Iemand had me al gewaarschuwd: ‘Het wordt liefde op het eerste gezicht.’ En zo geschiedde. Corsica is wonderschoon. En de goede, soms prachtige en vaak hoogst originele wijnen maken het eiland tot een bestemming die hoog op de bucketlist van iedere wijnliefhebber moet staan.
De vlakte van Bastia, waar ik laat in de avond aankwam, is verre van het mooiste deel van het eiland. Eerlijk gezegd begon de echte liefde dan ook pas de volgende ochtend, toen ik met de huurauto naar mijn eerste en belangrijkste bestemming van de rondreis Corsica reed: Patrimonio. Om daar vanuit Bastia centre ville te komen, kun je verschillende routes nemen. Ik koos voor de Route de Saint-Florent, die later op de Route Royale uitkomt. Die voert door de zuidelijke uitlopers van het Massief van Monte Stello, het gebergte van de prachtige noordpunt van Corsica, Cap Corse.
Het landschap is indrukwekkend bezaaid met grote rotsen van metamorfe gesteenten. Omkijken naar het oosten en in de ochtend de kant van het licht, is ronduit spectaculair, met de Tyrreense Zee en het eiland Elba op de achtergrond. Het landschap aan de westkant van de bergen is niet minder fraai. En al snel daal je af, het wijngebied Patrimonio in.
Eigen vlag, eigen taal
Corsica is een eiland met een bewogen geschiedenis. Zoals meer eilanden in de Middellandse Zee is het diverse keren bezet door mogendheden van buitenaf, die allemaal hun invloed achterlieten. ‘Corsicanen zijn daarom van nature naar het binnenland toe gekeerd’, vertelt Yves Leccia. ‘Want de invasies kwamen natuurlijk altijd vanaf zee.’ Het eiland stond eeuwenlang onder het gezag van de Republiek Genua (dertiende tot achttiende eeuw), voordat het door Frankrijk werd ingelijfd. De huidige Collectivité Corse heeft een eigen vlag en een eigen taal, hoewel die steeds meer verloren gaat. Iemand als Antoine Arena spreekt echter nog Corsu. De taal stamt af van het Toscaans en klinkt voor leken meer als Italiaans dan als Frans.

Eigen druivenrassen
Met 412 hectare wijngaarden is Patrimonio niet de grootste appellation van Corsica – dat is AOP Corse. Maar het is qua naam en faam de belangrijkste. Vanuit Patrimonio werd Corsicaanse wijn langzaam bekender en geliefder, met pioniers als Yves Leccia en Antoine Arena. Hij ging in de jaren 80 onvermoeibaar de Parijse wijnbars langs om zijn wijnen aan te prijzen, maar ook om Corsica te promoten. Uiteraard met wijnen van eigen druivenrassen, vermentinu voorop, maar ook biancu gentile en niellucciu, genetisch identiek aan sangiovese, maar toch zeer Corsicaans. Het zijn nog steeds de belangrijkste variëteiten van het gebied, met daarbij sciaccarellu, grenache noir en de witte genovese, naast muscat à petits grains, al dan niet voor Muscat du Cap Corse, die ook in en rondom Patrimonio mag worden gemaakt.
Vermentinu en niellucciu
Vermentinu is dé variëteit voor Corsicaans wit, zeker ook voor Patrimonio. De druif is van Italiaanse komaf (alias vermentino) en waarschijnlijk al in de veertiende eeuw vanuit Genua op Corsica beland. Het is bijzonder hoe goed de wijnen van deze druif van zowel Corsica als noordelijk Sardinië zijn. De beste versies uit Patrimonio zijn wat mij betreft de ultieme witte mediterrane wijnen.
Niellucciu komt al heel lang voor op Corsica, waarschijnlijk meegebracht door de Genuezen. Hij geeft relatief stevige, soms wat strenge wijnen, met goede tannine en genoeg zuren. Toch lijken de meeste niet heel erg op goede Chianti Classico of Brunello di Montalcino. Niellucciu uit Patrimonio is sappiger van smaak en minder astringent, op basis van de wijnen die ik heb geproefd.
Wijnbouw dominant

