Ergens aan de Maas - Perswijn
Columns

Ergens aan de Maas

In “Ergens aan de Maas” bezingt de Brabantse zanger en liedjesschrijver Gerard van Maasakkers een uniek plekje aan de rivier. Hij kan wel uitschreeuwen hoe mooi en fijn het daar is, maar wil het tegelijkertijd voor zichzelf houden. Heel herkenbaar. Ik had die ervaring en dat dilemma toen ik onlangs een aantal wijnen leerde kennen.

Met een vriend was ik op een proeverij in het Amsterdamse Casa400, een hotel waarvan de naam bij ons associaties opriep met kamers die je per uur kunt huren en waar je dan helemaal geen tijd hebt om wijn te proeven. Het bleek mee te vallen. We stapten een ruime, lichte lounge binnen waar de dame achter de balie ons vriendelijk de weg wees naar de juiste zaal. Daar waren veel wijnmakers uit Castilië en León samengekomen om hun wijnen te laten proeven en met een beetje geluk een importeur te vinden. Wijnen uit Toro, Ribera del Duero, Rueda, Cigales en andere streken in die regio.

Gretig begonnen we met de witte wijnen, vaak Verdejo’s. Zoals dat gaat, maakten we aantekeningen, vertelden we elkaar welke wijnen we het best vonden en bespraken we de prijs-kwaliteitverhouding. Er was veel te genieten. Het was ook boeiend om met producenten te praten, maar toch was er weinig om over naar huis te schrijven, laat staan om een column aan te wijden. Tótdat we bij een tafeltje kwamen van een man in een vaal, wit t-shirt waarop zijn naam stond: Daniel Ramos.

Daniël is een wijnmaker uit Cebreros in het zuiden van Castilië en León, niet ver van Madrid. Hij maakt ongefilterde, biologische wijnen van albilla real, sauvignon blanc en garnacha. Daarbij gebruikt hij zowel oude als nieuwe technieken. Het is een man van traditie die het terroir volledig tot z’n recht laat komen. Wat een variatie en eigenheid! De witte wijn van sauvignon blanc is vol, krachtig, complex en totaal anders dan de wijnen van die druif uit de Loire, Nieuw-Zeeland of Chili. De rode wijnen van garnacha verschillen allemaal sterk van elkaar, afhankelijk van de bodem (schist of zand), de helling en de ligging in de zon. Er is ook een overeenkomst: iedere wijn is een explosie, wat zeg ik, een tsunami aan geuren en smaken. Veel fruit, kruiden, rijpheid, complexiteit en ga zo maar door. Daarbij zijn de wijnen een soort toverballen in vloeibare vorm, waarbij niet de kleur, maar de geur en smaak voortdurend veranderen.

Ik viel van de ene verbazing in de volgende en meende zelfs te merken dat Daniel een beetje bang werd van mijn wat intimiderende enthousiasme. Ik was onder de indruk en dat liet ik merken ook. Liefde bij de eerste slok. Gulzige liefde.

Eerlijk gezegd betwijfel ik of deze wijnen commercieel interessant zijn. Het zijn geen allemansvrienden en goedkoop kun je ze niet noemen. Maar deze wijn wíl je ook helemaal niet verkopen. Die wil je ruiken, proeven, voelen, drinken! Deze wijn wil je voor jezelf houden. Net als dat ene mooie, unieke plekje aan de Maas.

Reageer op dit item