Deze week ben ik in Bordeaux voor de proeverij van de primeurwijnen, de wijnen van 2025, die nu op vat liggen. Het publicitaire circus van Bordeaux draait op zo’n moment op volle toeren. Bij aankomst woensdagochtend was circus van Smith Haut Lafitte al geopend. De paarden waren van stal gehaald en liepen door de wijngaard, om het biodynamische karakter te onderstrepen. Nou ja, het is ook wel bijzonder. Maar het laat je ook zien dat er hard aan het imago wordt gewerkt, wat eigenaresse Florence Cathiard wel is toevertrouwd.
Als je hier bent, weet je het meteen weer: in Bordeaux zijn ze meesters in het verkopen van de meest recente jaargang – 2025 inmiddels. De laatste jaargang is altijd de beste, laten we maar zeggen. Nou ja, bij de jaargang 2024 was dat nooit vol te houden, dus moest dat ‘toch wel meevallen’. Het verkopen van de laatste jaargang ‘en primeur’ is sinds een jaar of dertig, langer zelfs, een soort routine. Maar in deze tijden is niets meer routine. Maar, toegegeven, 2025 is voor veel châteaux een goed jaar.

In Bordeaux zijn de châteaux gebouwd op een bijzondere manier. Ze hebben een grote façade, maar tegelijk zijn ze opmerkelijk ondiep. Ze zijn op die manier gebouwd om door hun vooraanzicht zo veel mogelijk indruk te maken. Dat is Bordeaux op zijn smalst. En het is typerend voor Bordeaux. Je moet vooral luxe uitstralen.
Maar bij deze oogst vertoont de façade de nodige barstjes. Natuurlijk hoorden we van te voren dat men erg tevreden is over deze jaargang. En natuurlijk, we hebben de afgelopen dagen prachtige wijnen geproefd. Maar op de achtergrond moet worden erkend dat alleen machtig, donker en diep niet voldoende is. Want de wereld is veranderd, en dat is heel lastig voor Bordeaux. In het verleden moesten van niet zo rijpe druiven volle en krachtige wijnen worden gemaakt – toen de mode. Nu moeten van druiven met veel concentratie en tannine elegante wijnen worden gemaakt, dus exact het tegenovergestelde. En in warme en droge jaren als 2025 is dat extra moeilijk. Toch zijn veel wijnen prachtig, maar wie gaat ze kopen? Peter Sisseck (Château Rocheyron): ‘De situatie is heel vreemd. In Bordeaux worden betere wijnen gemaakt dan ooit. En niemand wil ze kopen. De wijnen van vroeger waren duidelijk minder, en die gingen als warme broodjes. Enorm frustrerend.’
Want anders dan de positieve gezichten bij de verhalen over de kwaliteit, speelt op de achtergrond dat er behoorlijk wat châteaux tot de nek in de problemen zitten. Jean-François Quenin (Château de Pressac): ‘Ik ben er zeker van dat er châteaux om gaan vallen. De inkopers van de luchtvaartmaatschappijen van de supermarkten hebben de prijs die ze willen betalen met de helft verlaagd. De banken verstrekken moeizaam krediet. Juist als je ze nodig hebt, zijn ze er niet. Het klinkt cynisch, maar als je buurman failliet gaat, ben je weer een concurrent kwijt. Zo zou je bijna gaan denken.’
Wie over de situatie nadenkt, komt inderdaad tot de conclusie dat een pijnloze oplossing bijna onmogelijk is. Het is overduidelijk dan ’25 beter is dan ’24. En het is de kleinste oogst sinds 1991. Dus ‘normaal’ zou de prijs gaan stijgen. Maar ‘normaal’ bestaat niet meer. De kopers van primeurwijnen willen graag dat de wijnen die ze kopen meer waard worden, en daar is de markt op dit moment niet naar. Voor de châteaux, tegen de achtergrond van de financiële situatie, is het geld hard nodig, zeker als je kijkt naar hun kosten en de weinige flessen die ze gemaakt hebben. Het besef dat de markt heel lastig is, is er zeker wel. Maar of dat genoeg is om de prijzen laag genoeg te houden is de vraag. Bordeaux zit gevangen tussen een rock and a hard place.

