Het in woorden beschrijven van wijn is een essentieel onderdeel van schrijven over wijn. En meteen een van de moeilijkste disciplines. Daar waar het goed, maar beknopt beschrijven van wijn al lastig is, is origineel zijn voor maar weinigen weggelegd. Waarderingen in cijfers zijn concreet, maar hun nut en waarde staan immer ter discussie. Persoonlijke overpeinzingen over proefnoties en punten.

In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten proefnotities. Zo heeft het boek van de Wijnacademie het over ‘identificerende proefnotities’, ‘technische proefnotities’, ‘commerciële proefnotities’ en ‘gastronomische proefnotities’. In de praktijk overlappen deze verschillende insteken elkaar uiteraard vaak. Zo zal een identificerende proefnotitie die een professional opstelt gedurende een blindproeverij of tijdens een examen veel weghebben van een technische proefnotitie. Want die gaat met name over de samenstelling van een wijn en beschrijft vooral de zuren, het alcoholgehalte, eventueel (rest)suikergehalte en de tannine van de wijn, met daarbij aroma’s die wat zeggen over ras, vinificatie/opvoeding en leeftijd. Al die zaken geven aanwijzingen over wat er te identificeren valt, zoals de herkomst, de kwaliteit of de leeftijd van de wijn.Ook een commerciële proefnotitie kan heel technisch zijn, afhankelijk van de doelgroep waarvoor deze is opgesteld. Bij de gastronomische proefnotitie staat uiteraard de gastronomische toepassing van de wijn centraal, maar ook daarin worden tegenwoordig steeds meer ‘technische’ zaken verwerkt. De complexe moderne keuken vraagt daar ook steeds meer om: er moeten verbanden worden gelegd tussen aroma’s, smaken en texturen/structuren van gerechten en wijnen.
Ook in de wijnschrijverij is een proefnotitie doorgaans een mix van minimaal de technische en de commerciële proefnotitie. Wat er overheerst, het technische of het commerciële, hangt af van de doelgroep. Het zal u niet verbazen dat ik graag technische proefnotities maak, die u concreet inzicht geven in de geur, smaak en kwaliteit van de wijn. Maar dat kan ook in Perswijn, sterker nog, het wordt wellicht zelfs verwacht. Anderen beschrijven wijnen op commerciëlere wijze, dat wil zeggen minder technisch en concreet, maar meer metaforisch of figuurlijk, opdat de notities aantrekkelijker zijn voor een breder publiek. Daar is niets mis mee, mits er geen volslagen onzin wordt verkondigd.

Dat gebeurt trouwens vooral indien een schrijver zich op terrein begeeft dat hij niet beheerst. Zo zal ik het niet snel in mijn hoofd halen Harold Hamersma na te doen. Harold kan namelijk op heel creatieve en originele wijze een wijn beschrijven zonder technisch te worden. Een prachtig voorbeeld daarvan is zijn notitie van de Mourvèdre 2008 van Grangehurst: “Grangehurst 2008, Mourvèdre, Stellenbosch. Mourvèdre. De grote druif van Bandol. Rijpe pruimen. Kersenlikeur en chocola. Maar ook het zuiden van Frankrijk ontmoet Zuid-Afrika. De leeuw is los in de Midi. Inwaaiende lavendelgeur in het nijlpaardenhuis. Biltong met rozemarijn. Een in de junglenacht oplevend kampvuur dankzij een zuchtje mistral. Een aanmerende vrachtboot met Afrikaanse specerijen in de jachthaven van Cannes. Tempier ontmoet Coetzee.” Als je per se kritisch wilt zijn, kun je stellen dat er te weinig wordt gezegd over smaak (structuur) en kwaliteit. Maar ik kan mij direct voorstellen dat vele mensen op basis van zo’n – overigens terechte – lofzang de wijn onmiddellijk kopen.
Andersom zal Harold niet snel, neem ik even aan, aan mensen gaan uitleggen waar die reductieve, grassige en tropisch-fruitige aroma’s in die Nieuw-Zeelandse Sauvignon Blanc toch vandaan komen. Ik wel, want hoewel ook ik wijnbeleving belangrijk vind, wil ik daarbij op een meer wetenschappelijke wijze naar wijn kijken. Eigenlijk wil ik verklaren wat Harold en ook anderen beschrijven. Dat is grotendeels uit puur enthousiasme voor wijn: het meest fascinerende aan wijn vind ik nu eenmaal dat deze kan ruiken en smaken naar zijn natuurlijke (en culturele) herkomst. Maar soms ook om aan te geven dat wat u ruikt wat minder ‘natuurlijk’ is, dat aroma’s en smaken van wijn wel degelijk gemanipuleerd kunnen worden. Juíst om wat mij zo boeit – wijnen met authenticiteit, noem ze terroirwijnen – te kunnen onderscheiden van industriële producten die technisch OK zijn, maar minder ziel hebben.

Voor mij persoonlijk is de ideale proefnotitie er dus een die een wijn technisch goed beschrijft, maar daarbij verbanden legt tussen wat ik proef en waar dat vandaan komt, opdat ik kan concluderen hoe bijzonder de wijn voor mij is. Na de technische beschrijving moet er een algemene indruk volgen tenslotte, die aangeeft wat de wijn mij doet, hoe ik deze beleef. En daarmee hoop ik u het juiste inzicht te geven om te besluiten om deze wel of niet te kopen.
Proefnotities zijn heel persoonlijk, omdat het zintuiglijk waarnemen heel persoonlijk is – geen verdere uitleg nodig. De waardering van een wijn is dus ook heel persoonlijk. Uiteraard kunnen mensen met veel proefervaring en wijnkennis een betrouwbaarder oordeel vellen over een wijn dan iemand die op een van die vlakken of op beide (proefervaring of (theoretische) wijnkennis) minder ontwikkeld is. Maar e.e.a. blijft subjectief, dat merk je uiteraard bijvoorbeeld in proefpanels, zoals dat van Perswijn. Daar zijn de onderlinge verschillen in waardering meestal niet zo groot maar ze zijn er wel degelijk. En dus telt het gemiddelde.
Het waarderen van wijn wordt niet alleen in woorden gedaan, maar ook in cijfers, in punten, in scores. Daar is al tijden flinke kritiek op, maar tegen die populistische trend in ben ik een voorstander van punten geven aan wijnen. Scores geven namelijk heel snel een zekere duidelijkheid, mits hun context goed wordt duidelijk gemaakt aan de lezer (en dat is de verantwoordelijkheid van de proever en zijn medium).

