Achtergrond & Interviews

Bordeaux revisited II

Van 8 tot met 14 januari 2012 verbleef Lars Daniëls met Ronald de Groot in Bordeaux, om in vijf dagen de meeste topproducenten te bezoeken en bijna alle Grands Crus Classés (GCC) uit 2008 en 2009 te proeven. Vandaag deel twee van zijn verslag. Tekst en foto’s: Lars Daniëls MV
Maandag 9 januari 2012 – deel II

Chez Lafite-Rothschild

De lunch op La Lagune was een uurtje uitgelopen, en leg dat maar eens uit aan de mensen van Château Lafite-Rothschild, onze volgende rendez-vous. Ongelooflijk, maar waar, het was allemaal geen probleem, dus met een uurtje vertaging arriveerden we op Lafite, aan de noordgrens van de AOC Pauillac. Het zou een van de absolute hoogtepunten van onze reis worden.


We werden ontvangen door Charles Chevalier, die in de proefruimte de wijnen van Duhart-Milon, Lafite en Rieussec van de jaren 2008 en 2009 klaar had staan. De tweede wijnen van Château Duhart-Milon, Moulin de Duhart, zijn van goed niveau (2008: 15,25, 2009: 15,75), en de Grand Vin van Duhart-Milon is zeer goed. Tenminste, vooral die uit 2009 (17,5); die van 2008 (16) vond ik stukken minder en eigenlijk te ver achterliggen op 2009.

Dat kan in het geval van Lafite niet gezegd worden: 2008 is er, zeker relatief beschouwd, net zo onwaarschijnlijk goed als 2009. Heel bijzonder is toch ook wel dat de zogenaamde tweede wijn, Carruades de Lafite, op een puntje na meekan met de top van Bordeaux. Ik zeg ‘zogenaamde’ tweede wijn, want het is geen kleine Lafite, maar een wijn op zich, met een groter aandeel merlot (42% in 2009, met 50% cabernet sauvignon en de rest cabernet franc en petit verdot) en enkel afkomstig uit percelen van het plateau van Carruades, niet ver van Pontet-Canet. 2008 is ijzersterk (17,25) en 2009…., haast niet in woorden te vatten.

Zo dan maar: als een wijn echt bijzonder is, word ik emotioneel en krijg ik letterlijk tranen in mijn ogen. Dat overkwam mij bij Carruades 2009 (18), die zeldzaam intens is van smaak, met schitterende tonen van cassis, cederhout, een geweldige structuur en zeer grote lengte. De wijn is natuurlijk belachelijk duur, maar ook o zo goed! Ik moest even wegdraaien van de proeftafel. En dan moesten de Grands Vins van 2008 en 2009 nog komen.


Maar wat zich met Carruades al aandiende, kwam helemaal uit. Château Lafite-Rothschild 2008 (19) is simpelweg de beste Bordeaux van dat jaar, en Lafite 2009 is nog intenser en krachtiger, zonder iets aan finesse in te boeten: nagenoeg perfect dus: 19,5-20 punten. Er zou in de hele week verder maar één wijn zijn, die ik dezelfde score zou geven, maar mij persoonlijk nog iets meer raakte…

Intermezzo van Sauternes

Bij de Domaines Barons de Rothschild (Lafite) hoort ondermeer ook Château Rieussec, een topdomein van Sauternes. Ook daarvan stonden eerste en tweede wijnen van 2008 en 2009 op tafel. Wat later in de week, bij een hele dag in Sauternes/Barsac, duidelijker zou worden, kon op basis van een vergelijking tussen Rieussec 2008 en 2009, al een beetje worden voorspeld: ook in het geval van Sauternes is 2009 een krachtiger en gewoon beter jaar.

Maar Rieussec 2008 (17) is wel degelijk erg fraai, met naast gedroogde abrikozen en wat honing ook mooie florale geuren, een goede frisheid en een grote lengte. Rieussec 2009 (17,5) is echter dikker, krachtiger maar heeft voldoende zuren en enorme lengte.

