Achtergrond & Interviews

Zierfandler – een excentrieke koningsdruif

Johannes Gebeshuber is een man met een missie. Het dorpje Gumpoldskirchen (net onder Wenen) had ooit een grootse reputatie – naar verluidt brachten de wijnen de hoogste prijzen op van heel Oostenrijk – en de excentrieke plaatselijke witte druivenrassen zierfandler en rotgipfler waren de sterren van de regio. Gebeshuber zal niet rusten voordat de oude glorie in ere is hersteld. Vandaar dat hij ons, een select gezelschap uitverkorenen, heeft uitgenodigd voor een proeverij met wijnen van zierfandler die teruggaan tot 1948.

Spätrot

De bekendheid van zierfandler houdt gelijke tred met de reputatie van Gumpoldskirchen. Vroeger een gevierde naam, maar tegenwoordig verdreven naar de periferie – in de schaduw van reuzendoders als Wachau en Kamptal. Maar het tij lijkt te keren. De aanplant groeit de laatste jaren licht, alhoewel we met 80 hectare zierfandler nog lang niet kunnen spreken van een mainstream wijn.

Zierfandler is hoogstwaarschijnlijk in de streek rond Gumpoldskirchen ontstaan, als kruising tussen twee lokale rassen. Veel verder is het ook nooit gekomen, op een enkele wijngaard in Wagram en Hongarije na. Zijn gebrek aan populariteit kan te maken hebben met z’n nukkige karakter: opbrengsten zijn klein, rijping laat en volledig rijp hebben de druiven een rode tint, wat nog wel eens wat tannine wil geven – ongewenst bij de meeste witte wijnen. De laatste twee eigenschappen hebben de druif het synoniem spätrot opgeleverd.

Zijn kwaliteit is echter nooit betwist. De wijnen zijn uitgesproken vol, met aroma’s van citrus- en steenfruit, minerale frisheid en een typische kruidige, krachtige afdronk. Dankzij zijn goede zuurgraad en vermogen om veel suikers op te bouwen bij volledige rijping, is de druif bijzonder goed geschikt voor de productie van zoete wijnen die lang kunnen ouderen.

Hoge toppen, diepe dalen

Gumpoldskirchen maakt deel uit van een nieuwe wijnregio met een lange historie: Thermenregion. Het gebied dankt zijn naam aan warmwaterbronnen, die hier voorkomen op een thermische breuklijn. De eerste wijnstokken arriveren in de regio in 1141, meegenomen door Cisterciënzer monniken. Zij (en vele generaties na hen) profiteren van de goede bodem (een combinatie van klei en kalksteen) en het gunstige klimaat, gekenmerkt door hete zomerdagen. De heuvels ten westen van de wijngaarden houden regen en kou tegen, maar zorgen tegelijkertijd voor een nachtelijke, verkoelende luchtstroom – belangrijk voor een goede balans tussen rijpheid en verfrissende zuren.

Zo geroemd was de kwaliteit van deze wijnen, dat ze in de 19e eeuw regelmatig op het menu van de Habsburgse heersers te vinden waren. Ook internationaal was de reputatie groot: in 1947 werd “Gumpoldskirchen Königswein” geschonken op het huwelijk van de Britse (toen) prinses Elizabeth met prins Philip. In 1961 stond het op het menu bij de ontmoeting tussen President Kennedy en Sovjetleider Chroesjtsjov in Wenen.

Tot circa 1950 waren de wijnen voornamelijk droog, maar na de Tweede Wereldoorlog was er grote vraag ontstaan naar zoetere wijnen (gedeeltelijk omdat er een algeheel tekort aan suiker was) en veranderde de stijl van Gumpoldskirchen mee. Spätleses en Ausleses namen de plaats in van droge wijnen.

De klap kwam in 1985. Het antivriesschandaal. Dat jaar kwam aan het licht dat diverse wijnboeren wijn manipuleerden met di-ethyleenglycol (een bestanddeel van antivries) om de wijn voller en zoeter te laten lijken. De Oostenrijkse wijnexport stortte in en Gumpoldskirchen werd hard getroffen. Van de ene op de andere dag was er geen vraag meer naar de zoete wijnen uit de regio. Toen Gumpoldskirchen een jaar later opging in Thermenregion raakte het ook nog zijn identiteit kwijt. Jarenlange crisis was het gevolg.