Belangrijk is allereerst dat begrepen wordt dat scores een persoonlijk oordeel zijn van de proever; als je de proever hoogacht, kun je meer waarde hechten aan zijn of haar scores, als je twijfelt aan zijn of haar kunde of oprechtheid, zeggen ze waarschijnlijk minder. Daarnaast is het goed om te weten dat het gaat om een momentopname. Dit is trouwens iets dat de proever vooral ook zelf goed moet beseffen, en aan moet geven in een eventuele introductie. Indien het om jonge wijnen gaat, die nog lang niet op dronk zijn, kan de proever een ‘voorlopige score’ geven.Voor de juiste interpretatie van de scores is het cruciaal dat de lezer op de hoogte wordt gesteld van de schaal en van de context. Bij Perswijn scoren we vele wijnen met sterren van *** tot ***** (wijnen die minder dan drie sterren scoren, worden kwalitatief niet goed genoeg bevonden en niet vermeld). Deze schaal wordt vooral gebruikt voor meer alledaagse wijnen, die gemiddeld niet zeer complex en, wederom gemiddeld, kwalitatief niet bij de wereldtop horen. Wanneer sterren worden gebruikt, wordt binnen een thema geproefd en beoordeeld: een wijn die de maximale ***** krijgt, wordt gezien als de beste binnen de serie of het thema, maar niet als de perfecte wijn op wereldwijde schaal. Zo kan een heel goede Corbières vijf sterren krijgen, maar dat wil niet zeggen dat deze van eenzelfde kwaliteit is als de allerbeste wijnen ter wereld.Complexe, kwalitatief gemiddeld hoogstaande wijnen worden wel vergeleken met alle andere wijnen van de wereld, en vandaar dat Perswijn daarvoor de 20-puntenschaal hanteert. Dus als ik Malterdingen Bienenberg ‘Wildenstein R’ Spätburgunder Grosses Gewächs 2012 van Weingut Bernhard Huber 18,5+/20 punten geef, bedoel ik daarmee dat deze wijn voor mij persoonlijk de potentie heeft tot de allerbeste Pinots ter wereld te behoren (maar nu nog te jong is). Vandaar de hoge score maar ook de marge (18,5 tot 20). Of u mijn waardering vertrouwt, heb ik tot op zekere hoogte in de hand (ben ik ter zake kundig en voldoende objectief? etc.) maar is uiteindelijk natuurlijk aan u.
Tot slot nog even dit. Zoals gezegd, ik ben niet tegen punten geven aan wijnen, want ik vind dat ze nuttig kunnen zijn. Ze geven u maar ook mijzelf een snel inzicht in hoe goed ik de wijn op moment van proeven vond. Bovendien is er geen functioneel alternatief, hoe leuk sommige ook bedacht zijn. We zijn allemaal opgegroeid met punten/cijfers. Waar ik wél problemen mee heb, zijn punten zonder inhoudelijk interessante proefnotities of contextueel verhaal. Dan zijn ze eigenlijk zinloos. Het getuigt niet alleen van luiheid, maar ook een beetje van minachting voor de lezer (ik bedenk me nu dat ik mezelf daar ongetwijfeld wel eens schuldig aan heb gemaakt, uit gebrek aan ruimte. Maar dat is eigenlijk een flauw excuus, als je proefnotities serieus neemt).

Ook de illusie van perfectie, gesuggereerd door het maximale aantal punten van 100 of 20, is iets dat niet past bij een product als wijn, dat voor velen raakt aan emotie en veel meer is dan gewoon een drankje. En dan is er nog een trieste werkelijkheid, waar ik laatst door mijn beroemde Engelse collega Jamie Goode nog eens extra op werd gewezen: scores zijn zo belangrijk geworden, dat te hoog scoren de norm lijkt. Vooral indien de 100-punten-schaal wordt gehanteerd, valt die trend op. Zelden zit een wijn meer onder 90 punten, goede maar niet uitmuntende wijnen kruipen tegenwoordig maar wat gemakkelijk richting 95 punten. Er is een duidelijke inflatie opgetreden. En die is logisch te verklaren: met name in de Engelstalige pers, maar ook in de Duitse en Franse media, is de concurrentie zó groot, dat er angst is om te laag te scoren. Want de redacteur cq. wijncriticus (wat een irritant woord is dat laatste eigenlijk) die te laag scoort, wordt minder geciteerd, is minder interessant voor grote producenten, haalt minder advertenties binnen en kan uiteindelijk dreigen ten onder te gaan. Zeker gedrukte media (maar ook online magazines) staan zo onder druk dat ze vaak niet anders kunnen dan meegaan in die trend. In Nederland ligt dat gelukkig (nog) anders. En dat moeten we zo trachten te houden.
tekst en foto’s: Lars Daniëls MV
Het is een vreemde kop, maar fijnbitter is de letterlijke vertaling van Feinherb, de smaakaanduiding die vele Moselproducenten gebruiken voor wijnen die niet droog, maar ook niet heel zoet zijn. En hoewel de term niet echt bijdraagt aan de nodige duidelijkheid, dragen vele heerlijke Moselrieslings de aanduiding. Vooral in minder rijpe jaren zijn feinherbe Rieslings misschien wel de fijnste wijnen van Mosel om te kopen.

Feinherb is een nog vrij jonge smaakaanduiding, die met name bedoeld is om de wettelijke term halbtrocken (in Mosel 10 tot en met 18 gram restsuiker per liter) te vermijden. Ik vroeg Annegret Reh-Gartner van Reichsgraf von Kesselstatt, die het destijds voor elkaar heeft gekregen dat de term feinherb überhaupt gebruikt mocht worden op wijnetiketten, naar het hoe en waarom. Over het waarom is ze nog steeds duidelijk. “Halbtrocken zei en zegt niets”, zegt ze. “Iemand is toch ook niet half dik of half dun?” Inderdaad, dan is het fraaier om te zeggen ‘aan de zware kant’ of ‘een beetje gezet’.De termen voor de wettelijke categorie boven halbtrocken, te weten lieblich of halbsüß, waren ook niet populair. En zo kwam men eind jaren ’90 met feinherb op de proppen, een typisch Duits woord omdat herb zo lastig letterlijk te vertalen is. Het wordt meestal vertaald als ‘bitter’ maar het kan ook ‘droog’ betekenen.
Von Kesselstatt ging feinherb gebruiken na een verandering in de wijnwetgeving. “Voorheen was alles verboden dat niet uitdrukkelijk was toegestaan”, herinnert zich Annegret Reh-Gartner, “maar dat werd omgezet naar dat alles werd toegestaan dat niet expliciet verboden was. Dat maakte het mogelijk om feinherb te introduceren op onze etiketten.” Maar niet veel later ging de Duitse Weinkontrolle, belast met de correcte naleving van de Duitse wijnwetgeving, bezwaar maken. Feinherb ist Irreführung, feinherb is misleiding, vond men, ook omdat de wijnen analytisch voor de wet niet gedefinieerd waren. Von Kesselstatt besloot te gaan procederen om feinherb te mogen gebruiken en werd zowel door de rechtbank van Koblenz als Trier in het gelijk gesteld. Vanaf 2002 is de term toegestaan.
Feinherb is dus een smaakaanduiding, maar strikt afgebakend is deze niet. Sterker nog, de restsuikergehaltes van Rieslings met feinherb op het etiket kunnen variëren van 10 gram/liter tot wel 50 gram/liter. Leden van de Grosse Ring, zoals de afdeling Mosel van het Verband Deutscher Prädikatsweingüter (VDP) ook wordt genoemd, gebruiken feinherb doorgaans voor wijnen met restsuikergehaltes tussen 18 en 30 gram per liter. Maar voor sommigen ligt de ondergrens al bij 9 gram restsuiker per liter, de bovengrens van trocken; alles daarboven tot 30 gram restsuiker per liter noemen ze feinherb. Bij meer dan 30 gram restsuiker, kiezen velen voor Kabinett, niet zelden in combinatie met feinherb. “En dat is prima”, vindt Annegret Reh-Gartner, “Kabinett behoort filigran, licht en niet té zoet te zijn. Kabinett met 60 gram restsuiker per liter is geen Kabinett, dat is Spätlese. Maar wie Kabinett met 30 à 40 gram restsuiker wil maken tegenwoordig, moet wel wat meer alcohol toestaan, dat gaat gewoon niet anders”.

