Nieuws

Het boek van den wijn (2)

Wijn kopen is een altijd een zaak van vertrouwen geweest en zal dat ook altijd blijven. Ook J.P.M. Keuls was die mening in 1931 toegedaan. Het thema komt zelfs uitvoerig aan de orde in zijn Boek van den Wijn. Keuls begint zijn verhaal met de vraag te stellen die de titel van het hoofdstuk vormt: ‘Hoe koopt men wijn’ (zonder vraagteken!)
Ziet daar een vraag, die gemakkelijker is te stellen, dan te beantwooren, althans op volledige wijze. Men zal zeggen:”wijn koopen is een vertrouwenszaak, dus reken ik op de vakkennis en de eerlijkheid van mijn wijnhandelaar, die mij ongetwijfeld naar mijn smaak zal bedienen.”
Wijn kopen is een altijd een zaak van vertrouwen geweest en zal dat ook altijd blijven. Ook J.P.M. Keuls was die mening in 1931 toegedaan. Het thema komt zelfs uitvoerig aan de orde in zijn Boek van den Wijn. Keuls begint zijn verhaal met de vraag te stellen die de titel van het hoofdstuk vormt: ‘Hoe koopt men wijn’ (zonder vraagteken!)
Ziet daar een vraag, die gemakkelijker is te stellen, dan te beantwooren, althans op volledige wijze. Men zal zeggen:”wijn koopen is een vertrouwenszaak, dus reken ik op de vakkennis en de eerlijkheid van mijn wijnhandelaar, die mij ongetwijfeld naar mijn smaak zal bedienen.”

Kennis en eerlijkheid van de handelaar zijn echter niet genoeg. De klant moet van zichzelf wel een beetje weten wat hij wil. (Van vrouwen die wijn drinken en kopen had Keuls geen weet, wel van Engelsche sigaretten…)

Dan is er de kwestie van den persoonlijken smaak, de absoluut subjectieve en daardoor de meest moeilijke factor bij de beoordeling van wijnen door een niet-vakman. Die smaak kan beïnvloed worden door het al of niet geregeld drinken van het echt hollandsche bittertje, al is het ook volgens het recept van Bols: “iederen dag één glaasje”; ook door veel rooken, speciaal van Engelsche sigaretten, het geregeld gebruik van scherp prikkelende spijzen, alle factoren, die geleidelijk invloed zullen uitoefenen op onze smaakzenuwen en iemands “smaak” voor wijn zullen bepalen […].

Geld mag geen rol spelen…

[…] dat de prijs bij de keuze van wijn een ondergeschikte factor is, tenminste als men zich op dat pecuniaire standpunt vermag te stellen, maar zelfs, indien zulks niet het geval mocht zijn, dan nog zal nimmer de prijs van den wijn bij de keuze de hoofdfactor mogen zijn, waarmede wij willen zeggen, dat men in bepaalde gevallen meer gebaat is met een wijn van lager prijs, die in de omstandigheden past, dan met een duurdere, die geen bevrediging zou schenken. 

Keuls trekt een interessante vergelijking tussen wijnhandelaars en artsen. De befaamde uitspraak uit de Oudheid, “Raadpleeg Bacchus, de geneesheer” krijgt hier ineens een bijzondere betekenis!

Wil men […] vast houden aan het principe van de “vertrouwenszaak”, dan dient men aan den wijnkooper ook zijn volle vertrouwen te geven, zooals men dat doet aan een dokter, die zonder de noodige inlichtingen van den patient niet gemakkelijk een juiste diagnose kan stellen. Maar, de patient moet dan ook liefst weten, welke verschijnselen van belang zijn om door den arts te worden gekend en zoo moet op analoge wijze de amateur van wijnen aan zijn “dokter” weten mede te deelen, wat van belang is.

Huiswijn graag per vat tegelijk inslaan! En niet te jong drinken a.u.b.

Uit den aard der zaak zal het verbruik bij den geregelden drinker het grootst zijn en dit is een factor die hem in staat stelt voordeliger in te koopen dan zijn collega, die in de week water of bier en slechts Zondags wijn drinkt. Hij heeft er n.l. belang bij om “en gros” te koopen, d.w.z. per okshoofd (225 Liter of ongeveer 300 flesschen). Die wijn is dan jong en daardoor goedkoop, maar, aangezien hij liefst eerst moet worden gedronken na een à twee jaar fleschontwikkeling zal men altijd moeten zorgen bij het koopen de consumptie vooruit te zijn, zoodat het om die reden aanbeveling verdient de eerste maal meerdere okshoofden te koopen, waardoor men permanent de beschikking over voldoende belegen tafelwijn heeft.
De gelegenheidsdrinker zal echter aan zulke koopen veel te veel hebben en zal dus beter doen om uit de voorraden van een betrouwbare firma hier te lande belegen wijn te koopen, die natuurlijk relatief duurder is dan jonge wijn.  

Maar zie welk type wijnconsument er aan zit te komen…

Behalve de twee groepen van koopers, die wij tot nu toe als voorbeeld namen is er nog een groote en zeker niet onbelangrijker groep die echter veel moeilijker te bedienen is, n.l. de categorie van koopers bij kleine hoeveelheden die, om welke reden dan ook, niet meer in huis willen of kunnen hebben dan 12, 6 of zelfs enkele flesschen.

Uit den aard der zaak hebben zulke consumenten er alleen belang bij om belegen (!) wijnen te koopen voor onmiddellijke consumptie geschikt, maar de moeilijkheid bij hen schuilt daarin, dat maar zelden de wijn , op het moment dat hij wordt gedronken, in goede conditie zal zijn,tenzij volgens een bepaald voorschrift wordt gehandeld. Wij zullen straks zien waarom, doch willen hier slechts releveeren dat alle wijnen, om naar waarde te kunnen worden genoten, na te zijn vervoerd, eenigen tijd rust noodig hebben en deze rust kunne de koopers bij kleine hoeveelheden den wijn meestal niet geven om de eenvoudige reden, dat de tijd ervoor ontbreekt. 

Pleidooi voor geduld

Drinkt men dan een wijn, zelfs een superieuren, dan smaakt hij niet zooals het hoort, men proeft iets ruws, de vakman zegt: hij is niet glad, de afdronk is niet “fluweelig”. Alleen rust kan hier heil brengen en een ieder kan hetgeen wij schrijven controleeren door een flesch rooden wijn te proeven direct na het transport en eenige weken later; het verschil zal zeer merkbaar zijn.
Aan de hand hiervan zal men ook begrijpen, hoe ondankbaar het is om op het laatste oogenblik voor een dineetje, in de buurt een paar flesschen wijn te bestellen. Die wijn kan nooit in goede condietie zijn en de winkelier krijgt gewoonlijk de schuld., terwijl de fout ligtbij den kooper, die onvoldoende op de hoogte is. Wijn, althans roode wijn, is géén artikel om bij al te kleine hoeveelheden te worden gekocht, tenzij men, uitzonderingsgewijze, zóó weinig gebruikt, dat men de flesschen gelegenheid kan geven tot voldoende rust.

Leve de moderne techniek en de bijbehorende ISO-normen, zullen we dus maar zeggen. 

René van Heusden

Reageer op dit item