Achtergrond & Interviews Archives - Perswijn

Achtergrond & Interviews

Achtergrond & Interviews

Kershaw Wines, Zuid-Afrika – Meesterlijke wijnen van Richard Kershaw

Een Master of Wine die heel goede wijnen maakt in Zuid-Afrika en een Engelsman die onverwacht weinig gereserveerd is in zijn meningen, zo zou je Richard Kershaw kunnen omschrijven. Een lekker uitgangspunt dus voor een gesprek en een proeverij.

‘Ik werkte bij Mulderbosch’, vertelt Richard Kershaw aan de proeftafel van Wijnhuis Alexander in Hoogland, ‘en ik besloot te proberen Master of Wine te worden. Dat lukte in 2011. En in 2012 vond ik dat het tijd was voor mijn eigen label, Richard Kershaw Wines.’ De reden was simpel en de timing was logisch, legt hij uit: ‘Na 1994 maakten we vooral wijnen met goede value for money, maar meer niet; dat moest veranderen. Begin deze eeuw werd het beter, met meer aandacht voor regionale herkomsten. En in 2012 was de Swartland Revolution net gaande. Hét moment om voor mezelf te beginnen.’

Richard, met ook werkervaring in Californië, Chili, Bordeaux, Hongarije en Duitsland, koos ervoor om zich te vestigen in Elgin. Dat is een van de koelste gebieden van Zuid-Afrika en was bekender om zijn appels dan om zijn wijn. Natuurlijke verschillen tussen de regio’s van Zuid-Afrika, gedreven door klimaat, vindt hij heel belangrijk. En hij wilde sowieso met chardonnay werken. ‘Robertson had Chardonnay geclaimd, maar ten onrechte vind ik, het is te warm. De focus van Hemel-en-Aarde op chardonnay en pinot noir is wel terecht. Elgin is nog koeler en geeft een nog lagere natuurlijke pH; dat heeft Chardonnay nodig’, zegt Richard. Alhoewel Elgin niet ver afligt van Stellenbosch, Franschhoek en Walker Bay –allemaal op slechts 25-30 km afstand hemelsbreed– zijn hun klimatologische omstandigheden (heel) verschillend. Richard: ‘Mensen van buitenaf beseffen vaak niet hoe enorm bepalend de oceaan en het reliëf zijn voor ons weer en klimaat, en dat vaak op veel kortere afstand dan in Europa.’ Dat zie je natuurlijk terug in de langjarige data. De gemiddelde temperatuur van het groeiseizoen (oktober-maart) in Elgin is met een krappe 18 ºC maar liefst twee graden lager dan die van Stellenbosch-Helderberg, waar ook mooie Chardonnay wordt gemaakt, maar ook dik een halve graad lager dan die van Hemel-en-Aarde. En zelfs dat maakt uit. ‘Ik haal syrah vaak uit Hemel-en-Aarde, want in Elgin werkt het niet altijd. Syrah wordt hier minder rijp en de problemen met rot zijn groter’, legt Richard uit.

Chardonnay, syrah en pinot noir zijn de variëteiten waar Richard zich op heeft toegelegd. En iedereen die hem en zijn wijnen kent, weet dat het niet ophoudt bij variëteiten. De diverse versies ervan, zogenaamde klonale selecties, en hun expressies boeien hem enorm. Vandaar dat hij deze vaak vermeldt op de etiketten, zoals 76, 95 en 548 voor chardonnay en 115, 667 en 777 voor pinot noir. En dit is geen gimmick, je proeft de verschillen echt en dat heeft niet met vinificatie van doen. Duidelijk vond ik vooral het onderscheid tussen CY95 en CY548, twee topklonen uit de Bourgogne. 95 geeft vrij fruitige, rijke en romige Chardonnay, terwijl 548 iets strengere wijn geeft, met duidelijke zuren.

Echter, ook de bodems spelen een rol in de geur- en smaakverschillen, weet ook Richard. Hij noemt zichzelf geeky als gaat om geologie en bodems, net als om klonen. Dus zoekt hij de ultieme terroirexpressie door afstemming van kloon op de diverse bodems van de geologische formaties van de Bokkeveld Group, die zo typerend zijn voor Elgin (en Cape South Coast in het algemeen). Het mooist komt dat naar voren in zijn Deconstructed Chardonnays: 76 komt van zandsteen, 95 staat op schalie en 548 op ferricrete, dat veel ijzer bevat. Bepaalde samenklonteringen daarin worden ook wel koffieklip genoemd.

Zijn manier van wijnmaken noemt Richard niet-ingrijpend, want zijn wijnen moeten hun herkomst uitdrukken en niet de signatuur hebben van de wijnmaker. Toch zou ik zeggen dat ze die wel degelijk hebben, in de (zeer positieve) zin dat ze uiterst precies en zuiver overkomen. En uiteraard moet ook Richard gedurende de vinificatie keuzes maken. Zo vertelt hij dat hij, ondanks dat zijn Chardonnays vaak duidelijke zuren hebben, vaak de malo deels voorkomt. ‘Ik ben geen fan van de aroma’s en smaken van de malolactische fermentatie’, zegt hij, ‘wel van goede zuren.’
Voor zijn Chardonnays worden de druiven direct geperst en loopt de most af in kleine houten vaten van Frans eikenhout (228 liter), waarvan altijd een deel nieuw is. De gisting is spontaan en de opvoeding duurt zo’n 11 maanden. Voor de Pinots worden de druiven ontsteeld en enige tijd ingeweekt, alvorens de spontane gisting begint, in open vaten. De maceratie duurt 12-18 dagen, waarbij Richard délestages doet, maar geen pigéages. Voor de malo en rijping van 11 maanden gaan de wijnen naar klein Frans hout, meestal met een inhoud van 228 liter, maar hij gebruikt ook grotere barriques en betonnen eieren voor de Clonal Selection Pinot noir. De Syrah krijgt wat langere opvoeding, ook in klein hout.

Resultaat is een aantal van Zuid-Afrika’s beste wijnen, wat mij betreft zeker als het gaat om Chardonnay en Pinot Noir, zonder Richard’s erg goede Syrahs tekort te willen doen. De volgende wijnen kwamen allemaal in het glas, met uitleg en veel meer overige informatie van Richard zelf. De proefnotities zijn wat beknopt vanwege de constante maar welkome afleiding, want de man heeft zó veel te vertellen. En het gesprek, ook door de deelname van nóg een MW, Job de Swart, was gewoon té interessant en veelzijdig. Echt enorm leuk en leerzaam.

Opmerking ter informatie: Richard Kershaw Wines maakt vele wijnen, verdeeld over diverse series. Onder de noemer GPS vallen de wijnen van buiten Elgin. Binnen Elgin zijn er de generieke Clonal Selection Chardonnay, Pinot noir en Syrah, en meerdere bijzondere wijnen van een specifieke kloon op een specifieke bodemsoort; deze serie heet Deconstructed.

GPS Lower Duivenhoks Chardonnay 2020: van een wijngaard met kalk in de bodems, aan de Duiwenhoksrivier die tussen Cape Agulhas en Mosselbaai in de Indische Oceaan uitmondt; zuiver, nog mooi levendig, rijp citrusfruit, fijne toast; sappig, heel fijne zuren, mooi lang. 16 pnt

Elgin Clonal Selection Chardonnay 2021: compact, geel fruit, licht aards, fijne toast; mooi verpakte zuren, mooie balans, lang. 16,5 pnt

Deconstructed Lake District Bokkeveld Shale Chardonnay CY95 2021: prachtig citrusfruit, fijne toast, heel licht romig; sappig, heel aantrekkelijk, mooie zuren, heel present en lekker al. 17,5 pnt

Deconstructed Kogelberg Sandstone Chardonnay CY76 2021: heel anders, meer aards, citrusfruit; fijne structuur, flinke zuren, compact, lang, tijd geven. 17 pnt

Deconstructed Kogelberg Ironstone Chardonnay CY548 2021: compact, boeiend, mooi fruit, kruidig, hartig; rond, fijn zoutig en nootachtig, geweldige zuren, zeer lang. 18 pnt

GPS Walker Bay Pinot Noir 2020: uit de wards Upper Hemel-en-Aarde Valley en Hemel-en-Aarde Ridge, vandaar de naam van het district, Walker Bay; erg mooie geur, licht bosfruit, wat ondergrond, floraal, droge specerijen, heel elegant; fijne zuren, mooie tannine, goed lang. 16,5 pnt

Elgin Clonal Selection Pinot Noir 2021: donkerder qua fruit, heel aantrekkelijk, kruidig, spicy; mooi fruit, zoetzuur, goede tannine, zuren, lang, heel knappe Pinot noir. 17 pnt

Deconstructed Kogelberg Sandstone Pinot Noir PN115 2021: iets aards, kruidig, zoete frambozen, witte peper; heel fijne textuur, mooie tannine, zuren, heel lang. 17,5 pnt

Elgin Clonal Selection Syrah 2019: cassis, bosfruit, kruidig, peper, fijn hout; krachtig, goed fruit, mooie zuren, lang, opmerkelijk goed nog. 17 pnt

Deconstructed Groenland Bokkeveld Shale Syrah SH9C 2019: wat gebrande rubber, dan zoet rood fruit, kruidig en peperig, rook; mooie structuur, fijn vlezige tannine, zoete specerijen, mooi droog, lang. 17,5 pnt

Deconstructed Groenland Bokkeveld Shale Syrah SH22 2019: bloed, wat reductie, donker fruit, spek; zoet fruit, mildere tannine, kruidig, rond, lang. 17 pnt

De wijnen van Richard Kershaw worden verkocht door Les Généreux.

tekst: Lars Daniëls

foto’s: Lars Daniëls en Elgin Wine Route

Achtergrond & InterviewsGeproefd & Beoordeeld

Abadía Retuerta: de lichtheid van een monument

Door zijn ligging in een nauw deel van de Duerovallei ten oosten van de Rueda appellation en net ten westen van Ribera del Duero, hoort het wijngoed Abadía Retuerta eigenlijk nergens bij. Deze ongrijpbaarheid komt ook terug in de buitengewone wijnen. Na een eeuwenlange geschiedenis, waarbij de wijnbouw uiteindelijk vrijwel geheel van het landgoed verdween, is Abadía Retuerta weer terug in de primera división van de Spaanse wijn. In 2026 is het dertig jaar geleden dat de eerste oogst op het Spaanse wijngoed plaatsvond. De wijnen zijn groots, niet goedkoop, maar desondanks slechts een fractie van de prijs van die van buurman Vega Sicilia. Genoeg reden dus om de uitnodiging aan te nemen om samen met een aantal andere horeca- en persmensen in Zürich een vorkje te prikken met CEO Enrique Valero, en vervolgens een bezoek te brengen aan het door de Zwitserse architect Serra prachtig gerenoveerde wijngoed annex luxehotel en sterrenrestaurant in Sardón de Duero.

