Campanië: over nieuw geld en oude druiven (2) - Perswijn
Achtergrond & Interviews

Campanië: over nieuw geld en oude druiven (2)

Campanië, aan de zuidwestkust van Italië (net onder Napels), is een relatief onbekende wijnstreek. Toch is er – zoals in bijna elke Italiaanse wijnstreek – het nodige te beleven op het gebied van inheemse druivenrassen, die hier ruim in voorraad zijn. Het tweede en laatste deel van een uitgebreid reisverslag.


In deel 1 van dit artikel las u over de achtergrond van wijn uit Campanië, de verschillende soorten wijnboeren in deze streek, en over een aantal van hen die we spraken op hun wijngoed. Deze bezoekjes gaan door in deel 2, met nóg zeven wijnbedrijven.

Salvatore Molettieri. Montemarano (AV)

Salvatore Molettieri is geen heer uit een adelijke, rijke familie, zoals Piero Mastroberardino uit deel 1. Salvatore is een echte boer, die dagelijks in de wijngaard zijn handen en kleren vuil maakt. En dat doet hij ook het liefst. Hij schildert niet, schrijft geen boeken, en is alleen maar bezig met zijn druivenplanten.Hij heeft 13 hectare wijngaard. En wat het team van Mastroberardino wetenschappelijk onderzoekt, doet hij op gevoel en ervaring. Hij heeft zich tot doel gesteld een zo hoog mogelijke kwaliteit wijn te maken, geen kwantiteit. Dus plant hij de druiven dichter op elkaar. Hij neemt ons mee naar de wijngaard en wijst aan: “Eerst stonden de druiven hier op 250 cm van elkaar, nu plant ik ze op 125 cm. Dat geeft concurrentie tussen de planten en een betere kwaliteit wijn. Mijn opbrengsten houd ik laag: waar 100 kwintalen (1 kwintaal is 100 kilo druiven) per hectare is toegestaan, oogst ik er maximaal 56.”

Hij is erg blij met het perceel dat hij heeft geërfd van zijn opa en dat hij daarom Renonno – ‘van opa’ – heeft genoemd. Het ligt op een goede hoogte van 550 meter, heeft een bodem die rijk is aan klei en kalk en is bezaaid met grote, dikke stenen. Allemaal positieve factoren die volgens hem bijdragen aan zachte, rijpe wijnen. De helling is tamelijk steil en diep beneden stroomt de rivier de Calone. Dat zorgt voor koelte en een continue luchtstroom waardoor de druiven droog blijven. Bij het vermeerderen van zijn planten kiest hij ook altijd voor de planten die lange trossen leveren met druiven die niet te dicht op elkaar zitten. Hij heeft al in 1992 een registratie gekregen voor een eigen kloon met deze kenmerken.Salvatore ziet er uit als een keuterboer, zijn bedrijf en wijnkelder zijn verre van spectaculair, en toch maakt hij de lekkerste taurasiwijn die we tijdens ons bezoek proefden. Trots vertelt hij ons dat we niet de eersten zijn die zijn wijn lekker vinden: zijn Taurasi 2006 heeft 94 punten van Parker gekregen, zijn Reserva zelfs 97 punten.

Favoriete wijn: Taurasi, Cinque Querce Riserva 2006

Zoekt een importeur

Torricino, Tufo (AV)

Stefano di Marzo is een jonge wijnmaker met wijngaarden vlak bij het plaatsje Tufo. Zijn vader leverde zijn druiven aan de familie Mastroberardino, maar na zijn studie oenologie in Florence besloot Stefano in 2002 wijn onder eigen etiket te maken. Zijn grote liefde is de greco, een druif die zijn naam heeft verbonden aan de stad Tufo, en zeven van de elf hectares zijn dan ook beplant met deze druif.

De wijngaarden liggen precies boven de sulfermijnen waar de streek bekend om staat. Dat geeft volgens Stefano een bijzondere smaak aan de wijnen: gespierd, met meer tannine, meer zuur en veel reststoffen. Om de volledige rijpheid te krijgen, oogst hij zo laat mogelijk. Zijn grecowijnen kenmerken zich door een elegante stijl met veel fris zuur en complexiteit.

