Weg met de wijnverlegenheid - Perswijn
Columns

Weg met de wijnverlegenheid

Het proeven en drinken van wijn is onnodig belast met allerlei complexiteiten, getuige de weinige wijndrinkers die in een groep hun wijnimpressies spontaan op tafel durven gooien. Nog stroever loopt het in gezelschap van vermeende wijnconnaisseurs. Gewone wijndrinkers nemen aan dat spreken over wijn geleerd moet worden.

Wijnstudies, ronkende wijndiploma’s, dikke wijnboeken en hoogdravende wijntaal doen dat lichtelijk vermoeden. Wijnverlegenheid bestaat en komt niet uit de lucht gevallen. Niet eens zo lang geleden was wijn iets elitairs van clerus, adel en intellectuelen. Zo ook het praten over wijn: je moest er slim en man voor zijn. Die tijden zijn voorbij, op enkele sporen na. En die moeten stilaan verdwijnen.

Terug naar de essentie: wijn pleziert, ontstresst, ontroert en troost. Wijn is het leven vieren, de kleine en de grote momenten. Opperst wijngeluk vindt plaats wanneer wijn en lijf één worden: momenten van alleszeggende stilte, van plechtig ogen sluiten en nederig buigen voor dat uitzonderlijke vermogen van wijn om zielen-roerselen op te poken en aan te blazen. Deugddoend wijnproeven vraagt geen studie, alleen wat receptiviteit. En woorden vinden voor belevingen, dat kan iedereen. Hoe origineler, hoe leuker: ‘neus van oude kranten’, ‘bos na regen’, ‘zwetend meisje na het paardrijden’, ‘mondgevoel van stroop of verse boter’, ‘smaak van overrijpe bloedappelsien en cervelaatworst’. Alle uitdrukkingen, zinswendingen en uitroepen zijn principieel toegelaten. Wijn is van iedereen en niemand moet zijn mond houden.

Wat bedoel ik met receptiviteit? Wel, voor mij is het aandachtig zijn voor hoe die eerste snuf en slok mijn lijf beroert, secondenlang de weg van de wijn door mijn lichaam en ziel volgen. Het lijf bevat een heel eigen geschiedenis van sensorische belevingen. Het reageert bliksemsnel, met evaluaties, associaties en herinneringen. Wijnproeven is voor mij een poging om de rijkdom van de eerste spontane lijfelijke sensaties en associaties in het bewustzijn te krijgen en met gesticuleren en verbaliseren te delen met anderen. Eventueel gevolgd door enige intellectuele analyse zoals vergelijking met soortgenoten en speculatie over invloeden van terroir. Aangeleerde proefwoorden – bloemen, kruiden, gekonfijt fruit, mollig, strak, tertiair – kunnen helpen, maar kunnen evengoed in cerebraal gezwam uitmonden.

Ik vind het fijn om een wijncursus aan beginnende wijnproevers te geven. Deze gemotiveerde en aanvankelijk nog wijnverlegen drinkers proeven onbevangen. Vrouwen lijken het gemakkelijker te hebben dan mannen, die vaker bang lijken te zijn om af te gaan. Het creëren van een veilige, en nimmer schoolse sfeer bevordert het wijnproeven uitermate. Iedereen ruikt en smaakt anders en daarom is iedere geur- of smaakassociatie per definitie waardevol. Wijnervaring en taal ontmoeten en verrijken elkaar en precies dit proces wordt door cursisten als het fijnste onderdeel van de cursus ervaren. Wijncursussen kunnen wijnverlegenheid verhelpen of juist versterken. Dit hangt van de docent af.

Mijn boodschap: ontspan u, maak ruimte vanbinnen, durf te fantaseren, maak vergelijkingen, ruim alle remmingen op, zeg zonder overpeinzingen wat je ervaart. Bij wijnproeven ga je helemaal los, en een beetje alcohol helpt. Wijnverlegenheid is nergens voor nodig.

 

Stefaan Soenen, gastauteur bij Perswijn, is wijnliefhebber en schrijft onder de naam Wine Tales. Hij bespreekt hierin uiteenlopende thema’s zoals de psychologie van het wijnproeven, de waarde van wijnbeoordelingen en scores, Beaujolais, de symboliek van wijn, het belang van schenktemperatuur, en nog veel meer. Stefaans verhalen zijn tevens te vinden op Facebook.

Reageer op dit item