Feinherb leek in de jaren 2003-2009 een overbodige term te worden, net als Kabinett trouwens. Die jaren waren vrijwel allemaal zó goed (lees: warm) dat er veel droge wijnen konden worden gemaakt, en veel daarvan ten minste het niveau Spätlese had. En alles dat niet droog was, was zo zoet dat de aanduiding feinherb minder op zijn plek was. Maar jaren als 2010, 2012 en 2013 hebben laten zien dat klassieke Moseljaren nog niet helemaal verleden tijd zijn. En in dat soort jaren, waarin de suikergehalten in de druiven meevallen en de zuurgehalten hoog liggen, zijn feinherbe Rieslings een uitkomst. Dan zijn het wijnen met een superieure balans tussen zoet en zuur, die o zo belangrijke balans in Moselriesling, die maakt dat de wijnen spannend en levendig zijn, zonder weeïgheid of scherpte.Hoewel de aanduiding dus niet exact gedefinieerd is en men het begrip soms alleen maar gecompliceerder lijkt te maken (door combinaties als Spätlese en zelfs Auslese feinherb), zijn in minder rijpe jaren feinherbe Rieslings misschien wel de beste koop in Mosel als je zoekt naar wijnen om ongecompliceerd van te genieten.
Hier volgt een aantal van mijn favoriete feinherbe Rieslings uit Mosel van de laatste jaren:

Een vrijwel perfecte Feinherb, met 11% alcohol, 20 gram restsuiker per liter en 7,8 gram zuren per liter. Saar Riesling in zeer pure vorm.
Importeur: RieslingPartners, te koop in diverse wijnwinkels
Hier wat meer restsuiker (28,2 gram/liter) maar ook meer zuren (9,6 gram/liter). En spanning en finesse volop, de wijn komt niet voor niets van de Scharzhofberg!
Importeur: Imperial Wijnkoperij
Zinderend goede Riesling uit Trittenheimer Apotheke, van talent Alexander Loersch.
Importeur: De Champagnist
Eigenlijk een vrij serieuze wijn, met aardse tonen, structuur maar ook heerlijk sap.
Importeur: Winterberg Wijnen

Geheel in de zeer fijne stijl van Haag, zeer dorstlessend.
Importeur: Résidence Wijnen / De Gouden Ton
Deze Riesling uit Mittelrhein mag niet ontbreken, een van de lekkerste net niet droge Rieslings van 2013, mét flinke diepgang en lengte. Die uit 2010 was ook erg fraai.
tekst en foto’s: Lars Daniëls MV
Een apart slag mensen, de leden van de familie Poot. Anders dan veel van hun collega’s in de Nederlandse wijnhandel zijn ze volstrekt niet geïnteresseerd in media-aandacht, laat staan dat ze wekelijks op een zekere pagina in de krant voor Wakker Nederland willen staan. De familie Poot is die van Poot Agenturen in het Westlandse De Lier. Maar of ze het nu zelf willen of niet, media-aandacht verdienen ze weldegelijk. Dat zit zo.

Ik was recentelijk aanwezig bij de jaarlijkse assortimentproeverij van Poot Agenturen in De Gouden Leeuw te Voorschoten. Wat tijdens deze tiende editie vooral in het oog viel, was de opvallend uitgebreide collectie wijnen uit Piemonte en dan met name de selectie Barolo van het voortreffelijke oogstjaar 2010. Meer dan dat, bij Poot hebben ze ook een speciaal boekje uitgegeven, gewijd aan die in totaal dertig (!) Barolo’s uit 2010 met daarin achtergronden van het gebied en de gevoerde producenten. Het is te downloaden via de website van het bedrijf, www.poot.nl.Die producenten zijn: Elio Altare, Cavallotto, Giacomo Conterno, Giacomo Fenocchio, Silvio Grasso, Bruna Grimaldi, Paolo Manzone, Luigi Pira, Gianmatteo Rainieri, Luciano Sandrone, Schiavenza en Seghesio. De lijst wordt gecompleteerd door twee producenten uit Barbaresco, Roberto Fossati en Pasquale Pelissero. Een voor Nederland uniek initiatief. Bravo!

Een dergelijk steuntje kan Barolo ook wel gebruiken, want al is de naam in Nederland wel bekend, met de wijn zelf is dat nog maar matigjes het geval. Zie wat dat betreft de doorsnee wijnkaart in een net restaurant. Daarop vind je doorgaans wel allerhande cru’s uit Bordeaux of Bourgogne, maar een minimaal aanbod aan Barolo. Een, hooguit twee. Ook in wijnspeciaalzaken is het niet anders gesteld. En dat terwijl Barolo nu juist een enorme variatie te bieden heeft aan dorpen, cru’s en stijlen. Als het Italiaanse individualisme ergens in wijnen terug te proeven is, dan is het wel in Piemonte. Voeg daar de eigenzinnigheid van de nebbiolodruif aan toe en je weet dat er gegarandeerd wat te beleven valt.
Frank Poot senior geeft toe volledig van in de ban te zijn geraakt van Barolo. Niet zo zeer als wijnhandelaar, maar als wijnliefhebber. Vandaar zijn streven om die wijn in zo ongeveer alle smaaknuances in het aanbod te hebben. Volgens zoon Frank junior en dochter Judith is dat meer een kwestie van zwaar uit de hand gelopen hobbyisme dan van een zakelijke voltreffer, maar daar kan de grote baas niet mee zitten. “Als ze niet verkopen, laat ik ze rustig vijf tot tien jaar liggen. De meeste wijnen zullen daar trouwens alleen nog maar beter van worden. En desnoods drink ik ze zelf.”

Een opmerkelijke uitspraak van iemand die toch altijd een scherp oog voor handel heeft gehad en moeilijk van romantische dromerij beschuldigd kon worden. Maar ja, laat in zijn bijzijn de naam Serralunga vallen en alles wordt ineens anders. En dat voor de doorgewinterde Bordeauxman die hij altijd geweest is.
Poot Agenturen levert niet aan particulieren – de naam van het bedrijf zegt het al. Gelet op de werkelijk unieke breedte, diepte en kwaliteit van het Piemonte-aanbod kan het echter geen kwaad om eens uit te zoeken waar de wijnen te koop zijn. In de handel kan niet meer excuus gelden dat wijnen zo moeilijk verkrijgbaar zouden zijn. Voor wijn uit Serralunga kun je immers ook terecht in De Lier.
Voor de moderne kookliefhebber is er een nieuwe bijbel. De schrijfster Donna Hay kennen we al van boeken met prachtige foto’s alsFast, fresh, simple en De basic. Nu is er een soort magnum opus in de vorm van een prachtig gebonden hardcover met ‘nieuwe klassiekers’: ruim 300 recepten op zo’n 400 pagina’s.

