeren in de twee landen, zonder een oordeel te geven over hun wijnen. Sterker, hij laat de wijnboeren zelf aan het woord, om te zeggen welke van hun wijnen ze graag aan de lezers willen voorstellen. Een sympathieke benadering, die de wijnboeren alle ruimte geeft, en dat leest gemakkelijk weg. Op de achterflap spreekt Harold Hamersma in zijn bekende jargon over een ‘heerlijk wegdrinkend wijnboek’. De spijker op zijn kop.

Toch vraag ik me af wat je er als lezer nu precies aan hebt. Maar dat is natuurlijk de nerd in mij. Dezelfde achterflap noemt het boek een ‘Ontdekkingstocht langs de verrassende wijnstreken van de Alpen’. Hm, tja, eigenlijk hebben de wijnstreken van Oostenrijk – behalve die in Tirol – met de Alpen weinig van doen. Daarnaast voert de gids ons langs de ‘beste wijnmakers’. Maar waarom sommige van de beste wijnmakers er wél in staan, en andere niet, heb ik niet kunnen ontdekken. Dat bij het artikel over Neusiedlersee Kracher bijvoorbeeld helemaal niet voorkomt, is niet goed te begrijpen. Bij Steiermark is het zoeken naar de beide Sabathi’s. In de Wachau zijn veel grote wijnmakers, wat zeker geldt voor Knoll en F.X. Pichler, maar Hirtzberger had er toch ook wel bij gemogen.

De verhalen zelf zijn lichtvoetig van karakter, logisch als je de wijnboeren aan het woord laat, natuurlijk. Maar dat de wijnen van F.X. Pichler de afgelopen jaren sterk van stijl zijn veranderd, lezen we hier niet in terug. Of hoe anders de wijnen van het westen van de Wachau zijn in vergelijking met het oosten.

Zwitserland ken ik als wijnland minder goed, en het is leuk dat hier een keer aandacht aan wordt besteed. Het kaartmateriaal is hier wat minder van kwaliteit dan bij het Oostenrijkse deel, maar dat was ongetwijfeld niet voorhanden. Dat probleem hebben wij ook als we artikelen maken voor Perswijn. Op de Nederlandse markt speelt Zwitserland een veel minder belangrijke rol dan Oostenrijk, maar het is leuk om iets te lezen over wijnen van druiven als petite arvine of cornalin.

Laten we de titel ‘Wijngids’ dan maar met een korrel zout nemen en spreken over ‘wijnverhalen uit de Alpenlanden’, dan komt het meer in de buurt van wat voor soort boek dit is. Lees het om de lichtvoetige teksten, en de verhalen van de producenten over hun wijnen, en welke ze aan u, de lezer willen voorstellen. Eigenlijk zou je het kunnen zien als een fiets- of wandeltocht langs wat bekende wijngoederen, met bij elke wijnboer een gezellig praatje. Maar het zou Stephan Reinhardt niet scherp genoeg zijn.

Sander de Vaan, Wijngids Oostenrijk & Zwitserland, € 27,95

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: In wijn verandert meer dan je denkt

Afgelopen vrijdag had ik de eer te mogen spreken op de wijndocentendag van de SDEN, de Stichting Dranken Examens en Normering. Dus voor wijndocenten in het beroepsonderwijs, horecaopleidingen of particuliere wijncursussen. Een mooi, jaarlijks terugkerende initiatief, zeker op een moment dat de verkoop van wijn onder druk staat. Hoe meer kennis over wijn, des te beter. Mijn verhaal ging over de effecten van de klimaatopwarming op de wijnbouw, en meer specifiek Bordeaux. Ondertussen deed het weer van de afgelopen tijd zijn best om een van de punten van mijn verhaal, over de gevolgen van een minder krachtige straalstroom, te onderstrepen.

De problemen van de klimaatverandering zitten hem voor de wijnbouw tot op dit moment vooral in de extremen. Droogte, regen, hagel, vorst, allemaal kan het voorkomen en problemen opleveren. Wie het weer volgt, kan zien dat dit voor een deel kan worden veroorzaakt door de afzwakkende straalstroom. Weersystemen -hogedrukgebieden en lagedrukgebieden- die voorheen werden voortbewogen, blijven nu ‘hangen’. Op die manier is het lange tijd hetzelfde weer. Zo ligt er nu al lange tijd een hogedrukgebied boven Europa, dat amper van zijn plek komt. In Zuid-Europa zorgt dat voor abnormale hoeveelheden regen, gestimuleerd door het nog altijd vrij warme water van de Middellandse Zee.

Uit de zaal kwamen ook goede vragen. Altijd fijn om de rijstebrijberg van kennis in mijn hoofd wat beter te ontsluiten. Zo werd gevraagd of de autoriteiten wel snel genoeg zouden reageren op de uitdagingen van het klimaat. Veel boeren klagen inderdaad over regelgeving, en hoe hen dat belemmert in hun werk, soms ook terecht. Dus over het antwoord moest ik even nadenken. Mijn gedachten gingen uit naar het persbericht van Château Lafleur (Pomerol, nu Vin de France), waarin werd gezegd dat het château had besloten de appellation Pomerol in te ruilen voor Vin de France. Als reden werd gegeven dat de regels voor Bordeaux te beknellend waren. Maar daar zat een gemeen addertje onder het gras. Later hoorde ik in Bordeaux dat het château was betrapt vanwege het zonder toestemming irrigeren van de wijngaard, midden in de nacht. Tja, dan heb je gewoon geen recht meer op de appellation. En dan kies je de vlucht vooruit.