Een persoonlijke noot: wellicht ben ik streng op Sauternes; ik scoor de wijnen in ieder geval minder hoog dan de beste rode Bordeaux. Maar dat is omdat de schaal van 20 punten een absolute is, waarbij een wijn die 18 punten of meer krijgt, bij de absolute top in zijn soort wereldwijd hoort. Wat mij betreft leggen de beste Sauternes het net af tegen de allerbesten edelzoete wijnen uit Duitsland en de Loire. Waarom? Omdat ze minder zuren hebben, en soms wat teveel alcohol.

Grands Crus Classés de Saint-Estèphe

Hoewel de avond al was gevallen, zat de dag er nog lang niet op. Van Lafite is het maar een klein stukje naar Cos d’Estournel, dat net aan de andere kant van de Jalle du Breuil ligt. U weet het ongetwijfeld: Cos is het meest extravagante Château van de Haut-Médoc, opgetrokken en ingericht in een sterk orientaals geïnspireerde stijl.


We kwamen er om de GCC van Saint-Estèphe te proeven, eerste en tweede wijnen. Over beide kan ik vrij kort zijn, want in beide gevallen en zowel in 2008 als in 2009, scoor ik Château Montrose net iets boven Cos d’Estournel, en is er toch wel een gaatje naar de rest (Lafon-Rochet, Cos Labory en Calon-Ségur). Montrose, dat een van de beste terroirs van de Haut-Médoc bezit, is zowel in 2008 (17,5) als in 2009 (18+), een prachtwijn, stijlvol, natuurlijk, verleidelijk en elegant. Cos heeft nog iets meer kracht, maar net wat minder finesse (2008: 17,25, 2009: 17,5); enfin, een bekend verhaal.

In het donker naar Ducru

In het aardsdonker – het was zó donker, dat het leidde tot een pijnlijke valpartij van onze enige vrouwelijke reisgenoot – hadden we nog een bezoek af te leggen, aan een schitterend Château met groots uitzicht op de Gironde: Château Ducru-Beaucaillou. ‘Achterom’ werden we naar de kleurrijke proefruimte van het grote Château geleid, om met Bruno Borie, eigenaar van Ducru, zijn wijnen te proeven. Dan gaat het om Fourcas-Borie uit Listrac, en de drie wijnen uit Saint-Julien: Lalande-Borie, La Croix de Beaucaillou en de Grand Vin natuurlijk, Ducru-Beaucaillou.

Fourcas-Borie is een relatief eenvoudige wijn, waarvan de 2008 mij meer bekoort dan de wat overrijpe 2009. Borie benadrukt terecht dat Lalande-Borie niet de derde wijn is van Château Ducru-Beaucaillou, maar een aparte wijn, van een apart Château – Lalande-Borie -, van een apart terroir. Dat terroir ligt wat verder van de Gironde af en de kiezelbodems zijn er minder diep dan in de wijngaarden van Ducru, dichtbij het grote water. Lalande-Borie heeft mede daarom noch de diepgang, noch de verfijning van Ducru, maar is wel een stijlvolle wijn (2008: 14,75, 2009: 15,25).

De tweede wijn van Ducru, La Croix de Beaucaillou (2008: 15,75, 2009: 16), komt voornamelijk van de jongste stokken van het domein (minder dan 10 jaar oud), heeft mooi fruit en sap, ook goede structuur, maar mist natuurlijk wat van de complexiteit en natuurlijke concentratie van de Grand Vin, van (veel) oudere stokken. Hier staat nog tweede wijn, maar ook in het geval van La Croix de Beaucaillou doet Borie veel moeite om deze te positioneren als een aparte wijn, van een ander terroir. Je kunt je daarbij afvragen of het fruit van deze stokken, als ze flink ouder zijn, toch niet gewoon naar de Grand Vin zal gaan. Die positionering is ook gedreven door marketing, iets dat Borie ook toegaf; tweede wijn suggereert namelijk immer op zijn minst dat er een andere wijn is, die beter is, en in het meest negatieve denken dat het een soort restverwerking is van de druiven die niet goed genoeg waren voor de Grand Vin.