Nieuwe klassiekers is een selectie van recepten uit haar tijdschrift dat maandelijks uitkomt. Het boek bestaat uit twee delen: hartig en zoet, aangevuld met een woordenlijst en register. De delen zijn weer onderverdeeld in logische hoofdstukken als ‘Eieren en kaas’, ‘Pasta, noedels en rijst’, ‘Vlees’, ‘Gevogelte’, ‘Zeevruchten’, ‘Pasteien en hartige taarten’ en ‘Salades’. Ook het deel zoet kent zo’n onderverdeling. Alles vers en helder opgemaakt in de stijl de wie inmiddels van Donnay Hay kennen. Niet alle foto’s zijn even geweldig, dat komt omdat er gewerkt is met verschillende fotografen. Laat dit dan een van de weinige minpunten zijn.
Dit boek is er voor iedereen. Beginnende koks zullen goed met de recepten uit de voeten kunnen. Een bijkomend voordeel is dat de thuis gemaakte recepten vaak wonderwel op de plaatjes lijken. Dat is ook niet ieder kookboek gegeven. Meer ervaren koks zullen geïnspireerd raken door het eenvoudige gemak waarmee Donna enkele smaken weet te combineren tot recepten waar je nooit eerder aan gedacht had. Vaak zijn dat recepten met een Aziatische achtergrond, maar ze komt net zo makkelijk met Europese of Amerikaans invloeden. Om van elk een voorbeeld te noemen: krokante dumplings met krab en gember, runderpastei met Guinness en champignons en kleverige oosterse runderkrabbetjes. Alles uitgelegd in een heldere receptuur met vaak verrassend weinig ingrediënten.
Heb je alles van Donnay Hay al, dan is dit boek een mooie aanvulling om mee te pronken op de koffietafel. Heb je weinig tot geen van haar boeken, dan heb je met deze uitgave een boek waar je de komende tijd mee vooruit zult kunnen. We kijken in ieder geval alvast uit naar het volgende boek dat we in Nederland van haar mogen verwachten: Easy. Nieuwe klassiekers is alvast hét cadeau voor kookliefhebbers voor Sinterklaas en Kerst.
Donnay Hay
Prijs: € 45,-
ISBN: 9789000335268
In de Koopgids Najaar & Winter 2014 (verschenen bij Perswijn nummer 7) zijn helaas enkele fouten geslopen. Deze willen wij hierbij graag rectificeren.
De gehele tekst, behalve titel en beeld, is foutief. Dit moet zijn:
Producent: Can Bas
Regio: Penedès, Catalunya
Druiven: cabernet sauvignon, syrah
Proefnotitie: mooi rijp fruit, zwarte peper, fluweelzachte tannine, in de finale iets rokerigs en wat pruimen
Importeur: Info@intercaves.nl, € 11,99
Titel, druif en importeur zijn foutief. Dit moet zijn:
Druif: Shiraz
Importeur: Verbunt Wijnkopers, verkrijgbaar bij Plus Supermarkten, € 5,99
Prijs en distributie zijn verkeerd vermeld. Dit moet zijn:
Importeur: Groupe LFE, verkrijgbaar bij de betere wijnwinkel, € 14,95 – € 17,95
Nieuw-Zeeland is voor mij een beetje als Chili: braaf, maar niet brave. Teveel van hetzelfde. Met heel veel Sauvignons die stijf staan van de pyrazinen – lees: zo groen zijn als gras, paprika en asperges – waar ik als fervent Rieslingman en liefhebber van witte Bourgogne helemaal niets mee heb. Dat Engelsen er zo verzot op zijn, is allesbehalve een aanbeveling. Hun invloed op de internationale beeldvorming rond wijnen wordt mijns inziens sowieso schromelijk overschat, maar dat terzijde.
Met enige scepsis ging ik daarom naar de recentelijk door importeur Walraven│Sax georganiseerde lunchproeverij met wijnen van Yealands in het Rotterdamse restaurant Allure. De bewuste middag speelde zich zodoende in mijn woonplaats Rotterdam af, dus toch maar even de metro genomen. Ik heb daar bepaald geen spijt van gehad, want mijn bevindingen bleken meer dan verrassend. Zowel wat betreft de wijnen als de gastronomische omlijsting daarvan in Allure.

Yealands is het geesteskind van Peter Yealands. Hij staat in Nieuw-Zeeland bekend als wat in het Engels zo mooi getypeerd wordt als een bigger than life character. Samen met zijn vrouw Violet begon hij in 2001 met de aankoop van grond in de Awatere Valley in het zuidelijke deel van Marlborough, om uit het niets een wijngoed te creëren. In 2008 was de eerste oogst en op 08.08.08 ging Yealands Family Wines officieel van start. De kern daarvan is de wijngaard Seaview. Inderdaad, pal aan zee en goed voor oogverblindend mooie plaatjes (zie grote foto hieronder). Als grootste Nieuw-Zeelandse wijngaard in particulier bezit strekt die zich uit van de hellingen van de Kaikoura Ranges tot aan de kust van Strait Cook. De bodem is er een van löss op klei. Toen Yealands hier begin jaren 2000 begon, was het niet de meest voor de hand liggende locatie om wijnstokken te planten. De hellingen zijn steil, de nachten erg koel, de wind waait vaak hard en het regent erg weinig. Wat je noemt uitdagende condities, maar dat is precies wat Yealands wel ligt. Zijn devies was en is: think boldly, tread lightly. Combineer durf en subtiliteit. En zeg nooit dat iets niet kan. Wat het punt van de subtiliteit aangaat, op Seaview is duurzaamheid geen loze kreet maar realiteit. De inspanningen daarvoor lopen uiteen van de inzet van schapen om de wijngaarden te begrazen tot het koesteren van wetlands. In 2014 won Yealands de Green Award van het vakblad Drinks Business. Niet zomaar een onderscheiding.Nog even terug naar de herkomst van het fruit voor Yealands’ wijnen. Behalve uit de 200 (!) verschillende blocks binnen Seaview in Awatere Valley komt dat voor een aantal ervan ook van buiten dit district. Voor de standaard Marlborough Sauvignon en Pinot Noir bijvoorbeeld uit Wairau en voor de Cobblestone Pinot Noir zelfs helemaal uit Central Otago.

In Rotterdam was het wijnmaakster Tamra Kelly-Wahington die voor een verfrissend nuchtere toelichting bij de wijnen zorgde. Tamra komt zelf uit Marlborough. Voordat ze bij Yealands ging werken deed ze de nodige ervaring op in Zuid-Italië onder wel even wat andere omstandigheden dan in het koele Marlborough. Gelet op waar ze vandaan komen en op de heersende Nieuw-Zeelandse stijl weet ze haar wijnen opvallend veel fruit mee te geven. Het zijn daardoor geen oefeningen in kubisme, maar wijnen die direct charmeren. In Rotterdam kwamen de volgende bottelingen in het glas. Ze staan genoemd zijn in volgorde van proeven en komen, op de Cobblestone Pinot Noir na, allemaal uit Marlborough:
Sauvignon op ‘instapniveau’. Eindelijk eens in een lekkere versie daarvan uit Marlborough! Sappig en fruitig dankzij de inbreng van ‘tropisch’ fruit uit Wairau naast de minerale strengheid van Awatere. Expressief en spannend met zeer hoge doordrinkfactor.

