Achtergrond & Interviews

Bordeaux revisited III

Van 8 tot met 14 januari 2012 verbleef Lars Daniëls met Ronald de Groot in Bordeaux, om in vijf dagen de meeste topproducenten te bezoeken en bijna alle Grands Crus Classés (GCC) uit 2008 en 2009 te proeven. Vandaag deel drie van zijn verslag.Tekst en foto’s: Lars Daniëls MV
NB: de scores zijn persoonlijke scores van de auteur en kunnen wat afwijken van de scores zoals gepubliceerd in Perswijn nummer 2 van 2012.

Dinsdag 10 januari 2012

De Cristal 2004, maar met name de Pichon-Lalande 1982 van de maandagavond waren goed gevallen. Ik had heerlijk geslapen, maar stond om 07.30 uur weer fris naast mijn bed. Voor ons lag een tweede dag vol hoogtepunten, met vooral proeverijen van wijnen uit de twee beste AOC’s van de Médoc: Pauillac en Saint-Julien. En onze eerste bestemming kon ik vanuit het trappenhuis van Pichon-Lalande al zien liggen: Château Latour.


Chez Latour

De wijngaarden van Latour lagen er prachtig bij op deze heldere, koude ochtend. En er werd gewerkt: men was begonnen met de snoei. Dat durfde men eindelijk aan, want na een lange periode van zeer mild weer stond er een koude week voor de deur.

Het terroir van Latour, met name de deels ommuurde l’Enclos, is een bijzonder terroir, met zijn basisbodems van klei met daarop grote kiezels, en de nabijheid van de Gironde. Die Gironde heeft een matigende invloed op de (verschillen van) temperaturen hier, hetgeen soms zeer goed van pas komt. Het beroemdste voorbeeld in deze is dat van de voorjaarsvorst van 1991, die wat verder landinwaarts veel grotere schade aanrichtte dan in de wijngaarden dicht aan de Gironde, zoals Latour.

In de zeer functionele proefruimte van Château Latour -met spuugbakken als ware het urinoirs langs de wanden- proefden we Les Forts de Latour en de Grand Vin uit 2008 en 2009. Les Forts de Latour (2008: 16 pnt, 2009: 16,5 pnt) is de tweede wijn van Château Latour, afkomstig uit een viertal climats die wat verder van de Gironde afliggen, en bevat als gebruikelijk beduidend meer merlot (bijna eenderde deel) dan de Grand Vin. Het maakt de wijn wat toegankelijker, maar de wijn blijft een van de krachtigste, strengste tweede wijnen van Bordeaux.

Voor het karakter van de Grand Vin de Château Latour, stevig gefundeerd op basis van meer dan 90% cabernet sauvignon, hebben de Engelsen een mooie term: austere. Zeker 2009 (19 pnt), maar ook 2008 (18 pnt) zijn zeer compact, gesloten, serieus en viriel, wijnen om nog jaren vanaf te blijven. De structuur van Latour 2009 doet vermoeden dat de wijn pas over een jaar of 15 te genieten valt, en een halve eeuw mee gaat.


GCC de Pauillac op Pontet-Canet

Met de smaakpapillen op scherp, kwamen we aan op ons tweede adres van de dag: Château Pontet-Canet. Het was een bezoek waar ik naar had uitgekeken, om twee redenen: Pontet-Canet is dé rijzende ster van de GCC én werkt volgens de beginselen van de biodynamie. Nu zijn er wel meer topproducenten die deze leer met zijn esoterische trekjes aanhangen, maar het interessante in het geval van Pontet-Canet is de schaal waarop en het gebied waarin.

Bordeaux was nooit en is nog steeds niet het gebied dat voorop loopt als het gaat om aandacht voor de ecologische balans van wijngaarden. En dat is ook logisch gezien de traditie, de klimatologische omstandigheden, maar vooral de omvang van de bezittingen en het geld dat verdient kan worden. Des te moediger dus dat een groot domein als Pontet-Canet (81 ha wijngaard), met een topterroir in de beroemdste AOC van de Médoc, Pauillac, en buren als Mouton-Rothschild en Lafite-Rothschild, het wél aandurft om af te zien van chemische onkruidbestrijders, en het gebruik van kopersulfaat tot een minimum beperkt.