De realiteit is dat de crisis in de wijnbouw, in combinatie met de klimaatverandering, heeft geleid tot opmerkelijke, en opmerkelijk snelle veranderingen in de regelgeving. Onder druk wordt alles vloeibaar. Zo mogen we verwachten dat er in Frankrijk straks rode wijn of rosé mag worden gemaakt met restsuiker – in Bordeaux zijn er appellations die daar interesse in hebben. Ook bijzonder is dat voor ‘gewone’ Bordeaux druiven mogen worden aangeplant waarvan we nooit hadden kunnen dromen dat het zou mogen. Zoals touriga nacional voor rood of alvarinho voor wit. En andere druiven. Dus zeg niet dat er niets verandert. Als je er van te voren toestemming voor zou vragen, zou zelfs irrigeren mogelijk zijn.

Na mijn verhaal volgde een uitleg over de laatste ontwikkelingen in het sherry-gebied, door Nadien de Visser. Heel leerzaam en interessant. Ook hier zijn veel nieuwe ontwikkelingen, en grote aanpassingen in de wetgeving. Zo mag er tegenwoordig ook onversterkte fino en manzanilla worden gemaakt, van druiven die in de wijngaard licht gedroogd zijn. Daarnaast heeft een aantal producenten de Vino de Pasto gelanceerd, een droge witte wijn uit dezelfde streek, gemaakt van druiven van kalkhoudende albariza-ondergronden, en soms met een lichte sherrytoon en soms niet. Spannend en revolutionair voor het sherry-gebied. Net als het toelaten van zes nieuwe druiven, of eigenlijk historische druiven. Druiven die moeten zorgen voor meer zuren, meer aromatische variatie en die daarnaast beter tegen hitte en droogte kunnen. Het gebeurt allemaal.

Dus we kunnen moeilijk zeggen dat de autoriteiten niet bereid zijn de regels aan te passen. Nu is het aan de producenten om er goed mee om te gaan. En er voor te zorgen dat ondanks alle veranderingen de stijl van de wijnen niet te drastisch verandert. Want voor zowel de Bordeaux als voor het Sherry-gebied is dat een niet onbelangrijk detail. Hoe belangrijk de veranderingen ook zijn.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Wijntoerisme in Europa – gemiste kans

Waar we ons bevinden in de Languedoc zitten we niet ver van het dorpje Assignan. Daar is sinds enige jaren iets bijzonder aan de hand. Bij het dorp ligt een wijngoed, Château Castigno, dat een aantal jaren geleden werd overgenomen door een Belgische ondernemer, Marc Verstraete. Met de overname van het domein nam hij ook het dorp een beetje over. Hij vestigde er een paar restaurants, een winkel voor zijn wijnen en een hotel. Een deel van de panden die hij daarvoor in bezit heeft, gaf hij een paarse kleur, zeg maar lila, of lavendel. Een actie die gemengde gevoelens opriep. Sommigen vonden dat het karakter van het dorp volledig werd verpest. Andere juichten toe dat er leven in het dorp kwam, en daarmee de toeristen.

Maar of je het nu toejuicht of niet, in de huidige crisis is mikken op wijntoerisme een van de manieren om toch nog wat te verdienen. Het zorgt voor klantenbinding – als je een wijngoed kent, dan koop je de wijnen sneller nog eens. Bovendien verdien je op elke fles die je ter plekke aan een consument verkoopt een stuk meer dan aan een fles die je exporteert naar – pakweg – een Nederlandse importeur, die liefst een absolute bodemprijs betaalt.

Uit het onlangs verschenen ‘The new Global Wine Tourism Report 2025’, waarin antwoorden werden verwerkt van 1310 wijnbedrijven in 47 landen, kwam dan ook een positief beeld naar voren. Het zorgt voor minder leegloop op het platteland, meer betrokkenheid van consumenten en voor meer dynamiek in de wijnbedrijven.

Volgens het rapport noemt twee van de drie geënquêteerde wijnbedrijven hun toeristische activiteiten winstgevend of zeer winstgevend. Met meest zo’n 25% van de inkomsten uit toerisme. Maar dat is veelal bij wijnbedrijven buiten Europa. In Napa Valley bijvoorbeeld wordt wel 50 tot 70% van de inkomsten gegenereerd op het bedrijf zelf door directe verkopen, wijngaardbezoeken en fees voor proeverijen. Of zelfs met culturele evenementen en proeverijen waarbij wijn en gerechten met elkaar worden gecombineerd.

Het is eigenlijk vreemd en ook opvallend dat Europese wijnbedrijven hierin zo ver achterlopen. Een streek als Bordeaux, met zijn beroemde châteaux, is een goed voorbeeld. Op Château d’Yquem sprak ik hier begin januari over met directeur Lorenzo Pasquini. Zijn mening is duidelijk. ‘In Bordeaux wordt veel te weinig gedaan om het bezoek aan domeinen te bevorderen. Het is toch zot dat je klanten over de hele wereld hebt, dat je “nee” moet verkopen als iemand op bezoek wil komen. Je moet hem met open armen ontvangen. Je moet de unieke ervaring bieden om zijn of haar favoriete château te bezoeken. Dat worden ambassadeurs voor het leven. Op Yquem hebben we fors geïnvesteerd om het de bezoeker juist gemakkelijk te maken. We verkopen 10% van onze wijn hier. In Napa Valley zijn die percentages nog veel hoger. Je zou als je in Bordeaux komt toch willen dat je bij het toerismebureau komt of op het vliegveld dat er een bord zou zijn waarop je kunt zien hoe en waar je al die mooie châteaux zou kunnen bezoeken.’