Het landschap is gevarieerd en erg mooi, ook omdat het grote toerisme uit Patrimonio is weggehouden. ‘We zijn landschapsarchitecten, dat wordt nog weleens vergeten in Parijs’, benadrukt Antoine Arena. ‘We hebben Patrimonio gered van het massatoerisme van Saint-Florent.’ Dat is de drukke, maar toch ook mooie kustplaats bij Patrimonio, soms het Saint-Tropez van Corsica genoemd. ‘Van oudsher was er meer dan wijnbouw; mensen teelden ook olijven en vijgen. We proberen die cultuur, dat landschap te herstellen.’
Dat wijnbouw dominant is geworden, heeft uiteraard economische redenen, maar het heeft ook te maken met de goede omstandigheden. Patrimonio heeft een warm mediterraan klimaat, met veel zonuren (2750 uur per jaar) en gemiddelde temperaturen in het groeiseizoen van meer dan 20 °C. Maar omdat er altijd zee-invloed is, wordt het overdag niet te heet; in juli en augustus gemiddeld 30 °C. Het zijn omstandigheden waar de lokale druivenrassen aan gewend zijn, al laat ook hier de opwarming zich voelen. ‘De oogst begint tegenwoordig vaak al tussen 15 en 20 augustus, om niet te veel alcohol en genoeg zuren in de wijnen te hebben’, licht Antoine toe.
Ook Stéphane Liobard van Domaine Giudicelli merkt dat het klimaat verandert, maar vreest geen watertekort: ‘We voelen de klimaatverandering echt wel. Maar zo’n eiland met hoge bergen, midden in zee, zal altijd water hebben.’ En dat bleek ook wel in het voorjaar van 2025, waarin er zoveel regen viel, dat de wijnboeren snakten naar een droge periode.
Schist, kalk en graniet
Het is belangrijk om te beseffen dat Patrimonio zeker geen homogeen gebied is qua terroir. Het deel bij het dorp Patrimonio is bergachtiger en ligt soms wat hoger dan de zone richting Poggio-d’Oletta. En het meest westelijke deel, dat Le Désert des Agriates heet – en niet voor niks – is een geval apart. Ook qua geologie en bodem.
In het algemeen kom je schistbodems tegen, met bij Patrimonio ook kalksteen. Maar Les Agriates is van graniet, met indrukwekkende rotspartijen. De kalksteenbodems geven zeer verfijnde wijnen, vind ik. Maar uiteraard zijn er ook andere meningen, zoals die van Yves Leccia: ‘Schist geeft meer mineraliteit.’ En de Vermentinu van de verweerde, droge granietbodems van Les Agriates heeft ondanks een wat hogere pH toch ook frisheid, mede door fijne bitters.

Antoine en Antoine-Marie Arena
Op mijn eerste dag in Patrimonio bezocht ik de domeinen van twee oude meesters van de appellation: Antoine Arena en Yves Leccia. Antoine heeft zijn laatste eigen wijnen gemaakt in 2023; het familiedomein in de lieu-dit Morta Majo is overgedragen aan zoon Antoine-Marie en de wijnen komen nu onder zijn naam op de markt. De andere zoon, Jean-Baptiste, heeft zijn bedrijf aan de overkant van de straat.
Antoine-Marie voert het domein samen met zijn vrouw Sandra. Toch was het een leuk toeval dat Antoine-Marie pas later kon aansluiten en dat daarom Antoine werd opgetrommeld. Ik kende hem al en het was een genot om samen met hem in zijn oude pick-up door de wijngaarden te gaan. Wat een kennis, wat een passie. Schitterende verhalen over vroeger, fijnzinnige kritiek op investeerders van buitenaf (‘je geld investeren is heel wat anders dan je leven investeren’) en mooie wijsheden over de manier van werken. Als we naar Les Hauts de Carco rijden en het over duurzame wijnbouw hebben, zegt hij: ‘De natuur is genereus als je haar respecteert en begeleidt. Als je haar probeert te onderdrukken, wordt ze opstandig.’ De wijngaarden zijn echt schitterend, vooral die onderaan de indrukwekkende kalksteenrotsen. En de wijnen zijn zeer goed, bij vlagen briljant; niet alleen de Vermentinu maar ook het rood en een Muscat uit een solera.
Het leven was perfect…
Antoine en zijn zoon Antoine-Marie namen me na het bezoek aan hun domein mee uit lunchen. Via de prachtige oostelijke kustweg van Cap Corse kwamen we in Nonza. Dat is zo’n dorpje waarvan je denkt: dat dit nog bestaat! De kleurrijke huisjes zijn tegen de rotskust aan gebouwd en het uitzicht is adembenemend. Ook vanaf het terras van het simpele, maar o zo bevredigende restaurantje Café de la Tour. Een glas Albore van Cantina di Torra, een bordje geweldige lokale charcuterie en het leven was perfect.