Staand aan de bar vertelt Valero dat het wijngoed voor drie zaken staat: omgeving, geschiedenis en mensen. Hij laat zich regelmatig inspireren door een oude landkaart van Abadía uit 1887. “Deze kaart is mijn strategische plan”, grapt hij. “Hij leverde mij bijvoorbeeld het idee om een deel van onze grond opnieuw te bebossen. Maar”, vervolgt Valero, “wij gebruiken de geschiedenis alleen als inspiratiebron, we zijn een modern bedrijf.” Voorbeelden te over. De wijnkelder is deels ondergronds gebouwd, waardoor de temperatuur, ook in de hete zomers, zonder grote ingrepen constant blijft. Tijdens het vinificatieproces wordt alleen van de zwaartekracht gebruik gemaakt, wat de impact op de most en de wijn minimaliseert. Daarnaast hanteert Valero een plat organisatiemodel, waarin iedere medewerker de mogelijkheid heeft zichzelf verder te ontwikkelen. Inbedding in de lokale gemeenschap is een ander speerpunt. Op het dak liggen zonnepanelen, er wordt geëxperimenteerd met beplanting tussen de rijen, de bijen voor de eigen honingproductie zorgen via bestuiving voor een gezonder landschap. Ondanks zijn lange staat van dienst – Valero leidt het bedrijf al 16 jaar – is zijn enthousiasme nog zeer groot. Hij is altijd op zoek naar verbetering, bevestigen verschillende van zijn medewerkers. En hij is een groot liefhebber van de wijnen. “Het is als het  drinken van een landschap of van een filosofie”, zegt hij beeldend.

De wijnbibliotheek van Abadía Retuerta ©Abadía Retuerta

Van monniken tot farmareus

Hoewel Abadía’s wijnstokken nu ruim 30 jaar oud zijn, gaat de geschiedenis van het wijngoed terug tot 1146, toen er op de huidige locatie een klooster werd gesticht in een bocht van de Duero. (Retuerta betekent bocht in het Spaans.) Het zal niet verbazen dat de monniken aanjagers van de wijnbouw waren. De onteigening van kerkelijke goederen in de 19de eeuw, gevolgd door de komst van phylloxera en schimmelziekten, maakten wijnbouw steeds ingewikkelder. Uiteindelijk verdwenen alle wijnstokken ten gunste van de verbouw van graan. Tot het bedrijf in de tachtiger jaren van de vorige eeuw in handen kwam van het Zwitserse Sandoz, dat op zijn beurt enige jaren later met Ciba-Geigy fuseerde tot de farmareus Novartis, die nog steeds eigenaar is van Abadía.

Op eigen benen

Toen Valero in 2009 van Gonzalez Byass naar Abadía Retuerta overstapte, kreeg hij de opdracht ervoor te zorgen dat het domein in de zwarte cijfers zou komen en blijven. Dat lukte. “Sandoz/Novartis was een geweldige investeerder, maar nu runnen we de onderneming als een familiebedrijf met 160 medewerkers”, zegt Valero. Eerst werd het wijngoed door de bekende Franse oenoloog Pascal Delbeck (van Chateau Ausone) weer op poten gezet, en na een bekroonde renovatie van het klooster, heeft Abadía sinds 2012 ook een sterrenrestaurant en een luxehotel, dat op discrete wijze is gedecoreerd met werken uit de Novartis kunstcollectie en van lokale kunstenaars. Sindsdien staat het bedrijf financieel op eigen benen.

Werk van Enrique Chillida ©Bart de Vries

Landschapsbeelden

Delbeck verdeelde het domein – 700 hectare, waarvan een kleine 200 beplant met druivenstokken –  in 54 percelen, deels op de valleibodem, deels tegen de grofweg naar het noorden gerichte hellingen, met veelal mergelachtige kalkbodems, waar de verschillen tussen dag- en nacht-, en zomer- en wintertemperatuur groot zijn. Elk perceel wordt separaat vergist. Als Valero spreekt van “het drinken van het landschap” verwijst hij naar de terroirgedachte die voor het wijngoed vanaf het begin leidend is geweest. Zoals een glas fino bij de geboortige Sevillaan onherroepelijk beelden van in de zon blakerende albariza bodems oproept, zo komen beelden van de zachtjes naar de Duero aflopende wijngaarden naar boven als hij aan een glas Pago Negralada nipt.

De Negralada wijngaard ©Bart de Vries

(Alternatieve) variëteiten

Naast tempranillo, de ster van de naburige appellation (of Denominación de Origen, DO) Ribera del Duero, en verdejo en sauvignon blanc, de variëteiten van de DO Rueda, plantte Delbeck ook syrah, cabernet sauvignon, merlot, en petit verdot. Vanaf het begin beschikt het wijngoed op verschillende plekken over rijen met alternatieve rassen met als doel te onderzoeken welke het goed doen in het Duerodal. Nu de  klimaatverandering steeds sterker merkbaar wordt, plukt Angél Anocíbar, het huidige hoofd van de wijnmakerij en de wijngaarden (maar al 30 jaar in dienst), daar de vruchten van. Naast graciano en garnacha, is touriga nacional een van de rassen die blijken te floreren. Niet zo heel vreemd, zou je misschien denken: Duero/Douro en touriga nacional zijn een gouden combinatie. Maar stroomafwaarts in Portugal zijn de bodems, het klimaat en de tradities heel anders. Toch is Abadía’s Touriga Nacional een pareltje met royale, mooie, poederachtige tannine en een stralend profiel van donker fruit en de typerende geur van viooltjes. De jaargang 2021 was al heel benaderbaar. Graciano en garnacha hebben hun rol als support act gevonden in de gelaagde en geslaagde Palomar Cuvée, waarin tempranillo de hoofdrol speelt. De blend bestond tot 2009 uit cabernet sauvignon en tempranillo, maar verdween toen Valero na zijn aantreden de bezem haalde door het te grote aanbod aan labels. De vernieuwde cuvée sluit met de sappigheid van garnacha en de frisheid van graciano goed aan bij de huidige trend naar sneller en makkelijk drinkbare rode wijnen. Toch is Palomar verre van een niemendalletje. Hij vult het gat tussen de ‘instapwijn’ Selección Especial en de exclusievere wijngaardwijnen.

Angél Anocíbar legt uit ©Bart de Vries

Zacht zwevend tapijt

Maar hoe drink je filosofie? Daarvoor moet je allereerst weten dat de wijnen van Abadía, ondanks een stevige houtopvoeding, de zwaartekracht lijken te ontstijgen. Of je nou de Pago Garduña (100 procent syrah) drinkt, de Selección Especial (tempranillo, syrah, cabernet sauvignon) of de Pago Negralada (100 procent tempranillo), ze hebben iets monumentaals zonder zwaar te zijn. Er is prachtig fruit, maar dat wordt altijd goed in balans gehouden door een stenige mineraliteit en florale noten. De tannine is present, maar voelt eerder als een zacht zwevend tapijt dan als een solide fundament. De body kan stevig zijn, maar de wijn is nooit opulent. En de door de koele nachten gegarandeerde frisheid brengt je telkens weer in hoger sferen.

Barrel room bij Abadía Retuerta ©Abadía Retuerta

Schijnbare gewichtloosheid

De gedachte achter deze stijl en de op moderne leest geschoeide, maar traditionele manier van wijn maken, leidde Valero en zijn team ertoe om een samenwerking met de Spaanse kunstenaar Eduardo Chillida aan te gaan. Je kent hem misschien van zijn als grijpende klauwen uit de rotsen priemende sculpturen helemaal aan het einde van de La Concha-baai in San Sebastiaan. Die stalen tentakels lijken bijna in het luchtledige boven het woest opspattende water van de Golf van Biskaje te hangen. Diezelfde schijnbare gewichtloosheid symboliseert mooi het karakter van Abadía’s wijnen. Om de twintigste verjaardag (2016) van de eerste oogst te vieren, bracht Abadía daarom de Eduardo Chillida Special Edition uit, die naadloos in het beeld past. Is het filosofie? Is het kunst? Ik weet het niet, maar Abadía’s wijnen zijn een klasse apart.

Een door Chillida geïnspireerde wijn ©Bart de Vries

Vino de Pago

Dat is niet onopgemerkt gebleven. Doordat het domein buiten de grenzen van de bekende DO’s ligt, konden de wijnen jarenlang slechts als Vino de la Tierra (IGP) gebotteld worden. Maar sinds 2022 mag Abadía Retuerta zijn wijnen als Vino de Pago labelen. In essentie is een Vino de Pago een DO die bestaat uit één wijngoed. Spanje telt er momenteel 21. Voor Valero was dit een belangrijke stap, omdat het staat voor consistentie in de wijngaard en de kelder en het helpt in de communicatie naar de consument. Mede hierom heeft Abadía vooralsnog geen last van een afgenomen vraag naar rode wijn, hoewel de ingezakte verkoop van duurdere wijnen in de Nederlandse horeca merkbaar is, zegt Valero. Jammer, want de prijzen van Abadía’s wijnen mogen dan wel wat hoger liggen, de prijs-kwaliteitsverhouding is goed.