Wederopstanding

Toen Johannes Gebeshuber de voormalige co-operatieve wijnmakerij overnam in 1998 was deze in deplorabele staat. Dat gold voor het gebouw, maar met de wijngaarden en wijnen was het niet veel beter gesteld. De eerste jaren maakte hij wijn van gehuurde wijngaarden en pas tien jaar geleden kon hij het zich veroorloven de eerste wijngaarden aan te kopen en daarmee volledige controle over de kwaliteit te krijgen. Tegelijkertijd knapte hij het prachtige gebouw van de voormalige co-operatie op. Het is nu zijn woonhuis zowel als wijnmakerij.

Gebeshuber staat model voor een groep producenten die zich tot doel hebben gesteld de reputatie van Gumpoldskirchen in ere te herstellen. Bijna iedereen kiest voor een focus op kwaliteit, Johannes Gebeshuber voorop. In de wijngaard werkt hij al jaren biologisch, en sinds kort zelfs biologisch-dynamisch. Vergisting gebeurt spontaan, in gebruikte houten vaten, met zo min mogelijk interventie. De wijnen worden lang (tot 18 maanden) op de gistcellen gehouden en zo puur mogelijk gebotteld. En niet onbelangrijk: de wijnen zijn droog, terug in de stijl van weleer.

De proeverij: 1948 – 2016

De zestien wijnen die Johannes Gebeshuber laat proeven gaan van de jongste jaargang (2016) tot de eerste behoorlijke oogst na de Tweede Wereldoorlog, 1948. Alle wijnen van voor 1998 komen uit de wijnbibliotheek van de voormalige co-operatie, waarin nog tussen de 10.000 en 12.000 flessen liggen. Van jaargangen uit de jaren ’40 en ’50 zijn echter nog maar zo’n twintig flessen per jaargang over.

Wat vooral opvalt is de levendigheid in de oude wijnen. De 1948 (Auslese Trocken) is bijzonder complex, met tonen van sherry, marsepein, witte rozijnen, karamel en een hoge zuurgraad, die alles in balans houdt. De afdronk is krachtig, kruidig en droog.

Latere jaargangen zijn zoeter, geheel in lijn met de mode destijds. Hier valt vooral jaargang 1976 (Auslese) op met frisse minerale tonen, een overdaad aan citrusfruit (sinaasappel marmelade, citroen), kruiden / specerijen (gedroogde munt, venkelzaad, laurier) en een hint van drop. Een prachtige, krachtige wijn op de toppen van zijn kunnen.

2004 is de eerste jaargang die Gebeshuber volgens zijn nieuwe filosofie: zierfandler van een enkele wijngaard (Modler), droog en op hout gerijpt. In deze jaargang is dat nog volledig nieuw hout, in latere jaargangen is hij daarvan afgestapt. Die rijpen op twee tot drie jaar oude 500-liter vaten. Destijds was Johannes zó ontevreden met deze wijn dat hij weigerde hem op de markt te brengen. Toen hij de wijn nog eens proefde in 2010 veranderde hij van mening; de wijn had zich eindelijk geopend. Bij deze proeverij liet de wijn zich ook goed zien, met mooie stenige tonen met frisse citroen en perzik in de mond. Het eik is goed geïntegreerd.

Van de nieuwe jaargangen beviel 2015 het meest. Dit was een meesterlijk jaar in heel Oostenrijk en dat liet zich ook hier zien. Een heel kruidige neus met verse venkel, witte peper en steranijs. Krachtig, floraal en met vol, rijp fruit, wat toast en marsepein. Dit heeft de klassieke fundamenten die ook in de oude jaargangen te vinden zijn.

Zoals hij een zierfandler maakt van de wijngaard Modler, maakt hij ook een rotgipfen van een enkele wijngaard, Laim. Om de potentie van dit druivenras te illustreren opent Johannes een 2011 – vol tropisch fruit, nog piepjong en met een rondere structuur dan de zierfandlers. Rotgipfler heeft de naam minder goed te kunnen ouderen dan zierfandler, vandaar dat hij vaak in cuvées verschijnt met zierfandler (onder de naam spätrot – rotgipfler), maar volgens Gebeshuber kunnen de wijnen makkelijk twintig jaar mee. Hij belooft volgende keer een uitgebreide rotgipfler proeverij te organiseren. Daar houden we hem graag aan.

De wijnen van Johannes Gebeshuber worden in Nederland geïmporteerd door Women on Wine, Nijmegen.

Ronald Wortel

Reageer op dit item