Maar Fransen zijn niet zo heel ondernemend, en Frankrijk is ook niet zo’n ondernemersvriendelijk land. Dat neemt niet weg dat Pasquini gelijk heeft. Als je ziet hoeveel inspanning Napa Valley doet om toeristen te trekken en hoe weinig Bordeaux, dan is zijn de woorden ‘gemiste kans’ een understatement.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Pioniertijd internet is voorbij

Na het schrijven van mijn hoofdredactionele artikel voor nummer 1 van Perswijn, afgelopen week, kreeg ik van onze eindredacteur, Anda Schippers, de vraag hoeveel van deze stukjes al uit mijn pen – of liever mijn laptop – zijn gevloeid. Ik sloeg aan het rekenen, en kwam tot minimaal 160, maar waarschijnlijk gaat het meer richting de 200. In de begindagen van Perswijn bestond mijn ‘hoofdredactioneel’ uit een samenvatting van wat in het blad te lezen was. Het was de toenmalige eindredacteur, Peter van der Hoest, die vond dat het een écht hoofdredactioneel moest zijn, dus een meer persoonlijk verhaal over een actueel onderwerp. Hij had gelijk en ik volgde zijn advies op – gehoorzaam als ik van nature ben. De enige die ze allemaal heeft gelezen is Anda, zo merkte ze vervolgens snedig op. Een prestatie op zich.

Het was de in 2017 overleden redacteur René van Heusden die vond dat we ook op internet zo’n soort verhaal moesten krijgen, en wel liefst elke maandag, zoals ook Decanter dat had. Een goed idee, maar zelf kreeg hij niet de tijd van leven om hier aan te beginnen. Ik pikte zijn idee wel op, en inmiddels heb ik er meer dan 400 gepubliceerd. Ook een prestatie, vind ik zelf. Vaak komen – het kan niet anders – wel dezelfde onderwerpen aan bod, maar de ontwikkelingen gaan zo snel, dat er altijd wel een nieuwe invalshoek is.

Perswijn website in 2006

Ik moet even terugdenken aan de tijd dat we begonnen met onze website. In een soort stenen tijdperk van het internet, het moet al in de jaren negentig zijn geweest. We werden destijds geholpen door een van de pioniers op het gebied van wijn en internet, de afgelopen week op 75-jarige leeftijd overleden Jan Rook. Hij maakte de website ‘Het Wijnplein’. Echt een soort plein, dat vooral sterk was in het doorgeven van persberichten en vertaalde berichten van overal. En ooit in het verslaan van relletjes tussen René van Heusden en diens ‘favoriete vijand’, de inmiddels ook overleden John Bindels – die zelf ook publiceerde op Wijnplein. Over de doden verder uiteraard niets dan goeds. Want alle drie hebben ze op hun manier bijgedragen aan de opbloei van het schrijven over wijn, en dat is een mooie verdienste.

Op zijn hoogtepunt dacht Jan Rook dat zijn Wijnplein een hoop geld waard was, maar dat was niet zo realistisch. Inmiddels zijn er veel websites met wijninformatie, zodat het unieke van de begintijd er op een gegeven moment wel zo’n beetje vanaf was. Uiteindelijk staat of valt een website ook met de inhoud en de originaliteit daarvan. En natuurlijk moet hij ook goed werken.

Zelf zijn we bezig met een verbouwing van onze site, omdat je continu bij de tijd moet blijven. Overigens zijn er tegenwoordig zoveel manieren om met je lezers te communiceren, dat het lastig is om uit te maken wat het beste werkt. Zo is Instagram tegenwoordig ook een belangrijk medium. En laten we Youtube niet vergeten. Ik was blij verrast om bij een producent uit Priorat te horen dat deze naar onze video’s keek. Je kunt inmiddels zelf zo de ondertiteling aanzetten – zover is de techniek al, wonderbaarlijk genoeg. Zo kun je door internet internationaal aan de weg timmeren zonder dat het ooit je bedoeling was.

De essentie is natuurlijk om nieuwsgierig te blijven. Continu op zoek naar nieuwe verhalen en belevenissen. Inmiddels ben ik afgereisd naar het Franse zuiden. Na de extreme bosbrand in de Corbières van afgelopen hete en droge zomer stromen de rivieren nu over van het regenwater, dat met bakken naar beneden komt. In het departement Hérault zijn bijna dertig wegen afgesloten door overstromingen. Klimaat en wijnbouw zijn in de ban van extremen. Daar zijn nog veel verhalen over te schrijven.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Lange termijn een puzzel

Het leek wel een beetje symbolisch, de omstandigheden waaronder ik vorige week naar Bordeaux vertrok voor de jaarlijkse proeverij van Bordeaux op fles – ditmaal de ’23. Nederland was in de greep van de meest winterse omstandigheden in jaren. En KLM bleek nog het meest in de greep van de winterse omstandigheden. Mijn vlucht naar Bordeaux zou aankomen om half zes in Mérignac. Na uren wachten bleek ik pas na middernacht voet aan de grond te kunnen zetten in Bordeaux. Tja. Nog nooit heb ik zo vaak de term de-icing gehoord. Ik kon het niet meer horen, zeker nadat we een paar in het vertrekkende toestel op deze procedure moesten wachten. Ik mocht mijn handen dichtknijpen dat ik afgelopen donderdag vrijwel zonder problemen terug kon vliegen.

