Gaat Oltrepò weer bruisen? - Perswijn
Oogst (Foto: Torre degli Alberi)
Achtergrond & Interviews

Gaat Oltrepò weer bruisen?

Wijnmaker Giacomo dal Verme van wijngoed Torre degli Alberi in Oltrepò Pavese noemt de wijnen uit zijn regio “every day, easy drinking wines”. Het Italiaanse wijngebied ten zuiden van Milaan heeft momenteel geen goede naam. Dat is wel eens anders geweest. “Maar achter een façade van slechte samenwerking en corruptie”, zegt sommelier en journalist Andrea Gori, “zijn er ook wijnmakers die aan de weg timmeren.” De Metodo classico van pinot nero is een van de geheime wapens.

Oltrepò Pavese (Foto: Torre degli Alberi)

Een eerste indruk: Oltrepò Pavese produceert meer dan 50 procent van de wijn van Lombardije, het is met zo’n 3000 hectare de op twee na belangrijkste regio voor pinot noir van Europa (weliswaar ruim achter de Champagne en de Bourgogne) en er wordt 75 procent van de Italiaanse pinot nero (pinot noir) verbouwd. Klinkende cijfers, maar ja, is groot altijd beter? “Zeker voor Italianen is Oltrepò Pavese jammergenoeg synoniem voor bulkwijn en schandalen”, vertelt Andrea Gori mij over de telefoon vanuit Florence.

 

De Italiaanse Côte des Bar

Zoals de naam al aangeeft, ligt het wijnbouwgebied aan de andere kant van de rivier de Po in de provincie Pavia, ten zuiden van Milaan. Het gebied kent zeven DOC’s waaronder de generieke DOC Oltrepò Pavese (een vergaarbak van allerhande druivenrassen en stijlen), waar in 2007 de DOCG voor Metodo classico uitgesneden is. Deze appellation kent vier soorten bruiswijn: de Metodo classico en de Metodo classico rosé moeten voor minstens 70 procent van pinot nero gemaakt worden, terwijl voor de Metodo classico pinot nero en de Metodo classico pinot nero rosé het minimum percentage bij 85 ligt. Aanvullend kunnen wijnproducenten chardonnay, pinot grigio en pinot bianco gebruiken. Ambitieuze wijnmakers vergelijken de regio graag met de Côte des Bar, de Franse Champagne subregio waar pinot noir eveneens domineert. Maar daarin kan je ook de zwakte van de regio zien, want waarom zou je de Champagne in het zuidelijkere Lombardije proberen te imiteren?

Oltrepò Pavese (Foto: Consorzio Tutela Vini Oltrepò Pavese)

 

Kalk, klei en koelte

Toch komt er uit de regio goede Metodo classico. Hier, in de uitlopers van de Ligurische Apennijnen bestaan de bodems uit kalk en klei die de winterse neerslag goed kunnen vasthouden voor tijdens de warme zomers. En als je dan, zoals Giacomo dal Verme, het geluk hebt een op 500 meter boven zeeniveau gelegen wijngaard te bezitten, dan heb je ook de nodige koelte. Waar het vroeger vanwege de kou voor onmogelijk werd gehouden, roken Dal Verme en zijn vader door de stijgende temperaturen hun kans druiven de verbouwen. Bovenaan hun steile, op het zuiden gerichte wijngaard hebben de Dal Vermes in 2009 twee soorten pinot nero klonen geplant, een voor het stijlere deel met armere bodems, en een voor het warmere, vlakkere en voedingsrijkere deel onderaan de helling. 

Camillo en Giacomo dal Verme in wijngaard. (Foto: Torre degli Alberi)

Gebrek aan samenwerking

Volgens Gori zijn er in Oltrepò momenteel zo’n twintig kleine, kwaliteitsgerichte wijnmakers; het gecertificeerd biologisch werkende Torre degli Alberi is er een van. Alleen slaagt de regio er nog niet om uit de schaduw van het eveneens Lombardijse Franciacorta te treden. “Gebrek aan samenwerking,” analyseert Dal Verme de situatie. “Het lukt ons niet om onszelf gezamenlijk als een regio te presenteren.” Dat uit zich bijvoorbeeld in het feit dat de Cruasé, een merknaam van het lokale consorzio voor een mousserende rosé van pinot nero, slechts door een paar wijnmakers gebruikt wordt. Het relatief grote huis Monsupello (150 duizend flessen per jaar) vindt de naam van Oltrepò Pavese zo slecht, dat het er de voorkeur aan geeft om de wijn zonder oorsprong te labelen. Toch komen er jaarlijks nog een kleine half miljoen flessen Metodo classico als DOCG op de markt. En sommigen daarvan, zoals de wijnen van Tenuta Il Bosco of Bruno Verdi, weten wel degelijk hun weg naar de toprestaurants in Italië te vinden.