PROEFNOTITIES

Hieronder staan de proefnotities van een aantal van de wijnen die tijdens de lunch dan wel mijn bezoek aan het wijngoed werden geschonken. De Touriga Nacional 2020 proefde ik twee jaar geleden. Voor alle wijnen geldt dat de opvoeding plaatsvindt in eikenhouten vaten, waarvan grofweg een derde nieuw, een derde een jaar oud en een derde twee jaar oud is.

LeDomaine Blanco 2020

80% sauvignon blanc, 20% verdejo. 7,5 maanden in vaten van Franse eikenhout.

Gemalen steen, licht floraal, rijp geel fruit, citrus, licht tropisch, iets rubber. Vol, zelfs een tikje cremig/viskeus/olieachtig. Lang.

Selección Especial 2002

Aromatisch, bijna parfumachtig, gevolgd door een tikje kokosachtige rijkheid, daarna mint, potlood, wat hartigs en bessig primair fruit. Relatief slank, ondanks zijn 23 jaar nog steeds behoorlijk wat grip.

Pago Negralada 1999

Magnum. Eerste vintage van de beste wijngaard. 100% tempranillo. 24 maanden in vaten van Frans eikenhout. 13% abv.

Leer, champignon, lelies, stenig-mineraal. 26 jaar oud, maar nog steeds vol tintelende kersen en donkere bessen. Fluwelige, deels gepolymeriseerde tannine. Perfect om nu te drinken maar heeft nog reserve.

Pago Negralada 2003

100% procent tempranillo. 16 maanden in vaten van Frans eikenhout. 14,5% abv.

Umami, tomaten en tomatenpuree, iets ziltigs/hartigs, beetje Fruchtsüsse. Krachtig, vol maar (net) niet uit balans. Nu drinken.

Pago Negralada 2008

Een van de moeilijkste jaargangen, koud en regenachtig.

Umami, tomatenpuree, potlood, selerie, donkere bessen. Zijdeachtige tannine.

Pago Garduña 2015

100% syrah. 17 maanden in vaten van Frans eikenhout. 14,5% abv. Pago Garduña heeft een kalkhoudende bodem en is naar het koele noordoosten gericht.

Lumineus, kruidig, donkere bessen, gestructureerd door mond-vullende fijnkorrelige tannine en zachtfrisse zuren. Persistent. Nog jong.

Pago Garduña 2021

Jeneverbes, donkere bessen, ietsje teer, lelie, viooltjes, iets boers. Soepel, fris, koele zijdeachtige, royale tannine, stenig.

Pago Valdebellón 2021

100% cabernet sauvignon, kalkrijke bodems in het hoogste deel van het wijngoed (~850m), relatief koele jaargang zonder hittegolven. 16 maanden in Frans eikenhouten vaten.

Op de neus eerst licht cremig, daarna iets groenig, fenolisch en tot slot donkere bessen. In de mond meer intense donkere bessen dan op de neus, hoge poederige tannine, opwekkende frisheid, gestructureerd en nog heel jong.

Petit Verdot 2021

100% petit verdot. 17 maanden in Frans en Amerikaans eikenhout

Zeer diep van kleur met blauwe reflecties. Op de neus zoete specerijen, donkere kersen, beetje drop. Op de tong: warmte, breedte, rijkelijk tannine met flinke maar aangename grip, minder fruitig, ingetogener dan de Valdebellón.

Touriga Nacional 2020

Massale selectie van Ferreira, Portugal. Deels op eigen stokken. 16 maanden in vaten van Frans eikenhout.

Gestructureerd, intense bijna vlezige tannine, sappige donkere bessen, viooltjes, breed begin, steeds verticaler richting de lange finish, kracht en finesse gecombineerd.

Touriga Nacional 2021

Bessenyoghurt, ietsje rubber, licht floraal (minder dan de 2020), specerijen, hoge maar fijne tannine die goed in balans zijn met de zuren en de primaire smaken, helder, vrij precies en benaderbaar maar met potentie voor verdere ontwikkeling.

X Aniversario 2006

Gemaakt ter viering van de tiende oogst. “Een foto van het wijngoed”, noemt Valero deze wijn. 70% tempranillo, 15% syrah, 8% cabernet sauvignon, 5% petit verdot, 2% merlot, 2% touriga nacional. 24 maanden in Frans eikenhouten vaten.

Lijkt wel wat op de Negralada, minder diep, maar net iets breder en donkerder.

Eduardo Chillida Special Edition 2016

38% syrah, 32% tempranillo, 14% merlot, 8% graciano, 4% cabernet sauvignon, 4% petit verdot. 18 maanden in vaten van Frans eikenhout. 14,5% abv.

Robijnrood met nog wat blauwpaarse reflecties. Op de neus nog gesloten, ietsje fenolisch, daarachter gemalen steen, lelies, donkere bessen. Veel frisheid, vrij hoge poederachtige tannine, kruidig, vaag lactisch element. Meer finesse dan de Pago Negralada 2003.

De wijnen van Abadía Retuerta worden in Nederland geïmporteerd door  Wijntransport en in België door Despert.

Achtergrond & InterviewsGeproefd & Beoordeeld

Geduld gevraagd voor vulkanische Spätburgunder

In Perswijn 8/2025 staan in het artikel ‘Duitse Pinot Noir met een Bourgondisch trekje’ wijnmakers uit de Pfalz en Markgräferland in het zuiden van Baden centraal. Martin Metzger, Johannis Jülg, Hanspeter Ziereisen en de broers Schneider komen er aan het woord. In dit vervolg vertellen Julian Huber, Konrad Salwey, Friedrich Keller en Rebecca Heger het een en ander over hun Spätburgunders van en bij de Kaiserstuhl.

Ligging van de wijngaarden op de Kaiserstuhl in Baden
Foto: VDP
Verschillende vulkanische gesteenten

PINOT PARADISE

De Kaiserstuhl is een kleine bergketen langs de Rijn, tussen de Vogezen in het westen en het Zwarte Woud in het oosten. Het klimaat is er warm, droog en winderig door de Bourgondische Poort die mediterrane lucht vanuit het zuiden binnenlaat en te veel regen voorkomt. Heel geschikt voor de verbouw van Burgundersorten als spätburgunder die op de vulkanische terrassen veelal met een westelijke expositie staat en op de lössbodems aan de oost- en noordzijde.

BERNHARD HUBER IN MALTERDINGEN: VOORAL FRANSE KLONEN

Van de vier wijnhuizen die we op de Kaiserstuhl bezochten, liggen het wijnhuis en de wijngaarden van Bernard Huber het dichtst tegen het Zwarte Woud aan. Het bos heeft invloed op de rijping van de druiven. Op sommige hellingen koelt het ‘s nachts behoorlijk af wat gunstig is voor een langzame, gelijkmatige rijping van druiven en ontwikkeling van de aroma’s. De bodem is er kalkrijker dan in andere delen. Na het overlijden van Bernard Huber in 2014 namen Julian (toen 24 jaar) en zijn moeder de leiding over. Julian volgde in principe de Bourgondische stijl van zijn vader, maar heeft die in de loop van de tijd verfijnd. Hij focust op de typiciteit van het kalkrijke terroir en het oogstjaar, zoekt naar precisie, finesse en frisheid en is zuinig met nieuw eikenhout. Voorheen werd er wel met hele trossen gewerkt, maar Julian is er van teruggekomen.

Grote vaten bij Weingut Salwey

SALWEY IN VOGTSBURG: LANG IN FOEDER

Achter de kelder van Weingut Salwey liggen wijngaarden en eigenaar Konrad Salwey loodste ons meteen langs de vaten naar de achteruitgang om via een sluiproute midden tussen de stokken terecht te komen. Vanaf dat punt wijst Konrad op de details van de Kirchberg, Henkenberg en Eichberg waar Salwey druiven verbouwt. In een oogopslag zie je de variatie in het landschap en de wisselende expositie van de wijngaarden. Konrad: ‘Overal heeft de bodem een vulkanische oorsprong, maar hij is niet overal eender. Op de Eichberg vind je vulkanische lava wat doorgaans genereuze, complexe wijnen geeft. Die wijnen zijn ook heftiger dan die van de oudere, lager gelegen Henkenberg met vulkanische as. Wijnen van de Kirchberg met een veel hardere magma ondergrond zijn elegant met delicate aroma’s en kristallijne zuren.’  Salwey bewerkt 24 hectare en heeft circa 17 hectare in bezit. Konrad: ‘Huren is goedkoper dan kopen en druiven kopen is voordeliger dan alles zelf doen, maar ja. Ik hou mijn ogen en oren open. Een jonge generatie die druiven aan de coöperatie verkoopt, wil land dat makkelijk te bewerken is, dat gaat bij hen boven de kwaliteit. Voor ons liggen daar soms kansen om een lastig gelegen topplot over te nemen.’ Salwey laat de Spätburgunders en vrijwel al zijn GG-wijnen lang op vat liggen voor een natuurlijke stabilisatie zodat sulfiet vrijwel overbodig wordt. In vergelijking met oudere jaren zijn de Salwey’s van nu ranker, slanker en eleganter zonder aan intensiteit in te boeten.

Wijngaard bij Weingut Franz Keller

FRANZ KELLER  IN VOGTSBURG: ONTSTELEN

In zekere zin geldt dat ook voor de wijnen van Friedrich Keller die sinds 2016 verantwoordelijk is voor de wijnen van Weingut Franz Keller. Tijdens een rondleiding door de prachtige kelder die in 2013 is gebouwd, wijst Friedrich op de inbedding van het gebouw in het landschap, het benutten van hoogteverschil en de in de berg gebouwde kelders met verschillende temperaturen. Friedrich staat extra lang stil bij de ontsteler. Friedrich: ‘We hebben met hele trossen gewerkt, maar ontstelen bevalt beter, zeker als dat zorgvuldig gebeurt. Aanschaf van deze ontsteler die veel preciezer is in te stellen, maakt een ongelooflijk verschil.’ Keller werkt met Duitse en Dijon klonen. Friedrich: ‘Op de witte vulkanische grond van ons koelere deel op de Kirchberg, staan alleen Duitse klonen. Die wijnen zijn floraler, met een goede structuur. De Enselberg Spätburgunder met meer löss is van Dijon klonen uit 1999 en 2003 wat meer sappige, toegankelijke wijnen geeft. Aan de bodem op zich kun je niet veel veranderen, met de juiste keuze van klonen valt verschil te maken.’

