Overpeinzingen op maandag: Never a dull moment - Perswijn
Columns

Overpeinzingen op maandag: Never a dull moment

Zo, dat was het laatste weekend voor de deadline van #7. Even de puntjes op de i zetten, de laatste pagina’s vullen en zorgen dat alles weer klopt. Genoeg te doen, altijd weer. Echt rustig is het nooit, maar er is ook geen stress. En er is ook altijd weer tijd voor iets onverwachts. Zaterdag komt er een mailtje van Kariem Hamed, van Le Vineur, een enthousiaste importeur die zelf ook gewoon een echte liefhebber is. ‘Hi Ronald, volgens mij ben jij wel een fan van witte Bordeaux toch? Ik heb vanmiddag een online tasting met 6 witte Carbonnieux uit 6 verschillende decennia.’ De aanhef is niet helemaal goed. Ik krijg niet zo graag het etiket ‘fan van witte Bordeaux’ opgeplakt. In de eerste plaats heb ik al vaker geschreven dat witte Bordeaux vaak prijzig is en zich eigenlijk maar zelden kan meten met witte topwijnen uit de Bourgogne. Bovendien weet ik misschien bovengemiddeld veel van Bordeaux, omdat ik er vaak kom voor m’n werk, maar ik ben toch vooral fan van goede wijnen van overal. En als ik al fan ben van goede Bordeaux, dan toch vooral van rode Bordeaux.

Maar dat was natuurlijk allemaal geen reden om de uitnodiging te weigeren. Domweg omdat het interessant is oude Bordeaux (of andere wijnen) te proeven en te kijken hoe de wijnen zich hebben ontwikkeld.  En een serie witte Carbonnieux met de jaargangen 2010, 2007, 1990, 1982, 1971 en 1966 is natuurlijk altijd interessant.

We wisten niet welk monster welke jaargang was. Altijd leuk, en lastig te raden, mede door mogelijke flesvariatie. Uiteindelijk bleek van de drie jongste jaren de 2007 op dit moment het meest aantrekkelijk. Nog altijd jeugdig, expressief en geurig, met diepgang en goede zuren. In dit soort jaren lijdt wit altijd onder de reputatie van rood, en voor rode Bordeaux was 2007 een minder jaar -vandaar de slecht naam. Ik schreef na de primeurproeverij in 2008 in Bordeaux al het volgende: ‘Wat voor rood een nadeel was, bleek –zoals vaker- een zegen voor wit. Koel weer en ongelijke rijping van de druiven leverde aromatische druiven op met de nodige frisheid en zuren. Een groot voordeel voor zowel droog als zoet. Droog is dan ook zonder meer van hoog niveau: fris, krachtig en aromatisch.’ 2010 is het omgekeerde. Heel goed voor rood, maar niet direct top voor wit. Een jaar waarin de alcoholgehaltes hoog waren, en voor wit is dat lastig. De 2010 toonde zich nu gesloten, maar ik denk toch dat hij zuren genoeg heeft voor een verdere rijping. 1990 was juist heel goed en verrassend mooi gerijpt, een fraaie witte wijn. Van de oudere wijnen was 1971 een openbaring, nog altijd prachtig in conditie. De 1966 was erg ver gerijpt en niet zo interessant meer. De 1982 was goed, ondanks een vleugje maderisatie.

De –niet zo verrassende- conclusie is dat Bordeaux wit van niveau beter is in de koelere jaren en minder in de warme jaren, die vanwege de rode wijnen een grote naam hebben. Een tweede conclusie is dat dit soort witte wijnen lang kunnen rijpen, veel langer dan menigeen denkt. Met dank aan de sémillon, onderdeel van de blend. Vorig jaar proefde ik ook al een paar witte Pessac-Leógnan uit 1990, en ook die waren fraai, ondanks hun dertig jaar. Kijk, en daar is witte Bourgogne nu weer niet zo goed in -uitzonderingen daargelaten. Ik heb heel wat geoxideerde witte Bourgognes geproefd. Een interessante proeverij, ook voor degenen die geen fan zijn van witte Bordeaux…

Ronald de Groot

Reageer op dit item