Overpeinzingen op maandag: Kurk doet er toe - Perswijn
Columns

Overpeinzingen op maandag: Kurk doet er toe

Afgelopen week kwam hier een eerste zending binnen uit Bordeaux van wijnen uit de jaargang 2010. Te laat helaas om ze nog dit jaar te kunnen publiceren. Met dank aan het confinement – Fransen zullen nooit Engelse woorden als lockdown overnemen. In elk geval vanuit Frans oogpunt een onvermijdelijke vertraging. De wijnen uit de Médoc moeten zelfs nog komen. Onder normale omstandigheden zou ik in oktober naar Bordeaux zijn afgereisd voor de proeverij, maar dat kon dit jaar uiteraard niet. Ondanks de vertraging, die er voor zorgt dat de wijnen pas in nummer 1 aan bod komen, is het feit op zich dat ik ze hier in alle rust kan proeven ook een soort luxe. Fijn op het gemak de wijnen vergelijken en proeven, aan de keukentafel. Het heeft wel wat.

Bij de eerste zending, van de wijnen uit Pessac-Leógnan, zaten een paar witte wijnen met een schroefdop. Onder andere grand cru classé Couhins-Lurton. Het deed me onmiddellijk terugdenken aan een discussie bij mijn laatste bezoek aan dit château met Christine Lurton van Vignobles André Lurton. Ze vertelde dat ze inmiddels waren teruggekeerd naar de klassieke kurk, omdat ‘de markt’ een schroefdop op een grand cru classé domweg niet accepteerde. Wat mij betreft jammer. Als je de 2010 nu proeft, dan zie je onmiddellijk het voordeel van de schroefdop: deze witte wijn is nog zo fris als een hoentje. Vreemd eigenlijk, van die schroefdop, want vrijwel alle topwijnen van een streek als de Wachau zijn met een schroefdop gebotteld, en kennelijk vindt niemand dat erg. Dat zegt blijkbaar iets over het type publiek dat de ene wijn of de andere koopt. Bij een grand cru classé uit de Graves is dat dan toch conservatiever, zo lijkt het.

Maar de ene kurk is de andere niet. Want dit schroefdopeffect kun je ook bereiken met een kurk, zo legde haar broer Jacques Lurton me later uit. Rond het overlijden van zijn vader André heeft hij de verantwoordelijkheid voor het wijnmaken van de châteaux van Vignobles Lurton weer op zich genomen, na een jarenlang verblijf als wijnmaker op Kangaroo Island, aan de Australische zuidkust. In zijn jonge jaren maakte hij de ’90 Couhins-Lurton, en ook deze wijn was opmerkelijk jeugdig bij een proeverij op Domaine de Chevalier. ‘We gebruikten destijds kurken met een speciale coating, waardoor ze heel dicht waren en heel strak in de fles zaten. Sommeliers vervloekten ons, want hij was bijna niet uit de fles te krijgen. Maar het effect op de wijn was vrijwel hetzelfde als dat van een schroefdop.’ Waarvan akte.

Een bekend bezwaar tegen dit effect van schroefdoppen is dat de wijnen daardoor minder ‘rijpingsaroma’s’ krijgen, die wijnen met een kurk, door de kurk zelf of door een geleidelijke oxidatie, wel krijgen. Mijn ervaring is dat het daarmee wel meevalt. Bovendien heb ik al te veel vroeg oxidatieve wijnen met een kurk geproefd om daar behoorlijk genoeg van te hebben.

Behalve dat een schroefdop ervoor zorgt dat de wijn jeugdig blijft, zorgt hij dat de wijn geen ‘kurk’ krijgt. Hoewel ‘kurk’ tegenwoordig veel minder vaak voorkomt dan vroeger, blijft het een naar probleem, dat zelfs bij lage concentraties TCA (trichlooranisol), het stofje dat die nare, muffe geur en – smaak veroorzaakt. Je neemt het waar boven de 5 nanogram/l, en het bederft een wijn volledig.

Dus, hoe weinig romantisch ook, ik ben blij met een goede schroefdop.

Ronald de Groot

Reageer op dit item