Ik zeg symbolisch, want de temperatuur in Bordeaux was ook ruim onder nul. Niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk. In het vorige nummer van Perswijn had ik het al over de toegenomen concurrentie van elders. Maar er speelt veel meer. Als je de berichten in de pers ziet, dan zou je allicht kunnen denken dat vooral ‘kleine’ Bordeaux in de problemen zitten. Wijnen die voor (te) lage prijzen in de supermarkten staan – een fenomeen waar het CIVB vruchteloos tegen ten strijde trekt. Maar wie hier in de streek om zich heen kijkt, weet wel beter. Onlangs werd Château Gruaud-Larose, nota bene een tweede grand cru classé, in een constructie is geplaatst om het tegen schuldeisers en een faillissement te beschermen. Eigenaar is de familie Merlaut, een van de geziene families in de Bordelaise wijnhandel. En mij wordt verzekerd dat dit niet de laatste ‘verrassing’ zal zijn.

Château Gruaud-Larose

Ter plekke hoor je dat niemand zich een crisis kan herinneren die zó ernstig was. De laatste was begin jaren ’70, maar destijds waren de wijnen als regel heel matig en de rendementen buitensporig. Nu is dat heel anders. De kwaliteit was nog nooit zo hoog en de opbrengsten zijn zeer laag, ook weer bij de oogst van ’25.

Wat voor Bordeaux geldt, gaat ook op voor andere wijnstreken, vooral streken die veel rood produceren. Een van de grote problemen voor iedereen is de vraag of de crisis tijdelijk is, of blijvend. Want als je (oude) wijngaarden hebt, moet je die dan rooien of niet? Dat is een moeilijke beslissing. Want het is onomkeerbaar. Je hebt weer 15 tot 20 jaar nodig om een nieuwe wijngaard met dezelfde kwaliteit te krijgen. Moet je je voorraden houden tot betere tijden aanbreken of voor (te) lage prijzen in de verkoop doen? De négoce wil ze ook niet meer. Dat is het lastige van wijnbouw, zeker op een hoog niveau. In het verleden had je tijd om je koers bij te stellen. Nu zorgen geopolitieke spanningen en snel veranderend consumentengedrag er voor dat je niet meer weet op welke modegril je moet reageren of niet. Dat is het grote dilemma van dit moment. Maar dat er slachtoffers zullen vallen, daar hoeven we niet aan te twijfelen. Wordt vervolgd.

Maandag 9 maart a.s. bent u van harte welkom op PERSWIJN proeverij Union Grands Crus Bordeaux om de jaargang 2023 zelf te komen proeven. Uw tickets kunt u reserveren via http://www.perswijn.nl/bordeaux

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Radar onder de invloed

Consumentenprogramma’s als Kassa, Radar of Keuringsdienst van Waarde zijn heel verschillend. De overeenkomst is dat ze er zijn om het belang van de consument te beschermen. Keuringsdienst van Waarde is meer met een knipoog, Radar stelt zich duidelijk meer activistisch op. Dat is prima, zolang het maar berust op de juiste informatie.

Dat kan echter alleen met een solide reputatie en het geven van betrouwbare informatie. Dat is het minste dat we mogen verwachten, want we komen tegenwoordig al om in de misinformatie.

Onlangs werd mijn aandacht getrokken door een aankondiging van Radar, waarin werd gezegd dat de alcohollobby de vermelding van ingrediënten en voedingswaarde op etiketten tegen zou houden. In de uitzending van 13 oktober, afgelopen jaar, werd hier uitgebreid op ingegaan.

Het programma doet verslag van de activiteiten van de ‘alcohollobby’ en wat deze voor elkaar probeert te krijgen. Natuurlijk is die lobby er, maar dat deze zoveel voor elkaar weet te krijgen, is een mythe. Veel minder dan de boerenlobby en de lobby van de automobielindustrie bijvoorbeeld. Wat me enorm stoorde, is dat ook hier weer een verband werd gelegd met de lobby van de tabaksindustrie. Deze is totaal niet vergelijkbaar. Tabak is extreem verslavend, altijd slecht en de industrie spant zich in verslaving te bevorderen. Alcohol in matige hoeveelheden is niet verslavend, en heeft positieve en negatieve effecten die elkaar in balans houden, en op hogere leeftijd zelfs voordelen opleveren. Daar is uitgebreid wetenschappelijk bewijs voor. Bovendien spant de industrie zich in om wijnen te maken met minder en zelfs geen alcohol, dus is er niet op uit verslaving te bevorderen.

Daarna wordt uitgebreid ingegaan op de lobby om informatie over ingrediënten en voedingswaarde van het etiket te weren, waarbij alcoholhoudende dranken een uitzonderingspositie zouden genieten. De lobby bestond inderdaad, maar beet in het stof voor wat betreft wijn. Sinds 2023 is het verplicht alle informatie te vermelden voor wijnen vanaf de oogst van 2024. Op het etiket, of met behulp van een QR-code op het etiket.