DR. HEGER IN IHRINGEN: DOL OP BARRIQUE

Ihringen en de wijngaarden van Dr. Heger liggen in de zuidelijke punt van de Kaiserstuhl. Hier is de vierde generatie aan het werk. Dochters Rebecca, wijnmaker, en Katharina, verkoop, nemen stap voor stap de taken van vader Joachim over die tijdens ons bezoek vertelt dat hij er alle vertrouwen in heeft dat ze de goede stappen zetten. In de wijngaarden met vulkanische bodems wordt vooral met Franse klonen gewerkt, massale selectie van Clos de Vougeot in de Côtes de Nuits. In wijngaarden met een toplaag van löss staan voor 90 procent Duitse klonen. Rebecca zoekt naar concentratie en fijne zuren in de wijnen. ‘We maken houtgerijpte wijnen voor de opslag. Ik ben een voorstander van barrique, maar nooit meer dan 40 procent nieuw hout en van Taransaud met vaten die een sterk houtachtig karakter aan de wijn kunnen geven, zijn we overgestapt naar onder meer Damy voor een delicatere stijl. In de jonge jaren kan het hout in onze wijn opvallen, maar door de kracht van het fruit integreert het goed.’ Er werd geëxperimenteerd met hele trossen, maar Rebecca is niet enthousiast. Ze plukt graag ’s nachts en perst de druiven bij voorkeur direct bij binnenkomst.

TIJD NEMEN VOOR VULKAANWIJN

Hoewel de variatie in de Spätburgunders afhankelijk van kloon, leeftijd van stokken, exacte bodemsamenstelling, ligging van de wijngaard en uiteraard ook het werk in de kelder groot is, zijn deze vier wijnmakers het erover eens dat de wijnen van de Kaiserstuhl tijd nodig hebben om tot volle expressie te komen. Daarom brengen de huizen hun wijnen niet (te) vroeg op de markt en bieden veel importeurs ook oudere jaargangen aan.

FAVORIETE SPÄTBURGUNDERS

WEINGUT BERNARD HUBER
Köndringen Alte Burg Spätburgunder GG 202
Muschelkalk met ijzer: verleidelijk gekonfijt rood fruit, schoon; rijpe donkerrode kers, vlezige van vruchtvlees, rins, subtiele specerijen, gelaagd, golvend, opwekkend zuur in de finale, lang, prachtig.

Bombach Sommerhalde Spätburgunder GG 2023
Ligging tegen Zwarte Woud, kalkrijke löss, 14 tot 16 mnd barrique waarvan 30% nieuw: morel, kleine wilde bloemen; in alles verfijnd, hout nu nog iets dominant maar zal opgenomen worden, heeft nog tijd nodig, intens, lang.

Malterdingen Bienenberg Spätburgunder GG 2023
Relatief lichte grond met löss en verweerde kalksteen, steil, 50+ stokken, 100% ontsteling, 14 tot 16 maanden barrique: frivool fruit, geroosterd brood; vrolijk rood fruit, lichte houtondersteuning, complex, delicaat zuur, vol en lichtvoetig.

Hecklingen Schlossberg Spätburgunder GG 2023
Verweerde witte kalksteen: kersen in alle kleuren, verse broodkorst; rijp fruit, verfijnde kruidigheid van het hout, vol, rijk, veel, balans, afblijven.
Importeurs: Arentzwijnen, Wijnkameel

WEINGUT SALWEY
Oberrotweil Eichberg Spätburgunder GG 2022
Vulkanische lava, oostelijke expositie: puur fruit, minerale toon; rood fruit, floraal, verleidelijk, transparant, mooi onderliggend zuur, fijne grip, ‘luxe tannine’ (= quote Konrad Salwey), evenwicht.

Oberrotweil Henkenberg Spätburgunder GG 2022
Vulkanische as, lager gelegen; zwoel fruitig, houtkruidig; rijp en zacht rood fruit, vol, comfortabel, gelaagd, rijpe tannine, brede bite, lang.

Oberrotweil Kirchberg Spätburgunder GG 2022
Vulkanisch, aderen van kalksteen, warm tot heet, diep wortelende oude stokken; rood fruit, specerijen; rijp fruit, kruidig, thee, krachtig, nog jong, ‘arrogante tannine’ (= quote Konrad Salwey), zal in geheel meer integreren maar nu ook heel mooi.

WEINGUT FRANZ KELLER
Oberbergener Bassgeige Steinriese Spätburgunder GG 2023
IJzerrijk vulkanisch, relatief koel door wind vanuit de Elzas: donker fruit, ingetogen; zwarte bes, rode bes, kruidig, stevig, intens, brede tannine, lange afdronk, mooi.

Oberrotweil Eichberg Spätburgunder GG 2023
Vulkanisch met löss en leem, warme ligging, Franse klonen geplant in 1994, 18 mnd barrique waarvan 45% nieuw: houttoast, roos, fruit; veel wijn, fruitig, vol, smeuïg, spicy (hout), brede tannine, balans.

Achkarren Schlossberg Spätburgunder GG 2023
Ommuurde wijngaard, zwarte vulkanische bodem, massale selectie van oude stokken, 18 mnd barrique waarvan 35% nieuw: rijp rood fruit, houttonen; zwoel-zoete aanzet, floraal, fruitig, rokerige toets, rijke, volle wijn met een stevige afdronk.
Importeur: Pallas Wines

WEINGUT DR. HEGER
Ihringen Winklerberg Wanne Spätburgunder GG “Häusleboden” 2020
Vulkanisch, Franse klonen, massale selectie, 60 jaar oud: rijp fruit, gedroogde kruiden; intens fruitig, aards, spicy barrique, briljante zuren.

Ihringen Winklerberg Winklen Spätburgunder GG “Rappenecker” 2020
Löss, kalkrijke bodem, Duitse klonen: kruidig; vol, rijp fruit, houtkruidigheid, ronde afdronk.

Ihringen Vorderer Winklerberg Spätburgunder GG 2023
Arme, steenrijke, vulkanische grond, warme ligging, massale selectie: frivool, viool, rood fruit; fruitig, floraal, ondersteunend zuur, fijne tannine, opwekkend.
Importeur: Smaragd Wijnen

Tekst: Magda van der Rijst

Foto’s: Magda van der Rijst

Kaartje: VDP

Achtergrond & InterviewsNieuws

Borrelpraat: het huisaperitief

De rubriek over dranken die de eetlust opwekken en gesprekken op gang brengen

Deze keer: het huisaperitief

Door Thijs Akkerman

Als klein kind creëerde ik met vriendjes toverdranken. We mixten water met alles wat we in de koel-, keuken- en kelderkast konden vinden. Van specerijen en ketjap manis tot koffiepoeder en poffertjesmix. In zekere zin is de fascinatie voor toverdranken altijd gebleven. Zo zoek ik graag naar wijnen die gemaakt zijn van onbekende druivenrassen en distillaten van bijzondere grondstoffen. Een uniek productieproces maakt me helemaal gelukkig. Niet voor niets schreef ik artikelen over Japanse wijnen van de koshu-druif, geuzebier en Aziatische rijstdistillaten… Ik geniet ervan wanneer het een eigenzinnig persoon lukt een bijzondere plek te vangen in een fles. Of in een glas. Dat laatste kom je als het goed is tegen bij het betere huisaperitief. Hieronder volgen enkele van mijn favorieten.

Het leukste vind ik dranken die je uitsluitend op één plek kunt bestellen. Zo dronk ik jaren geleden in de Maastrichtse Sjinkerij de Bóbbel een Bitter Bóbbelke. Het recept was geheim, maar de barman verklapte dat brandewijn de basis vormde en dat daar in ieder geval Angostura bitter aan toe was gevoegd. Het aperitief werd ijskoud geserveerd in een jeneverglas. Net als bij een kopstootje schonk men het kelkje zó vol dat er een kop op zat, die je er vervolgens vanaf moest slurpen zonder het glas op te tillen van de bar. Ik schrijf bewust in de verleden tijd; sinds de overname van het café is deze traditie verloren gegaan.

Nog iets zuidelijker vinden we het Brusselse café Le Cirio, ooit de stamkroeg van Jacques Brel. Hier schenkt men sinds 1939 ‘Half en half’, bestaande uit gelijke delen champagne en witte wijn. Er doen verschillende verhalen de ronde over de ontstaansgeschiedenis van dit elegante huisaperitief. Was de aanleiding een tekort aan mousserende wijn? Of liet een handelaar die op de naastgelegen beurs geld had verloren de schuimwijn aanlengen? Hoe dan ook: tijdens het nippen kun je de prachtige art-nouveaustijl van de gelagkamer bewonderen.

We zakken verder af naar het Noord-Italiaanse Mantova. Daar bevindt zich, aan het Piazza delle Erbe, onder de portico naast de krantenkiosk, Café Caravatti. Deze bar staat bekend om het gelijknamige aperitivo della casa. Ook dit recept is geheim, maar ik vermoed dat er in ieder geval wijn, vermout en een amaro in zit. Het is donkerrood van kleur en wordt geserveerd in een wijnglas. Zoals het een goed Italiaans café betaamt, serveert men er rond aperitieftijd heerlijke hapjes bij.

Voor we via de Brennerpas weer noordwaarts gaan, maken we een tussenstop in Bassano del Grappa. Aan het begin van de houten Ponte Vecchio bevindt zich Grapperia Nardini, waar men naast grappa ook glaasjes Mezzoemezzo schenkt. Dat is een mix van Nardini Rosso en Rabarbaro – een aperitivo bitter en een amaro – met bruiswater en een schijfje citroen. Het leven is goed, met de Adige die onder je door stroomt en de ondergaande zon die in de verte de Dolomieten rood kleurt.