Favoriete wijn: Greco di Tufo 2012

Zoekt nog een importeur

Cantine di Marzo, Tufo (AV)

Van Torricino, dat aan de rand van het stadje ligt, rijden we naar het centrum van Tufo waar een imposante trap toegang geeft tot een kasteel dat onderdeel is van de stadsmuren van Tufo. Dit kasteel en de onderliggende kelders vormen de bijzondere entourage van het wijnbedrijf Cantine di Marzo. We worden hartelijk welkom geheten door Ferrante di Somma, een kleine, chique geklede man, die ons in vloeiend Engels te woord staat – opvallend in deze regio.

Hij leidt ons rond door het wijnbedrijf dat er uitziet als een wijnmuseum. En dat is in grote lijnen ook zo. Het bedrijf heeft de laatste vijftig jaar op een heel laag pitje gestaan, er is niet geïnvesteerd en aan de kwaliteit van de wijn werd nauwelijks enige aandacht gegeven. Ferrante di Somma vertelt het bijzondere verhaal: “De familie di Marzo is naar Tufo gekomen in 1647, op de vlucht voor de pest in hun eigen gebied rond Napels. In hun bagage brachten zij een druif mee die greco del vesuvio werd genoemd. Deze werd hier aangeplant en leverde de druiven voor de eerste wijn die later greco di tufo zou gaan heten.”De familie di Marzo had al flink wat landerijen verworven rond Tufo toen, in 1866, een van de voorvaderen van Ferrante, Francesco di Marzo, zag hoe herders op zijn terrein zich warmden aan een vuur dat niet bestond uit hout, maar uit brandende stenen. Het bleek zwavel. De familie begon een zwavelmijn en werd binnen de kortste keren de grootste werkgever uit de regio. Nazaten werden parlementslid in Rome en zorgden voor aanleg van een treinstation. De familie boerde goed tot het begin van de jaren 1980, toen goedkoper zwavel uit het verre oosten de markt overspoelde. De mijnen werden gesloten en de inmiddels rijk geworden familie trok naar elders: Rome, Londen en Parijs, en liet haar bezittingen achter onder toezicht van trouwe landarbeiders.

In 2009 kwam Ferrante terug van zijn omzwervingen door Europa. Zijn laatste job was het verkopen van wijn in Rusland: “Een hel, meer wil ik er niet over zeggen.” Samen met zijn vader en zus kochten ze de andere familieleden uit en sinds die tijd proberen ze een nieuwe impuls aan het bedrijf te geven. Er is veel geld nodig voor modernisering van de wijnkelder. Dat geld is niet zomaar voorhanden en daarom bewandelt Ferrante de langzame weg van steeds een beetje investeren en verbeteren.

Hij heeft een paar belangrijke troeven in handen: het historische verhaal en de prachtige in de tufsteen uitgehakte wijnkelders waar toeristen graag een bezoek komen brengen. Hij heeft 28 hectare wijngaard, het grootste deel beplant met greco di tufodruiven. Om Fiano en Aglianico te maken, koopt hij druiven van andere boeren. De beste wijn die we proefden is de Scipio 2011, een Greco di Tufo van enkele percelen die hij als de beste van zijn bezittingen beschouwd. Een krachtige, uitgesproken en rijke aromatische wijn. Helaas slechts 2000 flessen beschikbaar.

Favoriete wijn: Scipio, Greco di Tufo 2011

Zoekt een importeur

La Rivolta, Torrecuso (BN)