Vreemd genoeg wordt uitgebreid verteld dat er in Nederland geen regels zouden bestaan voor vermelding van ingrediënten en voedingswaarde op het etiket, zonder vermelding van de Europese richtlijn voor de verplichte vermelding op wijnflessen. Er komt een zogenaamde onderzoeksjournalist aan het woord, die alleen maar vertelt dat de alcohollobby ‘twijfels zaait’ en er op uit is de consument zand in de ogen te strooien. Ierland wordt als voorbeeld genoemd van een land waar de alcohollobby in het geweer is gekomen tegen etiketten met een waarschuwing vergelijkbaar met die op sigaretten. Dus ‘alcohol leidt tot leverziekten’ en ‘alcohol veroorzaakt fatale kanker’. Dat producenten van wijn hiertegen in het geweer komen, is niet zo gek, omdat het drinken van een of twee glazen, helemaal geen leverziekte hoeft te veroorzaken of als oorzaak van kankers kan worden aangewezen. Is twijfel zaaien over iets waar duidelijke twijfels over zijn tegenwoordig dan onterecht? Bovendien past de industrie zich aan, met de productie van wijn en bier zonder alcohol.

Het hele programma is een voorbeeld van de invloed van de ánti-alcohollobby, maar daarover geen woord. We hebben hier in Perswijn al uitgebreid over geschreven. Rechts-conservatieve, met name Amerikaanse, organisaties zijn hier actief in, door actief positieve uitkomsten van onderzoek naar alcoholconsumptie verdacht te maken en door hun financiering van de WHO. Hun ‘hoofdprijs’ is de uitspraak van de WHO dat ‘geen enkel niveau van alcoholconsumptie veilig is voor onze gezondheid’. Aan deze richtlijn wordt in het programma -uiteraard- gretig gerefereerd, ondanks dat hiervoor geen wetenschappelijk bewijs is. Kijk naar de inwoners van ‘blue zone’ Sardinië, waar mensen die een glas wijn bij het eten gemiddeld heel oud worden.

Daarmee is dit item bij Radar een geslaagd voorbeeld van de invloed van de anti-alcohollobby. Dat je bij wijn aan de hand van een QR-code alle gewenste gegevens gewoon kunt ophalen, wordt maar heel terloops genoemd. In feite wordt het helemaal weggemoffeld, want dat komt even niet goed uit in dit ‘verhaal’. Het enige dat tussendoor wordt gezegd is dat ‘bij wijn is afgesproken’ dat de voedingswaarde met een QR code kan worden opgevraagd. En dat nota bene ná het uitgebreide verhaal dat er geen regels bestaan en dat de alcohol-lobby dit heeft weten te voorkomen. Dat er niemand van de STIVA, de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik, in het programma wil aanschuiven, vind ik een gemiste kans. Maar dat Radar op mijn vraag, in totaal vier maal, om opheldering te geven over hun beweringen en het weglaten van de verplichting in EU-verband om dit op wijn wél te vermelden, totaal niet reageert, verbaast me ook enorm. Een publiek gefinancierd consumentenprogramma dat continu anderen ter verantwoording roept, zou zelf ook verantwoording af moeten leggen. Dit item is een programma als Radar onwaardig.

Het is nu Dry January, dus de anti-alcohollobby kan zich weer mooi uitleven. Ik neem nog rustig een goed glas wijn bij het eten, waardoor mijn risico op een hart- of herseninfarct of het krijgen van diabetes weer wat afneemt, zo zegt de wetenschap over mensen van mijn leeftijd. Wat een privilege! Ik wens u een mooi 2026, met mooie glazen en veel genuanceerde informatie over wijn.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Leve de beschermde herkomstbenamingen

Als ik in de krant een goede, mooie of ontroerende column lees, moet ik even denken aan mijn ‘overpeinzing’. Ik voel eerlijk gezegd wel een zekere jaloezie, bij een prachtige column van Sylvia Witteman, vroeger in de Volkskrant, tegenwoordig in het Parool. Bijna altijd mooi om te lezen. Ze moet wel altijd boodschappen doen, in een café zitten of over de markt lopen, want in haar columns citeert ze vaak mensen die een gesprek met haar of met elkaar voeren. Of deze personen echt zijn, of door Sylvia Witteman bedacht voor haar column, doet er natuurlijk niet toe. De column is mooi, menselijk, en daar gaat het om. Ongetwijfeld is het gesprek ook aangedikt. Geen probleem. De legendarische columnist Martin Bril noemde dat ‘autofictie’. Briljante uitvinding.

Mijn ‘overpeinzing’, die ik expres geen ‘column’ noem, leent zich daar niet zo goed voor. In dat verband moet ik eerder denken aan een andere columnist, Sander Schimmelpenninck. Ook deze lees ik met veel respect en bewondering voor de schrijver. Anders dan bij Sylvia Witteman leveren zijn columns veel meer discussie op, door de uitgesproken standpunten die hij inneemt, en natuurlijk zijn taalgebruik, met verzonnen woorden als ‘fophef’. Maar los van zijn duidelijke meningen moet je erkennen dat hij een meester is in het schrijven van rake columns. Zeker als ze doel treffen, en dat kan moeilijk worden erkend.

