Afgelopen dagen was ik op pad in Italië. In Tortona, om precies te zijn, om daar de lokale witte wijnen te proeven, gemaakt van de uit zijn as herrezen timorasso-druif. Zo’n reis bestaat uit bezoeken aan wijnboeren en uit proeverijen. Blinde proeverijen ook, waarbij de Italianen zoveel praten dat ze ook met de helft van de tijd hadden toegekund. Maar ondanks alle gepalaver blijven deze proeverijen interessant, want zo krijg je het beste overzicht over de streek en wat er allemaal gebeurt.
Maar dat niet alleen. Er zijn altijd ook kleine zijpaadjes die mijn aandacht trekken. Zo meende mijn Italiaanse buurman tijdens een van deze proeverijen een fles met kurk te ontwaren. De reactie achter de tafel van de producenten was ontnuchterend. De betreffende wijn had een schroefdop, dus waar had hij het over? Tja, in alle eerlijkheid had ik ook geen kurk geroken, dus niet onbegrijpelijk. Hij kreeg ook geen wijn uit een tweede fles aangeboden.
Bij een andere proeverij werd trots gemeld dat van de bijna zestig wijnen, er negentien waren met een schroefdop. Voor ons, als nuchtere Hollanders, lijkt dat weinig bijzonders. Maar in een behoudend wijnland als Italië is dit revolutionair te noemen. Wij zijn inmiddels aardig gewend aan schroefdoppen. Zeker in de wetenschap dat ook topwijnen uit landen als Oostenrijk, Nieuw-Zeeland en Australië tegenwoordig gewoon een schroefdop hebben.
Toch kost het tijd om dit soort dingen te veranderen. Voor topwijnen uit Bordeaux is een schroefdop nog steeds een brug te ver. Château Couhins-Lurton kwam enkele jaren geleden met een schroefdop, maar trok dat na veel kritiek – een Grand Cru Classé met een schroefdop!- terug en kwam weer met kurken – in dit geval van DIAM. Dat is een soort geperste en behandelde kurk die feitelijk ook een garantie geeft dat er geen ‘kurk’ in de wijn komt.
Bij een proeverij in de Languedoc kwam er onlangs nog een kunststof ‘kurk’ uit de fles. Weet u het nog? Die waren een paar jaar geleden populair als vervanger van natuurkurk, maar die zijn nagenoeg verdwenen en vaak ook door DIAM vervangen. Kunststof gaf te veel problemen, onder andere door lekkage, dus die innovatie bleek weer niet zo succesvol. In tegenstelling tot de wél succesvolle schroefdop.
Sommige veranderingen gaan op een natuurlijke manier, andere moeten worden afgedwongen – ze vereisen een gelijk speelveld. Zo waren chique capsules ooit gemaakt op basis van lood. Pas toen dat verboden werd, kon dat veranderen. Iedereen was bang dat het ten koste zou gaan van het imago. Maar als iedereen er toe wordt verplicht, dan pas is het moment gekomen om je er bij neer te leggen. Domweg omdat er geen verschil meer is tussen jou en je buurman – stel je toch eens voor. En het viel allemaal reuze mee, met dat imago.
Hetzelfde geldt voor het gewicht van wijnflessen. Nog altijd zie je belachelijk zware wijnflessen op de markt. Eerlijk gezegd vooral uit ‘nieuwe’ wijnlanden als Argentinië of Zuid-Afrika, maar net zo goed ook van elders. Het is een psychologisch effect, net als bij een loden capsule. Het suggereert kwaliteit, chique, en dat werkt gewoonweg ook zo. Maar met een aandeel van het maken van het glas van 30 tot zelfs 50% in de CO2-voetafdruk van een fles wijn, is daar met lichtere flessen goed op te bezuinigen.
Ik kom daarmee weer terug in Tortona. Voor de DOC voor Timorassa die daar in de maak is, Derthona, wordt straks voorgeschreven dat een fles maximaal 400 gram mag wegen. Op die manier maak je het speelveld voor alle producenten gelijk, verlaag je de emissie broeikasgassen en ook nog eens de transportkosten van de wijn.
In een wereld waarin fossiele brandstoffen in het brandpunt van de belangstelling staan, zijn dit allemaal kleine, maar toch hoopgevende stapjes.
Ronald de Groot

