Ronald de Groot
Columns

Overpeinzingen op maandag: Blend of monovarietal?

Mijn zondag in Palermo was gewijd aan het proeven van Siciliaanse wijnen. Een beetje jammer, eigenlijk. Buiten lonkte het zonnetje en een bijzondere stad, vol met straatleven en historische gebouwen, hier neergezet in de loop van een bewogen geschiedenis, met invasies van overal. Noormannen, Grieken, Moren, Romeinen, noem maar op, ze lieten hier allemaal hun sporen na. Misschien is er vandaag wat tijd om de stad in te lopen…

Voorafgaand aan deze proeverij bezocht ik wijnbedrijven in de zuidoostpunt van Sicilië, onder andere in Noto en Cerasuolo di Vittoria. Leerzaam en bijzonder. Er komt veel informatie op je af. Iets waar ik veel over moet nadenken, zeker op zo’n moment, is de trend naar het maken van wijnen van één druif. Is dat nu goed, of niet? Ik proef een 100% petit verdot, en denk meteen: laat maar. Duidelijk. Bij de ‘nationale druif’ van Sicilië, de nero d’avola, ligt dat genuanceerder. Net als petit verdot is de nero d’avola een druif die historisch gezien werd gebruikt voor blends. De combinatie met frappato in Cerasuolo di Vittoria is een mooi voorbeeld. Frappato verzacht de tannine en zuren van de nero d’avola. Een ideale combi.

Pure Nero d’avola heeft pas zijn intrede gedaan in de jaren tachtig. Een voorbode van de nieuwe tijd, waarin gevraagd wordt om eendruifswijnen, als een soort merk. Waarbij voor het gemak wordt vergeten dat de ene Nero d’Avola de andere niet is. Sterker nog, de verschillen zijn heel groot. En door allerlei kunstgrepen bij het wijnmaken worden de wijnen, met hun zuren en tannine, ‘drinkbaar’ gemaakt. Bijvoorbeeld met micro-oxigenatie, het toevoegen van kleine hoeveelheden zuurstof. Nou ja, het is niet anders, de meeste wijndrinkers hangen aan de ‘duidelijkheid’ van een druif op het etiket. Ook al is het schijn. Ondertussen blijf ik stiekem verlangen naar die ideale blend…

Ronald de Groot

Reageer op dit item