Yves Leccia
Na een heerlijke lunch in Nonza ging ik langs bij Domaine Yves Leccia, niet te verwarren met Domaine Leccia. Yves besloot vanwege perikelen rond de opvolging het ouderlijk domein in 2004 te verlaten en startte met zijn vrouw Sandrine een eigen domein. Yves is net als Antoine Arena een belangrijk persoon voor de Corsicaanse wijnbouw en voorvechter van Corsica in het algemeen. Hij heeft veel bestuursfuncties bekleed en was lid van A Filetta, een zanggroep bekend om haar polyfonie. Een carrière als zanger liet hij echter varen voor een loopbaan als wijnboer.
Het domein is altijd al biologisch geweest, net als dat van leeftijdgenoot Antoine Arena, en sinds 2007 gecertificeerd. Yves’ wijngaarden liggen bij de wijnmakerij; het is een echt domein, van 18 hectare. En in tegenstelling tot een aantal wijngaarden van Arena liggen die van Yves op schist. Ook hier zijn vermentinu en niellucciu de belangrijkste druivenrassen, maar Yves werkt ook graag met grenache noir. Er zijn twee lijnen: YL voor IGP Île de Beauté en Yves Leccia, met ook de AOP Patrimonio.
Domaine Giudicelli
Naast de Arena’s en Yves Leccia heeft Patrimonio meer baanbrekende producenten. Eerst ging ik op bezoek bij Domaine Giudicelli van Muriel Giudicelli, gestart in 1997. Zij komt van oorsprong uit een bergdorp bij Solenzara, maar hield al vroeg van de wijnen van Patrimonio, vertelt haar partner Stéphane Liobard, die me rondleidt. ‘Vooral ook van de rode wijnen, die vroeger belangrijker waren dan nu.’ De 11 hectare wijngaarden van Giudicelli liggen allemaal in de zogenaamde Conca d’Oro, zoals het gebied van Patrimonio en andere dorpen ook wordt genoemd. Ze liggen op heel diverse bodems: schist, kalksteen en ook graniet. ‘Onze bodem varieert soms wel per 10 meter.’ Ze werken volgens de biodynamie en dat gaat prima, zegt Stéphane, terwijl hij me een wilde groene asperge laat proeven.
Naast wijngaarden heeft het domein ook nog 28 hectare prachtig natuurlandschap vol lokale vegetatie: le maquis. De ontwikkeling in het wijnmaken legt Stéphane kort uit: ‘We begonnen met tanks van rvs, toen barriques, nu demi-muids, Stockingers, amforen en jarres (kruiken) van zandsteen.’ De wijnen zijn prachtig; ze zijn van een grote puurheid en hebben een heerlijke textuur.

Cantina di Torra
Een andere belangrijke producent in Patrimonio is Nicolas Mariotti Bindi met zijn Cantina di Torra. Hij studeerde ooit rechten in Parijs, maar keerde terug naar het eiland om wijnboer te worden. Het is een inmiddels bekend verhaal: de aantrekkingskracht van Corsica op zijn ‘kinderen’ is enorm, veel van hen keren terug van het vasteland waar ze zich er nooit helemaal bij voelen horen. Hij werkte als chef de culture bij Leccia en begon zijn eigen domein.
Helaas is Nicolas zelf niet aanwezig – hij is druk met aanplanten – maar de proeverij en het gesprek met zijn rechterhand Philippe had ik niet willen missen. In de oude cantina met betonnen cuves liet hij me het hele gamma proeven. Het is enorm gevarieerd, met een aantal originele vins de soif – ook uit literflessen! – en serieuze rode wijnen. Ik vind de witte wijnen het mooist, vooral de heerlijke Albore 2024 en de bijzondere Blanc Mursaglia Vieillissement Prolongé 2022.
Giacometti