Onderweg naar huis stoppen we nog één keer. In Düsseldorf, niet ver van de Rijnoever, vind je op een straathoek de Stube ‘Et Kabüffke’. Je klopt op een luikje in de muur, steekt twee vingers op, leegt samen met één teug de glaasjes Killepitsch en de laatste avond kan beginnen. Terwijl de kruidenlikeur je gedachten prikkelt, besef je hoeveel intrigerende toverdranken Europa kent. Genoeg voor een leven lang ontdekken.

Achtergrond & Interviews

Borrelpraat – aperitivo bitter en amaro

De rubriek over dranken die de eetlust opwekken en gesprekken op gang brengen

Deze keer: aperitivo bitter en amaro

Door Thijs Akkerman

In Italiaanse cafés en restaurants is achter de bar altijd een plank gereserveerd voor
de aperitivo bitters en amari. Het zijn flessen met bonte etiketten vol krullerige letters
en mysterieuze afbeeldingen. Ze trekken op een stijlvolle wijze de aandacht. Ook de
inhoud is typisch Italiaans.

Amaro (meervoud: amari) betekent ‘bitter’. Toch verschillen aperitivo bitters (het
Engelse leenwoord ‘bitter’ kent in het Italiaans eigenlijk geen meervoud) en amari
letterlijk én figuurlijk van elkaar als dag en nacht. Italiaanse bitters worden genuttigd
tijdens het aperitief. De bekendste voorbeelden zijn het Milanese Campari, Aperol
(Padova) en Select (Venetië). Ze zijn bedoeld om de eetlust op te wekken. Je drinkt
ze gekoeld, vaak met ijsblokjes. Dat kan puur zijn of in een soda-mix, spritz of
cocktail. Denk bijvoorbeeld aan een glas Campari-soda, een Aperol-spritz of een
negroni-cocktail. Amari worden gedronken als digestief. Ze helpen om de
spijsvertering op gang te brengen. Hoewel er mensen zijn die ook hier een ijsblokje in
het glas doen, drink je ze doorgaans op kamertemperatuur. Ze worden bovendien
minder vaak gemixt dan bitters. Bekende voorbeelden zijn het Siciliaanse Averna,
Montenegro (Bologna), Ramazotti (Milaan), Lucano (Basilicata) en Braulio
(Valtellina).

Beide dranktypen worden gemaakt door op alcohol kruiden, specerijen, citrusschillen
en wortels te laten trekken. Ook wordt suiker toegevoegd. Het alcoholpercentage van
amari ligt meestal wel hoger dan dat van bitters. Zoals de namen al suggereren,
bevatten beide dranken bitterstoffen. Zo zit in aperitivo bitters bijna altijd
gentiaanwortel (genziana), vaak aangevuld met kinabast (cinchona) en Chinese
rabarber (rabarbaro). De meeste recepten zijn geheim. Zo gaat het gerucht dat maar
een paar mensen de precieze samenstelling van Campari kennen. Ze mogen
contractueel nooit tegelijkertijd hetzelfde vliegtuig nemen.

Bij amari is meestal niet één enkele bitterstof dominant. Het zijn vaak complexe
blends van tientallen kruiden, specerijen en wortels. Vaak worden lokale
smaakmakers gebruikt: elke streek heeft zijn eigen amaro. Amari worden officieus
ingedeeld op basis van het meest opvallende ingrediënt. De bekendste benamingen
zijn ‘rabarbaro’ (bekende producenten zijn Zucca uit Milaan en Cappelletti uit Trento),
‘genziana’, ‘china’, ‘alpino’ (Braulio) en ‘fernet’ (Fernet-Branca).

Soms is de scheidslijn tussen aperitivo bitters en amari dun. Een handig
ezelsbruggetje is de kleur: de aperitieven hebben de kleur van de ondergaande zon,
de digestieven zijn vaak donker als de nacht. Tot 2006 kwam de iconische rode kleur
van Campari (en veel andere bitters) van karmijn (E120), een kleurstof die afkomstig
is van vrouwelijke schildluisjes die leven op Mexicaanse cactussen. Deze kleurstof
wordt ook gebruikt voor verf en lippenstift. De meeste grote merken zijn overgestapt
op de synthetische kleurstof E129. Amari krijgen doorgaans hun donkere kleur door
de extractie van de kruiden, specerijen en wortels. Soms wordt ook karamel (E150a)
toegevoegd.

Hoe dan ook: de geheime recepten maken van aperitivo bitters en amari magische
toverdranken die de avond inleiden en uitzwaaien. Bitterzoet als het leven zelf.

Achtergrond & InterviewsNieuws

Champagne boeit, meer dan ooit

Op 29 september aanstaande staat PERSWIJN Tour de Champagne weer op de agenda van vele wijnliefhebbers. Dat is altijd een mooi moment van het wijnjaar, want champagne geeft zoveel plezier en genot. Maar het is natuurlijk meer dan een feestelijke wijn; dat heeft het zeker de afgelopen 25 jaar bewezen. 

Even persoonlijk. Ik weet nog goed dat toen ik voor Perswijn ging werken, een kleine 20 jaar terug alweer, ik alle aandacht voor champagne wat overdreven vond. Lekker vond ik goede champagne heus wel, maar er was veel matige champagne op de markt en daarvoor betaalde je ook zomaar al € 30,-. Dan wist ik wel wat anders om mijn centjes aan uit te geven. Bovendien was het vooral nog een wereld van grote merken met onbekende en ontoegankelijke wijnmakers, van technische know-how en dure marketing; het ging nog weinig over de wijngaarden, over preciezere herkomst, kortom, over terroir, laat staan over expressie daarvan in de champagnes. 

Dat is enorm veranderd –hoe leest u bijvoorbeeld in het uitgebreide artikel van Magda van der Rijst in de komende uitgave van Perswijn (2025-6, uit op 6 september) over de nieuwste generatie. In het kort komt het op het volgende neer. Allereerst zijn meer wijnboeren zelf champagne gaan maken in plaats van al hun druiven te verkopen aan de grote spelers. De interesse in herkomst is daarmee toegenomen en specifieker geworden. Van generieke champagne naar meer aandacht voor de diverse grotere subregio’s van het gebied, zoals Montagne de Reims, Côte des Blancs en later ook Côte des Bar en Vallée de la Marne. En van enkel belangstelling voor grand cru- en premier cru-dorpen naar waardering van individuele percelen, waaronder ook minder bekende clos (ommuurde historische wijngaarden) en dergelijke. Het bewerken van de wijngaarden heeft vanzelfsprekend ook meer aandacht gekregen, met als positief gevolg onder andere een meer duurzaam management.

En de laatste jaren is er ook weer meer aandacht voor vinificatie. Terecht, want de kwaliteit van champagne staat en valt voor een aanzienlijk deel bij het wijnmaken. Dit vanwege een verplichte tweede gisting op fles, maar ook omdat een producent zó veel keuzes dient te maken in het hele proces en dus vele mogelijkheden heeft. En menig producent gaat daar steeds minder dogmatisch maar juist creatiever mee om. Een mooi voorbeeld is dan de opvoeding vóór de tweede fermentatie op fles, waarvoor allerlei houten vaten, maar ook amforen en ander materiaal worden gebruikt. Het geeft de latere champagne mogelijk nog meer complexiteit. En die hoeft echt niet ten koste van de terroirexpressie te gaan; een gepaste eerste fase kan juist meer karakter geven, ook van de herkomst. 

Met de veranderingen is Champagne niet alleen boeiender geworden, het is ook in staat gebleken om met de tijd mee te gaan. Tegelijkertijd lukt het relevant te blijven en behoudt de Champagne schijnbaar moeiteloos zijn positie als toonaangevend gebied voor mousserende wijn. Dat is heel knap. Uitdagingen zijn er heus wel, zoals klimaatverandering die de stijl van de wijnen onder druk zet, ondermeer door afnemende zuren. 

En het is niet gemakkelijk om iedereen aan boord te houden en het algemene belang van het merk dat champagne ook is op langere termijn niet uit het oog te verliezen. Dat bleek maar weer eens toen onlangs door het Syndicat Général des Vignerons de la Champagne (SGV) werd meegedeeld dat de ‘verhandelbare opbrengst’ dit jaar maximaal 9000 kilo per hectare mag zijn, om de voorraad weer beter te laten aansluiten bij de verkopen en verwachting daarvan. Champagne schijnt momenteel voor 4,8 jaar voorraad in de kelders te hebben, terwijl 4,2 jaar ‘volledig effectief’ is. Met andere woorden, ze moeten voorraad kwijt, want de verkoop valt wat tegen. Deze unieke zelfregulering valt niet bij iedereen in de Champagne goed. De onafhankelijke wijnboeren van de Champagne (VIC) zijn minder gebaat bij deze reductie dan de handelshuizen uiteraard; ze willen druiven verkopen en hebben minder voorraad. Nu hebben ze de media opgezocht om hun onvrede te uiten en dat valt slecht bij het SGV. In een reactie wordt de onafhankelijke boeren verweten te weinig aan het collectief te denken, dat Champagne zo sterk maakt. Toch zal het wel weer loslopen.

In deze tijden is het leuk om te lezen dat champagne het in Nederland juist heel goed doet. Ons land staat op de drempel van de top 10 van exportmarkten voor champagne. Met 3,1 miljoen flessen in 2024 ging 2% van de totale export van champagne naar Nederland. Dat betekent een stijging van 15,4% in vergelijking met 2023. Onze zuiderburen doen het met een zesde plek evenwel nog beter, van oudsher.

Tijd dus voor een feestje, in de vorm van onze proeverij Tour de Champagne. Hier vind u alle informatie over het programma en hoe u zich aan kunt aanmelden: https://perswijn.nl/champagne. Wij zien u graag! 

Lars Daniëls, adjunct hoofdredacteur van Perswijn.

 

 

borrelpraat_frizzante
Achtergrond & Interviews

Borrelpraat – frizzante

De rubriek over dranken die de eetlust opwekken en gesprekken op gang brengen

 

Deze keer: frizzante

 

Italianen zijn de meesters van het aperitief. Zodra de lucht oranjerood kleurt, wordt er op menig terras genipt van een spritz, negroni of een andere bitterzoete drank die de kleur van de ondergaande zon heeft. Ook frizzante speelt een belangrijke rol bij het inluiden van de avond. De term betekent ‘sprankelend’ en kan zowel op mineraalwater als op wijn slaan. De Fransen spreken van pétillant.

