Geweldige Elzassers: het kan dus wél (deel 1) - Perswijn
Geproefd & Beoordeeld

Geweldige Elzassers: het kan dus wél (deel 1)

Van tijd tot tijd moet je wakker worden geschud. Erachter komen dat je het bij het foute eind had. Een beetje in ieder geval. Dat overkwam me in de Elzas, begin oktober, tijdens een kort maar krachtig bezoek.

Mijn idee van het niveau van Elzaswijnen was de laatste tien jaar flink gedaald en evenredig was mijn waardering van Duitse wijnen gestegen, zoals u weet. Nu is aan het laatste niets veranderd, maar het was heerlijk om weer eens echt goede, karaktervolle Elzaswijnen te proeven. Het kan dus wél. Een verslag van de hoogtepunten in twee delen.

Onderkant

Ik zeg zoiets niet snel, maar ik ken de Elzas echt goed, vooral geografisch en cultureel; in geen ander wijngebied ter wereld ben ik zó vaak geweest. Ik ben een beetje opgegroeid met Elzaswijnen. Maar zo’n tien jaar geleden begon ik mijn interesse in de wijnen te verliezen. De onderkant werd te gemakkelijk gemaakt, met vaak restzoet puur om mindere druivenkwaliteit, door te hoge opbrengsten en mindere terroirs, te verdoezelen.De wél goede wijnen waren steeds lastiger te vinden en erg heterogeen qua stijl; je wist niet of je een strakdroge wijn kocht, of een met duidelijk restzoet, tenzij je de producent goed kende. Dat laatste is nog steeds wel het geval en dat blijft een manco. Ook het eerste is helaas nog niet voorbij, maar het lijkt er op dat telers én producenten tegenwoordig meer hun best doen. Kenmerkend is het feit dat het aantal biologisch werkende producenten sinds 2000 sterk is toegenomen; ze staan tegenwoordig al voor 13,5% van de productie (inclusief producenten en conversion).

Een Cave in de lift (Pfaffenheim)

Dat vermoeden leek al bevestigd te worden bij de Cave de Pfaffenheim, onze eerste afspraak van de trip. De wijnen van deze belangrijke coöperatie van de dorpen Pfaffenheim en het naburige Gueberschwihr heb ik in het verleden zelf nog verkocht. Vanaf jaargang 2010 lijken ze beter dan ooit, want expressiever en zuiverder dan toen. E.e.a. heeft misschien te maken met het feit dat ze sinds anderhalf jaar een nieuwe wijnmaker hebben, Patrick Prévot.

Buiten de betrouwbare basiswijnen van alle bekende druivenrassen van de Elzas, valt op dat Pfaffenheim interessante assemblages van twee verschillende druiven maakt. Black Tie – toegegeven, over de goede smaak van de naam valt te twisten – is een geslaagde blend van riesling en pinot gris: mooi sappig, fris en niet te zoet, positief Elzas qua gevoel, met een goede structuur.

Uiteraard kregen we beide Grand Cru’s van Pfaffenheim en Gueberschwihr te proeven, te weten Steinert en Goldert. In Steinert, met zijn, zoals de naam al aangeeft, stenige bodems (kalksteen), staan vooral pinot gris en gewürztraminer en daar kregen we er een aantal van te proeven.

Belangrijke zuren

Maar we begonnen we een serie Rieslings uit Goldert. Goldert Grand Cru Riesling 2011 ***(*) heeft in de geur mirabellen en wat pétrole en heeft een stevige, wat warme, kruidige smaak. Had wat meer zuren mogen hebben; ook in de Elzas, als in Duitsland, was 2011 een vrij zurenarm jaar. Hoe belangrijk zuren zijn, bewees de Goldert Grand Cru Riesling 2007 ****, die nog goed fris is, met gekonfijt citrusfruit, een hint pétrole, iets karamel en die mooie rinse zuren, die niet alleen frisheid geven maar ook lengte. Ook Goldert Grand Cru Riesling 1991 **** bleek nog fris en interessant, maar flink ontwikkeld, met toast, sinaszest en boterbabbelaar (NB: dit zijn allemaal ontwikkelingstonen van Riesling met wat restzoet gebotteld, niet van nieuw hout!).

Van de wijnen uit Steinert moet zeker de Steinert Grand Cru Pinot Gris 2008 ****(*) worden genoemd. 2008 is een prachtig jaar in de Elzas, met aromatische, spannende wijnen, met goede zuren, zoals deze. Nog een gave Pinot Gris uit een topjaar (want lekker koel), is Ancestrum Pinot Gris 2010 ****. De wijn komt van laat geoogste, niet gebotrytiseerde druiven en valt op door spanning tussen zoet en zuur, een kenmerk van 2010. Wat betreft Gewurztraminer was de 2009 Grand Cru uit Steinert goed ****, maar wellicht de blend van gewürztraminer uit Steinert en Goldert, Steingold 2009 ****, nog beter, met een niet te geparfumeerd aroma en een zuivere, sappige, decent zoete smaak. Hier ging alleen de Gewurztraminer Sélection de Grains Nobles 2007  ****(*) nog overheen, met schone botrytistonen (bloemenhoning), maar nog ruimte voor de mooie variëtale kant van gewürz, die verleidelijke rozengeur en lycheesmaak.

