Voor het volgende nummer van Perswijn interviewde ik onlangs Stephan Reinhardt, onder andere verantwoordelijk voor de wijnbeoordelingen in de Wine Advocate van de wijnen uit Duitsland en Oostenrijk. Een interessant verhaal, ook al vanwege zijn uitgesproken voorkeur voor lichtvoetige Duitse wijnen – liefst met maar 11% alcohol. In zijn rol als wijncriticus voor de Wine Advocate wordt hij in een soort keurslijf gedwongen: de wijnen moeten een duidelijke puntenwaardering krijgen. En hij zou de wijnen veel liever beschrijven dan ze exacte punten te geven. Wel begrijpelijk, natuurlijk. Punten geven levert altijd twijfels op, en dat je een keertje de mist in gaat, is niet denkbeeldig.
Wellicht zou hij zich thuis voelen met de wijngids ‘Oostenrijk en Zwitserland’ van Sander de Vaan, die eind vorig jaar het licht zag. De Vaan beschrijft in deze gids wijnboeren in de twee landen, zonder een oordeel te geven over hun wijnen. Sterker, hij laat de wijnboeren zelf aan het woord, om te zeggen welke van hun wijnen ze graag aan de lezers willen voorstellen. Een sympathieke benadering, die de wijnboeren alle ruimte geeft, en dat leest gemakkelijk weg. Op de achterflap spreekt Harold Hamersma in zijn bekende jargon over een ‘heerlijk wegdrinkend wijnboek’. De spijker op zijn kop.

Toch vraag ik me af wat je er als lezer nu precies aan hebt. Maar dat is natuurlijk de nerd in mij. Dezelfde achterflap noemt het boek een ‘Ontdekkingstocht langs de verrassende wijnstreken van de Alpen’. Hm, tja, eigenlijk hebben de wijnstreken van Oostenrijk – behalve die in Tirol – met de Alpen weinig van doen. Daarnaast voert de gids ons langs de ‘beste wijnmakers’. Maar waarom sommige van de beste wijnmakers er wél in staan, en andere niet, heb ik niet kunnen ontdekken. Dat bij het artikel over Neusiedlersee Kracher bijvoorbeeld helemaal niet voorkomt, is niet goed te begrijpen. Bij Steiermark is het zoeken naar de beide Sabathi’s. In de Wachau zijn veel grote wijnmakers, wat zeker geldt voor Knoll en F.X. Pichler, maar Hirtzberger had er toch ook wel bij gemogen.
De verhalen zelf zijn lichtvoetig van karakter, logisch als je de wijnboeren aan het woord laat, natuurlijk. Maar dat de wijnen van F.X. Pichler de afgelopen jaren sterk van stijl zijn veranderd, lezen we hier niet in terug. Of hoe anders de wijnen van het westen van de Wachau zijn in vergelijking met het oosten.
Zwitserland ken ik als wijnland minder goed, en het is leuk dat hier een keer aandacht aan wordt besteed. Het kaartmateriaal is hier wat minder van kwaliteit dan bij het Oostenrijkse deel, maar dat was ongetwijfeld niet voorhanden. Dat probleem hebben wij ook als we artikelen maken voor Perswijn. Op de Nederlandse markt speelt Zwitserland een veel minder belangrijke rol dan Oostenrijk, maar het is leuk om iets te lezen over wijnen van druiven als petite arvine of cornalin.
Laten we de titel ‘Wijngids’ dan maar met een korrel zout nemen en spreken over ‘wijnverhalen uit de Alpenlanden’, dan komt het meer in de buurt van wat voor soort boek dit is. Lees het om de lichtvoetige teksten, en de verhalen van de producenten over hun wijnen, en welke ze aan u, de lezer willen voorstellen. Eigenlijk zou je het kunnen zien als een fiets- of wandeltocht langs wat bekende wijngoederen, met bij elke wijnboer een gezellig praatje. Maar het zou Stephan Reinhardt niet scherp genoeg zijn.

Ronald de Groot