Als het om water gaat, onderscheidt acqua frizzante zich van acqua liscia en acqua gassata. Liscia is het Italiaanse woord voor ‘zacht’ en staat voor ‘plat’ water. Op het etiket staat soms ook acqua naturale vermeld. Gassata, het woord verklapt het al een beetje, heeft een hardere bubbel.

Met frizzante bestel je een licht parelend water, waarbij de bruis meestal uit een natuurlijke (vulkanische) bron komt. Bij gassata wordt er CO2 toegevoegd. Wil je zeker weten dat er geen koolzuur is toegevoegd, bestel dan acqua minerale effervescente naturale.

De term frizzante kennen we ook uit de wijnwereld. Wettelijk hebben we het dan over een licht-mousserende wijn met 1 tot 2,5 bar druk in de fles. De bekendste voorbeelden zijn Prosecco Frizzante en Lambrusco Frizzante. Bij een druk van 3 bar of meer spreken we van spumante, qua bubbel vergelijkbaar met een acqua gassata.

Zowel in het geval van water als in het geval wijn staat frizzante voor doordrinkbaar, elegant en ongedwongen. De wijnen hebben vaak een schroefdop of een (kroon)kurk met een touwtje. Ze zijn het ideale aparitivo. Wanneer er gemixt moet worden, is een hardere bubbel gewenst. In een spritz of negroni sbagliato gebruik je dan ook een spumante. Een Campari Soda maak je met acqua gassata.

Spumante is ook een wijn die, eerder dan frizzante, bij het eten besteld wordt of wanneer er iets te vieren valt. Deze stijl kan gemaakt worden via de metodo classico (tweede gisting op fles, zoals champagne) of de metodo martinotti (tweede gisting in een gesloten tank). Frizzante wordt zowel via de metodo martinotti als de metodo ancestrale geproduceerd. In het laatste geval is er sprake van slechts één vergisting. Er vindt eerst een gedeeltelijke fermentatie op vat plaats. Voordat alle suikers vergist zijn, wordt het fermentatieproces door koeling tijdelijk stopgezet. Hierna wordt de jonge wijn gebotteld, waarna de vergisting op fles wordt hervat. Bij prosecco spreekt men meestal van sui lieviti, de lokale aanduiding voor de metodo ancestrale. Op het etiket staat dan meestal col fondo, wat ‘met sediment’ betekent.

Water of wijn, frizzante garandeert een lichte, natuurlijke sprankeling. Het wordt in Italië geassocieerd met elegantie en ongedwongenheid. Precies waar het aperitivo om draait.

 

Geinteresseerd in mousserende wijnen? Op maandag 29 september verwelkomen wij u graag op le Tour de Champagne. U kunt hier uw kaarten reserveren.

 

Salute!

 

Thijs Akkerman

 

Louis Jadot 2022
Achtergrond & Interviews

Louis Jadot 2022 – Mooie wijnen uit een extreem jaar

Maison Louis Jadot

Maison Louis Jadot is een van de grote huizen van de Bourgogne. De producteur-négociant is gevestigd in Beaune en dateert van 1859. Drie families zijn betrokken: Jadot, de oprichters, Kopf, de huidige eigenaar, en Gagey, wijngaardeigenaren en telers. Met Domaines Louis Jadot en Héritiers Louis Jadot beheert de onderneming vele wijngaarden in de Côte d’Or, van Chenove tot Maranges. En ook in Chablis, de Côte Chalonnaise, de Mâconnais (inclusief Domaine Ferret in Pouilly-Fuissé) en de Beaujolais (Château des Jacques). In totaal gaat het om zo’n 225 hectare, waaronder 8 hectare in 14 verschillende grands crus en 56 hectare 74 premiers crus in eigendom (!) in de Côte de Nuits en Côte de Beaune. Ook heeft het een domein van 55 hectare in Oregon (VS), genaamd Résonance.

Clos Vougeot ©louisjadot
Clos Vougeot ©louisjadot

Topklonen

Verder heeft Louis Jadot een eigen kwekerij voor plantmateriaal, met massale selecties, topklonen van ENTAV-INRA en experimentele wortelstokken. Sinds 1996 zijn ze ook eigenaar van een eigen vatenmakerij, Tonnellerie Cadus. Wat ook uniek is, onder de vijf wijnmakerijen die ze hebben van Chablis tot Beaujolais, is er eentje helemaal voor Bourgogne Blanc en eentje exclusief voor Bourgogne Rouge. Samenvattend, Maison Louis Jadot is een heel grote en belangrijke speler in Bourgogne, het duurste wijngebied ter wereld.

Als een van de belangrijke meneren binnen zo’n bedrijf, te weten directeur Thibault Gagey, naar Nederland komt om een nieuwe jaargang te presenteren, dan kun je verwachten dat het op zijn minst een mooie proeverij wordt. En waarschijnlijk een leerzaam verhaal. Dat werd het zeker, ook omdat hoofdthema jaargang 2022 was. Een beter jaar dan het koele en natte, door voorjaarsvorst en meeldauw gedecimeerde 2021, met natuurlijk wel zo zijn eigen uitdagingen.

Louis Jadot: Thibault Gagey
Thibault Gagey ©larsdaniels

Jaargang 2022

‘2022 was het warmste en droogste jaar ooit in de Bourgogne’, zo begint Thibault Gagey zijn presentatie. En hij laat de extremen zien, die overduidelijk zijn. De gemiddelde dagtemperaturen van mei tot en met de oogst in de eerste week van september lagen 3-4 ºC boven het langjarige gemiddelde. Uiteraard was het in de Mâconnais en Beaujolais het warmst, maar ook in Chablis hadden ze nog nooit zo’n warme zomer meegemaakt. Ook was het groeiseizoen, dat in feite van april tot en met augustus was, heel zonnig en droog, op beduidende neerslag in juni na. Daarna ging de rijping heel snel, met al in de eerste week van juli van groen naar geel verkleurende druiven. En dus een zeer vroege oogst, in de eerste week van september.

Louis Jadot's Clos de Malte ©louisjadot
Louis Jadot’s Clos de Malte ©louisjadot

 

Proefnotities

De proeverij bestond uit een zorgvuldige selectie uit het grote assortiment van Louis Jadot. Eerst wit dan rood, en binnen de series oplopend in kwaliteit (op papier). Prima om een goed beeld te krijgen van 2022, zeker als het gaat om de wijnen uit Côte de Nuits en Côte de Beaune. Beaujolais bij Louis Jadot is altijd wat minder geschikt als basis om een idee van een jaargang te krijgen, omdat ze geen vinification beaujolaise, dus met gedeeltelijke macération carbonique, doen, maar de wijnen maken à la Côte de Nuits. Vergelijken met andere Beaujolais is daardoor lastiger. Hier volgen de wijnen met mijn proefnotities en eventueel interessante context:

 

Witte wijnen Louis Jadot:

Saint-Véran Chapelle Aux Loups 2022: heel zuiver, perzik, grapefruit, beetje vuursteen en groene kruiden; sappig, lekker fruit, goede zuren, vrij lang. 15,5 pnt

Bouzeron 2022: aligoté; heel getypeerd Bourgondisch, geel fruit, citroen, wat toast, hartig; mooi intens, zoetzuur, iets romig, goed lang. 16 pnt

Ladoix Blanc Le Clou d’Orge 2022: flink rijp fruit, perzik, ananas, fijne toast, vleugje reductie; mooi rond maar fris, goede zuren, wat grip, iets zoutig, lang. 16,5 pnt

Santenay Blanc Clos de Malte 2022: van een ommuurd perceel in de climat Sous la Fée, op het oosten en 325-350 meter hoogte; ingetogen fruitig, wat vuursteen, rijp citrusfruit en perzik, wat groene kruiden; vol maar fris, mooi compact, verpakte zuren, jong, tijd geven, erg goed. 17 pnt

Beaune Blanc 2022: ‘Beaune mist eigenlijk een paar topproducenten die alleen Beaune maken en geen handelshuizen zijn’, zegt Thibault Gagey; deze wijn komt uit het stukje tussen Les Bressandes en À l’Écu (ligt eigenlijk in Bressandes); vol, vrij serieus, fijne toast, rijp geel fruit, iets rokerig, ook fris; chic, compact, verpakte zuren, nog te jong, goed lang. 17 pnt

Louis Jadot: Corton-Charlemagne 2001 en Beaune Grèves Le Clos Blanc 2022
Corton-Charlemagne 2001 en Beaune Grèves Le Clos Blanc 2022 ©larsdaniels

 

Rode wijnen Louis Jadot:

Château des Jacques Moulin-à-Vent 2022: blend van al hun wijngaarden; bramen, rijpe bessen, peper, wat kruidig, vrij zwoel voor Beaujolais; intens, zoetzuur, mooie tannine, warmte van het jaar, goed lang. 16 pnt

Château des Jacques Moulin-à-Vent Clos des Thorins 2022: selectie van vaten uit Clos des Thorins; donker fruit, compact, geconcentreerd, wat grafiet, kruidig hout, droge specerijen; zeer intens, mooi hout, tannine, fruit, milde zuren, piepjong. 17,5 pnt

Blind denken veel mensen dat ze Côte dOr proeven, zegt Thibault Gagey met enige trots. Daarmee laat hij ook blijken hoe men bij Louis Jadot denkt over Beaujolais volgens semi-carbonique, denk ik. Dat soort Beaujolais vindt men toch wat minderwaardig. Dat is wat mij betreft niet terecht; beide manieren kunnen geweldige goede wijnen geven.