Dat dat niet altijd helemaal mogelijk is in Bordeaux, werd helaas duidelijk in 2007, toen eigenaar Alfred Tesseron directeur Jean-Michel Comme opdroeg toch te spuiten met chemische pesticiden in de wijngaarden van Pontet-Canet. Het kostte Pontet-Canet hun certificaten (AB en Biodyvin; hebben ze sinds 2010 weer terug), maar redde zeer waarschijnlijk de oogst. Enfin, later, in Perswijn nummer 3 van dit jaar, meer over Jean-Michel Comme en de filosofie van Pontet-Canet.

De te proeven serie bevatte op Lafite en Duhart, Mouton en Clerc-Milon, en Pichon-Lalande na bijna alle GCC van Pauillac. Jammer was dat we niet blind konden proeven, iets dat enigszins gecompenseerd werd doordat de line-up telkens anders was. We proefden de Grand Vins en tweede wijnen van 2008 en 2009, en de volgorde was gelukkig iedere keer anders.

Over mijn bevindingen kan ik kort zijn: twee Châteaux staken er bovenuit, zowel in 2008 als in 2009, en zowel met hun eerste als met hun tweede wijnen. Het gaat om Château Pichon-Longueville Baron (Grand Vin 2008: 17,5 pnt, 2009: 18 pnt) en het nog sterkere Château Pontet-Canet. Vooral die laatste vind ik prachtwijnen en ze staan voor mij op zelfde hoogte als Mouton-Rothschild, en nauwelijks onder Lafite. Ik scoor ze iets hoger dan Ronald de Groot (we hoeven het niet over alles eens te zijn natuurlijk): Les Hauts de Pontet-Canet 2008 16 pnt, Les Hauts de Pontet-Canet 2009 16,75 pnt, Pontet-Canet 2008 18 pnt, Pontet-Canet 2009 19 pnt.

Licht tegenvallend was Lynch-Bages (2008: 16,5, 2009: 16,75), goed voor de dag kwam Batailley (2008: 16, 2009: 16,75). Op Batailley gingen we direct na ons bezoek aan Pontet-Canet lunchen, en we proefden daar ook al de 2010, wat minder compact dan 2009, maar niet minder van kwaliteit! De lunch moest echter nog even wachten, want ik raakte in gesprek met Jean-Michel Comme. En met hem ben je zeker niet in 5 minuutjes uitgepraat: wat een bevlogen, maar respectvolle man. Ik zei het al, in Perswijn nummer 3 van dit jaar meer over deze smaakmaker van Bordeaux.


Lunch op Batailley

Vanaf Pontet-Canet gingen we weer een stuk zuidwaarts binnen de AOC Pauillac, naar Château Batailley, aan de D206. Batailley is met een jaarlijkse productie van zo’n 300.000 flessen een flink domein, maar de sfeer was aangenaam gemoedelijk. Dat was mede te danken aan eigenaar Philippe Castéja, die ons persoonlijk ontving en ons aan tafel vroeg in de knusse salon, vol antiek, van het mooie landhuis. Maar dit niet voordat we de andere wijnen uit zijn portfolio hadden geproefd: de Saint-Estèphe Beau-Site en de Pauillac Haut-Bages Monpelou, beide goede wijnen (2009: beide 15 pnt).

Aan tafel werd het qua wijnen serieuzer, en qua stemming conviviaal. Na de Champagne Brut van Pol Roger, volgde Lynch-Moussas 2003 bij een grote specialiteit van de streek: Lamproie à la Bordelaise. De lampreien of prikken worden met prei gaar gestoofd in een fantastische saus van hun bloed en rode Bordeaux, resulterend in een zeer smaakvolle, unieke stoofpot, met vis die bijna smaakt naar gevogelte. Hier doe je het voor, zei ik tegen mezelf. Het hoofdgerecht deed er niets voor onder, al was het enkel om de geweldige, verse cèpes van het domein zelf! U begrijpt het, we hebben heerlijk gegeten én gedronken, want na de Lynch-Moussas 2003 kwamen nog hoogtepunten als de volledig levendige Batailley 1961 (!) en de goede, maar net niet grootse Yquem 1990.

Aanstaande donderdag deel 2 van dag 2 (Bordeaux revisited IV), waarin het gezelschap wijnen zal proeven van Mouton-Rothschild in Clerc-Milon, een snel bezoek zal brengen aan Château Léoville Las Cases, zich opmaakt voor een serie GCC Saint-Julien en de avond besluit met een diner op Cantenac-Brown (mét sigaren).

Reageer op dit item