Gesoigneerd en welvarend, zo ziet Paolo Cotroneo er uit. Paolo is dan ook geen boer, maar apotheker: hij runt nog steeds een grote farmacia in Napels van waaruit hij ook het wijnbedrijf runt. Maar dat wil niet zeggen dat hij het wijnbedrijf er maar even bij doet, integendeel. Hij vertelt een zeer gepassioneerd verhaal over de verschillende autochtone druivensoorten waar hij graag mee werkt en de combinatie met de bodem. De wijngaarden liggen in de DOC Taburno bij de stad Benevento op zeer steile hellingen met een ondergrond van kalk en steen.In Italië gaan veel grote bezittingen ten onder aan het feit dat ze bij iedere erfenis opgesplitst moeten worden. Zo had de opa van Paolo bijvoorbeeld wel 120 hectare land, maar daar zou niet veel meer van over zijn als Paolo niet de delen van zijn zussen en neef had kunnen overnemen. Sinds 1997 heeft hij de zeggenschap over 60 hectare land, waar ongeveer de helft is beplant met druiven. Paolo is een man met een missie. Het gebruik van chemicaliën heeft hij vanaf het begin afgezworen. Ik suggereer dat zijn achtergrond als apotheker daaraan heeft bijgedragen? Paolo: “Ja, in de gesprekken met onze oenoloog en agronoom komt mijn kennis over chemie en biologie goed van pas.”

Tot 1997 verbouwde de familie druiven voor de verkoop aan derden. Paolo besloot het bedruif over te nemen om ook zelf wijn te gaan maken. Een van de schuren werd omgebouwd tot een hypermoderne wijnkelder. In 2001 kreeg hij voor de eerste keer bio-erkenning voor zijn wijnen. Paolo gelooft in bio en in de autochtone druiven: bio vanwege de smaak van de wijnen, de bijzondere rassen om je te kunnen onderscheiden. Heel bewust volgde hij ook de opleiding tot sommelier: om ook wijn van die kant te leren kennen en te ontdekken waaraan een goede wijn voor aan tafel moet voldoen. Hij is terecht heel trots op het feit dat zijn inzichten en werkwijze hebben geleid tot de toekenning van drie bicchieri in de Gambero Rosso en de Super Stelle bij Veronelli voor zijn Aglianico del Taburno Riserva.

Hij is ook niet te flauw om het geheim van die wijn met ons te delen: de beste zuidwaarts gerichte steile helling heeft hij beplant met aglianico in een veel hogere dichtheid dan normaal, zijn oogst is extreem laat, pas in november en zijn opbrengst is maximaal 65 hectoliter per hectare waar 100 is toegestaan. Hij gebruikt natuurlijke gisten en tijdens de gisting wordt de wijn steeds opnieuw geroerd om meer extractie uit de schillen te krijgen. “Het karakter van de wijn haal je namelijk uit de schil.”

Favoriete wijn: Terra di Rivolta 2009

Importeur: Douwe Walinga

Tenuta San Francesco, Tramonti (SA)


Vanaf de terecht veel geprezen Amalfikust rijden we via een kronkelige weg naar boven, naar het plaatsje Tramonti. We zien hier pal langs de weg die door het dorp loopt wijngaarden in pergolastijl met druivenstokken zo dik als bomen. Volgens Gaetano Bove van het wijnbedrijf San Francesco zijn deze nooit door phyloxera aangetaste stokken, van lokale rassen als aglianico, piedirosso, tintore, ginestra en pepella, misschien wel 400 jaar oud.Gaetano is een van de vier eigenaren van Tenuta San Francesco. Het bedrijf werd in 2004 opgericht door het samenvoegen van eigendommen van drie families. Samen hebben ze ongeveer 10 hectare wijngaard, verdeeld over 20 verschillende plukjes land op hellingen met uitzicht op zee. Gaetano verteld met veel enthousiasme over de oude tradities, de oude wijngaarden en de autochtone druivenrassen. Dit culturele erfgoed bewaren en promoten, is naast goede wijn maken een van de drijfveren van de initiatiefnemers. Daarom willen ze op termijn ook een museum beginnen en runnen ze op het wijnbedrijf een Bed & Breakfast, zodat de gasten zelf kunnen zien hoe de traditie heeft overleefd tot in 2014. Het enthousiasme dat met name Gaetano uitstraalt is aanstekelijk en de lokatie is zeker bijzonder. De wijnen hebben een eigen karakter maar missen wat elegantie. De mooiste wijnen zijn de mengwijnen: de Per Eva van falanghina, pepella en ginestra en de 4 Spine gemaakt van aglianico, tintore en piedirosso.