Savigny-lès-Beaune Rouge 2022: rijp rood fruit, kersen, wat kruidig en bloemig, fijn hout, wat peperkoek; mooi fruit, goede zuren, fijne tannine, mooi lang. 16,5 pnt

te de Nuits-Villages Rouge Le Vaucrain 2022: kersen, bramen, peper, mooie droge houttoon; intens, mooi zoetzuur fruit, goede tannine, niet veel extract, wel inhoud en lengte. 17 pnt

Beaune 1er cru Clos des Couchereaux 2022: uit de climat Aux Coucherias, vrij hooggelegen en op het zuidzuidwesten, bijzonder; heel getypeerd, rijp rood fruit, fijn bloemig en kruidig, fijne specerijen; goed intens, elegant, zachte tannine, fijne zuren, erg charmant. 17 pnt

Nuits-Saint-Georges 1er cru Les Boudots 2022: uit een climat aan de grens met Vosne-Romanée; kersen, bosaardbeitjes, piment, wat bosbodem, fris kruidig, piepjong; mooie inhoud, zoet rood fruit, wat zoethout, fluwelige structuur, goede zuren, heel lang. 17,5 pnt

Louis Jadot wijnflessen
Clos de Vougeot 1989 en Corton-Pougets 2022 ©larsdaniels

 

Het was een interessante proeverij, met een goede presentatie; altijd fijn om op zo’n professionele manier een jaargang te leren kennen. Het warme en droge 2022 lijkt me bij Louis Jadot een heel goed jaar met vele mooie wijnen, net als bij andere producenten overigens. Het is duidelijk dat men in de Bourgogne inmiddels goed kan omgaan met toenemend warme en droge omstandigheden. Men oogst op tijd en is zorgvuldig in de houtopvoeding. ‘Voor witte wijnen wordt de malo soms deels geblokkeerd’, vertelt Thibault Gagey eerlijk, ‘maar alle wijnen gaan deels of geheel door malo.’ Andere ingrepen worden niet gedaan, waarmee de wijnen heel getypeerd Bourgogne blijven en hun jaargang respecteren.

Louis Jadot capsule ©louisjadot
Louis Jadot capsule ©louisjadot

Tijdens de lunch werden er nog vele fraaie wijnen geschonken, ook uit (veel) oudere jaargangen. Ik mocht ze voorafgaand even rustig proeven, met dank aan Marc van Charante, accountmanager West-Nederland van Kwast Wijnkopers sinds jaar en dag:

 

Beaune-Grèves Blanc Le Clos Blanc 2022: zuiver, licht vuursteen, citrusfruit, fijne toast, subtiel; fijn sappig, mooie zuren, iets fenolisch, verfijnd en lang. 17,5 pnt

Corton-Charlemagne Grand Cru 2001: fijn ontwikkeld, abrikoos, gekonfijt citrusfruit, wat karamel, brioche; rijp, vrij rijk, fijne zuren, iets grip, nog levendig en zeer lang. 18 pnt

Château des Jacques, Moulin-à-Vent Clos du Grand Carquelin 2018: vrij donker bosfruit, bosbodem, kruidig, leer, zoete zwarte bloemen, peper; fris, fijn gerijpt, mooie tannine, heeft zeker nog reserve. 17 pnt

Clos Vougeot Grand Cru 1989: flink gerijpt, nog wat bosfruit, herfstblad, tabak, bloed, licht umami; mooi intens nog, erg goede fles, fijne tannine, mooie zuren, krachtig en lang, heel bijzonder. 18 pnt

Corton-Pougets Grand Cru 2022: heel gesloten nog, rood fruit, maar zeer ingetogen, veel lucht geven om aroma enigszins te beoordelen; smaak is prachtig, fijn fruitig, mooie grip, zuren, zeer lang. 18+ pnt

 

importeur: Kwast Wijnkopers

 

Lars Daniels MV

 

NieuwsWijnkennis

Wijnbreinbrekers – Hele trossen

Het vergisten van hele trossen wordt steeds populairder, zowel voor witte wijnen als voor rosé en rode wijnen. De aspecten ervan verschillen per type wijn, maar het hoofddoel is meestal hetzelfde: meer frisheid in de wijn. Het gebruik van hele trossen (whole bunch fermentation in het Engels) is vooral opvallend voor rode wijnen, die vaak gemaakt worden met druiven die juist volledig ontsteeld zijn. Dat ontstelen doet men vooral om eventuele vegetale aroma’s en smaken uit de steeltjes te voorkomen. En om geconcentreerde wijnen te krijgen, met veel kleur en structuur. 

Maar het gebruik van hele trossen is weer zeer in trek. Het effect van niet-ontstelen en het gebruik van hele trossen is veelledig en lijkt soms in strijd met het hoofddoel van meer frisheid. Want de steeltjes bevatten extra kalium, waardoor de pH van de wijn stijgt (en de wijn analytisch minder zuur wordt). Bovendien vindt er altijd een beetje macération carbonique plaats, die ook bijdraagt aan een kleine toename van de pH. Maar anderzijds zorgen hele trossen voor een lagere gistingstemperatuur, vaak wat minder kleur en meer florale, vers-fruitige en peperige aroma’s. Bovendien nemen de steeltjes wat alcohol op en geven ze water af, waardoor de wijn iets lichter wordt. Producenten hebben het vaak over meer perceived freshness in wijnen van hele trossen dan van ontsteelde druiven. 

Whole bunch fermentation is –behalve bij gamay voor Beaujolais– vooral gebruikelijk bij pinot noir en syrah

Whole bunch fermentation is –behalve bij gamay voor Beaujolais– vooral gebruikelijk bij pinot noir en syrah. Bij cabernet sauvignon en cabernet franc veel minder, vanwege de vele methoxypyrazine (met groene paprikageur) die cabernet bevat. Toch durft men ook in Bordeaux bij merlot maar zelfs de cabernets steeds vaker een deel van de druiven voor de gisting niet te ontstelen. Rode wijnen van gisting met hele trossen blijken namelijk meer astilbine te bevatten, een stofje dat de wijnen meer zoetigheid geeft en tevens gerelateerd wordt aan een verhoogd mondgevoel (meer vulling en textuur).  

Meestal wordt slechts een aandeel hele trossen gebruikt. En in het algemeen neemt dat aandeel toe voor de hogere cuvées, afkomstig van de beste wijngaarden, waar de druiven vaak heel gezond en fenolisch het best rijp zijn. Die trend zie je vooral in de Bourgogne. Ook veel rode vin nature wordt gemaakt op basis van hele trossen, niet alleen voor frisheid maar ook om beter zonder toevoeging van sulfiet te kunnen werken. Hele trossen zijn minder gevoelig voor zuurstof dan ontsteelde druiven.

Lars Daniëls, Magister Vini.

 

 

NieuwsWijnkennis

De klasse van kalk

Wat zou de wijnwereld zijn zonder kalkbodems?

tekst en foto’s: Lars Daniëls

In Europa komen zoveel van de beste wijnen van kalkrijke bodems, dat we kalk bijna automatisch associëren met hoge wijnkwaliteit. Buiten Europa vind je maar weinig wijngebieden met kalk in de grond. Hoe komt dat? En wat maakt kalkbodems zo goed voor wijnbouw?

Uiteraard moeten we eerst nog eens definiëren wat kalksteen is en hoe het ontstaat. Daartoe citeer ik vrij uit de scriptie van Chris van de Meene MV, afgestudeerd fysisch geograaf, voor Magister Vini, getiteld Wijnkwaliteit en de belangrijke rol van kalk(steen). ‘Kalksteen wordt gerekend tot de sedimentgesteenten en bestaat in pure vorm uit het mineraal calciet (calciumcarbonaat, CaCO3) dat weer is opgebouwd uit de elementen calcium (Ca), koolstof (C) en zuurstof (O).’ De carbonaatmineralen komen vooral uit koraal, schelpdieren en planten, die miljoenen jaren geleden leefden in meren en (binnen)zeeën. Het kan ook ontstaan zijn doordat opdrogende meren en zeeën verzadigd raakten met kalk en het neersloeg.

afbeelding: Le Montrachet, wijngaard met de perfecte kalkbodems?

 

Kalksteen en kalkmergel

De omstandigheden waaronder kalk werd afgezet, hebben in belangrijke mate de latere gesteente gevormd. Ook factoren als druk, plooiing en chemische en fysische verwering speelden daarbij een grote rol. Het is van belang onderscheid te maken tussen krijtsteen, kalksteen en kalkmergel, want er zijn vele varianten. In de basis zijn er twee hoofdtypen gesteente: kalksteen en kalkmergel. Krijtsteen is een hele pure vorm van kalksteen, die voornamelijk bestaat uit calciet afkomstig van coccolieten – de schelp van eencellige algen die overvloedig voorkwamen in de warme, ondiepe zeeën van het Krijt. Andere vormen van kalksteen zijn onder meer oölitische kalksteen, die ijzeroxiden bevat, en dolosteen, een magnesiumrijke variant.