Nog een meevaller, want van veel Pinot Grigio word ik niet vrolijk wegens totale nietszeggendheid. Deze is er een in een toegankelijke stijl maar allesbehalve gladjes. Wit fruit als meloen, vleugje kruidigheid, keurige zuren en – heel belangrijk – droog. Prima allrounder.
Prestigieuzer en duurder dan de gewone Sauvignon, maar je moet wel van dat strenge en plantaardige houden. Kwestie van smaak. Groene appel, grapefruit, ferme zuren, vegetale toets en uitgesproken mineraal. Prima in zijn soort, maar geef mij toch maar liever de vriendelijker instapversie.
De nieuwe ster van Nieuw-Zeeland? Het is nog te vroeg dag om dat al te kunnen zeggen, want de resultaten zijn tot nu toe wisselend. Die van Yealands, een pionier die dit ras al in 2007 aanplantte, is echt heel goed, want typisch. Voor 15% vergist op barriques van Frans eiken. Sappig, licht rokerig, pepertje (ja, ja!), uitgebalanceerd tegelijk droog en rond. Kortom, echte veltliner. Bravo, dat smaakt naar meer!
Assemblage van fruit uit Awatere en Wairau, gevinifieerd op fruitigheid. Goede kleurintensiteit, behoorlijk intense geur met zwart fruit, goed uitgebalanceerde smaak. Soepel in aanzet, met flink vulling en grip van tannine. Ook hier weer een fijn mineraal bittertje na.

Wijn uit een uitzonderlijk jaar. Druiven pas geplukt in de tweede week van mei. Geweldige concentratie en diepte van de natuurlijke soort. Volbloed Pinot Noir, gestructureerd, met een lading fruit, rokerigheid van functioneel eiken, goede zuren en een chocolaatje na. Prachtige lengte en rijpingspotentieel.
Met ongeveer 160 g/l restsuiker is deze Noble Late Harvest een wijn die stevig in het zoet zit. Toch komt hij veel minder gesuikerd over dankzij een hoge zuurgraad. Piepjong nog, loepzuiver en intens fruitig van smaak met een opvallend dominant citroenaroma dat bijdraagt aan de impressie van frisheid.

Een aantal van de geproefde wijnen is voor consumenten tegen een keurige prijs verkrijgbaar bij Gall & Gall. Het gaat om Pinot Grigio (€ 9,99), Sauvignon Blanc (€ 10,99), Sauvignon Blanc Single Vineyard (€ 12,99) en Pinot Noir (€ 12,99). Wijnen van Yealands worden aan de horeca geleverd door Walraven│Sax.
Speciale vermelding in dit kader verdient de locatie waar de tasting lunch werd gehouden: Restaurant Allure in Rotterdam. Op Zuid, aan wat in de 19e eeuw een van de eerste havenbassins was en nu als jachthaven dient – over de welkome yuppificatie van de lange tijd zo arbeideristische Maasstad gesproken! –, tegenover het voormalige Entrepot. Als chauvinistische neo-Rotterdammer was ik er tot mijn schande nog niet eerder geweest. Een pijnlijke omissie, want hé, wat wordt daar creatief spannend gekookt! En niet onbelangrijk, nog wijnvriendelijk ook. Zou je zelf op steak tartare met olijfolie, sesam en langoustine als partner voor de Single Vineyard Sauvignon zijn uitgekomen? Of op zalm met wakame, mosselen en kerrie bij de Grüner Veltliner? Complimenten voor zes keer op rij kloppende combinaties.
Een onbedoeld wel grappige spellingfout op het menu als Singel Vineyard – speciaal voor de gasten uit 020? – bedek ik daarom graag met de mantel der liefde. De nog jonge souschef Frank van Rijsbergen die bij afwezigheid van chef Terry Priem de honneurs in de keuken waarnam, blijkt niet voor niets te zijn uitgeroepen tot Rotterdams Kooktalent 2014. Helemaal terecht. Allure doet zijn naam alle eer aan.
Wie ooit de schitterende omgeving en de kelder heeft kunnen bewonderen en zich ter plaatse wellicht ook heeft laten inpakken in de luxe verblijfaccommodatie vol design en kunst, zingt steevast de lof van Viña VIK. Viña Vik is het Chileense wijnproject van de steenrijke Noor en wereldburger Alexander Vik.

Vik heeft met zijn wijn een aardige hype weten te creëren. Zijn eerste oogst werd door sommigen al de hemel in geprezen nog voordat die definitief gebotteld was. De kracht van slimme PR? En van de bewuste politiek van schaarste om sommeliers het hoofd op hol te brengen? Maar laten we reëel blijven, het ontstaan van een werkelijke topwijn vraagt tijd. Vik zelf lijkt daar geen moeite mee te hebben.
Alexander Vik is rijk, heel rijk. Zijn vermogen wordt door het Amerikaanse zakenblad Forbes op een miljard dollar geschat. Vik is ook een man met een, op zijn zachtst gezegd, ‘interessante’ biografische achtergrond, niet in het minst wat betreft zijn bepaald niet onomstreden financiële handel en wandel. Zie voor details het intrigerende artikel over hem op de site van datzelfde Forbes. Des te opmerkelijker mag het heten dat Vik voorlopig niet geïnteresseerd lijkt in rendement op de miljoeneninvestering in zijn Chileense landgoed. Hebben we nu ineens te maken met een idealist? Zijn ambitie daar liegt er overigens niet om: zijn doel is om koste wat kost uitzonderlijke wijn van wereldklasse te produceren. In 2005 besloot hij namelijk om ‘de beste wijn van heel Zuid-Amerika’ te gaan maken. Na aanvankelijk Argentinië als plaats daarvoor te hebben overwogen viel de keuze uiteindelijk op Chili, een land dat toch al aardig wat ‘icoonwijnen’ voortbrengt.
In 2006 kocht Vik een gebied van ruim 4300 hectare op ongeveer 200 kilometer ten zuiden van Santiago in Millahue, dat deel uitmaakt van Cachapoal. Minder dan een tiende daarvan is nu aangeplant met wijnstokken. Hemelsbreed ligt Millahue het dichtst bij Apalta, maar het is daarvan gescheiden door een bergrug. Het ligt aan de zeekant van die bergrug, op 60 tot 65 kilometer van de oceaan, zonder barrières ertussen. In Chili is dat een terroirfactor van cruciaal belang: bijna dagelijks laat zich vanaf 1 uur ’s middags een zeewind voelen. Het verkoelende effect daarvan voorkomt extreem hoge temperaturen,
waardoor het mogelijk is de suiker- en alcoholgehaltes in bedwang te houden en natuurlijke zuren te bewaren. Correctie van de pH – in minder verhullend taalgebruik: aanzuren – kan zodoende tot een minimum beperkt blijven, terwijl de alcohol niet boven de 14% gaat.Gunstige factoren voor wie primair inzet op drinkbaarheid in plaats van extreme rijpheid en kracht zoals die in bepaalde andere Chileense icoonwijnen te vinden zijn. Maar als je heel kritisch bent, moet je stellen dat zelfs het met zoveel zorgvuldigheid uitgekozen terroir van Millahue niet volmaakt is. Getuige de noodzaak om te irrigeren en om de zuren toch een beetje bij te sturen. Binnen een Europese context verdacht, maar binnen de Chileense heel normaal. Millahue moet het vooralsnog zonder eigen denominación stellen. Overbodig te zeggen dat Vik en zijn team daar graag verandering in willen brengen.
Voor de concrete uitvoering van zijn plannen deed Vik een beroep op twee professionals met wortels in Bordeaux. De ene is Patrick Valette, telg uit de familie die ooit eigenaar van Château Pavie in Saint-Emilion was, de andere is Gonzague de Lambert. Lamberts familie is nog steeds eigenaar van Château de Sales in Pomerol. Aangezien voor Vik geld geen rol speelt, konden en kunnen de twee de lat zo hoog mogelijk leggen en hun plannen stap voor stap gestalte geven. Ze hoeven van Vik slechts één enkele estate wine te produceren. Een wijn die op het nogal aparte, enigszins kinderlijk vormgegeven etiket – over het allesbehalve klassieke ontwerp zou niettemin drie jaar zijn nagedacht! – de naam VIK draagt.