Die Grand Vin wordt zeker de laatste jaren tot de absolute top van de Médoc gerekend, met vooral in de Franstalige pers scores van 19,5-20 punten. Hoe goed de wijn ook is, daar kan ik niet in meegaan. Ducru-Beaucaillou 2008 (17,25) en 2009 (17,5) zijn prachtige wijnen, zeer stijlvol, mooi intens, structureerd en puur, maar roepen bij mij puur op basis van hun smaak minder emotie op dan de absolute toppers als Lafite, Pontet-Canet, Latour, etc. Daar kunt u natuurlijk weinig mee, het is niet iets concreets; maar dat zijn dit soort waarderingen nooit.

Terug op Pichon Lalande

We keerden terug naar ons verblijf, het prachtige Château Pichon-Longueville Comtesse de Lalande. Ook daar stond nog een serie wijnen op ons te wachten, ons laatste werk, voordat we aan de Cristal konden. Tot dezelfde groep als Pichon Lalande behoren ook het al eerder genoemde Château Bernadotte (Haut-Médoc), Château Haut-Beauséjour en Château de Pez (beide Saint-Estèphe). Het zijn stuk voor stuk goed gemaakte, aantrekkelijke wijnen, waarvan Bernadotte voor minder dan € 20,00 een leuke koop is.

Maar het gaat om Pichon Lalande en hun prima tweede wijn, Réserve de la Comtesse. Die laatste is uit 2008 zeker niet minder dan uit 2009 (beide: 15,75), waarschijnlijk door het flinke aandeel merlot in de blend (50%). Daarmee komen we op een belangrijk punt: Pichon-Longueville Comtesse de Lalande, is een beetje een buitenbeentje in Pauillac, met relatief weinig aanplant van cabernet sauvignon (45%), maar veel merlot (35%) en cabernet franc (12%), plus wat petit verdot (8%). Daardoor is de stijl van de wijnen anders – wat zachter en minder intens en gestructureerd – dan andere Pauillacs.

Qua terroir echter, zitten ze vooral in eersteklas cabernet sauvignon-gebied, met goed drainerende wijngaarden rijk aan kiezels. Merlot heeft het hier moeilijker; het is er -zeker in bepaalde jaren- aan de droge kant. Het is daarom niet verwonderlijk dat veel van de cabernet sauvignon gebruikt wordt voor de Grand Vin, voor structuur, bewaarpotentie en typiciteit. Dat aandeel cabernet sauvignon is de laatste jaren gemiddeld zo’n 65%, terwijl merlot onder de 30% zit, hetgeen wat meer ruimte laat voor cabernet franc en petit verdot.

Pichon Lalande 2008 is vrij slank, elegant en uiterst stijlvol, met een grote lengte (17), 2009 is geconcentreerder maar zit nog potdicht. De wijn heeft schitterend donker fruit, is wat aards, heeft geweldige tannine, goede zuren en zeer grote lengte: 17,75 punten.

Einde van de eerste dag

Vermoeid maar uiterst voldaan, en bijzonder gefascineerd door alle ervaringen van de lange dag, werden we uitgenodigd in de salon van het Château. Een glas ‘gewone’ Roederer Brut deed wonderen voor hoofd en tanden. En maakte het palet weer schoon genoeg voor Cristal 2004, een schoonheid van een Champagne. En we wisten weer waarvoor we het (ook) allemaal doen…

Volgende week deel drie van deze kleine serie over het bezoek van Lars Daniëls en Ronald de Groot aan de Bordeaux.

Reageer op dit item