Mergel zit qua samenstelling tussen kalksteen en kleisteen in. De verhouding tussen kalk en klei kan daarbij sterk variëren. Wanneer het calcietgehalte tussen de 35 en 65 procent ligt, spreekt men van kalkmergel. Het grote verschil met kalksteen zit in het hogere gehalte aan kleimineralen, wat onder andere bijdraagt aan een betere watervasthoudcapaciteit. De kleur van kalksteen en kalkmergel verschilt. Zuivere kalksteen is wit, terwijl kalkmergel – afhankelijk van de aanwezigheid van klei en ijzeroxiden – een okergele tot roestbruine kleur kan aannemen. Mangaanoxide kan kalksteen zelfs zwart kleuren.

afbeelding: Sant’Agata-mergel, een typerende zanderige kalkmergel van Barolo en Barbaresco

 

Bodems met klei

De bodems die zich op kalksteen hebben gevormd, verschillen ook flink. Bodemkundig gaat het vaak om leptosols, cambisols en calcisols. Veelvuldig worden nog oudere aanduidingen als rendzina, terra rossa, terra fusca en sol brun gebruikt. Harde kalksteen is stenig, droog en vrij arm en de vaak dunne, stenige en ijzerhoudende bodems erop geven weinig groeikracht, ondanks hun gunstige pH. Ze kunnen echter genoeg kleimineralen bevatten, waardoor de watervasthoudcapaciteit van de bodem omhoog gaat en de voedselopname uit de bodem wordt verbeterd. Het zeer effectieve kleimineraal montmorilloniet wordt wel gezien als het geheim van goede bodems op kalksteen, zoals in de Côte de Nuits. Kalkmergels bevatten sowieso relatief veel kleimineralen; de bodems erop kunnen heel kleirijk zijn, zoals in delen van Barolo waar je na flinke neerslag een paar dagen nauwelijks de wijngaard in kunt. Op de Muschelkalk van Franken vind je lokaal machtige bodems.

afbeelding: Chardonnay op ijzerhoudende kalkmergel in Les Combettes, Puligny-Montrachet

 

Europa onder water

De vraag of we in Europa gewoon mazzel hebben gehad met alle kalk, valt te beantwoorden met ja. De geologische geschiedenis heeft bepaald dat Europa buitengewoon bedeeld is met kalk. We moeten terug naar de vorming van de continenten om dat te begrijpen. De vorming van Europa zoals we dat nu kennen, begint eigenlijk pas als het supercontinent Pangea langzaam opbreekt in het noordelijke Laurazië (grofweg wat nu Noord-Amerika, Europa minus de Balkan en Azië minus India en Arabië is) en het zuidelijke Gondwanaland (Zuid-Amerika, Afrika, India, Oceanië en Antarctica). Tussen Afrika en het Arabisch Schiereiland enerzijds en Europa en Azië anderzijds, opende zich meer en meer een grote zee, de Tethysoceaan. Deze bestond tussen 230 en 38 miljoen jaar geleden, merendeels ten tijde van de Jura en het Krijt, toen het warmer was dan nu. De westelijke Tethys bevond zich grotendeels waar nu Europa ligt en bestond uit meerdere ondiepe zeeën, waarin veel kalk werd afgezet. In een eerdere periode, tijdens het Muschelkalk (Midden-Trias, ± 240 miljoen jaar geleden), was er in West- en Midden-Europa ook al een bekken waarin veel kalk werd afgezet. Een latere periode waarin delen van Europa onder water stonden, was tijdens het Mioceen (± 20-5 miljoen jaar geleden).

afbeelding: Europa tijdens het Muschelkalk (©Hans Hagdorn 2005,  Muschelkalkmuseum https://www.muschelkalkmuseum.org/im_steinbruch/muschelkalk/, geen veranderingen gedaan)

 

Kalk buiten Europa

Het is natuurlijk niet zo dat die afzettingen van kalk alleen in Europa plaatsvonden. Er zijn vele plekken op aarde waar dat is gebeurd en kalk(steen) ook aan de oppervlakte komt. Maar die komen buiten Europa niet vaak overeen met wijngebieden. Zo kennen de VS zeker grote gebieden met kalksteen, maar die bevinden zich in het zuidoosten, het midwesten, in Texas en The Great Basin. En nauwelijks in de wijnbouwzones van Californië, Oregon en Washington State.

Ook de wijngebieden op het zuidelijk halfrond zijn karig bedeeld met kalkbodems. Uitzonderingen zijn meestal kustgebieden, zoals de Australische Limestone Coast, met als bekendste gebied Coonawarra, met zijn terra rossa op kalksteen. Ook dichtbij de Chileense kust, zoals in Limarí en Huasco, tref je wat kalksteen aan. In Uco Valley zit er een poederig laagje calcium om de grote ronde keien, maar er is geen echt kalksteen. En het kalkgehalte in de bodems van Robertson in Zuid-Afrika komt van verkalkte termietenheuvels.

afbeelding: Een van de weinige kalkrijke terroirs in Chili, Talinay in Limarí

 

Vitis berlandieri

De kalksteen van Texas vormt geen goede basis voor kwaliteitswijnbouw, maar is toch van groot belang voor
de wijnwereld. Want de inheemse druivensoort vitis berlandieri wordt veel gebruikt in kruisingen voor
onderstokken. Die zijn niet alleen resistent tegen phylloxera, maar hebben ook een goede tolerantie voor 
actieve kalk in bodems. Voorbeelden zijn Fercal, 41B, 161-49 Couderc en 420 A. Vitis berlandieri heeft 
aldus sterk bijgedragen aan het herstel en de huidige duurzaamheid van al die goede Europese wijngaarden
op kalkrijke bodems.

 

Kalk in Europese wijngebieden

Nee, dan Europa. Als we alleen al kijken naar Frankrijk, zien we hoe prominent kalkbodems zijn in gebieden, die beroemd zijn om wijn van de allerhoogste kwaliteit. Een kleine opsomming: krijtbodems in Champagne en Touraine, respectievelijk craie en tuffeau genoemd; de kalkmergels in Chablis, Sancerre en Pouilly-Fumé, vernoemd naar het geologische tijdvak van hun afzetting, zoals Oxfordien, Kimméridgien en Portlandien; de kalkrijke mergels uit het Bajocien van de Jura, het ijzerrijke oölitische kalksteen uit het daarop volgende Bathonien van de Côte de Nuits; en de veel minder oude calcaire à Astéries van Saint-Émilion en Barsac. Hun kalkrijke bodems brengen geweldige wijnen voort, van de beste méthode traditionnelle, via groots wit en rood tot en met complex edelzoet. Ook in Duitsland, Spanje en Italië hebben vele beroemde wijngebieden kalkrijke bodems. Langhe in Piëmonte, Valpolicella in Veneto, delen van Toscane; Rioja Alavesa en Ribera del Duero; en grote delen van Rheinhessen en Franken, en kleinere zones in de Pfalz, Württemberg en Baden.

afbeelding: Kalkrijke terroirs in Rioja Alavesa

 

Mazzel en toeval

Europa heeft dus mazzel gehad en is heel ruim bedeeld met kalkrijke bodems. Maar waarom zijn ze zo goed voor kwaliteitswijn? Die vraag is lastig te beantwoorden, want vele aspecten spelen een rol. Allereerst iets dat niks met de geologie te maken heeft: het is zo dat kalkrijke bodems in Europa veelal simpelweg te vinden zijn in voor wijnbouw klimatologisch heel geschikte zones. Maar daarmee bagatelliseer je de rol van de bodems. Kalkbodems hebben andere eigenschappen dan bodems op zandsteen, graniet, schist, leisteen, tufsteen of (ander) vulkanisch gesteente, die in Europese wijngebieden ook veel voorkomen.

 

pH en kleur

Een groot verschil met bodems op kalkarme gesteenten, is dat de pH (zuurgraad) van kalkrijke bodems (veel) hoger is, meestal 7 en meer. Ze zijn alkalisch of basisch en dus niet zuur. Het voordeel voor planten is dat de opname van de belangrijke macro-elementen stikstof, fosfor en kalium, alsmede van magnesium en calcium, goed kan plaatsvinden in zeer licht alkalische bodems (pH 7-7,5). Dit is positief voor het bladgroen, eiwitproductie, het transport van suikers, de celwanden, en dus voor de groeikracht, de vruchtbaarheid en de levensduur van de druivenplant. Gezonde planten geven goede druiven. Een ander verschil is de kleur van de bodem. Lichtgekleurde kalkbodems weerkaatsen veel zonlicht, waardoor ze relatief koel blijven en er minder (snel) water verdampt uit de bodem (evapotranspiratie). Het teruggekaatste zonlicht verwarmt echter wel de druivenzone aanzienlijk. Bij donkergekleurde bodems, zoals die op leisteen, is een en ander andersom, met bodems die snel opwarmen en een koelere druivenzone.

afbeelding: Witte kalksteenbodems hoog in Chaume de Talvat, Chablis 1er cru

 

Elegantie, stevigheid en ronde zuren

Als het over effecten van kalkbodems op wijnkarakter en -kwaliteit gaat, komen vaak termen als verfijning, elegantie, nervositeit en spanning voorbij. Maar kalk in combinatie met klei wordt bij rode wijnen ook geassocieerd met stevigheid. Veel is al geschreven over het effect van kalkrijke bodems op de zuren van wijn. In Frankrijk hoor je vaak dat kalkbodems wijnen met meer zuren geven. In Duitsland, waar men ter vergelijking wijnen heeft van arme, stenige zure bodems als graniet en leisteen, met heel directe zuren, roemt men juist het neutraliserende effect van calcium op de zuren, die verzachting geeft; Abpufferung der Säure noemt men dat. Dat lijkt logisch; calciumcarbonaat wordt niet voor niets gebruikt om wijnen te ontzuren. En misschien waren Chablis en Sancerre juist daarom toch drinkbaar in koelere tijden.

afbeelding: De wijngaarden van Westhofen in Rheinhessen liggen ook op kalksteen

 

De klasse van kalk

Nu is het wellicht verleidelijk om ten slotte te gaan oreren over de pracht van grootse, onbereikbare Bourgognes. Maar interessanter is het om te kijken naar gebieden waar de renommee van wijnen van kalk van veel recentere datum is. Zoals in Rheinhessen, waar Riesling van de kalkrijke bodems van de Wonnegau pas sinds een jaar of 20 kan wedijveren met die van de rode leisteen van de beroemde Roter Hang. En nu in even groot aanzien staat als die van Mosel en Mittelhaardt, waar ze komen van leisteen en zandsteen respectievelijk. Beroemde producenten van Riesling op kalk, zoals Carolin Spanier (Weingut Battenfeld-Spanier) en Klaus-Peter Keller (Weingut Keller) geven aan dat Riesling van kalkrijke bodems nerveuzer en levendigerzijn dan die van leisteen, zeker in hun jeugd. Beiden waarderen ook hun typerende zoutigheid, die je veel minder terugvindt in Riesling van de Roter Hang bijvoorbeeld. Ik kan niet anders dan dit beamen en zou ook nog de intensiteit van goede Riesling van kalk willen noemen. Het zijn wijnen die ik drink uit Bourgogneglazen trouwens. Toeval? Hoe dan ook, de klasse van kalk vind je terug in zijn wijnen, of het nu gaat om Sauvignon blanc, Chardonnay, Riesling, Pinot noir, Merlot, Tempranillo of Nebbiolo. Wat zou de wijnwereld zijn zonder kalk?

 

1 2 3 58
Page 1 of 58