Gori beaamt wat Dal Verme zegt en voegt toe: “De mousserende wijnen uit Oltrepò waren tot twintig jaar geleden zeer geliefd in Italië. Maar focus op kwantiteit en het niet naleven van voorschriften heeft de regio op achterstand geplaatst ten opzichte van het naburige Franciacorta, maar ook het opkomende Alta Langa.” Een aantal producenten heeft zich daarom, naast het consorzio, georganiseerd in het Distretto del Vino di Qualità dell’ Oltrepò Pavese (Distretto). Hun doelstellingen (kwaliteit, innovatie, internationalisering, communicatie) overlappen grotendeels met die van het consorzio.

Oogst (Foto: Torre degli Alberi)

 

Vergelijking met Franciacorta

Met typisch Italiaanse flair beweert Dal Verme dat Oltrepò geschikter is voor bruiswijn dan Franciacorta. Het is heuvelachtiger en daardoor zijn er meer mogelijkheden voor hoger gelegen wijngaarden. Hierdoor ligt de temperatuur er iets lager, zijn de nachten koeler en blijven de zuren dus beter op peil. “Om deze reden kocht het bekende wijnhuis Berlucchi uit Franciacorta tot zo’n twintig jaar geleden zijn druiven in Oltrepò. Het merk (Berlucchi) was toen belangrijker dan de oorsprong. Door het succes van Franciacorta labelt Berlucchi zijn wijnen nu met die DOCG-naam en komen de druiven uit de eigen regio”, zegt Gori.

Aan de andere kant ligt de minimum rijpingstijd op de lies, zowel voor vintage als non-vintage, in Franciacorta hoger dan in Oltrepò, respectievelijk 18 en 30 maanden en 15 en 24 maanden. Maar de kleine, kwaliteitsgerichte wijngoederen in Oltrepò geven hun spumanti vaak duidelijk langere rijpingstijd in de fles. 

De twee regio’s verschillen eigenlijk vooral wat betreft de druivenrassen. In Oltrepò Pavese draait het om pinot nero, terwijl in Franciacorta chardonnay en pinot nero samen de hoofdrol spelen. Overigens zijn er in Oltrepò producenten die, weliswaar buiten de DOCG, spumanti van 100 procent chardonnay maken (bijvoorbeeld Tenuta Scarpa Colombi) en omgekeerd maken ze in Franciacorta ook blanc de noirs van 100 procent pinot nero (bijvoorbeeld Arcari & Danesi). “Maar”, zegt Gori “Oltrepò zou duidelijker moet communiceren dat pinot nero hun unique selling point is.”

Wijngaard in de herfst (Foto: Torre degli Alberi)

 

Pinot nero

De Dal Vermes hebben de handschoen opgepakt. Hun drie wijnen zijn allemaal 100 procent pinot nero. Bij de Brut 2015 die ik proefde was dat ook duidelijk te zien aan een roze twinkeling. En hoewel de Pas Dosé (zero dosage) uit 2016 licht citroengeel was, droeg ook hier een tikje tannine bij aan het mondgevoel, misschien net iets te veel. Dat lag waarschijnlijk ook aan het feit dat 10 procent van de  most van de tweede persing was. “Maar dat is uitzonderlijk,” zegt Dal Verme, “meestal verkopen wij de most van de tweede persing. In de toekomst willen wij er misschien een eenvoudigere, iets zoete bruiswijn van maken om met Prosecco te kunnen concurreren.” Hun Cruasé 2015 was eveneens gestructureerd maar goed in balans en kon in een flight met een rosé Champagne van André Clouet en Engelse sparkling rosé van Gusbourne zijn mannetje staan.

 

Vertrouwen

Hoewel het maken van mousserende wijn van pinot nero al ruim 150 jaar in Oltrepò bestaat, heeft de regio niet de faam van Franciacorte. Toch kan het er best weer gaan bruisen. Als bijvoorbeeld het merk Cruasé breder wordt ingezet om de eigenheid (pinot nero) van de regio te benadrukken en het consorzio (dan wel de concurrerende club Distretto) de wijnmakers tot vruchtbare samenwerking en kwaliteitsverbetering weet te bewegen, kunnen we nog veel verwachten van Oltrepò. Om te investeren in onder andere export en innovatie heeft Banco Intesa Sanpaolo leningen toegezegd, waarvoor wijnen met bewaarpotentieel als onderpand kunnen dienen. De bank heeft er dus vertrouwen in. Dat lijkt mij terecht, want naast bulk is er zeker kwaliteit in Oltrepò te vinden, niet alles is “every day, easy-drinking”.

Wijngoed Torre degli Alberi (Foto: Torre degli Alberi)

 

Bart de Vries

1 Reactie

Reageer op dit item