Bij het woord ‘fophef’ moet ik even terugdenken aan de uitzending van Nieuwsuur afgelopen jaar, over PFAS in wijn, waarbij ik ook een duit in het zakje mocht doen. Ik had de betreffende redacteur gewaarschuwd dat ik ging vertellen dat het onderzoek waaraan werd gerefereerd, van alle kanten rammelde, maar dat was geen probleem. Achteraf bleek dat mijn kritiek op dit onderzoek zorgvuldig was weggeknipt ten gunste van wat geneuzel over biologische wijn door een plaatselijke wijnverkoper. Daarna was iedereen de PFAS in wijn weer vergeten. Typisch voorbeeld van fophef. Ik noemde het ‘een storm in een glas wijn’, maar ook dat werd er uit geknipt. Maar het klopte wel.

Natuurlijk zijn het politici die graag profiteren van elke vorm van ophef. Als geen ander weten zij dat beeldvorming essentieel is, en dat ze daar gebruik van moeten maken als ze dat goed uitkomt. Zo afficheert de in eigen land immens impopulaire Emmanuel Macron zich graag als beschermer van ‘zijn’ boeren. Onlangs boekte hij daarin weer een mooi ‘succes’. Bij een staatsbezoek aan China, afgelopen week, kwam hij met China overeen dat het land 70 Bourgogne-appellations officieel erkende, zodat ze in China alleen voor de betreffende Franse wijn mogen worden gebruikt. Dus de Chinezen beloven plechtig om geen ‘Richebourg’ te maken, of ‘Corton-Charlemagne’, in eigen land dan. Tja. Alsof ze dat ooit van plan waren. Chinese politici weten hoe de hazen lopen en hoe ze de Franse president het beste kunnen paaien. Of de Bourgogne-boeren hier iets mee opschieten? Hm. Dat moeten we nog zien.

Ondertussen heeft de Franse Raad van State (Conseil d’État) een streep gehaald door het gebruik van de aanduiding ‘Sud de France’ voor de etiketten van wijnen uit de regio Occitanie. Deze hoogste rechtbank heeft geoordeeld dat de term ‘Sud de France’ in strijd is met het gebruik van officiële herkomstbenamingen, en dus verwarrend is, omdat het geen officiële IGP of AOP is. De consument zou het kunnen opvatten als een aanduiding die iets zegt over de kwaliteit. Een klap voor de lokale wijnboeren, en veel belangrijker dan het verhaal over de Chinese erkenning van Bourgogne-appellations. Want er was sinds 2006 veel geïnvesteerd in dit merk en het bijbehorende logo, dat vooral heel belangrijk was voor de export. Eigenlijk werkte het in de praktijk in het buitenland beter dan al die onbekende appellations. Dat dit niet meer mag, met ingang van de oogst 2025, is dus een harde realiteit. Hopelijk verzint Macron een list…

Nu even met kerstreces, begin januari ben ik weer terug.

Ronald de Groot

Columns

Overpeinzingen: Wanhoop onder Franse wijnboeren

De website Vitisphère besteedde al eerder aandacht aan het hoge aantal zelfmoorden onder Franse wijnboeren. De site moet weliswaar als een soort spreekbuis van de wijnwereld worden beschouwd, maar de verhalen en de aantallen zijn wel degelijk alarmerend. Afgelopen weekend verscheen er een persoonlijk verhaal van een wijnboer uit Bordeaux, die al een jaar zwaar in de problemen was, en die uiteindelijk geen andere uitweg meer zag dan zich van het leven te benemen. Wat opvalt in dit wrange verhaal, is de verstikkende bureaucratie die hem uiteindelijk tot wanhoop dreef.

Nederlanders denken wellicht dat de toeslagenaffaire iets uniek Nederlands is. Of dat een overheid die met onredelijke incassopraktijken zijn eigen burgers in de problemen brengt, iets is dat alleen hier voorkomt. Wie dit verhaal leest, weet wel beter.

Wegens financiële problemen was de producent al een jaar ziek met depressieve klachten. Hij deed vorig jaar aangifte bij de politie wegens psychische intimidatie door de incassobureaus van de Mutualité Sociale Agricole (MSA). Deze instantie, belast met het innen van sociale premies bij wijnboeren, viel hem meerdere keren per week lastig met e-mails, die door niemand waren ondertekend, zodat hij niet wist tot wie hij zich moest richten. Een verschrikkelijke situatie, Kafka is er niets bij.

Ik heb wel eens geschreven dat het voor wijnboeren in landen als Frankrijk (te) vanzelfsprekend is dat de overheid ze helpt. En dat ze te gemakkelijk snelwegen afsluiten, wijn over de snelweg laten lopen en supermarkten intimideren. Maar dit is de andere kant van de medaille. Een overheid die met bureaucratische regels de wijnboeren de vernieling in helpt.

Het is natuurlijk zo dat een overheid niet alle bedrijven die failliet dreigen te gaan, kan ondersteunen. Het probleem van wijnboeren is echter dat je geen gewoon bedrijf hebt, maar een wijngaard. Je kunt niet zomaar overstappen van rode wijn naar witte wijn. Om maar niet te denken aan een ander product. Bordeaux is een van de meest getroffen streken. Ga maar na, een grote productie van rode wijnen, en een duur imago door (te) dure topwijnen, waardoor gewone Bordeaux eigenlijk al jarenlang moeizaam verkoopt.