Caves coopératives zijn belangrijk in de Elzas (er zijn er nu 14, waaronder gigant Bestheim), zoals in andere wijngebieden van Frankrijk ook, omdat ze een groot en breed aanbod hebben, met veel goed betaalbare wijnen. Daarmee bepalen ze een flink deel van het marktaandeel en beïnvloeden ze hoe de gewone consument over een streek denkt. De Cave de Pfaffenheim, goed voor zo’n 2.700.000 flessen per jaar, speelt daar een positieve rol in, hetgeen helaas niet van alle coöperaties in de Elzas gezegd kan worden. Maar waar wel eigenlijk? (importeur: Henri Bloem)

Serieuze Pinot Noir bij Muré

Next up was Domaine Muré uit Rouffach (spreek uit: roeffak). Ik was vaak in hun mooie winkel (Maison Pfister) in Colmar geweest, maar dat was alweer even geleden. Naar het bezoek aan het domein zelf had ik uitgekeken, ook omdat een van hun importeurs, de Geluksdruif uit Warmond, vaak producenten kiest waar wat gebeurt.

Muré is een domein met grote traditie, maar dat goed meegaat met de tijd en tegenwoordig volgens de richtlijnen der biodynamie werkt (deels Demeter gecertificeerd). Ze produceren alle gebruikelijke Elzaswijnen, maar staan extra goed bekend om hun Crémants en hun Pinot Noirs. Nu is Crémant een belangrijk product voor de Elzas (30% van de mousserende wijnen anders dan champagne, gedronken in Frankrijk, is Crémant d’Alsace), Pinot Noir is dat jammer genoeg nog steeds niet (hoewel in de Franse media wordt gerept van een kleine renaissance). En vele vragen zich terecht af waarom dat zo is.

Is het gemakzucht (want goede rode Pinot Noir maken is geen sinecure)? Of juist de kracht van Crémant, waarin veel van de aangeplante pinot noir verdwijnt? Waarschijnlijk allebei. Het is in ieder geval wel jammer dat pinot noir nog te weinig echt serieus wordt genomen in de Elzas. En dat terwijl de klimatologische omstandigheden, de bodems én de inspirerende nabijheid van de Bourgogne, maar nog meer van het aangrenzende Baden, toch zouden moeten uitnodigen om serieuze rode Pinot Noir (i.p.v. rosé) te maken. Bij Muré laten ze in ieder geval zien dat het wél kan.

Très Pinot

Ze werken met genetisch materiaal dat waarschijnlijk ooit uit de Bourgogne is gekomen (simpelweg pinot fin genoemd) en vermeerderen gebeurt door massale selectie. Côte de Rouffach Pinot Noir 2011 **** ruikt très pinot, zoals Fransen vaak zeggen, met aroma’s van bosaardbeitjes en een hint bosbodem. De wijn heeft duidelijke zuren, die hem vrij licht en verteerbaar maken, maar toch heeft hij al meer structuur dan vele andere Alsace Pinot Noirs.

De topwijn stamt uiteraard uit Muré’s beroemdste wijngaard, die je vanuit het proeflokaal mooi ziet liggen: Clos Saint Landelin. De bodems hogerop, waar de pinot noir staat, bevatten naast veel kalk ook ijzer, hetgeen een steviger type Pinot geeft. Clos Saint Landelin Pinot Noir 2011 ****(*) is vrij donker van kleur, met een geconcentreerde geur van donker bosfruit en zoete specerijen, mede door de rijping in nieuwe barriques. Het is een wijn met goede zuren en rijpe tannine, en qua type een soort mix van goede Duitse en Franse Pinot Noir. Serieuze Pinot, met een voorbeeldfunctie.


Meer Muré

Maar, zoals gezegd, er is meer bij Muré. Eerst nog even terug naar Crémant. We kregen er twee te proeven, waarvan de Crémant d’Alsace Grand Millésimé 2009 ***** heel origineel en verbluffend fraai was. Het is een assemblage van 50% riesling en 50% chardonnay, waarvan die laatste de eerste gisting in barriques krijgt, en de de dosage lag bij 4 gram. De wijn is rijk maar precies, in de geur nog gistig (brioche) maar ook fruitig-floraal van de riesling, hij heeft een enorm mondgevoel, zeer goede structuur en extra lengte door de zuren van riesling.

Van de overige wijnen moet ik de Clos Saint Landelin Riesling 2010 ****(*) nog noemen, een heel compacte, goede Riesling uit dat spannende jaar 2010, met een groot rijpingspotentieel. En tot slot Clos Saint Landelin Riesling Sélection de Grains Nobles 2007 *****, een dikke, maar zeer zuivere botrytiswijn, met kruidenhoning, rozijnen, gekonfijte sinaasappelzest, iets curry en grote lengte door enorme zuren. Dit moet je eigenlijk in je kelder hebben liggen en over tien jaar eens proberen… (importeurs: De Geluksdruif en Wijn Verlinden (doet alleen Signature serie))

Tot zover deel 1. In het volgende gaan we naar Kaysersberg en bezoeken we de charmante dames Faller. Vervolgens naar Etienne Loew, helemaal in het noorden van l’Alsace viticole. En we sluiten af met Trimbach.

Reageer op dit item