Grote neus, beter ruiken? KNO-arts Dick Kooper beantwoordt deze en andere vragen over (wijn)ruiken. - Perswijn
Enkele getrainde neuzen van het Perswijn proefpanel. Vlnr.: Marc Collard, Frank Jacobs, Udo Göebell, Lars Daniëls.
Achtergrond & Interviews

Grote neus, beter ruiken? KNO-arts Dick Kooper beantwoordt deze en andere vragen over (wijn)ruiken.

Magda van der Rijst sprak voor ons decembernummer (Perswijn#8, 2018) met KNO-arts Dick Kooper over ruiken en ons reukorgaan. Dick Kooper is gespecialiseerd in reukstoornissen en beschouwt de neus als een fenomenaal zintuig. In Perswijn vertelt hij er meer over en voor de website beantwoordt hij nog enkele prangende vragen waarop iedere wijnliefhebber het antwoord wil weten. En whisky-liefhebbers, zoals deze KNO-arts zelf, ook.

KNO-arts Dick Kooper
  • Dick P. Kooper (Den Haag, 1963)
  • Opleiding Geneeskunde: Erasmus Universiteit Rotterdam, 1985–1991
  • Specialisatie keel-, neus- en oorheelkunde (KNO): VU Amsterdam, 1994–1998
  • Extra aandachtsveld: reukstoornissen
  • Werkzaam bij: Reinier de Graaf Groep, Delft, sinds 1999

1. Heeft het formaat van je neus invloed op je reukvermogen?

Dick Kooper: ‘Nee. Als het om het formaat zou gaan, dan gaat het om de omvang van het reukepitheel dat de geurdeeltjes opvangt. Dat reukepitheel is 4 cm2 groot. Stel dat daar 2 mm bij komt, dan zal dat de neus niet vergroten en het zal het reukvermogen niet significant verbeteren.’

2. Wat is goed ruiken?

Dick Kooper: ‘Dat is een lastige vraag om te beantwoorden. In het ziekenhuis hebben we te maken met mensen die aangeven niets te ruiken of die vinden dat ze slechter ruiken dan voorheen. Met de reuktest, eventueel aangevuld met CT of MRI-scan, meten we de activiteit van smaak- en geurreceptoren, zenuwen en hersenen. Uit die onderzoeken komt een uitslag die de basis vormt voor al dan niet een bepaalde behandeling. Die uitslag is onder andere gebaseerd op het kunnen ruiken en herkennen van basale geuren als vis en koffie. Bij wijn ligt ‘ruiken’ veel ingewikkelder. Dat gaat veel verder dan de basale geuren en heb je bij de identificatie met persoonlijke herinneringen en emoties te maken.’

Enkele getrainde neuzen van het Perswijn proefpanel. Vlnr.: Marc Collard, Frank Jacobs, Udo Göebel, Lars Daniëls.

3. Kan de reuktraining goed ruikende mensen helpen om nog beter te gaan ruiken?

Dick Kooper: ‘De reuktraining bestaat uit drie maanden lang dagelijks twee à drie keer aan vier etherische oliën ruiken. Hier gaat het niet meer om de herkenning van die geuren, maar om de prikkels die de geurdelen na het opsnuiven doorgeven en daarmee de hersenen activeren. In die zin kan reuktraining ook bij mensen zonder reukprobleem helpen om de hersenen actiever te maken. Maar als je beter aroma’s in wijn wilt leren herkennen of een Bordeaux van een Bourgogne wilt kunnen onderscheiden, dan moet je trainen. Ik weet niets van wijn proeven, maar houd wel van whisky en om aroma’s in whisky te kunnen duiden, geldt ook: trainen!’

4. Waarom bestaat de reuktraining uit de geuren roos, citroen, eucalyptus en kruidnagel?

Dick Kooper: ‘Het zijn geuren die ver uit elkaar liggen, die stuk voor stuk een goede herkenbaarheid hebben en die over de hele wereld bekend zijn. Daarom zijn ze ook praktisch om internationale onderzoeken met elkaar te kunnen vergelijken.’

5. Hoe onderhoud je je neus?

Dick Kooper: ‘De neus die onderhoudt zichzelf doorgaans uitstekend. Het is een zelfreinigend orgaan met een zuiverende werking. We produceren dagelijks veel snot. Per dag gaat er heel wat door onze neus wat we, ongemerkt, met slijm inslikken. De vuile stoffen worden vervolgens door het lichaam afgebroken en afgevoerd. Veel onderhoud heeft de neus niet nodig. Als het om goed ruiken gaat, ook op hogere leeftijd, is het vooral van belang dat je je hersenen actief houdt. Zorg ervoor dat die voldoende prikkels ontvangen.’

Magda van der Rijst

Reageer op dit item