Nieuws

Het Boek van den Wijn (3)

Schrijver J.P.M. Keuls gaat verder met zijn breedsprakige bespiegelingen over het kopen van wijn. Men doet er volgens hem het beste aan om bij een bonafide handelaar te kopen. Hij stelt echter vast dat dat niet altijd gebeurt. Intrigerend om te lezen dat men zich 75 jaar geleden binnen de Nederlandse wijnhandel ook al zorgen maakte over kopen in het buitenland. Ook zonder Euopese Unie en verdragen van Schengen. “Wij komen nog even terug op de koopers van grootere hoeveelheden in eens, de geregelde wijndrinkers, om de vraag onder de oogen te zien of deze er belang bij hebben in het buitenland te koopen in plaats van bij een wijnhandelaar in het land zelf…”
Schrijver J.P.M. Keuls gaat verder met zijn breedsprakige bespiegelingen over het kopen van wijn. Men doet er volgens hem het beste aan om bij een bonafide handelaar te kopen. Hij stelt echter vast dat dat niet altijd gebeurt. Intrigerend om te lezen dat men zich 75 jaar geleden binnen de Nederlandse wijnhandel ook al zorgen maakte over kopen in het buitenland. Ook zonder Euopese Unie en verdragen van Schengen.

“Wij komen nog even terug op de koopers van grootere hoeveelheden in eens, de geregelde wijndrinkers, om de vraag onder de oogen te zien of deze er belang bij hebben in het buitenland te koopen in plaats van bij een wijnhandelaar in het land zelf. Deze vraag is van veel belang omdat, zeer ten misnoegen van den wijnhandel, het koopen in het buitenland, zoowel in Frankrijk als in Duitschland, een zekere uitbreiding heeft gekregen. Hoe zou dit zijn gekomen? Welke aanleiding zou er zijn geweest om af te wijken van den door de logica aangewezen weg, d.i. om zijn wijn te koopen bij den wijnhandelaar in het land zelf, wiens taak het toch is om wijnen jong te koopen, ze te bottelen, belegen te laten worden en daarna aan den consument te detailleeren.”

Europa leek begin jaren ’30 aardig in de maak, al werd Nederland ook toen al overstroomd door… Duitschers:

“Er moeten dan ook andere redenen zijn, die den blik naar het buitenland doen wenden. In de eerste plaats is in de laatste decennia het contact met het buitenland veel gemakkelijkker geworden; men reist meer en vlugger […] de wijnconsument of kleine handelaar maakt per auto eens een reisje langs Rijn of Moezel, of gaat de Bourgognestreek eens bekijken en de duitsche Winzer of de fransche handelaar, die er vroeger niet aan zou hebben gedacht, gaat er eens op uit of laat eens iets van zich hooren. In de praktijk komt dit hierop neer, dat het kleine Holland wordt overstroomd door prijscouranten en aanbiedingen en dat bezoeken van wijnreizigers, tot op heden meer duitsche dan fransche, niet van de lucht zijn.”

Niet alle Nederlandse wijnhandelaren bleken in die dagen even bonafide:
 
“Nu is dit alles niet erg zoolang primo de consument voldoende onderscheidingsvermogen heeft en secundo de Nederlandsche wijnhandel in staat is te bewijzen, dat zij haar taak naar behooren kan vervullen. Wat het eerste punt betreft is het helaas zeer pover gesteld, reden waarom wij een bescheiden poging doen om dit te verbeteren en wat de tweede kwestie aangaat, steke een ieder zijn hand in eigen boezem. Als vaststaande mag intusschen worden aangenomen, dat in vele gevallen het z.g. ” direct koopen” tot groote teleurstelling aanleiding geeft, hetgeen zeer begrijpelijk moet zijn aan een ieder, die met eenigie aandacht hefet gelezen, hetgeen wij tot nu toe over den wijn hebben verteld, maar evenzeer staat het vast, dat eenige schroom van de zijde van den consument om zich geheel aan zijn wijnhandelaar over te geven – wijn koopen is immers vertrouwenszaak – begrijpelijk is, zoolang men in de couranten de verslagen kan lezen van de Keuringsdiensten van waren, die, sinds de inwerkingtreding van het Wijnbesluit ook wijn omvatten.”

Elementaire kennis is absolute noodzaak om echte van minder echte wijnen te kunnen onderscheiden. Nog steeds een actueel thema:

“Wat heeft de consument nu nodig om toch ook een woordje te kunnen medespreken en zijn oordeel te kunnen motiveeren? Hij zal moeten weten, wat kwaliteit is, dus hoe een zuivere goede Bordeaux of Bourgogne respectievelijk een Naturreine Rijn- of Moezelwijn of een werkelijke Douro-port smaakt, ten einde hem te kunnen onderscheiden van versneden Bordeaux, gesuikerde Rijn- of Moezelwijn en onder de benaming verkochte wijnen, die dat echter niet zijn. Kennen is immers herkennen.”

” Verder dient hij iets af te weten van de waarde van jaargangen, van de wijze waarop men wijn behoort te drinken, kortom behoort een zekere wijn-opvoeding te ontvangen, die in vroeger jaren niet of nauwelijks noodig was, omdat de nobelste aller dranken toen nog niet zo zeer als in onze dagen was verdrongen door iets anders. Om dit alles te verweezenlijken is er nog een belangrijke taak te vervullen voor den wijnhandel en de wijnhandelaar die zijn belang begrijpt, zal dit gedeelte van zijn taak zeker niet als het minst belangrijke beschouwen.”

Op bladzijde 170 komt – eindelijk – het proeven van wijn aan de orde.
Van een ‘onbewogen spiegel’ had Keuls kennelijk nog nooit gehoord en van ‘Amsterdams proeven’ – d.w.z. op ‘verteerbaarheid’ – al evenmin:

” Het proeven of keuren om een wijn te beoordeelen behoort aldus te geschieden. Men neemt een groot glas, schenkt dit half vol, bekijkt den wijn aandachtig tegen een kaars, schudt daarna den wijn in het glas, ruikt er aan en neemt vervolgens een flinke maar niet al te groote slok, laat den wijn in den mond rollen, zoodanig dat alle deelen van den mond met hem in aanraking komen en…maakt daarna het gebaar, hetwel nergens anders getolereerd is dan bij het proeven van wijn, d.w.z. men slikke hem in ieder geval niet in. Dit inslik-verbod heeft een wijntechnischen ondergrond want, zou men het wel doen, dan zou men minder zuiver de indrukken ontvangen van een volgende proef. Gaat het dus om één enkelen wijn, dan kan het er mee door, maar vakkundig staat het toch in ieder geval niet.”

Wordt vervolgd!

René van Heusden

Reageer op dit item