Gelukkig drinken etiketdrinkers geen wijn uit de Lage Landen - Perswijn
Columns

Gelukkig drinken etiketdrinkers geen wijn uit de Lage Landen

Onze eigen wijnproducenten en wijnhandelaars verkondigen met de regelmaat van een klok dat wijn uit de Lage Landen duur is in vergelijking met het buitenland. Ik lees het in de krant, hoor het in interviews en tijdens rondleidingen op wijndomeinen. Ik vind het een raar fenomeen. Eigenlijk zeg je aan de consument: “ Als je prijsbewust wil zijn, dan koop je onze wijnen beter niet”. Sommige journalisten en sommeliers nemen het verhaal over. Wat wil je? Om de zogenaamd dure prijzen te verantwoorden, wordt niet de hoge kwaliteit of het bijzondere van het eigen product naar voor geschoven. Wel hoge loonkost, dure gronden, noodzaak van grote investeringen, kleinschaligheid en dergelijke. De consument heeft er weinig boodschap aan. En eigenlijk zijn het allemaal drogredenen: alsof wijnbouw in het buitenland altijd goedkoper is. Natuurlijk niet, en zeker niet in bekendere wijnstreken waar de grond een stuk duurder is dan bij ons.

Consumenten kopen de eigen wijnen niet enkel en alleen uit vaderlandsliefde. Niet in Nederland, niet in België. Als de wijnbouw in de Lage Landen toekomst wil hebben, dan zal er kwaliteit moeten zijn. Veel kwaliteit. Want er zijn vooroordelen te overwinnen. Ten eerste het vooroordeel dat onze landen geen mooie wijnen kunnen maken omdat we geen wijntraditie hebben en geen faam. De kwaliteit kan voor veel mensen onmogelijk zo goed zijn als in klassieke wijnlanden. Nochtans – en dat weten doorwinterde wijnliefhebbers – correleren traditie, faam en hoge kwaliteit nauwelijks. Het tweede vooroordeel: onze eigen wijnen zijn onvermijdelijk zuur en onrijp door het te koele en regenachtige klimaat. Zuur en paprikatonen verdragen sommige wijndrinkers, valt mij op, gemakkelijker in een Franse of Italiaanse wijn. Een derde vooroordeel: eigen wijn moet na botteling direct klaar zijn om te drinken. Deze eis stellen we niet als het over Bourgogne, Barolo of Bordeaux gaat. Directe toegankelijkheid is daar zelfs verdacht. Tenslotte: één slechte ervaring met Lage Landenwijn is voor wijndrinkers soms voldoende om alle eigen wijnen af te schrijven. Alsof er in eigen land geen goede en slechte wijnbouwers zijn, zoals in andere wijnlanden.

Hoe goed zijn de eigen wijnen? Vijftien jaar geleden was ik kritisch. De Vereniging Belgische Sommeliers (VVS) organiseert sinds 2005 een wijnwedstrijd voor Belgische wijnen. Juryleden van het eerste uur weten hoe sterk het niveau van de wijnen sindsdien is gestegen. Dit betekent niet noodzakelijk dat de wijnbouwers van de mindere wijnen van toen nu betere wijnen maken. Sommige wijndomeinen nemen niet meer deel aan de wedstrijd omdat medailles uitbleven. Ze werden overklast door ambitieuzere wijndomeinen die ontstonden rond de eeuwwisseling of midden de jaren 90. Deze wijndomeinen hebben niets meer met hobbyisme te maken. Ze halen hun know how uit het buitenland en vergelijken hun kwaliteit met de betere buitenlandse wijndomeinen. Het verschil in kwaliteit tussen de (semi-) hobbyistische en professionele wijndomeinen is bijzonder groot geworden. Je moet de betere wijndomeinen dus weten te vinden, en het is de taak van wijnjournalisten om de consument daarbij te helpen. Er komen steeds meer uitstekende wijndomeinen bij, zeker in België waar wijnbouw aan het boomen is.