Wrang is dat anderen aan hun wijnen verdienen, terwijl de wijnboeren zelf failliet gaan. Het is niet goed om supermarkten te bedreigen omdat ze Bordeaux ‘onder de prijs’ verkopen. Maar dat supermarkten alsnog verdienen aan de ellende van wijnboeren, is natuurlijk wel frustrerend. Ook restaurants zijn ‘grootverdieners’ in wijn. Reken maar uit. Een wijn die vier, vijf, zes keer ‘over de kop’ gaat – heel normaal in horecaland – levert een restaurant in harde euro’s een veelvoud op van wat de boer er voor krijgt – hij krijgt maar een deel van de inkoopprijs.

Dus dat veel wijnboeren in Frankrijk ten einde raad zijn, is niet zo vreemd. Als je een familiebedrijf van generaties onder je handen kapot ziet gaan, is dat verschrikkelijk. De wijngaard van 22 hectare van de boer die zelfmoord pleegde, wordt onder toezicht van de notaris en van de bank gerooid. Dat levert dan in elk geval nog een rooipremie op. Verwacht wordt dat er nog vele zullen volgen.

Ronald de Groot, hoofdredacteur

ColumnsNieuws

Port staat onder druk

Onlangs kwam onze redacteur Ronald Wortel terug uit de Douro met een dreigende boodschap: ‘over twintig jaar bestaat port niet meer’. Dat is nogal wat. Port is een versterkte wijn met een lange geschiedenis. Met een eeuwenoude traditie van wijnmaken van wijngaarden langs de bovenloop van het Portugese deel van de Douro – in Spanje Duero. Wie de streek kent, weet hoe magisch hij is. Steile hellingen met terraswijngaarden, waar prachtige wijnen worden gemaakt. Wie de reis door het dal ooit met de trein heeft gemaakt, vlak langs de rivier, vergeet de ervaring nooit meer. 

Maar goed beschouwd kun je dan ook begrijpen waarom port het lastig heeft. Op de oude terrassen moet alle werk met de hand worden gedaan. Dat is duur en omslachtig. Maar dat niet alleen. Het is fijn dat AI ons zoveel werk uit handen neemt, maar personeel om dat soort werk te doen, is bijna niet meer te krijgen. Veel Portugezen werken elders. Vooral in Frankrijk, waar de lonen in de landbouw een stuk hoger zijn. Niet voor niets is het landschap de afgelopen decennia al veranderd, waarbij veel van de klassieke terrassen, met de gestapelde muurtjes, al zijn verdwenen.

Maar dat is niet het enige probleem. Port zucht ook onder de afnemende populariteit van wijn in het algemeen en zoete wijnen in het bijzonder. Dat zorgt voor een continue druk op de prijzen. Waarmee de vicieuze cirkel rond is. De kosten in de wijngaarden stijgen, en deze kosten kunnen niet goed worden doorberekend. Zo klagen de porthuizen dat de consument denkt dat een gewone ruby en een gewone tawny ongeveer even duur zijn. Maar een tawny ligt langer op vat – een goede tawny althans. Dat maakt de productie onvermijdelijk duurder. Je kunt ook tawny ‘maken’ door het toevoegen van witte port. Wat de kwaliteit niet ten goede komt. En wat weer ten koste gaat van het imago.

Deze ontwikkeling gaat me erg aan het hart. Port van hoge kwaliteit is een van de grote wijnen die je kunt vinden in het enorme aanbod dat er tegenwoordig beschikbaar is. In het verleden kocht ik nogal wat vintage port, die je lang moet wegleggen om van te genieten. Hoewel moderne vintage port, net als veel andere ‘bewaarwijnen’, tegenwoordig ook jong kan worden gedronken. Nog steeds is gerijpte vintage port geweldig om te drinken, maar tegenwoordig komt er hier vaak een mooie tawny port in het glas. Het bijzondere van bijvoorbeeld 20 years old of 30 years old tawny is dat deze ports een enorme concentratie en diepgang hebben. Ze rijpen op grote houten foeders, zodat er elk jaar een deel verdampt. ‘Het deel van de engelen’, wordt dat genoemd. Jaar na jaar wordt de wijn krachtiger en dieper. In het verleden was het in de hitte van de Dourostreek lastig het fruit te bewaren, zodat veel wijnen aan zee moesten rijpen, in Vila Nova de Gaia. Tegenwoordig zorgt airconditioning overal voor goede omstandigheden, zodat ook oudere ports uit het Dourodal nog mooi fruit hebben. Zoals de bijzondere winnaar van de categorie ‘Zoet en Versterkt’ van ons wijnconcours, de Taylor’s 30 years old, die rijpt in een moderne loods hoog op de heuvels boven Quinta de Vargellas. Wat een prachtig glas port. Afgelopen week viel er een nog veel oudere tawny in de brievenbus: een 80 years old tawny van het huis Kopke. Kopke is een Portugees porthuis dat befaamd is om zijn bijzondere oude tawny’s. Zo’n oude port is in alle opzichten heel speciaal. Dit is de overtreffende trap in concentratie. Het fruit is anders, veel meer gekonfijt, en daarnaast ruik en proef je noten, amandelen, wat balsamico en pure intensiteit. Wat een geweldige belevenis! Het zou een enorm verlies zijn als we dit soort unieke ports zouden moeten missen.