Favoriete wijn: Per Eva 2011, DOC Costa Amalfi

Importeur: Douwe Walinga


Sclavia, Liberi (CE)

Sclavia, van initiatiefnemer Andrea Granito, is het jongste bedrijf dat we bezoeken. Zijn eerste serieuze wijn produceerde hij pas in 2011. Al in 2003 kocht hij een verlaten en zeer afgelegen boerderij in de heuvels bij het plaatsje Liberi, waar hij als klein kind opgroeide. In de periode van 2004 tot 2008 beplante hij ongeveer 14 hectare met oude druivensoorten zoals de pallagrello en de casavecchia. Ook Sclavia is opgericht met financiële middelen die elders zijn verworven. Granito zelf is osteopaat en zijn mede-financiers zijn een advocaat en twee handelaren.Andrea: “Wij kiezen heel bewust voor oude, autochtone druivenrassen om ons te kunnen onderscheiden. Daarnaast willen we biologisch en op den duur ook bio-dynamisch werken als dat mogelijk is.” Daartoe heeft hij de hulp ingeroepen van een stel jonge ambitieuze medewerkers waaronder de agronoom Mario Pagliaro en oenoloog Anna Dalla Porta. Op dit moment maakt het team nog slechts 3 verschillende wijnen, maar Andrea gaat opnieuw investeren en een flink aantal hectares bijplanten. De wijnen die we proeven zijn de eerste die ze in hun eigen wijnkelder hebben gemaakt en ondanks dat het team nieuw is en de stokken nog erg jong zijn de wijnen verrassend eigenzinnig en spannend. Een wijnbedrijf om in de gaten te houden.

Favoriete wijn: de Calu’ 2012, IGP Terre del Voltorno

Zoekt een importeur

I Favati, Cesinale (AV)

I Favati is een klein familiebedrijf. Rosanna Petrozziello runt de wijnmakerij met hulp van familie, vrienden en een ingehuurde oenoloog, terwijl haar man Giancarlo Favati in het dorp Cesinale zijn eigen makelaarskantoor draaiende houdt. De totale productie is klein; zo’n 100.000 flessen per jaar. Maar de familie heeft haar zaakjes wel degelijk goed op orde.

Rosanna is een hartelijke mevrouw die ons, ondanks dat we haar overvallen in de hectiek van de oogstperiode, graag even rondleidt en haar wijnen laat proeven. Ze maakt mousserende wijnen, Fiano, Greco en Aglianico, allemaal van eigen druiven. Bijzonder is dat ze van Fiano en Greco twee versies maakt; de gewone, met zwart etiket, en een soort reserva, met wit etiket. Deze ‘etichetta bianca’ wordt gemaakt van de late, rijpere oogst en krijgt twee dagen inweking voor het sap uit de druiven wordt geperst. Na de vergisting liggen de wijnen nog 6 maanden sur lie. Vooral over deze wijnen zijn we enthousiast. Rijk, warm met veel fruit en een lange rijke en frisse afdronk.

Favoriete wijn: Terrantica, Greco di Tufo, Etichetta Bianca 2010

Zoekt een importeur

Nieuw geld, oude druiven

Tijdens onze reis door Campanië werden we weer eens gewezen op de rijkdom van de Italiaanse wijnbouw. We hebben wijnen gedronken van druivenrassen waar we eerder nooit van gehoord hadden. Met name de wijnmakers van het nieuwe geld storten zich enthousiast op de oude bijna vergeten druivenrassen. Sclavia en Tenutra San Francesco kiezen bewust voor het gebruik van uitsluitend oude druivenrassen om zich te kunnen onderscheiden. En dat het meer is dan alleen een marketing strategie kunnen we proeven in hun wijnen. Druivenrassen als Pallagrello, Coda di Volpe, Piedirosso, Tintore en Casavecchia voegen we degelijk iets toe aan het smaakpallet. Het verslag van deze rondreis door Campanië verscheen in een ingekorte versie in Perswijn nummer 2 van 2014.

Tekst: Gerard Reijmer

fotografie: Henk Braam

Foodteam

Reageer op dit item