Valette en de Lambert hebben bij de creatie van die wijn gelukkig niet de fout gemaakt die sommige van hun landgenoten wel hebben begaan toen die in Chili wijn gingen maken, namelijk proberen om een ‘Franse’ wijn te maken, c.q. een Chileense imitatie van Bordeaux. De groeiomstandigheden in Milahue zijn immers totaal anders dan die in de Médoc. Kortom, VIK is voor alles een Chileense wijn, zij het wel met wat Franse trekjes.
VIK is geconcipieerd als een assemblage van vijf druivenrassen waarin de hoofdrol vanaf 2010 is weggelegd voor cabernet sauvignon. Verder komen er carmenère, cabernet franc, merlot en syrah aan te pas. Alleen bij de eerste oogst in 2009 was de carmenère in de meerderheid. Nadien is het aandeel daarvan afgenomen en speelt hij alleen nog een rol als voornaamste aanvullende ras. Het aandeel van de overige drie is veel kleiner, maar wordt niettemin naar het voorbeeld van menige wijn in Bordeaux belangrijk geacht voor de complexiteit van het geheel. Tja, toch altijd weer die knipoog naar Bordeaux. In tal van opzichten.
Bij de aanplant van de wijngaard vanaf 2006 is bijvoorbeeld een plantdichtheid van 8.000 tot 10.000 stokken per hectare aangehouden. Een hoge dichtheid à la Bordeaux dus. Alle planten zijn geënt op onderstokken, zoals tegenwoordig de gangbare praktijk is in Chili bij aanplant van nieuwe wijngaarden. Niet omdat de phylloxera ineens een bedreiging zou vormen, maar omdat gebruik van onderstokken een veel nauwkeuriger wijngaardbeheer mogelijk maakt. Men werkt daarom met zes verschillende typen onderstok voor de ideale afstemming tussen druivenrassen en de diverse microterroirs. Door de uitgestrektheid van het landgoed is daarin bijna van zelfsprekend sprake van de nodige variatie. Bij het plantmateriaal zelf is bewust gekozen voor klonale variatie met voor de cabernet sauvignon zelfs vijf verschillende klonen. Enkel voor de carmenère wordt maar één kloon gebruikt. (Klik op de afbeelding hieronder voor een grote kaart, PDF)
Gecombineerd met de diversiteit in microterroirs resulteert een en ander in een breed geschakeerde waaier van fruitexpressie en daarmee in potentiële complexiteit. Naar zich laat raden, blijft de opbrengst beperkt. Concreet komt dat neer op acht trossen per stok, goed voor ongeveer 1 kilo druiven. Vertaald in hectoliters per hectare komt men in de regel op 35 tot 40 uit. Of men bij Vik aan bio doet? Op het moment is dat geen prioriteit.

De vinificatie gebeurt in en hypermoderne kelder, evenals de rest van het complex een onalledaags staaltje van architectuur en design dat wat mocht kosten. Voorafgaand aan de alcoholische vergisting ondergaan de ’s nachts geplukte druiven drie dagen schilinweking bij lage temperatuur. Opvoeding gebeurt gedurende 24 maanden op nieuw Frans eiken. Voor de liefhebbers: de vaten met een light tot medium toast komen van vijf verschillende tonneliers.Doelstelling: een wijn maken met zo veel mogelijk complexiteit en finesse. Gelet op de omvang van het landgoed en de enorme investeringen die er ingepompt zijn, is het productievolume tot nu toe heel klein geweest. De allocaties aan importeurs zijn dienovereenkomstig anekdotisch klein. Die moeten zich met een paar honderd flessen tevreden stellen. In 2009 werden 12.000 flessen geproduceerd, in 2010 waren dat er 30.000 en voor de meest recente jaargang in de handel, 2011, gaat het om ongeveer 35.000 flessen. Erg weinig voor een bedrijf dat wel beschikt over 380 hectare wijngaarden. Veel van het fruit wordt echter niet gebruikt voor het maken van eigen wijn, maar vooralsnog doorverkocht aan andere producenten. Of de creatie van een tweede wijn, zoals dat in Bordeaux op grote schaal gebeurt, eventueel een optie is? De commerciële man Gonzague de Lambert sluit het niet uit. Viña Vik is anno 2014 een project met een open einde.
Wijnen van Viña Vik worden sinds kort in Nederland op de markt gebracht door Wijnimport J. Bart. Ter introductie liet Gonzague de Lambert in de Wine Room van het Amstel Hotel de drie oogstjaren proeven die tot nu toe in de handel gekomen zijn:
Eerste oogstjaar. Experimentele samenstelling met 56% carmenère, 35% cabernet sauvignon en 9% verdeeld over de andere drie rassen en ‘slechts’ 18 maanden houtrijping. Qua weersomstandigheden een normaal jaar. Echte, diepe kleur. Open in de geur, direct ‘typisch’ Chileens door intens fruit en een vleugje munt, tamelijk nadrukkelijk aanwezig hout. Soepele smaak met het nodige bessenfruit en wat Provençaalse kruiden. Goede structuur met fijne zuren, maar de balans is niet optimaal. Het fruit biedt te weinig tegenwicht aan de roostertonen van het nieuwe hout. Een klassiek beginnersfoutje? Al wel een opmerkelijke lengte voor wijn van nog piepjonge stokken.