Wat met het, door de sector zelf gevoede, vooroordeel dat Lage Landenwijn duur is? Ik vind dat de écht goede wijnen, onze eigen klassewijnen, niet duurder zijn en vaak zelfs goedkoper dan wijnen met gelijkaardige kwaliteit uit het buitenland. Uit een aantal blindproeverijen waarbij de betere Lage Landen-wijnen werden vergeleken met buitenlandse benchmarks – wijnen van gerenommeerde wijndomeinen – , heb ik geleerd dat het best meevalt met onze hoge prijzen. Nogal wat Belgische mousserende wijnen zijn in de prijsklasse tussen 15 en 25 euro zeer competitief met wat in het buitenland te vinden is, ook met champagne. Voor hoogkwalitatieve Pinot Gris, zelfs top-Pinot Gris, aan redelijke prijzen (onder de 20 euro) kan je gerust in eigen wijnland blijven. Ook voor mooie Pinot Noir is het niet meer noodzakelijk om buitenlandse wijn te kopen. Wijndomeinen zoals De Wijngaardsberg, Thorn, Château Bon Baron en Aldeneyck kloppen met hun Pinot Noir het gros van de Bourgondische wijnhuizen in een prijsklasse van 20 tot 25 euro en zelfs een stuk duurder. Ook in Riesling zijn er bij ons koopwaardige alternatieven te vinden, denk maar aan Apostelhoeve. Heel wat Belgische en Nederlandse Auxerrois-wijnen rond de 12 à 13 euro zijn absoluut de moeite waard. Ook de wijnen van nieuwe, interspecifieke druivenrassen worden beter en beter naarmate de ervaring ermee, de expertise, toeneemt. Voor hoogwaardige Souvignier Gris bijvoorbeeld (St Martinus in Nederland, Vin de Liège in België) zie ik toekomst, ook in mijn eigen kelder.

Wijnliefhebbers kunnen volgens mij vooral in de hogere prijsklassen, neem vanaf 12 euro, interessante aankopen doen in eigen land. De reden hiervoor? Onze wijndomeinen kunnen het zich gewoon niet permitteren om écht hoge prijzen te vragen voor hun beste wijn. Wie geeft 30 euro aan een Belgische of Nederlandse fles, ook al is hij van internationale topkwaliteit? Etiketdrinkers kunnen geen eer halen uit roemloze Lage Landenwijn en kopen liever Bourgogne of Champagne. Voor eigen wijnen vinden ze de hoge prijzen onredelijk. Echt dure wijnen geraken dus moeilijk verkocht. Er zijn enkele uitzonderingen, zoals de Chardonnay van het Belgische Clos d’Opleeuw en het recente La Falize, beide gemaakt door Peter Colemont. Deze wijnbouwer werd befaamd door verschillende vermeldingen in de internationale pers. Je betaalt voor zijn wijnen gemakkelijk tussen de 40 en 70 euro. Wat onmiddellijk ook een boodschap inhoudt naar onze wijnbouwers: faam in eigen land is goed, internationale faam is beter. Dat vraagt andere marketingtechnieken. Kijk maar hoe de Britten dat aanpakken met hun mousserende wijn. Die zijn naam aan het krijgen. En ze zijn vaak écht duur.

In de prijsklasse onder de 10 à 12 euro is het een ander verhaal. Daar is het voor wijnen van de Lage Landen veel moeilijker om competitief te zijn. Onze sterkste troef, dat zijn volgens mij toch die duurdere klassewijnen: originele, hoogkwalitatieve producten die zich kunnen meten met het betere werk uit het buitenland. De talrijke wijnliefhebbers in de Lage Landen zullen in de jaren die komen almaar fierder worden op cool climate-wijnen van eigen bodem. Steeds meer zullen deze wijnen een waardige plaats krijgen in onze wijnkelders en wijnkasten. Nichewijnen zullen het altijd blijven, wetende dat het gros van de bevolking wijn onder de 5 euro koopt.

Dus etiketdrinkers alsjeblief, blijf u exclusief richten op Bordeaux, Bourgogne, Champagne, Brunello en Piemonte. Klassewijnen hebben ze alleen daar, met ronkende etiketten.

Stefaan Soenen

Nederland en België gaan internationaal met Pinot Noir!

Pinot gris-wijnen uit Nederland en België worden gekroond tot internationale sterren

1 Reactie

Reageer op dit item