Een goed beeld van Patrimonio is niet compleet zonder een uitstapje naar Le Désert des Agriates. En ik zal het nooit vergeten. Door alle regen van het voorjaar was het grove granietzand grotendeels weggespoeld, waardoor de wegen naar Domaine Giacometti en Clos Teddi in feite bestonden uit grote granieten rotsblokken. Mijn huurauto stond weliswaar wat hoger op de pootjes, maar had geen vierwielaandrijving. En de brem langs de kant had zo’n wildgroei ondergaan, dat ik vreesde voor de lak. Je moet wat overhebben voor bijzondere wijnen van bijzondere plekken…
Met zweet in de handen bereikte ik Giacometti. Wat een plek! Simon Giacometti, die het familiedomein leidt met zijn zus Sarah, nam me mee naar de wijngaarden in de woestijn van Agriates. ‘We zitten in het uiterste westen van de appellation Patrimonio, met in de verte de baai van Saint-Florent’, vertelt hij. ‘Het is een extreem gebied. Vroeger was het een bekende landbouwzone, nu zijn er nog maar vier wijnbedrijven.’ Rijdend door het prachtige landschap van granietrotsen en wijngaarden, met hier en daar een typerende stenen hut (paiagu), vertelt Simon verder. ‘Onze bodems zijn grof zanderig en heel arm; ze drogen in de hete zomer snel uit. Toch doorstaan de planten de extreme omstandigheden goed. Ook omdat we werken met goede onderstokken, om de rijping te vertragen en minder indroging te hebben.’
Bescheiden hout
Rode wijnen zijn belangrijk bij Giacometti. Van de in totaal 26 hectare is er maar liefst 16 hectare beplant met niellucciu en 4,3 hectare met sciaccarellu. Er is ook wat grenache noir en zelfs syrah, aangeplant door Simons vader. Hoewel de witte wijnen goed zijn, boeien de rode het meest. ‘We hebben nooit een traditie van Niellucciu op hout gehad, het waren wijnen voor snel drinken. En we hadden ook nooit veel geld om vaten te kopen. Dat is nog steeds zo en de trend is niet méér hout. Maar het niveau van de rode wijnen is gestegen en ik denk dat hout wel degelijk een goede rol kan spelen voor de stabiliteit en het rijpingspotentieel. Maar dan moeten de tonneliers ons niet zomaar wat geven, ze moeten wel een beeld krijgen bij Corsica.’ Touché.
Clos Teddi
‘Het is echt vlakbij, maak je niet druk’, waren de woorden van Simon Giacometti toen ik op weg ging naar Clos Teddi. Hemelsbreed is het inderdaad op ruime steenworp afstand, maar de weg was zo moeilijk, dat ik een halfuur deed over 1800 meter. Het ligt in hetzelfde indrukwekkende landschap als Giacometti, maar Clos Teddi is een heel ander bedrijf. Jo Poli, een Algerijnse oorlogsveteraan, begon het domein eind jaren 60, aan de voet van de Monte Genova, met 421 meter de hoogste berg van Les Agriates. Maar hij overleed in 1991 en het domein raakte in verval. Zijn dochter Marie-Brigitte Poli nam het over en liet in 2014 een nieuwe wijnmakerij bouwen. Die is functioneel ontworpen en voorzien van genoeg verschillende vaten (rvs, kleiner hout, Stockingers en zandstenen amforen) om verschillende wijnen te maken en wat extra complexiteit te geven. Er worden goede wijnen gemaakt, die ongetwijfeld nog beter en spannender zullen worden.
Besneeuwde bergen
Toen ik eindelijk de moeilijk begaanbare wegen van de woestijn van Agriates achter me had gelaten, kon ik weer genieten van het prachtige landschap. Ik reed naar het zuiden van l’Île de Beauté, waar ik in het volgende nummer over zal vertellen. Over Figari en Ajaccio, en over het centrale deel, waar wijngaarden liggen met besneeuwde bergen als decor. Ook dat is Corsica.

Favoriete wijnen
Hier volgt een aantal van de mooiste, beste en lekkerste wijnen die ik heb geproefd in Patrimonio. Ik heb me beperkt tot twee per producent, maar er is nog veel meer moois. Kijk maar op perswijn.nl/proefnotities.
- Antoine-Marie Arena, Hauts de Carco 2024, Patrimonio blanc; 100% vermentinu; 17,5 pnt
- Antoine-Marie Arena, Mémoria 2024, Patrimonio rouge; 100% niellucciu; van vat geproefd; 17,5 pnt
- Yves Leccia, E Croce 2023, Patrimonio blanc, 100% vermentinu; 16,5 pnt
- Yves Leccia, E Croce 2021, Patrimonio rouge; 90% niellucciu, 10% grenache noir; 17 pnt
- Giudicelli, Luna Nera 2022, Vin de France blanc; 70% vermentinu, 30% genovese; 17 pnt
- Giudicelli, Terra Rossa 2023, Vin de France rouge; 70% niellucciu, 30% sciaccarellu; 17 pnt
- Cantina di Torra, Albore 2023, Patrimonio blanc; 100% vermentinu; 16,5 pnt
- Cantina di Torra, Mursaglia Vieillissement Prolongé 2022, Patrimonio blanc; 100% vermentinu; 17 pnt
- Giacometti, Cru des Agriate 2021, Patrimonio rouge; 90% niellucciu, 10% sciaccarellu; 17 pnt
- Giacometti, Cuvée Sarah 2021, Patrimonio rouge; 100% niellucciu; 17 pnt
- Clos Teddi, Grande Cuvée 2023, Patrimonio blanc; 100% vermentinu; 16 pnt
- Clos Teddi, Grande Cuvée 2023, Patrimonio rouge; 100% niellucciu; 16,5 pnt
Importeurs
- Antoine-Marie Arena: De Geluksdruif.
- Yves Leccia: Bosman Wijnkopers.
- Giudicelli, Giacometti, Cantina di Torra: Vinoblesse.
- Clos Teddi: geen officiële importeur.
Dit artikel verscheen eerder in Perswijn 2025-5.
Tekst en foto’s: Lars Daniëls