Eerste VIK in de beoogde stijl en samenstelling met precies omgekeerde verhoudingen: 56% cabernet sauvignon en 35% carmenère. Warm jaar, maar wel met vorst tijdens de oogst. Geweldige kleurintensiteit. In de geur geconcentreerd donker fruit van zondoorstoofde cabernet en mooie aardse toets. Krachtige en pittige smaak, massiever dan 2009, duidelijke dominantie van de cabernet, pittige maar rijpe tannine, opwekkende zuren, discreet en veel beter geïntegreerd hout. Nu aangenaam drinkbaar, maar tegelijk met bewaarpotentieel voor een jaar of tien. Duidelijk een stap vooruit ten opzichte van de 2009.
Samengesteld uit 58% cabernet sauvignon en 29% carmenère en 13% overige. Afkomstig uit een vrij koel jaar en in dat opzicht meer in lijn met 2009 dan met 2010. Kleur van een jonge Vintage port. Rijke neus, minst exotische, c.q. Chileense, van de drie. Compact, cabernet, zwarte bessen, koffie. Vergeleken met 2010 een wat slankere maar gespierde smaak vol spanning. Voorbeeldig geïntegreerd hout, volop grip van zacht plakkende tannine, balans en lengte dik in orde. Ondanks zijn jeugd al plezierig drinkbaar, al is haast nog minder nodig dan bij de 2010. Meest evenwichtige wijn van de drie. Dit begint serieus op een topwijn te lijken.
Vik toont met de bovenstaande wijnen aan op de goede weg te zitten. Een sterk punt, zeker in vergelijking met al wat langer bestaande Chileense icoonwijnen, is de drinkbaarheid ervan door een bijna ‘Europees’ aandoende stijlbenadering. Dat de wijn goed smaakt mag ook wel, want de prijs is in overeenstemming met de ambities van het bedrijf. Maar of dat daarmee al de beste producent van heel Zuid-Amerika is? Zo ver is het, alle uiterlijk vertoon ten spijt, voorlopig nog niet.
Importeur
Wijnimport J. Bart heeft een kleine allocatie van 2010 gekregen en zal de 2011 over enkele maanden aanbieden. De horecaprijs voor 2010 is ongeveer € 70,00. Onder voorbehoud: mocht de 2011 t.z.t. via QV Select voor particulieren beschikbaar zijn, dan zal de prijs daarvan naar verwachting rond € 100,00 komen te liggen.
Met de zonen Triebaumer, zoals ze worden genoemd, loop ik door Ried Mariental, hun beroemdste wijngaard net buiten Rust, in het zicht van de indrukwekkende Neusiedler See. Het is eind augustus, warm en vochtig – lourd zouden de Fransen zeggen – en de wijngaard barst van het leven.

Er zijn muggen uiteraard, maar nog zó veel meer beestjes, vliegend, hollend of kruipend. De begroening tussen de weelderige ranken is een bijna halve meter hoog en bestaat onder anderen uit de lekkerste raketsla die ik ooit proefde. Zelden deed een wijngaard zo natuurlijk aan. En er komt topwijn vandaan. Een verhaal over Weingut Ernst Triebaumer.
Weingut Ernst Triebaumer is een van de meest gerenommeerde wijndomeinen van Oostenrijk en gevestigd in Rust, een prachtig dorp op de westoever van de Neusiedlersee in het wijnbouwgebied Neusiedlersee-Hügelland. Ernst, bekend als E.T., was een van de eersten die (inter)nationaal succesvol was met wat nu Oostenrijks Nº1 blauwe druif is qua prestige: blaufränkisch. Zijn Blaufränkisch Mariental 1986 staat bekend als “de eerste grote rode wijn van Oostenrijk” en vestigde Triebaumer’s naam als specialist. De laatste jaren heeft Ernst zich meer en meer teruggetrokken en laat hij de bedrijfsvoering inclusief wijngaardmanagement en vinificatie steeds meer over aan twee van zijn zonen, Gerhard en Herbert.

De bijzondere Blaufränkisch van Triebaumer ten spijt, Rust heeft meer specialiteiten dan die blauwe variëteit. Dan doel ik uiteraard met name op de lokale versie van (Trocken)Beerenauslese, Ruster Ausbruch genaamd. Deze edelzoete wijn wordt gemaakt van witte druiven als welschriesling, chardonnay, traminer en weissburgunder, maar ook furmint, grüner veltliner, riesling en – zoals bij Triebaumer – zelfs van sauvignon blanc, die door botrytis aan de stok zijn ingedroogd. Vooral de wat lager gelegen wijngaarden ten zuiden van Rust, waar botrytis snel inzet, zijn geschikt voor de productie van Ruster Ausbruch.
De wijngaarden meer ten westen van Rust, iets verder van het meer af en hoger gelegen zijn daardoor en door hun bodems van metamorfe gesteenten en leem ideaal voor het maken van volle, droge witte wijnen. Triebaumer maakt al dat soort wijnen en ze mogen er wezen, vooral bepaalde jaargangen van hun Ruster Ausbruch. Maar het draait bij Triebaumer meer om rode wijnen en om Blaufränkisch in het bijzonder: van hun 20 hectare aan wijngaarden is nu 75% beplant met blauwe variëteiten. En dus namen de broers me mee naar de hogergelegen wijngaarden ten noorden van het dorp, waar kalkrijke leembodems perfecte omstandigheden voor gestructureerde rode wijnen geven.
%20en%20Herbert%20(rechts)%20Triebaumer-%20500.jpg)
Wat direct opviel, is dat ‘natuurlijke balans’ sleutelwoorden zijn bij Triebaumer. “Moderne landbouw is humus-vreten”, zegt Herbert verbeten, “we leven al tijden veel te veel van de reserves van de aarde. We beseffen niet dat de bodem een bibliotheek is die verloren kan gaan. Dus móeten we teruggeven aan de natuur, en meer dan we eruit halen.” Hier is passie geen marketingwoord, dit is puur. Ze maken hun eigen compost en de begroening wordt niet gemaaid maar geknakt en deels weer in de bodem gewerkt. Dat zorgt niet alleen voor een gezonder biologisch leven in en op de wijngaardbodem en voor een betere waterhuishouding, ook voorkomt het bodemerosie en daarmee uitspoeling van belangrijke mineralen.Hoe groot het verschil kan zijn met bodems die niet begroend worden, lieten ze zien bij hun buurman, die zeker een halve meter grond was verloren en daarmee een aanzienlijk deel van de natuurlijke groeikracht. De bodem onder de planten moet ook bij Triebaumer worden vrijgehouden, maar daartoe gebruiken ze geen herbiciden uiteraard, maar kleine schapen, die voor de véraison ook de fruitzone ontbladeren. Nadien mogen ze de wijngaard niet meer in uiteraard,
want ze zouden de druiven eten.
Alhoewel Weingut Ernst Triebaumer niet biologisch gecertificeerd is, zijn ze duurzamer bezig dan menig andere producent met allerlei groene logo’s op de flessen. Je kunt stellen dat het zonde is dat ze die moeite (tot certificering) niet nemen, maar het is een feit en het maakt ze niets minder. Ze voelen oprechte verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving en het ecosysteem van de wijngaarden, vandaar ook dat ze zonne-energie benutten, bijen houden en allerlei groene zones met inheemse vegetatie handhaven tussen hun percelen.Ook het gebruik van middelen tegen schimmelziekten is vanzelfsprekend zeer beperkt hier. Herbert is het sowieso niet eens met zo’n term als ‘schimmelziekten’, voor hem maken schimmels deel uit van het terroir en zijn ze soms zelfs van voordeel. “In de rijpingsperiode helpt meeldauw ons juist, want dan gaat het minder om fotosynthese. Bovendien, planten moeten niet steriel zijn, hoeven niet altijd 100% gezond te blijven, dat is waanzin. Een mens is toch ook wel eens ziek, dan gebruik je toch ook niet altijd medicijnen?”
Het mag duidelijk zijn dat ik onder de indruk was van de filosofie van de Triebaumers, maar het draait uiteindelijk wel om wat er in het glas komt uiteraard. Voor de Triebaumers ook: al hun werk staat wel degelijk in dienst van de druiven- en wijnkwaliteit. Blaufränkisch is zoals gezegd de belangrijkste variëteit bij Ernst Triebaumer, en hun onbetwiste specialiteit. Deze natuurlijke kruising van weisser heunisch (gouais blanc) en een nog onbekende andere variëteit (wellicht blauer grobe of blauer zierfandler), in Duitsland bekend als lemberger en in Hongarije als kékfrankos, is bijzonder goed op zijn plek in Burgenland en ook ten noorden van Rust.