Klik hier voor de bijzondere winnaar van de categorie ‘Zoet en Versterkt’ van ons wijnconcours, de Taylor’s 30 years old.

Klik hier voor de proefnotitie van de Kopke 80 Years Old Tawny Port.

Ronald de Groot, hoofdredacteur

ColumnsNieuws

Het middenveld heeft het moeilijk

Afgelopen week had ik het voorrecht in Toscane te zijn, in dit geval voor de Benvenuto Brunello. Een mooi event, waar de jaargang wordt gepresenteerd die nieuw op de markt komt. In dit geval Brunello di Montalcino 2021 en de Riserva’s van 2020. Twee heel verschillende jaren. 2020 was warm en de wijnen zijn soepel en toegankelijk. Eigenlijk nu al lekker om te drinken. 2021 is een koeler jaar, waarin de opbrengsten lager zijn door vorstschade. De wijnen zijn geconcentreerd, maar ook nog erg gesloten. Om te proeven niet zo simpel, want je hebt snel de neiging de lichtere wijnen van de jaargang 2020 gewoon ‘lekker’ te vinden – waar het bij wijn natuurlijk ook om draait. Maar je voelt overal om je heen dat, zeker de producenten – 2021 gewoon beter wordt gevonden. En dat Brunello di Montalcino een wijn moet zijn die je weg kunt leggen. Als je een Col d’Orcia 1975 proeft, dan weet je dat de mogelijkheden enorm zijn. Maar ja, wie heeft dat geduld nog?

De wijnen zijn mooi, en als je hier rondrijdt, raak je ook altijd weer onder de indruk van het landschap. Hoge heuvels, tot bijna 500 meter, met diepe dalen, op 150 meter hoogte. Het is goed te beseffen dat dit nog maar 50 jaar geleden een simpel boerenland was, waar de druivenstokken stonden aangeplant tussen de olijfbomen, zoals de eigenaar van Col d’Orcia, Francesco Moreno Cinzano, nog maar even benadrukt, als we zijn wijn uit 1975 in het glas hebben. Sinds begin jaren tachtig, na het verkrijgen van de DOCG in 1980 – als eerste Italiaanse streek – maakt de streek een stormachtige ontwikkeling door. In de jaren zestig waren er nog geen dertig wijnboeren, inmiddels zijn dat er zo’n 250. De drijvende kracht achter het succes is de populariteit van de wijnen op de Amerikaanse markt. Mooi, maar ook een gevaar.

Het succes heeft hier geleid tot hoge prijzen. En hoge prijzen zorgen voor genoeg geld om te investeren. In het wijnmaken, maar vooral in de wijngaard, zoals lage opbrengsten en een strikte selectie op kwaliteit. Zo stuwt populariteit de kwaliteit van de wijnen omhoog. Een ontwikkeling die je overal kunt zien in wijngebieden met succes. Barolo, Bourgogne, Champagne, Napa Valley, we kunnen ze allemaal opnoemen. Het kopen van een goede rode Bourgogne leek dertig, veertig jaar geleden een soort Russische roulette. Nu barst het van de mooie wijnen. Een van de gevolgen is dat het ook voor kleinere producenten rendabel wordt een eigen wijnbedrijf te beginnen. We waren op bezoek bij SanCarlos, met drie hectare wijngaarden en 10.000 flessen productie. Klein maar fijn. Ook in de Bourgogne en de Champagne of Barolo kun je goed leven van een wijngaard van een paar hectare en je focussen op pure kwaliteit.

Dat betekent ook, ik schreef dat hier al eerder, dat kleine producenten de grotere dwingen tot een betere kwaliteit. Inmiddels zijn we er aardig aan gewend geraakt. Kleine importeurs duiken in deze niche, en bieden kleine partijen topwijnen van kleine producenten aan, die rapido uitverkocht zijn. Ik zeg ‘gewend geraakt’, maar ik zou ook kunnen zeggen ‘verwend geraakt’. Het is niet vanzelfsprekend dat het zo blijft. Want wereldwijd staan de prijzen van dit soort topwijnen onder druk. Ik wist het wel van Bordeaux en Rioja, maar het speelt ook in Italië. Omdat de V.S. zo’n belangrijke markt is, lijden de producenten in Brunello onder de importtarieven van Trump en de algemene onzekerheid op de Amerikaanse markt, inclusief de lagere wijnconsumptie. We kunnen onze schouders er over ophalen, of zelfs denken dat het goed is dat de prijzen een keertje omlaag gaan. Maar het kan ook het hele ecosysteem aantasten, en veel kleinere producenten de kop kosten. Dat kan leiden tot een omgekeerde weg, met een verschraling van het aanbod, met minder producenten die genoeg geld hebben om in hun wijnen en wijnbedrijven te investeren. Er zal altijd een toplaag zijn voor mensen met (te) veel geld, maar juist het mooie middenveld zou wel eens flink onder druk kunnen komen te staan. Met rijke Amerikanen die voor miljoenen wijngaarden in Napa Valley kochten, en die nu hun druiven hebben laten hangen, omdat niemand ze wil hebben, heb ik niet zoveel medelijden. Maar kleine familiebedrijven in goede Italiaanse wijngebieden, die van generatie op generatie zijn opgebouwd, zie ik niet graag verdwijnen. Dat zou een grote verarming van het wijnaanbod betekenen.

Ronald de Groot, hoofdredacteur.

1 2 3 84
Page 1 of 84