Overpeinzingen: To bio or not to bio - Perswijn
Columns

Overpeinzingen: To bio or not to bio

Op de een of andere manier ben ik na jaren ervaring in de wijn nog steeds in verwarring over wat het gebruik van de term ‘biologisch’ bij de productie van wijn – en andere landbouwproducten – exact voor betekenis heeft. En die verwarring wordt er in de loop der jaren ook niet minder op. Zeker niet als ik op mijn ouderwetse fietsje door Amsterdam fiets en dan bestelwagens tegenkom die biologische producten afleveren bij de op hun gemak gestelde Amsterdamse consumenten. Behalve voor degenen die er niet toe in staat zijn, is het blijkbaar te veel moeite om deze producten met de (bak)fiets zelf even op te halen. Waarmee het idee dat biologisch automatisch ook duurzaam moet zijn, niet voor de eerste keer de grond in wordt geboord.

En daar komt dan ook nog bij dat biologisch voor de ene (wijn)boer iets heel anders blijkt te zijn dan voor de andere, afhankelijk van aan wie je het vraagt. Als je naar een beurs gaat als Millésime Bio, dan krijg je een beeld van een wereld waarin biologisch boeren plaatsvindt in eenheid en harmonie. Maar achter de schermen is er een strijd gaande over welke middelen nu wel en niet mogen worden gebruikt. Met een ouderwetse, Frans-Duitse tegenstelling. Dat valt te lezen in een artikel op de website van Vitisphere, afgelopen week. De discussie spitst zich toe op het gebruik van fosfonaten.

Fosfonaten zorgen ervoor dat het afweermechanisme van de plant – vruchtbomen, druivenstokken – wordt geactiveerd. Hierdoor kunnen druivenstokken een aanval van meeldauw beter weerstaan. Vanwege de specifieke werking van fosfonaten heeft de Europese Commissie in 2013 kaliumfosfonaat aangemerkt als werkzame stof binnen de verordening voor gewasbeschermingsmiddelen. Producten op basis van fosfonaten vallen in de categorie groene middelen.

Voor Franse biologisch werkende wijnboeren zijn fosfonaten echter niet ‘groen’ genoeg. Ze vinden dat fosfonaten dan ook niet gebruikt mogen worden. Waarom niet? Ze vinden dat het een product is van de chemische industrie en dat hoort daarom niet thuis bij biologische wijnbouw. En daarnaast komt het product in de plant zelf, dus is het ‘systemisch’. Duitse wijnboeren vinden dit hypocriet. Want kopersulfaat -Bordeauxse pap- komt ook niet uit de natuur, en ook uit een fabriek, waarom mag dat dan wel? Het voordeel van fosfonaten – die overigens wel in de natuur voorkomen – is juist dat daarmee het kopergebruik verminderd kan worden, omdat het de weerstand van de plant versterkt. En, hoe dan ook, koper blijft een zwaar metaal, dus ook niet écht duurzaam.

Het Franse standpunt is dan ook heel principieel, maar is het ook zinvol? Het komt mij voor als een zoveelste scheuring in de Gereformeerde kerk, tussen de ‘rekkelijken’ en de ‘preciezen’. Sterker nog, het lijkt er op dat principes hier gaan boven duurzaamheid. En de consument blijft in verwarring achter, net als ik. Maar het idee dat biologisch niet per se synoniem is met duurzaamheid blijft – ondanks de goede wil van veel bioboeren – uiteindelijk toch bij mij hangen. Het is nu aan de Europese politiek hier een beslissing over te nemen. Hopelijk is dat de juiste.

Ronald de Groot

 

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrieven en ontvang uitnodigingen voor wijnproeverijen, wijntips, het laatste wijnnieuws en onze flesaanvraag.

Bij inschrijving ontvangt u gratis het e-book van Lars Daniëls MV over terroir. Meer dan 20.000 wijnliefhebbers en 900 importeurs ontvangen onze nieuwsbrief.

Zijn uw gegevens veranderd? Schrijf u met uw oude e-mailadres opnieuw in en u krijgt de mogelijkheid om uw gegevens aan te passen.

Reageer op dit item

nl Nederlands