Het is een vrij robuuste plant, met druiven die door hun dikke schil niet zo gevoelig zijn voor botrytis (terwijl die druk er vaak is aan het Neusiedler Meer), en zich leent voor de productie van harmonieuze, inhoudsvolle rode wijnen, met gezonde kleur, mooie zuren en duidelijke, maar fijne tannine. Alle wijngaardarbeid van de Triebaumers zorgt voor kleine, maar gezonde en geconcentreerde druiven, waaruit heel harmonieuze wijnen worden gewonnen. En het feit dat ze tot meer dan 60 jaar oude stokken ter beschikking hebben, draagt nog eens extra bij aan de complexiteit van hun wijnen.
Maar net zo trots zijn ze op hun andere rode wijnen, zoals die op basis van de Bordeauxdruiven cabernet sauvignon en merlot, en tegenwoordig ook van syrah. Cabernet sauvignon en merlot zijn in de jaren ’80 aangeplant, zoals op vele plaatsen in de wijnwereld, aanvankelijk vanwege de trend en om te laten zien dat het kón aan het Neusiedler Meer. En Triebaumer heeft door de jaren heen flink wat lof geoogst voor zijn ‘Bordeauxblends’, al dan niet met wat blaufränkisch in de mix, zoals voor de cuvée Tridendron. “Bijkomend voordeel is dat merlot (eerder) en cabernet sauvignon (later) een ander rijpingsmoment hebben dan blaufränkisch, zodat we de oogst goed kunnen verdelen”, zegt Gerhard. Die oogst begint al vroeg hier, met druiven als muskateller, sauvignon en chardonnay voor witte wijnen, en loopt via de blauwe druiven door tot zeer laat in het jaar, voor Ruster Ausbruch en Eiswein.

Het zal niet verbazen dat de vinificatie hier vooral een zaak is van weinig ingrijpen. Alle druiven worden handmatig geoogst. Voor de rode wijnen worden ze spontaan vergist in roestvast stalen tanks, met een inwekingstijd van zo’n drie weken gemiddeld. Tijdens de maceratie worden enkel remontages gedaan, geen extractietechnieken als pigeages. Na het persen wordt de wijn weer geassembleerd en overgebracht naar grote oudere vaten (van die mooie Stockingers), waar ze malo ondergaan. De beste wijnen rijpen vanaf december door in 300 liter barriques en demi muids, waarvan er enkele paar jaar vernieuwd worden; die van de Klassische Linie blijven in grote vaten tot botteling. De wijnen worden zeer beperkt gezwaveld.
Na het uitgebreide wijngaardbezoek was ik wel toe aan de proof of the pudding. De proeverij vond plaats in de oude vatenkelder van Weingut Ernst Triebaumer – niet de beste plek, wel een sfeervolle – en er kwam een batterij aan wijnen voorbij, van eenvoudig maar goed tot simpelweg groots. Hier volgen mijn favorieten:

Opwekkend kersenfruit, licht kruidig en floraal, daarachter aards; heel puur en fijn droog, mooie tannine, mooie grip, heerlijk. 15/20 punten
Uit een van oudste wijngaarden in Rust, aangeplant in 1947; gerijpt in 300 liter barrique; rode en zwarte kersen, jeneverbessen, heel licht aalbessenjam, wat aards, licht animaal en iets rokerig; ook in smaak prachtig fruit, ingetogen kruidigheid, goede tannine, goede zuren, flinke lengte maar heel verteerbaar. 17/20 punten
Wat gesloten, donkere kersen, aards, compact, licht kruidig; enorme inhoud, rijpe kersen, wat zilte ondertoon, ook wel alcohol, maar stoort niet echt, geeft warmte maar geen disbalans; geweldige wijn, over 2 à 3 jaren beter op dronk, kan nog 15-20 jaar mee. 17,5+/20 punten
Prachtige wijn, mooi gerijpt, maar heel fris nog door fijne zuren, met warme kruidigheid en geweldige structuur, maar totaal niet drogend of zwaar, heel gaaf. 17,5/20 punten
Cabernet sauvignon/merlot/blaufränkisch; 1989 was eerste oogst; wat zachter en meer ingetogen van geur dan Blaufränkisch, rood en zwart fruit, wat kruidnagel, jeneverbes; ook dit is erg goed, niet zoetig, goede tannine en fijne kruidigheid. 16/20 punten

Het meest geconcentreerde type Ausbruch, Trockenbeerenauslese van chardonnay, weissburgunder en welschriesling; ongelooflijk, wat een heerlijke en zeer complexe geur, met tijmhoning, rozen, bruine rum, karamel, noten, zwarte thee, koffie, abrikozenjam, sinaszest, tarte tatin; wijn heeft 8,5% alcohol, ongelooflijk dikke vloeistof, relatief lage zuren, maar maakt niets uit, zo complex, zo fraai decadent zoet, zo lang, prachtig. 18/20 punten
Wat mij erg aanspreekt in de rode wijnen van Weingut Ernst Triebaumer is het feit dat ze heel harmonieus overkomen, maar ongepolijst zijn. Het fruit is rijp maar zeker niet overrijp en de wijnen zijn aangenaam sappig maar goed droog, met in hun jeugd gezonde ruwere kantjes, die de wijnen spannend en levendig maken. Bovendien kunnen ze, zelfs de meer eenvoudige wijnen, prima ouderen, zoals niet alleen Mariental 2000 aangaf, maar ook de Blaufränkisch-Cabernet 1999 die ik proefde.
En da’s een wijn die in Oostenrijk voor € 10,00 wordt verkocht!
De wijnen van Weingut Ernst Triebaumer worden verkocht bij Alchemist Garden in Amsterdam
tekst en foto’s: Lars Daniëls MV
Maconnetje, Maconnetje in mijn hand…Je bent de lekkerste van het hele Galland!…
Jij houtgerijpte, donkere Chardonnay,
Tegen jou zeg ik nooit “nee”.
Je blijft maar smaken naar meer,
Voor jou val ik keer op keer.”
Winnende ‘review’ (sic!) in het kader van de actie Mijn Lievelingswijn 2014 van Gall & Gall, afgedrukt in Proef&. Over rijm en metrum zullen we het maar niet hebben, wel even over die bezongen wijn. Een ‘donkere Chardonnay’ lijkt sterk in de richting te wijzen van een behoorlijk geoxideerde fles…